2013-07-01 | BWBR0013798 | Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur
This commit is contained in:
parent
d57bab4dbc
commit
1520d67d82
1 changed files with 139 additions and 100 deletions
|
|
@ -20,38 +20,50 @@ citeertitel: Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur
|
|||
|
||||
In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
|
||||
|
||||
a. aanbestedende dienst: de Staat, een provincie, een gemeente, een waterschap, een openbaar lichaam als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen, de politie, een openbaar lichaam voor beroep en bedrijf dan wel een ander openbaar lichaam als bedoeld in artikel 134 van de Grondwet, of een zelfstandig bestuursorgaan als bedoeld in het tweede lid;
|
||||
a. rechtspersoon met een overheidstaak: de Staat, een provincie, een gemeente, een waterschap, een openbaar lichaam als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen, de politie, een openbaar lichaam voor beroep en bedrijf dan wel een ander openbaar lichaam als bedoeld in artikel 134 van de Grondwet, of een zelfstandig bestuursorgaan als bedoeld in het tweede lid;
|
||||
b. advies: het advies, bedoeld in artikel 9;
|
||||
c. beschikking: een beschikking terzake van een subsidie, alsmede een beschikking terzake van een vergunning, toekenning of ontheffing als bedoeld in:
|
||||
c. beschikking: een beschikking terzake van een subsidie, alsmede een beschikking terzake van een vergunning, toekenning, erkenning of ontheffing als bedoeld in:
|
||||
|
||||
1°. artikel 7;
|
||||
2°. artikel 3 van de Drank- en Horecawet;
|
||||
2°. de artikelen 3 en 30a van de Drank- en Horecawet;
|
||||
3°. artikel 6 van de Opiumwet;
|
||||
4°. artikel 2.1, eerste lid en artikel 7.1, eerste lid, van de Wet wegvervoer goederen;
|
||||
5°. de artikelen 4 en 82b, vijfde lid, van de Wet personenvervoer 2000;
|
||||
6°. artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van die wet voor zover dat onderdeel betrekking heeft op een inrichting als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van die wet, en artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder i, van die wet voor zover dat onderdeel betrekking heeft op een activiteit waarvoor bij algemene maatregel van bestuur op grond van artikel 2.17 van die wet is bepaald dat de beschikking in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3, kan worden geweigerd;
|
||||
7°. artikel 70l van de Woningwet;
|
||||
8°. artikel 4.3, derde lid, onderdeel b, van de Telecommunicatiewet;
|
||||
9°. dit onderdeel is nog niet in werking getreden;
|
||||
10°. de artikelen 9.2.2.3 en 11.2 van de Wet milieubeheer, voor zover die artikelen betrekking hebben op een handeling onderscheidenlijk werkzaamheid waarvoor bij algemene maatregel van bestuur op grond van artikel 9.2.2.3 onderscheidenlijk artikel 11.2 van de Wet milieubeheer is bepaald dat de beschikking in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3, kan worden geweigerd, dan wel ingetrokken;
|
||||
11°. de artikelen 30b en 30h van de Wet op de kansspelen;
|
||||
12°. artikel 3:1 van de Algemene douanewet, voor zover dat artikel betrekking heeft op een handeling onderscheidenlijk werkzaamheid waarvoor bij of krachtens algemene maatregel van bestuur op grond van artikel 3:1 van de Algemene douanewet is bepaald dat de beschikking in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3, kan worden geweigerd, dan wel ingetrokken;
|
||||
13°. artikel 14, eerste lid, van de Wet strategische diensten;
|
||||
14°. de artikelen 7, eerste lid, 30 en 33 van de Huisvestingswet;
|
||||
d. bestand: elk gestructureerd geheel van persoonsgegevens als bedoeld in artikel 1, onderdeel c, van de Wet bescherming persoonsgegevens;
|
||||
e. betrokkene: de aanvrager van een beschikking, de subsidie-ontvanger, de vergunninghouder, de gegadigde, de partij aan wie een overheidsopdracht is gegund, of de onderaannemer;
|
||||
e. betrokkene: de aanvrager van een beschikking, de subsidie-ontvanger, de vergunninghouder, de gegadigde, de natuurlijke persoon of rechtspersoon aan wie een overheidsopdracht is of zal worden gegund, de onderaannemer, de natuurlijke persoon of rechtspersoon met wie een vastgoedtransactie is of zal worden aangegaan;
|
||||
f. Bureau: het Bureau bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, bedoeld in artikel 8;
|
||||
g. gegadigde: degene die zich heeft gemeld voor een aanbestedingsprocedure teneinde een aanbieding te doen, of heeft ingeschreven op een aanbestedingsprocedure dan wel in onderhandeling is getreden met een aanbestedende dienst;
|
||||
g. gegadigde: degene die zich heeft gemeld voor een aanbestedingsprocedure teneinde een aanbieding te doen, of heeft ingeschreven op een aanbestedingsprocedure dan wel in onderhandeling is getreden met een rechtspersoon met een overheidstaak;
|
||||
h. onderaannemer: een derde aan wie een deel van de overheidsopdracht in onderaanneming is of zal worden gegeven door degene aan wie de overheidsopdracht is of zal worden gegund;
|
||||
i. Onze Ministers: Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en Onze Minister van Justitie;
|
||||
i. Onze Minister: Onze Minister van Veiligheid en Justitie;
|
||||
j. overheidsopdracht:
|
||||
|
||||
1°. een opdracht die wordt verstrekt op basis van een schriftelijke overeenkomst onder bezwarende titel die is gesloten tussen enerzijds een aannemer, leverancier of dienstverlener en anderzijds een aanbestedende dienst, en die betrekking heeft op:
|
||||
1°. een opdracht die wordt verstrekt op basis van een schriftelijke overeenkomst onder bezwarende titel die is gesloten tussen enerzijds een aannemer, leverancier of dienstverlener en anderzijds een rechtspersoon met een overheidstaak, en die betrekking heeft op:
|
||||
|
||||
a. de uitvoering dan wel het ontwerp alsmede de uitvoering van werken in het kader van beroepswerkzaamheden die zijn gebaseerd op de algemene systematische bedrijfsindeling, dan wel op het laten uitvoeren met welke middelen dan ook van een werk dat aan de door de aanbestedende dienst vastgestelde eisen voldoet,
|
||||
a. de uitvoering dan wel het ontwerp alsmede de uitvoering van werken in het kader van beroepswerkzaamheden die zijn gebaseerd op de algemene systematische bedrijfsindeling, dan wel op het laten uitvoeren met welke middelen dan ook van een werk dat aan de door de rechtspersoon met een overheidstaak vastgestelde eisen voldoet,
|
||||
b. de aankoop, leasing, huur of huurkoop, met of zonder koopoptie, van producten, met dien verstande dat dit tevens de nodige werkzaamheden kan omvatten voor het aanbrengen en installeren van die producten bij de levering daarvan, of
|
||||
c. de uitvoering van diensten in de meest ruime zin;
|
||||
2°. het geheel van afspraken dat vastgelegd is in een schriftelijke overeenkomst tussen enerzijds een aanbestedende dienst en anderzijds een of meer private partijen, over de uitvoering van werken of diensten geheel of ten dele voor rekening en risico van een of meer van die private partijen;
|
||||
2°. het geheel van afspraken dat vastgelegd is in een schriftelijke overeenkomst tussen enerzijds een rechtspersoon met een overheidstaak en anderzijds een of meer private partijen, over de uitvoering van werken of diensten geheel of ten dele voor rekening en risico van een of meer van die private partijen;
|
||||
k. sector: een terrein van economische bedrijvigheid waarop overheidsopdrachten verstrekt kunnen worden;
|
||||
l. verwerking van persoonsgegevens: elke handeling of elk geheel van handelingen als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Wet bescherming persoonsgegevens;
|
||||
m. sociaal-fiscaalnummer: het nummer, bedoeld in artikel 2, derde lid, onderdeel k, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen;
|
||||
n. burgerservicenummer: het nummer, bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Wet algemene bepalingen burgerservicenummer.
|
||||
n. burgerservicenummer: het nummer, bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Wet algemene bepalingen burgerservicenummer;
|
||||
o. vastgoedtransactie: een overeenkomst of een andere rechtshandeling met betrekking tot een onroerende zaak met als doel:
|
||||
|
||||
**2.** Op voordracht van Onze Ministers kunnen bij algemene maatregel van bestuur zelfstandige bestuursorganen worden aangewezen als aanbestedende dienst.
|
||||
1°. het verwerven of vervreemden van een recht op eigendom of het vestigen, vervreemden of wijzigen van een zakelijk recht;
|
||||
2°. huur of verhuur;
|
||||
3°. het verlenen van een gebruikrecht; of
|
||||
4°. de deelname aan een rechtspersoon, een commanditaire vennootschap of een vennootschap onder firma die het recht op eigendom of een zakelijk recht met betrekking tot die onroerende zaak heeft of die onroerende zaak huurt of verhuurt.
|
||||
|
||||
**2.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen zelfstandige bestuursorganen worden aangewezen als rechtspersoon met een overheidstaak als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a.
|
||||
|
||||
**3.** De voordracht voor een krachtens het tweede lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
|
||||
|
||||
|
|
@ -94,7 +106,7 @@ De betrokkene staat in relatie tot strafbare feiten als bedoeld in het tweede en
|
|||
|
||||
a. hij deze strafbare feiten zelf heeft begaan,
|
||||
b. hij direct of indirect leiding geeft dan wel heeft gegeven aan, zeggenschap heeft dan wel heeft gehad over of vermogen verschaft dan wel heeft verschaft aan een rechtspersoon in de zin van artikel 51 van het Wetboek van Strafrecht die deze strafbare feiten heeft begaan, of
|
||||
c. een ander deze strafbare feiten heeft gepleegd en deze persoon direct of indirect leiding geeft dan wel heeft gegeven aan, zeggenschap heeft dan wel heeft gehad over, vermogen verschaft dan wel heeft verschaft aan betrokkene, of in een zakelijk samenwerkingsverband tot hem staat.
|
||||
c. een ander deze strafbare feiten heeft gepleegd en deze persoon direct of indirect leiding geeft dan wel heeft gegeven aan, zeggenschap heeft dan wel heeft gehad over, vermogen verschaft dan wel heeft verschaft aan betrokkene, of in een zakelijk samenwerkingsverband tot hem staat of heeft gestaan.
|
||||
|
||||
**5.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -107,49 +119,50 @@ b. voorzover het ernstig gevaar als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, betr
|
|||
|
||||
**7.** Voorzover blijkt dat geen sprake is van ernstig gevaar als bedoeld in het eerste lid, kan het bestuursorgaan bij mindere mate van gevaar aan de beschikking voorschriften verbinden. Deze voorschriften zijn gericht op het wegnemen of beperken van dergelijk gevaar.
|
||||
|
||||
**8.** In dit artikel wordt mede verstaan onder strafbaar feit een overtreding waarvoor een bestuurlijke boete kan worden opgelegd.
|
||||
|
||||
### Artikel 4
|
||||
|
||||
**1.** Indien toepassing wordt gegeven aan artikel 30, derde lid, wordt de weigering van de betrokkene, niet zijnde de partij aan wie een overheidsopdracht is gegund of de onderaannemer, om een formulier als bedoeld in artikel 30, eerste lid, volledig in te vullen, aangemerkt als ernstig gevaar als bedoeld in artikel 3, eerste lid.
|
||||
**1.** Indien toepassing wordt gegeven aan artikel 30, derde lid, wordt de weigering van de betrokkene, niet zijnde de natuurlijke persoon of rechtspersoon aan wie een overheidsopdracht is gegund, de onderaannemer of de natuurlijke persoon of rechtspersoon met wie een vastgoedtransactie is aangegaan, om een formulier als bedoeld in artikel 30, vijfde lid, volledig in te vullen, aangemerkt als ernstig gevaar als bedoeld in artikel 3, eerste lid.
|
||||
|
||||
**2.** Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing, indien de betrokkene, niet zijnde de gegadigde, de partij aan wie een overheidsopdracht is gegund of de onderaannemer, weigert aanvullende gegevens te verschaffen in het geval, bedoeld in artikel 12, derde lid.
|
||||
**2.** Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing, indien de betrokkene, niet zijnde de gegadigde, de natuurlijke persoon of rechtspersoon aan wie een overheidsopdracht is gegund, de onderaannemer of de natuurlijke persoon of rechtspersoon met wie een vastgoedtransactie is aangegaan, weigert aanvullende gegevens te verschaffen in het geval, bedoeld in artikel 12, vierde lid.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 2. Aanbestedingen, subsidies, vergunningen en ontheffingen
|
||||
## Hoofdstuk 2. Aanbestedingen, vastgoedtransacties, subsidies, vergunningen en ontheffingen
|
||||
|
||||
### Artikel 5
|
||||
|
||||
**1.** Een gegadigde voor een overheidsopdracht waarop de richtlijnen, bedoeld in artikel 9, tweede lid, niet van toepassing zijn en die wordt gegund binnen de krachtens het tweede lid aangewezen sector, kan van de gunning van die opdracht worden uitgesloten met inachtneming van de criteria voor de kwalitatieve selectie in de zin van de richtlijnen, bedoeld in artikel 9, tweede lid, onderdeel a.
|
||||
|
||||
**2.** Op voordracht van Onze Ministers, gedaan in overeenstemming met Onze Ministers wie het mede aangaat, worden bij algemene maatregel van bestuur de sectoren aangewezen ten aanzien waarvan het wenselijk is dat, voordat een beslissing wordt genomen inzake de gunning van een overheidsopdracht of de ontbinding van een overeenkomst met de partij aan wie een overheidsopdracht is gegund, door het Bureau een advies kan worden uitgebracht. De voordracht voor een krachtens dit lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
|
||||
**2.** Op voordracht van Onze Minister, gedaan in overeenstemming met Onze Ministers wie het mede aangaat, worden bij algemene maatregel van bestuur de sectoren aangewezen ten aanzien waarvan het wenselijk is dat, voordat een beslissing wordt genomen inzake de gunning van een overheidsopdracht of de ontbinding van een overeenkomst met de natuurlijke persoon of rechtspersoon aan wie een overheidsopdracht is gegund, door het Bureau een advies kan worden uitgebracht. De voordracht voor een krachtens dit lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
De aanbestedende dienst kan het Bureau om een advies vragen:
|
||||
De rechtspersoon met een overheidstaak kan het Bureau om een advies vragen:
|
||||
|
||||
a. voordat een beslissing wordt genomen inzake de gunning van een overheidsopdracht die valt binnen een krachtens het tweede lid aangewezen sector;
|
||||
b. in het geval die dienst bij overeenkomst heeft bedongen dat de overeenkomst ontbonden wordt, indien zich een van de situaties, bedoeld in artikel 9, tweede lid, voordoet en de bij overeenkomst verstrekte overheidsopdracht binnen een krachtens het tweede lid aangewezen sector valt, alvorens zich op die ontbindende voorwaarde te beroepen;
|
||||
c. ten aanzien van een onderaannemer, uitsluitend met het oog op diens acceptatie als zodanig, indien de aanbestedende dienst in het bestek als voorwaarde heeft gesteld dat onderaannemers niet zonder toestemming van die dienst worden gecontracteerd en in het kader van die voorwaarde zich het recht heeft voorbehouden aan het Bureau een advies te vragen.
|
||||
b. in het geval die rechtspersoon bij overeenkomst heeft bedongen dat de overeenkomst ontbonden wordt, indien zich een van de situaties, bedoeld in artikel 9, tweede lid, voordoet en de bij overeenkomst verstrekte overheidsopdracht binnen een krachtens het tweede lid aangewezen sector valt, alvorens zich op die ontbindende voorwaarde te beroepen;
|
||||
c. ten aanzien van een onderaannemer, uitsluitend met het oog op diens acceptatie als zodanig, indien de rechtspersoon met een overheidstaak in het bestek als voorwaarde heeft gesteld dat onderaannemers niet zonder toestemming van die rechtspersoon worden gecontracteerd en in het kader van die voorwaarde zich het recht heeft voorbehouden aan het Bureau een advies te vragen.
|
||||
|
||||
### Artikel 5a
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
Een rechtspersoon met een overheidstaak kan het Bureau om een advies vragen over een natuurlijke persoon of rechtspersoon met wie een vastgoedtransactie wordt of is aangegaan:
|
||||
|
||||
a. alvorens een beslissing wordt genomen over het aangaan van een vastgoedtransactie;
|
||||
b. in het geval dat bij een vastgoedtransactie is bedongen dat de overeenkomst kan worden opgeschort of ontbonden dan wel de rechtshandeling kan worden beëindigd indien zich één van de situaties, bedoeld in artikel 9, derde lid, voordoet, alvorens zich op die opschortende of ontbindende voorwaarde te beroepen.
|
||||
|
||||
### Artikel 6
|
||||
|
||||
**1.** Een subsidie aan een rechtspersoon of aan een natuurlijke persoon kan worden geweigerd dan wel worden ingetrokken in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3, indien dit in de desbetreffende subsidieregeling is bepaald.
|
||||
**1.** Een subsidie aan een rechtspersoon of aan een natuurlijke persoon kan worden geweigerd dan wel worden ingetrokken in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3.
|
||||
|
||||
**2.** Voordat een beslissing als bedoeld in het eerste lid wordt genomen, kan het bestuursorgaan dat tot die beslissing bevoegd is, het Bureau om een advies vragen.
|
||||
|
||||
**3.** Een subsidieregeling waarin is bepaald dat artikel 3 van deze wet van toepassing is en die niet bij wet of algemene maatregel van bestuur is geregeld, behoeft de goedkeuring van Onze Ministers, welke goedkeuring slechts kan worden onthouden wegens strijd met het recht of wegens onevenredigheid tussen enerzijds het belang dat moet worden gehecht aan de desbetreffende subsidie of subsidies en anderzijds de inbreuk op de persoonlijke levenssfeer ten gevolge van het aanvragen van een advies.
|
||||
|
||||
### Artikel 7
|
||||
|
||||
**1.** Een gemeentelijke vergunning die op grond van een verordening verplicht is gesteld voor een inrichting of bedrijf, kan door het college van burgemeester en wethouders respectievelijk de burgemeester, voorzover het een krachtens het tweede lid aangewezen inrichting of bedrijf betreft, worden geweigerd dan wel ingetrokken in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3.
|
||||
**1.** Een gemeentelijke vergunning die op grond van een verordening verplicht is gesteld voor een inrichting of bedrijf, kan door het college van burgemeester en wethouders respectievelijk de burgemeester worden geweigerd dan wel ingetrokken in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3.
|
||||
|
||||
**2.** Op voordracht van Onze Ministers worden bij algemene maatregel van bestuur inrichtingen of bedrijven aangewezen ten aanzien waarvan het wenselijk is dat, voordat een beslissing als bedoeld in het eerste lid wordt genomen, door het Bureau een advies kan worden uitgebracht. De voordracht voor een krachtens dit lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
|
||||
**2.** Voordat een beslissing als bedoeld in het eerste lid wordt genomen, kan het college van burgemeester en wethouders respectievelijk de burgemeester het Bureau om een advies vragen.
|
||||
|
||||
**3.** Voordat een beslissing als bedoeld in het eerste lid wordt genomen, kan het college van burgemeester en wethouders respectievelijk de burgemeester het Bureau om een advies vragen.
|
||||
|
||||
**4.** Het eerste tot en met het derde lid is van overeenkomstige toepassing op een gemeentelijke ontheffing.
|
||||
**3.** Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op een gemeentelijke ontheffing.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 3. Het Bureau bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur
|
||||
|
||||
|
|
@ -165,24 +178,38 @@ Er is een Bureau bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur
|
|||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Voorzover het gaat om een overheidsopdracht binnen een sector die is aangewezen ingevolge artikel 5, tweede lid, heeft het Bureau voorts tot taak aanbestedende diensten desgevraagd advies uit te brengen over:
|
||||
Voorzover het gaat om een overheidsopdracht binnen een sector die is aangewezen ingevolge artikel 5, tweede lid, heeft het Bureau voorts tot taak rechtspersonen met een overheidstaak desgevraagd advies uit te brengen over:
|
||||
|
||||
a. feiten en omstandigheden die grond kunnen opleveren voor de toepassing ten aanzien van een gegadigde of, voor zover het gaat om diens acceptatie als bedoeld in artikel 5, derde lid, onderdeel c, een onderaannemer van artikel 45 van richtlijn nr. 2004/18/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 31 maart 2004 betreffende de coördinatie van de procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten voor werken, leveringen en diensten (PbEG L 134);
|
||||
b. feiten en omstandigheden die grond kunnen opleveren voor de overeenkomstige toepassing ten aanzien van een gegadigde of, voorzover het gaat om diens acceptatie als bedoeld in artikel 5, derde lid, onderdeel c, een onderaannemer van de in onderdeel a genoemde bepalingen, indien de richtlijn nr. 2004/17/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 31 maart 2004 houdende coördinatie van de procedures voor het plaatsen van opdrachten in de sectoren water- en energievoorziening, vervoer en postdiensten (PbEG L 134) op de aanbesteding van toepassing is;
|
||||
c. de mogelijkheid dat een gegadigde of onderaannemer wordt gefinancierd met uit gepleegde strafbare feiten verkregen of te verkrijgen, op geld waardeerbare voordelen;
|
||||
d. de mate van gevaar dat een gegadigde, indien de overheidsopdracht aan hem zou worden gegund, of de onderaannemer bij de uitvoering van die opdracht strafbare feiten zal plegen.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Voor zover het gaat om een vastgoedtransactie, heeft het Bureau tot taak rechtspersonen met een overheidstaak desgevraagd advies uit te brengen over:
|
||||
|
||||
a. de mate van gevaar dat de vastgoedtransactie mede zal worden gebruikt om uit gepleegde strafbare feiten verkregen of te verkrijgen, op geld waardeerbare voordelen te benutten,
|
||||
b. de mate van gevaar dat in of met de onroerende zaak waar de vastgoedtransactie betrekking op heeft, mede strafbare feiten zullen worden gepleegd, of
|
||||
c. de ernst van de feiten en omstandigheden die er op wijzen of redelijkerwijs doen vermoeden dat ter verkrijging van een vastgoedtransactie een strafbaar feit is gepleegd.
|
||||
|
||||
**4.** Artikel 3, tweede tot en met vijfde en achtste lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 10
|
||||
|
||||
Het Bureau heeft voorts tot taak bestuursorganen desgevraagd te informeren omtrent de in deze wet en in andere algemeen verbindende voorschriften neergelegde weigerings- en intrekkingsgronden inzake subsidies, vergunningen en ontheffingen.
|
||||
|
||||
### Artikel 11
|
||||
|
||||
Het Bureau kan indien daartoe aanleiding bestaat de officier van justitie, met het oog op diens bevoegdheid ingevolge artikel 26, berichten over het advies, indien daarin wordt aangegeven dat er sprake is van ernstig gevaar als bedoeld in artikel 3, eerste lid, of feiten en omstandigheden als bedoeld in artikel 3, zesde lid, onderscheidenlijk dat er reden is tot toepassing of overeenkomstige toepassing van een bepaling als bedoeld in artikel 9, tweede lid, onderdeel a.
|
||||
Het Bureau kan indien daartoe aanleiding bestaat de officier van justitie, met het oog op diens bevoegdheid ingevolge artikel 26, berichten over gegevens die het heeft verkregen in het kader van zijn taak.
|
||||
|
||||
### Artikel 11a
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
Het Bureau bericht een bestuursorgaan of een rechtspersoon met een overheidstaak desgevraagd in het geval waarin hij bevoegd is tot toepassing van deze wet over:
|
||||
|
||||
a. het feit of over de betrokkene, in de afgelopen twee jaren, een advies is uitgebracht dan wel een adviesaanvraag in behandeling is genomen, en zo ja
|
||||
b. voor welke beschikking, aanbesteding of vastgoedtransactie het advies is uitgebracht dan wel de adviesaanvraag in behandeling is genomen, en
|
||||
c. indien advies is uitgebracht: de mate van gevaar zoals dat is opgenomen in het advies.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 3.2. Werkwijze van het Bureau
|
||||
|
||||
|
|
@ -196,7 +223,7 @@ Het verzamelen van persoonsgegevens wordt beperkt tot:
|
|||
|
||||
a. persoonsgegevens uit openbare registers,
|
||||
b. persoonsgegevens die overeenkomstig artikel 8, aanhef en onderdeel e, van de Wet bescherming persoonsgegevens zijn verkregen, en
|
||||
c. persoonsgegevens die op grond van artikel 13 of 27 zijn verstrekt.
|
||||
c. persoonsgegevens die op grond van de artikelen 13, 27 of 27a zijn verstrekt.
|
||||
|
||||
**3.** Het Bureau kan bij het verzamelen van gegevens als bedoeld in het tweede lid, gebruik maken van het burgerservicenummer of, bij het ontbreken daarvan, het sociaal-fiscaalnummer.
|
||||
|
||||
|
|
@ -212,9 +239,9 @@ e. de wijze van financiering.
|
|||
|
||||
### Artikel 13
|
||||
|
||||
**1.** Het Bureau kan ten behoeve van de uitvoering van de taak, bedoeld in artikel 9, de terzake bevoegde autoriteiten in het buitenland verzoeken na te gaan of aldaar strafrechtelijke gegevens bekend zijn van personen tot wie het onderzoek naar feiten en omstandigheden als bedoeld in de artikelen 3, tweede, derde en zesde lid, en 9, tweede lid, zich uitstrekt.
|
||||
**1.** Het Bureau kan ten behoeve van de uitvoering van de taak, bedoeld in artikel 9, de terzake bevoegde autoriteiten in het buitenland verzoeken na te gaan of aldaar strafrechtelijke gegevens bekend zijn van personen tot wie het onderzoek naar feiten en omstandigheden als bedoeld in de artikelen 3, tweede, derde en zesde lid, en 9, tweede en derde lid zich uitstrekt.
|
||||
|
||||
**2.** Een verzoek als bedoeld in het eerste lid wordt uitsluitend door tussenkomst van de officier van justitie tot de bevoegde autoriteit gericht.
|
||||
**2.** Een verzoek als bedoeld in het eerste lid wordt uitsluitend door tussenkomst van de officier van justitie tot de bevoegde autoriteit gericht, met uitzondering van een verzoek dat is gebaseerd op het Kaderbesluit nr. 2009/315/JBZ van de Raad van de Europese Unie van 26 februari 2009 betreffende de organisatie en de inhoud van uitwisseling van gegevens uit het strafregister tussen de lidstaten (Pb EU L93/23), dat door tussenkomst van de Minister van Veiligheid en Justitie geschiedt.
|
||||
|
||||
### Artikel 14
|
||||
|
||||
|
|
@ -225,25 +252,25 @@ Het Bureau neemt in het advies geen gegevens op waarvan:
|
|||
a. de verstrekker heeft aangegeven dat deze, gelet op het karakter van die gegevens, niet aan de desbetreffende persoon ter kennis mogen worden gebracht, of
|
||||
b. de officier van justitie, bedoeld in het tweede lid, heeft aangegeven dat deze niet mogen worden gebruikt in verband met een zwaarwegend strafvorderlijk belang.
|
||||
|
||||
**2.** Het College van Procureurs-Generaal wijst de officier van justitie aan, aan wie het advies, voordat dit wordt toegezonden aan het bestuursorgaan dat of de aanbestedende dienst die om advies hebben gevraagd, wordt voorgelegd met het oog op de beoordeling of daarin gegevens zijn opgenomen waarvan het gebruik een zwaarwegend strafvorderlijk belang schaadt.
|
||||
**2.** Het College van Procureurs-Generaal wijst de officier van justitie aan, aan wie het advies, voordat dit wordt toegezonden aan het bestuursorgaan dat of de rechtspersoon met een overheidstaak die om advies hebben gevraagd, wordt voorgelegd met het oog op de beoordeling of daarin gegevens zijn opgenomen waarvan het gebruik een zwaarwegend strafvorderlijk belang schaadt.
|
||||
|
||||
### Artikel 15
|
||||
|
||||
**1.** Het advies wordt zo spoedig mogelijk gegeven, maar in ieder geval binnen een termijn van vier weken nadat het bestuursorgaan of de aanbestedende dienst een advies heeft aangevraagd.
|
||||
**1.** Het advies wordt zo spoedig mogelijk gegeven, maar in ieder geval binnen een termijn van acht weken nadat het bestuursorgaan of de rechtspersoon met een overheidstaak een advies heeft aangevraagd.
|
||||
|
||||
**2.** De in het eerste lid bedoelde termijn wordt opgeschort met ingang van de dag waarop het bestuursorgaan of de aanbestedende dienst is verzocht om gegevens die bij de aanvraag ontbreken of om aanvullende gegevens die noodzakelijk zijn voor het advies, tot de dag waarop die gegevens zijn ontvangen.
|
||||
**2.** De in het eerste lid bedoelde termijn wordt opgeschort met ingang van de dag waarop het bestuursorgaan, de rechtspersoon met een overheidstaak of de betrokkene is verzocht om gegevens die bij de aanvraag ontbreken of om aanvullende gegevens die noodzakelijk zijn voor het advies, tot de dag waarop die gegevens zijn ontvangen.
|
||||
|
||||
**3.** Indien het advies niet binnen vier weken kan worden gegeven, stelt het Bureau het bestuursorgaan of de aanbestedende dienst daarvan in kennis en noemt hij daarbij een termijn waarbinnen het advies wel tegemoet kan worden gezien. Deze termijn bedraagt niet meer dan vier weken.
|
||||
**3.** Indien het advies niet binnen acht weken kan worden gegeven, stelt het Bureau het bestuursorgaan of de rechtspersoon met een overheidstaak daarvan in kennis en noemt hij daarbij een termijn waarbinnen het advies wel tegemoet kan worden gezien. Deze termijn bedraagt niet meer dan vier weken.
|
||||
|
||||
### Artikel 16
|
||||
|
||||
**1.** Het Bureau brengt een bijdrage in de kosten van het advies in rekening bij het bestuursorgaan dat of de aanbestedende dienst die het advies heeft gevraagd.
|
||||
**1.** Het Bureau brengt een bijdrage in de kosten van het advies in rekening bij het bestuursorgaan dat of de rechtspersoon met een overheidstaak die het advies heeft gevraagd.
|
||||
|
||||
**2.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur, gegeven op voordracht van Onze Ministers, worden regels gegeven over de wijze waarop de in het eerste lid bedoelde bijdrage wordt vastgesteld.
|
||||
**2.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gegeven over de wijze waarop de in het eerste lid bedoelde bijdrage wordt vastgesteld.
|
||||
|
||||
### Artikel 17
|
||||
|
||||
Bij regeling van Onze Ministers kunnen nadere regels worden gegeven over de werkwijze van het Bureau, alsmede over de totstandkoming en inrichting van het advies.
|
||||
Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gegeven over de werkwijze van het Bureau, alsmede over de totstandkoming en inrichting van het advies.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 3.3. De verwerking van gegevens door het Bureau
|
||||
|
||||
|
|
@ -259,14 +286,14 @@ Het Bureau kan persoonsgegevens die zijn verzameld of verkregen met het oog op d
|
|||
|
||||
**1.** Voor zoveel nodig in afwijking van hetgeen in de Wet openbaarheid van bestuur en andere wetten is bepaald ten aanzien van verstrekking van gegevens, verstrekt het Bureau aan derden geen persoonsgegevens die het heeft verkregen in het kader van zijn taak, bedoeld in artikel 9.
|
||||
|
||||
**2.** Onder derden als bedoeld in het eerste lid worden mede begrepen andere dienstonderdelen van het Ministerie van Justitie en andere overheidsdiensten en -instellingen.
|
||||
**2.** Onder derden als bedoeld in het eerste lid worden mede begrepen andere dienstonderdelen van het Ministerie van Veiligheid en Justitie en andere overheidsdiensten en -instellingen.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
In afwijking van het eerste lid kunnen in de volgende gevallen persoonsgegevens worden verstrekt:
|
||||
|
||||
a. voorzover persoonsgegevens in het advies dienen te worden opgenomen in verband met de noodzakelijke motivering daarvan;
|
||||
b. in de berichtgeving, bedoeld in artikel 11;
|
||||
b. in de berichtgeving, bedoeld in de artikelen 11 of 11a;
|
||||
c. ten behoeve van de uitoefening van de controlerende of toezichthoudende bevoegdheid van:
|
||||
|
||||
1°. de Algemene Rekenkamer;
|
||||
|
|
@ -274,41 +301,38 @@ c. ten behoeve van de uitoefening van de controlerende of toezichthoudende bevoe
|
|||
3°. het College bescherming persoonsgegevens;
|
||||
d. indien toepassing wordt gegeven aan:
|
||||
|
||||
1°. artikel 125i of 126a van het Wetboek van Strafvordering, of
|
||||
1°. de artikelen in het Wetboek van Strafvordering betreffende het vorderen van gegevens,
|
||||
2°. artikel 17 van de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten;
|
||||
e. desgevraagd, ten behoeve van wetenschappelijk onderzoek en statistiek, met dien verstande dat de resultaten daarvan geen persoonsgegevens mogen bevatten en voorzover de persoonlijke levenssfeer van de geregistreerde daardoor niet onevenredig wordt geschaad.
|
||||
e. desgevraagd, ten behoeve van kwaliteitstoetsing, wetenschappelijk onderzoek en statistiek, met dien verstande dat de resultaten daarvan geen persoonsgegevens mogen bevatten en voorzover de persoonlijke levenssfeer van de geregistreerde daardoor niet onevenredig wordt geschaad;
|
||||
f. de rechter.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 3.4. Beheer van het Bureau
|
||||
|
||||
### Artikel 21
|
||||
|
||||
**1.** De algemene leiding, de organisatie en het beheer van het Bureau berusten bij Onze Minister van Justitie.
|
||||
**1.** De algemene leiding, de organisatie en het beheer van het Bureau berusten bij Onze Minister.
|
||||
|
||||
**2.** De dagelijkse leiding berust bij de directeur van het Bureau.
|
||||
|
||||
**3.** De directeur van het Bureau rapporteert, gevraagd en ongevraagd, rechtstreeks aan Onze Minister van Justitie al hetgeen van belang kan zijn.
|
||||
**3.** De directeur van het Bureau rapporteert, gevraagd en ongevraagd, rechtstreeks aan Onze Minister al hetgeen van belang kan zijn.
|
||||
|
||||
### Artikel 22
|
||||
|
||||
Benoeming, schorsing en ontslag van de directeur van het Bureau geschiedt bij koninklijk besluit op voordracht van Onze Ministers.
|
||||
Benoeming, schorsing en ontslag van de directeur van het Bureau geschiedt bij koninklijk besluit op voordracht van Onze Minister.
|
||||
|
||||
### Artikel 23
|
||||
|
||||
Onze Minister van Justitie bepaalt in overeenstemming met Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties het budget en de formatie van het Bureau.
|
||||
Onze Minister bepaalt het budget en de formatie van het Bureau.
|
||||
|
||||
### Artikel 24
|
||||
|
||||
Onze Ministers brengen jaarlijks voor 1 mei aan beide kamers der Staten-Generaal een openbaar verslag uit van de wijze waarop het Bureau zijn taken in het afgelopen kalenderjaar heeft verricht.
|
||||
Onze Minister brengt jaarlijks voor 1 mei aan beide kamers der Staten-Generaal een openbaar verslag uit van de wijze waarop het Bureau zijn taken in het afgelopen kalenderjaar heeft verricht.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 3.5. Begeleidingscommissie
|
||||
|
||||
### Artikel 25
|
||||
|
||||
**1.** Er is een begeleidingscommissie, die geregeld overleg voert met de directeur van het Bureau over de wijze waarop het Bureau zijn taak vervult.
|
||||
|
||||
**2.** De leden van de begeleidingscommissie worden door Onze Ministers benoemd op zodanige wijze dat de in artikel 27, eerste lid, genoemde overheidsdiensten en -instellingen, alsmede de bestuursorganen en aanbestedende diensten zich in de commissie vertegenwoordigd kunnen weten.
|
||||
|
||||
**3.** Bij regeling van Onze Ministers worden regels gegeven over de wijze waarop en de frequentie waarmee de directeur overleg voert met de begeleidingscommissie.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 4. Bevoegdheden, verplichtingen en procedurele bepalingen
|
||||
|
||||
|
|
@ -316,7 +340,7 @@ Onze Ministers brengen jaarlijks voor 1 mei aan beide kamers der Staten-Generaal
|
|||
|
||||
### Artikel 26
|
||||
|
||||
De officier van justitie die beschikt over gegevens die er op duiden dat een betrokkene in relatie staat tot strafbare feiten die reeds gepleegd zijn of, naar redelijkerwijs op grond van feiten of omstandigheden kan worden vermoed, gepleegd zullen worden, kan het bestuursorgaan of de aanbestedende dienst wijzen op de wenselijkheid het Bureau om een advies te vragen.
|
||||
De officier van justitie die beschikt over gegevens die er op duiden dat een betrokkene in relatie staat tot strafbare feiten die reeds gepleegd zijn of, naar redelijkerwijs op grond van feiten of omstandigheden kan worden vermoed, gepleegd zullen worden, kan het bestuursorgaan of de rechtspersoon met een overheidstaak wijzen op de mogelijkheid het Bureau om een advies te vragen.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 4.2. Verplichting tot medewerking
|
||||
|
||||
|
|
@ -330,20 +354,20 @@ a. Onze Minister van Financiën, voorzover het bestanden betreft waarvan de gege
|
|||
|
||||
1°. de Belastingdienst FIOD-ECD;
|
||||
2°. de rijksbelastingdienst;
|
||||
b. Onze Minister van Justitie, voorzover het bestanden betreft waarvan de gegevens worden verwerkt door:
|
||||
b. Onze Minister, voorzover het bestanden betreft waarvan de gegevens worden verwerkt door:
|
||||
|
||||
1°. de Centrale Justitiële Documentatie;
|
||||
2°. de Immigratie- en Naturalisatiedienst;
|
||||
3°. het Meldpunt ongebruikelijke transacties en die ingevolge artikel 14, derde lid, van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme kunnen worden verstrekt;
|
||||
4°. het openbaar ministerie;
|
||||
5°. de registratie, bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Wet controle op rechtspersonen;
|
||||
c. Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, voorzover het bestanden betreft waarvan de gegevens worden verwerkt door de Algemene Inspectiedienst;
|
||||
d. Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, voorzover het bestanden betreft waarvan de gegevens worden verwerkt door de Arbeidsinspectie of de Sociale Inlichtingen- en Opsporingsdienst;
|
||||
e. Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, voorzover het bestanden betreft waarvan de gegevens worden verwerkt door de VROM inlichtingen- en opsporingsdienst;
|
||||
1°. de Justitiële informatiedienst;
|
||||
2°. het Meldpunt ongebruikelijke transacties en die ingevolge artikel 14, derde lid, van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme kunnen worden verstrekt;
|
||||
3°. het openbaar ministerie;
|
||||
4°. de registratie, bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Wet controle op rechtspersonen;
|
||||
c. Onze Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, voorzover het bestanden betreft waarvan de gegevens worden verwerkt door de Algemene Inspectiedienst;
|
||||
d. Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, voor zover het bestanden betreft waarvan de gegevens worden verwerkt door de Inspectie SZW;
|
||||
e. Onze Minister van Infrastructuur en Milieu, voorzover het bestanden betreft waarvan de gegevens worden verwerkt door de VROM inlichtingen- en opsporingsdienst;
|
||||
f. de in artikel 1, onderdeel f, van de Wet politiegegevens bedoelde bestuursorganen, voorzover het een politieregister betreft;
|
||||
g. het college van burgemeester en wethouders van een gemeente, voor zover het de verwerking van gegevens betreft voor de uitvoering van de Wet werk en bijstand, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers en de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen;
|
||||
h. het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen en de Sociale verzekeringsbank;
|
||||
i. op voordracht van Onze Ministers, gedaan in overeenstemming met Onze Ministers wie het mede aangaat, bij algemene maatregel van bestuur aangewezen bestuursorganen. De voordracht voor een krachtens dit lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
|
||||
i. Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties voorzover het bestanden betreft waarvan de gegevens worden verwerkt door de Immigratie- en Naturalisatiedienst;
|
||||
j. op voordracht van Onze Minister, gedaan in overeenstemming met Onze Minister wie het mede aangaat, bij algemene maatregel van bestuur aangewezen bestuursorganen. De voordracht voor een krachtens dit lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -357,11 +381,11 @@ c. bij opsporingsgegevens naar het oordeel van de officier van justitie, in over
|
|||
|
||||
**4.** De gegevensverstrekking ingevolge het eerste lid geschiedt kosteloos, voorzover bij of krachtens de wet niet anders is bepaald.
|
||||
|
||||
**5.** Op voordracht van Onze Ministers worden bij of krachtens algemene maatregel van bestuur regels gegeven over de termijn waarbinnen de verstrekking van gegevens dient plaats te vinden en kunnen regels worden gegeven over de wijze van verstrekken van gegevens door de bestuursorganen, bedoeld in het eerste lid.
|
||||
**5.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gegeven over de termijn waarbinnen de verstrekking van gegevens dient plaats te vinden en kunnen regels worden gegeven over de wijze van verstrekken van gegevens door de bestuursorganen, bedoeld in het eerste lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 27a
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
Afschriften van rechterlijke uitspraken en processen-verbaal van de mondelinge uitspraak in bestuursrechtelijke zaken worden desgevraagd aan het Bureau verstrekt overeenkomstig de daarop van toepassing zijnde wettelijke bepalingen.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 4.3. Geheimhoudingsplicht
|
||||
|
||||
|
|
@ -371,41 +395,51 @@ Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
|||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Het bestuursorgaan dat of de aanbestedende dienst die een advies ontvangt, geeft de daarin opgenomen gegevens niet door, behoudens aan:
|
||||
Het bestuursorgaan dat of de rechtspersoon met een overheidstaak die een advies ontvangt, geeft de daarin opgenomen gegevens niet door, behoudens aan:
|
||||
|
||||
a. de aanvrager, dan wel de subsidie-ontvanger of vergunninghouder, uitsluitend voorzover dit noodzakelijk is ter motivering van de door deze gevraagde beschikking, onderscheidenlijk van de beschikking tot intrekking van de subsidie of vergunning;
|
||||
b. de gegadigde of de partij aan wie een overheidsopdracht is gegund, uitsluitend voorzover dit noodzakelijk is ter motivering van de weigering van de gunning van de overheidsopdracht of van de toestemming als bedoeld in artikel 5, derde lid, onderdeel c, onderscheidenlijk van de beslissing tot ontbinding van de overeenkomst inzake die overheidsopdracht;
|
||||
c. de derde die in de motivering, bedoeld in de onderdelen a en b, wordt vermeld, uitsluitend voorzover de in die motivering opgenomen gegevens hem betreffen;
|
||||
d. de Algemene Rekenkamer;
|
||||
e. de Nationale ombudsman;
|
||||
f. het College bescherming persoonsgegevens;
|
||||
g. de rechter.
|
||||
a. de betrokkene, uitsluitend voorzover dit noodzakelijk is ter motivering van de naar aanleiding van het advies te nemen beslissing;
|
||||
b. de derde die in de motivering, bedoeld in de onderdeel a, wordt vermeld, uitsluitend voorzover de in die motivering opgenomen gegevens hem betreffen;
|
||||
c. leden van het overleg, bedoeld in artikel 13 van de Politiewet 2012, voor zover noodzakelijk voor het ondersteunen van het bestuursorgaan of de rechtspersoon met een overheidstaak bij de motivering van de naar aanleiding van het advies te nemen beslissing;
|
||||
d. een andere deelnemer aan een regionaal samenwerkingsverband voor de aanpak van georganiseerde criminaliteit van bestuursorganen, de politie, het openbaar ministerie, de rijksbelastingdienst, de belastingdienst FIOD-ECD, de Sociale Inlichtingen- en Opsporingsdienst en de Koninklijke marechaussee, voorzover de gegevens noodzakelijk zijn voor het ondersteunen van het bestuursorgaan of de rechtspersoon met een overheidstaak bij het toepassen van deze wet;
|
||||
e. de adviescommissie, bedoeld in artikel 7:13 van de Algemene wet bestuursrecht;
|
||||
f. degene die door Onze Minister is verzocht om een kwaliteitstoetsing ten aanzien van de adviezen van het Bureau te verrichten;
|
||||
g. de Algemene Rekenkamer;
|
||||
h. de Nationale Ombudsman;
|
||||
i. het College bescherming persoonsgegevens;
|
||||
j. de rechter;
|
||||
k. de met opsporing belaste ambtenaren indien toepassing wordt gegeven aan de artikelen in het Wetboek van Strafvordering betreffende het vorderen van gegevens;
|
||||
l. de inlichtingen- en veiligheidsdiensten indien toepassing wordt gegeven aan artikel 17 van de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2002.
|
||||
|
||||
**3.** Indien de betrokkene gebruik wenst te maken van de in artikel 33, eerste, tweede en derde lid, bedoelde mogelijkheid om zijn zienswijze kenbaar te maken, wordt hem door het bestuursorgaan, onderscheidenlijk de aanbestedende dienst, de gelegenheid geboden het advies in te zien.
|
||||
**3.** Bij de toepassing van artikel 33 verstrekt het bestuursorgaan of de rechtspersoon met een overheidstaak de betrokkene een afschrift van het advies en wijst hem daarbij schriftelijk op zijn geheimhoudingsplicht op grond van het eerste lid.
|
||||
|
||||
**4.** Indien de betrokkene een beschikking dan wel de intrekking van een subsidie of vergunning, onderscheidenlijk de weigering van een overheidsopdracht of de ontbinding van een overeenkomst inzake een dergelijke opdracht, in rechte aanvecht, is hij bevoegd de in het eerste lid bedoelde gegevens bekend te maken aan de rechter.
|
||||
**4.** Indien de betrokkene een beschikking dan wel de intrekking van een subsidie of vergunning, onderscheidenlijk de weigering van een overheidsopdracht of een vastgoedtransactie dan wel de ontbinding van een overeenkomst inzake een dergelijke opdracht of transactie, in rechte aanvecht, is hij bevoegd de in het eerste lid bedoelde gegevens bekend te maken aan de rechter.
|
||||
|
||||
### Artikel 29
|
||||
|
||||
Het bestuursorgaan dat of de aanbestedende dienst die een advies ontvangt, kan dat advies gedurende twee jaren gebruiken in verband met een andere beslissing.
|
||||
Het bestuursorgaan dat of de rechtspersoon met een overheidstaak die een advies ontvangt, kan dat advies gedurende twee jaren gebruiken in verband met een andere beslissing.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 4.4. Overige bepalingen
|
||||
|
||||
### Artikel 30
|
||||
|
||||
**1.** In de formulieren die dienen voor het aanvragen van een beschikking of die worden gebruikt in het kader van een aanbesteding, worden vragen opgenomen die erop gericht zijn het Bureau in staat te stellen het onderzoek naar feiten en omstandigheden als bedoeld in artikel 3, tweede, derde en zesde lid, of artikel 9, tweede lid, respectievelijk artikel 9, tweede lid, onder a. en b. uit te voeren alsmede onderzoek te verrichten naar de aspecten, bedoeld in artikel 9, tweede lid, onder c. en d.
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De betrokkene verschaft het bestuursorgaan of de rechtspersoon met een overheidstaak de gegevens en bescheiden om deze in staat te stellen bij de aanvraag van een beschikking, de gunning van een overheidsopdracht, de acceptatie als onderaannemer of het aangaan van een vastgoedtransactie onderzoek te verrichten naar:
|
||||
|
||||
a. feiten en omstandigheden als bedoeld in artikel 3, tweede, derde en zesde lid, en artikel 9, tweede lid, onderdelen a en b en derde lid;
|
||||
b. aspecten als bedoeld in artikel 9, tweede lid, onderdelen c en d.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
De in het eerste lid bedoelde vragen omvatten in ieder geval die naar:
|
||||
De in het eerste lid bedoelde gegevens omvatten in ieder geval:
|
||||
|
||||
a. de naam, het adres en de woonplaats of plaats van vestiging van de aanvrager of gegadigde;
|
||||
b. de naam, het adres en de woonplaats van de persoon die het formulier namens de aanvrager of gegadigde invult;
|
||||
a. de naam, het adres en de woonplaats of plaats van vestiging van de betrokkene;
|
||||
b. de naam, het adres en de woonplaats van de persoon door wie de betrokkene zich laat vertegenwoordigen;
|
||||
c. het burgerservicenummer of, bij het ontbreken daarvan, het sociaal-fiscaalnummer van de persoon, bedoeld in de onderdelen a en b;
|
||||
d. het nummer van inschrijving bij de Kamer van Koophandel en Fabrieken;
|
||||
e. de rechtsvorm van de aanvrager of gegadigde;
|
||||
f. de handelsnaam of handelsnamen waarvan de aanvrager of gegadigde gebruik maakt of heeft gemaakt;
|
||||
g. de natuurlijke personen of rechtspersonen die, voorzover van toepassing:
|
||||
e. de rechtsvorm van de betrokkene;
|
||||
f. de handelsnaam of handelsnamen waarvan de betrokkene gebruik maakt of heeft gemaakt;
|
||||
g. de naam, het adres en de woonplaats van de natuurlijke personen of rechtspersonen die, voorzover van toepassing:
|
||||
|
||||
1°. direct of indirect leiding geven of hebben gegeven aan betrokkene;
|
||||
2°. direct of indirect zeggenschap hebben of hebben gehad over betrokkene;
|
||||
|
|
@ -413,7 +447,13 @@ g. de natuurlijke personen of rechtspersonen die, voorzover van toepassing:
|
|||
4°. onderaannemer van betrokkene zijn;
|
||||
h. de wijze van financiering.
|
||||
|
||||
**3.** Het bestuursorgaan, onderscheidenlijk de aanbestedende dienst, verzoekt de betrokkene tevens om invulling van de in het eerste lid bedoelde formulieren, indien om advies wordt gevraagd met het oog op een beslissing terzake van de intrekking van een subsidie of vergunning, onderscheidenlijk de ontbinding van een overeenkomst inzake een overheidsopdracht.
|
||||
**3.** De betrokkene verschaft het bestuursorgaan of de rechtspersoon met een overheidstaak tevens de gegevens en bescheiden, indien onderzoek wordt gedaan met het oog op een beslissing ter zake van de intrekking van een beschikking, onderscheidenlijk de ontbinding van een overeenkomst inzake een overheidsopdracht dan wel de opschorting of ontbinding van een overeenkomst of de beëindiging van een rechtshandeling inzake een vastgoedtransactie.
|
||||
|
||||
**4.** Teneinde het Bureau in staat te stellen onderzoek te verrichten als bedoeld in deze wet, zendt het bestuursorgaan dat of de rechtspersoon met een overheidstaak die het Bureau om advies verzoekt, de door de betrokkene verstrekte gegevens en bescheiden, tezamen met de bevindingen van het eigen onderzoek, toe aan het Bureau.
|
||||
|
||||
**5.** Bij ministeriële regeling worden een of meer formulieren vastgesteld voor het verstrekken van de in het eerste en derde lid bedoelde gegevens en bescheiden alsmede voor de bevindingen van het eigen onderzoek.
|
||||
|
||||
**6.** Artikel 28, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing op de door het bestuursorgaan of de rechtspersoon met een overheidstaak van de betrokkene op grond van het eerste of derde lid verkregen gegevens alsmede op de bevindingen van het eigen onderzoek.
|
||||
|
||||
### Artikel 31
|
||||
|
||||
|
|
@ -421,7 +461,7 @@ Indien het bestuursorgaan een advies aanvraagt, wordt de wettelijke termijn waar
|
|||
|
||||
### Artikel 32
|
||||
|
||||
Het bestuursorgaan of de aanbestedende dienst informeert de betrokkene dat het Bureau om advies is verzocht.
|
||||
Het bestuursorgaan of de rechtspersoon met een overheidstaak informeert de betrokkene dat het Bureau om advies is verzocht.
|
||||
|
||||
### Artikel 33
|
||||
|
||||
|
|
@ -429,7 +469,15 @@ Het bestuursorgaan of de aanbestedende dienst informeert de betrokkene dat het B
|
|||
|
||||
**2.** Indien een bestuursorgaan een beschikking geeft, is in elk geval de persoon die in de beschikking wordt genoemd een belanghebbende in de zin van artikel 4:8 van de Algemene wet bestuursrecht.
|
||||
|
||||
**3.** Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op de aanbestedende dienst die een besluit neemt terzake van de gunning van een overheidsopdracht, onderscheidenlijk inzake de toestemming, bedoeld in artikel 5, derde lid, onderdeel c, of de ontbinding van de overeenkomst met de partij aan wie de overheidsopdracht is gegund.
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op de rechtspersoon met een overheidstaak die een beslissing neemt ter zake van:
|
||||
|
||||
a. de gunning van een overheidsopdracht,
|
||||
b. de toestemming, bedoeld in artikel 5, derde lid, onderdeel c,
|
||||
c. de ontbinding van de overeenkomst met de partij aan wie de overheidsopdracht is gegund,
|
||||
d. het aangaan van een vastgoedtransactie, of
|
||||
e. de opschorting of ontbinding van de overeenkomst of de beëindiging van de rechtshandeling met de natuurlijke persoon of de rechtspersoon met wie de vastgoedtransactie is aangegaan.
|
||||
|
||||
**4.** Voor de toepassing van het eerste en derde lid zijn de artikelen 4:9 tot en met 4:12 van de Algemene wet bestuursrecht van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
|
|
@ -483,20 +531,11 @@ De bepalingen van de in hoofdstuk 5 genoemde wetten, zoals zij luiden na de inwe
|
|||
|
||||
### Artikel 44
|
||||
|
||||
**1.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen Onze Ministers tijdelijk van een of meer bij of krachtens deze wet gegeven voorschriften afwijken of een zodanige afwijking toestaan.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Indien toepassing wordt gegeven aan het eerste lid, worden in ieder geval bepaald:
|
||||
|
||||
a. de wijze waarop tot een keuze voor een afwijking als bedoeld in het eerste lid, wordt gekomen,
|
||||
b. de voorschriften waarvan tijdelijk kan worden afgeweken, alsmede in welke zin van die voorschriften kan worden afgeweken,
|
||||
c. de ten hoogste toegestane tijdsduur van een afwijking als bedoeld in het eerste lid, en
|
||||
d. de wijze waarop tot de vaststelling wordt gekomen of de tijdelijke afwijking als bedoeld in het eerste lid zodanig geslaagd is dat het wettelijk voorschrift waarvan tijdelijk is afgeweken, zou moeten worden gewijzigd.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 45
|
||||
|
||||
Onze Ministers zenden binnen drie jaar na de inwerkingtreding van deze wet aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk.
|
||||
Onze Minister zendt binnen vijf jaar na inwerkingtreding van de Evaluatie- en uitbreidingswet Bibob aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en effecten van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur in de praktijk.
|
||||
|
||||
### Artikel 46
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue