diff --git a/amvb/algemeen-militair-ambtenarenreglement/BWBR0003482/README.md b/amvb/algemeen-militair-ambtenarenreglement/BWBR0003482/README.md index 7a32b8f8511..0e16f45f3e2 100644 --- a/amvb/algemeen-militair-ambtenarenreglement/BWBR0003482/README.md +++ b/amvb/algemeen-militair-ambtenarenreglement/BWBR0003482/README.md @@ -18,43 +18,46 @@ citeertitel: Algemeen militair ambtenarenreglement Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder: -a. Onze Minister +a. *Onze Minister* Onze Minister van Defensie; -b. militair +b. *militair* de militaire ambtenaar in de zin van artikel 1, eerste en tweede lid, van de Militaire Ambtenarenwet 1931; -c. militair in werkelijke dienst – tenzij uitdrukkelijk anders is bepaald – de militair die: +c. *militair in werkelijke dienst* – tenzij uitdrukkelijk anders is bepaald – de militair die: 1. is aangesteld bij het beroepspersoneel, tenzij hij op non-activiteit is gesteld of hem buitengewoon verlof van lange duur is verleend; 2. behoort tot het reservepersoneel en als zodanig feitelijk onder de wapenen is; -d. officiersrang +d. *officiersrang* de rang van luitenant ter zee der 3^e klasse of van tweede-luitenant of een hogere rang; -e. zeemacht, landmacht, luchtmacht en marechaussee +e. krijgsmachtdeel: de Koninklijke marine, de Koninklijke landmacht, de Koninklijke luchtmacht en de Koninklijke marechaussee; -f. militaire inkomsten +f. *militaire inkomsten* alle beloningen in geld waarop de militair aanspraak kan maken krachtens de voor hem geldende bezoldigingsregeling of bezoldigingsregelingen, en krachtens de ter uitvoering van deze regeling of regelingen gegeven voorschriften; -g. initiële opleiding +g. *initiële opleiding* de opleiding als genoemd in artikel 13, eerste lid; -h. de commandant operationeel commando +h. *de commandant operationeel commando* de Commandant Zeestrijdkrachten, de Commandant Landstrijdkrachten, de Commandant Luchtstrijdkrachten, de Commandant Koninklijke Marechaussee, voor het desbetreffende commando; -i. hoofd defensieonderdeel +i. *hoofd defensieonderdeel* 1°. de Secretaris-Generaal, voor zover het betreft de Bestuursstaf; 2°. de commandant operationeel commando voor het desbetreffende commando; 3°. de directeur van de Defensie Materieel Organisatie, voor zover het betreft de Defensie Materieel Organisatie, met uitzondering van het deel ondergebracht in de Bestuursstaf; 4°. de commandant van het Commando Dienstencentra, voor zover het betreft het Commando Dienstencentra. -j. de commandant +j. *de commandant* een bij ministeriële regeling aan te wijzen functionaris; -k. marechaussee +k. doorstroombesluit: -de militaire ambtenaar ingedeeld bij de Koninklijke Marechaussee. +een besluit waarmee de militair wordt medegedeeld dat de loopbaan bij Defensie al dan niet wordt voortgezet; +l. fase één: de periode waarin de aan de aanstelling verbonden verplichting als bedoeld in artikel 12k, eerste en tweede lid, van de Militaire ambtenarenwet 1931, juncto artikel 7 van dit besluit, van toepassing is; +m. fase twee: de periode van de datum waarop fase één eindigt tot en met de datum waarop het doorstroombesluit in werking treedt, respectievelijk de periode na inwerkingtreding van een doorstroombesluit indien hierin wordt bepaald dat de loopbaan bij Defensie niet wordt voortgezet; +n. fase drie: de periode na inwerkingtreding van een doorstroombesluit waarin wordt bepaald dat de loopbaan bij Defensie wordt voortgezet. **2.** Voor de toepassing van dit besluit wordt mede begrepen onder «rang», «stand» of «klasse»: de bij het koninklijk besluit van 20 juni 1956 (Stb. 361) met die rang, stand of klasse gelijkgestelde rang, stand of klasse. @@ -66,14 +69,14 @@ a. echtgenote of echtgenoot 1°. de geregistreerde partner; 2°. degene die door de militair als partner is aangemeld bij de Stichting pensioenfonds ABP en door het bestuur van dat fonds als zodanig is aangemerkt, op voorwaarde dat de militair een bewijs van die aanmelding heeft overlegd aan de commandant; -b. huwelijk +b. *huwelijk* 1°. geregistreerd partnerschap; 2°. het samenleven met de partner die door de militair als zodanig is aangemeld bij de Stichting pensioenfonds ABP en door het bestuur van dat fonds als zodanig is aangemerkt. **4.** De gelijkstellingen, bedoeld in het derde lid, onderdeel a, onder 2° en onderdeel b, onder 2° eindigen op de dag waarop de aanmelding van het partnerpensioen door het Stichting Pensioenfonds ABP wordt doorgehaald. De militair meldt die doorhaling aan de commandant, waarbij hij een afschrift van de mededeling van die doorhaling verstrekt. -**5.** Voor de toepassing van de hoofdstukken 5, 7, 8, 9 en 10, alsmede de artikelen 126b,126d tot en met 126f, 130, 134 en 144 tot en met 148, wordt onder «militair» mede begrepen hij die bij het Ministerie van defensie op grond van artikel 6 van het Burgerlijk ambtenarenreglement defensie is aangesteld in burgerlijke openbare dienst om bij de krijgsmacht als geestelijk verzorger doorlopend werkzaam te zijn. Deze geestelijk verzorger wordt, in voorkomend geval, mede begrepen onder het beroepspersoneel. De hoofdstukken 4, 5, 6, en 8, alsmede de artikelen 76, 70b, 70d, 70e en 70f, 85, 87a, 88, 93, 109, 110, 111, 127 en 127a van het Burgerlijk ambtenarenreglement defensie zijn op hem niet van toepassing. +**5.** Voor de toepassing van de hoofdstukken 5, 7, 8, 9 en 10, alsmede de artikelen 39, tweede lid, onderdelen a, f en g, 39a, aanhef en onderdeel e, 44, 49, 126b, 126d tot en met 126f, 130, 134 en 144 tot en met 148, wordt onder «militair» mede begrepen hij die bij het Ministerie van Defensie op grond van artikel 6 van het Burgerlijk ambtenarenreglement defensie is aangesteld in burgerlijke openbare dienst om bij de krijgsmacht als geestelijk verzorger doorlopend werkzaam te zijn. Deze geestelijk verzorger wordt, in voorkomend geval, mede begrepen onder het beroepspersoneel. De hoofdstukken 4, 5, 6 en 8, alsmede de artikelen 70b, 70d tot en met 70f, 76, 85, 87a, 88, 93, 109 tot en met 111, 114, 121, eerste lid, onderdelen f en h, derde lid, 127 en 127a van het Burgerlijk ambtenarenreglement defensie zijn op hem niet van toepassing. **6.** Voor de toepassing van de hoofdstukken en artikelen, genoemd in het vijfde lid, wordt voor de geestelijk verzorger als genoemd in het vijfde lid in voorkomend geval onder hoofd defensieonderdeel verstaan: de commandant van het Commando Dienstencentra. @@ -81,10 +84,6 @@ b. huwelijk ### Artikel 2 -**1.** Onze Minister kan in geval van buitengewone omstandigheden tijdelijk afwijken van hetgeen bij of krachtens dit besluit is bepaald, indien en voor zolang dit met het oog op de goede uitvoering van de operationele taken van de krijgsmacht noodzakelijk wordt geacht. - -**2.** - Onze Minister kan voorts bijzondere regelen, die afwijken van dit besluit, vaststellen ten aanzien van militairen die tewerkgesteld zijn: a. onder leiding of toezicht van een orgaan van de Verenigde Naties; @@ -100,7 +99,7 @@ De commandant draagt er zorg voor dat een of meer exemplaren van dit besluit en ### Artikel 3a -De bevoegdheid tot het vaststellen van ministeriële regelingen als bedoeld in de hoofdstukken 7, 8, 10 en 11, kan door Onze Minister worden gemandateerd aan de hoofddirecteur personeel van het ministerie van Defensie. +De bevoegdheid tot het vaststellen van ministeriële regelingen als bedoeld in de hoofdstukken 7, 8, 10, 11 en 12 kan door Onze Minister worden gemandateerd aan de hoofddirecteur personeel van het ministerie van Defensie. ## Hoofdstuk 2. Aanstelling @@ -108,12 +107,10 @@ De bevoegdheid tot het vaststellen van ministeriële regelingen als bedoeld in d **1.** -Aanstelling als militair kan plaatsvinden bij: +Aanstelling kan plaatsvinden: -a. het beroepspersoneel, voor onbepaalde tijd; -b. het beroepspersoneel, voor een bepaalde tijd; -c. het reserve-personeel, voor onbepaalde tijd; -d. het reserve-personeel, voor een bepaalde tijd. +a. bij het beroepspersoneel; +b. bij het reservepersoneel. **2.** De aanstelling waarbij een officiersrang wordt toegekend, geschiedt bij koninklijk besluit. @@ -160,9 +157,8 @@ b. te voldoen aan de eisen van lichamelijke en geestelijke geschiktheid die ter c. zich schriftelijk bereid te verklaren tot het afleggen van de eed of belofte; d. afhankelijk van de functie dan wel de groepen van functies waarvoor hij is bestemd te voldoen aan, voor zover niet bij of krachtens wet anders is bepaald, door de commandant operationeel commando vastgestelde bijzondere eisen inzake: -1° leeftijd; -2° vooropleiding; -3° geschiktheid, anders dan bedoeld onder b, en bekwaamheid. +1°. vooropleiding; +2°. geschiktheid, anders dan bedoeld onder b, en bekwaamheid. **2.** Wanneer aan de aanstelling een proeftijd is verbonden, kan in bijzondere gevallen worden afgeweken van de bij en krachtens het eerste lid, onder a, b en d, gestelde voorwaarden, indien in redelijkheid mag worden verwacht dat vóór het einde van de proeftijd wel aan de voorwaarden is voldaan. Indien op de laatste dag van de proeftijd niet is voldaan aan alle voorwaarden voor aanstelling, eindigt met ingang van die dag de aanstelling van rechtswege. @@ -170,25 +166,26 @@ d. afhankelijk van de functie dan wel de groepen van functies waarvoor hij is be ### Artikel 5a -Vervallen +**1.** + +Om in aanmerking te kunnen komen voor een aanstelling als militair moet de gegadigde een zodanige leeftijd bezitten, dat: + +a. hem voldoende loopbaanmogelijkheden kunnen worden geboden gelet op de ambities van de gegadigde en de aan de aanstelling verbonden verplichting; en +b. er uit oogpunt van het waarborgen van de operationele inzetbaarheid een evenwicht bestaat tussen de leeftijd van de gegadigde en de functie of groep van functies waarvoor de gegadige wordt bestemd. + +**2.** Bij ministeriële regeling kunnen voor specifieke categorieën personeel, met inachtneming van het eerste lid, concrete leeftijdsgrenzen worden gesteld. + +**3.** De gegadigde die bij aanstelling is bestemd voor functievervulling in fase drie is op de datum van aanstelling niet minder dan vijftien jaar verwijderd van zijn datum van leeftijdsontslag, bedoeld in artikel 39, tweede lid, onderdeel a. ### Artikel 6 -**1.** Een aanstelling voor een bepaalde tijd kan door het op grond van artikel 4 bevoegde gezag worden verlengd indien de militair zulks wenst, of worden bekort indien de militair daarmee instemt. - -**2.** Onze Minister kan een aanstelling voor een bepaalde tijd verlengen, indien op het tijdstip van beëindiging één van de in artikel 42, eerste lid, onder a, b, c, e of f, genoemde omstandigheden zich voordoet. Ontslagaanvragen van militairen kunnen worden afgewezen en wel tot het tijdstip waarop de hiervoor genoemde desbetreffende omstandigheid zich niet meer voordoet. +Vervallen ### Artikel 7 -**1.** +**1.** Aan een aanstelling bij het beroepspersoneel is de verplichting verbonden deel uit te maken van het beroepspersoneel gedurende de initiële opleiding en aansluitend een periode van vier jaar. -Aan een aanstelling voor onbepaalde tijd bij het beroepspersoneel is de verplichting verbonden gedurende een door Onze Minister te bepalen tijd deel uit te maken van het beroepspersoneel. - -Tevens kan aan deze aanstelling, naar bij ministeriële regeling te stellen regels, de verplichting worden verbonden gedurende een door Onze Minister te bepalen tijd deel uit te maken van het reserve-personeel. Daarbij kunnen uitsluitend de verplichtingen tot het verrichten van werkelijke dienst worden opgelegd die rechtstreeks voortvloeien uit de Wet voor het reserve-personeel der krijgsmacht 1985. - -**2.** Aan een aanstelling voor een bepaalde tijd bij het beroepspersoneel is de verplichting verbonden gedurende die tijd deel uit te maken van het beroepspersoneel. Tevens kan aan deze aanstelling, naar bij ministeriële regeling te stellen regels, de verplichting worden verbonden gedurende een door Onze Minister te bepalen tijd deel uit te maken van het reserve-personeel. In dit geval, kunnen tevens, naar bij ministeriële regeling te stellen regels, verplichtingen tot het verrichten van werkelijke dienst bij het reserve-personeel worden opgelegd welke uitgaan boven de verplichtingen die rechtstreeks voortvloeien uit de Wet voor het reserve-personeel der krijgsmacht 1985. - -**3.** Aan een aanstelling bij het reserve-personeel, anders dan voortvloeiend uit de in de eerste volzin van het eerste lid of de eerste volzin van het tweede lid bedoelde aanstellingen is de verplichting verbonden gedurende ten minste een door Onze Minister te bepalen tijd deel uit te maken van het reserve-personeel. Daarbij kunnen tevens, naar bij ministeriële regeling te stellen regels, verplichtingen tot het verrichten van werkelijke dienst bij het reserve-personeel worden opgelegd welke uitgaan boven de verplichtingen die rechtstreeks voortvloeien uit de Wet voor het reserve-personeel der krijgsmacht 1985. +**2.** Bij ministeriële regeling kan voor specifieke categorieën personeel worden bepaald, dat de duur van de in het eerste lid bedoelde verplichting wordt verminderd, met dien verstande dat de verplichting de duur van de initiële opleiding en aansluitend minimaal twee jaar bedraagt. ### Artikel 8 @@ -200,9 +197,7 @@ Aan een aanstelling kan door het op grond van artikel 4 bevoegde gezag een proef ### Artikel 10 -**1.** Aan de militair aangesteld voor onbepaalde tijd wordt bij aanstelling inzicht gegeven in de groepen van functies waarvoor hij is bestemd. - -**2.** Aan de militair aangesteld voor onbepaalde tijd wordt voorts bij afronding van de initiële opleiding de aard en het niveau bekendgemaakt van de eerste functies die hem zullen worden toegewezen. +Aan de militair, aangesteld bij het beroepspersoneel, wordt bij aanstelling inzicht gegeven in de functie dan wel groepen van functies waarvoor hij is bestemd. ### Artikel 11 @@ -216,13 +211,13 @@ Aan een aanstelling kan door het op grond van artikel 4 bevoegde gezag een proef Aan de militair wordt zo spoedig mogelijk na aanstelling een akte van aanstelling uitgereikt. Deze moet in ieder geval inhouden: -a. naam en voornamen, alsmede de plaats en datum van geboorte; -b. het krijgsmachtdeel waarbij de militair is aangesteld; +a. naam en voornamen, alsmede de plaats en datum van geboorte van de militair; +b. het krijgsmachtdeel waarbij de militair wordt ingedeeld; c. de categorie als bedoeld in artikel 4, eerste lid, waartoe de militair behoort; d. de rang of stand en klasse die de militair is toegekend; e. de functie dan wel groepen van functies waarvoor de militair is bestemd; f. de datum van ingang van de aanstelling; -g. voor zover toepasselijk, de aan de aanstelling verbonden verplichtingen als bedoeld in artikel 7. +g. de aan de aanstelling verbonden verplichting. ### Artikel 12a @@ -294,7 +289,7 @@ Vervallen ### Artikel 17b -**1.** De militair die is aangesteld voor onbepaalde tijd die, zonder daarvoor ingevolge de overige bepalingen van dit hoofdstuk te zijn aangewezen, voor eigen rekening een studie of opleiding volgt of heeft voltooid die naar het oordeel van het hoofd defensieonderdeel mede dan wel volledig in het belang van de dienst is, kan in aanmerking komen voor een tegemoetkoming van respectievelijk 50% of 100% in gemaakte studie- en opleidingskosten. +**1.** De militair in fase drie die, zonder daarvoor ingevolge de overige bepalingen van dit hoofdstuk te zijn aangewezen, voor eigen rekening een studie of opleiding volgt of heeft voltooid die naar het oordeel van het hoofd defensieonderdeel mede dan wel volledig in het belang van de dienst is, kan in aanmerking komen voor een tegemoetkoming van respectievelijk 50% of 100% in gemaakte studie- en opleidingskosten. **2.** De in het kader van de opleiding noodzakelijk gemaakte excursie-, reis- en verblijfkosten komen in aanmerking voor een tegemoetkoming van 50%, in geval van een studie of opleiding mede in het belang van de dienst, dan wel 100% in geval van een studie of opleiding volledig in het belang van de dienst, berekend op de voet van de bepalingen van het Besluit dienstreizen defensie. @@ -313,7 +308,7 @@ b. is vastgesteld dat de studie of opleiding niet met goed gevolg is afgesloten ### Artikel 17c -**1.** De militair die is aangesteld voor onbepaalde tijd die, zonder daarvoor ingevolge de overige bepalingen van dit hoofdstuk te zijn aangewezen, voor eigen rekening een studie of opleiding volgt of heeft voltooid die naar het oordeel van de commandant operationeel commando in het belang van de bevordering van de externe werkzekerheid van de militair is, kan in aanmerking komen voor een tegemoetkoming van 100% in gemaakte studie- en opleidingskosten. De militair komt alleen voor tegemoetkoming in aanmerking als de studie of opleiding is gericht op het wegnemen van opgelopen lacunes in de (beroeps)opleiding of het slechten van scholingsachterstand voor de arbeidsmarkt en niet indien zij louter is gericht op positieverbetering. +**1.** De militair in fase drie die, zonder daarvoor ingevolge de overige bepalingen van dit hoofdstuk te zijn aangewezen, voor eigen rekening een studie of opleiding volgt of heeft voltooid die naar het oordeel van de commandant operationeel commando in het belang van de bevordering van de externe werkzekerheid van de militair is, kan in aanmerking komen voor een tegemoetkoming van 100% in gemaakte studie- en opleidingskosten. De militair komt alleen voor tegemoetkoming in aanmerking als de studie of opleiding is gericht op het wegnemen van opgelopen lacunes in de (beroeps)opleiding of het slechten van scholingsachterstand voor de arbeidsmarkt en niet indien zij louter is gericht op positieverbetering. **2.** De in het kader van de opleiding noodzakelijk gemaakte excursie-, reis- en verblijfkosten komen in aanmerking voor een tegemoetkoming van 100%, in geval van een studie of opleiding in het belang van de bevordering van de externe werkzekerheid van de militair, berekend op de voet van de bepalingen van het Besluit dienstreizen defensie. @@ -428,7 +423,7 @@ e. een militair tot de rang van commandeur/brigade-generaal/commodore of tot een **5.** In afwijking van het vierde lid kan aan de militair in bijzondere gevallen tijdelijk een hogere rang worden toegekend dan die welke hij bekleedt, indien het gewenste optreden van de betrokken militair daartoe noodzaakt en het optreden een wezenlijk onderdeel vormt van zijn functie. Wanneer de reden tot het toekennen van deze hogere rang vervalt, keert hij van rechtswege terug tot de rang of klasse die hij daarvoor bekleedde. -**6.** In afwijking van het vierde lid kan, indien de militair een functie wordt toegewezen in het kader van een vredesoperatie als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel c, de bij de functie behorende rang tijdelijk, voor de duur van de functievervulling, worden toegekend indien de militair niet voldoet aan de in artikel 22 bedoelde eisen. +**6.** In afwijking van het vierde lid kan, indien de militair een functie wordt toegewezen in het kader van een vredesoperatie als bedoeld in artikel 2, onderdeel c, de bij de functie behorende rang tijdelijk, voor de duur van de functievervulling, worden toegekend indien de militair niet voldoet aan de in artikel 22 bedoelde eisen. **7.** @@ -531,7 +526,7 @@ Vervallen Aan de militair kan verder uitsluitend ontslag worden verleend: a. ter zake van het bereiken of overschrijden van de leeftijd van 60 jaar; -b. wanneer hij is aangesteld voor een bepaalde tijd, ter zake van het eindigen van de tijd waarvoor de aanstelling is geschied; +b. vervallen; c. wanneer zijn diensten door het ingevolge artikel 38 bevoegde gezag niet langer nodig worden geoordeeld, nadat hij ingevolge artikel 8 van de Uitkeringswet gewezen militairen weder is aangesteld; d. wegens overtolligheid indien er voor hem geen functie beschikbaar is, onverminderd het bepaalde in artikel 43; e. wanneer hij, bij ontslag uit een ambt, voor het bekleden waarvan hij op non-activiteit was gesteld: @@ -651,9 +646,14 @@ b. met hun instemming, aan militairen met de rang van kapitein-luitenant ter zee ### Artikel 39c -**1.** Aan militairen voor wie een ontslagleeftijd geldt van zestig jaar of hoger kan de beoogde datum van leeftijdsontslag vervroegd worden met één derde van de tijd, maar met een maximum van twee jaren, waarin zij na 1 januari 1990 buiten Nederland hebben deelgenomen aan een vredes- of humanitaire operatie. +**1.** De voor de militair geldende ontslagleeftijd kan met een maximum van twee jaren worden verlaagd in verband met de buiten Nederland doorgebrachte inzet in het kader van een vredes- of humanitaire operatie met dien verstande dat de ontslagleeftijd nimmer lager kan zijn dan achtenvijftig jaar. -**2.** Aan militairen voor wie een ontslagleeftijd geldt tussen de achtenvijftig en zestig jaar kan de beoogde datum van leeftijdsontslag vervroegd worden met één derde van de tijd, waarin zij na 1 januari 1990 buiten Nederland hebben deelgenomen aan een vredes- of humanitaire operatie, met dien verstande dat de ontslagleeftijd daardoor niet lager kan zijn dan de leeftijd van achtenvijftig jaar. +**2.** + +De in het eerste lid bedoelde verlaging bedraagt: + +a. één derde van de tijd die vanaf 1 januari 1990 tot en met 31 december 2007 in het kader van een vredes- of humanitaire operatie buiten Nederland is doorgebracht; en +b. de helft van de tijd die vanaf 1 januari 2008 in het kader van een vredes- of humanitaire operatie buiten Nederland is doorgebracht. ### Artikel 40 @@ -682,7 +682,7 @@ f. indien Onze Minister besloten heeft hem in aanmerking te brengen voor ontslag ### Artikel 43 -**1.** Ontslag van een voor onbepaalde tijd aangestelde militair om de reden, genoemd in artikel 39, tweede lid, aanhef en onder *d* of *j* kan slechts plaatsvinden indien het naar het oordeel van de minister na een zorgvuldig onderzoek niet mogelijk is gebleken de militair binnen zijn krijgsmachtdeel, of indien dit niet mogelijk is bij een ander krijgsmachtdeel, een andere, mede in verband met zijn persoonlijkheid en omstandigheden passende, functie toe te wijzen, dan wel indien hij een zodanige functie weigert te aanvaarden. In het onderzoek wordt de mogelijkheid tot bij- of omscholing van de militair betrokken. +**1.** Ontslag van een militair in fase drie om de reden, genoemd in artikel 39, tweede lid, aanhef en onder d of j kan slechts plaatsvinden indien het naar het oordeel van de minister na een zorgvuldig onderzoek niet mogelijk is gebleken de militair binnen zijn krijgsmachtdeel, of indien dit niet mogelijk is bij een ander krijgsmachtdeel, een andere, mede in verband met zijn persoonlijkheid en omstandigheden passende, functie toe te wijzen, dan wel indien hij een zodanige functie weigert te aanvaarden. In het onderzoek wordt de mogelijkheid tot bij- of omscholing van de militair betrokken. **2.** Indien meerdere functies worden opgeheven in verband met een reorganisatie of een wijziging van de personeelssamenstelling van een krijgsmachtdeel, vindt ontslag wegens overtolligheid plaats naar een vooraf vastgesteld en bekendgemaakt plan. @@ -832,29 +832,58 @@ elk door defensiepersoneel in de praktijk brengen van onderwezen bekwaamheden te ### Artikel 54d -**1.** De militair die voor onbepaalde tijd is aangesteld bij het beroepspersoneel, alsmede de militair die voor bepaalde tijd is aangesteld bij het beroepspersoneel en de leeftijd van dertig jaar heeft bereikt, en van wie het rooster is gebaseerd op een arbeidsduur van gemiddeld 38 uur per week, kan bij de commandant een aanvraag indienen om zijn arbeidsduur tijdelijk gedurende een kalenderjaar met 2 uren per week te verlengen. Voor de militair die in verband met deeltijdverlof een arbeidsduur heeft van gemiddeld minder dan 38 uur per week wordt de ingevolge de vorige volzin geldende aanspraak vastgesteld op een evenredig deel van de aanspraak bij een arbeidsduur van gemiddeld 38 uur per week. +**1.** + +De militair kan bij de commandant een aanvraag indienen om zijn arbeidsduur gedurende een kalenderjaar met 2 uren per week te verlengen wanneer: + +a. de militair is aangesteld bij het beroepspersoneel; en +b. de militair een functie vervult in fase twee of fase drie; en +c. het rooster van de militair in dat kalenderjaar zal zijn gebaseerd op een arbeidsduur van gemiddeld 38 uur per week. + +Voor de militair die in verband met deeltijdverlof een arbeidsduur heeft van gemiddeld minder dan 38 uur per week wordt de ingevolge de vorige volzin geldende aanspraak vastgesteld op een evenredig deel van de aanspraak bij een arbeidsduur van gemiddeld 38 uur per week. **2.** Een aanvraag als bedoeld in het eerste lid wordt vóór 1 oktober voorafgaande aan het desbetreffende kalenderjaar ingediend bij de commandant. -**3.** De commandant wijst een aanvraag als bedoeld in het eerste en het vierde lid toe, tenzij het dienstbelang zich daartegen verzet. In ieder geval wordt de aanvraag afgewezen indien de tijdelijke verlenging van de arbeidsduur geen effect heeft op de formatie, onder door het hoofd defensieonderdeel nader vast te stellen voorwaarden. +**3.** De commandant wijst een aanvraag als bedoeld in het eerste lid toe, tenzij het dienstbelang zich daartegen verzet. In ieder geval wordt de aanvraag afgewezen indien de tijdelijke verlenging van de arbeidsduur geen effect heeft op de formatie, onder door Onze Minister bij ministeriële regeling nader vast te stellen voorwaarden. -**4.** Indien de militair een andere functie wordt toegewezen vervalt met ingang van de datum waarop hij de nieuwe functie gaat vervullen de toewijzing bedoeld in het derde lid. In afwijking van de datum genoemd in het tweede lid kan de militair bij zijn nieuwe commandant een aanvraag als bedoeld in het eerste lid indienen. Bij toewijzing geldt de verlenging van de arbeidsduur voor het resterende gedeelte van het lopende kalenderjaar. +**4.** -**5.** Voor het deel dat de arbeidsduur wordt verlengd ontvangt de militair een maandelijkse toeslag. Deze toeslag bedraagt 12 maal 1/165 deel van het voor de betrokken militair geldende maandsalaris, of een evenredig deel daarvan voor de militair die in verband met deeltijdverlof een arbeidsduur heeft van gemiddeld minder dan 38 uur per week. +Een toegestane verlenging van de arbeidsduur wordt jaarlijks stilzwijgend voortgezet tenzij: + +a. de militair vóór 1 oktober voorafgaande aan het desbetreffende kalenderjaar een aanvraag indient om de tijdelijke verlenging van de arbeidsduur te beëindigen; of +b. de militair vóór 1 oktober voorafgaande aan het desbetreffende kalenderjaar een aanvraag indient als bedoeld in artikel 54e, eerste lid; of +c. de commandant de verlenging van de arbeidsduur beëindigt omdat hij van oordeel is dat het dienstbelang zich tegen een voortgezette verlenging daarvan verzet. + +**5.** Indien de militair een andere functie wordt toegewezen vervalt met ingang van de datum waarop hij de nieuwe functie gaat vervullen de verlenging van de arbeidsduur. In afwijking van de datum genoemd in het tweede lid kan de militair bij zijn nieuwe commandant een aanvraag als bedoeld in het eerste lid indienen. Het derde lid is van overeenkomstige toepassing. + +**6.** Voor het deel dat de arbeidsduur wordt verlengd ontvangt de militair een maandelijkse toeslag. Deze toeslag bedraagt 12 maal 1/165 deel van het voor de betrokken militair geldende maandsalaris, of een evenredig deel daarvan voor de militair die in verband met deeltijdverlof een arbeidsduur heeft van gemiddeld minder dan 38 uur per week. ### Artikel 54e -**1.** De militair die voor onbepaalde tijd is aangesteld bij het beroepspersoneel, alsmede de militair die voor bepaalde tijd is aangesteld bij het beroepspersoneel en de leeftijd van dertig jaar heeft bereikt, en van wie het rooster is gebaseerd op een arbeidsduur van gemiddeld 38 uur per week, kan bij de commandant een aanvraag indienen om zijn arbeidsduur tijdelijk gedurende een kalenderjaar met 2 uren per week te verkorten. Voor de militair die in verband met deeltijdverlof een arbeidsduur heeft van gemiddeld minder dan 38 uur per week wordt de ingevolge de vorige volzin geldende aanspraak vastgesteld op een evenredig deel van de aanspraak bij een arbeidsduur van gemiddeld 38 uur per week. +**1.** -**2.** De in het eerste lid bedoelde verkorting van de arbeidsduur wordt toegekend in de vorm van acht spaaruren per maand wanneer het een militair betreft van wie het rooster is gebaseerd op een arbeidsduur van gemiddeld 38 uur per week en een evenredig deel daarvan wanneer het een militair betreft die in verband met deeltijdverlof een arbeidsduur heeft van gemiddeld minder dan 38 uur per week. +De militair kan bij de commandant een aanvraag indienen om zijn arbeidsduur gedurende een kalenderjaar met 2 uren per week te verkorten wanneer: + +a. de militair is aangesteld bij het beroepspersoneel; en +b. de militair een functie vervult in fase twee of fase drie; en +c. het rooster van de militair in dat kalenderjaar zal zijn gebaseerd op een arbeidsduur van gemiddeld 38 uur per week. + +Voor de militair die in verband met deeltijdverlof een arbeidsduur heeft van gemiddeld minder dan 38 uur per week wordt de ingevolge de vorige volzin geldende aanspraak vastgesteld op een evenredig deel van de aanspraak bij een arbeidsduur van gemiddeld 38 uur per week. + +**2.** De in het eerste lid bedoelde verkorting van de arbeidsduur wordt verwerkt in het voor de betrokken militair geldende rooster dan wel wordt toegekend in de vorm van acht spaaruren per maand wanneer het een militair betreft van wie het rooster is gebaseerd op een arbeidsduur van gemiddeld 38 uur per week. Voor de militair die in verband met deeltijdverlof een arbeidsduur heeft van gemiddeld minder dan 38 uur per week wordt de ingevolge de vorige volzin geldende aanspraak vastgesteld op een evenredig deel van de aanspraak bij een arbeidsduur van gemiddeld 38 uur per week. **3.** Een aanvraag als bedoeld in het eerste lid wordt vóór 1 oktober voorafgaande aan het desbetreffende kalenderjaar ingediend bij de commandant. -**4.** De commandant wijst een aanvraag als bedoeld in het eerste en zesde lid toe. +**4.** De commandant wijst een aanvraag indien het gaat om een militair als bedoeld in het eerste lid toe. -**5.** In afwijking van het tweede en vierde lid kan de commandant in uitzonderlijke gevallen op aanvraag van de militair de in het eerste lid bedoelde verkorting van de arbeidsduur verwerken in het voor de betrokken militair geldende rooster, tenzij het dienstbelang zich daartegen verzet. +**5.** -**6.** Indien de militair een andere functie wordt toegewezen vervalt met ingang van de datum van plaatsing de toewijzing bedoeld in het vierde dan wel het vijfde lid. In afwijking van de datum genoemd in het derde lid kan de militair bij zijn nieuwe commandant voor het resterende gedeelte van het lopende kalenderjaar een aanvraag als bedoeld in het eerste lid indienen. +Een toegestane verkorting van de arbeidsduur wordt jaarlijks stilzwijgend voortgezet tenzij: + +a. de militair vóór 1 oktober voorafgaande aan het desbetreffende kalenderjaar een aanvraag indient om de tijdelijke verkorting van de arbeidsduur te beëindigen; of +b. de militair vóór 1 oktober voorafgaande aan het desbetreffende kalenderjaar een aanvraag indient als bedoeld in artikel 54d, eerste lid. + +**6.** Indien de militair een andere functie wordt toegewezen vervalt met ingang van de datum van plaatsing de verkorting van de arbeidsduur. In afwijking van de datum genoemd in het derde lid kan de militair bij zijn nieuwe commandant een aanvraag als bedoeld in het eerste lid indienen. **7.** Voor het deel dat de arbeidsduur wordt verkort, wordt maandelijks een inhouding op de inkomsten van de militair toegepast. Deze inhouding bedraagt 2 maal 1/165 deel van het voor de betrokken militair geldende maandsalaris, of een evenredig deel daarvan voor de militair die in verband met deeltijdverlof een arbeidsduur heeft van gemiddeld minder dan 38 uur per week. @@ -1464,13 +1493,13 @@ b. wiens voorgenomen besteding van het verlof als gevolg van een verbod als bedo Indien een berekening van een vakantieverlof ingevolge de artikelen 69, 70, 71, 71a, 74, 75, 80, 80a, 80b of 81 niet uitmondt in een afgerond aantal uren, wordt een gedeelte van een uur naar boven afgerond tot een heel uur. -### Paragraaf 2. Vakantieverlof voor militairen der zeemacht +### Paragraaf 2. Vakantieverlof voor militairen die zijn ingedeeld bij de Koninklijke marine ### Artikel 68 **1.** -De militair der zeemacht die gedurende een vol kalenderjaar als zodanig in werkelijke dienst is, heeft over dat jaar aanspraak op het navolgende vakantieverlof: +De militair ingedeeld bij de Koninklijke marine die gedurende een vol kalenderjaar als zodanig in werkelijke dienst is, heeft over dat jaar aanspraak op het navolgende vakantieverlof: a. in het tijdvak van 1 juni tot 15 september: een aaneengesloten zomerverlof, omvattende 120 uren; b. in het tijdvak van 1 december van het lopende kalenderjaar tot 1 februari van het daarop volgende jaar: een aaneengesloten winterverlof, omvattende 80 uren; @@ -1489,7 +1518,7 @@ b. die verloven aaneengesloten op te nemen. **1.** -De militair der zeemacht die niet gedurende een vol kalenderjaar als zodanig in werkelijke dienst is, heeft - behalve indien hij in dienst is gekomen voor een periode van minder dan 85 dagen - over dat jaar aanspraak op het navolgende vakantieverlof: +De militair ingedeeld bij de Koninklijke marine die niet gedurende een vol kalenderjaar als zodanig in werkelijke dienst is, heeft - behalve indien hij in dienst is gekomen voor een periode van minder dan 85 dagen - over dat jaar aanspraak op het navolgende vakantieverlof: a. indien hij in dienst is getreden: @@ -1509,7 +1538,7 @@ c. op een twaalfde deel van het in het vorige artikel, eerste lid onder *c*, bed ### Artikel 70 -**1.** Over kalendermaanden gedurende de welke de militair der zeemacht in het geheel geen dienst verricht, heeft hij geen aanspraak op vakantieverlof. Over kalendermaanden gedurende de welke de militair der zeemacht gedeeltelijk dienst verricht, heeft hij slechts aanspraak op vakantieverlof naar evenredigheid van het gedeelte van de werktijd waarop hij feitelijk dienst verricht. +**1.** Over kalendermaanden gedurende de welke de militair ingedeeld bij de Koninklijke marine in het geheel geen dienst verricht, heeft hij geen aanspraak op vakantieverlof. Over kalendermaanden gedurende de welke de militair ingedeeld bij de Koninklijke marine gedeeltelijk dienst verricht, heeft hij slechts aanspraak op vakantieverlof naar evenredigheid van het gedeelte van de werktijd waarop hij feitelijk dienst verricht. **2.** @@ -1522,18 +1551,18 @@ d. in andere gevallen, indien degene die tot het verlenen van het verlof bevoegd **3.** -Het vakantieverlof waarop een militair der zeemacht ingevolge artikel 68 of 69 aanspraak maakt: +Het vakantieverlof waarop een militair ingedeeld bij de Koninklijke marine ingevolge artikel 68 of 69 aanspraak maakt: a. wordt verminderd naar evenredigheid van de tijd gedurende welke hem langer durend zorgverlof als bedoeld in artikel 87c, of ouderschapsverlof als bedoeld in artikel 87d, is verleend; b. kan, naar regels bij ministeriële regeling te stellen, worden verminderd naar evenredigheid van de tijd gedurende welke hem buitengewoon verlof als bedoeld in artikel 12c, tweede lid, van de Militaire Ambtenarenwet 1931 of artikel 86, aanhef en onder b, is verleend. -**4.** Het vakantieverlof waarop een militair der zeemacht ingevolge artikel 68 of 69 aanspraak maakt wordt naar evenredigheid verminderd indien hem op grond van het Besluit aanpassing arbeidsduur militairen buitengewoon verlof in verband met deeltijdarbeid wordt verleend. In geval van vermeerdering van de arbeidsduur op grond van het Besluit aanpassing arbeidsduur militairen wordt de in de vorige volzin genoemde verminderde aanspraak op vakantieverlof naar evenredigheid vermeerderd. +**4.** Het vakantieverlof waarop een militair ingedeeld bij de Koninklijke marine ingevolge artikel 68 of 69 aanspraak maakt wordt naar evenredigheid verminderd indien hem op grond van het Besluit aanpassing arbeidsduur militairen buitengewoon verlof in verband met deeltijdarbeid wordt verleend. In geval van vermeerdering van de arbeidsduur op grond van het Besluit aanpassing arbeidsduur militairen wordt de in de vorige volzin genoemde verminderde aanspraak op vakantieverlof naar evenredigheid vermeerderd. **5.** De militair heeft geen aanspraak op vakantieverlof indien artikel 17, vijfde lid, onderdeel j van het Inkomstenbesluit militairen van toepassing is. ### Artikel 71 -**1.** Aan een militair der zeemacht die naar het oordeel van de commandant. ‘commandant.’ moet zijn ‘commandant,’buiten zijn wil of toedoen het hem ingevolge artikel 68 of 69 toekomende zomer- en/of winterverlof geheel of gedeeltelijk niet heeft kunnen genieten gedurende het lopende kalenderjaar of in de maand januari van het volgende kalenderjaar, kan het niet genoten vakantieverlof alsnog worden verleend zodra dat mogelijk is, doch uiterlijk op een zodanig tijdstip dat het zal zijn genoten voor het einde van dat volgende kalenderjaar. +**1.** Aan een militair ingedeeld bij de Koninklijke marine die naar het oordeel van de commandant. buiten zijn wil of toedoen het hem ingevolge artikel 68 of 69 toekomende zomer- en/of winterverlof geheel of gedeeltelijk niet heeft kunnen genieten gedurende het lopende kalenderjaar of in de maand januari van het volgende kalenderjaar, kan het niet genoten vakantieverlof alsnog worden verleend zodra dat mogelijk is, doch uiterlijk op een zodanig tijdstip dat het zal zijn genoten voor het einde van dat volgende kalenderjaar. **2.** Het vakantieverlof, bedoeld in artikel 68, eerste lid onder c, en 69, eerste lid onder c, dat in enig kalenderjaar niet is genoten, wordt in het volgende kalenderjaar verleend, echter tot ten hoogste de helft van het aantal in die leden onder c genoemde onderscheidenlijk bedoelde aantal uren. @@ -1551,13 +1580,13 @@ b. kan, naar regels bij ministeriële regeling te stellen, worden verminderd naa Vervallen -### Paragraaf 3. Vakantieverlof voor militairen van de landmacht, de luchtmacht en de marechaussee +### Paragraaf 3. Vakantieverlof voor militairen die zijn ingedeeld bij de Koninklijke landmacht, de Koninklijke luchtmacht en de Koninklijke marechaussee ### Artikel 73 **1.** -De militair van de landmacht, de luchtmacht of de marechaussee, die gedurende een vol kalenderjaar als zodanig in werkelijke dienst is, heeft over dat jaar aanspraak op het navolgende vakantieverlof: +De militair ingedeeld bij de Koninklijke landmacht, Koninklijke luchtmacht of Koninklijke marechaussee, die gedurende een vol kalenderjaar als zodanig in werkelijke dienst is, heeft over dat jaar aanspraak op het navolgende vakantieverlof: a. een militair beneden de rang van majoor: 184 uren; b. een militair met de rang van majoor of een hogere rang: 192 uren. @@ -1584,7 +1613,7 @@ De volgens het eerste lid vastgestelde aantallen uren vakantieverlof worden verh ### Artikel 74 -**1.** De militair van de landmacht, de luchtmacht of de marechaussee die niet gedurende een vol kalenderjaar als zodanig in werkelijke dienst is, heeft - behalve indien hij in dienst is gekomen voor een periode van minder dan 85 dagen - over dat jaar aanspraak op het in het vorige artikel bedoelde vakantieverlof, vastgesteld naar evenredigheid van de tijd gedurende welke hij in dat jaar in werkelijke dienst is. +**1.** De militair ingedeeld bij de Koninklijke landmacht, Koninklijke luchtmacht of Koninklijke marechaussee die niet gedurende een vol kalenderjaar als zodanig in werkelijke dienst is, heeft - behalve indien hij in dienst is gekomen voor een periode van minder dan 85 dagen - over dat jaar aanspraak op het in het vorige artikel bedoelde vakantieverlof, vastgesteld naar evenredigheid van de tijd gedurende welke hij in dat jaar in werkelijke dienst is. **2.** @@ -1595,7 +1624,7 @@ b. indien de militair in de loop van het kalenderjaar de werkelijke dienst verla ### Artikel 75 -**1.** Over kalendermaanden gedurende de welke de militair van de landmacht, de luchtmacht of de marechaussee in het geheel geen dienst verricht, heeft hij geen aanspraak op vakantieverlof. Over kalendermaanden gedurende de welke de militair van de landmacht, de luchtmacht of de marechaussee gedeeltelijk dienst verricht, heeft hij slechts aanspraak op vakantieverlof naar evenredigheid van het gedeelte van de werktijd waarop hij feitelijk dienst verricht. +**1.** Over kalendermaanden gedurende de welke de militair ingedeeld bij de Koninklijke landmacht, Koninklijke luchtmacht of Koninklijke marechaussee in het geheel geen dienst verricht, heeft hij geen aanspraak op vakantieverlof. Over kalendermaanden gedurende de welke de militair ingedeeld bij de Koninklijke landmacht, Koninklijke luchtmacht of Koninklijke marechaussee gedeeltelijk dienst verricht, heeft hij slechts aanspraak op vakantieverlof naar evenredigheid van het gedeelte van de werktijd waarop hij feitelijk dienst verricht. **2.** @@ -1608,14 +1637,14 @@ d. in andere gevallen, indien degene die tot het verlenen van het verlof bevoegd **3.** -Het vakantieverlof waarop een militair van de landmacht, de luchtmacht of de marechaussee ingevolge artikel 73 of 74 aanspraak maakt: +Het vakantieverlof waarop een militair ingedeeld bij de Koninklijke landmacht, Koninklijke luchtmacht of Koninklijke marechaussee ingevolge artikel 73 of 74 aanspraak maakt: a. wordt verminderd naar evenredigheid van de tijd gedurende welke hem langer durend zorgverlof als bedoeld in artikel 87c, of ouderschapsverlof als bedoeld in artikel 87d, is verleend; b. kan, naar regels bij ministeriële regeling te stellen, worden verminderd naar evenredigheid van de tijd gedurende welke hem buitengewoon verlof als bedoeld in artikel 12c, tweede lid, van de Militaire Ambtenarenwet 1931 of artikel 86, aanhef en onder b, is verleend. -**4.** Het vakantieverlof waarop een militair van de landmacht, de luchtmacht of de marechaussee ingevolge artikel 73 of 74 aanspraak maakt, wordt naar evenredigheid verminderd indien hem op grond van het Besluit aanpassing arbeidsduur militairen buitengewoon verlof in verband met deeltijdarbeid wordt verleend. In geval van vermeerdering van de arbeidsduur op grond van het Besluit aanpassing arbeidsduur militairen wordt de in de vorige volzin genoemde verminderde aanspraak op vakantieverlof naar evenredigheid vermeerderd. +**4.** Het vakantieverlof waarop een militair ingedeeld bij de Koninklijke landmacht, Koninklijke luchtmacht of Koninklijke marechaussee ingevolge artikel 73 of 74 aanspraak maakt, wordt naar evenredigheid verminderd indien hem op grond van het Besluit aanpassing arbeidsduur militairen buitengewoon verlof in verband met deeltijdarbeid wordt verleend. In geval van vermeerdering van de arbeidsduur op grond van het Besluit aanpassing arbeidsduur militairen wordt de in de vorige volzin genoemde verminderde aanspraak op vakantieverlof naar evenredigheid vermeerderd. -**5.** Voor de militair van de landmacht, de luchtmacht of de marechaussee aan wie ten hoogste veertien dagen voor het tijdstip waarop hij in werkelijke dienst komt, ontslag is verleend uit een andere overheidsbetrekking, wordt het aantal uren vakantieverlof waarop ingevolge artikel 73 of 74 aanspraak bestaat vermeerderd met zoveel uren vakantieverlof als hij uit hoofde van die vorige betrekking over het lopende kalenderjaar nog tegoed had. +**5.** Voor de militair ingedeeld bij de Koninklijke landmacht, Koninklijke luchtmacht of Koninklijke marechaussee aan wie ten hoogste veertien dagen voor het tijdstip waarop hij in werkelijke dienst komt, ontslag is verleend uit een andere overheidsbetrekking, wordt het aantal uren vakantieverlof waarop ingevolge artikel 73 of 74 aanspraak bestaat vermeerderd met zoveel uren vakantieverlof als hij uit hoofde van die vorige betrekking over het lopende kalenderjaar nog tegoed had. **6.** De militair heeft geen aanspraak op vakantieverlof indien artikel 17, vijfde lid, onderdeel j van het Inkomstenbesluit militairen van toepassing is. @@ -1623,7 +1652,7 @@ b. kan, naar regels bij ministeriële regeling te stellen, worden verminderd naa **1.** -Vakantieverlof wordt aan een militair van de landmacht, de luchtmacht of de marechaussee verleend: +Vakantieverlof wordt aan een militair ingedeeld bij de Koninklijke landmacht, Koninklijke luchtmacht of Koninklijke marechaussee verleend: a. op zijn aanvraag; b. niet op zijn aanvraag, voor zover naar het oordeel van degene die het verlof verleent, de belangen van de dienst dat vorderen. @@ -1634,13 +1663,13 @@ b. niet op zijn aanvraag, voor zover naar het oordeel van degene die het verlof **1.** Vakantieverlof wordt zoveel mogelijk opgenomen in aaneengesloten perioden van ten minste 4 uren. -**2.** Indien voor een militair van de landmacht, de luchtmacht of de marechaussee een periode of perioden is of zijn vastgesteld, gedurende welke hem vakantieverlof niet-op-aanvraag wordt verleend, wordt hem vakantieverlof op aanvraag zoveel mogelijk verleend voorafgaand aan of in aansluiting op die periode of perioden. +**2.** Indien voor een militair ingedeeld bij de Koninklijke landmacht, Koninklijke luchtmacht of Koninklijke marechaussee een periode of perioden is of zijn vastgesteld, gedurende welke hem vakantieverlof niet-op-aanvraag wordt verleend, wordt hem vakantieverlof op aanvraag zoveel mogelijk verleend voorafgaand aan of in aansluiting op die periode of perioden. -**3.** Onverminderd het bepaalde in het tweede lid van artikel 79, wordt aan de militair van de landmacht, de luchtmacht of de marechaussee op zijn aanvraag zoveel mogelijk een vakantieverlof in een door hem gekozen periode verleend van tenminste twee aaneengesloten weken. +**3.** Onverminderd het bepaalde in het tweede lid van artikel 79, wordt aan de militair ingedeeld bij de Koninklijke landmacht, Koninklijke luchtmacht of Koninklijke marechaussee op zijn aanvraag zoveel mogelijk een vakantieverlof in een door hem gekozen periode verleend van tenminste twee aaneengesloten weken. ### Artikel 78 -**1.** Gedurende een bepaalde tijd, doch ten hoogste gedurende de eerste zes maanden nadat hij als zodanig in werkelijke dienst is gekomen, wordt aan een militair van de landmacht, de luchtmacht of de marechaussee op zijn aanvraag slechts zoveel maal een twaalfde deel van het hem ingevolge artikel 73 of 74 toekomende vakantieverlof verleend als hij volle maanden in werkelijke dienst is. +**1.** Gedurende een bepaalde tijd, doch ten hoogste gedurende de eerste zes maanden nadat hij als zodanig in werkelijke dienst is gekomen, wordt aan een militair ingedeeld bij de Koninklijke landmacht, Koninklijke luchtmacht of Koninklijke marechaussee op zijn aanvraag slechts zoveel maal een twaalfde deel van het hem ingevolge artikel 73 of 74 toekomende vakantieverlof verleend als hij volle maanden in werkelijke dienst is. **2.** @@ -1659,7 +1688,7 @@ b. reeds gedurende ten minste zes maanden een andere overheidsbetrekking vervuld **2.** -Van het aantal uren vakantieverlof dat een militair van de landmacht, de luchtmacht of de marechaussee in enig kalenderjaar toekomt, kunnen, in overleg met de medezeggenschapscommissie: +Van het aantal uren vakantieverlof dat een militair ingedeeld bij de Koninklijke landmacht, Koninklijke luchtmacht of Koninklijke marechaussee in enig kalenderjaar toekomt, kunnen, in overleg met de medezeggenschapscommissie: a. ten hoogste 120 uren als vakantieverlof niet-op-aanvraag worden verleend, in een periode van ten hoogste drie weken, dan wel b. ten hoogste 40 uren als vakantieverlof niet-op-aanvraag worden verleend. @@ -1764,7 +1793,7 @@ b. het hoofd defensieonderdeel dit – zonder de onder a bedoelde beperking van **1.** Het hoofd defensieonderdeel kan, indien daartoe naar zijn oordeel aanleiding bestaat, aan de militair op diens aanvraag buitengewoon verlof van lange duur verlenen, al of niet met behoud van militaire inkomsten en volgens nader bij ministeriële regeling te stellen regels. -**2.** Indien het verlof, bedoeld in het vorige lid, uitsluitend het persoonlijk belang van de militair dient, kan hem dat verlof slechts worden verleend zonder behoud van militaire inkomsten en voor ten hoogste zes maanden. +**2.** Indien het verlof, bedoeld in het vorige lid, uitsluitend het persoonlijk belang van de militair dient, kan hem dat verlof slechts worden verleend zonder behoud van militaire inkomsten. **3.** Indien het verlof, bedoeld in het eerste lid, ten doel heeft de militair in de gelegenheid te stellen een functie buiten de krijgsmacht te vervullen en met de verlening van het verlof naar het oordeel van het hoofd defensieonderdeel niet alleen het persoonlijke belang van de militair, maar mede het algemeen belang wordt gediend, kan het verlof - onverminderd het bepaalde in het vierde lid - in beginsel worden verleend voor ten hoogste een jaar en zonder behoud van militaire inkomsten. @@ -2633,9 +2662,122 @@ Ten aanzien van militairen die deelnemen aan een initiële opleiding kunnen bij ## Hoofdstuk 12. Overgangs- en slotbepalingen +### Paragraaf 1. : Overgangsbepalingen in verband met de introductie van het flexibel personeelssysteem + ### Artikel 154 -Vervallen +**1.** De militair die voor onbepaalde tijd is aangesteld bij het beroepspersoneel is vanaf 1 januari 2008 aangesteld bij de krijgsmacht en ingedeeld bij het krijgsmachtdeel waarbij hij vóór deze datum was aangesteld. + +**2.** Een bestaande verplichting om deel uit te maken van het beroepspersoneel wordt gehandhaafd. + +**3.** Voor de toepassing van dit besluit wordt de in het eerste lid bedoelde militair gelijk gesteld met de militair die zich in fase drie bevindt. + +### Artikel 154a + +**1.** De militair die voor een bepaalde tijd is aangesteld bij het beroepspersoneel blijft voor een bepaalde tijd bij het beroepspersoneel aangesteld. + +**2.** Hieraan is de verplichting verbonden gedurende die tijd deel uit te maken van het beroepspersoneel. + +**3.** Voor de toepassing van dit besluit wordt de in het eerste lid bedoelde militair gelijk gesteld met de militair die zich in fase één bevindt, met dien verstande dat de militair die op de dag voorafgaande aan de datum van inwerkingtreding van dit artikel aanspraak had op deelname aan flexibilisering arbeidsduur als bedoeld in de artikelen 54d en 54e, deze aanspraak behoudt. + +**4.** De aanstelling van de militair bedoeld in het eerste lid aan wie vóór 31 december 2007 schriftelijk een aanstelling voor onbepaalde tijd bij het beroepspersoneel in het vooruitzicht is gesteld wordt aan het einde van de aanstellingsduur omgezet naar een aanstelling bij de krijgsmacht, waarbij de militair gaat functioneren in fase drie. + +### Artikel 154b + +**1.** De in artikel 154a, eerste lid, bedoelde militair wordt eervol ontslag verleend vanwege het eindigen van de tijd waarvoor de aanstelling is geschied. + +**2.** + +In afwijking van het eerste lid kan de aanstelling van de in artikel 154a, eerste lid, bedoelde militair met diens instemming en onder bij ministeriële regeling te stellen voorwaarden: + +a. aan het einde van de initiële of verlengde aanstellingsduur worden omgezet naar een aanstelling bij de krijgsmacht, waarbij de militair gaat functioneren in fase twee; +b. tijdens de initiële of verlengde aanstellingsduur worden omgezet naar een aanstelling bij de krijgsmacht, waarbij de militair gaat functioneren in fase één respectievelijk fase twee. + +**3.** In het geval, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, wordt de verplichting om deel uit te maken van het beroepspersoneel als bedoeld in artikel 154a, tweede lid, gehandhaafd. + +### Artikel 154c + +**1.** + +Aan de in artikel 154a bedoelde militair wordt een premie toegekend: + +a. nadat hij de bij zijn aanstelling op hem gelegde verplichting heeft volbracht; +b. nadat hij in voorkomend geval een verlengde verplichting heeft volbracht; of +b. nadat hij zijn opleiding met gunstig resultaat heeft volbracht, en hij niet heeft kunnen voldoen aan de uit de aanstelling voortvloeiende of in voorkomend geval verlengde verplichting, door een naar het oordeel van Onze Minister niet aan hem zelf te wijten oorzaak. + +**2.** De premie is ten minste een bedrag gelijk aan 5% van het bij de aanstelling geldende laagste salarisbedrag verbonden aan de rang behorende bij de functie waarvoor hij is bestemd, berekend naar het aantal maanden van de voor de militair geldende verplichting. + +**3.** + +De premie is ten hoogste een bedrag dat gelijk is aan het onder a tot en met d genoemde percentage van de bezoldiging behorende bij ten hoogste salarisnummer 19 van het salaris van de rang die één rang hoger is dan de rang die verbonden is aan de functie waarvoor hij bij aanstelling is bestemd, berekend naar het aantal maanden van de voor de militair geldende verplichting, te weten: + +a. bij een verplichting van vier jaar of langer: 25%; +b. bij een verplichting van drie tot vier jaar: 23%; +c. bij een verplichting van twee tot drie jaar: 21%; +d. bij een verplichting van minder dan twee jaar: 20%. + +**4.** + +Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing indien artikel 154b, tweede lid, wordt toegepast met dien verstande dat: + +a. de premie van de militair, waarvan de aanstelling tijdens de initiële aanstellingsduur wordt omgezet naar een aanstelling bij de krijgsmacht, wordt berekend over de duur van de aan de aanstelling verbonden verplichting; +b. de premie van de militair, waarvan de aanstelling tijdens de verlengde aanstellingsduur wordt omgezet naar een aanstelling bij de krijgsmacht, wordt naar rato berekend over de periode tot de omzetting. + +**5.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld omtrent het toekennen van de premie. + +### Artikel 154d + +Door Onze Minister kunnen uitsluitend ten aanzien van bepaalde doelgroepen van militairen andere percentages dan de percentages genoemd in artikel 154c, derde lid onder a tot en met d, worden vastgesteld indien vaststaat dat met toepassing van laatstgenoemde percentages onvoldoende in de werving van tot deze doelgroepen behorende militairen kan worden voorzien. + +### Artikel 154e + +Een premie als bedoeld in artikel 154c wordt uitbetaald binnen twee maanden nadat daarop aanspraak is ontstaan. Een voorschot op deze premie kan worden uitgekeerd aan de militair die zijn initiële opleiding als bedoeld in artikel 13 met goed gevolg heeft afgerond: voor ten hoogste een kwart van de bij zijn aanstelling toegekende premie. + +### Artikel 154f + +**1.** De in artikel 154a bedoelde militair kan, met het oog op het na zijn verblijf in werkelijke dienst uitoefenen van een beroep in de burgermaatschappij, naar bij ministeriële regeling te stellen regels, in de gelegenheid worden gesteld een bij zijn aanstelling vastgestelde burgerberoepsopleiding te volgen. + +**2.** Deze opleiding vindt plaats tijdens het verblijf in werkelijke dienst en geschiedt voor rekening van en, indien en voorzover dat naar het oordeel van Onze minister wenselijk en mogelijk is, door de zorg van het Rijk. + +**3.** Bij de regeling bedoeld in het eerste lid worden voor de onderscheiden opleidingen maximum tijdsduren vastgesteld, gedurende welke die opleidingen op rijkskosten kunnen worden gevolgd, met dien verstande dat deze tijdsduur nimmer meer kan bedragen dan vierentwintig maanden. + +**4.** Gedurende zes maanden na de datum van aanstelling kan, in overeenstemming tussen Onze minister en de betrokken militair, eenmaal wijziging in de burgerberoepsopleiding worden gebracht. Indien het dienstbelang zulks vordert kan ook na vorenbedoelde termijn Onze minister de burgerberoepsopleiding met instemming van de militair wijzigen. De voorgaande leden zijn in dat geval van overeenkomstige toepassing. + +**5.** Indien de militair de burgerberoepsopleiding, als gevolg van een naar het oordeel van Onze minister niet aan hemzelf te wijten oorzaak, niet binnen de voor hem op grond van het derde lid vastgestelde maximum tijdsduur met gunstig resultaat heeft voltooid, kan Onze minister bepalen, dat bij een verlengde verplichting een gedeelte van die verlenging wordt bestemd voor het voltooien van de opleiding. + +**6.** De militair die door een naar het oordeel van Onze minister niet aan hemzelf te wijten oorzaak wordt ontslagen nadat de aan de aanstelling verbonden proeftijd is verstreken, maar voordat de – eventueel verlengde – verplichting is volbracht, kan op zijn aanvraag in aanmerking worden gebracht voor een tegemoetkoming ten einde de in dit artikel bedoelde burgerberoepsopleiding te voltooien. + +### Artikel 154g + +**1.** De in artikel 154a bedoelde militair die, met het oog op het na zijn verblijf in werkelijke dienst uitoefenen van een beroep in de burgermaatschappij, tijdens zijn verblijf in werkelijke dienst algemeen vormend of vak onderricht volgt, kan op zijn aanvraag, naar bij ministeriële regeling te stellen regels, in het genot worden gesteld van faciliteiten, verband houdende met het volgen van het onderricht. + +**2.** De in het eerste lid bedoelde militair, die de uit zijn aanstelling voortvloeiende verplichting en eventueel verlengde verplichting heeft volbracht, kan op zijn aanvraag gedurende ten hoogste één jaar na de datum van ingang van zijn ontslag in het genot van de in het eerste lid bedoelde faciliteiten worden gesteld, in geval deze verband houden met het volgen van onderwijs. + +### Artikel 154h + +De in artikel 154a bedoelde militair die de uit zijn aanstelling voortvloeiende verplichting heeft volbracht, of daaraan – nadat hij met gunstig resultaat zijn opleiding heeft voltooid – niet heeft kunnen voldoen door een naar het oordeel van Onze minister niet aan hemzelf te wijten oorzaak, kan op zijn aanvraag na de datum van ingang van zijn ontslag, naar bij ministeriële regeling te stellen regels, in het genot worden gesteld van een studietoelage, indien hij met het oog op het uitoefenen van een beroep in de burgermaatschappij aan een in Nederland gevestigde en erkende onderwijsinstelling niet-schriftelijk wetenschappelijk, algemeen vormend of vak onderricht volgt. + +### Artikel 154i + +**1.** De in artikel 154a genoemde militair die geen aanspraak maakt op een tegemoetkoming in het dagelijks reizen, heeft, indien zijn plaats van tewerkstelling in Nederland, België of Duitsland is gelegen, eenmaal in de twee weken aanspraak op een tegemoetkoming in de kosten van het reizen ten behoeve van familiebezoek over een enkele reis afstand van ten hoogste 460 kilometer, met inachtneming van het bepaalde krachtens artikel 25 van het Verplaatsingskostenbesluit militairen. + +**2.** Indien de in het eerste lid bedoelde militair tevens aanspraak heeft op een tegemoetkoming in de reiskosten op grond van het Verplaatsingskostenbesluit militairen, bestaat slechts aanspraak op de hoogste vergoeding per maand. + +**3.** De in dit artikel bedoelde aanspraak is niet van toepassing voor de militair die voorzieningen geniet ingevolge het Dienst Buitenlandse Zaken Voorzieningenstelsel (DBZV). + +### Artikel 154j + +**1.** De militair die voor onbepaalde tijd is aangesteld bij het reservepersoneel is vanaf 1 januari 2008 aangesteld bij het reservepersoneel en ingedeeld bij het krijgsmachtdeel waarbij hij vóór deze datum was aangesteld. + +**2.** Artikel 154 is op de in het eerste lid bedoelde militair van overeenkomstige toepassing. + +### Artikel 154k + +**1.** De militair die voor een bepaalde tijd is aangesteld bij het reservepersoneel blijft voor een bepaalde tijd bij het reservepersoneel aangesteld. + +**2.** Artikel 154a is op de in het eerste lid bedoelde militair van overeenkomstige toepassing. + +### Paragraaf 2. : Overige bepalingen ### Artikel 155 @@ -2643,7 +2785,7 @@ Vervallen ### Artikel 156 -**1.** Voor de militair beneden de rang van luitenant ter zee der 3e klasse/tweede-luitenant die als zodanig is aangesteld vóór het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit, wordt - ter beantwoording van de vraag of aanspraak bestaat op uitreiking van een getuigschrift als bedoeld in artikel 51 - de tijd als zodanig doorgebracht vóór het hiervoren genoemde tijdstip mede gerekend. +Vervallen ### Artikel 157