2013-12-25 | BWBR0034504 | Loonheffingen, inkomstenbelasting, VUT-regelingen, (overbruggings)pensioenen en overbruggingslijfrenten; verlenging looptijd wegens verhoging van de AOW-leeftijd
This commit is contained in:
parent
2e23e89285
commit
14fd08c59f
1 changed files with 3 additions and 3 deletions
|
|
@ -16,13 +16,13 @@ citeertitel: Loonheffingen, inkomstenbelasting, VUT-regelingen, (overbruggings)p
|
|||
|
||||
## 1. Inleiding
|
||||
|
||||
Bij de invoering van de Wet aanpassing fiscale behandeling VUT/prepensioen en introductie levensloopregeling (Wet VPL, Stb. 2005, 115) is door middel van overgangsrecht een voorziening getroffen voor op 31 december 2004 bestaande regelingen voor vervroegde uittreding (hierna: VUT-regeling), overbruggingspensioenen en prepensioenen. Onder bepaalde voorwaarden zijn de wettelijke fiscale bepalingen voor deze oudedagsvoorzieningen van kracht gebleven. De bedoelde oudedagsvoorzieningen hebben alle als kenmerk dat ze moeten eindigen bij het bereiken van de 65-jarige leeftijd. Als de op 31 december 2004 bestaande regelingen voor vervroegde uittreding, overbruggingspensioenen en prepensioenen niet voldoen aan deze laatste voorwaarde kunnen zij worden aangemerkt als een regeling voor vervroegde uittreding in de zin van artikel 32ba van de Wet op de loonbelasting 1964 (hierna: RVU). De inhoudingsplichtige van de uitkering wordt dan een pseudo-eindheffing verschuldigd van 52% over de door hem gedane uitkeringen.
|
||||
Bij de invoering van de Wet aanpassing fiscale behandeling VUT/prepensioen en introductie levensloopregeling (Wet VPL, Stb. 2005, 115) is door middel van overgangsrecht een voorziening getroffen voor op 31 december 2004 bestaande regelingen voor vervroegde uittreding (hierna: VUT-regeling), overbruggingspensioenen en prepensioenen. Onder bepaalde voorwaarden zijn de wettelijke fiscale bepalingen voor deze oudedagsvoorzieningen van kracht gebleven. De bedoelde oudedagsvoorzieningen hebben alle als kenmerk dat ze moeten eindigen bij het bereiken van de 65-jarige leeftijd. Als de op 31 december 2004 bestaande regelingen voor vervroegde uittreding, overbruggingspensioenen en prepensioenen niet voldoen aan deze laatste voorwaarde kunnen zij worden aangemerkt als een regeling voor vervroegde uittreding in de zin van artikel 32ba van de Wet op de loonbelasting 1964 (hierna: RVU). De inhoudingsplichtige van de uitkering wordt dan een pseudo-eindheffing verschuldigd van 52% over de door hem gedane uitkeringen.
|
||||
|
||||
De reden voor de begrenzing tot het bereiken van de leeftijd van 65 jaar was bij de invoering van deze voorwaarden gelegen in het feit dat destijds op die leeftijd de AOW-uitkeringen ingingen. Nu de AOW-gerechtigde leeftijd is opgeschoven en de komende jaren blijft opschuiven, bestaat aanleiding om het bedoelde overgangsrecht aan te passen. Hiertoe zal ik een wetsvoorstel indienen. Vooruitlopend op die voorgenomen wetswijziging is in dit besluit een goedkeuring opgenomen voor uitkeringen uit VUT-regelingen, overbruggingspensioenen en prepensioenen. Met deze goedkeuring geef ik uitvoering aan mijn toezegging in antwoord 5 op de vragen van de Tweede Kamerleden Groot en Vermeij over verlenging van de VUT-uitkering. Zie Aanhangsel Handelingen Tweede Kamer, vergaderjaar 2012–2013, nr. 2471.
|
||||
|
||||
## 2. Overbruggingslijfrenten
|
||||
|
||||
Artikel 10a.1 van de Wet IB 2001 bevat een overgangsvoorziening voor op 31 december 2005 bestaande overbruggingslijfrenten als bedoeld artikel 3.125, eerste lid, onderdeel c, van de Wet IB 2001 (tekst 2005). Deze voorziening is het lijfrente-equivalent van de overgangsregeling voor op 31 december 2004 bestaande VUT-regelingen en regelingen voor overbruggingspensioen en prepensioen. De overbruggingslijfrente heeft als kenmerk dat deze moet eindigen – naar keuze van de gerechtigde – in het jaar waarin de gerechtigde tot de lijfrente 65 jaar wordt of in het jaar waarin hij een uitkering op grond van een pensioenregeling gaat genieten. Door het opschuiven van de AOW-gerechtigde leeftijd bestaat ook voor deze overbruggingslijfrenten aanleiding om het mogelijk te maken dat een overbruggingslijfrente desgewenst eindigt in het jaar waarin de gerechtigde tot de overbruggingslijfrente AOW-gerechtigd wordt. Vooruitlopend op wetgeving keur ik daarom het volgende goed.
|
||||
Artikel 10a.1 van de Wet IB 2001 bevat een overgangsvoorziening voor op 31 december 2005 bestaande overbruggingslijfrenten als bedoeld artikel 3.125, eerste lid, onderdeel c, van de Wet IB 2001 (tekst 2005). Deze voorziening is het lijfrente-equivalent van de overgangsregeling voor op 31 december 2004 bestaande VUT-regelingen en regelingen voor overbruggingspensioen en prepensioen. De overbruggingslijfrente heeft als kenmerk dat deze moet eindigen – naar keuze van de gerechtigde – in het jaar waarin de gerechtigde tot de lijfrente 65 jaar wordt of in het jaar waarin hij een uitkering op grond van een pensioenregeling gaat genieten. Door het opschuiven van de AOW-gerechtigde leeftijd bestaat ook voor deze overbruggingslijfrenten aanleiding om het mogelijk te maken dat een overbruggingslijfrente desgewenst eindigt in het jaar waarin de gerechtigde tot de overbruggingslijfrente AOW-gerechtigd wordt. Vooruitlopend op wetgeving keur ik daarom het volgende goed.
|
||||
|
||||
## 3. Goedkeuring
|
||||
|
||||
|
|
@ -45,4 +45,4 @@ f. De uitkeringen uit een VUT-, overbruggings- of prepensioenregeling eindigen u
|
|||
|
||||
## 5. Inwerkingtreding en vervaldatum
|
||||
|
||||
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2013.
|
||||
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2013.
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue