2003-06-18 | BWBR0005446 | Formatiebesluit W.V.O.

This commit is contained in:
Coornhert 2003-06-18 12:00:00 +00:00
parent 9df3b3ecf9
commit 153021b265

View file

@ -451,7 +451,7 @@ De opslag in verband met rechtspositionele aanspraken van personeel bij verminde
**2.** De aantallen formatierekeneenheden voor onderwijsondersteunend personeel, berekend op grond van artikel 35, tweede lid, worden verhoogd met 5,68% vanwege herbezetting in verband met arbeidsduurverkorting.
**3.** Het aantal formatierekeneenheden, berekend op grond van artikel 35 en verhoogd op grond van het eerste en het tweede lid, wordt tevens verhoogd met het aantal formatierekeneenheden dat behoort bij het gedeelte van de betrekkingsomvang dat kan worden herbezet in verband met toepassing van de regeling bevordering arbeidsparticipatie ouderen, bedoeld in hoofdstuk I-V van het Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel.
**3.** Het aantal formatierekeneenheden, berekend op grond van artikel 35 en verhoogd op grond van het eerste en het tweede lid, wordt tevens verhoogd met het aantal formatierekeneenheden dat behoort bij het gedeelte van de betrekkingsomvang dat kan worden herbezet in verband met toepassing van de regeling bevordering arbeidsparticipatie ouderen, bedoeld in titel 16 van hoofdstuk 1 van het Rechtspositiebesluit WPO/WEC.
**4.** De uitkomst van het aantal formatierekeneenheden, berekend op grond van het eerste, het tweede en het derde lid, wordt telkens afgerond.
@ -475,7 +475,7 @@ b. wat betreft het onderwijsondersteunend personeel: 1,05%.
De in het vierde lid bedoelde aanspraak bestaat eveneens indien het bevoegd gezag door herbezetting van het desbetreffende aantal formatierekeneenheden een ontslag voorkomt in het geval waarin zich een negatieve mutatie van de formatieve ontwikkeling voordoet die groter is dan de omvang van het natuurlijk verloop. Voorwaarden voor de toepassing van de eerste volzin zijn dat:
a. het ontslag volledig en onvermijdelijk voortvloeit uit de daling van het aantal formatierekeneenheden, verminderd met de daling wegens natuurlijk verloop en andere ontslagen,
b. het bevoegd gezag verklaart dat de betrokkene bij vrijkomende formatieruimte wordt geplaatst in het in artikel I-P76, tweede lid, onderdeel *a*, van het Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel bedoelde deel van de formatie,
b. het bevoegd gezag verklaart dat de betrokkene bij vrijkomende formatieruimte wordt geplaatst in het in artikel 110, tweede lid, onderdeel a, van het Rechtspositiebesluit WPO/WEC bedoelde deel van de formatie,
c. het bevoegd gezag verklaart over te gaan tot melding aan het Regionaal Bestuur voor de Arbeidsvoorziening, bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de Arbeidsvoorzieningswet, van elke gehele of gedeeltelijke formatieplaats die in de loop van het schooljaar bij de school of scholen van het bevoegd gezag beschikbaar komt en voor de vervulling waarvan bemiddeling door het Regionaal Bestuur voor de Arbeidsvoorziening wenselijk is. en
**5.**
@ -560,7 +560,7 @@ Verbruikstabel functies schoolleiding, onderwijsgevend en onderwijsondersteunend
* maximumschaal als bedoeld in artikel I-P1 onderdeel d van hoofdstuk I-P van het Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel (Stb. 1985, 110).
**4.** Bij het opnemen van andere functies in de formatie van de school dan genoemd in de tabel in het derde lid, zijn het eerste en tweede lid van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat de tabel in artikel I-P78 van het Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel van toepassing is.
**4.** Bij het opnemen van andere functies in de formatie van de school dan genoemd in de tabel in het derde lid, zijn het eerste en tweede lid van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat de tabel in artikel 112 van het Rechtspositiebesluit WPO/WEC van toepassing is.
**5.** Het totale verbruik van formatierekeneenheden van de school wordt berekend door de som te bepalen van het verbruik van formatierekeneenheden per functie die in de formatie is opgenomen en de uitkomst daarvan af te ronden.
@ -590,10 +590,10 @@ Indien het verbruik van het aantal formatierekeneenheden in een maand afwijkt va
Het bevoegd gezag van een school kan telkens voor de periode van een schooljaar beslissen minder formatierekeneenheden te besteden dan voor die school mogelijk zou zijn op grond van het beschikbare formatiebudget, tot ten hoogste:
a. 10% van het voor de school beschikbare formatiebudget daaronder niet begrepen de formatie voor personeelsbeleid, kwaliteitsverbetering en innovatie en het aantal formatierekeneenheden dat nodig is voor de bekostiging van de vervanging van het personeel dat gebruik maakt van het verlof op grond van artikel I-C41, zevende lid, van het Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel,
a. 10% van het voor de school beschikbare formatiebudget daaronder niet begrepen de formatie voor personeelsbeleid, kwaliteitsverbetering en innovatie en het aantal formatierekeneenheden dat nodig is voor de bekostiging van de vervanging van het personeel dat gebruik maakt van het verlof op grond van artikel 32, zevende lid, van het Rechtspositiebesluit WPO/WEC,
b. de formatie voor personeelsbeleid, kwaliteitsverbetering en innovatie, en
c. het aantal formatierekeneenheden dat nodig is voor het betalen van vergoedingen aan een school voor voortgezet onderwijs voor de inzet van personeel, en
d. het aantal formatierekeneenheden dat nodig is voor de bekostiging van de vervanging van het personeel dat gebruik maakt van het verlof op grond van artikel I-C41, zevende lid, van het Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel.
d. het aantal formatierekeneenheden dat nodig is voor de bekostiging van de vervanging van het personeel dat gebruik maakt van het verlof op grond van artikel 32, zevende lid, van het Rechtspositiebesluit WPO/WEC.
In dat geval keert Onze Minister aan het bevoegd gezag van de school een bedrag uit dat overeenkomt met de geldswaarde van de gedurende het schooljaar niet verbruikte formatierekeneenheden.