From 16bb045135354c1d089e0cbe5e5efcc2b23f952f Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Tue, 1 Jan 2013 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2013-01-01 | BWBR0019070 | Besluit Wfsv --- amvb/besluit-wfsv/BWBR0019070/README.md | 53 +++++++++++++++++-------- 1 file changed, 36 insertions(+), 17 deletions(-) diff --git a/amvb/besluit-wfsv/BWBR0019070/README.md b/amvb/besluit-wfsv/BWBR0019070/README.md index b3f18641f7b..b69dc5f56ee 100644 --- a/amvb/besluit-wfsv/BWBR0019070/README.md +++ b/amvb/besluit-wfsv/BWBR0019070/README.md @@ -31,20 +31,30 @@ In deze paragraaf en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. het sectorpremiepercentage: het percentage van het loon dat op grond van artikel 28, eerste lid, van de Wfsv wordt vastgesteld ter bepaling van het deel van de premie dat ten gunste komt van een sectorfonds; b. de verzekerde loonsom: het totaalbedrag van het loon, bedoeld in artikel 26 van de Wfsv, waarover het UWV in een kalenderjaar ten gunste van een sectorfonds de in dat artikel bedoelde premies ontvangt, met uitzondering van de uitkeringen, de toeslag en het loon waarop artikel 28, tweede lid, van de Wfsv van toepassing is; -c. de ziekengeldlasten: de uitkeringen die op grond van artikel 104, eerste lid, onderdeel c, van de Wfsv ten laste van een sectorfonds komen alsmede de uitvoeringskosten met betrekking tot die uitkeringen en de op grond van enige wet over die uitkeringen door het UWV verschuldigde premies die niet op die uitkeringen in mindering kunnen worden gebracht met uitzondering van hetgeen meer bedraagt dan het op grond van artikel 105, derde lid, van de Wfsv vastgestelde maximum; +c. de ziekengeldlasten: de uitkeringen die op grond van artikel 104, eerste lid, onderdeel c, van de Wfsv ten laste komen van een sectorfonds, de uitvoeringskosten met betrekking tot die uitkeringen, de op grond van enige wet over die uitkeringen, door het UWV verschuldigde premies en de inkomensafhankelijke bijdrage, bedoeld in artikel 42 van de Zorgverzekeringswet, met uitzondering van de uitkeringen, toegekend aan personen, die op de eerste dag van ongeschiktheid tot werken laatstelijk in dienstbetrekking stonden van een eigenrisicodrager als bedoeld in artikel 40, eerste lid, onderdeel a, van de Wfsv voor zover de eigenrisicodrager voor de betaling van die uitkering op grond van artikel 63b, eerste lid, van de Ziektewet niet het risico draagt; d. de werkloosheidslasten: hetgeen op grond van artikel 104, eerste lid, van de Wfsv ten laste van een sectorfonds komt, met uitzondering van: 1°. de ziekengeldlasten; 2°. de uitkeringen die worden betaald aan zieke werklozen en die op grond van artikel 104, zevende lid, van de Wfsv, niet ten laste van een sectorfonds komen, waarbij die uitkeringen worden berekend door het aantal ziektedagen van zieke werklozen in de sector te vermenigvuldigen met het gemiddelde per dag uitbetaalde bedrag en de uitkomst te vermenigvuldigen met het bedrag van de uitkeringslasten van het sectorfonds gedeeld door het bedrag van de uitkeringslasten van het Algemeen Werkloosheidsfonds ten behoeve van werklozen met werkloosheidsuitkering uit de sector; 3°. hetgeen meer bedraagt dan het op grond van artikel 105, eerste lid, van de Wfsv vastgestelde maximum; +4° de uitkeringen op grond van artikel 104, eerste lid, onderdeel c, van de Wfsv, die worden toegekend aan personen die op de eerste dag van ongeschiktheid tot werken laatstelijk in dienstbetrekking stonden van een eigenrisicodrager als bedoeld in artikel 40, eerste lid, onderdeel a, van de Wfsv voor zover de eigenrisicodrager voor de betaling van die uitkering op grond van artikel 63b, eerste lid, van de Ziektewet niet het risico draagt; e. het lastenplafond: het percentage van de verzekerde loonsom waarin de werkloosheidslasten tot uitdrukking komen, dat op grond van artikel 105, eerste lid, van de Wfsv wordt vastgesteld als maximum; -f. het dekkingssaldo: het verschil tussen het feitelijke vermogen van een sectorfonds en de op grond van artikel 120, achtste lid, van de Wfsv aan te houden reserve. +f. het dekkingssaldo: het verschil tussen het feitelijke vermogen van een sectorfonds en de op grond van artikel 120, achtste lid, van de Wfsv aan te houden reserve; +g. de WGA-lasten vangnetters: de uitkeringen, die op grond van artikel 104, eerste lid, onderdeel d, van de Wfsv ten laste komen van een sectorfonds, de uitvoeringskosten met betrekking tot die uitkeringen, de op grond van enige wet over die uitkeringen door het UWV verschuldigde premies en de inkomensafhankelijke bijdrage, bedoeld in artikel 42 van de Zorgverzekeringswet. + +### Artikel 2.1a + +Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden + +### Artikel 2.1b + +Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden ### Artikel 2.2 **1.** Het UWV stelt een sectorpremiepercentage vast ter dekking van de werkloosheidslasten. Het sectorpremiepercentage bedraagt ten hoogste het lastenplafond. -**2.** Het UWV stelt voor de dekking van de ziekengeldlasten en de lasten die op grond van artikel 104, eerste lid, onderdeel d, van de Wfsv, ten laste van een sectorfonds komen een opslagpercentage vast, waarmee het sectorpremiepercentage met betrekking tot dat sectorfonds wordt verhoogd. +**2.** Het UWV stelt voor de dekking van de ziekengeldlasten en de WGA-lasten vangnetters opslagpercentages vast, waarmee het sectorpremiepercentage met betrekking tot dat sectorfonds wordt verhoogd. **3.** Indien in een sectorfonds op 31 december van het jaar waarin het sectorpremiepercentage wordt vastgesteld naar verwachting van het UWV een positief of negatief dekkingssaldo aanwezig zal zijn, stelt het UWV, in afwijking van het eerste lid, in dat kalenderjaar en de daaropvolgende kalenderjaren een zodanig sectorpremiepercentage vast dat het overschot dan wel tekort binnen drie kalenderjaren na die datum is ingelopen onderscheidenlijk aangezuiverd. @@ -56,13 +66,17 @@ f. het dekkingssaldo: het verschil tussen het feitelijke vermogen van een sector **7.** Indien een sectorfonds bestaat uit onderdelen die niet afzonderlijk worden beheerd, terwijl het deel van de premie dat ten gunste komt van het sectorfonds voor elk van die onderdelen afzonderlijk wordt vastgesteld, zijn het eerste tot en met het zesde lid met betrekking tot deze onderdelen gezamenlijk van overeenkomstige toepassing, met dien verstande, dat onder het sectorpremiepercentage wordt verstaan het gewogen gemiddelde van de voor die onderdelen afzonderlijk vastgestelde sectorpremiepercentages. -**8.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld voor het eerste en tweede lid. +**8.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld voor het eerste lid en de vaststelling van de opslagpercentages op grond van het tweede lid. **9.** Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat ten behoeve van de vaststelling van het sectorpremiepercentage, bedoeld in het eerste lid, de termijn van drie kalenderjaren, bedoeld in het derde, vijfde en zesde lid, wordt verlengd tot maximaal vijf kalenderjaren. +**10.** Bij de vaststelling van het sectorpremiepercentage voor het kalenderjaar 2013 wordt, onverminderd het eerste en tweede lid, rekening gehouden met de lasten van de uitkeringen, bedoeld in artikel 2.1, onderdeel d, ten vierde, terwijl het eigenrisicodragen, bedoeld in artikel 40, onderdeel a, van de Wfsv is ingegaan op of na 1 januari 2012. + ### Artikel 2.2a -Vervallen +**1.** Voor de vaststelling van het sectorpremiepercentage op grond van artikel 2.2, eerste lid, voor het sectorfonds waarin werkgevers op grond van artikel 95 van de Wfsv zijn ingedeeld, die zich in het kader van de uitoefening van hun bedrijf of beroep bezighouden met het ter beschikking stellen van arbeidskrachten aan een derde om krachtens een door deze aan de werkgever verstrekte opdracht arbeid te verrichten onder leiding en toezicht van de derde, waarbij die werknemers werkzaam zijn op basis van een uitzendovereenkomst als bedoeld in artikel 690 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, waarin tevens een beding als bedoeld in artikel 691, tweede lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek is opgenomen, worden de werkloosheidslasten verminderd met de bijdrage, bedoeld in artikel 103, tweede lid, van de Wfsv. + +**2.** Voor de toepassing van dit artikel kunnen bij ministeriële regeling nadere regels worden gesteld. ### Artikel 2.3 @@ -170,6 +184,11 @@ b. het totaalbedrag van de op grond van artikel 117b van de Wfsv ten laste van d te vermenigvuldigen met honderd en de uitkomst van deze berekening te delen door het ten laste van die werkgever komende gemiddelde premieplichtige loon per jaar, berekend over het tijdvak van vijf kalenderjaren, eindigend één jaar voor aanvang van het kalenderjaar waarvoor de premie wordt vastgesteld. +Bij de bepaling van het gemiddelde premieplichtig loon blijft buiten aanmerking: + +1° loon uit vroegere dienstbetrekking indien de werkgever als inhoudingsplichtige in meer dan bijkomstige mate loon uit vroegere dienstbetrekking verstrekt; +2° loon ter zake waarvan de werkgever uitsluitend ingevolge artikel 6, eerste lid, onderdeel c, van de Wet op de Loonbelasting 1964 inhoudingsplichtige is voor de toepassing van de Wet op de loonbelasting 1964. + **3.** Het gemiddelde werkgeversrisicopercentage, bedoeld in het eerste lid, wordt verkregen door de som van: @@ -281,7 +300,7 @@ Een overheveling van gelden uit het Arbeidsongeschiktheidsfonds naar de Werkherv ### Artikel 2.15a -Vervallen +Het UWV kan na 1 januari 2013 voor de verplichtingen van een werkgever, die voortvloeien uit het dragen van het risico voor het betalen ziekengeld, toegekend aan personen als bedoeld in artikel 40, eerste lid, onderdeel a, van de Wfsv, voor 1 januari 2013, die door die werkgever niet worden nagekomen, een beroep doen op een bank of een verzekeraar, die zich voor 1 januari 2013, jegens het UWV heeft verplicht die verplichtingen na te komen als bedoeld in artikel 40, tweede lid, van de Wfsv, zoals dat artikel luidde op de dag voorafgaand aan de datum waarop artikel II, onderdeel E, van de Wet beperking ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid vangnetters in werking is getreden. ### Paragraaf 4. Premiekorting @@ -384,11 +403,11 @@ b. AFBZ: het Algemeen Fonds Bijzondere Ziektekosten, genoemd in artikel 89 van d c. AWBZ: de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten; d. kosten van verstrekkingen en vergoedingen: kosten van verstrekkingen en vergoedingen ter zake van verleende zorg als bedoeld in artikel 6 AWBZ, niet zijnde forensische zorg als bedoeld in artikel 2 van het Interimbesluit forensische zorg; e. beheerskosten: de beheerskosten van de in de AWBZ geregelde verzekering, waaronder begrepen de kosten van controle in het kader van die verzekering en waaronder niet begrepen de beheerskosten voor forensische zorg als bedoeld in artikel 2 van het Interimbesluit forensische zorg; -f. centraal administratiekantoor: het centraal administratiekantoor, bedoeld in het Administratiebesluit Bijzondere Ziektekostenverzekering; +f. vervallen; g. zorgverzekeraar: een zorgverzekeraar als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel b, van de AWBZ; h. verbindingskantoor: een verbindingskantoor als bedoeld in het Administratiebesluit Bijzondere Ziektekostenverzekering; i. onverantwoorde uitgaven: uitgaven waarvan de Nederlandse zorgautoriteit heeft vastgesteld dat ze niet noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de verzekering ingevolge de AWBZ; -j. beheerskostenbudget: de ten laste van het AFBZ voor het centraal administratiekantoor, de zorgverzekeraars en de verbindingskantoren beschikbare middelen ter dekking van de voor de uitvoering van de AWBZ te maken beheerskosten die zij in hun hoedanigheid maken; +j. beheerskostenbudget: de ten laste van het AFBZ voor de zorgverzekeraars en de verbindingskantoren beschikbare middelen ter dekking van de voor de uitvoering van de AWBZ te maken beheerskosten die zij in hun hoedanigheid maken; k. zorgautoriteit: de Nederlandse Zorgautoriteit, bedoeld in de Wet marktordening gezondheidszorg; l. College zorgverzekeringen: het College voor zorgverzekeringen, genoemd in artikel 58, eerste lid, van de Zorgverzekeringswet. @@ -398,7 +417,7 @@ Het College zorgverzekeringen vergoedt uit het AFBZ jaarlijks aan de zorgverzeke ### Artikel 4.3 -Onze Minister geeft het College zorgverzekeringen jaarlijks een aanwijzing terzake van het voor alle zorgverzekeraars, verbindingskantoren en het centraal administratiekantoor tezamen voor dat kalenderjaar ten laste van het AFBZ komende beheerskostenbudget. +Onze Minister geeft het College zorgverzekeringen jaarlijks een aanwijzing terzake van het voor alle zorgverzekeraars en verbindingskantoren tezamen voor dat kalenderjaar ten laste van het AFBZ komende beheerskostenbudget. ### Artikel 4.4 @@ -418,27 +437,27 @@ Onze Minister geeft het College zorgverzekeringen jaarlijks een aanwijzing terza ### Artikel 4.5 -**1.** Het College zorgverzekeringen stelt jaarlijks, in het kader van de verdeling van de voor het kalenderjaar krachtens artikel 4.3 beschikbaar gestelde middelen, afzonderlijk voor ieder verbindingskantoor en voor het centraal administratiekantoor het beheerskostenbudget vast. +**1.** Het College zorgverzekeringen stelt jaarlijks, in het kader van de verdeling van de voor het kalenderjaar krachtens artikel 4.3 beschikbaar gestelde middelen, afzonderlijk voor ieder verbindingskantoor het beheerskostenbudget vast. **2.** De vaststelling van het beheerskostenbudget, bedoeld in het eerste lid, geschiedt aan de hand van door het College zorgverzekeringen vast te stellen beleidsregels. Ten aanzien van die beleidsregels is artikel 4.4, derde lid, van overeenkomstige toepassing. -**3.** Het College zorgverzekeringen keert jaarlijks uit het AFBZ aan de verbindingskantoren en het centraal administratiekantoor het voor hen ingevolge het eerste lid vastgestelde beheerskostenbudget uit. +**3.** Het College zorgverzekeringen keert jaarlijks uit het AFBZ aan de verbindingskantoren het voor hen ingevolge het eerste lid vastgestelde beheerskostenbudget uit. -**4.** Indien een verbindingskantoor of het centraal administratiekantoor op een naar het oordeel van de zorgautoriteit onverantwoorde wijze op zijn beheerskosten bespaart, wordt de uitkering, bedoeld in het eerste lid, voor het desbetreffende kalenderjaar door het College zorgverzekeringen verlaagd met het bedrag van die besparing. +**4.** Indien een verbindingskantoor op een naar het oordeel van de zorgautoriteit onverantwoorde wijze op zijn beheerskosten bespaart, wordt de uitkering, bedoeld in het eerste lid, voor het desbetreffende kalenderjaar door het College zorgverzekeringen verlaagd met het bedrag van die besparing. -**5.** Een verbindingskantoor en het centraal administratiekantoor houden een reserve uitvoering AWBZ aan. +**5.** Een verbindingskantoor houdt een reserve uitvoering AWBZ aan. -**6.** Het saldo van baten en lasten over enig boekjaar van een verbindingskantoor voor de beheerskosten die het in of in verband met die hoedanigheid maakt, wordt toegevoegd aan, onderscheidenlijk ten laste gebracht van de reserve, bedoeld in het vijfde lid. Daarbij blijven onverantwoorde uitgaven buiten beschouwing, tenzij de zorgautoriteit anders besluit. De eerste zin is van overeenkomstige toepassing voor het centraal administratiekantoor. +**6.** Het saldo van baten en lasten over enig boekjaar van een verbindingskantoor voor de beheerskosten die het in of in verband met die hoedanigheid maakt, wordt toegevoegd aan, onderscheidenlijk ten laste gebracht van de reserve, bedoeld in het vijfde lid. Daarbij blijven onverantwoorde uitgaven buiten beschouwing, tenzij de zorgautoriteit anders besluit. -**7.** Bij het eindigen van de aanwijzing, bedoeld in artikel 40 van de AWBZ, zonder dat aansluitend een nieuwe aanwijzing plaatsvindt, stort de rechtspersoon een bedrag ter hoogte van de reserve, bedoeld in het vijfde lid, binnen vier weken in het AFBZ. +**7.** Bij het eindigen van de aanwijzing, bedoeld in artikel 40 van de AWBZ, zonder dat aansluitend een nieuwe aanwijzing plaatsvindt, stort het verbindingskantoor een bedrag ter hoogte van de reserve, bedoeld in het vijfde lid, binnen vier weken in het AFBZ. ### Artikel 4.6 -De reserve uitvoering AWBZ, bedoeld in artikel 4.5, vijfde lid, ultimo enig jaar, bedraagt voor verbindingskantoren maximaal 20% en voor het centraal administratiekantoor maximaal 5% van het beheerskostenbudget voor dat jaar. Indien het College zorgverzekeringen vaststelt dat de reserve het gestelde maximum te boven gaat, stort het verbindingskantoor of het centraal administratiekantoor het door het College zorgverzekeringen vastgestelde bedrag van de overschrijding binnen vier weken in het AFBZ. +De reserve uitvoering AWBZ, bedoeld in artikel 4.5, vijfde lid, ultimo enig jaar, bedraagt voor verbindingskantoren maximaal 20% van het beheerskostenbudget voor dat jaar. Indien het College zorgverzekeringen vaststelt dat de reserve het gestelde maximum te boven gaat, stort het verbindingskantoor het door het College zorgverzekeringen vastgestelde bedrag van de overschrijding binnen vier weken in het AFBZ. ### Artikel 4.7 -De zorgautoriteit is bevoegd opgaven en gegevens van een zorgverzekeraar, verbindingskantoor en het centraal administratiekantoor, die van invloed zijn op de omvang van de ten laste van het AFBZ beschikbare middelen en op de hoogte van de verstrekkingen en vergoedingen ingevolge dit hoofdstuk, op hun juistheid te beoordelen en te verbeteren. +De zorgautoriteit is bevoegd opgaven en gegevens van een zorgverzekeraar of verbindingskantoor, die van invloed zijn op de omvang van de ten laste van het AFBZ beschikbare middelen en op de hoogte van de verstrekkingen en vergoedingen ingevolge dit hoofdstuk, op hun juistheid te beoordelen en te verbeteren. ### Artikel 4.8