2004-01-01 | BWBR0001888 | Ziektewet
This commit is contained in:
parent
caad3b20a3
commit
152e26b66f
1 changed files with 80 additions and 61 deletions
|
|
@ -216,7 +216,8 @@ b. in door Onze Minister aan te wijzen gevallen degene, die ten minste vijf of t
|
|||
Voor de toepassing van deze wet wordt mede als werknemer beschouwd:
|
||||
|
||||
a. degene, die krachtens de verplichte verzekering ingevolge deze wet ziekengeld ontvangt;
|
||||
b. in door Onze Minister aan te wijzen gevallen degene, die wegens ziekte niet werkt, doch aan wie geen ziekengeld wordt verleend op grond van enige bepaling van deze wet.
|
||||
b. in door Onze Minister aan te wijzen gevallen degene, die wegens ziekte niet werkt, doch aan wie geen ziekengeld wordt verleend op grond van enige bepaling van deze wet;
|
||||
c. degene, die wegens ziekte niet werkt, doch aan wie geen ziekengeld wordt betaald op grond van artikel 29, eerste lid, maar wel een toeslag op grond van de Toeslagenwet.
|
||||
|
||||
### Artikel 8a
|
||||
|
||||
|
|
@ -273,11 +274,11 @@ Als werkgever wordt beschouwd:
|
|||
|
||||
### Artikel 11
|
||||
|
||||
**1.** Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen wordt als werkgever beschouwd in de gevallen, bedoeld in artikel 7, onderdeel a, artikel 8, onderdeel a, artikel 8a en artikel 8c, onderdeel a.
|
||||
**1.** Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen wordt als werkgever beschouwd in de gevallen, bedoeld in artikel 7, onderdeel a, artikel 8, onderdelen a en c, artikel 8a en artikel 8c, onderdeel a.
|
||||
|
||||
**2.** In de gevallen, bedoeld in artikel 7, onderdeel b, artikel 8, onderdeel b, en artikel 8c, onderdeel b, wordt als werkgever beschouwd degene, die door Onze Minister als werkgever wordt aangewezen.
|
||||
|
||||
**3.** Ingeval het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, de uitkering bedoeld in het eerste lid, vermeerderd met de daarover door de werkgever verschuldigde premies, betaalt aan de werkgever, bedoeld in artikel 9, 10 of 12, teneinde deze uitkering door diens tussenkomst te doen uitbetalen, treedt voor de toepassing van het eerste lid, deze in de plaats van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, onafhankelijk van het voortbestaan van de dienstbetrekking met die werkgever.
|
||||
**3.** Ingeval het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, de uitkering of toeslag, bedoeld in de artikelen genoemd in het eerste lid, vermeerderd met de daarover door de werkgever verschuldigde premies, betaalt aan de werkgever, bedoeld in artikel 9, 10 of 12, teneinde deze uitkering of toeslag door diens tussenkomst te doen uitbetalen, treedt voor de toepassing van het eerste lid, deze in de plaats van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, onafhankelijk van het voortbestaan van de dienstbetrekking met die werkgever.
|
||||
|
||||
### Artikel 11a
|
||||
|
||||
|
|
@ -434,10 +435,10 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Behoudens het tweede lid, onderdeel e, en de artikelen 29a en 29b wordt geen ziekengeld uitgekeerd, indien de verzekerde:
|
||||
Behoudens het tweede lid, onderdeel e, en de artikelen 29a en 29b wordt geen ziekengeld uitgekeerd, indien de verzekerde uit hoofde van de dienstbetrekking op grond waarvan hij de arbeid behoort te verrichten:
|
||||
|
||||
a. uit hoofde van de dienstbetrekking krachtens welke hij de arbeid behoort te verrichten, recht heeft op loon als bedoeld in artikel 629 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek dan wel indien het recht op loon door toepassing van het derde, vijfde, zesde of negende lid van dat artikel geheel of gedeeltelijk ontbreekt;
|
||||
b. bij verhindering wegens ziekte om zijn dienst te verrichten of zijn ambt te vervullen recht heeft op bezoldiging als bedoeld in de zin van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984, dan wel van hetgeen daarmee overeenkomt, dan wel indien het recht op die bezoldiging op grond van een reden overeenkomstig artikel 629, derde, vijfde, zesde of negende lid van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek geheel of gedeeltelijk ontbreekt.
|
||||
a. recht heeft op loon als bedoeld in artikel 629 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, dan wel indien het recht op loon door toepassing van het derde, vijfde, zesde of negende lid van dat artikel geheel of gedeeltelijk ontbreekt;
|
||||
b. recht heeft op bezoldiging als bedoeld in artikel XV van de Wet terugdringing ziekteverzuim, dan wel indien het recht op die bezoldiging op grond van het vierde, zevende, achtste, negende of tiende lid van dat artikel geheel of gedeeltelijk ontbreekt.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -445,25 +446,25 @@ Het ziekengeld wordt uitgekeerd over iedere dag van de ongeschiktheid tot werken
|
|||
|
||||
a. de verzekerde van wie de arbeidsverhouding op grond van artikel 4 of 5 als dienstbetrekking wordt beschouwd, vanaf de derde dag van de ongeschiktheid tot werken;
|
||||
b. degene wiens aanspraak berust op artikel 46, vanaf de derde dag van de ongeschiktheid tot werken;
|
||||
c. de verzekerde van wie de dienstbetrekking, bedoeld in artikel 3, binnen het in het vijfde lid genoemde tijdvak van 52 weken eindigt, vanaf de eerste dag van ongeschiktheid tot werken nadat de dienstbetrekking is geëindigd, doch niet eerder dan vanaf de derde dag van de ongeschiktheid tot werken;
|
||||
d. de verzekerde die op grond van artikel 7 of 8a als werknemer wordt beschouwd, vanaf de eerste dag van de ongeschiktheid tot werken;
|
||||
c. de verzekerde van wie de dienstbetrekking, bedoeld in artikel 3, binnen het in het vijfde lid genoemde tijdvak van 104 weken eindigt, vanaf de eerste dag van ongeschiktheid tot werken nadat de dienstbetrekking is geëindigd, doch niet eerder dan vanaf de derde dag van de ongeschiktheid tot werken;
|
||||
d. de verzekerde die op grond van artikel 7 als werknemer wordt beschouwd, vanaf de eerste dag van de ongeschiktheid tot werken;
|
||||
e. de verzekerde die wegens orgaandonatie ongeschikt is tot het verrichten van zijn arbeid, vanaf de eerste dag van de ongeschiktheid tot werken;
|
||||
f. de vrouwelijke verzekerde, overeenkomstig artikel 29 *a*;
|
||||
g. de werknemer, bedoeld in artikel 29 *b*.
|
||||
f. de vrouwelijke verzekerde, overeenkomstig artikel 29 a;
|
||||
g. de werknemer, bedoeld in artikel 29 b.
|
||||
|
||||
**3.** Als eerste dag van de ongeschiktheid tot werken geldt de eerste werkdag waarop wegens ziekte niet is gewerkt of het werken tijdens de werktijd is gestaakt. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan voor bijzondere gevallen regels stellen inzake welke dag als eerste werkdag wordt aangemerkt.
|
||||
|
||||
**4.** Geen ziekengeld wordt uitgekeerd op en na de eerste dag van de maand waarin de verzekerde de leeftijd van 65 jaar bereikt.
|
||||
**4.** Geen ziekengeld wordt uitgekeerd op en na de eerste dag van de maand waarin de verzekerde de leeftijd van 65 jaar bereikt alsmede over de periode waarover de verzekerde een uitkering op grond van artikel 3:7, tweede lid, 3:9 of 3:10, tweede en derde lid van de Wet arbeid en zorg ontvangt.
|
||||
|
||||
**5.** Geen ziekengeld wordt uitgekeerd nadat een tijdvak van 52 weken van ongeschiktheid tot werken is verstreken, te rekenen vanaf de eerste dag van de ongeschiktheid tot werken. Voor het bepalen van dit tijdvak worden tijdvakken van ongeschiktheid tot werken samengeteld, indien zij elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen. Bij de vaststelling van de periode van vier weken blijven perioden, waarin zwangerschaps- of bevallingsverlof wordt genoten overeenkomstig artikel 3:1, tweede en derde lid, van de Wet arbeid en zorg, buiten beschouwing. In de gevallen waarin de tweede volzin toepassing vindt, worden gedurende de desbetreffende periode van 52 weken de eerste twee dagen van de ongeschiktheid tot werken, waarover op grond van het tweede lid, onderdelen a en b, geen ziekengeld wordt uitgekeerd, slechts eenmaal in aanmerking genomen.
|
||||
**5.** Geen ziekengeld wordt uitgekeerd nadat een tijdvak van 104 weken van ongeschiktheid tot werken is verstreken, te rekenen vanaf de eerste dag van de ongeschiktheid tot werken. Voor het bepalen van dit tijdvak worden tijdvakken van ongeschiktheid tot werken samengeteld, indien zij elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen. Bij de vaststelling van de periode van vier weken blijven perioden, waarin zwangerschaps- of bevallingsverlof wordt genoten overeenkomstig artikel 3:1, tweede en derde lid, van de Wet arbeid en zorg, buiten beschouwing. In de gevallen waarin de tweede volzin toepassing vindt, worden gedurende de desbetreffende periode van 104 weken de eerste twee dagen van de ongeschiktheid tot werken, waarover op grond van het tweede lid, onderdelen a en b, geen ziekengeld wordt uitgekeerd, slechts eenmaal in aanmerking genomen.
|
||||
|
||||
**6.** Het ziekengeld, bedoeld in het tweede lid, onderdelen *a* tot en met *d*, bedraagt 70% van het dagloon van de verzekerde.
|
||||
**6.** Het ziekengeld, bedoeld in het tweede lid, onderdelen a tot en met d, bedraagt 70% van het dagloon van de verzekerde.
|
||||
|
||||
**7.** Het ziekengeld, bedoeld in het tweede lid, onderdeel *e*, wordt gesteld op het dagloon.
|
||||
**7.** Het ziekengeld, bedoeld in het tweede lid, onderdeel e, wordt gesteld op het dagloon.
|
||||
|
||||
**8.** Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan nadere regels stellen met betrekking tot het tweede lid, onderdeel *e*.
|
||||
**8.** Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan nadere regels stellen met betrekking tot het tweede lid, onderdeel e.
|
||||
|
||||
**9.** Het tijdvak van 52 weken, bedoeld in het vijfde lid, wordt verlengd met de duur van het tijdvak dat het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen op grond van artikel 71b, derde lid, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering heeft vastgesteld.
|
||||
**9.** Het tijdvak van 104 weken, bedoeld in het vijfde lid, wordt verlengd met de duur van het tijdvak dat het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen op grond van artikel 71b, derde lid, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering heeft vastgesteld.
|
||||
|
||||
**10.** Het tweede lid, onderdeel a, b of c, is niet van toepassing indien onderdeel g van dat lid van toepassing is.
|
||||
|
||||
|
|
@ -473,9 +474,9 @@ g. de werknemer, bedoeld in artikel 29 *b*.
|
|||
|
||||
**2.** De vrouwelijke verzekerde die in de periode, waarin zij recht had kunnen hebben op uitkering op grond van artikel 3:7, eerste lid, 3:8, tweede lid, of 3:10, eerste lid, van de Wet arbeid en zorg doch die uitkering nog niet is aangevangen, wegens ziekte ongeschikt is tot het verrichten van haar arbeid, heeft recht op ziekengeld ter hoogte van haar dagloon. Dit ziekengeld wordt uitgekeerd vanaf de eerste dag van de ongeschiktheid tot werken.
|
||||
|
||||
**3.** De vrouwelijke verzekerde heeft geen recht op ziekengeld over perioden waarover zij uitkering op grond van artikel 3:7, eerste lid, 3:8, eerste lid, of 3:10, eerste lid, van de Wet arbeid en zorggeniet.
|
||||
**3.** De vrouwelijke verzekerde heeft geen recht op ziekengeld over perioden waarover zij uitkering op grond van artikel 3:7, eerste lid, 3:8, eerste lid, of 3:10, eerste lid, van de Wet arbeid en zorg geniet.
|
||||
|
||||
**4.** Nadat het recht op uitkering op grond van artikel 3:7, eerste lid, 3:8, derde lid, of 3:10, eerste lid, van de Wet arbeid en zorg is geëindigd, heeft de vrouwelijke verzekerde, indien zij aansluitend ongeschikt is tot het verrichten van haar arbeid en die ongeschiktheid haar oorzaak vindt in de bevalling of de daaraan voorafgaande zwangerschap, recht op ziekengeld ter hoogte van haar dagloon, zolang die ongeschiktheid duurt, doch ten hoogste gedurende 52 aaneengesloten weken. Dit ziekengeld wordt uitgekeerd vanaf de eerste dag nadat het recht op uitkering, bedoeld in de eerste zin, is geëindigd.
|
||||
**4.** Nadat het recht op uitkering op grond van artikel 3:7, eerste lid, 3:8, derde lid, of 3:10, eerste lid, van de Wet arbeid en zorg is geëindigd, heeft de vrouwelijke verzekerde, indien zij aansluitend ongeschikt is tot het verrichten van haar arbeid en die ongeschiktheid haar oorzaak vindt in de bevalling of de daaraan voorafgaande zwangerschap, recht op ziekengeld ter hoogte van haar dagloon, zolang die ongeschiktheid duurt, doch ten hoogste gedurende 104 aaneengesloten weken. Dit ziekengeld wordt uitgekeerd vanaf de eerste dag nadat het recht op uitkering, bedoeld in de eerste zin, is geëindigd.
|
||||
|
||||
**5.** Artikel 29, vijfde lid, blijft buiten toepassing ten aanzien van de vrouwelijke verzekerde die, op grond van het tweede of vierde lid van dit artikel, recht heeft op ziekengeld ter hoogte van haar dagloon.
|
||||
|
||||
|
|
@ -483,15 +484,15 @@ g. de werknemer, bedoeld in artikel 29 *b*.
|
|||
|
||||
### Artikel 29b
|
||||
|
||||
**1.** De werknemer die onmiddellijk voorafgaand aan zijn dienstbetrekking, bedoeld in artikel 3, 4 of 5, arbeidsgehandicapte is in de zin van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten heeft vanaf de eerste dag van de ongeschiktheid tot werken recht op ziekengeld over perioden van ongeschiktheid tot werken wegens ziekte die aangevangen zijn in de vijf jaren na aanvang van de dienstbetrekking.
|
||||
**1.** De werknemer die onmiddellijk voorafgaand aan zijn dienstbetrekking, bedoeld in artikel 3, 4 of 5, arbeidsgehandicapte is in de zin van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten of werkzaam is als werknemer in de zin van de Wet sociale werkvoorziening of op een arbeidsovereenkomst als bedoeld in artikel 7 van de Wet sociale werkvoorziening heeft vanaf de eerste dag van de ongeschiktheid tot werken recht op ziekengeld over perioden van ongeschiktheid tot werken wegens ziekte die aangevangen zijn in de vijf jaren na aanvang van de dienstbetrekking.
|
||||
|
||||
**2.** Het ziekengeld, bedoeld in het eerste lid, bedraagt 70% van het dagloon van de verzekerde.
|
||||
|
||||
**3.** In afwijking van het tweede lid wordt het ziekengeld van de werknemer, bedoeld in artikel 3, op verzoek van de werkgever gesteld op het dagloon, met dien verstande dat het ziekengeld niet meer kan bedragen dan de aanspraak van de werknemer op het loon dat de werkgever verschuldigd zou zijn, indien daarop geen ziekengeld in mindering zou zijn gebracht.
|
||||
**3.** In afwijking van het tweede lid wordt het ziekengeld in het tijdvak van 52 weken vanaf de eerste dag van ongeschiktheid tot werken van de werknemer, bedoeld in artikel 3, op verzoek van de werkgever gesteld op het dagloon, met dien verstande dat het ziekengeld niet meer kan bedragen dan de aanspraak van de werknemer op het loon dat de werkgever verschuldigd zou zijn, indien daarop geen ziekengeld in mindering zou zijn gebracht. Voor het bepalen van het tijdvak van 52 weken zijn de tweede en derde volzin van artikel 29, vijfde lid, van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**4.** Indien de werknemer, bedoeld in het eerste lid, werkzaam is op een arbeidsovereenkomst als bedoeld in artikel 7 van de Wet sociale werkvoorziening, wordt het dagloon, bedoeld in het tweede en derde lid, verminderd met het, naar werkdagen herleide, aan de werkgever verstrekte subsidiebedrag, bedoeld in artikel 7 van de Wet sociale werkvoorziening.
|
||||
|
||||
**5.** Dit lid is niet van toepassing indien de werknemer werkzaam is in een dienstbetrekking in de zin van de Wet sociale werkvoorziening of de Wet inschakeling werkzoekenden.
|
||||
**5.** Dit artikel is niet van toepassing indien de werknemer werkzaam is in een dienstbetrekking in de zin van de Wet sociale werkvoorziening.
|
||||
|
||||
### Artikel 30
|
||||
|
||||
|
|
@ -525,7 +526,7 @@ c. indien het niet of niet behoorlijk nakomen van een verplichting op grond van
|
|||
|
||||
**2.** De verzekerde ontvangt aan ziekengeld niet meer dan het bedrag waarmede zijn dagloon het bedrag van het door hem ontvangen loon overtreft.
|
||||
|
||||
**3.** Voor de toepassing van het tweede lid worden onder loon mede verstaan inkomsten uit arbeid anders dan in dienstbetrekking, met dien verstande, dat deze inkomsten buiten aanmerking blijven, voor zover deze ook reeds werden verworven onmiddellijk voorafgaande aan de eerste dag van de ongeschiktheid tot werken wegens ziekte of de dag met ingang waarvan de uitkering op grond van artikel 3:7, eerste lid, 3:8, of 3:10, eerste lid, van de Wet arbeid en zorg werd toegekend.
|
||||
**3.** Voor de toepassing van het tweede lid worden onder loon mede verstaan inkomsten uit arbeid anders dan in dienstbetrekking, met dien verstande, dat deze inkomsten buiten aanmerking blijven, voor zover deze ook reeds werden verworven onmiddellijk voorafgaande aan de eerste dag van de ongeschiktheid tot werken wegens ziekte of de dag met ingang waarvan de uitkering op grond van artikel 3:7, 3:8, 3:9 of 3:10, van de Wet arbeid en zorg werd toegekend.
|
||||
|
||||
**4.** Indien de verzekerde gedurende de ongeschiktheid tot werken wegens ziekte tevens recht heeft op ouderdomspensioen wordt, volgens door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen te stellen regels en behoudens in door hem aan te geven gevallen, het ziekengeld slechts uitbetaald voor zover dit het ouderdomspensioen overtreft.
|
||||
|
||||
|
|
@ -535,10 +536,10 @@ c. indien het niet of niet behoorlijk nakomen van een verplichting op grond van
|
|||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Indien de verzekerde terzake van de ongeschiktheid tot werken wegens ziekte zowel recht heeft op toekenning van ziekengeld op grond van deze wet als op heropening van een arbeidsongeschiktheidsuitkering in verband met artikel 47 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, artikel 21 van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen dan wel artikel 20 van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, wordt het ziekengeld slechts uitbetaald voorzover het:
|
||||
Indien de verzekerde terzake van de ongeschiktheid tot werken wegens ziekte zowel recht heeft op toekenning van ziekengeld op grond van deze wet als op heropening van een arbeidsongeschiktheidsuitkering in verband met artikel 47 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, artikel 21 van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen of artikel 20 van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten dan wel toekenning van een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van artikel 6 van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, wordt het ziekengeld slechts uitbetaald voorzover het:
|
||||
|
||||
a. de arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen dan wel de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten overtreft indien uitsluitend artikel 21 van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, onderscheidenlijk artikel 20 van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten van toepassing is; of
|
||||
b. de arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering overtreft, indien zowel artikel 47 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering als artikel 21 van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen of artikel 20 van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten van toepassing zijn, dan wel uitsluitend artikel 47 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering van toepassing is.
|
||||
a. de arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen dan wel de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten overtreft indien uitsluitend artikel 21 van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, onderscheidenlijk artikel 6 of 20 van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten van toepassing is; of
|
||||
b. de arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering overtreft, indien zowel artikel 47 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering als artikel 21 van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen of artikel 6 of 20 van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten van toepassing zijn, dan wel uitsluitend artikel 47 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering van toepassing is.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -640,16 +641,18 @@ c. bij ontstentenis van de in de onderdelen *a* en *b* bedoelde personen, aan de
|
|||
|
||||
**1.** De werkgever van de verzekerde die bij ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte recht heeft op loon als bedoeld in artikel 629 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek dan wel aanspraak heeft op bezoldiging op grond van artikel XV, tweede lid, van de Wet terugdringing ziekteverzuim, doet, uiterlijk op de eerste dag nadat de ongeschiktheid van die werknemer dertien weken heeft geduurd, aangifte van die ongeschiktheid bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen. De werkgever geeft daarbij de eerste dag van de ongeschiktheid tot werken op. Voor het bepalen van het tijdvak van dertien weken worden tijdvakken van ongeschiktheid tot werken samengeteld, indien zij elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen. Bij de vaststelling van zowel het tijdvak van dertien weken als de periode van vier weken blijven perioden, waarin uitkering in verband met zwangerschap of bevalling op grond van artikel 3:7, eerste lid, van de Wet arbeid en zorg wordt genoten, buiten beschouwing.
|
||||
|
||||
**2.** Onverminderd het eerste lid doet de werkgever van de verzekerde, bedoeld in artikel 29, tweede lid, onderdeel *c*, aangifte van de ongeschiktheid tot werken van die verzekerde aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, op de laatste werkdag voordat de dienstbetrekking eindigt.
|
||||
**2.** Onverminderd het eerste lid doet de werkgever van de verzekerde, bedoeld in artikel 29, tweede lid, onderdeel c, aangifte van de ongeschiktheid tot werken van die verzekerde aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, op de laatste werkdag voordat de dienstbetrekking eindigt. Indien tussen de eerste dag van de ongeschiktheid tot werken en de laatste werkdag, bedoeld in de eerste zin, ten minste zes weken is gelegen stelt de werkgever, in afwijking van artikel 71a, derde lid, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, uiterlijk op die laatste werkdag in overleg met de werknemer een reïntegratieverslag op en verstrekt de werkgever hiervan een afschrift aan de werknemer. De aangifte gaat vergezeld van het reïntegratieverslag. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen beoordeelt of de werkgever en de werknemer in redelijkheid hebben kunnen komen tot de reïntegratie-inspanningen, die zijn verricht.
|
||||
|
||||
**3.** Indien de verzekerde, bedoeld in het eerste lid weer geschikt is tot het verrichten van zijn arbeid, meldt de werkgever aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen zo spoedig mogelijk, doch in elk geval niet later dan op de vierde dag van die geschiktheid dan wel, indien die vierde dag van geschiktheid gelegen is vóór de eerste dag nadat de ongeschiktheid dertien weken heeft geduurd, bedoeld in het eerste lid, in elk geval niet later dan die eerste dag, de eerste dag waarop de verzekerde weer geschikt is tot het verrichten van zijn arbeid.
|
||||
**3.** Indien de verzekerde, bedoeld in het eerste lid weer geschikt is tot het verrichten van zijn arbeid, meldt de werkgever aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen zo spoedig mogelijk, doch in elk geval niet later dan op de achtentwintigste dag van die geschiktheid dan wel, indien die achtentwintigste dag van geschiktheid gelegen is vóór de eerste dag nadat de ongeschiktheid dertien weken heeft geduurd, bedoeld in het eerste lid, in elk geval niet later dan die eerste dag, de eerste dag waarop de verzekerde weer geschikt is tot het verrichten van zijn arbeid.
|
||||
|
||||
**4.** Indien de werkgever de verplichting, bedoeld in het tweede of derde lid niet of niet behoorlijk is nagekomen, legt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen hem een boete op van ten hoogste € 454. De artikel 45a, “De artikel 45a,” moet zijn “De artikelen 45a,”.vierde, vijfde en zevende lid, 45b, 45c, 45e, eerste lid, eerste volzin, en tweede lid, en 45g, eerste, vierde, zesde, achtste en negende lid, zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**4.** Indien de werkgever de verplichting, bedoeld in het de eerste zin van het tweede lid of in het derde lid niet of niet behoorlijk is nagekomen, legt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen hem een boete op van ten hoogste € 454. De artikelen 45a, vierde, vijfde en zevende lid, 45b, 45c, 45e, eerste lid, eerste volzin, en tweede lid, en 45g, eerste, vierde, zesde, achtste en negende lid, zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**5.** Dit artikel is niet van toepassing op de werkgever van de verzekerde die aanspraak maakt op ziekengeld op grond van artikel 29, tweede lid, onderdeel e, f of g.
|
||||
|
||||
**6.** Bij ministeriële regeling kunnen met betrekking tot de aangifte van de ongeschiktheid tot het verrichten van arbeid, bedoeld in het eerste lid, nadere regels worden gesteld.
|
||||
|
||||
**7.** Indien bij de behandeling van de aangifte, bedoeld in het tweede lid, blijkt dat de werkgever zijn verplichting om een reïntegratieverslag op te stellen niet of niet volledig is nagekomen, stelt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen aan de werkgever een termijn waarbinnen het reïntegratieverslag wordt verstrekt of aangevuld.
|
||||
|
||||
### Artikel 38a
|
||||
|
||||
**1.** De verzekerde die aanspraak maakt op ziekengeld is in geval van ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte verplicht dit zo spoedig mogelijk, doch in elk geval niet later dan op de tweede dag van die ongeschiktheid, te melden aan zijn werkgever, of, indien de verzekerde geen werkgever heeft als bedoeld in paragraaf 3 van deze wet, aan de het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen..
|
||||
|
|
@ -743,7 +746,9 @@ g. indien de verzekerde zijn ongeschiktheid tot werken opzettelijk heeft veroorz
|
|||
h. indien de verzekerde de verplichting bedoeld in artikel 55, tweede lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen niet of niet behoorlijk is nagekomen;
|
||||
i. indien de verzekerde de verplichting bedoeld in artikel 31, eerste lid, of 49 niet binnen de door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen daarvoor vastgestelde termijn is nagekomen;
|
||||
j. indien de verzekerde door zijn doen en laten het Algemeen Werkloosheidsfonds, het wachtgeldfonds of het Uitvoeringsfonds voor de overheid benadeelt of zou kunnen benadelen. Onder benadeling in de zin van dit onderdeel is niet begrepen het niet nakomen van de verplichtingen, bedoeld in de artikelen 31, eerste lid, en 49;
|
||||
k. indien de verzekerde een hem op grond van artikel 30 opgelegde verplichting niet nakomt, tenzij artikel 30, tweede lid, van toepassing is.
|
||||
k. indien de verzekerde een hem op grond van artikel 30 opgelegde verplichting niet nakomt, tenzij artikel 30, tweede lid, van toepassing is;
|
||||
l. indien de verzekerde zonder redelijke gronden niet meewerkt aan een scholing of opleiding die wenselijk wordt geacht voor zijn inschakeling in de arbeid;
|
||||
m. indien de verzekerde zonder deugdelijke grond weigert of heeft geweigerd mee te werken aan door zijn werkgever of door een door die werkgever aangewezen deskundige gegeven redelijke voorschriften of getroffen maatregelen die erop gericht zijn om de verzekerde in staat te stellen passende arbeid te verrichten, dan wel indien bij de behandeling van de aangifte of de beoordeling, bedoeld in artikel 38, tweede lid, blijkt dat de verzekerde zonder deugdelijke grond onvoldoende reïntegratie-inspanningen heeft verricht.
|
||||
|
||||
**2.** Een maatregel als bedoeld in het eerste lid wordt afgestemd op de ernst van de gedraging en de mate waarin de verzekerde de gedraging verweten kan worden. Van het opleggen van een maatregel wordt in elk geval afgezien, indien elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt.
|
||||
|
||||
|
|
@ -751,7 +756,7 @@ k. indien de verzekerde een hem op grond van artikel 30 opgelegde verplichting n
|
|||
|
||||
**4.** Indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn kan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen besluiten van het opleggen van een maatregel af te zien.
|
||||
|
||||
**5.** Het opleggen van een maatregel blijft achterwege indien voor dezelfde gedraging een boete als bedoeld in artikel 45*a* wordt opgelegd.
|
||||
**5.** Het opleggen van een maatregel blijft achterwege indien voor dezelfde gedraging een boete als bedoeld in artikel 45a wordt opgelegd.
|
||||
|
||||
**6.** Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen stelt nadere regels met betrekking tot het eerste en tweede lid.
|
||||
|
||||
|
|
@ -815,7 +820,7 @@ In afwijking van artikel 8:69 van de Algemene wet bestuursrecht kan de rechter i
|
|||
|
||||
**2.** Indien degene aan wie een boete is opgelegd uitkering ontvangt op grond van deze wet, de Werkloosheidswet, de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen of de Wet arbeid en zorg of een toeslag op grond van de Toeslagenwet, wordt het besluit waarbij de boete is opgelegd tenuitvoergelegd door verrekening met die uitkering of toeslag.
|
||||
|
||||
**3.** Indien degene aan wie een boete is opgelegd een uitkering ontvangt op grond van de Algemene Ouderdomswet, de Algemene nabestaandenwet, de Algemene bijstandswet, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen of de Wet inkomensvoorziening kunstenaars, betaalt de Sociale verzekeringsbank, onderscheidenlijk de betrokken gemeente het bedrag van die boete, zonder dat daarvoor een machtiging nodig is van hem, op zijn verzoek aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.
|
||||
**3.** Indien degene aan wie een boete is opgelegd een uitkering ontvangt op grond van de Algemene Ouderdomswet, de Algemene nabestaandenwet, de Wet werk en bijstand, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen of de Wet inkomensvoorziening kunstenaars, betaalt de Sociale verzekeringsbank, onderscheidenlijk de betrokken gemeente het bedrag van die boete, zonder dat daarvoor een machtiging nodig is van hem, op zijn verzoek aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.
|
||||
|
||||
**4.** Indien degene aan wie een boete is opgelegd geen uitkering als bedoeld in het tweede of derde lid ontvangt, of meer ontvangt, dan wel ten aanzien van zodanige uitkering toepassing van het tweede of derde lid niet mogelijk is, wordt het besluit waarbij de boete is opgelegd bij gebreke van tijdige betaling met toepassing van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering op zijn kosten betekend en tenuitvoergelegd.
|
||||
|
||||
|
|
@ -970,7 +975,7 @@ In afwijking van artikel 60 komen de uitkeringen op grond van deze wet ten aanzi
|
|||
|
||||
### Artikel 62
|
||||
|
||||
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekering verstrekt, volgens nadere bij ministeriële regeling vast te stellen regels, uit de door dit instituut gevoerde administratie aan een daartoe door Onze Minister aangewezen onder hem ressorterende ambtenaar, gegevens omtrent het ziekteverzuim van werknemers.
|
||||
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen verstrekt, volgens nadere bij ministeriële regeling vast te stellen regels, uit de door dit instituut gevoerde administratie aan een daartoe door Onze Minister aangewezen onder hem ressorterende ambtenaar, gegevens omtrent het ziekteverzuim van werknemers.
|
||||
|
||||
#### Hoofdstuk IIIA. Eigenrisicodragen door de werkgever
|
||||
|
||||
|
|
@ -1113,7 +1118,7 @@ i. degene, die op grond van artikel 7 als werknemer wordt beschouwd en tevens al
|
|||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
De in het eerste lid bedoelde verplichting bestaat eveneens ten aanzien van de persoon, jonger dan 65 jaar, die op grond van het bepaalde bij of krachtens artikel 3, tweede, derde en vierde lid, niet als werknemer wordt beschouwd, en
|
||||
De in het eerste lid bedoelde verplichting bestaat eveneens ten aanzien van de persoon, jonger dan 65 jaar, die op grond van het bepaalde bij of krachtens artikel 3, tweede, vierde en vijfde lid, niet als werknemer wordt beschouwd, en
|
||||
|
||||
a. wiens verplichte verzekering is geëindigd en die buiten Nederland woont, aldaar direct aansluitend op de beëindiging van de verplichte verzekering een dienstbetrekking vervult voor de duur van maximaal vijf jaar en wiens werkgever binnen Nederland woont of gevestigd is;
|
||||
b. die Nederlander is en die is uitgezonden om door de Minister voor Ontwikkelingssamenwerking aan te wijzen werkzaamheden in het kader van ontwikkelingssamenwerking te verrichten;
|
||||
|
|
@ -1264,11 +1269,15 @@ In afwijking van artikel 7:10, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht bes
|
|||
|
||||
### Artikel 75
|
||||
|
||||
In deze paragraaf wordt verstaan onder medisch besluit: een besluit, waaraan een beoordeling van medische gegevens ten grondslag ligt.
|
||||
In deze paragraaf wordt verstaan onder:
|
||||
|
||||
a. medisch besluit: een besluit waaraan een beoordeling van medische gegevens ten grondslag ligt;
|
||||
b. werknemer: degene, op wiens medische gegevens de beoordeling betrekking heeft;
|
||||
c. werkgever: de belanghebbende bij een medisch besluit, die niet de eigenrisicodrager of de werknemer is.
|
||||
|
||||
### Artikel 75a
|
||||
|
||||
**1.** De eigenrisicodrager heeft slechts recht op inzage in, dan wel kennisname of toezending van enig stuk dat medische gegevens bevat, indien de persoon, bedoeld in artikel 63, eerste lid, hiervoor toestemming heeft gegeven.
|
||||
**1.** De eigenrisicodrager of werkgever heeft slechts recht op inzage in, dan wel kennisname of toezending van enig stuk dat medische gegevens bevat, indien de werknemer hiervoor toestemming heeft gegeven.
|
||||
|
||||
**2.** De toestemming wordt schriftelijk gegeven.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1282,22 +1291,24 @@ De artikelen 75c en 75d zijn, voorzover nodig in afwijking van de Algemene wet b
|
|||
|
||||
### Artikel 75c
|
||||
|
||||
**1.** Inzage in, dan wel kennisname of toezending van enig stuk, dat medische gegevens bevat, is voorbehouden aan de arbodienst van de eigenrisicodrager of een gemachtigde van de eigenrisicodrager die arts is.
|
||||
**1.** Inzage in, dan wel kennisname of toezending van enig stuk, dat medische gegevens bevat, is voorbehouden aan de arbodienst van de eigenrisicodrager of een gemachtigde van de eigenrisicodrager of van de werkgever die arts is.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
**2.** De gemachtigde, die arts is, treedt in de plaats van de werkgever bij de voorbereiding van een medisch besluit.
|
||||
|
||||
De arbodienst dan wel de gemachtigde, die arts is, treedt in de plaats van de eigenrisicodrager bij:
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
- het opstellen van een bezwaar- of beroepschrift; en
|
||||
- de behandeling van een bezwaar of beroep; voorzover betrekking hebbend op medische gegevens.
|
||||
De arbodienst van de eigenrisicodrager dan wel de gemachtigde, die arts is, van de eigenrisicodrager of van de werkgever, treedt in de plaats van de eigenrisicodrager dan wel de werkgever bij:
|
||||
|
||||
a. het opstellen van een bezwaar- of beroepschrift; en
|
||||
b. de behandeling van een bezwaar of beroep; voorzover betrekking hebbend op medische gegevens.
|
||||
|
||||
### Artikel 75d
|
||||
|
||||
**1.** Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen vermeldt de motivering van een medisch besluit, voorzover betrekking hebbend op medische gegevens, op een aparte bijlage.
|
||||
|
||||
**2.** De bijlage wordt niet aan de eigenrisicodrager verstrekt.
|
||||
**2.** De bijlage wordt niet aan de eigenrisicodrager of de werkgever verstrekt.
|
||||
|
||||
**3.** Desgevraagd wordt de bijlage verstrekt aan de arbodienst van de eigenrisicodrager of de gemachtigde van de eigenrisicodrager, die arts is.
|
||||
**3.** Desgevraagd wordt de bijlage verstrekt aan de arbodienst van de eigenrisicodrager of de gemachtigde van de eigenrisicodrager of van de werkgever, die arts is.
|
||||
|
||||
**4.** Het tweede en derde lid zijn van overeenkomstige toepassing op een rapport of een advies van een arts of een psycholoog, waarnaar bij de motivering van een medisch besluit wordt verwezen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1311,38 +1322,44 @@ In afwijking van artikel 6:5 van de Algemene wet bestuursrecht worden de gronden
|
|||
|
||||
### Artikel 75g
|
||||
|
||||
In afwijking van artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht bedraagt de termijn voor het indienen van een bezwaarschrift in een geschil van geneeskundige aard, omtrent het al dan niet bestaan of voortbestaan van ongeschiktheid tot werken, twee weken.
|
||||
De artikelen 7:4, zesde lid, 8:29 en 8:32, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht zijn niet van toepassing op stukken of inlichtingen die medische gegevens bevatten.
|
||||
|
||||
### Artikel 75h
|
||||
|
||||
**1.** In afwijking van artikel 7:4, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht kunnen belanghebbenden in een geschil als bedoeld in artikel 75g nog tijdens het horen nadere stukken indienen.
|
||||
**1.** In afwijking van artikel 8:62 van de Algemene wet bestuursrecht vindt het onderzoek ter zitting, voorzover betrekking hebbend op medische gegevens, met gesloten deuren plaats.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
In afwijking van artikel 7:4, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht, en met inachtneming van de overige artikelen van deze paragraaf, worden in een geschil als bedoeld in artikel 75g het bezwaarschrift en alle verder op de zaak betrekking hebbende stukken:
|
||||
|
||||
- voorafgaand aan het horen aan belanghebbenden gezonden, dan wel
|
||||
- ten minste twee dagen voorafgaand aan de hoorzitting voor belanghebbenden ter inzage gelegd.
|
||||
|
||||
**3.** In afwijking van artikel 7:10, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht beslist het Landelijk instituut sociale verzekeringen binnen vier weken na ontvangst van het bezwaarschrift, bedoeld in artikel 75g.
|
||||
**2.** In de uitnodiging, bedoeld in artikel 8:56 van de Algemene wet bestuursrecht, wordt mededeling gedaan van het bepaalde in het vorige lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 75i
|
||||
|
||||
De artikelen 7:4, zesde lid, 8:29 en 8:32, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht zijn niet van toepassing op stukken of inlichtingen die medische gegevens bevatten.
|
||||
De toepassing van de artikelen 8:81 tot en met 8:88 van de Algemene wet bestuursrecht, alsmede de behandeling van hoger beroep als bedoeld in artikel 18 van de Beroepswet geschiedt voorzover nodig met inachtneming van deze paragraaf.
|
||||
|
||||
#### Paragraaf 3. Geschillen van geneeskundige aard
|
||||
|
||||
### Artikel 75j
|
||||
|
||||
**1.** In afwijking van artikel 8:62 van de Algemene wet bestuursrecht vindt het onderzoek ter zitting, voorzover betrekking hebbend op medische gegevens, met gesloten deuren plaats.
|
||||
|
||||
**2.** In de uitnodiging als bedoeld in artikel 8:56 van de Algemene wet bestuursrecht wordt mededeling gedaan van het bepaalde in het vorige lid.
|
||||
Deze paragraaf is van toepassing op geschillen van geneeskundige aard over het al dan niet bestaan of voortbestaan van ongeschiktheid tot werken.
|
||||
|
||||
### Artikel 75k
|
||||
|
||||
De toepassing van de artikelen 8:81 tot en met 8:88 van de Algemene wet bestuursrecht, alsmede de behandeling van het hoger beroep als bedoeld in artikel 18 van de Beroepswet geschiedt voorzover nodig met inachtneming van deze paragraaf.
|
||||
In afwijking van artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht bedraagt de termijn voor het indienen van een bezwaarschrift in een geschil als bedoeld in artikel 75j twee weken.
|
||||
|
||||
#### Paragraaf 3. Beroep in cassatie
|
||||
### Artikel 75l
|
||||
|
||||
### Artikel 75c
|
||||
**1.** In afwijking van artikel 7:4, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht kunnen belanghebbenden in een geschil als bedoeld in artikel 75j nog tijdens het horen nadere stukken indienen.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
In afwijking van artikel 7:4, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht, en met inachtneming van de overige artikelen van deze paragraaf, worden in een geschil als bedoeld in artikel 75j het bezwaarschrift en alle verder op de zaak betrekking hebbende stukken:
|
||||
|
||||
a. voorafgaand aan het horen aan belanghebbenden gezonden, dan wel
|
||||
b. ten minste twee dagen voorafgaand aan de hoorzitting voor belanghebbenden ter inzage gelegd.
|
||||
|
||||
**3.** In afwijking van artikel 7:10, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht beslist het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen binnen vier weken na ontvangst van het bezwaarschrift, bedoeld in artikel 75k.
|
||||
|
||||
#### Paragraaf 4. Beroep in cassatie
|
||||
|
||||
### Artikel 75m
|
||||
|
||||
**1.** Tegen uitspraken van de Centrale Raad van Beroep kan ieder der partijen beroep in cassatie instellen ter zake van schending of verkeerde toepassing van artikel 1, derde tot en met zevende lid, en de daarop berustende bepalingen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1394,9 +1411,11 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
De termijnen van het ziekengeld, welke niet zijn ingevorderd binnen twee jaren na de dag der betaalbaarstelling, worden niet meer uitbetaald.
|
||||
|
||||
### Artikel
|
||||
### Artikel 86
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
**1.** Ten aanzien van de verzekerde wiens eerste dag van ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte, zwangerschap of bevalling is gelegen voor 1 januari 2004 blijven de artikelen 29, 29a, 32, 38 en 45 van toepassing zoals deze luidden op 31 december 2003 en blijft artikel 39a buiten toepassing.
|
||||
|
||||
**2.** Voor de toepassing van het eerste lid worden perioden van ongeschiktheid tot werken geacht eenzelfde, niet onderbroken periode van ongeschiktheid te vormen, indien zij elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen. Bij de vaststelling van de periode van vier weken blijven perioden, waarin zwangerschaps- of bevallingsverlof wordt genoten overeenkomstig artikel 3:1, tweede en derde lid, van de Wet arbeid en zorg, buiten beschouwing.
|
||||
|
||||
### Artikel 87
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue