2022-03-11 | BWBR0035091 | Besluit diergeneeskundigen
This commit is contained in:
parent
5a53d7c0e0
commit
161eee534b
1 changed files with 13 additions and 82 deletions
|
|
@ -33,7 +33,6 @@ d. dry needling, waaronder wordt verstaan het inbrengen van naalden, niet zijnde
|
|||
– *gevoeligheidsbepaling:* test die de gevoeligheid van een bacterie voor antibiotica vaststelt;
|
||||
– *gnotobiont:* dier waarvan de microflora of microfauna volledig bekend is;
|
||||
– *geslachtsdimorfisme:* het uiterlijke verschil tussen mannelijke en vrouwelijke dieren van dezelfde diersoort;
|
||||
– *graaddagen:* eenheid die een combinatie is van tijd en temperatuur en die wordt gebruikt om een wachttermijn te meten;
|
||||
– *identificatiecode:* code als bedoeld in artikel 2, onderdeel 18, van verordening (EU) nr. 2019/2035;
|
||||
– *infraroodmethode:* methode waarbij de snavel van een dier wordt verkort door middel van het gebruik van infraroodstraling;
|
||||
– *injecteerbare transponder:* injecteerbare transponder als bedoeld in bijlage III, onderdeel e, van verordening (EU) nr. 2019/2035 die is voorzien van een identificatiecode van het dier;
|
||||
|
|
@ -50,8 +49,6 @@ b. maximaal 30 weken wanneer het dieren van legkippenrassen betreft;
|
|||
Richtlijn 96/22/EG van de Raad van 29 april 1996 betreffende het verbod op het gebruik, in de veehouderij, van bepaalde stoffen met hormonale werking en van bepaalde stoffen met thyreostatische werking, alsmede van bèta-agonisten en tot intrekking van de Richtlijnen 81/602/EEG, 88/146/EEG en 88/299/EEG (PbEG 1996, L 125);
|
||||
– *Richtlijn 1999/74/EG:*
|
||||
Richtlijn 1999/74/EG van de Raad van 19 juli 1999 tot vaststelling van minimumnormen voor de bescherming van legkippen (PbEG 1999, L 203);
|
||||
– *Richtlijn 2001/82/EG:*
|
||||
Richtlijn 2001/82/EG van het Europees Parlement en de Raad van 6 november 2001 tot vaststelling van een communautair wetboek betreffende geneesmiddelen voor diergeneeskundig gebruik (PbEG 2001, L 82);
|
||||
– *Richtlijn 2007/43/EG:*
|
||||
Richtlijn 2007/43/EG van de Raad van 28 juni 2007 tot vaststelling van minimumvoorschriften voor de bescherming van vleeskuikens (PbEU 2007, L182);
|
||||
– *specific pathogen free dier:* dier dat gegarandeerd vrij is van vooraf bepaalde specifieke micro-organismen;
|
||||
|
|
@ -60,7 +57,6 @@ b. maximaal 30 weken wanneer het dieren van legkippenrassen betreft;
|
|||
– *verordening (EU) nr. 2019/2035:*
|
||||
verordening (EU) 2019/2035 van de Commissie van 28 juni 2019 tot aanvulling van Verordening (EU) 2016/429 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft regels voor inrichtingen waar landdieren worden gehouden en broederijen, alsmede voor de traceerbaarheid van bepaalde gehouden landdieren en broedeieren (PbEU 2019, L 314);
|
||||
– *verzamelcentrum:* plaats in Nederland ten behoeve van de verzameling van dieren;
|
||||
– *wachttermijn:* termijn die, overeenkomstig de bij of krachtens de wet gestelde regels en de voorschriften bij de vergunning voor het in de handel brengen van een diergeneesmiddel, ten minste na de laatste toepassing van dat diergeneesmiddel aan een dier moet verstrijken alvorens tot productie van levensmiddelen, afkomstig van dat dier, kan worden overgegaan;
|
||||
– *wet:*
|
||||
Wet dieren;
|
||||
– *winnen van een embryo of eicel:* verkrijgen van een embryo of eicel uit een dier.
|
||||
|
|
@ -177,7 +173,7 @@ f. het beroepsmatig injecteren van een mineralenoplossing bij gevogelte, mits:
|
|||
1°. het dier niet ouder is dan twee dagen, en
|
||||
2°. de handeling dient ter voorkoming van uitdroging;
|
||||
g. het beroepsmatig in opdracht van een houder afnemen van bloed bij pluimvee, voor zover deze handeling niet krachtens een ander wettelijk voorschrift aan anderen is voorbehouden;
|
||||
h. het beroepsmatig toepassen van een diergeneesmiddel waarvan toepassing krachtens een voorschrift als bedoeld in artikel 2.19, derde lid, onderdeel a, van de wet is toegestaan, waaronder begrepen het verrichten van een lichamelijke ingreep, indien die ingreep onderdeel uitmaakt van de voor dat diergeneesmiddel voorgeschreven toedieningswijze, voor zover de toediening subcutaan of intramusculair plaatsvindt en de handeling niet krachtens een ander wettelijk voorschrift aan anderen is voorbehouden.
|
||||
h. het beroepsmatig verrichten van een lichamelijke ingreep bij het toepassen van een diergeneesmiddel, waaronder begrepen het verrichten van een lichamelijke ingreep, indien die ingreep onderdeel uitmaakt van de voor dat diergeneesmiddel voorgeschreven toedieningswijze, voor zover de toediening subcutaan of intramusculair plaatsvindt en de handeling niet krachtens een ander wettelijk voorschrift aan anderen is voorbehouden.
|
||||
|
||||
**2.** Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld omtrent de voorwaarden waaronder het afnemen van bloed bij pluimvee, bedoeld in het eerste lid, onderdeel g, en het toepassen van een diergeneesmiddel, bedoeld in het eerste lid, onderdeel h, is toegestaan.
|
||||
|
||||
|
|
@ -208,7 +204,7 @@ h. het beroepsmatig toepassen van een diergeneesmiddel waarvan toepassing kracht
|
|||
De handelingen, bedoeld in het eerste lid, zijn:
|
||||
|
||||
a. het uitvoeren van een behandeling of het onderzoeken van een dier met het oog op het voorkomen, genezen, verzachten, onderkennen of opheffen van een aandoening, dierziekte, zoönose, ziekteverschijnsel, gebrek, of van in- of uitwendig letsel of pijn, daaronder niet begrepen een operatie;
|
||||
b. het toepassen van een diergeneesmiddel waarvan toepassing krachtens een voorschrift als bedoeld in artikel 2.19, derde lid, onderdeel a, van de wet is toegestaan, waaronder begrepen het verrichten van een lichamelijke ingreep, indien die ingreep onderdeel uitmaakt van de voor dat diergeneesmiddel voorgeschreven toedieningswijze, voor zover deze handeling niet krachtens een ander wettelijk voorschrift aan anderen is voorbehouden;
|
||||
b. het verrichten van een lichamelijke ingreep bij het toepassen van een diergeneesmiddel, indien die ingreep onderdeel uitmaakt van de voor dat diergeneesmiddel voorgeschreven toedieningswijze, voor zover deze handeling niet krachtens een ander wettelijk voorschrift aan anderen is voorbehouden;
|
||||
c. het verlenen van hulp met betrekking tot de geboorte van een vrucht van een dier, daaronder niet begrepen een operatie;
|
||||
d. het verrichten van handelingen ter ondersteuning van een dierenarts tijdens door de dierenarts uit te voeren handelingen met betrekking tot het verwijderen van een vrucht van een dier, respectievelijk onvruchtbaar maken van een dier;
|
||||
e. inbrengen van een injectienaald ten behoeve van het afnemen van bloed.
|
||||
|
|
@ -266,7 +262,7 @@ Het uitoefenen van dierfysiotherapie wordt uitsluitend toegepast bij een dier na
|
|||
De handelingen, bedoeld in het eerste lid zijn:
|
||||
|
||||
a. handelingen met betrekking tot het winnen en overzetten van embryo’s of eicellen bij dieren;
|
||||
b. het toepassen van een diergeneesmiddel waarvan toepassing krachtens een voorschrift als bedoeld in artikel 2.19, derde lid, onderdeel a, van de wet is toegestaan, waaronder begrepen het verrichten van een lichamelijke ingreep, indien die ingreep onderdeel uitmaakt van de voor dat diergeneesmiddel voorgeschreven toedieningswijze, voor zover deze handeling niet krachtens een ander wettelijk voorschrift aan anderen is voorbehouden.
|
||||
b. het verrichten van een lichamelijke ingreep bij het toepassen van een diergeneesmiddel, waaronder begrepen het verrichten van een lichamelijke ingreep, indien die ingreep onderdeel uitmaakt van de voor dat diergeneesmiddel voorgeschreven toedieningswijze, voor zover deze handeling niet krachtens een ander wettelijk voorschrift aan anderen is voorbehouden.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -442,78 +438,27 @@ b. indien een persoon in het register, bedoeld in artikel 4.1, eerste lid, van d
|
|||
|
||||
### Artikel 5.1
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Een dierenarts kan bij wijze van uitzondering in afwijking van de vergunning voor het in de handel brengen van een diergeneesmiddel, bedoeld in artikel 2.19, eerste lid, van de wet bij dieren waarvoor de dierenarts de verantwoording heeft en die niet voor de productie van levensmiddelen zijn bestemd, met name teneinde deze dieren onaanvaardbaar lijden te besparen, voor een aandoening waarvoor in Nederland geen diergeneesmiddel in de handel is gebracht, een dier behandelen met een diergeneesmiddel:
|
||||
|
||||
a. waarvoor een vergunning als bedoeld in artikel 2.1 van het Besluit diergeneesmiddelen is verstrekt voor toepassing bij andere diersoorten of voor een andere aandoening bij dezelfde diersoort,
|
||||
b. waarvoor een handelsvergunning als bedoeld in artikel 40, eerste lid, van de Geneesmiddelenwet is verleend,
|
||||
c. waarvoor overeenkomstig Richtlijn 2001/82/EG in een andere EER-lidstaat een vergunning voor het in de handel brengen van een diergeneesmiddel voor toepassing bij dezelfde diersoort of een andere diersoort voor de betrokken aandoening of voor een andere aandoening is verleend, of
|
||||
d. dat ex tempore als bedoeld in artikel 1.1 van het Besluit diergeneesmiddelen is bereid.
|
||||
|
||||
**2.** Een diergeneesmiddel als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b of onderdeel c, kan slechts worden toegepast indien een diergeneesmiddel als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, niet toepasbaar of beschikbaar is.
|
||||
|
||||
**3.** Een bereiding ex tempore als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, kan slechts worden toegepast, indien een diergeneesmiddel als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, onderdeel b, of onderdeel c, niet toepasbaar of beschikbaar is.
|
||||
|
||||
**4.** In afwijking van het eerste lid kan de dierenarts het diergeneesmiddel onder zijn verantwoordelijkheid door iemand anders laten toepassen.
|
||||
|
||||
**5.** Het eerste tot en met vierde lid is slechts van toepassing op paardachtigen indien deze paardachtigen en de producten daarvan niet voor menselijke consumptie bestemd zijn ingevolge een registratie in overeenstemming met bij ministeriële regeling voor de uitvoering van een EU-rechtshandeling voor paardachtigen vastgestelde regels.
|
||||
|
||||
**6.** Het eerste tot en met vijfde lid zijn van overeenkomstige toepassing op een diervoeder met medicinale werking.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 5.2
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Een dierenarts kan bij wijze van uitzondering in afwijking van de vergunning voor het in de handel brengen van een diergeneesmiddel, bedoeld in artikel 2.19, eerste lid, van de wet bij dieren van een bepaald bedrijf waarvoor de dierenarts de verantwoording heeft en die voor de productie van levensmiddelen zijn bestemd, met name teneinde deze dieren onaanvaardbaar lijden te besparen, voor een aandoening waarvoor in Nederland geen diergeneesmiddel in de handel is gebracht, een dier behandelen met een diergeneesmiddel:
|
||||
|
||||
a. waarvoor een vergunning als bedoeld in artikel 2.1 van het Besluit diergeneesmiddelen is verstrekt voor toepassing bij een andere diersoort of voor een andere aandoening bij dezelfde diersoort,
|
||||
b. waarvoor een handelsvergunning als bedoeld in artikel 40, eerste lid, van de Geneesmiddelenwet is verleend,
|
||||
c. waarvoor overeenkomstig Richtlijn 2001/82/EG in een andere EER-lidstaat een vergunning voor het in de handel brengen voor toepassing bij dezelfde of een andere voor de productie van levensmiddelen bestemde diersoort, voor de betrokken aandoening of voor een andere aandoening is verleend, of
|
||||
d. dat ex tempore als bedoeld in artikel 1.1 van het Besluit diergeneesmiddelen is bereid.
|
||||
|
||||
**2.** Een diergeneesmiddel als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b of onderdeel c, kan slechts worden toegepast indien een diergeneesmiddel als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, niet toepasbaar of beschikbaar is.
|
||||
|
||||
**3.** Een bereiding ex tempore als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, kan slechts worden toegepast, indien een diergeneesmiddel als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, onderdeel b, of onderdeel c, niet toepasbaar of beschikbaar is.
|
||||
|
||||
**4.** In afwijking van het eerste lid kan de dierenarts het diergeneesmiddel onder zijn verantwoordelijkheid door iemand anders laten toepassen.
|
||||
|
||||
**5.**
|
||||
|
||||
Bij de toepassing van het eerste lid worden uitsluitend diergeneesmiddelen gebruikt waarvan de farmacologisch werkzame stoffen zijn opgenomen in een krachtens artikel 27, eerste lid, van Verordening (EU) 470/2009 vastgestelde EU-verordening en de dierenarts, indien er geen informatie over de wachttermijn voor de betrokken diersoort op de verpakking van het diergeneesmiddel of diervoeder met medicinale werking is aangebracht of bij deze verpakking is gevoegd, een passende wachttermijn vaststelt die niet minder bedraagt dan:
|
||||
|
||||
a. 7 dagen voor eieren,
|
||||
b. 7 dagen voor melk,
|
||||
c. vier weken voor vlees van pluimvee en zoogdieren, met inbegrip van vet en afval, en
|
||||
d. 500 graaddagen voor visvlees.
|
||||
|
||||
**6.** Bij ministeriële regeling worden regels gesteld omtrent een door de dierenarts bij te houden administratie van gegevens over toepassing van diergeneesmiddelen als bedoeld in het eerste lid, waaronder inrichting van de administratie en bewaartermijnen.
|
||||
|
||||
**7.** In afwijking van het vijfde lid kunnen diergeneesmiddelen waarvan de werkzame stof is vermeld op een lijst als bedoeld in artikel 10, derde lid, van richtlijn 2001/82/EG toegepast worden bij paardachtigen indien deze paardachtigen en de producten daarvan voor menselijke consumptie bestemd zijn ingevolge een registratie in overeenstemming met bij ministeriële regeling voor de uitvoering van een EU-rechtshandeling voor paardachtigen vastgestelde regels en de wachttermijn op ten minste zes maanden wordt bepaald.
|
||||
|
||||
**8.** Het eerste tot en met zevende lid zijn van overeenkomstige toepassing op een diervoeder met medicinale werking.
|
||||
|
||||
**9.** Het eerste tot en met zesde en achtste lid zijn niet van toepassing bij het toepassen van diergeneesmiddelen die substanties met hormonale werking of thyreostatische werking dan wel ß-agonisten bevatten als bedoeld in bijlagen II en III bij Richtlijn 96/22/EG.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 5.3
|
||||
|
||||
**1.** In afwijking van artikel 5.2, vijfde lid, bedraagt de wachttermijn na toepassing van een homeopathisch diergeneesmiddel als bedoeld in de artikelen 3.4 en 3.5 van het Besluit diergeneesmiddelen nul dagen, indien de toepassing van de farmacologisch werkzame stof in het diergeneesmiddel bij het betrokken dier in overeenstemming is met een krachtens artikel 27, eerste lid, van Verordening (EU) 470/2009 vastgestelde EU-verordening.
|
||||
|
||||
**2.** Bij ministeriële regeling worden in het belang van de volksgezondheid, diergezondheid, dierenwelzijn of het milieu regels gesteld voor de toepassing van homeopathische diergeneesmiddelen als bedoeld in het eerste lid, waarvoor overeenkomstig artikel 16, eerste lid, van Richtlijn 2001/82/EG vóór 31 december 1993 of met toepassing van artikel 19, tweede lid, van Richtlijn 2001/82/EG, met betrekking tot gezelschapsdieren of exotische dieren, een vergunning voor het in de handel brengen is verstrekt.
|
||||
|
||||
**3.** Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op een diervoeder met medicinale werking.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 5.4
|
||||
|
||||
Een persoon die een beroep uitoefent als bedoeld in de artikelen 3.1, 3.6, 7.4 of 7.5, past een diergeneesmiddel of diervoeder met medicinale werking in de uitoefening van dat beroep slechts toe in de gevallen die zijn aangewezen krachtens artikel 5.8, eerste lid, onderdelen a en c, van het Besluit diergeneesmiddelen.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 5.5
|
||||
|
||||
Bij ministeriële regeling worden regels gesteld inzake de administratie van de ontvangst, aflevering en toepassing van diergeneesmiddelen, voormengsels voor diervoeder met medicinale werking en diervoeders met medicinale werking door dierenartsen en andere personen, die bevoegd zijn tot het verrichten van diergeneeskundige handelingen.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 5.6
|
||||
|
||||
Dierenartsen en andere personen die bevoegd zijn tot het verrichten van diergeneeskundige handelingen verstrekken, onverminderd artikel 8.4, tweede lid, van de wet, aan de door Onze Minister krachtens artikel 8.1, eerste lid, en artikel 8.14, eerste lid, van de wet aangewezen ambtenaren en aan de dierenarts verbonden aan de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit desgevraagd alle inlichtingen over het voorschrijven van diergeneesmiddelen en het uitvoeren van behandelingen met diergeneesmiddelen bij dieren die voor de productie van levensmiddelen bestemd zijn en aan laatstgenoemde meer bepaald de inlichtingen betreffende de naleving door een bepaald bedrijf van krachtens artikel 8.5, tweede lid, van het Besluit diergeneesmiddelen gestelde eisen.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 5.7
|
||||
|
||||
|
|
@ -529,7 +474,7 @@ Dierenartsen en andere personen die bevoegd zijn tot het verrichten van diergene
|
|||
|
||||
### Artikel 5.8
|
||||
|
||||
**1.** Een dierenarts of een andere persoon als bedoeld in artikel 4.1, eerste lid, van de wet, doet van het voorschrijven ten behoeve van de aflevering of van de toepassing van bij ministeriële regeling aan te wijzen diergeneesmiddelen in bij ministeriële regeling aan te wijzen gevallen melding in het register waarin de houder van dieren ten behoeve van wiens dieren de diergeneesmiddelen zijn afgeleverd of bij wiens dieren de diergeneesmiddelen zijn toegepast, de melding, bedoeld in artikel 1.27, eerste lid, van het Besluit houders van dieren heeft gedaan.
|
||||
**1.** Een dierenarts of een andere persoon als bedoeld in artikel 4.1, eerste lid, van de wet, doet van het voorschrijven of van de toepassing van bij ministeriële regeling aan te wijzen diergeneesmiddelen in bij ministeriële regeling aan te wijzen gevallen melding in het register waarin de houder van dieren ten behoeve van wiens dieren de diergeneesmiddelen zijn afgeleverd of bij wiens dieren de diergeneesmiddelen zijn toegepast, de melding, bedoeld in artikel 1.27, eerste lid, van het Besluit houders van dieren heeft gedaan.
|
||||
|
||||
**2.** Artikel 1.27, derde lid, van het Besluit houders van dieren is van toepassing.
|
||||
|
||||
|
|
@ -563,21 +508,7 @@ Bij ontstentenis van benoemde leden van dezelfde beroepsgroep als de beklaagde,
|
|||
|
||||
### Artikel 7.1
|
||||
|
||||
**1.** Artikel 2.2, onderdeel a, vervalt met ingang van 1 januari 2018.
|
||||
|
||||
**2.** In artikel 2.2, onderdeel b, vervallen met ingang van 1 januari 2015 de woorden: of voor de productie van vaccineieren.
|
||||
|
||||
**3.** Artikel 2.2, onderdelen b en f, vervallen met ingang van 1 september 2021.
|
||||
|
||||
**4.** Artikel 2.2, onderdelen c en e, vervallen met ingang van 1 januari 2015.
|
||||
|
||||
**5.** Artikel 2.2, onderdeel d, vervalt met ingang van 1 september 2018.
|
||||
|
||||
**6.** Artikel 2.6, onderdelen l en m, vervallen met ingang van 1 januari 2018.
|
||||
|
||||
**7.** Artikel 2.7, derde lid, onderdeel a, vervalt met ingang van 1 juni 2015.
|
||||
|
||||
**8.** Artikel 2.7, derde lid, onderdeel b, vervalt met ingang van 1 september 2016.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 7.2
|
||||
|
||||
|
|
@ -610,7 +541,7 @@ b. het door hem die de onder a bedoelde hulp verleent, op het moederdier vóór
|
|||
2°. het stoppen van een bloeding in de geboorteweg;
|
||||
3°. het behandelen van een uterusprolaps indien deze tijdens de geboorte van de vrucht ontstaat;
|
||||
4°. het afbinden van een bloedende navelstreng van een pasgeboren vrucht;
|
||||
c. het toepassen van een diergeneesmiddel in het kader van de onder a en b genoemde ingrepen, waarvan toepassing krachtens een voorschrift als bedoeld in artikel 2.19, derde lid, onderdeel a, van de wet is toegestaan, waaronder begrepen het verrichten van een lichamelijke ingreep, indien die ingreep onderdeel uitmaakt van de voor dat diergeneesmiddel voorgeschreven toedieningswijze, voor zover deze handeling niet krachtens een ander wettelijk voorschrift aan anderen is voorbehouden.
|
||||
c. het toepassen van een diergeneesmiddel in het kader van de onder a en b genoemde ingrepen, waarvan toepassing krachtens verordening (EU) nr. 2019/6 is toegestaan, waaronder begrepen het verrichten van een lichamelijke ingreep, indien die ingreep onderdeel uitmaakt van de voor dat diergeneesmiddel voorgeschreven toedieningswijze, voor zover deze handeling niet krachtens een ander wettelijk voorschrift aan anderen is voorbehouden.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -629,7 +560,7 @@ De handelingen, bedoeld in het eerste lid zijn:
|
|||
|
||||
a. het onvruchtbaar maken van mannelijke biggen en ramlammeren en, voor zover de in de aanhef genoemde vergunning zich hiertoe uitstrekt, van andere mannelijke varkens en mannelijke schapen en hengsten, stieren, bokken, reuen en katers, een en ander mits de primaire geslachtsklieren bij deze dieren op de normale plaats aanwezig zijn en geen afwijkingen vertonen;
|
||||
b. het door middel van een operatie behandelen van scrotaalbreuken bij varkens, voor zover deze ingreep tegelijkertijd met het onvruchtbaar maken plaatsvindt;
|
||||
c. het toepassen van een diergeneesmiddel in het kader van de onder a en b genoemde ingrepen, waarvan toepassing krachtens een voorschrift als bedoeld in artikel 2.19, derde lid, onderdeel a, van de wet is toegestaan, waaronder begrepen het verrichten van een lichamelijke ingreep, indien die ingreep onderdeel uitmaakt van de voor dat diergeneesmiddel voorgeschreven toedieningswijze, voor zover deze handeling niet krachtens een ander wettelijk voorschrift aan anderen is voorbehouden.
|
||||
c. het toepassen van een diergeneesmiddel in het kader van de onder a en b genoemde ingrepen, waarvan toepassing krachtens verordening (EU) nr. 2019/6 is toegestaan, waaronder begrepen het verrichten van een lichamelijke ingreep, indien die ingreep onderdeel uitmaakt van de voor dat diergeneesmiddel voorgeschreven toedieningswijze, voor zover deze handeling niet krachtens een ander wettelijk voorschrift aan anderen is voorbehouden.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue