2012-07-01 | BWBR0001854 | Wetboek van Strafrecht

This commit is contained in:
Coornhert 2012-07-01 12:00:00 +00:00
parent 1bce5681b5
commit 166c7d171a

View file

@ -1688,7 +1688,7 @@ c. de wijze waarop de toestemming van de officier van justitie kan worden verkre
### Artikel 77f
**1.** In een strafbeschikking kan de officier van justitie tevens de aanwijzing geven dat de verdachte zich zal richten naar de aanwijzingen van een stichting als bedoeld in artikel 1, onderdeel f, van de Wet op de jeugdzorg, voor een daarbij te bepalen termijn van ten hoogste zes maanden.
**1.** In een strafbeschikking kan de officier van justitie tevens de aanwijzing geven dat de verdachte zich zal richten naar de aanwijzingen van een stichting als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de jeugdzorg, voor een daarbij te bepalen termijn van ten hoogste zes maanden.
**2.** In afwijking van artikel 257a, tweede lid, onderdeel a, van het Wetboek van Strafvordering kan de officier van justitie in een strafbeschikking een taakstraf opleggen voor ten hoogste zestig uren, te verrichten binnen een termijn van ten hoogste drie maanden. Artikel 77m, negende lid, is van overeenkomstige toepassing.
@ -1814,7 +1814,7 @@ De straf van jeugddetentie kan door de rechter op vordering van het openbaar min
### Artikel 77o
**1.** De raad voor de kinderbescherming heeft tot taak de voorbereiding en de ondersteuning van de tenuitvoerlegging van taakstraffen. Over de wijze waarop de veroordeelde de taakstraf uitvoert, kan het openbaar ministerie inlichtingen inwinnen bij de raad voor de kinderbescherming. Het openbaar ministerie kan diens medewerking inroepen en hem de nodige opdrachten geven. De raad voor de kinderbescherming is bevoegd aanwijzingen te geven aan de stichting, bedoeld in artikel 1, onder f, van de Wet op de jeugdzorg, wanneer het de tenuitvoerlegging van een taakstraf door de stichting, bedoeld in artikel 1, onder f, van de Wet op de jeugdzorg betreft.
**1.** De raad voor de kinderbescherming heeft tot taak de voorbereiding en de ondersteuning van de tenuitvoerlegging van taakstraffen. Over de wijze waarop de veroordeelde de taakstraf uitvoert, kan het openbaar ministerie inlichtingen inwinnen bij de raad voor de kinderbescherming. Het openbaar ministerie kan diens medewerking inroepen en hem de nodige opdrachten geven. De raad voor de kinderbescherming is bevoegd aanwijzingen te geven aan de stichting, bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Wet op de jeugdzorg, wanneer het de tenuitvoerlegging van een taakstraf door de stichting, bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Wet op de jeugdzorg betreft.
**2.** Bij de tenuitvoerlegging van de taakstraf wordt de identiteit van de veroordeelde vastgesteld op de wijze, bedoeld in artikel 27a, eerste lid, eerste volzin, en tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering.
@ -1870,15 +1870,15 @@ De termijn van de maatregel loopt niet:
a. gedurende de tijd dat aan de veroordeelde uit anderen hoofde rechtens zijn vrijheid is ontnomen en gedurende de tijd dat hij uit zodanige vrijheidsontneming ongeoorloofd afwezig is;
b. wanneer de veroordeelde langer dan een week ongeoorloofd afwezig is uit de plaats die voor de tenuitvoerlegging van de maatregel is aangewezen;
c. wanneer de maatregel voorwaardelijk is geëindigd en de veroordeelde buiten de plaats verblijft die voor de tenuitvoerlegging is aangewezen.
c. wanneer de maatregel voorwaardelijk is geëindigd als bedoeld in het zesde lid en artikel 77t, tweede lid.
**8.** Onverminderd het bepaalde in het zevende lid, kan Onze Minister de maatregel te allen tijde, na advies te hebben ingewonnen van de raad voor de kinderbescherming, voorwaardelijk of onvoorwaardelijk beëindigen.
### Artikel 77t
**1.** De rechter die in eerste aanleg heeft kennis genomen van het misdrijf ter zake waarvan de maatregel is opgelegd, kan op vordering van het openbaar ministerie de termijn, bedoeld in artikel 77s, zesde lid, eerste volzin telkens met ten hoogste twee jaren verlengen. Niet eerder dan twee maanden en niet later dan een maand voor het tijdstip waarop de maatregel voorwaardelijk eindigt, kan het openbaar ministerie een vordering indienen tot verlenging van de maatregel. De artikelen 509oa en 509q van het Wetboek van Strafvordering zijn van overeenkomstige toepassing.
**1.** De rechter die in eerste aanleg heeft kennis genomen van het misdrijf ter zake waarvan de maatregel is opgelegd, kan op vordering van het openbaar ministerie de termijn, bedoeld in artikel 77s, zesde lid, eerste volzin, telkens met ten hoogste twee jaren verlengen. Niet eerder dan twee maanden en niet later dan een maand voor het tijdstip waarop de maatregel voorwaardelijk eindigt, kan het openbaar ministerie een vordering indienen tot verlenging van de maatregel. De artikelen 509oa en 509q van het Wetboek van Strafvordering zijn van overeenkomstige toepassing.
**2.** Verlenging van de termijn van de maatregel is slechts mogelijk voor zover de maatregel daardoor de duur van vijf jaar niet te boven gaat, tenzij de maatregel is opgelegd aan een verdachte als bedoeld in artikel 77s, derde lid, tweede volzin. In zodanig geval is verlenging mogelijk voor zover de maatregel de duur van zeven jaar niet te boven gaat. In de gevallen waarin de maatregel is verlengd, eindigt de maatregel voorwaardelijk een jaar voordat de maximale duur van de maatregel wordt bereikt. Artikel 77s, zevende lid, is van overeenkomstige toepassing.
**2.** Verlenging van de termijn van de maatregel is slechts mogelijk voor zover de maatregel daardoor de duur van vijf jaar niet te boven gaat, tenzij de maatregel is opgelegd aan een verdachte als bedoeld in artikel 77s, derde lid, tweede volzin. In zodanig geval is verlenging mogelijk voor zover de maatregel de duur van zeven jaar niet te boven gaat. De rechter geeft in de beslissing tot verlenging van de maatregel aan wanneer de maatregel, behoudens verdere verlenging, onvoorwaardelijk eindigt. In de gevallen waarin de maatregel is verlengd, eindigt de maatregel voorwaardelijk een jaar voordat de door de rechter vastgestelde duur van de maatregel wordt bereikt. Artikel 77s, zevende lid, is van overeenkomstige toepassing.
**3.** De verlenging is slechts mogelijk, indien de maatregel is opgelegd ter zake van een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van één of meer personen. Artikel 77s, eerste lid, onder b en c, is van overeenkomstige toepassing.
@ -1900,37 +1900,32 @@ b. een afschrift van de aantekeningen omtrent de lichamelijke en geestelijke ges
Indien de maatregel voorwaardelijk eindigt als bedoeld in artikel 77s, zesde lid en artikel 77t, tweede lid, geschiedt dit onder de algemene voorwaarde dat:
a. de jeugdige zich ten tijde van de voorwaardelijke beëindiging niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
b. de jeugdige zich zal gedragen naar de aanwijzingen van een stichting als bedoeld in artikel 1, onder f, van de Wet op de jeugdzorg dan wel, indien de veroordeelde de leeftijd van achttien jaar reeds heeft bereikt, een krachtens algemene maatregel van bestuur aangewezen reclasseringsinstelling of bijzondere reclasseringsambtenaar, ook indien deze aanwijzingen een vorm van intensieve begeleiding inhouden;
b. de jeugdige zich zal gedragen naar de aanwijzingen van een stichting als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Wet op de jeugdzorg dan wel, indien de veroordeelde de leeftijd van achttien jaar reeds heeft bereikt, een krachtens algemene maatregel van bestuur aangewezen reclasseringsinstelling of bijzondere reclasseringsambtenaar, ook indien deze aanwijzingen een vorm van intensieve begeleiding inhouden;
c. de jeugdige zich niet onttrekt aan het toezicht op de naleving van de voorwaarden.
**2.** Met het toezicht op de naleving van de voorwaarden is het openbaar ministerie belast. Over de wijze waarop de veroordeelde aan de voorwaarden voldoet, wordt het openbaar ministerie door de stichting als bedoeld in artikel 1, onder f, van de Wet op de jeugdzorg ingelicht.
**2.** Met het toezicht op de naleving van de voorwaarden is het openbaar ministerie belast. Over de wijze waarop de veroordeelde aan de voorwaarden voldoet, wordt het openbaar ministerie door de stichting, de reclasseringsinstelling of reclasseringsambtenaar als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, ingelicht.
**3.** Het bepaalde in artikel 77s, achtste lid, en in de vorige artikelleden, blijft buiten toepassing indien bij het vonnis of arrest waarbij de maatregel werd opgelegd, eveneens de maatregel bedoeld in artikel 77w werd opgelegd of indien ten aanzien van de jeugdige een rechterlijke machtiging op grond van de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen is gegeven.
**3.** Een jaar nadat de maatregel voorwaardelijk is geëindigd als bedoeld in artikel 77s, zesde lid, en artikel 77t, tweede lid, eindigt de maatregel van rechtswege onvoorwaardelijk, tenzij de voorwaardelijke beëindiging wordt verlengd op de wijze als bedoeld in artikel 77tb. In de gevallen waarin de voorwaardelijke beëindiging is verlengd, eindigt de maatregel onvoorwaardelijk nadat de maximale duur van de voorwaardelijke beëindiging is bereikt.
### Artikel 77tb
**1.** De voorwaardelijke beëindiging kan door de rechter die in eerste aanleg kennis heeft genomen van het misdrijf ter zake waarvan de maatregel is opgelegd, ambtshalve, of op vordering van het openbaar ministerie telkens met ten hoogste een jaar worden verlengd.
**1.** De voorwaardelijke beëindiging kan door de rechter die in eerste aanleg kennis heeft genomen van het misdrijf ter zake waarvan de maatregel is opgelegd, ambtshalve, of op vordering van het openbaar ministerie worden verlengd. De rechter bepaalt de duur van de verlenging.
**2.** De totale duur van de voorwaardelijke beëindiging van de maatregel bedraagt ten hoogste twee jaar.
**2.** De totale duur van de voorwaardelijke beëindiging van de maatregel bedraagt ten hoogste twee jaar. De termijn van de voorwaardelijke beëindiging loopt niet wanneer de jeugdige zich langer dan een week onttrekt aan het toezicht.
**3.**
De in het eerste lid bedoelde rechter, beslist op vordering van het openbaar ministerie op zijn vroegst na drie maanden en ten hoogste na zes maanden nadat de maatregel voorwaardelijk werd beëindigd tot verlenging als bedoeld in het eerste lid. De rechter kan daarbij ambtshalve, op vordering van het openbaar ministerie of op verzoek van de jeugdige of diens raadsman:
Tijdens de voorwaardelijke beëindiging van de maatregel kan de in het eerste lid bedoelde rechter ambtshalve, op vordering van het openbaar ministerie of op verzoek van de jeugdige of diens raadsman:
a. de voorwaardelijke beëindiging omzetten in een onvoorwaardelijke beëindiging van de maatregel, hetzij
b. indien de jeugdige zich niet heeft gedragen naar de aanwijzingen bedoeld in artikel 77ta, eerste lid, onderdeel b, bevelen dat de jeugdige voor een maximale duur van een jaar wordt teruggeplaatst in een inrichting als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen, dan wel, indien de jeugdige inmiddels de leeftijd van achttien jaar heeft bereikt, in een penitentiaire inrichting als bedoeld in artikel 1, onderdeel b. van de Penitentiaire beginselenwet dan wel een inrichting als bedoeld in artikel 1, onderdeel b. van de Beginselenwet verpleging ter beschikking gestelden.
a. bijzondere voorwaarden stellen die het gedrag van de jeugdige betreffen;
b. aan een andere instelling dan die welke daarmee tevoren was belast, de begeleiding van de jeugdige opdragen;
c. indien de jeugdige zich niet heeft gedragen naar de aanwijzingen bedoeld in artikel 77ta, eerste lid, onderdeel b, bevelen dat de jeugdige tijdens de voorwaardelijke beëindiging wordt teruggeplaatst in een inrichting als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen, dan wel, indien de jeugdige inmiddels de leeftijd van achttien jaar heeft bereikt, in een penitentiaire inrichting als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Penitentiaire beginselenwet dan wel een inrichting als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Beginselenwet verpleging ter beschikking gestelden.
**4.** Na het einde van de duur van de terugplaatsing als bedoeld in het vorige lid, onderdeel b, eindigt de maatregel onvoorwaardelijk.
**4.** De rechter bepaalt de duur van een terugplaatsing als bedoeld in het derde lid, onderdeel c. Deze duur kan de duur van de voorwaardelijke beëindiging niet overschrijden en bedraagt ten hoogste een jaar. Bij herhaalde terugplaatsing kan de totale duur van de terugplaatsingen de maximale duur van een jaar niet overstijgen. Een terugplaatsing kan maximaal twee keer worden toegepast.
**5.**
**5.** Indien de rechter bijzondere voorwaarden stelt, als bedoeld in het derde lid, onderdeel a, is artikel 77z van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de rechter de werking van de bijzondere voorwaarden kan beperken tot een in de beslissing te bepalen tijdsduur binnen de termijn waarmee de voorwaardelijke beëindiging wordt verlengd.
De in het eerste lid bedoelde rechter kan daarbij:
a. de voorwaarden aanvullen of wijzigen;
b. aan een andere instelling dan die welke daarmede tevoren was belast, de begeleiding van de jeugdige opdragen;
c. bijzondere voorwaarden stellen die het gedrag van de jeugdige betreffen.
**6.** Indien de rechter bijzondere voorwaarden stelt, als bedoeld in het vijfde lid, is artikel 77z van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de rechter de werking van de bijzondere voorwaarden kan beperken tot een in de beslissing te bepalen tijdsduur binnen de termijn waarmee de voorwaardelijke beëindiging wordt verlengd.
**6.** Indien ten aanzien van de jeugdige een rechterlijke machtiging op grond van de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen is gegeven, eindigt de maatregel onvoorwaardelijk.
**7.** Artikel 77cca, eerste lid, derde tot en met zesde lid en achtste lid, is van overeenkomstige toepassing. Indien het openbaar ministerie de aanhouding noodzakelijk blijft vinden, dient het onverwijld een vordering tot voorlopige tenuitvoerlegging in bij de rechter-commissaris en een vordering als bedoeld in het derde lid bij de rechter.
@ -1965,7 +1960,7 @@ b. de maatregel in het belang is van een zo gunstig mogelijke verdere ontwikkeli
**5.** De maatregel wordt opgelegd voor de tijd van ten minste zes maanden en ten hoogste een jaar. De termijn gaat in nadat de rechterlijke uitspraak onherroepelijk is geworden.
**6.** De stichting als bedoeld in artikel 1, onder f, van de Wet op de jeugdzorg heeft tot taak de voorbereiding en de ondersteuning van de tenuitvoerlegging van de maatregel. Bij de tenuitvoerlegging van de maatregel stelt de stichting de identiteit van de veroordeelde vast op de wijze, bedoeld in artikel 27a, eerste lid, eerste volzin, en tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering. Over de wijze waarop de veroordeelde de maatregel uitvoert, kan het openbaar ministerie inlichtingen inwinnen bij de stichting. Indien de jeugdige ten tijde van de tenuitvoerlegging van de maatregel de leeftijd van achttien jaren bereikt of heeft bereikt, kan de rechter bepalen dat de ondersteuning van de tenuitvoerlegging van de maatregel geschiedt door een reclasseringsinstelling als bedoeld in artikel 14d, tweede lid.
**6.** De stichting als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Wet op de jeugdzorg heeft tot taak de voorbereiding en de ondersteuning van de tenuitvoerlegging van de maatregel. Bij de tenuitvoerlegging van de maatregel stelt de stichting de identiteit van de veroordeelde vast op de wijze, bedoeld in artikel 27a, eerste lid, eerste volzin, en tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering. Over de wijze waarop de veroordeelde de maatregel uitvoert, kan het openbaar ministerie inlichtingen inwinnen bij de stichting. Indien de jeugdige ten tijde van de tenuitvoerlegging van de maatregel de leeftijd van achttien jaren bereikt of heeft bereikt, kan de rechter bepalen dat de ondersteuning van de tenuitvoerlegging van de maatregel geschiedt door een reclasseringsinstelling als bedoeld in artikel 14d, tweede lid.
**7.** De termijn van de maatregel loopt niet gedurende de tijd dat aan de veroordeelde uit anderen hoofde rechtens zijn vrijheid is ontnomen en gedurende de tijd dat hij uit zodanige vrijheidsontneming ongeoorloofd afwezig is.
@ -1973,7 +1968,7 @@ b. de maatregel in het belang is van een zo gunstig mogelijke verdere ontwikkeli
**1.** De rechter kan bepalen dat het in artikel 77w, derde lid, bedoelde programma geheel of ten dele komt te bestaan uit een vorm van zorg als bedoeld in artikel 5, tweede lid, onderdelen a en b, van de Wet op de jeugdzorg, indien de stichting, bedoeld in artikel 1, onder f, van die wet ten aanzien van de verdachte een besluit heeft genomen waaruit blijkt dat deze op deze vorm van zorg is aangewezen. Het besluit wordt overgelegd bij het advies van de raad voor de kinderbescherming.
**2.** In afwijking van het eerste lid kan de rechter, indien de stichting als bedoeld in artikel 1, onder f, van de Wet op de jeugdzorg een besluit waaruit blijkt of de verdachte op deze vorm van zorg is aangewezen niet of niet tijdig neemt, op een daartoe strekkend advies van de raad voor de kinderbescherming bepalen dat het in artikel 77w, derde lid, bedoelde programma geheel of ten dele komt te bestaan uit een vorm van zorg als bedoeld in het eerste lid.
**2.** In afwijking van het eerste lid kan de rechter, indien de stichting als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Wet op de jeugdzorg een besluit waaruit blijkt of de verdachte op deze vorm van zorg is aangewezen niet of niet tijdig neemt, op een daartoe strekkend advies van de raad voor de kinderbescherming bepalen dat het in artikel 77w, derde lid, bedoelde programma geheel of ten dele komt te bestaan uit een vorm van zorg als bedoeld in het eerste lid.
**3.** Indien de rechter toepassing heeft gegeven aan het bepaalde in het tweede lid, doet de raad daarvan onverwijld mededeling aan de stichting als bedoeld in artikel 1, onder f, van de Wet op de jeugdzorg.
@ -2028,7 +2023,9 @@ b. een afschrift van de aantekeningen omtrent het gedrag van de veroordeelde, af
### Artikel 77x
In geval van een veroordeling tot jeugddetentie, vervangende jeugddetentie daaronder niet begrepen, tot taakstraf, tot geldboete, tot plaatsing in een inrichting voor jeugdigen, tot de maatregel betreffende het gedrag van de jeugdige of tot ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen, kan de rechter bepalen dat deze geheel of gedeeltelijk niet ten uitvoer zal worden gelegd.
**1.** In geval van een veroordeling tot jeugddetentie, vervangende jeugddetentie daaronder niet begrepen, tot taakstraf, tot geldboete of tot ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen, kan de rechter bepalen dat deze geheel of gedeeltelijk niet ten uitvoer zal worden gelegd.
**2.** In geval van een veroordeling tot plaatsing in een inrichting voor jeugdigen kan de rechter bepalen dat deze niet ten uitvoer zal worden gelegd.
### Artikel 77y
@ -2045,7 +2042,7 @@ b. indien een kennisgeving als bedoeld in artikel 366a, derde lid, van het Wetbo
### Artikel 77z
Toepassing van artikel 77x geschiedt onder de algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit en, in het geval aan de toepassing van artikel 77x bijzondere voorwaarden als bedoeld in de tweede volzin worden gesteld, dat hij medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt. Bij algemene maatregel van bestuur wordt bepaald welke bijzondere voorwaarden die het gedrag van de veroordeelde betreffen daarnaast kunnen worden gesteld. De rechter kan de werking van de bijzondere voorwaarden beperken tot een bij de uitspraak te bepalen tijdsduur binnen de proeftijd.
Toepassing van artikel 77x geschiedt onder de algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit en, in het geval aan de toepassing van artikel 77x bijzondere voorwaarden worden gesteld, dat hij medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt. Bij algemene maatregel van bestuur wordt bepaald welke bijzondere voorwaarden die het gedrag van de veroordeelde betreffen kunnen worden gesteld. De rechter kan de werking van de bijzondere voorwaarden beperken tot een bij de uitspraak te bepalen tijdsduur binnen de proeftijd.
### Artikel 77za
@ -2057,11 +2054,11 @@ Toepassing van artikel 77x geschiedt onder de algemene voorwaarde dat de veroord
**1.** Met het toezicht op de naleving van de voorwaarden is het openbaar ministerie belast.
**2.** De rechter kan aan een stichting als bedoeld in artikel 1, onder f, van de Wet op de jeugdzorg, of, in bijzondere gevallen en na overleg met een dergelijke rechtspersoon, aan een particulier persoon, opdragen aan de veroordeelde ter zake van de naleving der bijzondere voorwaarden hulp en steun te verlenen. Bij het verlenen van hulp en steun bij de naleving van de bijzondere voorwaarden stelt de stichting de identiteit van de veroordeelde vast op de wijze, bedoeld in artikel 27a, eerste lid, eerste volzin, en tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering.
**2.** De rechter kan aan een stichting als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Wet op de jeugdzorg, of, in bijzondere gevallen en na overleg met een dergelijke rechtspersoon, aan een particulier persoon, opdragen aan de veroordeelde ter zake van de naleving der bijzondere voorwaarden hulp en steun te verlenen. Bij het verlenen van hulp en steun bij de naleving van de bijzondere voorwaarden stelt de stichting de identiteit van de veroordeelde vast op de wijze, bedoeld in artikel 27a, eerste lid, eerste volzin, en tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering.
**3.** De rechter kan, indien de veroordeelde ingevolge artikel 254 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek onder toezicht is gesteld, aan een stichting als bedoeld in artikel 1, onder f, van de Wet op de jeugdzorg opdragen aan de veroordeelde ter zake van de naleving der bijzondere voorwaarden hulp en steun te verlenen.
**3.** De rechter kan, indien de veroordeelde ingevolge artikel 254 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek onder toezicht is gesteld, aan een stichting als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Wet op de jeugdzorg opdragen aan de veroordeelde ter zake van de naleving der bijzondere voorwaarden hulp en steun te verlenen.
**4.** Is de veroordeelde meerderjarig dan is artikel 14*d*, tweede lid, van overeenkomstige toepassing.
**4.** Is de veroordeelde meerderjarig dan is artikel 14d, tweede lid, van overeenkomstige toepassing.
**5.** Bij algemene maatregel van bestuur, op de voordracht van Onze Ministers van Justitie en van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, kunnen regels worden gesteld omtrent de aard en de omvang van de hulp en steun, bedoeld in het tweede en derde lid.
@ -2140,7 +2137,7 @@ c. maatregelen betreffende het gedrag van de jeugdige als bedoeld in artikel 77h
### Artikel 77hh
**1.** De raad voor de kinderbescherming heeft tot taak toezicht te houden op de uitvoering van reclasseringswerkzaamheden als bedoeld in artikel 77f, eerste lid, artikel 77j, vierde en vijfde lid, artikel 77s, achtste lid, 77w, derde en zesde lid, artikel 77aa, tweede en derde lid, van het Wetboek van Strafrecht, en artikel 493 van het Wetboek van Strafvordering, en is in dat kader bevoegd de stichting, bedoeld in artikel 1, onder f, van de Wet op de jeugdzorg aanwijzingen te geven.
**1.** De raad voor de kinderbescherming heeft tot taak toezicht te houden op de uitvoering van reclasseringswerkzaamheden als bedoeld in artikel 77f, eerste lid, artikel 77j, vierde en vijfde lid, artikel 77s, achtste lid, 77w, derde en zesde lid, artikel 77aa, tweede en derde lid, van het Wetboek van Strafrecht, en artikel 493 van het Wetboek van Strafvordering, en is in dat kader bevoegd de stichting, bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Wet op de jeugdzorg aanwijzingen te geven.
**2.** In door Onze Minister van Justitie aan te wijzen gevallen kan de raad voor de kinderbescherming de stichting inschakelen voor vrijwillige begeleiding van een jeugdige.
@ -4142,7 +4139,7 @@ Hij die iemand over de grenzen van het Rijk in Europa voert, met het oogmerk om
Het voorgaande is niet van toepassing op
a. hem die de raad voor de kinderbescherming onverwijld de verblijfplaats van de minderjarige meedeelt; of
b. de zorgaanbieder, bedoeld in artikel 1, onder g, van de Wet op de jeugdzorg, die op grond van artikel 41 van die wet van de provincie subsidie ontvangt en handelt overeenkomstig de krachtens artikel 3, vijfde lid gestelde regels;
b. de zorgaanbieder, bedoeld in artikel 1 van de Wet op de jeugdzorg, die op grond van artikel 41 van die wet van de provincie subsidie ontvangt en handelt overeenkomstig de krachtens artikel 3, vijfde lid gestelde regels;
c. hem die handelt in het kader van zorgvuldige hulpverlening aan de minderjarige.
**3.** Van zorgvuldige hulpverlening vormen de onverwijlde melding dat hulp wordt verleend alsmede de onverwijlde bekendmaking van de identiteit van de hulpverlener en zijn plaats van verblijf of vestiging aan degene die het gezag over de minderjarige uitoefent, bestanddelen.