2016-01-01 | BWBR0003954 | Wet op de internationale bijstandsverlening bij de heffing van belastingen

This commit is contained in:
Coornhert 2016-01-01 12:00:00 +00:00
parent bbb1adf582
commit 164d60ea88

View file

@ -41,7 +41,7 @@ c. lidstaat: lidstaat van de Europese Unie;
d. staat: een lidstaat, een Mogendheid of een bestuurlijke eenheid waarmee in de relatie met Nederland een wederkerige regeling bestaat die voorziet in wederzijdse bijstand bij de heffing van belastingen, alsmede Aruba, Curaçao en Sint Maarten;
e. bevoegde functionaris: de functionaris van de rijksbelastingdienst die als zodanig bij ministeriële regeling is aangewezen;
f. bevoegde autoriteit: de door een staat tot het uitwisselen van inlichtingen aangewezen persoon of instantie;
g. richtlijn 2003/48/EG: Richtlijn 2003/48/EG van de Raad van 3 juni 2003 betreffende belastingheffing op inkomsten uit spaargelden in de vorm van rentebetaling (PbEU 2003, L 157);
g. Richtlijn 2003/48/EG: Richtlijn 2003/48/EG van de Raad van 3 juni 2003 betreffende belastingheffing op inkomsten uit spaargelden in de vorm van rentebetaling (PbEU 2003, L 157);
h. Richtlijn 2011/16/EU: Richtlijn 2011/16/EU van de Raad van 15 februari 2011 betreffende de administratieve samenwerking op het gebied van de belastingen en tot intrekking van Richtlijn 77/799/EEG (PbEU 2011, L 64);
i. centraal verbindingsbureau: een door de bevoegde autoriteit van een lidstaat aangewezen bureau dat is belast met de primaire zorg voor de contacten met de andere lidstaten op het gebied van de administratieve samenwerking;
j. administratief onderzoek: alle door de staten bij het vervullen van hun taken verrichte controles, onderzoeken en acties ter waarborging van de juiste toepassing van de belastingwetgeving;
@ -59,6 +59,75 @@ p. CCN-netwerk: het op het gemeenschappelijk communicatienetwerk (common communi
**2.** Wijzigingen van Richtlijn 2003/48/EG en Richtlijn 2011/16/EU gaan voor de toepassing van deze wet gelden met ingang van de dag waarop aan de betrokken wijzigingsrichtlijn uitvoering moet zijn gegeven.
### Artikel 2a
**1.**
Voor de toepassing van dit artikel en afdeling 4A en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
a. *rapporterende financiële instelling:* een Nederlandse financiële instelling, niet zijnde een niet-rapporterende financiële instelling;
b. *Nederlandse financiële instelling:*
1°. een in Nederland gevestigde financiële instelling, met uitzondering van niet in Nederland gelegen filialen van die instelling;
2°. een in Nederland gelegen filiaal van een niet in Nederland gevestigde financiële instelling;
c. *financiële instelling:* een financiële instelling als bedoeld in bijlage I, sectie VIII, onderdeel A, onder 3 tot en met 8, van Richtlijn 2011/16/EU;
d. *niet-rapporterende financiële instelling:* een niet-rapporterende financiële instelling als bedoeld in bijlage I, sectie VIII, onderdeel B, onder 1, onderdelen a, b, d en e, en onder 2 tot en met 9, van Richtlijn 2011/16/EU, alsmede een door Onze Minister, met inachtneming van bijlage I, sectie VIII, onderdeel B, onder 1, onderdeel c, van Richtlijn 2011/16/EU als zodanig aangewezen financiële instelling die is opgenomen in de lijst, bedoeld in artikel 8, lid 7 bis, van Richtlijn 2011/16/EU;
e. *financiële instelling in een deelnemend rechtsgebied:*
1°. een in een deelnemend rechtsgebied gevestigde financiële instelling, met uitzondering van niet in dat rechtsgebied gelegen filialen van die instelling;
2°. een in een deelnemend rechtsgebied gelegen filiaal van een niet in dat rechtsgebied gevestigde financiële instelling;
f. *deelnemend rechtsgebied:*
1°. een andere lidstaat;
2°. een rechtsgebied waarmee het land Nederland een overeenkomst heeft op grond waarvan dat rechtsgebied informatie als bedoeld in de artikelen 10b en 10c zal verstrekken en dat voorkomt op een door Nederland gepubliceerde en aan de Europese Commissie toegezonden lijst;
3°. een ander rechtsgebied waarmee de Europese Unie een overeenkomst heeft op grond waarvan dat rechtsgebied informatie als bedoeld in de artikelen 10b en 10c zal verstrekken en dat voorkomt op een door de Europese Commissie gepubliceerde lijst;
g. *financiële rekening:* een financiële rekening als bedoeld in bijlage I, sectie VIII, onderdeel C, onder 1 tot en met 8, van Richtlijn 2011/16/EU, niet zijnde een uitgezonderde rekening;
h. *uitgezonderde rekening:* een uitgezonderde rekening als bedoeld in bijlage I, sectie VIII, onderdeel C, onder 17, onderdelen a tot en met f, van Richtlijn 2011/16/EU, alsmede een door Onze Minister, met inachtneming van bijlage I, sectie VIII, onderdeel C, onder 17, onderdeel g, van Richtlijn 2011/16/EU als zodanig aangewezen rekening die is opgenomen in de lijst, bedoeld in artikel 8, lid 7 bis, van Richtlijn 2011/16/EU;
i. *depositorekening:* een depositorekening als bedoeld in bijlage I, sectie VIII, onderdeel C, onder 2, van Richtlijn 2011/16/EU;
j. *bewaarrekening:* een bewaarrekening als bedoeld in bijlage I, sectie VIII, onderdeel C, onder 3, van Richtlijn 2011/16/EU;
k. *lijfrenteverzekering:* een lijfrenteverzekering als bedoeld in bijlage I, sectie VIII, onderdeel C, onder 6, van Richtlijn 2011/16/EU;
l. *kapitaalverzekering:* een kapitaalverzekering als bedoeld in bijlage I, sectie VIII, onderdeel C, onder 7, van Richtlijn 2011/16/EU;
m. *bestaande rekening:*
1°. een financiële rekening die op 31 december 2015 werd aangehouden door een rapporterende financiële instelling;
2°. een financiële rekening als bedoeld in bijlage I, sectie VIII, onderdeel C, onder 9, onderdeel b, van Richtlijn 2011/16/EU;
n. *nieuwe rekening:* een financiële rekening als bedoeld in bijlage I, sectie VIII, onderdeel C, onder 10, van Richtlijn 2011/16/EU;
o. *te rapporteren rekening:* een financiële rekening die, met inachtneming van bijlage II, onder 4, van Richtlijn 2011/16/EU, wordt aangehouden door een rapporterende financiële instelling en die, met inachtneming van bijlage I, sectie VIII, onderdeel E, onder 1, van Richtlijn 2011/16/EU, wordt gehouden door een of meer te rapporteren personen of door een passieve NFE met een of meer uiteindelijk belanghebbenden die een te rapporteren persoon is, onderscheidenlijk zijn, mits de rekening als zodanig is aangemerkt op basis van de identificatie- en rapportagevoorschriften, bedoeld in artikel 10a;
p. *te rapporteren persoon:* een persoon uit een deelnemend rechtsgebied, niet zijnde:
1°. een vennootschap waarvan de aandelen regelmatig worden verhandeld op een of meer erkende effectenbeurzen;
2°. een vennootschap die een gelieerde entiteit is van een vennootschap als bedoeld in onderdeel 1°;
3°. een overheidsinstantie als bedoeld in bijlage I, sectie VIII, onderdeel B, onder 2, van Richtlijn 2011/16/EU;
4°. een internationale organisatie als bedoeld in bijlage I, sectie VIII, onderdeel B, onder 3, van Richtlijn 2011/16/EU;
5°. een centrale bank als bedoeld in bijlage I, sectie VIII, onderdeel B, onder 4, van Richtlijn 2011/16/EU;
6°. een financiële instelling;
q. *persoon uit een deelnemend rechtsgebied:*
1°. een natuurlijk persoon of een entiteit die ingezetene is van een deelnemend rechtsgebied onder de fiscale wetgeving van dat rechtsgebied;
2°. een nalatenschap van een erflater die ingezetene was van een deelnemend rechtsgebied;
r. *gelieerde entiteit van een entiteit:* een entiteit die tot de andere entiteit in een verhouding staat als bedoeld in bijlage I, sectie VIII, onderdeel E, onder 4, van Richtlijn 2011/16/EU;
s. *uiteindelijk belanghebbenden:* de uiteindelijk belanghebbenden, bedoeld in bijlage I, sectie VIII, onderdeel D, onder 5, van Richtlijn 2011/16/EU;
t. *niet-financiële entiteit (NFE):* een entiteit, niet zijnde een financiële instelling;
u. *entiteit:* een entiteit als bedoeld in bijlage I, sectie VIII, onderdeel E, onder 3, van Richtlijn 2011/16/EU;
v. *passieve niet-financiële entiteit (passieve NFE):*
1°. een NFE die niet een actieve NFE is;
2°. een beleggingsentiteit als bedoeld in bijlage I, sectie VIII, onderdeel A, onder 6, onderdeel b, van Richtlijn 2011/16/EU die niet een financiële instelling in het land Nederland of in een deelnemend rechtsgebied is;
w. *actieve niet-financiële entiteit (actieve NFE):* een actieve NFE als bedoeld in bijlage I, sectie VIII, onderdeel D, onder 8, van Richtlijn 2011/16/EU;
x. *rekeninghouder:* een rekeninghouder als bedoeld in bijlage I, sectie VIII, onderdeel E, onder 1, van Richtlijn 2011/16/EU;
y. *financiële activa:* financiële activa als bedoeld in bijlage I, sectie VIII, onderdeel A, onder 7, van Richtlijn 2011/16/EU;
z. *het land Nederland:* Nederland en de BES eilanden, bedoeld in artikel 2, derde lid, onderdeel d, onder 4°, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen.
**2.** Voor de toepassing van het eerste lid, onderdelen b en e, wordt de vestigingsplaats van een financiële instelling bepaald met inachtneming van bijlage II, onder 3, van Richtlijn 2011/16/EU.
**3.** Een entiteit zonder fiscale woonplaats wordt, met inachtneming van bijlage II, onder 5, van Richtlijn 2011/16/EU, voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel q, behandeld als ingezetene van het rechtsgebied waar de plaats van de werkelijke leiding ervan is gelegen.
**4.** Voor de toepassing van het eerste, tweede en derde lid wordt, waar direct of indirect wordt verwezen naar de bepalingen in de bijlagen I en II van Richtlijn 2011/16/EU, in de desbetreffende bepalingen, voor zover deze niet ook al op andere rechtsgebieden betrekking hebben, onder lidstaat mede verstaan andere rechtsgebieden dan de lidstaten.
**5.** Voor de toepassing van het eerste lid, onderdelen p en q, wordt als deelnemend rechtsgebied mede aangemerkt een rechtsgebied waarmee het land Nederland een overeenkomst heeft op grond waarvan het land Nederland de informatie, bedoeld in de artikelen 10b en 10c, aan dat rechtsgebied zal verstrekken. Voor de toepassing van het eerste lid, onderdelen p en q, wordt in afwijking van het eerste lid, onderdeel f, niet als deelnemend rechtsgebied aangemerkt een rechtsgebied waarmee het land Nederland een overeenkomst heeft op grond waarvan dat rechtsgebied informatie als bedoeld in de artikelen 10b en 10c aan het land Nederland zal verstrekken, terwijl het land Nederland niet zodanige informatie hoeft te verstrekken aan dat rechtsgebied.
**6.** Voor de toepassing van de artikelen 6c, 10a, 10b, 10d en 10e en de daarop berustende bepalingen wordt onder een fiscaal identificatienummer mede begrepen het functionele equivalent daarvan.
### Artikel 3
Onze Minister wordt voor Nederland aangewezen als bevoegde autoriteit en centraal verbindingsbureau. Onze Minister is tevens verantwoordelijk voor de contacten met de Europese Commissie.
@ -328,10 +397,16 @@ e. eigendom van en inkomsten uit onroerende zaken.
**2.** Onder beschikbare inlichtingen als bedoeld in het eerste lid worden inlichtingen verstaan die zich in de belastingdossiers van Nederland bevinden en die opvraagbaar zijn overeenkomstig de procedures voor het verzamelen en verwerken van inlichtingen in Nederland.
**3.** Inlichtingen inzake inkomsten- en vermogenscategorieën als bedoeld in het eerste lid worden niet automatisch verstrekt voor zover een lidstaat heeft aangegeven geen inlichtingen te willen ontvangen inzake één of meer categorieën. Onze Minister verstrekt geen inlichtingen aan een lidstaat die de Europese Commissie niet in kennis stelt van enige categorie ten aanzien waarvan hij over inlichtingen beschikt.
**3.** Inlichtingen inzake inkomsten- en vermogenscategorieën als bedoeld in het eerste lid worden niet automatisch verstrekt voor zover een lidstaat heeft aangegeven geen inlichtingen te willen ontvangen inzake een of meer van die categorieën. Onze Minister verstrekt geen inlichtingen aan een lidstaat die de Europese Commissie niet in kennis stelt van enige categorie ten aanzien waarvan hij over inlichtingen beschikt.
**4.** Onze Minister verstrekt de inlichtingen, bedoeld in het eerste lid, ten minste eenmaal per jaar, binnen zes maanden na het verstrijken van het belastingjaar in de loop waarvan de inlichtingen beschikbaar zijn gekomen.
### Artikel 6c
**1.** Onze Minister verstrekt op grond van Richtlijn 2011/16/EU en met inachtneming van de identificatie- en rapportagevoorschriften, bedoeld in artikel 10a, de bevoegde autoriteit van elke lidstaat automatisch de gegevens en inlichtingen, bedoeld in de artikelen 10b tot en met 10f, die betrekking hebben op ingezetenen van die andere lidstaat.
**2.** Onze Minister verstrekt de in het eerste lid bedoelde gegevens en inlichtingen jaarlijks binnen negen maanden na het einde van het kalenderjaar waarop de gegevens en inlichtingen betrekking hebben.
### Afdeling 3. Spontaan verstrekken van inlichtingen
### Artikel 7
@ -403,15 +478,75 @@ Indien de verlangde inlichtingen vermeld staan in bescheiden waartoe de ambtenar
Degene bij wie een onderzoek als bedoeld in artikel 8 wordt ingesteld, is verplicht de ambtenaar van de rijksbelastingdienst alsmede de ambtenaar die ingevolge artikel 9 bij dit onderzoek aanwezig is, ten behoeve van dit onderzoek toegang te verlenen.
### Afdeling 4a. Verplichtingen ten behoeve van de automatische verstrekking van inlichtingen volgens de Common Reporting Standard
### Artikel 10a
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden identificatie- en rapportagevoorschriften voor rapporterende financiële instellingen gegeven met het oog op het door die instellingen verstrekken van gegevens en inlichtingen als bedoeld in de artikelen 10b tot en met 10f en de identificatie van de te rapporteren rekeningen en te rapporteren personen.
### Artikel 10b
**1.**
Een rapporterende financiële instelling verstrekt jaarlijks ter zake van elke bij haar aangehouden te rapporteren rekening aan Onze Minister de volgende gegevens en inlichtingen:
a. de naam, het adres, de fiscale woonstaat en het fiscale identificatienummer van de te rapporteren personen die rekeninghouder van de rekening zijn;
b. indien een te rapporteren persoon als bedoeld in onderdeel a een natuurlijk persoon is: de geboortedatum en de geboorteplaats van die persoon;
c. indien de rekeninghouder een entiteit is waarvan op grond van de identificatie- en rapportagevoorschriften, bedoeld in artikel 10a, is vastgesteld dat deze een of meer uiteindelijk belanghebbenden heeft die een te rapporteren persoon is, onderscheidenlijk zijn:
1°. de naam, het adres, de fiscale woonstaat en het fiscale identificatienummer van die entiteit;
2°. de naam, het adres, de fiscale woonstaat, het fiscale identificatienummer, de geboortedatum en de geboorteplaats van die te rapporteren persoon;
d. het rekeningnummer of, bij het ontbreken van een rekeningnummer, het functionele equivalent daarvan;
e. de naam en het identificatienummer van de rapporterende financiële instelling;
f. het saldo of de waarde van de rekening, in geval van een kapitaalverzekering of lijfrenteverzekering met inbegrip van de geldswaarde of waarde bij afkoop, aan het eind van het kalenderjaar of een andere relevante periode waarover wordt gerapporteerd, of, indien de rekening tijdens dat jaar of die periode werd opgeheven, het feit dat de rekening werd opgeheven.
**2.** Een rapporterende financiële instelling vermeldt bij de gegevens en inlichtingen, bedoeld in het eerste lid, onderdeel f, ten aanzien van elk bedrag de valuta waarin het bedrag is uitgedrukt.
**3.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot het uiterste tijdstip en de wijze waarop de gegevens en inlichtingen, bedoeld in het eerste lid, aan Onze Minister worden verstrekt.
### Artikel 10c
**1.**
Een rapporterende financiële instelling verstrekt jaarlijks ter zake van elke bij haar aangehouden te rapporteren rekening aan Onze Minister, naast de gegevens en inlichtingen, bedoeld in artikel 10b, eerste lid, de volgende gegevens en inlichtingen:
a. indien het een bewaarrekening betreft:
1°. het op of ter zake van die rekening gestorte of bijgeschreven totale brutobedrag aan rente, totale brutobedrag aan dividenden en totale brutobedrag aan overige inkomsten gegenereerd met betrekking tot de activa op de rekening gedurende het kalenderjaar of een andere relevante periode waarover wordt gerapporteerd;
2°. de totale bruto-opbrengsten van de verkoop, terugbetaling of afkoop van financiële activa, die zijn gestort of bijgeschreven op die rekening gedurende het kalenderjaar of een andere relevante periode waarover wordt gerapporteerd ter zake waarvan de rapporterende financiële instelling voor de rekeninghouder optrad als bewaarder, makelaar, vertegenwoordiger of anderszins als gevolmachtigde;
b. indien het een depositorekening betreft: het totale brutobedrag aan rente dat is gestort of bijgeschreven op die rekening gedurende het kalenderjaar of een andere relevante periode waarover wordt gerapporteerd;
c. indien het een andere rekening betreft dan bedoeld in de onderdelen a en b: het totale brutobedrag dat is betaald of bijgeschreven op die rekening gedurende het kalenderjaar of een andere relevante periode waarover wordt gerapporteerd ter zake waarvan de rapporterende financiële instelling een betalingsverplichting heeft of debiteur is, met inbegrip van het totaalbedrag aan afbetalingen aan de rekeninghouder van die rekening gedurende het kalenderjaar of een andere relevante periode waarover wordt gerapporteerd.
**2.** Artikel 10b, tweede en derde lid, is van overeenkomstige toepassing.
### Artikel 10d
**1.** In afwijking van artikel 10b, eerste lid, onderdelen a, b en c, is een rapporterende financiële instelling ter zake van een bestaande rekening niet verplicht het fiscale identificatienummer of de geboortedatum van de te rapporteren persoon of de rekeninghouder te verstrekken indien dat fiscale identificatienummer, onderscheidenlijk die geboortedatum, niet in het dossier van de rapporterende financiële instelling voorhanden is en de rapporterende financiële instelling niet uit hoofde van andere wetgeving of enig rechtsinstrument van de Europese Unie verplicht is dat gegeven te verzamelen.
**2.** Een rapporterende financiële instelling verricht redelijke inspanningen om aan het einde van het tweede kalenderjaar volgend op het jaar waarin een bestaande rekening als te rapporteren rekening is aangemerkt het fiscale identificatienummer, bedoeld in het eerste lid, en de geboortedatum, bedoeld in het eerste lid, te verkrijgen.
### Artikel 10e
In afwijking van artikel 10b, eerste lid, onderdelen a en c, is een rapporterende financiële instelling niet verplicht het fiscale identificatienummer van een te rapporteren persoon of een rekeninghouder te verstrekken indien de fiscale woonstaat van die te rapporteren persoon, onderscheidenlijk van die rekeninghouder, hem geen fiscaal identificatienummer heeft verstrekt.
### Artikel 10f
In afwijking van artikel 10b, eerste lid, onderdeel b, is een rapporterende financiële instelling niet verplicht de geboorteplaats van een te rapporteren persoon te verstrekken, tenzij:
a. de rapporterende financiële instelling krachtens andere wetgeving of uit hoofde van een rechtsinstrument van de Europese Unie dat van kracht is of op 5 januari 2015 van kracht was, verplicht is of was die geboorteplaats te verkrijgen en te rapporteren, en
b. de geboorteplaats beschikbaar is in de elektronisch doorzoekbare gegevens die door de rapporterende financiële instelling worden beheerd.
### Afdeling 4b. Strafbepaling en betekening
### Artikel 11
**1.** Artikel 67ca, met uitzondering van het eerste lid, onderdelen b tot en met f, en hoofdstuk IX van de Algemene wet inzake rijksbelastingen zijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van degene die niet voldoet aan de in artikel 8 en artikel 10 bedoelde verplichtingen.
**1.** Indien het aan opzet of grove schuld van de belastingplichtige, de administratieplichtige of de rapporterende financiële instelling is te wijten dat de verplichtingen, bedoeld in artikel 8 en afdeling 4A en de op dat artikel en die afdeling berustende bepalingen, niet, niet tijdig, niet volledig of niet juist zijn of worden nagekomen, vormt dit een vergrijp ter zake waarvan Onze Minister hem, onderscheidenlijk haar, een bestuurlijke boete van ten hoogste het bedrag van de vierde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht, kan opleggen.
**2.** Bij algemene maatregel van bestuur kan het niet nakomen van de verplichting, bedoeld in artikel 8, vijfde lid, worden aangemerkt als een overtreding. Indien het niet nakomen van die verplichting te wijten is aan opzet of grove schuld van de belastingplichtige, vormt dit een vergrijp ter zake waarvan Onze Minister hem een bestuurlijke boete van ten hoogste het bedrag van de geldboete van de vierde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht, kan opleggen.
**2.** Hoofdstuk VIIIA, afdeling 2, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen is van overeenkomstige toepassing met betrekking tot een bestuurlijke boete die op grond van het eerste lid wordt opgelegd.
**3.** Hoofdstuk VIIIA, afdeling 2, met uitzondering van de artikelen 67n en 67pa, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen is van overeenkomstige toepassing ingeval op grond van het eerste of tweede lid een bestuurlijke boete wordt opgelegd.
**3.** In afwijking in zoverre van artikel 5:45 van de Algemene wet bestuursrecht vervalt de bevoegdheid tot het opleggen van de bestuurlijke boete, bedoeld in het eerste lid, vijf jaren na het einde van het kalenderjaar waarin de verplichting is ontstaan.
**4.** In afwijking in zoverre van artikel 5:45 van de Algemene wet bestuursrecht vervalt de bevoegdheid tot het opleggen van de bestuurlijke boete, bedoeld in het tweede lid, vijf jaren na het einde van het kalenderjaar waarin de verplichting is ontstaan.
**4.** Hoofdstuk IX van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, met uitzondering van het in artikel 69 van die wet genoemde vereiste dat het feit ertoe strekt dat te weinig belasting wordt geheven, is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van degene die niet voldoet aan de verplichtingen, bedoeld in de artikelen 8 en 10 en afdeling 4A en de op die artikelen en die afdeling berustende bepalingen.
### Artikel 12
@ -453,7 +588,7 @@ b. de inlichtingen betrekking hebben op eigendomsbelangen in een persoon.
**4.** Onze Minister deelt de bevoegde autoriteit van de verzoekende staat mee op welke gronden hij het verzoek om inlichtingen afwijst.
**5.** Dit artikel vindt geen toepassing ten aanzien van de inlichtingen, bedoeld in artikel 6a.
**5.** Dit artikel vindt geen toepassing ten aanzien van de inlichtingen, bedoeld in de artikelen 6a, 6b en 6c.
### Artikel 15
@ -493,7 +628,7 @@ Indien Onze Minister een wederzijdse samenwerking aangaat met de bevoegde autori
**2.** De verstrekking van inlichtingen, bedoeld in artikel 7, eerste lid, de beantwoording van het verzoek tot betekening, bedoeld in artikel 12, eerste lid, en het verzoek om terugmelding, bedoeld in artikel 15, eerste lid, worden door middel van een standaardformulier, dat voldoet aan de in of krachtens Richtlijn 2011/16/EU gestelde voorwaarden, en voor zover mogelijk langs elektronische weg gedaan.
**3.** De automatische inlichtingenuitwisseling, bedoeld in artikel 6b, wordt door middel van een standaardformulier, dat voldoet aan de in of krachtens Richtlijn 2011/16/EU gestelde voorwaarden, en voor zover mogelijk langs elektronische weg gedaan.
**3.** De automatische inlichtingenuitwisseling, bedoeld in de artikelen 6b en 6c, wordt door middel van een standaardformulier, dat voldoet aan de in of krachtens Richtlijn 2011/16/EU gestelde voorwaarden, en voor zover mogelijk langs elektronische weg gedaan.
**4.** Het standaardformulier, bedoeld in het eerste tot en met derde lid, kan vergezeld gaan van verslagen, verklaringen en andere bescheiden, of van voor eensluidend gewaarmerkte afschriften of uittreksels daarvan.
@ -564,7 +699,7 @@ b. aanwezig kunnen zijn bij een administratief onderzoek dat wordt uitgevoerd op
### Artikel 28
Op inlichtingen die door Onze Minister in het kader van wederzijdse bijstand van een bevoegde autoriteit van een andere staat zijn verkregen, alsmede op inlichtingen die op grond van artikel 8 zijn verkregen, is de verplichting tot geheimhouding, bedoeld in artikel 67 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, van overeenkomstige toepassing.
Op inlichtingen die door Onze Minister in het kader van wederzijdse bijstand van een bevoegde autoriteit van een andere staat zijn verkregen, alsmede op inlichtingen die op grond van de artikelen 8, 10b en 10c zijn verkregen, is de verplichting tot geheimhouding, bedoeld in artikel 67 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, van overeenkomstige toepassing.
### Artikel 29