2010-10-01 | BWBR0003227 | Wet geluidhinder
This commit is contained in:
parent
8eff55553c
commit
158ef399f9
1 changed files with 17 additions and 25 deletions
|
|
@ -28,8 +28,6 @@ delen van het gebouw die niet zijn bestemd voor geluidsgevoelige onderwijsactivi
|
|||
|
||||
*bestemmingsplan*: bestemmingsplan als bedoeld in artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening, een inpassingsplan als bedoeld in artikel 3.26 of 3.28 van die wet hieronder mede begrepen;
|
||||
|
||||
*bouwvergunning*: bouwvergunning als bedoeld in artikel 40 van de Woningwet;
|
||||
|
||||
*buitenstedelijk gebied*: gebied buiten de bebouwde kom alsmede, voor de toepassing van de hoofdstukken VI en VII voor zover het betreft een autoweg of autosnelweg als bedoeld in het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, het gebied binnen de bebouwde kom, voor zover liggend binnen de zone langs die autoweg of autosnelweg;
|
||||
|
||||
*equivalent geluidsniveau*: gemiddelde – te bepalen op een door Onze Minister krachtens toepassing van artikel 110d aangegeven wijze – van de afwisselende niveaus van het ter plaatse in de loop van een bepaalde periode optredende geluid, vastgesteld volgens de door Onze Minister krachtens toepassing van dat artikel gestelde regels;
|
||||
|
|
@ -72,7 +70,7 @@ delen van het gebouw die niet zijn bestemd voor geluidsgevoelige onderwijsactivi
|
|||
|
||||
*geprojecteerde weg*: nog niet in aanleg zijnde weg, in de aanleg waarvan door een geldend bestemmingsplan wordt voorzien;
|
||||
|
||||
*geprojecteerde woning of gebouw*: nog niet aanwezige woning of nog niet aanwezig gebouw, waarvoor het geldende bestemmingsplan verlening van de bouwvergunning toelaat, maar deze nog niet is afgegeven;
|
||||
*geprojecteerde woning of gebouw*: nog niet aanwezige woning of nog niet aanwezig gebouw, waarvoor het geldende bestemmingsplan verlening van de omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht toelaat, maar deze nog niet is afgegeven;
|
||||
|
||||
*gevel*: bouwkundige constructie die een ruimte in een woning of gebouw scheidt van de buitenlucht, daaronder begrepen het dak;
|
||||
|
||||
|
|
@ -92,8 +90,6 @@ delen van het gebouw die niet zijn bestemd voor geluidsgevoelige onderwijsactivi
|
|||
|
||||
*Onze Minister*: Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;
|
||||
|
||||
*projectbesluit*: projectbesluit als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, onder f, van de Wet ruimtelijke ordening;
|
||||
|
||||
*reconstructie van een weg*: een of meer wijzigingen op of aan een aanwezige weg ten gevolge waarvan uit akoestisch onderzoek als bedoeld in artikel 77, eerste lid, onder a, en artikel 77, derde lid, blijkt dat de berekende geluidsbelasting vanwege de weg in het toekomstig maatgevende jaar zonder het treffen van maatregelen ten opzichte van de geluidsbelasting die op grond van artikel 100 dan wel het bepaalde krachtens artikel 100b, aanhef en onder a, als de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting geldt met 2 dB of meer wordt verhoogd;
|
||||
|
||||
*rijstrook*: strook van de rijbaan van een weg, welke voldoende plaats biedt aan een enkele rij rijdende motorvoertuigen op meer dan drie wielen, of, indien door middel van markering een bredere strook als rijstrook is aangegeven, die strook;
|
||||
|
|
@ -116,9 +112,9 @@ delen van het gebouw die niet zijn bestemd voor geluidsgevoelige onderwijsactivi
|
|||
|
||||
*woning*: gebouw dat voor bewoning gebruikt wordt of daartoe bestemd is;
|
||||
|
||||
*woning of gebouw in aanbouw*: nog niet aanwezige woning of nog niet aanwezig gebouw, waarvoor de bouwvergunning is afgegeven;
|
||||
*woning of gebouw in aanbouw*: nog niet aanwezige woning of nog niet aanwezig gebouw, waarvoor de omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is afgegeven;
|
||||
|
||||
*woonwagenstandplaats*: standplaats als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder h, van de Woningwet.
|
||||
*woonwagenstandplaats*: standplaats als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder e, van de Huisvestingswet.
|
||||
|
||||
### Artikel 1a
|
||||
|
||||
|
|
@ -204,7 +200,7 @@ In een algemene maatregel van bestuur waarbij regels van de in artikel 2, tweede
|
|||
|
||||
### Artikel 5
|
||||
|
||||
**1.** Indien toepassing wordt gegeven aan artikel 2, tweede lid, onder b, zijn afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht en afdeling 13.2 van de Wet milieubeheer van toepassing op de voorbereiding van de beschikking op de aanvraag om een vergunning. Artikel 8.7 van de Wet milieubeheer is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**1.** Indien toepassing wordt gegeven aan artikel 2, tweede lid, onder b, zijn afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht en afdeling 13.2 van de Wet milieubeheer van toepassing op de voorbereiding van de beschikking op de aanvraag om een vergunning. Artikel 2.26, derde lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**2.** De vergunning kan slechts in het belang van het voorkomen of beperken van geluidhinder worden geweigerd.
|
||||
|
||||
|
|
@ -219,7 +215,7 @@ Intrekking kan slechts geschieden:
|
|||
a. indien de vergunning niet wordt nageleefd, of
|
||||
b. indien het toestel ontoelaatbare geluidhinder veroorzaakt en wijziging of aanvulling van de aan de vergunning verbonden voorschriften redelijkerwijs geen oplossing kan bieden.
|
||||
|
||||
**6.** Op de voorbereiding van een wijziging van een vergunning of intrekking van een vergunning op de grond, bedoeld in het vijfde lid, onder b, zijn afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht en afdeling 13.2 van de Wet milieubeheer van toepassing. Artikel 8.7 van de Wet milieubeheer is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**6.** Op de voorbereiding van een wijziging van een vergunning of intrekking van een vergunning op de grond, bedoeld in het vijfde lid, onder b, zijn afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht en afdeling 13.2 van de Wet milieubeheer van toepassing. Artikel 2.26, derde lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 6
|
||||
|
||||
|
|
@ -390,7 +386,7 @@ Indien bij de vaststelling van een bestemmingsplan aan gronden een zodanige best
|
|||
|
||||
**1.** Een krachtens artikel 40 vastgestelde zone kan uitsluitend worden gewijzigd of opgeheven bij vaststelling of wijziging van een bestemmingsplan, met dien verstande dat opheffing alleen kan plaatsvinden wanneer de bestemming van het betrokken terrein zodanig is gewijzigd dat het geen industrieterrein meer is.
|
||||
|
||||
**2.** Een wijziging van een zone kan er niet toe strekken dat enig gebied waarbinnen met inachtneming van de al krachtens de Wet milieubeheer verleende vergunningen en de daaraan verbonden voorschriften een hogere geluidsbelasting, vanwege het industrieterrein, optreedt dan 50 dB(A), ophoudt van de zone deel uit te maken.
|
||||
**2.** Een wijziging van een zone kan er niet toe strekken dat enig gebied waarbinnen met inachtneming van de al verleende omgevingsvergunningen voor activiteiten met betrekking tot een inrichting als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en de daaraan verbonden voorschriften een hogere geluidsbelasting, vanwege het industrieterrein, optreedt dan 50 dB(A), ophoudt van de zone deel uit te maken.
|
||||
|
||||
**3.** Een opgeheven zone bestaat voort zolang zich op het terrein een of meer inrichtingen bevinden, behorende tot een bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen categorie van inrichtingen die in belangrijke mate geluidhinder kunnen veroorzaken.
|
||||
|
||||
|
|
@ -459,7 +455,7 @@ b. zodanige waarden noodzakelijk zijn als gevolg van een vaststelling van het pl
|
|||
|
||||
### Artikel 49
|
||||
|
||||
Bij het nemen van een projectbesluit, dat geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op gronden die behoren tot een zone, worden ter zake van de geluidsbelasting, vanwege het industrieterrein, van de gevel van woningen, van andere geluidsgevoelige gebouwen en aan de grens van geluidsgevoelige terreinen binnen de zone de waarden in acht genomen, die bij of krachtens de artikelen 44 tot en met 47, de Experimentenwet Stad en Milieu alsmede de Interimwet stad-en-milieubenadering als de ten hoogste toelaatbare worden aangemerkt.
|
||||
Bij het nemen van een omgevingsvergunning waarbij met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3°, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht van het bestemmingsplan wordt afgeweken, die geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op gronden die behoren tot een zone, worden ter zake van de geluidsbelasting, vanwege het industrieterrein, van de gevel van woningen, van andere geluidsgevoelige gebouwen en aan de grens van geluidsgevoelige terreinen binnen de zone de waarden in acht genomen, die bij of krachtens de artikelen 44 tot en met 47, de Experimentenwet Stad en Milieu alsmede de Interimwet stad-en-milieubenadering als de ten hoogste toelaatbare worden aangemerkt.
|
||||
|
||||
#### Paragraaf 3. Handelingen binnen geluidszones
|
||||
|
||||
|
|
@ -544,7 +540,7 @@ b. zodanige waarden noodzakelijk zijn als gevolg van een vaststelling van het pl
|
|||
|
||||
### Artikel 58
|
||||
|
||||
Bij het nemen van een projectbesluit, dat geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op gronden die behoren tot een bestaande zone, worden ter zake van de geluidsbelasting, vanwege het industrieterrein, van de gevel van woningen, van andere geluidsgevoelige gebouwen en aan de grens van geluidsgevoelige terreinen binnen de zone, de waarden in acht genomen, die op het tijdstip van de vaststelling van de bestaande zone als de ten hoogste toelaatbare werden aangemerkt.
|
||||
Bij het nemen van een omgevingsvergunning waarbij met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3°, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht van het bestemmingsplan wordt afgeweken, die geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op gronden die behoren tot een bestaande zone, worden ter zake van de geluidsbelasting, vanwege het industrieterrein, van de gevel van woningen, van andere geluidsgevoelige gebouwen en aan de grens van geluidsgevoelige terreinen binnen de zone, de waarden in acht genomen, die op het tijdstip van de vaststelling van de bestaande zone als de ten hoogste toelaatbare werden aangemerkt.
|
||||
|
||||
#### Paragraaf 4. Handelingen binnen geluidszones
|
||||
|
||||
|
|
@ -581,7 +577,7 @@ b. een wezenlijke toename van het aantal geluidgehinderden bij toetsing op bouwp
|
|||
|
||||
**3.** Onze Minister doet van zijn besluit mededeling aan gedeputeerde staten en aan burgemeester en wethouders. Gelijktijdig met deze mededeling deelt hij ten aanzien van elk der gevallen waarop het besluit betrekking heeft en die naar zijn aanvankelijk oordeel voor toepassing van het vierde lid in aanmerking komen, aan gedeputeerde staten en aan burgemeester en wethouders mede in hoeverre en op welke termijn hij overweegt aan dat lid ter zake toepassing te geven.
|
||||
|
||||
**4.** Onze Minister stelt ten aanzien van elk der daarvoor in aanmerking komende gevallen maatregelen vast die strekken tot het terugbrengen van de geluidsbelasting, vanwege het industrieterrein, van de gevels van de betrokken woningen tot de bij het besluit, bedoeld in het tweede lid, vastgestelde waarde. Deze maatregelen strekken tevens, afhankelijk van de hoogte van deze waarde, tot het terugbrengen van de geluidsbelasting, vanwege het industrieterrein, binnen de woning. Op de door Onze Minister vastgestelde maatregelen zijn artikel 125 en artikel 15.20, eerste lid, onder c, van de Wet milieubeheer van toepassing. Hij doet van zijn besluit, houdende de vaststelling van maatregelen, mededeling aan gedeputeerde staten en aan burgemeester en wethouders.
|
||||
**4.** Onze Minister stelt ten aanzien van elk der daarvoor in aanmerking komende gevallen maatregelen vast die strekken tot het terugbrengen van de geluidsbelasting, vanwege het industrieterrein, van de gevels van de betrokken woningen tot de bij het besluit, bedoeld in het tweede lid, vastgestelde waarde. Deze maatregelen strekken tevens, afhankelijk van de hoogte van deze waarde, tot het terugbrengen van de geluidsbelasting, vanwege het industrieterrein, binnen de woning. Op de door Onze Minister vastgestelde maatregelen zijn artikel 125 en artikel 15.20, eerste lid, onder b, van de Wet milieubeheer van toepassing. Hij doet van zijn besluit, houdende de vaststelling van maatregelen, mededeling aan gedeputeerde staten en aan burgemeester en wethouders.
|
||||
|
||||
### Artikel 64
|
||||
|
||||
|
|
@ -591,7 +587,7 @@ Met betrekking tot andere geluidsgevoelige gebouwen en geluidsgevoelige terreine
|
|||
|
||||
### Artikel 65
|
||||
|
||||
Bij de toepassing van artikel 8.8, derde lid, van de Wet milieubeheer kan het bevoegd gezag, in afwijking van de artikelen 40, 44 tot en met 47, 50, 51, 53 tot en met 56, 59 tot en met 61, 63, tweede lid, of 64 de in die artikelen bedoelde waarden 2 dB(A) hoger vaststellen, indien:
|
||||
Bij de toepassing van artikel 2.14, eerste lid, onder c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht kan het bevoegd gezag, in afwijking van de artikelen 40, 44 tot en met 47, 50, 51, 53 tot en met 56, 59 tot en met 61, 63, tweede lid, of 64 de in die artikelen bedoelde waarden 2 dB(A) hoger vaststellen, indien:
|
||||
|
||||
a. op een of meer plaatsen binnen de zone of op de zonegrens de geluidsbelasting gelijk is aan de ten hoogste toegestane geluidsbelasting;
|
||||
b. voorzover van toepassing, de beschikbaarheid van grond voor de vestiging of wijziging van een inrichting, dit mogelijk maakt;
|
||||
|
|
@ -600,7 +596,7 @@ d. redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de geluidsbelasting binnen een afzie
|
|||
|
||||
### Artikel 66
|
||||
|
||||
Onverminderd artikel 65 kan het bevoegd gezag bij de toepassing van artikel 8.8, derde lid, van de Wet milieubeheer besluiten tot afwijking van de artikelen 40, 44 tot en met 47, 50, 51, 53 tot en met 56, 59 tot en met 61, 63, tweede lid, of 64. De artikelen 2, 4, eerste lid, onder c, en derde lid, 5 tot en met 8 en 11 tot en met 19 van de Interimwet stad-en-milieubenadering zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
Onverminderd artikel 65 kan het bevoegd gezag bij de toepassing van artikel 2.14, eerste lid, onder c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht besluiten tot afwijking van de artikelen 40, 44 tot en met 47, 50, 51, 53 tot en met 56, 59 tot en met 61, 63, tweede lid, of 64. De artikelen 2, 4, eerste lid, onder c, en derde lid, 5 tot en met 8 en 11 tot en met 19 van de Interimwet stad-en-milieubenadering zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 67
|
||||
|
||||
|
|
@ -702,13 +698,13 @@ b. zodanige waarden noodzakelijk zijn als gevolg van een vaststelling van het pl
|
|||
|
||||
### Artikel 76a
|
||||
|
||||
Bij het nemen van een projectbesluit dat geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op gronden, behorende tot een zone als bedoeld in artikel 74, worden ter zake van de geluidsbelasting, vanwege de weg waarlangs die zone ligt, van de gevel van woningen, van andere geluidsgevoelige gebouwen of aan de grens van geluidsgevoelige terreinen binnen die zone de waarden in acht genomen, die ingevolge de artikelen 82, 83, 85, 100 en 100a als de ten hoogste toelaatbare worden aangemerkt.
|
||||
Bij het nemen van een omgevingsvergunning waarbij met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3°, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht van het bestemmingsplan wordt afgeweken, die geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op gronden, behorende tot een zone als bedoeld in artikel 74, worden ter zake van de geluidsbelasting, vanwege de weg waarlangs die zone ligt, van de gevel van woningen, van andere geluidsgevoelige gebouwen of aan de grens van geluidsgevoelige terreinen binnen die zone de waarden in acht genomen, die ingevolge de artikelen 82, 83, 85, 100 en 100a als de ten hoogste toelaatbare worden aangemerkt.
|
||||
|
||||
### Artikel 77
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Bij het voorbereiden van de vaststelling van een bestemmingsplan of van een wijzigings- of uitwerkingsplan als bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onder a of b, van de Wet ruimtelijke ordening dat geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op gronden, behorende tot een zone als bedoeld in artikel 74, of bij het voorbereiden van een besluit als bedoeld in artikel 76a, wordt vanwege burgemeester en wethouders een akoestisch onderzoek ingesteld naar:
|
||||
Bij het voorbereiden van de vaststelling van een bestemmingsplan of van een wijzigings- of uitwerkingsplan als bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onder a of b, van de Wet ruimtelijke ordening dat geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op gronden, behorende tot een zone als bedoeld in artikel 74, of bij het voorbereiden van een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 76a, wordt vanwege burgemeester en wethouders een akoestisch onderzoek ingesteld naar:
|
||||
|
||||
a. de geluidsbelasting die door woningen binnen de zone, alsmede door andere geluidsgevoelige gebouwen of door geluidsgevoelige terreinen, vanwege de weg zou worden ondervonden zonder de invloed van maatregelen die de geluidsbelasting beperken;
|
||||
b. de doeltreffendheid van de in aanmerking komende verkeersmaatregelen en andere maatregelen om te voorkomen dat de in de toekomst vanwege de weg optredende geluidsbelasting van de onder a bedoelde objecten de waarden die ingevolge artikel 82 of artikel 100 als ten hoogste toelaatbare worden aangemerkt, te boven zou gaan.
|
||||
|
|
@ -1960,9 +1956,9 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 148
|
||||
|
||||
**1.** Met betrekking tot de handhaving van het bij of krachtens deze wet bepaalde zijn de artikelen 18.3 tot en met 18.14, 18.15, onder b, en 18.16 van de Wet milieubeheer van toepassing, met dien verstande dat met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze wet bepaalde ten aanzien van inrichtingen als bedoeld in artikel 170, derde lid, uitsluitend belast zijn de daartoe bij besluit van Onze Minister aangewezen ambtenaren.
|
||||
**1.** Met betrekking tot de handhaving van het bij of krachtens deze wet bepaalde zijn de artikelen 5.3 tot en met 5.16 en 5.18 tot en met 5.25 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht van toepassing, met dien verstande dat met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze wet bepaalde ten aanzien van inrichtingen als bedoeld in artikel 170, derde lid, uitsluitend belast zijn de daartoe bij besluit van Onze Minister aangewezen ambtenaren.
|
||||
|
||||
**2.** Het in artikel 18.2 van de Wet milieubeheer bedoelde bestuursorgaan heeft tot taak zorg te dragen voor de bestuursrechtelijke handhaving van het ten aanzien van de betrokken inrichting bij of krachtens deze wet bepaalde.
|
||||
**2.** Het in artikel 5.2, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht bedoelde bestuursorgaan heeft tot taak zorg te dragen voor de bestuursrechtelijke handhaving van de op grond van het bepaalde bij of krachtens deze wet voor degene die het project, bedoeld in dat lid, uitvoert, geldende voorschriften.
|
||||
|
||||
### Artikel 149
|
||||
|
||||
|
|
@ -2101,11 +2097,7 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 173
|
||||
|
||||
**1.** Met het toezicht op de uitvoering en de handhaving van het bij of krachtens deze wet bepaalde zijn belast de bij besluit van Onze Minister aangewezen ambtenaren.
|
||||
|
||||
**2.** De artikelen 5:13, 5:15, 5:16, 5:17 en 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**3.** Onze Minister kan bij ministeriële regeling bepalen dat bestuursorganen die met de uitvoering of de handhaving van het bij of krachtens deze wet bepaalde zijn belast, daarbij aan te geven gegevens verstrekken aan de krachtens het eerste lid aangewezen ambtenaren. Bij de regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot het tijdstip waarop, de frequentie waarmee en de vorm waarin de gegevens worden verstrekt. Tevens kan bij de regeling worden bepaald dat daarbij gestelde regels slechts gelden in daarbij aangegeven gevallen.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 173a
|
||||
|
||||
|
|
@ -2121,7 +2113,7 @@ Een gedraging in strijd met een voorschrift, krachtens artikel 5, derde lid, aan
|
|||
|
||||
### Artikel 176
|
||||
|
||||
Alle - anders dan met toepassing van de Wet milieubeheer of de Algemene wet bestuursrecht - krachtens de onderhavige wet ter inzage te leggen, te publiceren of aan belanghebbenden toe te zenden stukken, die in een vreemde taal zijn gesteld en waarbij niet een vertaling in de Nederlandse taal wordt gevoegd, of die wegens hun omvang, hun inhoud dan wel om andere redenen niet geacht kunnen worden voor de beoordeling ervan voldoende inzicht te geven aan een algemeen publiek, gaan vergezeld van een in de Nederlandse taal gestelde samenvatting. Onze Minister kan nadere regels geven over de wijze waarop deze samenvatting dient te worden opgesteld.
|
||||
Alle – anders dan met toepassing van de Algemene wet bestuursrecht, de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of de Wet milieubeheer – krachtens de onderhavige wet ter inzage te leggen, te publiceren of aan belanghebbenden toe te zenden stukken, die in een vreemde taal zijn gesteld en waarbij niet een vertaling in de Nederlandse taal wordt gevoegd, of die wegens hun omvang, hun inhoud dan wel om andere redenen niet geacht kunnen worden voor de beoordeling ervan voldoende inzicht te geven aan een algemeen publiek, gaan vergezeld van een in de Nederlandse taal gestelde samenvatting. Onze Minister kan nadere regels geven over de wijze waarop deze samenvatting dient te worden opgesteld.
|
||||
|
||||
### Artikel 177
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue