From 154c1008dda25c10e094090802ff23bc45634a71 Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Tue, 1 Aug 2017 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2017-08-01 | BWBR0003420 | Wet op het primair onderwijs --- .../BWBR0003420/README.md | 316 ++++++++++++++++-- 1 file changed, 295 insertions(+), 21 deletions(-) diff --git a/wet/wet-op-het-primair-onderwijs/BWBR0003420/README.md b/wet/wet-op-het-primair-onderwijs/BWBR0003420/README.md index 2c9bd0a9f4b..730b69a801c 100644 --- a/wet/wet-op-het-primair-onderwijs/BWBR0003420/README.md +++ b/wet/wet-op-het-primair-onderwijs/BWBR0003420/README.md @@ -87,9 +87,13 @@ a. een openbare school: b. een bijzondere school: de rechtspersoon bedoeld in artikel 55; c. een samenwerkingsschool: de stichting, bedoeld in artikel 17d; +*burgerservicenummer:* + +burgerservicenummer als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Wet algemene bepalingen burgerservicenummer; + *persoonsgebonden nummer:* -het burgerservicenummer, bedoeld in artikel 1, onder b, van de Wet algemene bepalingen burgerservicenummer, dan wel het door Onze minister uitgegeven onderwijsnummer, bedoeld in artikel 40b, vierde lid; +het burgerservicenummer dan wel het door Onze minister uitgegeven onderwijsnummer, bedoeld in artikel 40b, vierde lid; *ouders*: @@ -126,7 +130,19 @@ een beschrijving van de voorzieningen die zijn getroffen voor leerlingen die ext *afdeling:* -een afdeling als bedoeld in artikel 85a. +een afdeling als bedoeld in artikel 85a; + +*lerarenregister:* + +lerarenregister als bedoeld in artikel 38b; + +*registervoorportaal:* + +registervoorportaal als bedoeld in artikel 38p; + +*basisgegevens:* + +gegevens als bedoeld in artikel 38g, eerste lid, onderdelen a tot en met d. ### Artikel 1a @@ -152,15 +168,17 @@ c. niet krachtens rechterlijke uitspraak van het geven van onderwijs is uitgeslo **2.** -Het onderwijs in de onderwijsactiviteit zintuiglijke en lichamelijke oefening in het derde tot en met achtste schooljaar kan in afwijking van het eerste lid, onderdeel b. 1°, behalve door degene die beschikt over een in dat onderdeel b. 1° bedoeld getuigschrift waaruit blijkt dat wordt voldaan aan de bekwaamheidseisen voor het geven van lichamelijke opvoeding in het voortgezet onderwijs, uitsluitend worden gegeven door degene die: +Het onderwijs in de onderwijsactiviteit zintuiglijke en lichamelijke oefening in het derde tot en met achtste schooljaar kan in afwijking van het eerste lid, onderdeel b, onder 1, behalve door degene die beschikt over een in dat onderdeel b, onder 1, bedoeld getuigschrift waaruit blijkt dat wordt voldaan aan de bekwaamheidseisen voor het geven van lichamelijke opvoeding in het voortgezet onderwijs, uitsluitend worden gegeven door degene die beschikt over een in dat onderdeel b, onder 1, bedoeld getuigschrift waaruit blijkt dat wordt voldaan aan de bekwaamheidseisen die zijn vastgesteld krachtens artikel 32a, eerste lid, en -a. beschikt over een in dat onderdeel b. 1° bedoeld getuigschrift waaruit blijkt dat wordt voldaan aan de bekwaamheidseisen die zijn vastgesteld krachtens artikel 32a, eerste lid, en -b. in het bezit is van een bij ministeriële regeling aangewezen getuigschrift dat specifiek is gericht op de bekwaamheid tot het geven van dat onderwijs, of onderwijs volgt ter verkrijging van een dergelijk getuigschrift, in welk laatste geval betrokkene het onderwijs in deze onderwijsactiviteit mag geven gedurende ten hoogste twee aaneengesloten schooljaren, gerekend vanaf het moment waarop betrokkene het onderwijs ter verkrijging van dit getuigschrift voor de eerste maal volgt. +a. in het bezit is van een bij ministeriële regeling aangewezen getuigschrift dat specifiek is gericht op de bekwaamheid tot het geven van dat onderwijs, of +b. onderwijs volgt ter verkrijging van een dergelijk getuigschrift, in welk geval betrokkene het onderwijs in deze onderwijsactiviteit mag geven gedurende ten hoogste twee aaneengesloten schooljaren, gerekend vanaf het moment waarop betrokkene het onderwijs ter verkrijging van dit getuigschrift voor de eerste maal volgt. **3.** Onze minister kan aan personen die in het bezit zijn van een buiten Nederland behaald bewijsstuk waarmee de bekwaamheid wordt aangetoond, de bevoegdheid tot het geven van schoolonderwijs verlenen. Hij kan daarbij voorwaarden en beperkingen stellen. **4.** Ten aanzien van studenten die een duale opleiding volgen als bedoeld in artikel 7.7 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek leidend tot een getuigschrift als bedoeld in het eerste lid, onder b.1°, en aan die opleiding ten minste 180 studiepunten hebben behaald, kan worden afgeweken van de eisen in het eerste lid onder b, met dien verstande dat het tijdelijk dienstverband van de student een periode beslaat die overeenkomt met een volledig dienstverband van vijf maanden. De vorige volzin is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van studenten die ten minste 166 doch nog geen 180 studiepunten hebben behaald, indien door de desbetreffende hogeschool wordt verklaard dat de student beschikt over met 180 studiepunten vergelijkbare en tevens voor het dienstverband relevante kennis, inzicht en vaardigheden. De toepassing van de vorige volzin vervalt ten aanzien van die student die niet binnen vier weken na aanvang van het dienstverband over 180 studiepunten beschikt. De in artikel 7.7, vijfde lid, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek bedoelde overeenkomst vermeldt tevens de leraar onder wiens verantwoordelijkheid de betrokken student werkzaamheden van onderwijskundige aard verricht. +**5.** Op de inzet van een leraar voor schoolonderwijs zijn de artikelen 31a, en 38b tot en met 38v van toepassing. + ### Artikel 3a **1.** @@ -403,7 +421,7 @@ b. een schoolbegeleidingsdienst, indien de leerling is opgenomen in een ziekenhu ### Artikel 9b -**1.** In het achtste schooljaar legt de leerling in een volledige week tussen 15 april en 15 mei een centrale eindtoets af. De centrale eindtoets kan op verschillende niveaus worden aangeboden. +**1.** In het achtste schooljaar legt de leerling in een volledige week tussen 15 april en 15 mei een centrale eindtoets af. **2.** De centrale eindtoets meet kennis en vaardigheden van de leerling op het terrein van Nederlandse taal en rekenen en wiskunde. Het bevoegd gezag kan bij een leerling tevens de toets voor de kennisgebieden, genoemd in artikel 9, tweede lid, onderdelen a, b en c, afnemen. @@ -417,17 +435,15 @@ a. zeer moeilijk lerende leerlingen, b. meervoudig gehandicapte leerlingen voor wie het zeer moeilijk lerend zijn een van de handicaps is, en c. leerlingen die vier jaar of korter in Nederland zijn en om die reden de Nederlandse taal onvoldoende beheersen. -**5.** Het bevoegd gezag bepaalt mede op basis van het leerling- en onderwijsvolgsysteem, bedoeld in artikel 8, zesde lid, op welk niveau de leerling de centrale eindtoets aflegt. +**5.** Indien het bevoegd gezag op grond van het vierde lid, onderdelen a of b, bepaalt dat de leerling geen centrale eindtoets aflegt, informeert het de ouders over de grond voor die toepassing voor de aanvang van de afname van de centrale eindtoets. -**6.** Voor de aanvang van de afname van de centrale eindtoets informeert het bevoegd gezag de ouders over het niveau van de toets die de leerling gaat afleggen dan wel indien het bevoegd gezag op grond van het vierde lid, onderdelen a of b, bepaalt dat de leerling geen toets aflegt, de grond voor die toepassing. +**6.** Indien het bevoegd gezag voornemens is te bepalen dat de leerling op grond van het vierde lid, onderdeel c, geen toets aflegt, overlegt het bevoegd gezag hierover met de ouders. -**7.** Indien het bevoegd gezag voornemens is te bepalen dat de leerling op grond van het vierde lid, onderdeel c, geen toets aflegt, overlegt het bevoegd gezag hierover met de ouders. +**7.** Onze minister kan het gebruik van andere eindtoetsen dan de centrale eindtoets, bedoeld in het eerste lid, toelaten. Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op de andere eindtoetsen met dien verstande dat bij algemene maatregel van bestuur voorschriften worden gesteld ten aanzien van de toelating van andere eindtoetsen. -**8.** Onze minister kan het gebruik van andere eindtoetsen dan de centrale eindtoets, bedoeld in het eerste lid, toelaten. Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op de andere eindtoetsen met dien verstande dat bij algemene maatregel van bestuur voorschriften worden gesteld ten aanzien van de toelating van andere eindtoetsen. +**8.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen voorschriften omtrent de centrale eindtoets worden vastgesteld. -**9.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen voorschriften omtrent de centrale eindtoets worden vastgesteld. - -**10.** Tot een bij koninklijk besluit te bepalen datum zijn het eerste tot en met het negende lid, niet van toepassing op leerlingen van een speciale school voor basisonderwijs. +**9.** Tot een bij koninklijk besluit te bepalen datum zijn het eerste tot en met het achtste lid, niet van toepassing op leerlingen van een speciale school voor basisonderwijs. ### Artikel 9c @@ -919,6 +935,23 @@ c. de richtlijnen voor de uitoefening van de overgedragen taken en bevoegdheden. **4.** Het bevoegd gezag draagt er zorg voor dat een exemplaar van het managementstatuut in het gebouw van de school ter inzage beschikbaar is op een voor een ieder toegankelijke plaats. Het bevoegd gezag zendt een exemplaar van het managementstatuut, alsmede elke wijziging daarvan, zo spoedig mogelijk na de vaststelling ter kennisneming aan de inspectie. +### Artikel 31a + +**1.** Onder het beroep van leraar wordt verstaan het binnen de kaders van het onderwijskundig beleid van de school, verantwoordelijkheid dragen voor het vakinhoudelijke, vakdidactische en pedagogische proces in de school. + +**2.** Leraren komt een zelfstandige verantwoordelijkheid toe als het gaat om het beoordelen van de onderwijsprestaties van leerlingen. + +**3.** + +Leraren beschikken over voldoende vakinhoudelijke, vakdidactische en pedagogische zeggenschap, waaronder wordt verstaan de zeggenschap over: + +a. de inhoud van de lesstof; +b. de wijze waarop de lesstof wordt aangeboden en de middelen die daarbij worden gebruikt; +c. de te hanteren pedagogisch-didactische aanpak op de school en de wijze waarop daar uitvoering aan wordt gegeven, waaronder de begeleiding van de leerlingen en de contacten met de ouders; +d. het in samenhang met de onderdelen a, b en c, onderhouden van de bekwaamheid van de leraren als onderdeel van het team. + +**4.** Het bevoegd gezag stelt in overleg met de leraren een professioneel statuut op waarin de afspraken zijn opgenomen over de wijze waarop de zeggenschap van leraren, bedoeld in het derde lid, wordt georganiseerd. Bij het opstellen van het professioneel statuut wordt de professionele standaard van de beroepsgroep in acht genomen. + ### Artikel 32 **1.** Directeuren, adjunct-directeuren en leraren worden door het bevoegd gezag benoemd dan wel tewerkgesteld zonder benoeming. @@ -942,7 +975,7 @@ c. niet krachtens rechterlijke uitspraak is uitgesloten van het verrichten van d **4.** De directeur of adjunct-directeur die op grond van artikel 3 bevoegd is tot het geven van onderwijs of die op grond van artikel 3a bevoegd is tot het verrichten van de daar bedoelde onderwijsondersteunende werkzaamheden, kan tevens worden belast met het geven van onderwijs respectievelijk met het verrichten van die onderwijsondersteunende werkzaamheden. -**5.** Om te kunnen worden benoemd of tewerkgesteld zonder benoeming tot leraar dient betrokkene te voldoen aan artikel 3, eerste lid, of op grond van het derde lid van dat artikel bevoegd te zijn tot het geven van onderwijs. +**5.** Om te kunnen worden benoemd of tewerkgesteld zonder benoeming tot leraar dient betrokkene te voldoen aan de desbetreffende vereisten, bedoeld in artikel 3, eerste tot en met vierde lid. **6.** De onderwijsondersteunend functionaris die wordt belast met werkzaamheden waarvoor op grond van artikel 32a, derde lid, bekwaamheidseisen zijn vastgesteld, dient te voldoen aan artikel 3a, eerste lid, onverminderd het tweede en derde lid van dat artikel. @@ -1050,6 +1083,245 @@ Over de door het bevoegd gezag ingevolge artikel 33 te treffen regelingen, alsme **4.** De algemene maatregel van bestuur, bedoeld in het tweede en derde lid, wordt aan de beide Kamers der Staten-Generaal overgelegd. De maatregel treedt niet in werking dan nadat vier weken na de overlegging zijn verstreken en niet door of namens een van beide Kamers de wens wordt te kennen gegeven dat het in die maatregel geregelde onderwerp bij de wet wordt geregeld. Alsdan wordt een daartoe strekkend wetsvoorstel zo spoedig mogelijk ingediend. +##### Paragraaf 3a. Lerarenregister + +### Artikel 38b + +**1.** Er is een lerarenregister. In het lerarenregister zijn van leraren voor wie de grond voor benoeming of tewerkstelling zonder benoeming is gelegen in artikel 3, eerste lid, onderdeel b, onder 1 en 2, tweede lid, aanhef en onderdeel a, of derde lid, persoonsidentificerende gegevens, en gegevens betreffende de school, de benoeming of tewerkstelling zonder benoeming, en de herregistratie opgenomen. + +**2.** + +Het lerarenregister heeft tot doel: + +a. het vastleggen van het onderwijs waarvoor een leraar is benoemd of tewerkgesteld zonder benoeming op grond van artikel 3, eerste lid, onderdeel b, onder 1 en 2, tweede lid, aanhef en onderdeel a, of derde lid; +b. het vastleggen op welke wijze een leraar voldoet aan de bekwaamheidseisen; en +c. het vastleggen of een leraar voldoet aan de herregistratiecriteria. + +**3.** + +In aanvulling op het tweede lid heeft het lerarenregister tot doel gegevens te verstrekken: + +a. aan Onze Minister ten behoeve van de beleidsvorming; en +b. aan de inspectie voor zover de verwerking van die gegevens noodzakelijk is voor de goede vervulling van haar publieke taak. + +**4.** Onze Minister draagt zorg voor het beheer van het lerarenregister. + +### Artikel 38c + +Dit artikel treedt niet meer in werking. Het artikel is ingetrokken door Stb. 2022/86. + +Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden + +### Artikel 38d + +Onze Minister is voor de verwerking van persoonsgegevens in het kader van het lerarenregister de verantwoordelijke, bedoeld in artikel 1 van de Wet bescherming persoonsgegevens. + +### Artikel 38e + +Onze Minister benoemt een functionaris voor de gegevensbescherming, bedoeld in artikel 62 van de Wet bescherming persoonsgegevens, die belast is met het toezicht op de verwerking van persoonsgegevens in het kader van het lerarenregister. + +### Artikel 38f + +Onze Minister stelt bij ministeriële regeling regels over de autorisatie van degenen die onder zijn gezag vallen voor verwerking van persoonsgegevens in het kader van het lerarenregister. + +### Artikel 38g + +**1.** + +Het lerarenregister bevat voor elke daarin opgenomen leraar: + +a. het burgerservicenummer; +b. de geslachtsnaam, de voornamen, het geslacht, het adres, de postcode, en de geboortedatum van de leraar; +c. gegevens betreffende de benoeming of tewerkstelling zonder benoeming, waaronder in ieder geval de ingangsdatum ervan; +d. gegevens betreffende de school waaraan hij benoemd is of tewerkgesteld zonder benoeming, waaronder in ieder geval het registratienummer van de school; +e. het onderwijs waarvoor de leraar kan opgaan voor herregistratie; +f. voor welk onderwijs als bedoeld in onderdeel e de leraar opgaat voor herregistratie; +g. gegevens betreffende de activiteiten voor herregistratie; en +h. gegevens betreffende de herregistratie waaronder, indien van toepassing, de aantekening, bedoeld in artikel 38l, tweede lid. + +**2.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen de gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdelen c tot en met h, nader worden gespecificeerd. + +### Artikel 38h + +**1.** Het bevoegd gezag verstrekt aan Onze Minister de basisgegevens van leraren die zijn benoemd of tewerkgesteld zonder benoeming op grond van artikel 3, eerste lid, onderdeel b, onder 1 en 2, tweede lid, aanhef en onderdeel a, of derde lid, en draagt zorg voor het correct bijhouden van die gegevens ten behoeve van het lerarenregister. + +**2.** De leraar verstrekt aan Onze Minister de gegevens, genoemd in artikel 38g, eerste lid, onderdelen e tot en met g. + +**3.** Dit lid is nog niet in werking getreden. + +**4.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over de tijdstippen en wijze van levering, de correctie van de gegevens en over het aantonen van de bekwaamheidseisen, bedoeld in het derde lid. + +### Artikel 38i + +**1.** De gegevens, bedoeld in artikel 38g, eerste lid, onder b, zijn gekoppeld aan het burgerservicenummer van de desbetreffende leraar en worden door Onze Minister verkregen uit de basisregistratie personen indien de leraar als ingezetene is ingeschreven in de basisregistratie personen. + +**2.** Indien de leraar niet als ingezetene is ingeschreven in de basisregistratie personen, worden de desbetreffende gegevens verkregen uit de levering op grond van artikel 38h. + +### Artikel 38j + +Nadat een leraar de gegevens, bedoeld in artikel 38h, tweede of derde lid, heeft verstrekt, neemt Onze Minister het burgerservicenummer en de andere gegevens die zijn geleverd op grond van artikel 38h en verkregen op grond van artikel 38i of 38s, tweede lid, op in het lerarenregister, met dien verstande dat hij de basisgegevens slechts opneemt voor zover deze niet kunnen worden verkregen uit de basisadministratie personen. + +### Artikel 38k + +Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden + +### Artikel 38l + +Dit artikel treedt niet meer in werking. Het artikel is ingetrokken door Stb. 2022/86. + +Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden + +### Artikel 38m + +Dit artikel treedt niet meer in werking. Het artikel is ingetrokken door Stb. 2022/86. + +Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden + +### Artikel 38n + +**1.** + +Gegevens van een leraar als bedoeld in artikel 38g worden verwijderd uit het lerarenregister: + +a. indien betrokkene Onze Minister hier om verzoekt; +b. indien betrokkene de pensioengerechtigde leeftijd bereikt; +c. indien betrokkene is overleden. + +**2.** In de gevallen, bedoeld in het eerste lid, onder b en c, worden alle in het lerarenregister geregistreerde gegevens van betrokkene verwijderd. + +**3.** Indien een of meerdere gegevens van een leraar op grond van het eerste lid worden verwijderd uit het lerarenregister, blijven deze gegevens tot vijf jaar na verwijdering bewaard. + +**4.** Indien op grond van artikel 38h gegevens worden verstrekt voor heropname van een leraar in het lerarenregister, worden door Onze Minister van deze leraar de bewaarde gegevens als bedoeld in artikel 38g, eerste lid, onderdelen e tot en met h, opgenomen in het lerarenregister. + +**5.** Op verzoek van een leraar aan Onze Minister is het eerste lid, aanhef en onder b, op deze leraar niet van toepassing. + +**6.** Met pensioengerechtigde leeftijd wordt in dit artikel bedoeld de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a van de Algemene Ouderdomswet. + +### Artikel 38o + +**1.** Dit lid is nog niet in werking getreden. + +**2.** + +Op verzoek van het bevoegd gezag van de school waaraan de leraar is benoemd of tewerkgesteld zonder benoeming worden in aanvulling op de gegevens, bedoeld in het eerste lid, de volgende gegevens van een leraar verstrekt: + +a. het geslacht, het adres, de postcode en de geboortedatum; +b. gegevens betreffende de benoeming of tewerkstelling zonder benoeming; +c. gegevens betreffende de school waaraan hij is benoemd of tewerkgesteld zonder benoeming; +d. indien het bevoegd gezag daarvoor toestemming heeft van de leraar: gegevens betreffende de activiteiten voor herregistratie; en +e. overige gegevens betreffende de herregistratie. + +**3.** + +Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur: + +a. wordt de wijze waarop de gegevens van een leraar worden verstrekt vastgesteld; +b. dit onderdeel is nog niet in werking getreden; +c. kunnen de gegevens, bedoeld in het eerste lid en tweede lid, nader worden gespecificeerd. + +**4.** Uit het lerarenregister kunnen aan betrokkene het burgerservicenummer en de andere gegevens worden verstrekt. + +**5.** De betrokkene heeft toegang tot de gegevens die worden bewaard op grond van artikel 38n, derde lid. + +**6.** + +Uit het lerarenregister worden aan Onze Minister gegevens verstrekt ten behoeve van: + +a. dit onderdeel is nog niet in werking getreden; +b. de beleidsvorming. + +**7.** Uit het lerarenregister worden aan de inspectie gegevens verstrekt voor zover de verwerking van die gegevens noodzakelijk is voor de goede vervulling van haar publieke taak. + +**8.** De gegevens, bedoeld in het zesde lid, onder b, en zevende lid, worden op een zodanige wijze verstrekt, dat degenen op wie zij betrekking hebben niet geïdentificeerd of identificeerbaar zijn. + +##### Paragraaf 3b. Registervoorportaal + +### Artikel 38p + +**1.** Er is een registervoorportaal. In het registervoorportaal zijn van leraren die zijn benoemd of tewerkgesteld zonder benoeming en niet voldoen aan de bekwaamheidseisen van het onderwijs dat zij verzorgen persoonsidentificerende gegevens en gegevens betreffende de school en de benoeming of tewerkstelling opgenomen. + +**2.** Het registervoorportaal heeft tot doel het inzichtelijk maken welke leraren die zijn benoemd of tewerkgesteld zonder benoeming niet voldoen aan de bekwaamheidseisen van het onderwijs dat zij verzorgen. + +**3.** + +In aanvulling op het tweede lid heeft het registervoorportaal tot doel gegevens te verstrekken: + +a. aan Onze Minister ten behoeve van de beleidsvorming; en +b. aan de inspectie voor zover de verwerking van die gegevens noodzakelijk is voor de goede vervulling van haar publieke taak. + +**4.** Onze Minister draagt zorg voor het beheer van het registervoorportaal. + +### Artikel 38q + +**1.** Het registervoorportaal bevat voor elke daarin opgenomen leraar de basisgegevens, die op grond van artikel 38r worden geleverd, waaronder in ieder geval het gegeven betreffende het onderwijs waarvoor hij is benoemd of tewerkgesteld zonder benoeming. + +**2.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen de gegevens, bedoeld in het eerste lid, nader worden gespecificeerd. + +### Artikel 38r + +**1.** + +Het bevoegd gezag verstrekt aan Onze Minister de basisgegevens van leraren die + +zijn benoemd of tewerkgesteld zonder benoeming of onderwijs verzorgen op grond van de artikelen 32 en 3, eerste lid, onderdeel b, onder 3, tweede lid, aanhef en onderdeel b, en vierde lid, en draagt zorg voor het correct bijhouden van die gegevens ten behoeve van het registervoorportaal. + +**2.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over het tijdstip en de wijze van levering en over de correctie van de gegevens. + +### Artikel 38s + +**1.** + +De leraar blijft voor het onderwijs waarvoor hij in het registervoorportaal is opgenomen vermeld: + +a. totdat hij voldoet aan de bekwaamheidseisen van dat onderwijs; of +b. maximaal voor de duur van de periode, genoemd in het artikel op grond waarvan deze leraar dit onderwijs geeft. + +**2.** Het bevoegd gezag stelt een leraar die in het registervoorportaal is opgenomen in staat te voldoen aan de vereisten om voor het desbetreffende onderwijs in het lerarenregister te kunnen worden opgenomen. + +**3.** Vanaf het moment dat een leraar voor het onderwijs waarvoor hij in het registervoorportaal is opgenomen, voldoet aan de criteria om in het lerarenregister te worden vermeld, worden de gegevens van deze leraar verstrekt voor opname in het lerarenregister. + +**4.** Indien een leraar die opgenomen is in het registervoorportaal niet langer voldoet aan de vereisten die op grond van de in artikel 38r, eerste lid, genoemde bepalingen zijn gesteld aan de leraar, worden de gegevens van deze leraar verwijderd uit het registervoorportaal en gedurende vijf jaar bewaard. + +### Artikel 38t + +**1.** Dit lid is nog niet in werking getreden. + +**2.** + +Op verzoek van het bevoegd gezag van de school waaraan de leraar is benoemd of tewerkgesteld zonder benoeming worden in aanvulling op de gegevens, bedoeld in het eerste lid, de volgende gegevens van een leraar verstrekt: + +a. het geslacht, het adres, de postcode en de geboortedatum; +b. overige gegevens betreffende de benoeming of tewerkstelling zonder benoeming; en +c. gegevens betreffende de school waaraan hij is benoemd of tewerkgesteld zonder benoeming. + +**3.** + +Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur: + +a. wordt de wijze waarop de gegevens van een leraar worden verstrekt vastgesteld; +b. dit onderdeel is nog niet in werking getreden; +c. kunnen de gegevens, bedoeld in het eerste lid en tweede lid, nader worden gespecificeerd. + +**4.** Uit het registervoorportaal kunnen aan de leraar het burgerservicenummer en de andere gegevens worden verstrekt. + +**5.** De leraar heeft toegang tot de gegevens die worden bewaard op grond van artikel 38s, derde lid. + +**6.** Uit het registervoorportaal worden aan Onze Minister gegevens verstrekt ten behoeve van de beleidsvorming. + +**7.** Uit het registervoorportaal worden aan de inspectie gegevens verstrekt voor zover de verwerking van die gegevens noodzakelijk is voor de goede vervulling van haar publieke taak. + +**8.** De gegevens, bedoeld in het zesde en zevende lid, worden op een zodanige wijze verstrekt, dat degenen op wie zij betrekking hebben niet geïdentificeerd of identificeerbaar zijn. + +### Artikel 38u + +Dit artikel treedt niet meer in werking. Het artikel is ingetrokken door Stb. 2022/86. + +Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden + +### Artikel 38v + +De artikelen 38b, vierde lid, 38d tot en met 38f, 38i tot en met 38k, zijn van overeenkomstige toepassing op het registervoorportaal. + ##### Paragraaf 4. Leerlingen ### Artikel 39 @@ -1108,13 +1380,15 @@ Het bevoegd gezag stelt nadat op overeenstemming gericht overleg is gevoerd met a. voor leerlingen van een basisschool, die extra ondersteuning behoeven; b. voor leerlingen van een speciale school voor basisonderwijs. -**2.** Het ontwikkelingsperspectief wordt zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen zes weken na de inschrijving van de leerling vastgesteld. Indien het betreft een inschrijving op grond van artikel 40, zevende lid, wordt het ontwikkelingsperspectief uiterlijk binnen zes weken na de definitieve plaatsing van de leerling vastgesteld. +**2.** In afwijking van het eerste lid, wordt het deel van het ontwikkelingsperspectief betreffende de individuele begeleiding, bedoeld in artikel 8, vierde lid, vastgesteld nadat hierover overeenstemming bereikt is tussen het bevoegd gezag en de ouders. -**3.** Het ontwikkelingsperspectief wordt ten minste één keer per schooljaar met de ouders geëvalueerd. +**3.** Het ontwikkelingsperspectief wordt zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen zes weken na de inschrijving van de leerling vastgesteld. Indien het betreft een inschrijving op grond van artikel 40, zevende lid, wordt het ontwikkelingsperspectief uiterlijk binnen zes weken na de definitieve plaatsing van de leerling vastgesteld. -**4.** Nadat op overeenstemming gericht overleg is gevoerd met de ouders kan het bevoegd gezag het ontwikkelingsperspectief bijstellen. +**4.** Het ontwikkelingsperspectief wordt ten minste één keer per schooljaar met de ouders geëvalueerd. -**5.** Het ontwikkelingsperspectief bevat een omschrijving van de begeleiding, bedoeld in artikel 8, vierde lid. Indien voor leerlingen als bedoeld in het eerste lid, onder a, bij de inrichting van het onderwijs wordt afgeweken van één of meer onderdelen van het onderwijsprogramma, wordt dat in het ontwikkelingsperspectief vermeld. Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere voorschriften over de inhoud van het ontwikkelingsperspectief vastgesteld. +**5.** Nadat op overeenstemming gericht overleg is gevoerd met de ouders of nadat overeenstemming bereikt is met de ouders voor zover het betreft de individuele begeleiding, bedoeld in artikel 8, vierde lid, kan het bevoegd gezag het ontwikkelingsperspectief bijstellen. + +**6.** Het ontwikkelingsperspectief bevat een omschrijving van de begeleiding, bedoeld in artikel 8, vierde lid. Indien voor leerlingen als bedoeld in het eerste lid, onder a, bij de inrichting van het onderwijs wordt afgeweken van één of meer onderdelen van het onderwijsprogramma, wordt dat in het ontwikkelingsperspectief vermeld. Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere voorschriften over de inhoud van het ontwikkelingsperspectief vastgesteld. ### Artikel 40b @@ -1165,7 +1439,7 @@ Vervallen De commissie neemt kennis van geschillen tussen ouders en bevoegd gezag van een school die ontstaan bij de toepassing van: a. artikel 40, derde, vierde, vijfde en elfde lid, en -b. artikel 40a, eerste en vierde lid. +b. artikel 40a, eerste, tweede en vijfde lid. **3.** De commissie brengt op verzoek van de ouders binnen 10 weken een oordeel uit aan het bevoegd gezag, rekening houdend met het schoolondersteuningsprofiel en het ondersteuningsplan. @@ -3477,11 +3751,11 @@ c. de groep; d. indien van toepassing het gewicht ten behoeve van de toekenning van aanvullende bekostiging voor personeelskosten voor de bestrijding van onderwijsachterstanden, indien het betreft een leerling die is ingeschreven op een basisschool; e. indien van toepassing de aanduiding dat het betreft een leerling met een niet-Nederlandse culturele achtergrond, indien het betreft een leerling die is ingeschreven op een speciale school voor basisonderwijs, dan wel de aanduiding dat het betreft een leerling met een niet-Nederlandse culturele achtergrond met uitzondering van leerlingen van wie ten minste een van de ouders of voogden afkomstig is uit Suriname, de Nederlandse Antillen of Aruba, indien het betreft een leerling die is ingeschreven op een basisschool; f. indien van toepassing voor- en vroegschoolse educatie; -g. indien van toepassing de uitslag van de centrale eindtoets of andere eindtoets, bedoeld in artikel 9b, het niveau waarop de centrale eindtoets of andere eindtoets is afgelegd en indien geen centrale eindtoets of andere eindtoets is afgelegd de reden daarvan; +g. indien van toepassing de uitslag van de centrale eindtoets of andere eindtoets, bedoeld in artikel 9b, en indien geen centrale eindtoets of andere eindtoets is afgelegd de reden daarvan; h. het schooladvies, bedoeld in artikel 42, tweede lid; i. het registratienummer van de school of, indien sprake is van een nevenvestiging, het registratienummer daarvan; j. bekostigingsindicatie; en -k. tot een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip en indien van toepassing de begin- en de einddatum van de periode waarvoor er voor de leerling van een basisschool een ontwikkelingsperspectief als bedoeld in artikel 40a, is vastgesteld; en +k. tot een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip en indien van toepassing de begin- en de einddatum van de periode waarvoor er voor de leerling van een basisschool een ontwikkelingsperspectief als bedoeld in artikel 40a, is vastgesteld; en l. indien van toepassing de begin- en einddatum van de periode waarvoor een leerling geplaatst is op een orthopedagogisch-didactisch centrum als bedoeld in artikel 18a, lid 10a, en het registratienummer van het orthopedagogisch-didactisch centrum. **3.** Bij ministeriële regeling kan een nadere specificatie worden gegeven van de gegevens, bedoeld in het tweede en zevende lid, en kan worden bepaald welke van de gegevens, bedoeld in het tweede en zevende lid, niet langer behoeven te worden verstrekt. Bij ministeriële regeling kunnen voorts regels worden gesteld omtrent de tijdstippen en de wijze van verstrekking van de gegevens, bedoeld in het tweede en zevende lid.