From 153090ad2af3148608ba1f96e7aedad11a483fbd Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Sat, 1 Jan 2011 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2011-01-01 | BWBR0011453 | Wet studiefinanciering 2000 --- .../BWBR0011453/README.md | 24 +++++++++---------- 1 file changed, 12 insertions(+), 12 deletions(-) diff --git a/wet/wet-studiefinanciering-2000/BWBR0011453/README.md b/wet/wet-studiefinanciering-2000/BWBR0011453/README.md index 2cef437968a..48a6baa43d0 100644 --- a/wet/wet-studiefinanciering-2000/BWBR0011453/README.md +++ b/wet/wet-studiefinanciering-2000/BWBR0011453/README.md @@ -400,7 +400,7 @@ b. een toeslag voor een één-oudergezin ingevolge artikel 3.5. **1.** Aan een studerende met een partner die financieel van hem afhankelijk is en die niet in aanmerking komt voor studiefinanciering, wordt een toeslag voor een partner toegekend. -**2.** Uitsluitend als financieel afhankelijk wordt aangemerkt de partner die een toetsingsinkomen heeft dat naar de maatstaf van 1 januari 2008 minder bedraagt dan € 8 129,26 Per 1 januari 2010: € 8.618,97en die de verzorging heeft van een of meer kinderen die jonger zijn dan 12 jaar waarvoor op grond van de Algemene Kinderbijslagwet aanspraak op kinderbijslag bestaat. Bij de bepaling van het toetsingsinkomen van de partner is artikel 8, derde, vijfde en zesde lid van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen en artikel 3.17, derde tot en met zesde en tiende lid, van deze wet, van overeenkomstige toepassing. +**2.** Uitsluitend als financieel afhankelijk wordt aangemerkt de partner die een toetsingsinkomen heeft dat naar de maatstaf van 1 januari 2008 minder bedraagt dan € 8 129,26 Per 1 januari 2011: € € 8.807,73en die de verzorging heeft van een of meer kinderen die jonger zijn dan 12 jaar waarvoor op grond van de Algemene Kinderbijslagwet aanspraak op kinderbijslag bestaat. Bij de bepaling van het toetsingsinkomen van de partner is artikel 8, derde, vijfde en zesde lid van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen en artikel 3.17, derde tot en met zesde en tiende lid, van deze wet, van overeenkomstige toepassing. **3.** Het bedrag, bedoeld in het eerste lid, is opgenomen in artikel 3.18. @@ -450,7 +450,7 @@ In afwijking van de eerste volzin kan een studerende als bedoeld in de eerste vo **2.** Vervallen. -**3.** Op het toetsingsinkomen in het peiljaar wordt in mindering gebracht de vrije voet. Deze voet is naar de maatstaf van 2008 gelijk aan € 15 928,16Per 1 januari 2010: € 16.887,67.. Indien een van de ouders is overleden, geldt voor de andere ouder een dubbele vrije voet. Indien een studerende die niet geadopteerd is en die als ingezetene in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens is ingeschreven, blijkens die basisadministratie slechts één ouder heeft of artikel 3.14 toepassing heeft gevonden, is de vorige volzin van overeenkomstige toepassing. Indien voor een ouder voor de inkomstenbelasting – naast de algemene heffingskorting – de alleenstaande-ouderkorting of de aanvullende alleenstaande-ouderkorting van toepassing is, en voor hem geen dubbele vrije voet geldt, geldt voor hem in afwijking van de tweede volzin een vrije voet die naar de maatstaf van 2008 gelijk is aan € 20 199,42Per 1 januari 2010: € 21.416,23.. +**3.** Op het toetsingsinkomen in het peiljaar wordt in mindering gebracht de vrije voet. Deze voet is naar de maatstaf van 2008 gelijk aan € 15 928,16Per 1 januari 2011: € 17.257,51.. Indien een van de ouders is overleden, geldt voor de andere ouder een dubbele vrije voet. Indien een studerende die niet geadopteerd is en die als ingezetene in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens is ingeschreven, blijkens die basisadministratie slechts één ouder heeft of artikel 3.14 toepassing heeft gevonden, is de vorige volzin van overeenkomstige toepassing. Indien voor een ouder voor de inkomstenbelasting – naast de algemene heffingskorting – de alleenstaande-ouderkorting of de aanvullende alleenstaande-ouderkorting van toepassing is, en voor hem geen dubbele vrije voet geldt, geldt voor hem in afwijking van de tweede volzin een vrije voet die naar de maatstaf van 2008 gelijk is aan € 20 199,42Per 1 januari 2011: € 21.885,25.. **4.** Het bruto kortingsbedrag op jaarbasis is 26% van het verschil tussen het toetsingsinkomen in het peiljaar en de vrije voet in het toekenningsjaar. @@ -747,7 +747,7 @@ Deze paragraaf is uitsluitend van toepassing op deelnemers die in Nederland een **3.** Indien aan de voorwaarden, bedoeld in deze paragraaf, wordt voldaan wordt de prestatiebeurs omgezet in een gift. -**4.** Studiefinanciering wordt gedurende in totaal ten hoogste 36 maanden na de perioden, bedoeld in het eerste en tweede lid, verstrekt in de vorm van een lening. Het bedrag dat per maand kan worden geleend, bedraagt in afwijking van de artikelen 3.1, derde lid, 3.2, 3.13 en 3.18, naar de maatstaf van 1 januari 2005 € 787,02per 1 januari 2010 € 853,16. Tevens kan een reisvoorziening worden verstrekt. +**4.** Studiefinanciering wordt gedurende in totaal ten hoogste 36 maanden na de perioden, bedoeld in het eerste en tweede lid, verstrekt in de vorm van een lening. Het bedrag dat per maand kan worden geleend, bedraagt in afwijking van de artikelen 3.1, derde lid, 3.2, 3.13 en 3.18, naar de maatstaf van 1 januari 2005 € 787,02per 1 januari 2011 tot 1 januari 2013 € 853,16. Tevens kan een reisvoorziening worden verstrekt. **5.** Op aanvraag kan een deelnemer als bedoeld in artikel 3.4, gedurende de periode, bedoeld in het vierde lid, tevens in aanmerking komen voor een lening ter grootte van het bedrag, bedoeld in artikel 3.4, derde lid. @@ -823,7 +823,7 @@ Deze paragraaf is uitsluitend van toepassing op deelnemers die zijn ingeschreven **1.** Studiefinanciering wordt gedurende ten hoogste 4 jaren verstrekt in de vorm van een gift. -**2.** Studiefinanciering wordt gedurende 36 maanden na de periode, bedoeld in het eerste lid, verstrekt in de vorm van een lening. Het bedrag dat per maand kan worden geleend, bedraagt in afwijking van de artikelen 3.1, derde lid, 3.2, 3.13 en 3.18, naar de maatstaf van 1 januari 2004 € 770,53per 1 januari 2010 € 853,16. Tevens kan een reisvoorziening worden verstrekt. +**2.** Studiefinanciering wordt gedurende 36 maanden na de periode, bedoeld in het eerste lid, verstrekt in de vorm van een lening. Het bedrag dat per maand kan worden geleend, bedraagt in afwijking van de artikelen 3.1, derde lid, 3.2, 3.13 en 3.18, naar de maatstaf van 1 januari 2004 € 770,53per 1 januari 2011 tot 1 januari 2013 € 853,16. Tevens kan een reisvoorziening worden verstrekt. ### Artikel 4.19 @@ -865,11 +865,11 @@ Dit hoofdstuk is uitsluitend van toepassing op studenten die na 31 augustus 1996 ### Artikel 5.2 -**1.** Studiefinanciering, met uitzondering van het collegegeldkrediet, de basislening en de aanvullende lening, wordt gedurende 4 jaren of het aantal jaren genoemd in artikel 5.6, dan wel bedoeld in artikel 2.14, derde lid, verstrekt in de vorm van een prestatiebeurs, met dien verstande dat de aanvullende beurs in de eerste 12 maanden waarvoor aanspraak op studiefinanciering bestaat wordt verstrekt in de vorm van een gift. +**1.** Studiefinanciering, met uitzondering van het collegegeldkrediet, de basislening en de aanvullende lening, wordt gedurende 4 jaren of het aantal jaren genoemd in artikel 5.6, dan wel bedoeld in artikel 2.14, derde lid, verstrekt in de vorm van een prestatiebeurs, met dien verstande dat de aanvullende beurs in de eerste 5 maanden waarvoor aanspraak op studiefinanciering bestaat wordt verstrekt in de vorm van een gift. **2.** Indien aan de voorwaarden, bedoeld in dit hoofdstuk, wordt voldaan wordt de prestatiebeurs omgezet in een gift. -**3.** Studiefinanciering, met uitzondering van het collegegeldkrediet, wordt gedurende 36 maanden na de periode, bedoeld in het eerste lid, verstrekt in de vorm van een lening. Het bedrag dat per maand kan worden geleend, bedraagt in afwijking van de artikelen 3.1, derde lid, 3.2, 3.3, 3.13 en 3.18, naar de maatstaf van 1 januari 2007 € 809,93 per 1 januari 2010 € 853,16. Tevens kan een reisvoorziening worden verstrekt. +**3.** Studiefinanciering, met uitzondering van het collegegeldkrediet, wordt gedurende 36 maanden na de periode, bedoeld in het eerste lid, verstrekt in de vorm van een lening. Het bedrag dat per maand kan worden geleend, bedraagt in afwijking van de artikelen 3.1, derde lid, 3.2, 3.3, 3.13 en 3.18, naar de maatstaf van 1 januari 2007 € 809,93 per 1 januari 2011 tot 1 januari 2013 € 853,16. Tevens kan een reisvoorziening worden verstrekt. **4.** De basislening en de aanvullende lening kunnen gedurende de periode, bedoeld in het eerste lid, worden verstrekt. Het collegegeldkrediet kan gedurende de periode bedoeld in het eerste en derde lid worden verstrekt. @@ -1010,7 +1010,7 @@ In dit hoofdstuk wordt onder lening mede verstaan de prestatiebeurs. **1.** Ontvangst van een lening of omzetting in een lening, of omzetting als bedoeld in artikel 6.17, verplicht degene die studiefinanciering heeft ontvangen tot terugbetaling van de lening vermeerderd met de volgens dit hoofdstuk berekende rente. -**2.** De vanaf de dertiende maand waarvoor na het studiejaar 2000–2001 aanspraak op studiefinanciering bestaat ingevolge hoofdstukken 4 en 5 toegekende en niet in gift om te zetten aanvullende beurs kan op aanvraag van de debiteur worden kwijtgescholden. +**2.** De vanaf de zesde maand waarvoor na het studiejaar 2000–2001 aanspraak op studiefinanciering bestaat ingevolge hoofdstukken 4 en 5 toegekende en niet in gift om te zetten aanvullende beurs kan op aanvraag van de debiteur worden kwijtgescholden. **3.** @@ -1365,7 +1365,7 @@ In dit hoofdstuk wordt onder tempobeurs verstaan een voorwaardelijke gift die on **2.** Studiefinanciering met uitzondering van de reisvoorziening wordt gedurende 5 jaren of het aantal jaren genoemd in artikel 10.5, verstrekt in de vorm van een tempobeurs. De reisvoorziening wordt verstrekt in de vorm van een gift. -**3.** Studiefinanciering met uitzondering van de reisvoorziening wordt gedurende 2 jaren na de periode, bedoeld in het tweede lid, verstrekt in de vorm van een lening. De reisvoorziening wordt verstrekt in de vorm van een gift. Het bedrag dat per maand gedurende deze periode kan worden geleend, bedraagt, in afwijking van de artikelen 3.2 en 3.3, naar de maatstaf van 1 januari 2007 € 809,93 per 1 januari 2010 € 853,16. De artikelen 3.13 en 3.18 zijn niet van toepassing. +**3.** Studiefinanciering met uitzondering van de reisvoorziening wordt gedurende 2 jaren na de periode, bedoeld in het tweede lid, verstrekt in de vorm van een lening. De reisvoorziening wordt verstrekt in de vorm van een gift. Het bedrag dat per maand gedurende deze periode kan worden geleend, bedraagt, in afwijking van de artikelen 3.2 en 3.3, naar de maatstaf van 1 januari 2007 € 809,93 per 1 januari 2011 tot 1 januari 2013 € 853,16. De artikelen 3.13 en 3.18 zijn niet van toepassing. ### Artikel 10.4 @@ -1516,7 +1516,7 @@ c. ieder vijfde jaar na het vierde jaar van de aflosfase. ### Artikel 10a.7 -**1.** Indien de debiteur niet in staat is de vastgestelde termijn te voldoen, kan hij gedurende de aflosfase bij de IB-Groep een aanvraag indienen om zijn draagkracht vast te stellen voor de resterende aflosfase. +**1.** Indien de debiteur niet in staat is de vastgestelde termijn te voldoen, kan hij gedurende de aflosfase bij Onze Minister een aanvraag indienen om zijn draagkracht vast te stellen voor de resterende aflosfase. **2.** De draagkracht van de debiteur is zijn draagkracht uit inkomen. @@ -1540,7 +1540,7 @@ c. ieder vijfde jaar na het vierde jaar van de aflosfase. **7.** In afwijking van het tweede tot en met het zesde lid is de draagkracht uit inkomen van een debiteur met een toetsingsinkomen lager dan een bij ministeriële regeling vast te stellen minimumbedrag nihil. Deze regeling wordt jaarlijks voor 1 januari vastgesteld en kan voor verschillende groepen debiteuren verschillend luiden. -**8.** Voor de toepassing van dit artikel wordt indien het toetsingsinkomen of het belastbaar loon in het tweede jaar voorafgaande aan het jaar waarvoor de draagkracht wordt vastgesteld, nog niet bekend is, door de IB-Groep daarvoor in de plaats gesteld een bedrag dat het vast te stellen toetsingsinkomen of het belastbaar loon benadert. +**8.** Voor de toepassing van dit artikel wordt indien het toetsingsinkomen of het belastbaar loon in het tweede jaar voorafgaande aan het jaar waarvoor de draagkracht wordt vastgesteld, nog niet bekend is, door Onze Minister daarvoor in de plaats gesteld een bedrag dat het vast te stellen toetsingsinkomen of het belastbaar loon benadert. ### Artikel 10a.9 @@ -1713,7 +1713,7 @@ Vervallen ### Artikel 12.9 -Vervallen +Op de student die vóór 1 september 2010 voor het volgen van hoger onderwijs studiefinanciering ontving, blijven de artikelen 5.2, eerste lid, en 6.2, tweede lid, van toepassing, zoals die artikelen op 31 augustus 2010 luidden. ### Artikel 12.10 @@ -1752,7 +1752,7 @@ Het rentepercentage voor leningen aangegaan voor 1 januari 1992 is in afwijking ### Artikel 12.10b -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +Artikel 11.1 is niet van toepassing in de kalenderjaren 2011 en 2012, met uitzondering van hetgeen in dat artikel is bepaald ten aanzien van de artikelen 3.4, tweede lid, en 3.9, derde lid. ### Artikel 12.11