diff --git a/wet/wet-op-belastingen-van-rechtsverkeer/BWBR0002740/README.md b/wet/wet-op-belastingen-van-rechtsverkeer/BWBR0002740/README.md index e9adac882d3..ec3eda2612f 100644 --- a/wet/wet-op-belastingen-van-rechtsverkeer/BWBR0002740/README.md +++ b/wet/wet-op-belastingen-van-rechtsverkeer/BWBR0002740/README.md @@ -171,7 +171,7 @@ b. door een of meer kinderen, kleinkinderen, broers, zusters, of hun echtgenoten 1°. met een kind gelijkgesteld een pleegkind; 2°. met een broer of zuster gelijkgesteld een halfbroer, halfzuster, pleegbroer of pleegzuster; c. door de Staat, een provincie, een gemeente, een waterschap, een politieregio in de zin van artikel 21 van de Politiewet 1993, een openbaar lichaam in de zin van artikel 134 van de Grondwet, een rechtspersoonlijkheid bezittend lichaam in de zin van de Wet gemeenschappelijke regelingen of een rechtspersoonlijkheid bezittend lichaam, gevormd krachtens een door de Staat met een of meer andere publiekrechtelijke lichamen aangegane gemeenschappelijke regeling; -d. krachtens schenking in de zin van artikel 175, eerste lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, met dien verstande dat de vrijstelling niet geldt ten aanzien van aandelen als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel a , en dat, ingeval aan de schenking lasten zijn verbonden, de vrijstelling niet geldt tot het bedrag dat ter zake van die lasten in aftrek komt voor de heffing van het recht van schenking of het recht van overgang; +d. krachtens schenking in de zin van artikel 175, eerste lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, met dien verstande dat de vrijstelling niet geldt ten aanzien van aandelen als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel a, en dat, ingeval aan de schenking lasten zijn verbonden, de vrijstelling niet geldt tot het bedrag dat ter zake van die lasten in aftrek komt voor de heffing van het recht van schenking of het recht van overgang; e. krachtens inbreng van een onderneming in een vennootschap, in de volgende gevallen: 1°. bij inbreng in een vennootschap die geen in aandelen verdeeld kapitaal heeft, mits: @@ -190,21 +190,21 @@ h. bij fusie, splitsing en interne reorganisatie; i. van een zaak die is aangebracht door of in opdracht en voor rekening van de verkrijger of zijn rechtsvoorganger onder algemene titel; j. van bodembestanddelen, zoals zand, grind, veen en terpaarde, welke ingevolge beding geacht worden niet te zijn verkregen; k. bedoeld in de artikelen 49, 56, 85, tweede lid, 89, tweede lid, en 103, tweede lid, van de Wet op het primair onderwijs, de artikelen 52, 58 en 101, tweede lid, van de Wet op de expertisecentra en de artikelen 42c, 50 en 76n, tweede lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs, artikel 90 van de Wet op het hoger beroepsonderwijs, artikel 2.13 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek en de artikelen 9.1.3 en 9.2.2 van de Wet educatie en beroepsonderwijs, alsmede verkrijgingen waarvoor de vervreemder de in artikel 106, tweede lid, van de Wet op het primair onderwijs, artikel 104, tweede lid, van de Wet op de expertisecentra en de artikelen 76q, tweede lid, en 98, tweede lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs vereiste toestemming heeft verkregen, een en ander voorzover het verkregene voor onderwijs is bestemd; -l. krachtens de Ruilverkavelingswet 1954, de Reconstructiewet Midden-Delfland, de Herinrichtingswet Oost-Groningen en de Gronings-Drentse Veenkoloniën, de Landinrichtingswet en de Reconstructiewet concentratiegebieden; +l. krachtens de Ruilverkavelingswet 1954, de Reconstructiewet Midden-Delfland, de Herinrichtingswet Oost-Groningen en de Gronings-Drentse Veenkoloniën, de Landinrichtingswet, de Wet inrichting landelijk gebied en de Reconstructiewet concentratiegebieden; m. door het bureau beheer landbouwgronden; n. van woningen door een in Nederland gevestigde landelijke werkende toegelaten instelling als bedoeld in artikel 70, eerste lid, van de Woningwet, die geen winstoogmerk heeft en die hoofdzakelijk tot doel heeft de aankoop van woningen van andere toegelaten instellingen die betrokken zijn bij stedelijke herstructurering en de verkoop van deze woningen aan natuurlijke personen. De bepaling is van toepassing voorzover de andere toegelaten instellingen de bij de verkoop van woningen aan de landelijk werkende toegelaten instelling verkregen middelen binnen zeven kalenderjaren na het einde van het kalenderjaar waarin de woningen zijn verkocht, investeren ter bevordering van de stedelijke herstructurering. Bij regeling van Onze Minister, in overeenstemming met Onze Ministers van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties kunnen voorwaarden worden gesteld inzake toepassing van de bepaling. Voorzover de bedoelde investering niet uiterlijk binnen de genoemde termijn heeft plaatsgevonden, is de belasting alsnog verschuldigd op het tijdstip van het verstrijken van die termijn; o. door in Nederland gevestigde lichamen die de bevordering van stedelijke herstructurering ten doel hebben, dan wel, indien die lichamen geen rechtspersoonlijkheid hebben, door de vennoten van die lichamen. Deze bepaling is van toepassing in bij regeling van Onze Minister in overeenstemming met Onze Ministers van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties aan te wijzen gevallen onder daarbij te stellen voorwaarden; -oa. na voltooiing van stedelijke herstructurering, bedoeld in onderdeel o, van onroerende zaken van een lichaam als bedoeld in onderdeel o, door degenen die de onroerende zaken met toepassing van de vrijstelling, bedoeld in onderdeel o, hebben ingebracht in dat lichaam, dan wel, indien de verkrijgers behoren tot de kring van oprichters van het lichaam, van die onroerende zaken tot het beloop van hun gerechtigdheid in het lichaam; +oa. na voltooiing van een stedelijke herstructurering als bedoeld in onderdeel o, van onroerende zaken van een lichaam als bedoeld in onderdeel o, door degenen die de onroerende zaken met toepassing van de vrijstelling, bedoeld in onderdeel o, hebben ingebracht in dat lichaam of met toepassing van onderdeel o zoals dat luidde tot en met 31 december 2002 hebben ingebracht in een samenwerkingsverband dat na die datum is aangemerkt als een zodanig lichaam, dan wel, indien de verkrijgers behoren tot de kring van oprichters van het lichaam, van die onroerende zaken tot het beloop van hun gerechtigdheid in het lichaam; p. van monumenten in de zin van de Monumentenwet 1988 door in Nederland gevestigde rechtspersonen welke naar het oordeel van Onze Minister hoofdzakelijk de instandhouding van dergelijke monumenten ten doel hebben; -q. van landerijen en van de als kweek- of teeltmiddel gebruikte ondergrond van glasopstanden - of van een recht van erfpacht of beklemming daarop - tot een oppervlakte niet groter dan de oppervlakte van de naburige landerijen en van de als kweek- of teeltmiddel gebruikte ondergrond van glasopstanden welke de verkrijger reeds gedurende ten minste vijf jaar in eigendom, economische eigendom, erfpacht of beklemming heeft, mits de verkrijging in het belang is van een verbetering van de landbouwstructuur; verkrijgingen binnen een tijdsverloop van vijf jaar door dezelfde verkrijger worden als één verkrijging beschouwd; +q. van ten behoeve van de landbouw bedrijfsmatig geëxploiteerde cultuurgrond, daaronder begrepen de rechten van erfpacht of beklemming daarop. Onder cultuurgrond wordt mede begrepen de ondergrond van glasopstanden. De belasting die door toepassing van deze bepaling niet is geheven, is alsnog verschuldigd indien de exploitatie als zodanig niet gedurende ten minste tien jaren wordt voortgezet; r. krachtens herstel als is bedoeld in artikel 19; -s. van landerijen en van de als kweek- of teeltmiddel gebruikte ondergrond van glasopstanden - daaronder begrepen de rechten van erfpacht of beklemming daarop - krachtens ruiling, voor zover de belasting is verschuldigd over een bedrag gelijk aan de - met overeenkomstige toepassing van artikel 11 bepaalde - waarde van de door de verkrijger afgestane landerijen en van de als kweek- of teeltmiddel gebruikte ondergrond van glasopstanden welke zijn gelegen in dezelfde gemeente als de verkregen landerijen en als kweek- of teeltmiddel gebruikte ondergrond van glasopstanden of in een aangrenzende gemeente; -t. van landerijen en van de als kweek- of teeltmiddel gebruikte ondergrond van glasopstanden - daaronder begrepen de rechten van erfpacht of beklemming daarop - bij hervestiging van het landbouwbedrijf van de verkrijger indien de afgestane landerijen en van de als kweek- of teeltmiddel gebruikte ondergrond van glasopstanden door overheidsbeleid inzake de ontwikkeling van de natuurlijke en landschappelijke waarden of de ruimtelijke ordening voortaan of waarschijnlijk binnenkort buiten het kader van de uitoefening van een landbouwbedrijf zullen worden aangewend, voor zover de belasting is verschuldigd over een bedrag gelijk aan de - met overeenkomstige toepassing van artikel 11 bepaalde - waarde van die afgestane landerijen en van de als kweek- of teeltmiddel gebruikte ondergrond van glasopstanden, in bij regeling van Onze Minister in overeenstemming met Onze Ministers van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij en van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer aan te wijzen gevallen en onder daarbij te stellen voorwaarden. Voor de toepassing van deze bepaling wordt de waarde van de afgestane landerijen en van de als kweek- of teeltmiddel gebruikte ondergrond van glasopstanden bepaald zonder rekening te houden met de omstandigheid dat de grond voortaan of waarschijnlijk binnenkort buiten het kader van de uitoefening van het landbouwbedrijf zal worden aangewend; +s. vervallen; +t. vervallen; u. door Staatsbosbeheer van objecten, als bedoeld in artikel 1, onderdeel e, van de Wet verzelfstandiging Staatsbosbeheer, niet zijnde bedrijfsondersteunende onroerende zaken; -v. van landerijen en van de als kweek- of teeltmiddel gebruikte ondergrond van glasopstanden waarop de Landinrichtingswet niet van toepassing is - daaronder begrepen de rechten van erfpacht of beklemming daarop - bij hervestiging van het landbouwbedrijf van de verkrijger, indien landerijen en als kweek- of teeltmiddel gebruikte ondergrond van glasopstanden waarop de Landinrichtingswet van toepassing is, worden afgestaan. Deze bepaling is van toepassing voor zover de belasting is verschuldigd over een bedrag gelijk aan de - met overeenkomstige toepassing van artikel 11 bepaalde - waarde van de afgestane landerijen en van de als kweek- of teeltmiddel gebruikte ondergrond van glasopstanden; -w. van landerijen en van ondergrond van glasopstanden - daaronder begrepen de rechten van erfpacht of beklemming daarop - bij hervestiging van een glastuinbouwbedrijf door de verkrijger indien de door hem afgestane landerijen en ondergrond van glasopstanden worden aangewend ter verbetering van de bedrijfsstructuur van het glastuinbouwbedrijf van de verkrijger van die afgestane gronden. Deze bepaling is van toepassing voor zover de belasting is verschuldigd over een bedrag gelijk aan de - met overeenkomstige toepassing van artikel 11 bepaalde - waarde van de afgestane landerijen en ondergrond van de glasopstanden, in bij regeling van Onze Minister in overeenstemming met de Minister van Landbouw, Visserij en Natuurbeheer aan te wijzen gevallen en onder daarbij te stellen voorwaarden. +v. vervallen; +w. vervallen; x. krachtens uitoefening van een wilsrecht als bedoeld in de artikelen 19 , 20, 21 en 22 van Boek 4 van het Burgerlijk Wetboek, voorzover de totale waarde van de verkrijging uit de nalatenschap niet meer bedraagt dan het bedrag van de geldvordering, bedoeld in artikel 13, derde lid, van Boek 4 van het Burgerlijk Wetboek, vermeerderd met de rentevergoeding waarmee ingevolge artikel 1, tweede of vierde lid, van de Successiewet 1956 voor de heffing van het recht van successie rekening is gehouden. Voor de toepassing van de vorige volzin blijft bij het bepalen van de waarde van een verkrijging een door de ouder of stiefouder op grond van artikel 19, onderscheidenlijk artikel 21, van Boek 4 van het Burgerlijk Wetboek voorbehouden vruchtgebruik buiten beschouwing; y. van een net gelegen in, op of boven de grond, bestaande uit een of meer kabels of leidingen, bestemd voor transport van vaste, vloeibare of gasvormige stoffen, van energie, of van informatie. @@ -319,19 +319,19 @@ h. exportkredietverzekeringen. **1.** -De belasting ter zake van verzekeringen welke zijn gesloten door tussenkomst van een door Onze Minister aangewezen bemiddelaar in verzekeringen, aan wie een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 10 van de Wet financiële dienstverlening, wordt geheven van die bemiddelaar, indien hij ter zake van de verzekering de premie int of doet innen en bovendien: +De belasting ter zake van verzekeringen welke zijn gesloten door tussenkomst van een door Onze Minister aangewezen bemiddelaar in verzekeringen, aan wie een vergunning is verleend ingevolge de Wet op het financieel toezicht, wordt geheven van die bemiddelaar, indien hij ter zake van de verzekering de premie int of doet innen en bovendien: -1°. de verzekering is gesloten bij een gevolmachtigd agent als bedoeld in de Wet financiële dienstverlening; of +1°. de verzekering is gesloten bij een gevolmachtigd agent als bedoeld in de Wet op het financieel toezicht; of 2°. het risico dat de verzekering dekt krachtens één polis, wordt gedragen door ten minste twee verzekeraars; of 3°. de bemiddelaar jegens de verzekeraar aansprakelijk is voor de verschuldigde premie en de polis of het aanhangsel van de polis niet door de verzekeraar is of wordt opgemaakt. -**2.** De belasting ter zake van verzekeringen welke zijn gesloten bij een gevolmachtigd agent als bedoeld in de Wet financiële dienstverlening wordt steeds geheven van de agent, tenzij het eerste lid van toepassing is. +**2.** De belasting ter zake van verzekeringen welke zijn gesloten bij een gevolmachtigd agent als bedoeld in de Wet op het financieel toezicht wordt steeds geheven van de agent, tenzij het eerste lid van toepassing is. **3.** De belasting wordt geheven van de bemiddelaar, indien en voor zover deze de vergoeding ontvangt van een ander dan de verzekeraar die in Nederland is gevestigd. Deze belastingplicht strekt zich niet verder uit dan tot die vergoeding. **4.** Indien het eerste, tweede en derde lid geen toepassing kunnen vinden, wordt de belasting geheven van de verzekeraar, ingeval deze in Nederland is gevestigd. -**5.** Ingeval de verzekeraar niet in Nederland is gevestigd en het eerste en tweede lid geen toepassing kunnen vinden, wordt de belasting geheven van de vertegenwoordiger, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel *s*, van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993, al naar gelang die vertegenwoordiger de verzekering voor of namens de verzekeraar heeft gesloten. Indien er niet een dergelijke vertegenwoordiger is, wordt de belasting geheven van de in Nederland wonende of gevestigde bemiddelaar in verzekeringen als bedoeld in de Wet financiële dienstverlening, door wiens bemiddeling de verzekering is gesloten. +**5.** Ingeval de verzekeraar niet in Nederland is gevestigd en het eerste en tweede lid geen toepassing kunnen vinden, wordt de belasting geheven van de vertegenwoordiger van de verzekeraar als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht, al naar gelang die vertegenwoordiger de verzekering voor of namens de verzekeraar heeft gesloten. Indien er niet een dergelijke vertegenwoordiger is, wordt de belasting geheven van de in Nederland wonende of gevestigde bemiddelaar in verzekeringen als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht, door wiens bemiddeling de verzekering is gesloten. **6.** Indien het eerste, tweede, derde en vijfde lid geen toepassing kunnen vinden is de verzekeraar die niet in Nederland woont of is gevestigd gehouden een fiscaal vertegenwoordiger aan te stellen die in Nederland woont of gevestigd is. De belasting wordt in dat geval geheven van die fiscaal vertegenwoordiger.