2017-01-01 | BWBR0007625 | Wet educatie en beroepsonderwijs
This commit is contained in:
parent
620053d4e0
commit
14f88dc154
1 changed files with 46 additions and 11 deletions
|
|
@ -2080,6 +2080,8 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
## Hoofdstuk 8. Inschrijving, toelating, bindend studieadvies, vooropleidingseisen, voortijdig schoolverlaten, samenwerking
|
||||
|
||||
### Titel 0. Aanmelding
|
||||
|
||||
### Titel 1. Inschrijving
|
||||
|
||||
### Artikel 8.1.1
|
||||
|
|
@ -2220,6 +2222,10 @@ b. voor 1 augustus 2005 studiefinanciering in de zin van de Wet studiefinancieri
|
|||
|
||||
**5.** Tegen het advies, bedoeld in het eerste lid, staat binnen twee weken na het uitbrengen van het advies, beroep open bij de Commissie van beroep voor de examens, bedoeld in artikel 7.5.1. De artikelen 7.5.1 tot en met 7.5.4 zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 8.1.7b
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
|
||||
### Artikel 8.1.8
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
|
@ -2310,6 +2316,10 @@ f. een diploma entreeopleiding, bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid, onderdeel
|
|||
|
||||
**2.** In de ministeriële regeling kan onderscheid worden gemaakt naar groepen van deelnemers, dan wel kan worden bepaald dat de regeling niet van toepassing is op groepen van deelnemers.
|
||||
|
||||
### Artikel 8.2.2a
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
|
||||
### Titel 3. Bestrijding voortijdig schoolverlaten niet-leerplichtigen
|
||||
|
||||
### Artikel 8.3.1
|
||||
|
|
@ -2446,7 +2456,17 @@ b. de medezeggenschapsstructuren sluiten zo veel mogelijk aan bij de organisatie
|
|||
|
||||
### Artikel 8a.1.6
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
**1.** Het bevoegd gezag behoeft de voorafgaande instemming over de hoofdlijnen van de jaarlijkse begroting van een gezamenlijke vergadering van de deelnemersraad, de ondernemingsraad en, in voorkomende gevallen, de ouderraad, waarbij in elk geval aandacht wordt besteed aan de beoogde verdeling van de middelen over de beleidsterreinen onderwijs, huisvesting en beheer, investeringen en personeel.
|
||||
|
||||
**2.** Het bevoegd gezag stelt, met inachtneming van de voorschriften bij of krachtens deze wet, een reglement voor de gezamenlijke vergadering vast. Artikelen 8a. 3.1, tweede lid, aanhef en onderdeel f, en derde lid, zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels of nadere regels worden vastgesteld omtrent:
|
||||
|
||||
a. hetgeen wordt verstaan onder hoofdlijnen van de jaarlijkse begroting;
|
||||
b. situaties waarin het instemmingsrecht, bedoeld in het eerste lid, niet wordt uitgeoefend;
|
||||
c. de termijn waarbinnen tot instemming of onthouding van de instemming moet worden besloten.
|
||||
|
||||
### Titel 2. Bevoegdheden van de deelnemersraad
|
||||
|
||||
|
|
@ -2489,7 +2509,8 @@ i. het beleid met betrekking tot toelating, schorsing en verwijdering van deelne
|
|||
j. de wijze van vastleggen van studievorderingen van deelnemers en in dat verband het beleid met betrekking tot bescherming van de privacy van deelnemers;
|
||||
k. de regels op het gebied van veiligheid, gezondheid en welzijn voor zover deze de deelnemers betreffen;
|
||||
l. het reglement voor de deelnemersraad, met inachtneming van artikel 8a.3.1, derde lid;
|
||||
m. het onderwijsprogramma indien dit minder uren als bedoeld in artikel 7.2.7, derde of vierde lid, omvat.
|
||||
m. het onderwijsprogramma indien dit minder uren als bedoeld in artikel 7.2.7, derde of vierde lid, omvat;
|
||||
n. het beleid met betrekking tot het beperkt en beheersbaar houden van de middelen die van de deelnemers worden gevraagd voor schoolkosten die door het bevoegd gezag noodzakelijk worden bevonden.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -2504,13 +2525,18 @@ f. de te verstrekken informatie aan aspirant-deelnemers van beroepsopleidingen,
|
|||
|
||||
**5.** In het reglement kunnen andere, nader te omschrijven onderwerpen worden opgenomen ten aanzien waarvan een van de bijzondere bevoegdheden aan de deelnemersraad wordt toegekend.
|
||||
|
||||
**6.** De deelnemersraad heeft adviesbevoegdheid met betrekking tot een voorgenomen besluit van de raad van toezicht ten aanzien van de profielen, bedoeld in artikel 9.1.4, vijfde lid.
|
||||
**6.** De deelnemersraad heeft adviesbevoegdheid met betrekking tot een voorgenomen besluit van de raad van toezicht ten aanzien van de profielen, bedoeld in artikel 9.1.4, vijfde lid. De deelnemersraad heeft eveneens adviesbevoegdheid met betrekking tot benoeming of ontslag van de leden van het college van bestuur, bedoeld in artikel 9.1.4, derde lid, onderdeel a.
|
||||
|
||||
**7.** Alvorens de raad van toezicht tot benoeming of ontslag van een lid van het college van bestuur overgaat, wordt de deelnemersraad vertrouwelijk gehoord over het voorgenomen besluit tot benoeming of ontslag. Het horen geschiedt op een zodanig tijdstip dat het van wezenlijke invloed kan zijn op de besluitvorming.
|
||||
|
||||
### Artikel 8a.2.2a
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
Indien een te nemen besluit op grond van artikel 8a.2.2 vooraf voor advies dient te worden voorgelegd aan de deelnemersraad, draagt het bevoegd gezag er zorg voor dat:
|
||||
|
||||
a. advies wordt gevraagd op een zodanig tijdstip dat het advies van wezenlijke invloed kan zijn op de besluitvorming,
|
||||
b. de deelnemersraad in de gelegenheid wordt gesteld met het bevoegd gezag overleg te voeren voordat dit advies wordt uitgebracht,
|
||||
c. de deelnemersraad zo spoedig mogelijk schriftelijk in kennis wordt gesteld van de wijze waarop aan het uitgebrachte advies gevolg wordt gegeven, en
|
||||
d. de deelnemersraad, indien het bevoegd gezag het advies niet of niet geheel wil volgen, in de gelegenheid wordt gesteld nader overleg met het bevoegd gezag te voeren alvorens het besluit definitief wordt genomen.
|
||||
|
||||
### Artikel 8a.2.3
|
||||
|
||||
|
|
@ -2597,11 +2623,15 @@ c. artikel 8a.4.2, onderdeel c: of het bevoegd gezag bij afweging van betrokken
|
|||
|
||||
### Artikel 8a.4.5
|
||||
|
||||
Deze titel is van overeenkomstige toepassing op het advies, bedoeld in artikel 8a.2.2, zesde lid.
|
||||
Deze titel is van overeenkomstige toepassing op het advies, bedoeld in artikel 8a.2.2, zesde lid, eerste volzin.
|
||||
|
||||
### Artikel 8a.4.6
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
Deze titel is van overeenkomstige toepassing op geschillen die voortvloeien uit artikel 8a.1.6, met dien verstande dat:
|
||||
|
||||
a. onder «deelnemersraad» wordt verstaan: de gezamenlijke vergadering;
|
||||
b. voor zover de geschillencommissie de behandeling van het geschil niet voor 1 januari van het jaar waarop de begroting betrekking heeft, heeft afgerond, het bevoegd gezag totdat de geschillencommissie een besluit heeft genomen, voor het doen van uitgaven in dat jaar kan beschikken over ten hoogste vier twaalfde gedeelten van de bedragen die in de overeenkomstige begrotingsonderdelen van het voorgaande jaar waren opgenomen;
|
||||
c. indien beroep is ingesteld tegen een uitspraak van de geschillencommissie en de ondernemingskamer op 1 januari van het jaar, waarop de begroting betrekking heeft, nog geen uitspraak heeft gedaan, het bevoegd gezag, totdat de ondernemingskamer uitspraak heeft gedaan of als de uitspraak van de ondernemingskamer leidt tot het opstellen van een nieuwe begroting, totdat een nieuwe begroting is vastgesteld, voor het doen van uitgaven kan beschikken over de bedragen die daarvoor zijn geraamd in de begroting waarover de ondernemingskamer oordeelt of heeft geoordeeld.
|
||||
|
||||
### Titel 5. Afwijkingen
|
||||
|
||||
|
|
@ -2661,9 +2691,16 @@ e. het toezien op de rechtmatige verwerving en op de doelmatige en rechtmatige b
|
|||
f. het aanwijzen van een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek die verslag uitbrengt aan de raad, en
|
||||
g. het jaarlijks afleggen van verantwoording over de uitvoering van de taken en de uitoefening van de bevoegdheden, bedoeld onder a tot en met f, in het bestuursverslag van de instelling.
|
||||
|
||||
**3a.**
|
||||
|
||||
Voor het benoemen van een lid van het college van bestuur stelt de raad van toezicht een sollicitatiecommissie in waarvan in elk geval deel uitmaken:
|
||||
|
||||
a. een lid van of namens de ondernemingsraad, en
|
||||
b. een lid van of namens de deelnemersraad, of, in voorkomende gevallen, van of namens de ouderraad.
|
||||
|
||||
**4.** Het college van bestuur voorziet de raad van toezicht van onafhankelijke administratieve ondersteuning.
|
||||
|
||||
**5.** De samenstelling, taken en bevoegdheden van de raad van toezicht zijn zodanig dat de raad een deugdelijk en onafhankelijk toezicht kan uitoefenen. De leden van de raad van toezicht hebben daarin zitting op persoonlijke titel en oefenen hun functie uit zonder last of ruggespraak. De benoeming van de leden van de raad geschiedt op basis van vooraf openbaar gemaakte profielen.
|
||||
**5.** De samenstelling, taken en bevoegdheden van de raad van toezicht zijn zodanig dat de raad een deugdelijk en onafhankelijk toezicht kan uitoefenen. De leden van de raad van toezicht hebben daarin zitting op persoonlijke titel en oefenen hun functie uit zonder last of ruggespraak. De benoeming van de leden van het college van bestuur en van de raad van toezicht geschiedt op basis van vooraf openbaar gemaakte profielen.
|
||||
|
||||
**6.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -2676,6 +2713,8 @@ Artikel 8a.4.3, zesde lid, is van overeenkomstige toepassing. De tweede en derde
|
|||
|
||||
**7.** De statuten van de rechtspersoon die een bijzondere instelling in stand houdt, voorzien in een regeling die waarborgt dat de raad van toezicht de ondernemingsraad vertrouwelijk hoort over een voorgenomen besluit tot benoeming of ontslag van een lid van het college van bestuur, niet zijnde bestuurder in de zin van de Wet op de ondernemingsraden. Het horen geschiedt op een zodanig tijdstip dat het van wezenlijke invloed kan zijn op de besluitvorming.
|
||||
|
||||
**8.** De raad van toezicht pleegt ten minste tweemaal per jaar overleg met de deelnemersraad en de ondernemingsraad van de instelling.
|
||||
|
||||
### Artikel 9.1.4a
|
||||
|
||||
**1.** Indien sprake is van wanbeheer van een of meer bestuurders of toezichthouders kan Onze Minister de raad van toezicht een aanwijzing geven. Een aanwijzing omvat een of meer maatregelen en is evenredig aan het doel waarvoor zij wordt gegeven.
|
||||
|
|
@ -2873,10 +2912,6 @@ De op 31 december 1995 geldende voorschriften vastgesteld bij of krachtens de ar
|
|||
|
||||
### Artikel 12.2.3
|
||||
|
||||
De vakinstelling die op grond van artikel 12.3.5, zoals dat luidde op 30 juni 2004, de rijksbijdrage ten aanzien van huisvesting voortgezet onderwijs ontving en nadien is blijven ontvangen, wordt voor de toepassing van deze wet en de daarop berustende bepalingen, alsmede voor de toepassing van artikel 76v.1 van de Wet op het voortgezet onderwijs, aangemerkt als scholengemeenschap in de zin van artikel 2.6.
|
||||
|
||||
### Artikel 12.2.3
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 12.2.4
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue