diff --git a/wet/wet-milieubeheer/BWBR0003245/README.md b/wet/wet-milieubeheer/BWBR0003245/README.md index 2df7d013a44..bfefdd94975 100644 --- a/wet/wet-milieubeheer/BWBR0003245/README.md +++ b/wet/wet-milieubeheer/BWBR0003245/README.md @@ -498,11 +498,17 @@ In dit hoofdstuk wordt onder Onze Ministers verstaan: Onze Minister, te zamen me ### Artikel 4.1a -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +**1.** Indien ter uitvoering van een voor Nederland verbindend besluit van een volkenrechtelijke organisatie een plan of programma moet worden vastgesteld waarvoor geen grondslag in de wet is opgenomen en ten aanzien waarvan ingevolge artikel 2, tweede lid, van richtlijn nr. 2003/35/EG van het Europees Parlement en de Raad van 26 mei 2003 tot voorziening in inspraak van het publiek in de opstelling van bepaalde plannen en programma’s betreffende het milieu en, met betrekking tot inspraak van het publiek en toegang tot de rechter, tot wijziging van de Richtlijnen 85/337/EEG en 96/61/EG van de Raad (PbEU L 156) in inspraak van het publiek moet worden voorzien, is op de voorbereiding van dat plan of programma afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. De eerste volzin is van overeenkomstige toepassing op een herziening van een plan of programma. + +**2.** Zienswijzen als bedoeld in artikel 3:15 van de Algemene wet bestuursrecht kunnen naar voren worden gebracht door een ieder. + +**3.** Een wijziging van de in het eerste lid genoemde richtlijn of van een bijlage bij die richtlijn gaat voor de toepassing van dit hoofdstuk gelden met ingang van de dag waarop aan de betrokken wijziging uitvoering moet zijn gegeven, tenzij bij een besluit van Onze Minister, dat in de Staatscourant wordt bekendgemaakt, een ander tijdstip wordt vastgesteld. ### Artikel 4.1b -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +**1.** Voorzover op de voorbereiding van een in deze wet voorzien plan of programma dat wordt genoemd in bijlage I bij richtlijn nr. 2003/35/EG van het Europees Parlement en de Raad van 26 mei 2003 tot voorziening in inspraak van het publiek in de opstelling van bepaalde plannen en programma’s betreffende het milieu en, met betrekking tot inspraak van het publiek en toegang tot de rechter, tot wijziging van de Richtlijnen 85/337/EEG en 96/61/EG van de Raad (PbEU L 156), de procedure van toepassing is die is voorgeschreven in hoofdstuk 7 of in de Wet op de waterhuishouding, geldt uitsluitend die procedure en blijven de bepalingen die terzake in andere hoofdstukken, onderscheidenlijk in deze wet, zijn opgenomen, voorzover nodig buiten toepassing. + +**2.** Een wijziging van bijlage I bij de in het eerste lid genoemde richtlijn gaat voor de toepassing van dit hoofdstuk gelden met ingang van de dag waarop aan de betrokken wijziging uitvoering moet zijn gegeven, tenzij bij een besluit van Onze Minister, dat in de Staatscourant wordt bekendgemaakt, een ander tijdstip wordt vastgesteld. ### Artikel 4.2 @@ -4836,12 +4842,12 @@ Vervallen In dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder milieu-informatie: alle informatie, neergelegd in documenten, over: -a. de toestand van elementen van het milieu, met inbegrip van lucht en atmosfeer, water, bodem, land, landschappen en natuurgebieden, biologische diversiteit en componenten daarvan, met inbegrip van genetisch gemodificeerde organismen, en de interactie tussen deze elementen; -b. factoren, met inbegrip van stoffen, energie, geluid en straling, en activiteiten die de elementen van het milieu aantasten of waarschijnlijk aantasten, alsmede maatregelen, met inbegrip van bestuurlijke maatregelen, milieuovereenkomsten, beleid, wetgeving, plannen en programma's, die de elementen van het milieu aantasten of kunnen aantasten of dienen ter bescherming van die elementen, binnen het toepassingsgebied, bedoeld in onderdeel a, en kosten-baten- en andere economische analyses en veronderstellingen die worden gebruikt in milieubesluitvorming; -c. de toestand van de menselijke gezondheid en veiligheid, de menselijke levensomstandigheden, cultureel waardevolle gebieden en bouwwerken, voorzover deze: - -1. worden of kunnen worden aangetast door de toestand van de elementen van het milieu, of, via deze elementen, door de factoren, bedoeld in onderdeel b; -2. worden of kunnen worden aangetast dan wel beschermd door de activiteiten of maatregelen, bedoeld in onderdeel b. +a. de toestand van elementen van het milieu, zoals lucht en atmosfeer, water, bodem, land, landschap en natuurgebieden met inbegrip van vochtige biotopen, kust- en zeegebieden, biologische diversiteit en haar componenten, met inbegrip van genetisch gemodificeerde organismen, en de interactie tussen deze elementen; +b. factoren, zoals stoffen, energie, geluid, straling of afval, met inbegrip van radioactief afval, emissies, lozingen en ander vrijkomen van stoffen in het milieu die de onder a bedoelde elementen van het milieu aantasten of waarschijnlijk aantasten; +c. maatregelen, met inbegrip van bestuurlijke maatregelen, zoals beleidsmaatregelen, wetgeving, plannen, programma’s, milieuakkoorden en activiteiten die op de onder a en b bedoelde elementen en factoren van het milieu een uitwerking hebben of kunnen hebben, alsmede maatregelen of activiteiten ter bescherming van die elementen; +d. verslagen over de toepassing van de milieuwetgeving; +e. kosten-baten- en andere economische analyses en veronderstellingen die worden gebruikt in het kader van de onder c bedoelde maatregelen en activiteiten; +f. de toestand van de gezondheid en veiligheid van de mens, met inbegrip van de verontreiniging van de voedselketen, indien van toepassing, de levensomstandigheden van de mens, waardevolle cultuurgebieden en bouwwerken, voorzover zij worden of kunnen worden aangetast door de onder a bedoelde toestand van elementen van het milieu of, via deze elementen, door de onder b en c bedoelde factoren, maatregelen of activiteiten. **2.** Artikel 1, aanhef en onder a, van de Wet openbaarheid van bestuur is van overeenkomstige toepassing.