diff --git a/circulaire/circulaire-voor-optienaturalisatieverzoeken-in-het-buitenland/BWBR0025740/README.md b/circulaire/circulaire-voor-optienaturalisatieverzoeken-in-het-buitenland/BWBR0025740/README.md index 88418c1f1a5..8d8c1b97a00 100644 --- a/circulaire/circulaire-voor-optienaturalisatieverzoeken-in-het-buitenland/BWBR0025740/README.md +++ b/circulaire/circulaire-voor-optienaturalisatieverzoeken-in-het-buitenland/BWBR0025740/README.md @@ -202,16 +202,13 @@ De Minister van Buitenlandse Zaken kan bij de optant reeds informeren op welke w De verplichting tot bereidverklaring en het afleggen van de verklaring van verbondenheid rust op de meerderjarige optant. Zij rust daarnaast ook op minderjarigen die op het tijdstip waarop de optieverklaring wordt afgelegd, zestien jaar of ouder zijn. Daarbij is niet van belang of de minderjarige optant zelfstandig opteert of dat verzocht is om de minderjarige te laten delen in de verkrijging van het Nederlanderschap door een van zijn ouders. Het invullen en ondertekenen van de bereidverklaring door de medeoptant mag eventueel ook kort na het afleggen van de optieverklaring door de ouder plaatsvinden. Echter, het optiedossier dient op het moment van beslissing wel compleet te zijn. -| | Zelfstandig | Zelfstandig | Zelfstandig | Medeoptie | Medeoptie | -| --- | --- | --- | --- | --- | --- | -| | < 16 ^1 | 16 en17^1 | 18 en ouder^1 | < 16^1 | 16 en 17^1 | -| | Art. 6 lid 1c Art. 6 lid 1d | Art. 6 lid 1c Art. 6 lid 1d | Art. 26 Art.28 | Art. 6 lid 8 Art. 26 lid 3 Art. 28 lid 3 | Art. 6 lid 8 Art. 26 lid 3 Art. 28 lid 3 | -| Ondertekenen bereidverklaring | Nee | Ja^2 | Ja^2 | Nee | Ja ^2 | -| Afleggen verklaring van verbondenheid | Nee | Ja^2 | Ja^2 | Nee | Ja ^2 | - -1 Het betreft hier de leeftijd op het tijdstip waarop de optieverklaring wordt afgelegd. - -2 Het ondertekenen van de bereidverklaring en afleggen van de verklaring van verbondenheid is niet van toepassing op de (mede)optant die opteert op grond van de overgangsregeling gegeven in artikel II, eerste lid, onder a, b of c van Stb. 2008, 270 en op zijn kind dat in die optie deelt. +| **Hoofdregel** | +| --- | +| De vreemdeling 16 jaar of ouder verklaart zich bereid de verklaring van verbondenheid af te leggen en legt deze verklaring ook daadwerkelijk af tijdens de ceremonie (zie artikel 6 lid 2 RWN). Dit geldt zowel voor de vreemdeling die zelfstandig opteert als voor de vreemdeling die deelt in de optieverklaring op grond van artikel 6 lid 8 RWN. | +| **Uitzonderingen** | +| De vreemdeling van 16 jaar of ouder die opteert op grond van de overgangsregeling in artikel II, eerste lid, onder a, b of c van Stb. 2008, 270 hoeft geen bereidverklaring en geen verklaring van verbondenheid af te leggen. Dit geldt zowel voor de vreemdeling die zelfstandig opteert als voor de vreemdeling die deelt in de optieverklaring op grond van artikel 6 lid 8 RWN. | +| De vreemdeling van 16 jaar of ouder die opteert op grond van artikel 6 lid 1, onder p RWN hoeft geen bereidverklaring en geen verklaring van verbondenheid af te leggen. Dit geldt zowel voor de vreemdeling die zelfstandig opteert als voor de vreemdeling die deelt in de optieverklaring op grond van artikel 6 lid 8 RWN. | +| De vreemdeling van 16 jaar of ouder die opteert op grond van artikel 28, lid 1 RWN hoeft geen bereidverklaring en geen verklaring van verbondenheid af te leggen. Dit geldt voor de vreemdeling die zelfstandig opteert. | De verplichting om de bereidverklaring in te vullen en te ondertekenen geldt niet voor de optant als bedoeld in het eerste lid van artikel II van Stb. 2008, 270 (in het tweede lid van die bepaling is immers ten aanzien van een dergelijke optie het tweede lid van artikel 6 RWN niet van toepassing verklaard) en ook niet voor zijn minderjarige kinderen die in de verkrijging van het Nederlanderschap delen (dit laatste volgt eveneens uit het tweede lid van voormeld artikel II). @@ -239,7 +236,9 @@ Enkele optanten zijn niet verplicht de verklaring verblijf en gedrag te ondertek ####### 2.2.5. (Overige) over te leggen documenten -De Minister van Buitenlandse Zaken die de optieverklaring in ontvangst neemt, verlangt in beginsel van de optant dat hij gegevens bewijst door middel van originele, zo nodig gelegaliseerde/van apostille voorziene documenten. Zie ook artikel 6, vijfde lid, BVVN. +######## 2.2.5.1. Algemeen + +De Minister van Buitenlandse Zaken die de optieverklaring in ontvangst neemt, verlangt in beginsel van de optant dat hij gegevens bewijst door middel van originele, zo nodig gelegaliseerde/van apostille voorziene documenten. Zie ook artikel 6, vijfde lid, BvvN. In de optieprocedure wordt zoveel mogelijk gestreefd naar inontvangstneming van optieverklaringen die ondersteund worden door alle benodigde (bewijs)stukken. Dit is ook in het belang van de optant, aangezien bij weigering van de bevestiging van de optie, de reeds betaalde optiegelden niet worden gerestitueerd. Indien de optant een aantal benodigde gegevens niet kan verstrekken, wordt hem geadviseerd te wachten met het afleggen van de optieverklaring tot het moment dat alle verlangde gegevens verstrekt kunnen worden. Mocht de optant er echter op staan zijn optieverklaring, ondanks het niet overleggen van de door de Minister van Buitenlandse Zaken gevraagde documenten af te leggen, dan dient de Minister van Buitenlandse Zaken de verklaring in ontvangst te nemen. @@ -249,43 +248,55 @@ Overigens kan, ook als een optant is vrijgesteld van het documentatievereiste (z Een optant kan, indien hij verkrijging van het Nederlanderschap door optie beoogt, ruimschoots voorafgaand aan het starten van de optieprocedure zorg dragen voor verkrijging van de daarvoor noodzakelijke bewijsstukken, waarmee een geldig nationaal paspoort en een (indien nodig: gelegaliseerde/van apostille voorziene) buitenlandse geboorteakte zijn bedoeld. -######## 2.2.5.1. Buitenlands reisdocument +In **uitzondering** op vorenstaande wordt de bevestiging van een optie **niet** geweigerd vanwege gerede twijfel aan de identiteit of nationaliteit van de verzoeker als de twijfel aan de gestelde identiteit of nationaliteit enkel is ontstaan als gevolg van onjuiste verklaringen van zijn of haar ouders. In dat geval wordt aangenomen dat de bij vergunningverlening veelal minderjarige logischerwijs uitgaat van de gegevens die volgen uit de gegevens zoals opgegeven door de ouder(s) en dat hij/zij de waarheidsverklaring als bedoeld in artikel 31, vierde lid, BvvN naar waarheid invult en ondertekent. + +Mocht binnen twaalf jaar na de optiebevestiging blijken dat sprake is geweest van valse verklaringen, bedrog of het verzwijgen van enig voor de verkrijging van het Nederlanderschap relevant feit dan dient te worden onderzocht of de verkrijging van het Nederlanderschap moet worden ingetrokken. + +######## 2.2.5.2. Buitenlands reisdocument De optant dient -voor zover mogelijk- een geldig buitenlands reisdocument over te leggen. Dit niet alleen in verband met identificatie maar ook om zijn nationaliteit van de optant te kunnen ‘vaststellen’ en de in het reisdocument vermelde personalia te vergelijken met de gegevens in overgelegde akt(e)n van de burgerlijke stand. -Met ingang van 26 oktober 2015 hoeven minderjarigen die zijn geboren in Nederland of elders in het Koninkrijk, geen geldig buitenlands reisdocument over te leggen in de optieprocedure als zij tegelijkertijd met de ouder(s) opteren (op grond van artikel 6, lid 8 RWN), en mits de ouder(s) met betrekking tot zichzelf beschikt(ken) over een geldig buitenlands paspoort en een gelegaliseerde/geapostilleerde geboorteakte. Hetzelfde geldt voor minderjarigen die zijn geboren in een land waarop het Apostilleverdrag van toepassing is (Kamerstuk 19 637, nr. 2072). Indien de minderjarige wel in het bezit is van een geldig buitenlands paspoort dan is er geen bezwaar om dit aan het optiedossier toe te voegen. +Met ingang van 26 oktober 2015 hoeven minderjarigen die zijn geboren in Nederland of elders in het Koninkrijk, geen geldig buitenlands reisdocument over te leggen in de optieprocedure als zij tegelijkertijd met de ouder(s) opteren (op grond van artikel 6, achtste lid, RWN), en mits de ouder(s) met betrekking tot zichzelf beschikt(ken) over een geldig buitenlands paspoort en een gelegaliseerde/geapostilleerde geboorteakte. Hetzelfde geldt voor minderjarigen die zijn geboren in een land waarop het Apostilleverdrag van toepassing is (Kamerstuk 19 637, nr. 2072). Indien de minderjarige wel in het bezit is van een geldig buitenlands paspoort dan is er geen bezwaar om dit aan het optiedossier toe te voegen. -Het bovenstaande geldt ook voor een kind dat niet is mee-geopteerd met de ouder maar dat zelfstandig een naturalisatieverzoek doet op grond van art. 11, vierde lid RWN. +Het bovenstaande geldt ook voor een kind dat niet is mee-geopteerd met de ouder maar dat zelfstandig een naturalisatieverzoek doet op grond van artikel 11, vierde lid, RWN. Indien de minderjarige wel in het bezit is van een geldig buitenlands paspoort dan is er geen bezwaar om dit aan het naturalisatiedossier toe te voegen. -######## 2.2.5.2. Buitenlandse akten van de burgerlijke stand +######## 2.2.5.3. Buitenlandse akten van de burgerlijke stand Wat betreft verklaringen en/of afschriften dan wel uittreksels van buitenlandse akten van de burgerlijke stand geldt dat de optant in beginsel de volgende documenten dient over te leggen (zie voor uitzonderingen ook hierna bij paragraaf 2.2.5.3): -– geboorteakte van hemzelf; én -– geboorteakten van kinderen waarvoor medeverkrijging van het Nederlanderschap beoogd wordt; in geval van adoptiefkinderen eventueel aangevuld met adoptieakte/-vonnis of andere stukken waarmee de adoptie aangetoond kan worden; én -– huwelijksakte indien de optant als gevolg van het huwelijk meerderjarig is geworden of indien het betreft een optie met toepassing van artikel 26, eerste lid, aanhef en onder c RWN; -– bewijs van erkenning of wettiging (bijvoorbeeld erkenningsakte, geboorteakte met latere vermelding betreffende erkenning/wettiging of huwelijksakte ouders) in geval van een optieverklaring als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onder c, RWN. -– bewijs van gezamenlijk gezag (bijvoorbeeld akte van registratie van het partnerschap van de moeder van de optant en haar Nederlandse partner, of het vonnis van de Nederlandse rechter waarbij tot gezamenlijk gezag is besloten) in geval van een optieverklaring als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onder d, RWN. -– bewijs van ontbinding van het huwelijk (bijvoorbeeld overlijdensakte van de echtgenoot of echtscheidingsvonnis) in geval van een optieverklaring als bedoeld in artikel 28 RWN. +• geboorteakte van hemzelf; én +• geboorteakten van kinderen waarvoor medeverkrijging van het Nederlanderschap beoogd wordt; in geval van adoptiefkinderen eventueel aangevuld met adoptieakte/-vonnis of andere stukken waarmee de adoptie aangetoond kan worden; én +• huwelijksakte indien de optant als gevolg van het huwelijk meerderjarig is geworden of indien het betreft een optie met toepassing van artikel 26, eerste lid, aanhef en onder c, RWN; +• echtscheidings- c.q. verstotingsakte. Dit document is van belang voor de beoordeling of er mogelijk sprake is van bigamie (artikel 8, eerste lid, aanhef en onder d, RWN) en of wordt voldaan aan de termijn van (ongehuwd) samenwonen (op grond van huwelijk of geregistreerd partnerschap) als bedoeld in artikel 8, tweede lid en vierde lid, RWN; +• (indien van toepassing in betreffende land): Familieboekje. Het familieboekje is eveneens van belang voor de beoordeling van de vraag of mogelijk sprake is van polygamie. Zo kan bekeken worden of in dit boekje kinderen zijn vermeld die een andere moeder hebben dan de echtgenote van de optant. Is dat het geval, dan dient, in verband met bevestiging van de verkrijging van het Nederlanderschap, het huwelijk van de optant met die andere vrouw beëindigd te zijn. In islamitische landen worden in principe alleen wettige kinderen in een dergelijk boekje vermeld; +• bewijs van erkenning of wettiging (bijvoorbeeld erkenningsakte, geboorteakte met latere vermelding betreffende erkenning/wettiging of huwelijksakte ouders) in geval van een optieverklaring als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onder c, RWN. +• bewijs van gezamenlijk gezag (bijvoorbeeld akte van registratie van het partnerschap van de moeder van de optant en haar Nederlandse partner, of het vonnis van de Nederlandse rechter waarbij tot gezamenlijk gezag is besloten) in geval van een optieverklaring als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onder d, RWN. +• bewijs van ontbinding van het huwelijk (bijvoorbeeld overlijdensakte van de echtgenoot of echtscheidingsvonnis) in geval van een optieverklaring als bedoeld in artikel 28 RWN. -Tot 1 augustus 2023 geldt dat in Syrië geboren vreemdelingen tijdelijk geen Syrisch paspoort noch een uit Syrië afkomstige geboorteakte hoeven te overleggen. De reden hiervoor is dat uit het ambtsbericht over Syrië uit juni 2021 gebleken is dat in Syrië nog steeds sprake is van een te instabiele situatie, waardoor het verkrijgen van documenten niet gevergd kan worden. - -Met ingang van 26 oktober 2015 zijn etnisch Armenen die geboren zijn in Azerbeidzjan, vrijgesteld van het overleggen van een geboorteakte uit Azerbeidzjan alsook van een Azerbeidzjaans paspoort (Kamerstuk 19 637, nr. 2072). Van etnisch Armenen uit Azerbeidzjan wordt aangenomen dat zijn in bewijsnood verkeren nu de Azerbeidzjaanse autoriteiten het (juridische) bezit van de Azerbeidzjaanse nationaliteit in het algemeen niet erkennen als het een etnisch Armeen betreft. - -Het komt voor dat optanten stellen niet van de eigen autoriteiten een geldig paspoort te krijgen omdat zij in het herkomstland de militaire dienstplicht (nog) moeten vervullen. Omdat een betrokkene in verzuim is met het tijdig vervullen van de dienstplicht geven de desbetreffende autoriteiten geen (nieuw) paspoort meer af, ondanks het feit dat betrokkene (nog) wel de nationaliteit van dat land heeft. Dat een vreemdeling door zijn autoriteiten wordt opgeroepen om dienstplicht te vervullen, is een aanwijzing dat hij in het bezit is van de door hem gestelde vreemde nationaliteit. De eis om een geldig buitenlands paspoort te overleggen, vervalt daarom als betrokkene een schriftelijke oproep voor de militaire dienstplicht overlegt, die op de dag van het afleggen van de optieverklaring niet ouder is dan een jaar. - -######## 2.2.5.3. In het verleden overgelegde buitenlandse akten +######## 2.2.5.4. In het verleden overgelegde buitenlandse akten Indien reeds in het verleden gelegaliseerde/van apostille voorziene (en soms tevens inhoudelijk geverifieerde documenten) zijn overgelegd, wordt afgezien van het wederom overleggen van dezelfde documenten. Het moet dan gaan om documenten die zijn gelegaliseerd overeenkomstig de thans geldende legalisatiecirculaire. Echter, in geval van op goede gronden gerezen twijfel, dienen opnieuw originele gelegaliseerde/van apostille voorziene documenten te worden overgelegd. -######## 2.2.5.4. Verkrijging, vertaling en legalisatie van buitenlandse documenten +######## 2.2.5.5. Verkrijging, vertaling en legalisatie van buitenlandse documenten Voor zowel het verkrijgen van documenten als de vertalingen en eventuele legalisatie van stukken, dient betrokkene zelf zorg te dragen. Indien de documenten zijn opgesteld in een andere taal dan het Nederlands, Engels, Duits of Frans, dient de optant zorg te dragen voor een door een beëdigd vertaler gemaakte vertaling, die gehecht moet zijn aan het originele (afschrift van het) document. Ten aanzien van de over te leggen documenten is de thans geldende Circulaire legalisatie en verificatie buitenlandse bewijsstukken alsmede toepassing DNA-onderzoek in gevallen waarin bewijsstukken ontbreken van toepassing. +####### 2.2.6. Bewijsnood + +Van de voorwaarde van het overleggen van uit het buitenland afkomstige gelegaliseerde/van apostille voorziene documenten kan worden vrijgesteld de persoon die wegens bewijsnood niet in staat is dergelijke documenten over te leggen. Indien geen sprake is van bewijsnood, wordt geen vrijstelling verleend. + +Bewijsnood zal zich met name voordoen in het geval dat registers van de burgerlijke stand in het land waar de documenten vandaan moeten komen niet bestaan dan wel onvolledig zijn, alsmede wanneer in het land in kwestie geen stukken kunnen worden verkregen vanwege de op dat moment bestaande politieke situatie. + +Tot 1 augustus 2023 geldt dat in Syrië geboren vreemdelingen tijdelijk geen Syrisch paspoort noch een uit Syrië afkomstige geboorteakte hoeven te overleggen. De reden hiervoor is dat uit het ambtsbericht over Syrië uit juni 2021 gebleken is dat in Syrië nog steeds sprake is van een te instabiele situatie, waardoor het verkrijgen van documenten niet gevergd kan worden. + +Met ingang van 26 oktober 2015 zijn etnisch Armenen die geboren zijn in Azerbeidzjan, vrijgesteld van het overleggen van een geboorteakte uit Azerbeidzjan alsook van een Azerbeidzjaans paspoort (Kamerstuk 19 637, nr. 2072). Van etnisch Armenen uit Azerbeidzjan wordt aangenomen dat zijn in bewijsnood verkeren nu de Azerbeidzjaanse autoriteiten het (juridische) bezit van de Azerbeidzjaanse nationaliteit in het algemeen niet erkennen als het een etnisch Armeen betreft. + +Het komt voor dat naturalisatieverzoekers stellen niet van de eigen autoriteiten een geldig paspoort te krijgen omdat zij in het herkomstland de militaire dienstplicht (nog) moeten vervullen. Omdat een betrokkene in verzuim is met het tijdig vervullen van de dienstplicht geven de desbetreffende autoriteiten geen (nieuw) paspoort meer af, ondanks het feit dat betrokkene (nog) wel de nationaliteit van dat land heeft. Dat een vreemdeling door zijn autoriteiten wordt opgeroepen om dienstplicht te vervullen, is een aanwijzing dat hij in het bezit is van de door hem gestelde vreemde nationaliteit. De eis om een geldig buitenlands paspoort te overleggen, vervalt daarom als betrokkene een schriftelijke oproep, die op de dag van het indienen van het naturalisatieverzoek niet ouder is dan een jaar, voor de militaire dienstplicht overlegt. + ###### 2.3. Paragraaf 2.3 Inontvangstneming optieverklaring ####### 2.3.1. Bevoegdheid Minister van Buitenlandse Zaken @@ -753,45 +764,44 @@ Ten aanzien van de afstandsverplichting informeert de Minister van Buitenlandse ###### 3.5. Over te leggen documenten -####### 3.5.1. Buitenlands reisdocument +####### 3.5.1. Algemeen + +Het verzoek om naturalisatie dient zoveel mogelijk te worden ondersteund door overgelegde originele, zonodig gelegaliseerde/van apostille voorziene (bewijs)stukken. De Minister van Buitenlandse Zaken kan van de verzoeker verlangen dat hij gegevens bewijst door middel van documenten (artikel 31, vijfde lid, BvvN). Volledigheid van de stukken is ook in het belang van de verzoeker, aangezien in geval van afwijzing van het verzoek de naturalisatiegelden niet worden gerestitueerd. Indien de verzoeker een aantal benodigde gegevens niet kan verstrekken dient hem te worden geadviseerd te wachten met indiening van het verzoek tot het moment dat alle verlangde gegevens kunnen worden verstrekt. Mocht verzoeker er echter op staan om zijn verzoek in te dienen, ondanks het niet overleggen van de door de Minister van Buitenlandse Zaken gevraagde documenten of het niet voldoen aan de voorwaarden voor naturalisatie, dan dient de Minister van Buitenlandse Zaken het verzoek in ontvangst te nemen. De Minister van Buitenlandse Zaken kan in dit geval verlangen dat verzoeker een verklaring ondertekent als opgenomen in model 2.21a HRWN (verklaring ‘geïnformeerd over negatief advies’). + +In **uitzondering** op vorenstaande wordt een naturalisatieverzoek **niet** afgewezen vanwege gerede twijfel aan de identiteit of nationaliteit van de verzoeker als de twijfel aan de gestelde identiteit of nationaliteit enkel is ontstaan als gevolg van onjuiste verklaringen van zijn of haar ouders. In dat geval wordt aangenomen dat de bij vergunningverlening veelal minderjarige logischerwijs uitgaat van de gegevens die volgen uit de gegevens zoals opgegeven door de ouder(s) en dat hij/zij de waarheidsverklaring als bedoeld in artikel 31, vierde lid, BvvN naar waarheid invult en ondertekent. + +Mocht binnen twaalf jaar na de naturalisatie blijken dat sprake is geweest van valse verklaringen, bedrog of het verzwijgen van enig voor de verkrijging van het Nederlanderschap relevant feit dan dient te worden onderzocht of de verkrijging van het Nederlanderschap moet worden ingetrokken. + +####### 3.5.2. Buitenlands reisdocument De verzoeker dient -voor zover mogelijk- een geldig buitenlands reisdocument over te leggen, inclusief alle pagina’s met in- en uitreisstempels. Dit niet alleen in verband met identificatie van de verzoeker maar ook om zijn nationaliteit en verblijf te kunnen vaststellen en de in het reisdocument vermelde personalia te vergelijken met de overgelegde akt(e)n van de burgerlijke stand. -Met ingang van 26 oktober 2015 hoeven minderjarigen die zijn geboren in Nederland of elders in het Koninkrijk, geen geldig buitenlands reisdocument over te leggen in de naturalisatieprocedure als zij tegelijkertijd met de ouder(s) naturaliseren, en mits de ouder(s) met betrekking tot zichzelf beschikt(ken) over een geldig buitenlands paspoort en een gelegaliseerde/geapostilleerde geboorteakte. Hetzelfde geldt voor minderjarigen die zijn geboren in een land waarop het Apostilleverdrag van toepassing is (Kamerstuk 19 637, nr. 2072). +Met ingang van 26 oktober 2015 hoeven minderjarigen die zijn geboren in Nederland of elders in het Koninkrijk, geen geldig buitenlands reisdocument over te leggen in de naturalisatieprocedure als zij tegelijkertijd met de ouder(s) naturaliseren, en mits de ouder(s) met betrekking tot zichzelf beschikt(ken) over een geldig buitenlands paspoort en een gelegaliseerde/geapostilleerde geboorteakte. Hetzelfde geldt voor minderjarigen die zijn geboren in een land waarop het Apostilleverdrag van toepassing is (Kamerstuk 19 637, nr. 2072). -Het bovenstaande betreft medenaturalisatie in de zin van art. 11, eerste, tweede, derde en zevende lid RWN. Na-naturalisatie van het minderjarige kind, zoals bedoeld in artikel 11, vierde lid, valt ook onder de vrijstelling. +Het bovenstaande betreft medenaturalisatie in de zin van artikel 11, eerste, tweede, derde en zevende lid, RWN. Na-naturalisatie van het minderjarige kind, zoals bedoeld in artikel 11, vierde lid, valt ook onder de vrijstelling. Indien de minderjarige wel in het bezit is van een geldig buitenlands paspoort dan is er geen bezwaar om dit aan het naturalisatiedossier toe te voegen. -####### 3.5.2. Buitenlandse akten (van de burgerlijke stand) +####### 3.5.3. Buitenlandse akten (van de burgerlijke stand) De verzoeker dient in beginsel de volgende buitenlandse akten (van de burgerlijke stand) over te leggen (zie voor uitzonderingen hieronder paragraaf 3.5.3 (in het verleden overgelegde buitenlandse akten)): – geboorteakte van hemzelf en geboorteakten van kinderen voor wie medeverlening gevraagd wordt. In geval van adoptiefkinderen eventueel aangevuld met de adoptieakte of het adoptievonnis of andere stukken waarmee de adoptie kan worden aangetoond; – huwelijksakte indien naturalisatie verzocht wordt op grond van driejarig huwelijk met een Nederlander (vergelijk artikel 8, tweede lid, RWN) of indien de verzoeker als gevolg van het huwelijk meerderjarig is geworden; – echtscheidings- c.q. verstotingsakte. Dit document is van belang voor de beoordeling of er mogelijk sprake is van bigamie (artikel 8, eerste lid, aanhef en onder d, RWN) en of wordt voldaan aan de termijn van (ongehuwd) samenwonen (op grond van huwelijk of geregistreerd partnerschap) als bedoeld in artikel 8, tweede lid en vierde lid, RWN; +– (indien van toepassing in betreffende land): familieboekje. Het familieboekje is eveneens van belang voor de beoordeling van de vraag of mogelijk sprake is van polygamie. Zo kan bekeken worden of in dit boekje kinderen zijn vermeld die een andere moeder hebben dan de echtgenote van de optant. Is dat het geval, dan dient, in verband met bevestiging van de verkrijging van het Nederlanderschap, het huwelijk van de optant met die andere vrouw beëindigd te zijn. In islamitische landen worden in principe alleen wettige kinderen in een dergelijk boekje vermeld; – bewijs van erkenning of wettiging (bijvoorbeeld erkenningsakte, geboorteakte met latere vermelding betreffende erkenning of wettiging of huwelijksakte ouders) in geval van een verzoek om naturalisatie ais bedoeld in artikel 8, vijfde lid, RWN en artikel 11, zesde lid, RWN. -####### 3.5.3. In het verleden overgelegde buitenlandse akten +####### 3.5.4. In het verleden overgelegde buitenlandse akten Indien reeds in het verleden gelegaliseerde/van apostille voorziene (en soms tevens inhoudelijk geverifieerde) documenten zijn overgelegd, wordt afgezien van het wederom overleggen van dezelfde documenten. Het moet dan gaan om documenten die zijn gelegaliseerd overeenkomstig de thans geldende legalisatiecirculaire. Echter, in geval van op goede gronden gerezen twijfel, dienen opnieuw originele gelegaliseerde/van apostille voorziene documenten te worden overgelegd. -####### 3.5.4. Verkrijging, vertaling en legalisatie van buitenlandse documenten +####### 3.5.5. Verkrijging, vertaling en legalisatie van buitenlandse documenten Voor zowel het verkrijgen van documenten als de vertalingen en eventuele legalisatie van stukken, dient betrokkene zelf zorg te dragen. Indien de documenten zijn opgesteld in een andere taal dan het Nederlands, Engels, Duits of Frans, dient verzoeker zorg te dragen voor een door een beëdigd vertaler gemaakte vertaling, die gehecht moet zijn aan het originele (afschrift van het) document. Ten aanzien van de over te leggen documenten is de thans geldende Circulaire legalisatie en verificatie buitenlandse bewijsstukken alsmede toepassing DNA-onderzoek in gevallen waarin bewijsstukken ontbreken van toepassing. -####### 3.5.5. (overige) over te leggen documenten - -Het verzoek om naturalisatie dient zoveel mogelijk te worden ondersteund door overgelegde originele, zonodig gelegaliseerde/van apostille voorziene (bewijs)stukken. De Minister van Buitenlandse Zaken kan van de verzoeker verlangen dat hij gegevens bewijst door middel van documenten (artikel 31, vijfde lid, BVVN). Volledigheid van de stukken is ook in het belang van de verzoeker, aangezien in geval van afwijzing van het verzoek de naturalisatiegelden niet worden gerestitueerd. Indien de verzoeker een aantal benodigde gegevens niet kan verstrekken dient hem te worden geadviseerd te wachten met indiening van het verzoek tot het moment dat alle verlangde gegevens kunnen worden verstrekt. Mocht verzoeker er echter op staan om zijn verzoek in te dienen, ondanks het niet overleggen van de door de Minister van Buitenlandse Zaken gevraagde documenten of het niet voldoen aan de voorwaarden voor naturalisatie, dan dient de Minister van Buitenlandse Zaken het verzoek in ontvangst te nemen. De Minister van Buitenlandse Zaken kan in dit geval verlangen dat verzoeker een verklaring ondertekent als opgenomen in model 2.21a HRWN (verklaring ‘geïnformeerd over negatief advies’). - -Om zekerheid te verkrijgen over de identiteit en nationaliteit van de vreemdeling die verzoekt om het Nederlanderschap, moet deze vreemdeling nationaliteit- en identiteitvaststellende documenten overleggen (zie onder meer artikel 6 BvvN). - -Overigens kan, ook als een verzoeker is vrijgesteld van het documentatievereiste (zie paragraaf 3.5.6 bij artikel 7, eerste lid, RWN van de Circulaire optie/naturalisatieverzoeken in het buitenland), gerede twijfel aan de gestelde identiteit of nationaliteit een reden vormen voor afwijzing. - -Een verzoeker kan, indien hij verkrijging van het Nederlanderschap door naturalisatie beoogt, ruimschoots voorafgaand aan het starten van de naturalisatieprocedure zorg dragen voor verkrijging van de daarvoor noodzakelijke bewijsstukken, waarmee een geldig nationaal paspoort en een (indien nodig: gelegaliseerde/van apostille voorziene) buitenlandse geboorteakte zijn bedoeld. - ####### 3.5.6. Bewijsnood Van de voorwaarde van het overleggen van uit het buitenland afkomstige gelegaliseerde/van apostille voorziene documenten kan worden vrijgesteld de persoon die wegens bewijsnood niet in staat is dergelijke documenten over te leggen. Indien geen sprake is van bewijsnood, wordt geen vrijstelling verleend. @@ -800,7 +810,7 @@ Bewijsnood zal zich met name voordoen in het geval dat registers van de burgerli Tot 1 augustus 2023 geldt dat in Syrië geboren vreemdelingen tijdelijk geen Syrisch paspoort noch een uit Syrië afkomstige geboorteakte hoeven te overleggen. De reden hiervoor is dat uit het ambtsbericht over Syrië uit juni 2021 gebleken is dat in Syrië nog steeds sprake is van een te instabiele situatie, waardoor het verkrijgen van documenten niet gevergd kan worden. -Met ingang van 26 oktober 2015 zijn etnisch Armenen die geboren zijn in Azerbeidzjan, vrijgesteld van het overleggen van een geboorteakte uit Azerbeidzjan alsook van een Azerbeidzjaans paspoort (Kamerstuk 19 637, nr. 2072). Van etnisch Armenen uit Azerbeidzjan wordt aangenomen dat zijn in bewijsnood verkeren nu de Azerbeidzjaanse autoriteiten het (juridische) bezit van de Azerbeidzjaanse nationaliteit in het algemeen niet erkennen als het een etnisch Armeen betreft. +Met ingang van 26 oktober 2015 zijn etnisch Armenen die geboren zijn in Azerbeidzjan, vrijgesteld van het overleggen van een geboorteakte uit Azerbeidzjan alsook van een Azerbeidzjaans paspoort (Kamerstuk 19 637, nr. 2072). Van etnisch Armenen uit Azerbeidzjan wordt aangenomen dat zijn in bewijsnood verkeren nu de Azerbeidzjaanse autoriteiten het (juridische) bezit van de Azerbeidzjaanse nationaliteit in het algemeen niet erkennen als het een etnisch Armeen betreft. Het komt voor dat naturalisatieverzoekers stellen niet van de eigen autoriteiten een geldig paspoort te krijgen omdat zij in het herkomstland de militaire dienstplicht (nog) moeten vervullen. Omdat een betrokkene in verzuim is met het tijdig vervullen van de dienstplicht geven de desbetreffende autoriteiten geen (nieuw) paspoort meer af, ondanks het feit dat betrokkene (nog) wel de nationaliteit van dat land heeft. Dat een vreemdeling door zijn autoriteiten wordt opgeroepen om dienstplicht te vervullen, is een aanwijzing dat hij in het bezit is van de door hem gestelde vreemde nationaliteit. De eis om een geldig buitenlands paspoort te overleggen, vervalt daarom als betrokkene een schriftelijke oproep, die op de dag van het indienen van het naturalisatieverzoek niet ouder is dan een jaar, voor de militaire dienstplicht overlegt.