diff --git a/amvb/besluit-uitkering-wegens-functioneel-leeftijdsontslag-burgerlijke-ambtenaren-def/BWBR0006041/README.md b/amvb/besluit-uitkering-wegens-functioneel-leeftijdsontslag-burgerlijke-ambtenaren-def/BWBR0006041/README.md index 9c5967ef954..6c41e27f375 100644 --- a/amvb/besluit-uitkering-wegens-functioneel-leeftijdsontslag-burgerlijke-ambtenaren-def/BWBR0006041/README.md +++ b/amvb/besluit-uitkering-wegens-functioneel-leeftijdsontslag-burgerlijke-ambtenaren-def/BWBR0006041/README.md @@ -26,6 +26,7 @@ In dit besluit wordt verstaan onder: - *ontslag:* een ontslag als bedoeld in artikel 119 van het Burgerlijk ambtenarenreglement defensie zoals dat op 31 december 2005 gold dan wel artikel 171a van het Burgerlijk ambtenarenreglement defensie; - *Onze Minister:* Onze Minister van Defensie; - *pensioen:* een pensioen krachtens het pensioenreglement; +- *pensioengerechtigde leeftijd:* de pensioengerechtigde leeftijd die voor de betrokkene geldt op grond van artikel 7a van de Algemene Ouderdomswet; - *pensioenreglement: * het pensioenreglement Stichting Pensioenfonds ABP; - *Stichting Pensioenfonds ABP:* de Stichting Pensioenfonds ABP, bedoeld in artikel 6 van de Wet privatisering ABP; - *uitkering:* de uitkering bedoeld in artikel 3 van dit besluit; @@ -72,7 +73,7 @@ voor zover gelegen op of na 1 januari 1996: de tijd gedurende welke betrokkene overheidswerknemer is in de zin van de Wet privatisering ABP. -**3.** Bij de berekening van het bedrag van het pensioen, bedoeld in het eerste lid, wordt mede in aanmerking genomen de diensttijd, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, van het pensioenreglement die de betrokkene bij het bereiken van de leeftijd van 65 jaar zal kunnen aanwijzen. +**3.** Bij de berekening van het bedrag van het pensioen, bedoeld in het eerste lid, wordt mede in aanmerking genomen de diensttijd, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, van het pensioenreglement die de betrokkene bij het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd zal kunnen aanwijzen. **4.** Voor de toepassing van het eerste lid wordt de eventuele diensttijd, bedoeld in artikel D 1, tweede lid, van de Algemene burgerlijke pensioenwet zoals deze luidde op 31 december 1995, mede in aanmerking genomen. Het verzoek als bedoeld in artikel D 2 van genoemde wet wordt daarbij geacht te zijn gedaan. @@ -150,7 +151,7 @@ Het recht op uitkering eindigt: a. behoudens het bepaalde in het tweede lid, met ingang van de dag waarop de betrokkene recht verkrijgt op een uitkering op grond van de WAO of de Wet WIA; b. met ingang van de dag volgende op die waarop de betrokkene is overleden; -c. met ingang van de eerste dag van de maand volgend op die waarin de betrokkene de leeftijd van 65 jaar heeft bereikt. +c. met ingang van de eerste dag van de maand volgend op die waarin de betrokkene de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt. **2.** In afwijking van het eerste lid, onderdeel *a*, eindigt het recht op uitkering indien de betrokkene arbeidsongeschikt is voor het vervullen van de betrekking die hij gedurende de met recht op uitkering doorgebrachte tijd bekleedde en waarin hij deelnemer was in de zin van het pensioenreglement, met ingang van de dag waarop betrokkene uit bedoelde betrekking wordt ontslagen. @@ -161,6 +162,8 @@ Het recht op uitkering kan geheel of ten dele vervallen worden verklaard indien a. zich zodanig gedraagt dat hij, ware hij in dienst gebleven, zou zijn ontslagen; b. weigert mee te werken aan een onderzoek tot vaststelling van zijn arbeidsongeschiktheid ter verkrijging van een uitkering op grond van de WAO of de Wet WIA. +**4.** In afwijking van artikel 1 wordt voor de betrokkene aan wie voor 1 januari 2018 ontslag is verleend, verstaan onder pensioengerechtigde leeftijd: de leeftijd van 65 jaar. + ### Paragraaf . Aanspraak op toelage ### Artikel 10