diff --git a/amvb/besluit-infrastructuurfonds/BWBR0006264/README.md b/amvb/besluit-infrastructuurfonds/BWBR0006264/README.md index 794801f78d3..ab0ed450eb5 100644 --- a/amvb/besluit-infrastructuurfonds/BWBR0006264/README.md +++ b/amvb/besluit-infrastructuurfonds/BWBR0006264/README.md @@ -23,7 +23,7 @@ d. project: een ondeelbaar geheel aan werkzaamheden met als doel de aanleg van i e. groot project: een project waarvan de geraamde op grond van artikel 5 voor subsidie in aanmerking komende kosten ten minste € 225 000 000,– bedragen of ten minste € 112 500 000,– bedragen indien het een project voor regionale of lokale infrastructuur betreft dat geheel wordt gerealiseerd buiten de samenwerkingsgebieden waarin de gemeente Amsterdam, de gemeente Rotterdam of de gemeente 's-Gravenhage is gelegen; f. overig project: een project waarvan de geraamde op grond van artikel 5 voor subsidie in aanmerking komende kosten minder dan € 225 000 000,– bedragen of minder dan € 112 500 000,– bedragen indien het een project betreft voor regionale of lokale infrastructuur dat geheel wordt gerealiseerd buiten samenwerkingsgebieden waarin de gemeente Amsterdam, de gemeente Rotterdam of de gemeente 's-Gravenhage is gelegen; g. vaste subsidiebedrag: subsidie, waarop geen nacalculatie plaatsvindt en welke alleen kan worden bijgesteld op grond van wijzigingen van het algemene loon- en prijspeil; -h. landelijke infrastructuur: het hoofdwegennet, het landelijk railnet en het hoofdvaarwegennet, als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Tracéwet; +h. landelijke infrastructuur: het hoofdwegennet, het landelijk spoorwegnet en het hoofdvaarwegennet, als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Tracéwet; i. lokale infrastructuur: infrastructuur, gelegen binnen één gemeente en in beheer bij die gemeente en met een lokale functie; j. regionale infrastructuur: infrastructuur gelegen binnen een provincie of samenwerkingsgebied, in beheer bij een provincie, gemeente of waterschap en met een regionale functie; k. Besluit personenvervoer: Besluit personenvervoer, zoals dat gold voor de inwerkingtreding van het Besluit personenvervoer 2000. @@ -115,7 +115,7 @@ i. andere door Onze Minister noodzakelijk geachte gegevens. **4.** Een aanvrager van een subsidie voor een groot project toont aan dat het project is opgenomen in een provinciaal verkeers- en vervoerplan, dan wel, indien het project is gelegen in een samenwerkingsgebied, in een regionaal verkeers- en vervoerplan als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderscheidenlijk artikel 16 van de Planwet verkeer en vervoer. -**5.** Het vierde lid is niet van toepassing indien de aanvraag betrekking heeft op een groot project dat onderdeel uitmaakt van het landelijk railnet. +**5.** Het vierde lid is niet van toepassing indien de aanvraag betrekking heeft op een groot project dat onderdeel uitmaakt van het landelijk spoorwegnet. ### Artikel 5 @@ -133,14 +133,14 @@ g. bijkomende voorzieningen nodig om de betrokken infrastructuur na voltooiing z h. met het project samenhangende door Onze Minister redelijk geachte schadevergoedingen aan derden; i. voorlichting over de uitvoering van het project als begeleiding gedurende de bouw; j. de omzetbelasting die niet op voet van artikel 15, eerste lid, van de Wet op de omzetbelasting 1968, in aftrek kan worden gebracht en voorzover het regionale of lokale openbaar vervoerinfrastructuur betreft, ook geen recht geeft op een bijdrage uit het BTW-compensatiefonds, waarbij de toepassing van artikel 2, tiende lid, van de Wet op het BTW-compensatiefonds, buiten aanmerking blijft; -k. voorbereiding, administratie en toezicht voor zover het betreft projecten ten behoeve van het openbaar vervoer, van het goederenvervoer over de rail en van vaarwegen; +k. voorbereiding, administratie en toezicht voor zover het betreft projecten ten behoeve van het openbaar vervoer, van het goederenvervoer over het spoor en van vaarwegen; l. onvoorziene omstandigheden bij grote projecten met betrekking tot regionale of lokale infrastructuur, voorzover de kosten betrekking hebben op de kosten, genoemd in de onderdelen a tot en met i. **2.** De kosten, bedoeld in het eerste lid, worden slechts tot een in redelijkheid als noodzakelijk te beschouwen hoogte in aanmerking genomen. **3.** De kosten bedoeld in het eerste lid, onderdeel k, bedragen voor projecten ten behoeve van het openbaar vervoer en van het goederenvervoer zestien procent en voor projecten ten behoeve van vaarwegen tien procent van de kosten, bedoeld in het eerste lid, onderdelen e, f en g. -**4.** In afwijking van het bepaalde in het derde lid stelt Onze Minister, indien het een subsidie betreft voor projecten ten behoeve van het landelijk railnet, de in dat lid genoemde kosten per soort van investering nader vast. +**4.** In afwijking van het bepaalde in het derde lid stelt Onze Minister, indien het een subsidie betreft voor projecten ten behoeve van het landelijk spoorwegnet, de in dat lid genoemde kosten per soort van investering nader vast. ### Artikel 6 @@ -172,7 +172,7 @@ Vervallen Een subsidie als bedoeld in artikel 4, eerste lid, bedraagt, met inachtneming van het tweede lid, als percentage van de op grond van artikel 5 in aanmerking komende kosten voor: -a. het landelijk railnet honderd procent; indien het infrastructuur betreft hoofdzakelijk ten behoeve van het internationale vervoer over railwegen kan Onze Minister een ander percentage vaststellen; +a. het landelijk spoorwegnet honderd procent; indien het infrastructuur betreft hoofdzakelijk ten behoeve van het internationale vervoer over spoorwegen kan Onze Minister een ander percentage vaststellen; b. een groot project: voor regionale of lokale infrastructuur honderd procent van de kosten van de variant die naar het oordeel van Onze Minister als meest kosteneffectief kan worden aangemerkt, onder aftrek van € 225 000 000,– indien dat project geheel of gedeeltelijk wordt gerealiseerd binnen één of meer van de samenwerkingsgebieden waarin de gemeente Amsterdam, de gemeente Rotterdam of de gemeente 's-Gravenhage is gelegen of onder aftrek van € 112 500 000,– indien dat project geheel in een ander gebied wordt gerealiseerd. c. voorzieningen met betrekking tot de veiligheid van het wegverkeer vijftig procent; indien de subsidie bestemd is voor herinrichting van verblijfsgebieden als 30-km zone, dient de aaneengesloten oppervlakte van dit gebied minimaal tien hectare te bedragen; d. studies als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel a, vijftig procent voor zover de kosten niet als bestuurskosten van de aanvrager kunnen worden aangemerkt; @@ -180,7 +180,7 @@ e. aanleg van een terminal ten behoeve van intermodaal vervoer vijfentwintig pro **2.** Bij de vergoeding voor de verlegging of vervanging van kabels of leidingen wordt rekening gehouden met het juridische regime, waaronder de kabels of leidingen liggen. Indien bij de verlegging de kabels of leidingen gelijktijdig worden vervangen wordt een aftrek toegepast, welke wordt berekend op basis van de resterende economische levensduur van de kabels of leidingen. -**3.** In afwijking van het eerste lid, onderdeel *a*, kan Onze Minister voor de subsidie voor een investering ten behoeve van railinfrastructuur uitsluitend bestemd voor vervoer van goederen een lager percentage vaststellen. +**3.** In afwijking van het eerste lid, onderdeel *a*, kan Onze Minister voor de subsidie voor een investering ten behoeve van spoorweginfrastructuur uitsluitend bestemd voor vervoer van goederen een lager percentage vaststellen. **4.** @@ -264,7 +264,7 @@ Vervallen **1.** Onze Minister kan voor een project dat is opgenomen in een planstudieprogramma dat deel uitmaakt van het meerjarenprogramma op aanvraag een subsidie verlenen voor naar het oordeel van Onze Minister in de planstudiefase redelijkerwijs te maken kosten als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdelen a, b of k. Kosten van studies voor het regionale of lokale wegennet komen niet voor subsidie in aanmerking. In bijzondere gevallen kan Onze Minister besluiten de aanvraag reeds in behandeling te nemen voordat dat project in een planstudieprogramma is opgenomen. -**2.** De subsidie bedraagt voor projecten ten behoeve van het landelijk railnet ten hoogste honderd procent en voor andere projecten ten hoogste vijftig procent van de op grond van het eerste lid in aanmerking komende kosten. +**2.** De subsidie bedraagt voor projecten ten behoeve van het landelijk spoorwegnet ten hoogste honderd procent en voor andere projecten ten hoogste vijftig procent van de op grond van het eerste lid in aanmerking komende kosten. **3.** De subsidie-ontvanger neemt geen beslissing om het project niet tot uitvoering te brengen dan na instemming van Onze Minister. @@ -308,7 +308,7 @@ Een subsidie voor een overig project kan uitsluitend bij Onze Minister worden aa a. andere publiekrechtelijke rechtspersonen dan een provincie, gemeente, waterschap en een regionaal openbaar lichaam ingeval het project landelijke betekenis heeft; b. privaatrechtelijke rechtspersonen ingeval het project landelijke betekenis heeft; -c. een beheerder van landelijke railinfrastructuur; +c. een beheerder van landelijke spoorweginfrastructuur; d. Publiekrechtelijke rechtspersonen en privaatrechtelijke rechtspersonen ten behoeve van investeringen in en onderhoud van infrastructurele werken buiten Nederland doch binnen Europa. ### Artikel 16d @@ -319,19 +319,19 @@ d. Publiekrechtelijke rechtspersonen en privaatrechtelijke rechtspersonen ten be **3.** De artikelen 5, 7, 9, eerste lid, onderdelen a, c en d, tweede en derde lid, 13 tot en met 14a, en 16a tot en met 16b, zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat, indien een subsidie als bedoeld in het eerste lid betrekking heeft op een projectgebonden onderzoek ten behoeve van de veiligheid van het wegverkeer de hoogte van de subsidie vijftig procent bedraagt van de kosten die overeenkomstig artikel 5 voor vergoeding in aanmerking komen. -### Paragraaf 4. Subsidies voor kapitaallasten en onderhoud van het landelijk railnet +### Paragraaf 4. Subsidies voor kapitaallasten en onderhoud van het landelijk spoorwegnet ### Artikel 17 -In afwijking van § 2 zijn voor het verstrekken van subsidies aan een beheerder van landelijke railinfrastructuur voor de kapitaallasten voortvloeiende uit de investeringen in die railinfrastructuur en voor het onderhoud van die railinfrastructuur de bepalingen van deze paragraaf van toepassing. +In afwijking van § 2 zijn voor het verstrekken van subsidies aan een beheerder van landelijke spoorweginfrastructuur voor de kapitaallasten voortvloeiende uit de investeringen in die spoorweginfrastructuur en voor het onderhoud van die spoorweginfrastructuur de bepalingen van deze paragraaf van toepassing. ### Artikel 18 De beheerder dient jaarlijks uiterlijk vier maanden voor de aanvang van het kalenderjaar waarop de subsidie betrekking heeft, een aanvraag om een subsidie in, waarbij hij de volgende gegevens verstrekt: -a. een raming van de te verwachten wijziging van de kapitaallasten ten opzichte van het voorgaande jaar, als gevolg van een te verwachten wijziging in de resterende schuld en de daarover berekende rente ten gevolge van de niet à fonds perdu gefinancierde railinfrastructuur; -b. een raming van de te verwachten wijziging van de onderhoudskosten ten opzichte van het voorgaande jaar, als gevolg van een te verwachten wijziging in omvang van de bestaande railinfrastructuur en als gevolg van een te verwachten wijziging van de mate van gebruik van de bestaande railinfrastructuur; -c. een raming van de te verwachten opbrengsten van vergoedingen van gebruikers van de railinfrastructuur; +a. een raming van de te verwachten wijziging van de kapitaallasten ten opzichte van het voorgaande jaar, als gevolg van een te verwachten wijziging in de resterende schuld en de daarover berekende rente ten gevolge van de niet à fonds perdu gefinancierde spoorweginfrastructuur; +b. een raming van de te verwachten wijziging van de onderhoudskosten ten opzichte van het voorgaande jaar, als gevolg van een te verwachten wijziging in omvang van de bestaande spoorweginfrastructuur en als gevolg van een te verwachten wijziging van de mate van gebruik van de bestaande spoorweginfrastructuur; +c. een raming van de te verwachten opbrengsten van vergoedingen van gebruikers van de spoorweginfrastructuur; d. andere door Onze Minister noodzakelijk geachte gegevens. ### Artikel 19 @@ -342,10 +342,10 @@ d. andere door Onze Minister noodzakelijk geachte gegevens. Bij de verlening van de subsidie wordt uitgegaan van de kapitaallasten, van de kosten van onderhoud en de omvang van de opbrengsten van vergoedingen van gebruikers, in een door hem te bepalen basisjaar. De subsidie kan worden aangepast aan de wijzigingen ten opzichte van het basisjaar als gevolg van: -a. de omvang van landelijke railinfrastructuur; +a. de omvang van landelijke spoorweginfrastructuur; b. het niveau van instandhoudingskwaliteit, voor zover Onze Minister daarom verzoekt; -c. het gebruik van landelijke railinfrastructuur; -d. de omvang van de opbrengsten van vergoedingen van gebruikers van landelijke railinfrastructuur; +c. het gebruik van landelijke spoorweginfrastructuur; +d. de omvang van de opbrengsten van vergoedingen van gebruikers van landelijke spoorweginfrastructuur; e. de evaluatie van de algemene overeenkomst inzake de aanraking van infrastructuur; f. opgebouwde overschotten danwel tekorten; g. het loon- en prijspeil. @@ -368,11 +368,11 @@ g. het loon- en prijspeil. ### Artikel 21 -**1.** Binnen zes maanden na afloop van het jaar waarop de subsidie betrekking heeft dient de beheerder bij Onze Minister een aanvraag tot vaststelling van de subsidie in. De aanvraag gaat vergezeld van de jaarrekening en de financiële verantwoording van de kapitaallasten voortvloeiende uit investeringen en onderhoudskosten en de opbrengsten in de bestaande railinfrastructuur. De jaarrekening en de financiële verantwoording dienen te zijn voorzien van een accountantsverklaring. +**1.** Binnen zes maanden na afloop van het jaar waarop de subsidie betrekking heeft dient de beheerder bij Onze Minister een aanvraag tot vaststelling van de subsidie in. De aanvraag gaat vergezeld van de jaarrekening en de financiële verantwoording van de kapitaallasten voortvloeiende uit investeringen en onderhoudskosten en de opbrengsten in de bestaande spoorweginfrastructuur. De jaarrekening en de financiële verantwoording dienen te zijn voorzien van een accountantsverklaring. **2.** De in het eerste lid bedoelde financiële verantwoording dient te worden opgesteld overeenkomstig het door Onze Minister vastgestelde informatieprofiel. -**3.** Indien uit de accountantsverklaring blijkt, dat de beheerder ten onrechte kapitaallasten voortvloeiende uit investeringen en onderhoudskosten of opbrengsten ten laste onderscheidenlijk ten gunste van de door hem beheerde railinfrastructuur heeft gebracht, brengt de beheerder in de jaarrekening en de financiële verantwoording de nodige correcties aan. +**3.** Indien uit de accountantsverklaring blijkt, dat de beheerder ten onrechte kapitaallasten voortvloeiende uit investeringen en onderhoudskosten of opbrengsten ten laste onderscheidenlijk ten gunste van de door hem beheerde spoorweginfrastructuur heeft gebracht, brengt de beheerder in de jaarrekening en de financiële verantwoording de nodige correcties aan. **4.** Onze Minister beslist op de aanvraag tot het vaststellen van de subsidie binnen zes maanden na ontvangst van de aanvraag.