From 15ca92ce8a6e8f9d7e9e2012542f44c7e17e7991 Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Fri, 1 Mar 2002 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2002-03-01 | BWBR0007816 | Inkomstenbesluit militairen --- .../BWBR0007816/README.md | 72 ------------------- 1 file changed, 72 deletions(-) diff --git a/amvb/inkomstenbesluit-militairen/BWBR0007816/README.md b/amvb/inkomstenbesluit-militairen/BWBR0007816/README.md index d2dce5a9904..fb12df34f6d 100644 --- a/amvb/inkomstenbesluit-militairen/BWBR0007816/README.md +++ b/amvb/inkomstenbesluit-militairen/BWBR0007816/README.md @@ -318,38 +318,6 @@ b. als de ziekte waardoor hij verhinderd is dienst te verrichten naar het oordee **7.** In bijzondere gevallen kan de bevelhebber bepalen dat de ingevolge dit artikel niet genoten inkomsten geheel of gedeeltelijk aan anderen dan aan de militair worden betaald. Na verrekening met deze aan anderen dan aan de militair betaalde inkomsten, worden de eventueel resterende, niet betaalde inkomsten alsnog aan de militair betaald, indien een door hem aangevraagd hernieuwd onderzoek als bedoeld in artikel 102 van het Algemeen militair ambtenarenreglement in zijn voordeel is beslist. -### Artikel 17b - -**1.** Indien aan de vrouwelijke militair zwangerschaps- en bevallingsverlof is verleend, behoudt zij haar aanspraak op inkomsten. - -**2.** De commandant draagt ervoor zorg dat de vrouwelijke militair door tussenkomst van de commandant een uitkering op basis van hoofdstuk 3 van de Wet arbeid en zorg aanvraagt bij het Landelijk instituut sociale verzekeringen. Deze uitkering moet uiterlijk twee weken voor de datum van ingang van het zwangerschaps- en bevallingsverlof onderscheidenlijk de datum waarop de vrouwelijke militair het recht op de uitkering wil laten ingaan, worden aangevraagd. - -**3.** Indien de vrouwelijke militair aan wie zwangerschaps- en bevallingsverlof is verleend gedurende dat verlof of gedurende een bepaalde periode van dat verlof tevens recht heeft op een uitkering op basis van de Wet arbeid en zorg, wordt door de bevelhebber gedurende de periode waarin sprake is van samenloop een inhouding op de doorbetaling als bedoeld in het vierde lid toegepast die overeenkomt met het bedrag van bedoelde uitkering. - -**4.** Indien aan de voorwaarden voor het toekennen van een uitkering als bedoeld in het tweede lid is voldaan maar geen uitkering is toegekend omdat de vrouwelijke militair geen aanvraag heeft ingediend, wordt het tweede lid op overeenkomstige wijze toegepast. - -### Artikel 17c - -**1.** Indien aan de militair door de commandant adoptieverlof op basis van artikel 3:2, eerste tot en met derde lid, van de Wet arbeid en zorg is verleend behoudt hij zijn aanspraak op inkomsten. - -**2.** De commandant draagt ervoor zorg dat de militair door tussenkomst van de commandant een uitkering op basis van hoofdstuk 3 van de Wet arbeid en zorg aanvraagt bij het Landelijk instituut sociale verzekeringen. Deze uitkering moet uiterlijk twee weken voor de datum van ingang van het adoptieverlof onderscheidenlijk de datum waarop de militair het recht op de uitkering wil laten ingaan, worden aangevraagd. - -**3.** Indien de militair aan wie adoptieverlof is verleend gedurende dat verlof of gedurende een bepaalde periode van dat verlof tevens recht heeft op een uitkering op basis van de Wet arbeid en zorg, wordt door de bevelhebber gedurende de periode waarin sprake is van samenloop een inhouding op de doorbetaling, bedoeld in het eerste lid, toegepast die overeenkomt met het bedrag van bedoelde uitkering. - -**4.** Indien aan de voorwaarden voor het toekennen van een uitkering als bedoeld in het derde lid is voldaan maar geen uitkering is toegekend omdat de militair geen aanvraag heeft ingediend, wordt het derde lid op overeenkomstige wijze toegepast. - -### Artikel 17d - -**1.** De commandant wijst de militair, aan wie buitengewoon verlof in het kader van arbeid en zorg met geheel of gedeeltelijk behoud van inkomsten op basis van paragraaf 4b van hoofdstuk 8 van het Algemeen militair ambtenarenreglement is verleend, in voorkomend geval op de mogelijkheden tot het aanvragen van een financiële tegemoetkoming op basis van hoofdstuk 7 van de Wet arbeid en zorg. - -**2.** - -Indien de militair gedurende het verlof, bedoeld in eerste lid, of gedurende een bepaalde periode van dat verlof tevens recht heeft op een financiële tegemoetkoming op basis van hoofdstuk 7 van de Wet arbeid en zorg, wordt door de bevelhebber gedurende de periode waarin sprake is van een samenloop een inhouding op de doorbetaling van die inkomsten toegepast. - -De inhouding bedraagt maximaal het bedrag van de in het eerste lid bedoelde tegemoetkoming en voor zover in totaal door de samenloop 100% van de inkomsten wordt overschreden. - -**3.** Indien aan de in hoofdstuk 7 van de Wet arbeid en zorg gestelde voorwaarden voor het toekennen van een financiële tegemoetkoming is voldaan maar door toedoen van de militair geen financiële tegemoetkoming is toegekend, kan het tweede lid op overeenkomstige wijze worden toegepast. In dat geval wordt rekening gehouden met de financiële tegemoetkoming die aan de militair zou zijn toegekend indien hij wel een aanvraag zou hebben ingediend. - ### Artikel 18 Voor elke volledige dag dat de militair zich aan zijn dienstverplichtingen onttrekt, heeft hij geen aanspraak op inkomsten. @@ -430,46 +398,6 @@ c. eventuele andere inkomsten of baten die door de militair of zijn gezinsleden **7.** De militair, bedoeld in het eerste tot en met het zesde lid, is gehouden de geldelijke inkomsten of uitkeringen uit of in verband met arbeid of bedrijf, dan wel de vaste vergoedingen in verband met een functie in een publiekrechtelijk college te melden aan de bevelhebber onder overlegging van een gespecificeerde opgave van die inkomsten, uitkeringen of vergoedingen. -## Hoofdstuk 4a. Inhoudingen en berekeningsgrondslagen pensioenen - -### Artikel 23a - -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden - -### Artikel 23b - -**1.** De eigen bijdrage van de militair aan het arbeidsongeschiktheidspensioen komt overeen met het pensioenbijdrageverhaal voor het invaliditeitspensioen dat ingevolge artikel 4, vijfde lid van de Wet privatisering ABP van een overheidswerknemer, die met die militair kan worden gelijkgesteld, door de sectorwerkgever wordt geheven. - -**2.** De eigen bijdrage van de gewezen militair aan het arbeidsongeschiktheidspensioen komt overeen met het pensioenbijdrageverhaal voor het invaliditeitspensioen dat ingevolge artikel 4, vijfde lid, van de Wet privatisering ABP van een gewezen overheidswerknemer, die met die gewezen militair kan worden gelijkgesteld, door de voor de ontslaguitkering zorgdragende instantie wordt geheven. - -**3.** De tijdelijke aanvullende eigen bijdrage van de militair en de gewezen militair aan het ouderdoms- en nabestaandenpensioen bedraagt een door het bestuur van de Stichting Pensioenfonds ABP ingevolge de Kaderwet militaire pensioenen vast te stellen extra bijdrage in de jaren 2004 tot en met 2006. Deze bijdrage wordt geheven over de bijdragegrondslag die geldt voor het pensioenbijdrageverhaal voor het ouderdoms- en nabestaandenpensioen in de desbetreffende jaren. - -### Artikel 23c - -**1.** Op de inkomsten van de militair bedoeld in artikel 39a, onder a ten 1°, b ten 1°, c en e ten 1° van het AMAR wordt een pseudo-pensioenpremievergoeding voor extra beslaglegging ingehouden, overeenkomstig de pensioenbijdrage die verhaald zou zijn indien op basis van artikel 23a, onderdeel n, de vaste vergoeding voor extra beslaglegging voor zover hij deze na 31 december 2001 heeft genoten, tot zijn pensioengrondslag zou behoren. - -**2.** De pseudo-pensioenpremievergoeding voor extra beslaglegging wordt op de datum dat hij met leeftijdsontslag gaat gerestitueerd aan de militair, uitgezonderd de militair bedoeld in het derde en vierde lid. - -**3.** Voor de militair, bedoeld in het eerste lid, die na 31 december 2002 de leeftijd bereikt waarop hij twee jaren ouder is dan de voor hem geldende ontslagleeftijd als bedoeld in artikel 39a AMAR wordt de pseudo-pensioenpremievergoeding voor extra beslaglegging op de datum van eerstbedoelde leeftijd omgezet in een pensioenbijdrage en wordt de vaste vergoeding voor extra beslaglegging tot de berekeningsgrondslag voor het pensioen gerekend. - -**4.** Voor de militair, bedoeld in het eerste lid, die na 31 december 2002 met leeftijdsontslag gaat en op de ontslagdatum twee jaar ouder is dan de op die datum voor hem geldende ontslagleeftijd als bedoeld in artikel 39a AMAR, wordt de pseudo-pensioenpremie vergoeding voor extra beslaglegging op de datum van ontslag omgezet in een pensioenbijdrage en wordt de vaste vergoeding voor extra beslaglegging tot de berekeningsgrondslag voor het pensioen gerekend. - -**5.** Het tweede, derde en vierde lid zijn van overeenkomstige toepassing indien deze militair komt te overlijden voordat hij is ontslagen, te rekenen naar de overlijdensdatum. - -### Artikel 23d - -**1.** Over de toelage bedoeld in artikel 23a, eerste lid, onderdeel i, wordt, zolang niet is uitgesloten dat aan de in dat onderdeel bedoelde voorwaarde zal worden voldaan, een pseudo-pensioenpremie ingehouden, overeenkomstig de pensioenbijdrage die verhaald zou zijn, indien die toelage tot zijn pensioengrondslag zou behoren. - -**2.** De in het eerste lid bedoelde pseudo-pensioenpremie is verschuldigd, totdat blijkt dat aan de in artikel 23a, eerste lid, onderdeel i, bedoelde voorwaarde is voldaan. - -**3.** De in het eerste lid bedoelde pseudo-pensioenpremie over de toelage wordt aan de militair gerestitueerd, zodra die toelage niet meer wordt genoten en is uitgesloten dat aan de in artikel 23a, eerste lid, onderdeel i, bedoelde voorwaarde zal worden voldaan. - -**4.** Het derde lid is van overeenkomstige toepassing indien de militair komt te overlijden en niet aan de in artikel 23a, eerste lid, onderdeel i, bedoelde voorwaarde is voldaan. - -**5.** Ter voldoening aan de in artikel 23a, eerste lid, onderdeel i, bedoelde voorwaarde, wordt voor de militair die vóór 1 juni 2006 met leeftijdsontslag gaat mede onder de toelage officieren-medisch specialist begrepen: de bijzondere tegemoetkoming, toegekend aan de officieren-medisch specialist op grond van artikel 115 van het Algemeen Militair Ambtenarenreglement. - -**6.** Indien de in het vijfde lid bedoelde militair op de ontslagdatum ten minste twee jaar ouder is dan de op die datum voor hem geldende ontslagleeftijd, bedoeld in artikel 39a van het Algemeen Militair Ambtenarenreglement, wordt de toelage aangemerkt als toelage die aan de in artikel 23a, eerste lid, onderdeel i, bedoelde voorwaarde voldoet. - ## Hoofdstuk 5. Overgangs- en slotbepalingen ### Artikel 24