2005-05-11 | BWBR0006040 | Burgerlijk ambtenarenreglement defensie
This commit is contained in:
parent
0c93ed87f6
commit
16ecf96c4b
1 changed files with 52 additions and 198 deletions
|
|
@ -20,17 +20,16 @@ In dit besluit en de daarop berustende bepalingenen wordt verstaan onder ambtena
|
|||
|
||||
**1.** Dit besluit is niet van toepassing op Onze Minister.
|
||||
|
||||
**2.** De hoofdstukken 3, 4 en 5 zijn niet van toepassing op ambtenaren met gedeeltelijke dag-, week- of jaartaken, die niet regelmatig dienst doen. Ten aanzien van de in die hoofdstukken geregelde onderwerpen worden voor hen voor elk betrokken dienstvak de nodige bepalingen vastgesteld.
|
||||
**2.** De hoofdstukken 4 en 5 zijn niet van toepassing op ambtenaren met gedeeltelijke dag-, week- of jaartaken, die niet regelmatig dienst doen. Ten aanzien van de in die hoofdstukken geregelde onderwerpen worden voor hen voor elk betrokken dienstvak de nodige bepalingen vastgesteld.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Op de ambtenaar die is aangesteld voor het verrichten van enkele diensten niet vallende binnen de taak van het betrokken dienstvak, waarbij per dienst een afzonderlijke beloning wordt vastgesteld, zijn niet van toepassing:
|
||||
|
||||
a. hoofdstuk 2, paragraaf 4;
|
||||
b. de artikelen 19 en 21 tot en met 29;
|
||||
c. de hoofdstukken 4 en 5;
|
||||
d. hoofdstuk 6, paragrafen 2 en 3;
|
||||
e. de artikelen 63, 66, 67 en 69.
|
||||
b. de hoofdstukken 4 en 5;
|
||||
c. hoofdstuk 6, paragrafen 2 en 3;
|
||||
d. de artikelen 63, 66, 67 en 69.
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
|
|
@ -45,9 +44,9 @@ b. bevoegd gezag: de bij koninklijk besluit of bij ministeriële regeling als zo
|
|||
|
||||
|
||||
|
||||
**2.** Tenzij anders is bepaald wordt in dit besluit en de daarop berustende bepalingen verstaan onder salaris, onderscheidenlijk bezoldiging, hetgeen daaronder wordt verstaan in het Bezoldigingsbesluit burgerlijke ambtenaren defensie.
|
||||
**2.** Tenzij anders is bepaald wordt in dit besluit en de daarop berustende bepalingen verstaan onder salaris, onderscheidenlijk bezoldiging, hetgeen daaronder wordt verstaan in het Inkomstenbesluit burgerlijke ambtenaren defensie.
|
||||
|
||||
**3.** Ingeval de bezoldiging van de ambtenaar is geregeld krachtens een andere bezoldigingsregeling dan die bedoeld in het tweede lid, wordt in dit besluit en de daarop berustende bepalingen onder salaris, onderscheidenlijk bezoldiging verstaan, het bedrag dat op overeenkomstige wijze is vastgesteld als in het Bezoldigingsbesluit burgerlijke ambtenaren defensie.
|
||||
**3.** Ingeval de bezoldiging van de ambtenaar is geregeld krachtens een andere bezoldigingsregeling dan die bedoeld in het tweede lid, wordt in dit besluit en de daarop berustende bepalingen onder salaris, onderscheidenlijk bezoldiging verstaan, het bedrag dat op overeenkomstige wijze is vastgesteld als in het Inkomstenbesluit burgerlijke ambtenaren defensie.
|
||||
|
||||
### Artikel 4
|
||||
|
||||
|
|
@ -133,13 +132,13 @@ b. meer dan drie aanstellingen in tijdelijke dienst elkaar opvolgen met tussenpo
|
|||
|
||||
### Artikel 8
|
||||
|
||||
**1.** Tenzij Wij anders hebben bepaald geschiedt de aanstelling bij koninklijk besluit, indien zij plaatsvindt in vaste dienst en het salaris, dan wel het maximumsalaris van de schaal welke voor de ambtenaar geldt, gelijk is aan of hoger is dan het maximumsalaris van schaal 15 van bijlage B van het Bezoldigingsbesluit burgerlijke ambtenaren defensie.
|
||||
**1.** Tenzij Wij anders hebben bepaald geschiedt de aanstelling bij koninklijk besluit, indien zij plaatsvindt in vaste dienst en het salaris, dan wel het maximumsalaris van de schaal welke voor de ambtenaar geldt, gelijk is aan of hoger is dan het maximumsalaris van schaal 15 van bijlage A van het Inkomstenbesluit burgerlijke ambtenaren defensie.
|
||||
|
||||
**2.** Tenzij Wij anders hebben bepaald, geschiedt de aanstelling in de overige gevallen door Onze Minister of het bevoegd gezag.
|
||||
|
||||
### Artikel 8a
|
||||
|
||||
**1.** De ambtenaar, die in vaste dienst is aangesteld en is tewerkgesteld in een functie die voor de vaststelling van de salarisschaal is ingedeeld in hoofdgroep IV of hoger van bijlage B van Bezoldigingsbesluit burgerlijke ambtenaren defensie, wordt voor een periode van ten hoogste vijf jaren in een functie tewerkgesteld. Deze tewerkstelling duurt voort, tenzij na afloop van die periode op basis van een met de betrokken ambtenaar gemaakte loopbaanafspraak een andere, passende functie wordt opgedragen. In beginsel dient met de ambtenaar overeenstemming te zijn bereikt over die andere functie.
|
||||
**1.** De ambtenaar, die in vaste dienst is aangesteld en is tewerkgesteld in een functie die voor de vaststelling van de salarisschaal is ingedeeld in hoofdgroep IV of hoger van bijlage A van het Inkomstenbesluit burgerlijke ambtenaren defensie, wordt voor een periode van ten hoogste vijf jaren in een functie tewerkgesteld. Deze tewerkstelling duurt voort, tenzij na afloop van die periode op basis van een met de betrokken ambtenaar gemaakte loopbaanafspraak een andere, passende functie wordt opgedragen. In beginsel dient met de ambtenaar overeenstemming te zijn bereikt over die andere functie.
|
||||
|
||||
**2.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels ter uitvoering van het eerste lid worden gesteld.
|
||||
|
||||
|
|
@ -224,7 +223,7 @@ a. de afdeling of het dienstvak waarbij, de betrekking waarin, en de periode ged
|
|||
b. de salarisschaal en de voor de bepaling van die schaal in acht genomen regelen;
|
||||
c. het salaris dat hem is toegekend, zomede, het salarisnummer en het tijdstip waarop het salaris voor de eerste maal periodiek zal worden verhoogd;
|
||||
d. andere hem mogelijk toegekende voordelen, onder verwijzing naar de desbetreffende kortingsregeling;
|
||||
e. de omvang en de voorwaarden voor toekenning van een uitkering als bedoeld in artikel 24 van het Bezoldigingsbesluit burgerlijke ambtenaren defensie.
|
||||
e. de omvang en de voorwaarden voor toekenning van een bindingspremie als bedoeld in artikel 47 van het Inkomstenbesluit burgerlijke ambtenaren defensie.
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
|
|
@ -248,113 +247,47 @@ e. de omvang en de voorwaarden voor toekenning van een uitkering als bedoeld in
|
|||
|
||||
### Artikel 19
|
||||
|
||||
De ambtenaar ontvangt over de tijd, gedurende welke hij in strijd met zijn verplichtingen opzettelijk nalaat zijn dienst te verrichten, geen bezoldiging.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 20
|
||||
|
||||
De beloning van de ambtenaar die is aangesteld op grond van artikel 7, tweede lid, onder *g*, wordt bepaald op een bedrag voor elk geval of voor elke te verrichten dienst afzondelijk vast te stellen.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 21
|
||||
|
||||
**1.** Aan de ambtenaar die in verband met de werkzaamheden die voortvloeien uit een functie in een publiekrechtelijk college, waarin hij is benoemd of verkozen tijdelijk is ontheven van de waarneming van zijn ambt wordt gedurende zijn ontheffing een non-activiteitswedde toegekend op de voet van de artikelen 4 en 5 van de Wet incompatibiliteiten Staten-Generaal en Europees Parlement.
|
||||
|
||||
**2.** Onder schadeloosstelling als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder b, van genoemde wet, worden voor de toepassing van dit artikel verstaan alle inkomsten, aan de in het vorige lid bedoelde functie verbonden.
|
||||
|
||||
**3.** Voor de toepassing van dit artikel wordt de functie van substituut-ombudsman met de in het eerste lid bedoelde functie gelijkgesteld.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 22
|
||||
|
||||
**1.** De ambtenaar, die als militair in werkelijke dienst is, wordt geacht in zijn burgerlijke betrekking met verlof te zijn.
|
||||
|
||||
**2.** Hij behoudt over de tijd van deze dienst het genot van de aan zijn ambt verbonden bezoldiging, slechts voor zover hem bij of krachtens de artikelen 23 tot en met 25 daarop aanspraak is verleend. Voor zover die werkelijke dienst wordt vervuld in aan hem verleend vakantieverlof, behoudt hij in ieder geval het genot van de volle aan zijn ambt verbonden bezoldiging.
|
||||
|
||||
**3.** Voor de toepassing van het vorige lid en de artikelen 23 tot en met 25 en 29 wordt - ingeval de ambtenaar in het genot is van een toelage als bedoeld in artikel 15 van het Bezoldigingsbesluit burgerlijke ambtenaren defensie - dit bezoldigingsdeel vastgesteld op het bedrag dat hem ingevolge het voor hem geldende rooster zou zijn toegekend, indien hij niet aan zijn burgerlijke betrekking zou zijn onttrokken. Is de vaststelling van het bedrag op deze wijze niet mogelijk, dan wordt dit, met inachtneming van de percentages zoals genoemd in artikel 15 van vorengenoemd besluit, berekend over het voor de ambtenaar geldende salaris, zulks naar aantallen uren als bedoeld in dat artikel waarop door hem gedurende de drie kalendermaanden voorafgaande aan het tijdstip met ingang waarvan hij aan zijn burgerlijke betrekking werd onttrokken, ingevolge het voor hem geldende rooster gemiddeld per maand is gewerkt.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
Voor de toepassing van het tweede lid en de artikelen 23 tot en met 25 en 29 wordt - in geval de ambtenaar in het genot is van een toelage als bedoeld in artikel 18 van het Bezoldigingsbesluit burgerlijke ambtenaren defensie - dit bezoldigingsdeel vastgesteld op het bedrag dat hem ingevolge het voor hem geldende consignatierooster zou zijn toegekend, indien hij niet aan zijn burgerlijke betrekking zou zijn onttrokken.
|
||||
|
||||
Is de vaststelling van het bedrag op deze wijze niet mogelijk, dan wordt dit bedrag berekend naar de berekeningsgrondslag en de percentages zoals genoemd in artikel 18 van vorengenoemd besluit, zulks naar de aantallen uren als bedoeld in dat artikel waarop door hem gedurende de drie kalendermaanden voorafgaande aan het tijdstip met ingang waarvan hij aan zijn burgerlijke betrekking werd onttrokken, gemiddeld per maand consignatiediensten zijn verricht.
|
||||
|
||||
**5.** Voor zover de ambtenaar ingevolge de voor hem geldende bezoldigingsregeling aanspraak heeft op een vakantie-uitkering geniet hij deze uitkering slechts voor zoveel die uitgaat boven de vakantie-uitkering waarop hij als militair aanspraak heeft.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 23
|
||||
|
||||
**1.** De ambtenaar, die ingevolge wettelijke verplichting anders dan voor herhalingsoefeningen als militair in werkelijke dienst is, geniet onverminderd het bepaalde in artikel 10a van het Bezoldigingsbesluit burgerlijke ambtenaren defensie de aan zijn ambt verbonden bezoldiging voor zoveel deze meer bedraagt dan zijn militaire beloning, met dien verstande, dat indien de ambtenaar ongehuwd is, hij slechts de aan zijn ambt verbonden bezoldiging geniet, voor zoveel 70% daarvan meer bedraagt dan zijn militaire beloning.
|
||||
|
||||
**2.** Zonodig in afwijking van het bepaalde in het eerste lid blijft de ambtenaar als daar bedoeld in ieder geval de aan zijn ambt verbonden bezoldiging genieten tot een bedrag, dat gelijk is aan het bedrag van het op hem te verhalen gedeelte van de pensioenbijdrage.
|
||||
|
||||
**3.** Ongehuwde enige kostwinners worden voor de toepassing van het eerste lid gelijkgesteld met gehuwden. Onze Minister beslist of een ongehuwde als enige kostwinner wordt beschouwd.
|
||||
|
||||
**4.** Voor de toepassing van het eerste lid wordt de militaire beloning verminderd met de eventuele aftrek wegens genot van voeding en huisvesting.
|
||||
|
||||
**5.** Onze Minister en Onze Minister van Financiën stellen bij gemeenschappelijke ministeriële regeling vast hetgeen voor de toepassing van dit artikel onder militaire beloning wordt verstaan.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 24
|
||||
|
||||
**1.** Het bepaalde in artikel 23 is eerst van toepassing, nadat de ambtenaar als militair de opleiding en oefening heeft volbracht.
|
||||
|
||||
**2.** De ambtenaar, die ingevolge een wettelijke verplichting voor opleiding en oefening als militair in werkelijke dienst is, geniet gedurende deze opleiding en oefening, de aan zijn ambt verbonden bezoldiging tot een bedrag, hetwelk gelijk is aan het op hem te verhalen gedeelte van de pensioenbijdrage.
|
||||
|
||||
**3.** Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing ten aanzien van ambtenaren op wie bij koninklijk besluit de artikelen 22 en 23 van overeenkomstige toepassing zijn verklaard.
|
||||
|
||||
**4.** Indien de ambtenaar bij opkomst in militaire dienst voldoet aan de voorwaarden, gesteld in het eerste lid, dan wel indien ingevolge het derde lid bij opkomst in militaire dienst deze voorwaarde niet voor hem geldt, geniet hij in afwijking van het bepaalde in artikel 23 gedurende twee weken na zijn opkomst de volle aan zijn ambt verbonden bezoldiging.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 25
|
||||
|
||||
**1.** De ambtenaar, die voor een herhalingsoefening als militair in werkelijke dienst is, geniet de aan zijn ambt verbonden bezoldiging voor zoveel deze meer bedraagt dan zijn militaire beloning. Artikel 23, tweede, vierde en vijfde lid, is van toepassing.
|
||||
|
||||
**2.** Voor zoveel nodig bepaalt Onze Minister welke dienst als herhalingsoefening wordt beschouwd.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Voor de toepassing of voortgezette toepassing van het eerste lid worden met inachtneming van hetgeen daaromtrent is bepaald in de Kaderwet dienstplicht of in de Wet voor het reservepersoneel der krijgsmacht en onverminderd het bepaalde in artikel 10a van het Bezoldigingsbesluit burgerlijke ambtenaren defensie van dit besluit met herhalingsoefeningen gelijk gesteld:
|
||||
|
||||
a. het in dienst komen dan wel het in aansluiting aan een herhalingsoefening langer in dienst blijven voor een onderzoek, omtrent een strafbaar feit of een krijgstuchtelijk vergrijp, waarvan de militair verdacht of beklaagd wordt;
|
||||
b. het in dienst komen dan wel in aansluiting van een herhalingsoefening langer in dienst blijven ten einde rekening en verantwoording af te leggen van gevoerd beheer;
|
||||
c. het in aansluiting van een herhalingsoefening langer in dienst blijven wegens:
|
||||
|
||||
1. ziekte;
|
||||
2. het niet tijdig bereiken van de vereiste graad van geoefendheid als gevolg van ziekte;
|
||||
3. het heersen of geheerst hebben van een besmettelijke ziekte;
|
||||
d. het in dienst komen om gehoord te worden omtrent een bij Ons of bij Onze Minister ingediend beroepschrift onderscheidenlijk bezwaarschrift.
|
||||
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 26
|
||||
|
||||
Indien de ambtenaar als militair in werkelijke dienst zijnde, overlijdt, wordt de uitkering, bedoeld in artikel 127, verminderd met het bedrag van de overeenkomstige uitkering, welke uit hoofde van de militaire dienst ter zake van dit overlijden wordt gedaan.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 27
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Het bepaalde in de artikelen 22 tot en met 26 is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van:
|
||||
|
||||
a. de ambtenaar, die is tewerkgesteld in de zin van artikel 9 van de Wet gewetensbezwaren militaire dienst;
|
||||
b. de ambtenaar, die in werkelijke dienst is op grond van een verbintenis bij het Korps Nationale Reserve;
|
||||
c. de ambtenaar, die als militair in werkelijke dienst is op grond van een verbintenis bij het reserve-personeel der krijgsmacht;
|
||||
d. de ambtenaar, die op grond van een andere bijzondere verbintenis in werkelijk militaire of daarmede gelijk te stellen dienst is, ter zake waarvan bij koninklijk besluit zulks is bepaald.
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
**2.** Bij koninklijk besluit kunnen met betrekking tot de uitvoering van het eerste lid nadere regels worden gesteld.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 28
|
||||
|
||||
Op de ambtenaar, die in tijdelijke dienst is aangesteld, zijn de bepalingen, vervat in de artikelen 22 tot en met 27, slechts van toepassing tot en met de dag, waarop de burgerlijke betrekking zou zijn beëindigd, indien hij daaraan niet door de militaire dienst zou zijn onttrokken.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 29
|
||||
|
||||
**1.** De ambtenaar, die op grond van een verbintenis als vrijwilliger in de zin van artikel 2, eerste lid onder *a* of *b*, van de Rechtstoestandregeling reservepolitie of van een overeenkomstige verbintenis, zoals bedoeld in de artikelen 53 en 54 van die regeling in werkelijke dienst is, wordt geacht met verlof te zijn.
|
||||
|
||||
**2.** De in het eerste lid bedoelde ambtenaar blijft gedurende het aldaar bedoelde verlof, onverminderd het bepaalde in artikel 10a van het Bezoldigingsbesluit burgerlijke ambtenaren defensie, in het genot van de aan zijn ambt verbonden bezoldiging, met dien verstande, dat deze bezoldiging, indien het verlof langer dan twee weken duurt, voor de verdere duur van het verlof wordt verminderd met de beloning, waarop de ambtenaar als vrijwilliger aanspraak heeft.
|
||||
|
||||
**3.** De in het tweede lid bedoelde vermindering wordt slechts toegepast tot een zodanig bedrag, dat de ambtenaar in het genot blijft van een bedrag gelijk aan het op hem te verhalen gedeelte van de pensioenbijdrage.
|
||||
|
||||
**4.** Het bepaalde in het eerste, tweede en derde lid is niet van toepassing indien de ambtenaar de werkelijke dienst als vrijwilliger vervult tijdens aan hem verleend vakantieverlof.
|
||||
|
||||
**5.** Het bepaalde in artikel 28 is voor zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 4. Werk- en rusttijden
|
||||
|
||||
|
|
@ -480,7 +413,9 @@ elk door defensiepersoneel in de praktijk brengen van onderwezen bekwaamheden te
|
|||
|
||||
### Artikel 30dd
|
||||
|
||||
Indien de ambtenaar op de datum dat hem ontslag is verleend nog een tegoed aan spaaruren heeft, dan wordt voor elk spaaruur een vergoeding toegekend van 1/165 deel van het voor de betrokken ambtenaar geldende maandsalaris, zoals dit gold direct voorafgaande aan de datum dat hem ontslag is verleend.
|
||||
**1.** Indien de ambtenaar op de datum dat hem ontslag is verleend nog een tegoed aan spaaruren heeft, dan wordt voor elk spaaruur een vergoeding toegekend van 1/165 deel van het voor de betrokken ambtenaar geldende maandsalaris, zoals dit gold direct voorafgaande aan de datum dat hem ontslag is verleend.
|
||||
|
||||
**2.** Indien de ambtenaar overlijdt, wordt het eerste lid overeenkomstig toegepast.
|
||||
|
||||
### Artikel 30e
|
||||
|
||||
|
|
@ -1036,9 +971,11 @@ De vakantie waarop de ambtenaar aanspraak maakt:
|
|||
|
||||
**3.** In geval van overgang zonder onderbreking naar een functie binnen een andere sector van de rijksdienst in de loop van een kalenderjaar kan, indien dit binnen die andere sector van de rijksdienst mogelijk is, de ambtenaar er - in zoverre in afwijking van het eerste lid - voor kiezen de vakantieaanspraken van het lopende kalenderjaar die niet genoten zijn, mee te nemen. Daarbij wordt vakantie die in het lopende kalenderjaar genoten is in mindering gebracht op de aanspraken in dat jaar.
|
||||
|
||||
**4.** Indien de ambtenaar overlijdt, wordt dit artikel overeenkomstig toegepast.
|
||||
|
||||
### Artikel 35
|
||||
|
||||
Ingeval de ambtenaar in het genot is van een toelage als bedoeld in artikel 15 dan wel artikel 18 van het Bezoldigingsbesluit burgerlijke ambtenaren defensie is - met betrekking tot de vaststelling van dat bezoldigingsdeel tijdens vakantie - van artikel 22, derde respectievelijk vierde lid, van overeenkomstige toepassing.
|
||||
Voor de toepassing van deze paragraaf is, voor de berekening van de bezoldiging, artikel 30 van het Inkomstenbesluit burgerlijke ambtenaren defensie van toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 36
|
||||
|
||||
|
|
@ -1048,13 +985,13 @@ Onze Minister is bevoegd nadere en zonodig afwijkende regels vast te stellen.
|
|||
|
||||
### Artikel 37
|
||||
|
||||
Onverminderd het bepaalde in de hoofdstukken 3 en 6, geniet verlof:
|
||||
|
||||
a. de ambtenaar, die als militair, dan wel op grond van een verbintenis als vrijwilliger in de zin van artikel 2, eerste lid, onder *a* of *b* van de Rechtstoestandregeling reservepolitie of van een overeenkomstige verbintenis, als bedoeld in de artikelen 53 of 54 van die regeling in werkelijke dienst is;
|
||||
b. de ambtenaar, die zich bevindt in één der omstandigheden, genoemd in artikel 27;
|
||||
c. de ambtenaar, die uit hoofde van ziekte of ongeval verhinderd is dienst te verrichten.
|
||||
|
||||
Onverminderd het bepaalde in hoofdstuk 6, genieten verlof:
|
||||
|
||||
a. de ambtenaar, die als militair in werkelijke dienst is;
|
||||
b. de ambtenaar die in werkelijke dienst is als een vrijwillig ambtenaar, als bedoeld in het Besluit rechtspositie vrijwillige politie;
|
||||
c. de ambtenaar, die is tewerkgesteld in de zin van artikel 9 van de Wet gewetensbezwaren militaire dienst;
|
||||
d. de ambtenaar, die op grond van een andere bijzondere verbintenis in werkelijk militaire of daarmede gelijk te stellen dienst is, ter zake waarvan bij koninklijk besluit zulks is bepaald;
|
||||
e. de ambtenaar, die uit hoofde van ziekte of ongeval verhinderd is dienst te verrichten.
|
||||
|
||||
### Artikel 38
|
||||
|
||||
|
|
@ -1078,9 +1015,7 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 41
|
||||
|
||||
**1.** Indien de ambtenaar een vaste vergoeding ontvangt uit de functie waarvoor het hem in artikel 125*c*, tweede lid van de Ambtenarenwet bedoelde verlof wordt verleend, wordt op zijn bezoldiging een inhouding toegepast over de tijd dat hij het verlof geniet. Deze inhouding gaat hetgeen hij geacht kan worden te ontvangen als vaste vergoeding voor de met het verlof overeenkomende tijd in de bedoelde functie niet te boven.
|
||||
|
||||
**2.** Onze Minister kan nadere regels ter uitvoering van het eerste lid vaststellen.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 42
|
||||
|
||||
|
|
@ -1155,23 +1090,11 @@ b. in alle andere gevallen, indien de ambtenaar, alle omstandigheden in aanmerki
|
|||
|
||||
### Artikel 46a
|
||||
|
||||
**1.** Gedurende het zwangerschaps- en bevallingsverlof op grond van artikel 3:1 van de Wet arbeid en zorg behoudt de vrouwelijke ambtenaar haar aanspraak op bezoldiging.
|
||||
|
||||
**2.** Het bevoegd gezag draagt ervoor zorg dat de vrouwelijke ambtenaar door tussenkomst van het bevoegd gezag een uitkering op basis van hoofdstuk 3 van de Wet arbeid en zorg aanvraagt bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen genoemd in hoofdstuk 5 van de Wet-SUWI. Deze uitkering moet uiterlijk twee weken voor de datum van ingang van het zwangerschaps- en bevallingsverlof onderscheidenlijk de datum waarop de vrouwelijke ambtenaar het recht op de uitkering wil laten ingaan, worden aangevraagd.
|
||||
|
||||
**3.** Indien de vrouwelijke ambtenaar aan wie zwangerschaps- en bevallingsverlof is verleend gedurende dat verlof of gedurende een bepaalde periode van dat verlof tevens recht heeft op een uitkering op basis van de Wet arbeid en zorg, wordt door het bevoegd gezag gedurende de periode waarin sprake is van een samenloop een inhouding op de doorbetaling van de bezoldiging als bedoeld in het eerste lid, toegepast die overeenkomt met het bedrag van bedoelde uitkering.
|
||||
|
||||
**4.** Indien aan de voorwaarden voor het toekennen van een uitkering als bedoeld in het derde lid, is voldaan, maar geen uitkering is toegekend omdat de vrouwelijke ambtenaar geen aanvraag heeft ingediend, past het bevoegd gezag het derde lid op overeenkomstige wijze toe.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 46b
|
||||
|
||||
**1.** Gedurende het adoptieverlof op grond van artikel 3:2, eerste tot en met derde lid, van de Wet arbeid en zorg behoudt de ambtenaar zijn aanspraak op bezoldiging.
|
||||
|
||||
**2.** Het bevoegd gezag draagt ervoor zorg dat de ambtenaar door tussenkomst van het bevoegd gezag een uitkering op basis van hoofdstuk 3 van de Wet arbeid en zorg aanvraagt bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen genoemd in hoofdstuk 5 van de Wet-SUWI. Deze uitkering moet uiterlijk twee weken voor de datum van ingang van het adoptieverlof onderscheidenlijk de datum waarop de ambtenaar het recht op de uitkering wil laten ingaan, worden aangevraagd.
|
||||
|
||||
**3.** Indien de ambtenaar aan wie adoptieverlof is verleend gedurende dat verlof of gedurende een bepaalde periode van dat verlof tevens recht heeft op een uitkering op basis van de Wet arbeid en zorg, wordt door het bevoegd gezag gedurende de periode waarin sprake is van een samenloop een inhouding op de doorbetaling van de bezoldiging, bedoeld in het eerste lid, toegepast die overeenkomt met het bedrag van bedoelde uitkering.
|
||||
|
||||
**4.** Indien aan de voorwaarden voor het toekennen van een uitkering, als bedoeld in het derde lid, is voldaan, maar geen uitkering is toegekend omdat de ambtenaar geen aanvraag heeft ingediend, past het bevoegd gezag het derde lid op overeenkomstige wijze toe.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 46c
|
||||
|
||||
|
|
@ -1261,7 +1184,7 @@ Indien het verlof, genoemd in artikel 48, ten doel heeft de ambtenaar in de gele
|
|||
|
||||
### Artikel 54
|
||||
|
||||
Voor de toepassing van deze paragraaf is - in geval de ambtenaar in het genot is van een toelage als bedoeld in artikel 15 dan wel artikel 18 van het Bezoldigingsbesluit burgerlijke ambtenaren defensie - met betrekking tot de vaststelling van dit bezoldigingsdeel, het derde lid respectievelijk vierde lid van artikel 22 van overeenkomstige toepassing.
|
||||
Voor de toepassing van deze paragraaf is, voor de berekening van de bezoldiging, artikel 30 van het Inkomstenbesluit burgerlijke ambtenaren defensie van toepassing.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 6. Bedrijfsgeneeskundige begeleiding en voorzieningen in verband met ziekte
|
||||
|
||||
|
|
@ -1355,86 +1278,23 @@ c. gedurende het eerste jaar dat hij ongeschikt is een hem aangeboden betrekking
|
|||
|
||||
**4.** Dit artikel is op overeenkomstige wijze van toepassing indien aan de ambtenaar de eigen betrekking wordt opgedragen onder andere voorwaarden.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 4. Bezoldiging ingeval van ziekte tijdens de betrekking
|
||||
### Paragraaf 4
|
||||
|
||||
### Artikel 59
|
||||
|
||||
**1.** De ambtenaar die ongeschikt is tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte geniet vanaf de dag waarop deze ongeschiktheid aanvangt, gedurende een termijn van 18 maanden zijn volledige bezoldiging. Vervolgens geniet hij tot het einde van zijn betrekking 80% van zijn bezoldiging.
|
||||
|
||||
**2.** Indien de ambtenaar zijn arbeid gedurende een bepaalde tijd voor ten minste 45% verricht, dan wel zwangerschaps- of bevallingsverlof geniet op basis van artikel 3:1 van de Wet arbeid en zorg, wordt de in het eerste lid genoemde termijn van 18 maanden met die bepaalde tijd, dan wel met dat verlof verlengd.
|
||||
|
||||
**3.** Voor het vaststellen van het tijdstip waarop de in het eerste lid genoemde termijn van 18 maanden verstreken is, worden perioden van ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte samengeteld, indien zij elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen. Bij de vaststelling van de periode van vier weken blijven perioden waarin zwangerschaps- of bevallingsverlof wordt genoten op basis van artikel 3:1 van de Wet arbeid en zorg, buiten beschouwing.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
De ambtenaar geniet ook na afloop van de in het eerste lid genoemde termijn van 18 maanden zijn volledige bezoldiging:
|
||||
|
||||
a. voor zo lang hij zijn arbeid voor ten minste 45% verricht;
|
||||
b. indien zijn ongeschiktheid om zijn arbeid te verrichten, het gevolg is van een door hem opgelopen beroepsziekte, dan wel een hem overkomen bedrijfsongeval;
|
||||
c. gedurende de periode dat zwangerschaps- of bevallingsverlof wordt genoten op basis van artikel 3:1 van de Wet arbeid en zorg.
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
**5.** Indien de ambtenaar tijdens de ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte, in het belang van zijn genezing door de Arbo-dienst wenselijk geachte andere arbeid verricht, zijn het tweede en vierde lid van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**6.** Ten aanzien van de ambtenaar die wegens ziekte ongeschikt is zijn arbeid te verrichten kan worden bepaald, dat hij zijn arbeid slechts mag hervatten, nadat het bevoegd gezag hiervoor uitdrukkelijk toestemming heeft verleend. Het bevoegd gezag neemt hieromtrent en omtrent de mate van werkhervatting geen beslissing dan na ingewonnen medisch advies. Deze toestemming van het bevoegd gezag is in ieder geval vereist, wanneer de ambtenaar gedurende meer dan één jaar volledig ongeschikt is geweest tot het verrichten van zijn arbeid.
|
||||
Ten aanzien van de ambtenaar die wegens ziekte ongeschikt is zijn arbeid te verrichten kan worden bepaald, dat hij zijn arbeid slechts mag hervatten, nadat de bevelhebber hiervoor uitdrukkelijk toestemming heeft verleend. De bevelhebber neemt hieromtrent en omtrent de mate van werkhervatting geen beslissing dan na advies van de bedrijfsgeneeskundige dienst. Deze toestemming van de bevelhebber is in ieder geval vereist, wanneer de ambtenaar gedurende meer dan één jaar volledig ongeschikt is geweest tot het verrichten van zijn arbeid.
|
||||
|
||||
### Artikel 59a
|
||||
|
||||
**1.** Indien de ambtenaar, bedoeld in artikel 59, ter zake van de betrekking waaruit het recht op doorbetaling van bezoldiging voortvloeit, recht heeft op een of meerdere uitkeringen op grond van een werknemersverzekering, de Wet arbeid en zorg of een bovenwettelijke WW-uitkering, wordt het bedrag van die uitkering(en) in mindering gebracht op het bedrag waarop hij ingevolge artikel 59 recht heeft.
|
||||
|
||||
**2.** Indien de in het eerste lid bedoelde ambtenaar uit hoofde van twee of meer betrekkingen recht heeft op één uitkering op grond van een werknemersverzekering, de Wet arbeid en zorg of een bovenwettelijke WW-uitkering, wordt die uitkering voor de toepassing van het eerste lid toegerekend aan de betrekking ter zake waarvan zijn bezoldiging wordt doorbetaald naar rato van de bezoldiging uit hoofde van de desbetreffende betrekkingen.
|
||||
|
||||
**3.** Indien als gevolg van handelingen of het nalaten van handelingen door de ambtenaar de uitkering ingevolge een werknemersverzekering, de Wet arbeid en zorg, dan wel de bovenwettelijke WW-uitkering een vermindering ondergaat, dan wel de aanspraak daarop geheel of gedeeltelijk niet wordt toegekend, wordt die uitkering voor de toepassing van het eerste lid steeds aangemerkt als een uitkering die onverminderd is genoten. Indien het een uitkering betreft op grond van de WAO die in het geheel niet wordt toegekend, wordt voor de toepassing van dit artikel rekening gehouden met de uitkering op grond van de WAO zoals die zou zijn toegekend bij een arbeidsongeschiktheid van 80% of meer.
|
||||
|
||||
**4.** In de gevallen, bedoeld in het derde lid, kan Onze Minister op grond van bijzondere omstandigheden bepalen, dat het bedrag van de niet uitbetaalde bezoldiging geheel of ten dele aan anderen dan aan de ambtenaar zal worden uitbetaald. Ingeval Onze Minister van deze bevoegdheid geen gebruik heeft gemaakt, wordt de niet uitbetaalde bezoldiging alsnog aan de ambtenaar uitbetaald, indien de in artikel 57, tweede lid, bedoelde commissie van artsen te zijnen gunste heeft geoordeeld.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 60a
|
||||
|
||||
**1.** De in artikel 59 bedoelde doorbetaling van volledige of gedeeltelijke bezoldiging eindigt indien de ambtenaar op grond van artikel 58*a* wordt herplaatst.
|
||||
|
||||
**2.** Indien de herplaatsing, bedoeld in het eerste lid, plaatsvindt voordat de termijn van twee jaar, bedoeld in artikel 121, derde lid, onderdeel *a*, is verstreken en de bezoldiging van de ambtenaar als gevolg van de herplaatsing vermindering ondergaat, heeft hij tot het eind van de genoemde termijn recht op een aanvullende uitkering.
|
||||
|
||||
**3.** De aanvullende uitkering, bedoeld in het tweede lid, bedraagt het verschil tussen het bedrag waarop de ambtenaar op grond van artikel 59 recht zou hebben gehad indien hij niet zou zijn herplaatst en zijn bezoldiging na herplaatsing, in voorkomend geval vermeerderd met een uit de oorspronkelijke betrekking voortvloeiend recht op uitkering op grond van de WAO en herplaatsingstoelage.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 61a
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Geen aanspraak op betaling van bezoldiging als bedoeld in artikel 59 bestaat:
|
||||
|
||||
a. indien de ziekte is voorgewend, althans zodanig overdreven wordt voorgesteld, dat ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte niet kan worden aangenomen;
|
||||
b. Indien de ambtenaar de ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte opzettelijk heeft veroorzaakt, tenzij hem daarvan op grond van zijn psychische toestand geen verwijt kan worden gemaakt;
|
||||
c. indien de ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte zich voordoet binnen een half jaar na het geneeskundig onderzoek als bedoeld in artikel 10 en tevens blijkt, dat de ambtenaar onjuiste informatie omtrent zijn gezondheidstoestand heeft verstrekt of gegevens heeft verzwegen ten gevolge waarvan de verklaring van geschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid ten onrechte heeft plaatsgevonden, tenzij de ambtenaar aannemelijk maakt dat hij te goeder trouw heeft gehandeld.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
De aanspraak op betaling van bezoldiging als bedoeld in artikel 59 vervalt, indien en gedurende de tijd dat de ambtenaar:
|
||||
|
||||
a. weigert zich te onderwerpen aan een onderzoek vanwege de Arbo-dienst of, na voor zulk een onderzoek te zijn opgeroepen, zonder geldige reden niet verschijnt;
|
||||
b. zonder voldoende gronden nalaat zich onder geneeskundige behandeling te stellen of te blijven stellen, dan wel zich niet houdt aan de voorschriften die hem door de behandelende arts gegeven zijn, met dien verstande dat voorschriften tot het verlenen van medewerking aan een ingreep van heelkundige aard hierbij zijn uitgezonderd;
|
||||
c. zich zodanig gedraagt, dat zijn genezing wordt belemmerd of vertraagd;
|
||||
d. tijdens de ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte arbeid voor zichzelf of voor derden verricht, tenzij dit door de Arbo-dienst in het belang van zijn genezing wenselijk wordt geacht;
|
||||
e. in gebreke blijft op het door de Arbo-dienst bepaalde tijdstip en in de door deze dienst bepaalde mate zijn arbeid te hervatten, tenzij hij daarvoor een door deze dienst als geldig erkende reden heeft opgegeven;
|
||||
f. zonder deugdelijke grond weigert hem aangeboden passende arbeid, dan wel gangbare arbeid, waartoe de Arbo-dienst hem in staat acht, te aanvaarden.
|
||||
g. zonder deugdelijke grond weigert gevolg te geven aan door het bevoegd gezag of een door het bevoegd gezag aangewezen deskundige gegeven redelijke voorschriften of mee te werken aan door dat gezag of die deskundige getroffen maatregelen om hem in staat te stellen de eigen of andere passende arbeid te verrichten;
|
||||
h. zonder deugdelijke grond weigert mee te werken aan het opstellen, evalueren en bijstellen van een plan van aanpak als bedoeld in artikel 71a, tweede lid, van de WAO;
|
||||
i. zich niet houdt aan de ten aanzien van hem geldende regels met betrekking tot de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de verzuimbegeleiding en de arbeidsgezondheidskundige begeleiding en de daarbij in acht te nemen procedure;
|
||||
j. voor de betaling van de bezoldiging of de bovenwettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering, weigert mededeling te doen van inkomsten uit arbeid die hij heeft in verband met het verrichten van door de Arbo-dienst in het belang van zijn genezing wenselijk geachte arbeid voor zichzelf of voor derden;
|
||||
k. niet onverwijld op verzoek of uit eigen beweging alle feiten en omstandigheden meedeelt, waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat zij van invloed kunnen zijn op het recht of op de hoogte van een aan hem toegekende arbeidsongeschiktheidsuitkering;
|
||||
l. zijn medewerking weigert bij de doelmatige uitvoering van de bepalingen van dit hoofdstuk.
|
||||
|
||||
**3.** De aanspraak op betaling van bezoldiging als bedoeld in artikel 59, kan geheel of ten dele vervallen worden verklaard, indien de ambtenaar de voorschriften overtreedt die ter zake van afwezigheid wegens ziekte zijn vastgesteld.
|
||||
|
||||
**4.** De ambtenaar kan aan een onderzoek vanwege de Arbo-dienst worden onderworpen ter beantwoording van de vraag of zich een omstandigheid voordoet als bedoeld in het eerste of tweede lid, onderdeel b of c, van dit artikel. De ambtenaar is gehouden aan een zodanig onderzoek zijn medewerking te verlenen.
|
||||
|
||||
**5.** Het in het achtste lid bedoelde verplichtingen- en sanctieregime is van overeenkomstige toepassing indien de ambtenaar bij doorbetaling van bezoldiging tijdens ziekte of arbeidsongeschiktheid de in dat lid bedoelde aanspraak niet had kunnen hebben.
|
||||
|
||||
**6.** In de gevallen, bedoeld in het eerste, tweede of derde lid, kan Onze Minister op grond van bijzondere omstandigheden bepalen, dat het bedrag van de niet uitbetaalde bezoldiging geheel of ten dele aan anderen dan aan de ambtenaar zal worden uitbetaald. Ingeval Onze Minister van deze bevoegdheid geen gebruik heeft gemaakt, wordt de niet uitbetaalde bezoldiging alsnog aan de ambtenaar uitbetaald, indien de in artikel 57, tweede lid, bedoelde commissie van artsen te zijnen gunste heeft geoordeeld.
|
||||
|
||||
**7.** Indien de ambtenaar recht heeft op een uitkering op grond van een werknemersverzekering of de Wet arbeid en zorg, is in plaats van het eerste tot en met vierde lid het verplichtingen- en sanctieregime van de desbetreffende wet op hem van toepassing.
|
||||
|
||||
**8.** Indien ten aanzien van de uitkering die de ambtenaar geniet op grond van een werknemersverzekering of de Wet arbeid en zorg een verplichting wordt opgelegd of een sanctie wordt toegepast, wordt door het bevoegd gezag zoveel mogelijk dezelfde verplichting opgelegd, dan wel een overeenkomende sanctie toegepast, op het bedrag waarop de ambtenaar recht heeft ingevolge artikel 59, eerste lid, na toepassing van artikel 59a, eerste lid.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Paragraaf 5. Bezoldiging of uitkering wegens ziekte of arbeidsongeschiktheid na beëindiging van de dienstbetrekking
|
||||
|
||||
|
|
@ -1456,11 +1316,11 @@ Indien de bevalling niet wordt verwacht binnen vier maanden na de datum van beë
|
|||
|
||||
**6.** Ongeschikt tot het verrichten van haar arbeid, geheel of gedeeltelijk, in de zin van het vijfde lid is de ambtenaar die als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte of gebreken geheel of gedeeltelijk niet in staat is om met arbeid te verdienen, hetgeen gezonde personen met soortgelijke opleiding en ervaring, ter plaatse waar zij arbeid verricht of het laatst heeft verricht, of in de omgeving daarvan, met arbeid gewoonlijk verdienen. Onder eerstgenoemde arbeid wordt verstaan gangbare arbeid.
|
||||
|
||||
**7.** Na het overlijden van de gewezen ambtenaar, die op de dag van zijn overlijden in het genot was van doorbetaling van zijn laatstelijk genoten bezoldiging, wordt aan de in artikel 127 bedoelde personen en met overeenkomstige toepassing van dat artikel een bedrag uitgekeerd, gelijk aan de bezoldiging welke de gewezen ambtenaar op de dag van zijn overlijden genoot, berekend over een tijdvak van drie maanden. Op deze uitkering worden in mindering gebracht het bedrag van de uitkering ingevolge artikel 35 van de ZW, dan wel artikel 53 van de WAO en naar aard en strekking daarmee overeenkomende uitkeringen.
|
||||
**7.** Na het overlijden van de gewezen ambtenaar, die op de dag van zijn overlijden in het genot was van doorbetaling van zijn laatstelijk genoten bezoldiging, wordt aan de in artikel 52, tweede lid, van het Inkomstenbesluit burgerlijke ambtenaren defensie bedoelde personen en met overeenkomstige toepassing van dat artikel een bedrag uitgekeerd, gelijk aan de bezoldiging welke de gewezen ambtenaar op de dag van zijn overlijden genoot, berekend over een tijdvak van drie maanden. Op deze uitkering worden in mindering gebracht het bedrag van de uitkering ingevolge artikel 35 van de ZW, dan wel artikel 53 van de WAO en naar aard en strekking daarmee overeenkomende uitkeringen.
|
||||
|
||||
**8.** Het bedrag van de laatstelijk genoten bezoldiging, bedoeld in het eerste tot en met zevende lid, wordt in voorkomende gevallen gewijzigd overeenkomstig een algemene salariswijziging.
|
||||
|
||||
**9.** Indien de gewezen ambtenaar ter zake van de betrekking waaruit het recht op doorbetaling van zijn laatstgenoten bezoldiging voortvloeit, recht heeft op een uitkering op grond van een werknemersverzekering, een uitkering op basis van hoofdstuk 3 van de Wet arbeid en zorg, dan wel een bovenwettelijke uitkering wegens onvrijwillige werkloosheid, wordt het bedrag van die uitkering in mindering gebracht op het bedrag waarop hij ingevolge dit artikel recht heeft. Artikel 59a is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**9.** Indien de gewezen ambtenaar ter zake van de betrekking waaruit het recht op doorbetaling van zijn laatstgenoten bezoldiging voortvloeit, recht heeft op een uitkering op grond van een werknemersverzekering, een uitkering op basis van hoofdstuk 3 van de Wet arbeid en zorg, dan wel een bovenwettelijke uitkering wegens onvrijwillige werkloosheid, wordt het bedrag van die uitkering in mindering gebracht op het bedrag waarop hij ingevolge dit artikel recht heeft. Artikel 27 van het Inkomstenbesluit burgerlijke ambtenaren defensie is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**10.** Inkomsten uit of in verband met arbeid of bedrijf, anders dan bedoeld in het negende lid, worden op het bedrag waarop de gewezen ambtenaar ingevolge dit artikel recht heeft in mindering gebracht.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1470,7 +1330,7 @@ Indien de bevalling niet wordt verwacht binnen vier maanden na de datum van beë
|
|||
|
||||
**13.** De gewezen ambtenaar die ingevolge dit artikel aanspraak heeft op doorbetaling van bezoldiging, heeft eveneens aanspraak op vakantie-uitkering overeenkomstig het bepaalde in hoofdstuk 5 van het Bezoldigingsbesluit burgerlijke ambtenaren defensie.
|
||||
|
||||
**14.** In de gevallen, bedoeld in dit artikel, zijn de artikelen 56, 57, en 61a, van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**14.** In de gevallen, bedoeld in dit artikel, zijn de artikelen 56, 57, en artikel 29 van het Inkomstenbesluit burgerlijke ambtenaren defensie, van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 6. Bijzondere voorzieningen
|
||||
|
||||
|
|
@ -1530,13 +1390,11 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 67
|
||||
|
||||
**1.** Voor de toepassing van dit hoofdstuk is - in geval de ambtenaar in het genot is van een toelage als bedoeld in artikel 15, dan wel artikel 18 van het het Bezoldigingsbesluit burgerlijke ambtenaren defensie - met betrekking tot de vaststelling van dit bezoldigingsdeel, het derde, respectievelijk vierde lid van artikel 22 van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**2.** Indien ook voor het overige de bezoldiging niet in een vast bedrag per maand kan worden uitgedrukt, wordt gerekend met het bedrag dat gemiddeld per maand is toegekend in de drie kalendermaanden voorafgaande aan het tijdstip waarop de verhindering tot dienstverrichting is ontstaan. Voor zover de ambtenaar op evenbedoeld tijdstip nog geen drie kalendermaanden in dienst is geweest, wordt gerekend met het bedrag dat hem gemiddeld aan bezoldiging per maand is toegekend over het tijdvak waarin hij voor het ontstaan van de verhindering in dienst is geweest.
|
||||
Voor de toepassing van dit hoofdstuk is, voor de berekening van de bezoldiging, artikel 30 van het Inkomstenbesluit burgerlijke ambtenaren defensie van toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 69
|
||||
|
||||
Met uitzondering van paragraaf 1 en van artikel 64 is het bepaalde in dit hoofdstuk niet van toepassing op de ambtenaar die geen deelnemer is in de zin van het pensioenreglement. In geval van ziekte ontvangt hij tijdens de duur van zijn dienstverband op een hem op grond van de Ziektewet of WAO toegekende uitkering een aanvulling tot zijn bezoldiging. Indien de ambtenaar wegens ziekte ongeschikt is voor de uitoefening van zijn dienstbetrekking, ontvangt hij gedurende de eerste 18 maanden van die ongeschiktheid 100% en daarna tot aan het einde van zijn betrekking 80% van zijn bezoldiging, nadat daarop de uitkering ingevolge de ZW of de WAO in mindering is gebracht. Op die vermindering zijn de artikelen 59a en 61 van overeenkomstige toepassing.
|
||||
Met uitzondering van paragraaf 1 en van artikel 64 is het bepaalde in dit hoofdstuk niet van toepassing op de ambtenaar die geen deelnemer is in de zin van het pensioenreglement. In geval van ziekte ontvangt hij tijdens de duur van zijn dienstverband op een hem op grond van de Ziektewet of WAO toegekende uitkering een aanvulling tot zijn bezoldiging. Indien de ambtenaar wegens ziekte ongeschikt is voor de uitoefening van zijn dienstbetrekking, ontvangt hij gedurende de eerste 18 maanden van die ongeschiktheid 100% en daarna tot aan het einde van zijn betrekking 80% van zijn bezoldiging, nadat daarop de uitkering ingevolge de ZW of de WAO in mindering is gebracht. Op die vermindering zijn de artikelen 27 en 29 van het Inkomstenbesluit burgerlijke ambtenaren defensie van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 7. Overige rechten en verplichtingen
|
||||
|
||||
|
|
@ -1668,9 +1526,7 @@ De ambtenaar heeft recht op vergoeding van reis- en verblijfkosten wegens dienst
|
|||
|
||||
### Artikel 88
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister kan naar billijkheid de ambtenaar schadeloos stellen, kosten vergoeden of overigens een geldelijke tegemoetkoming verlenen.
|
||||
|
||||
**2.** Onze Minister is bevoegd omtrent schadeloosstelling, kostenvergoedingen en overige geldelijke tegemoetkomingen aan groepen van ambtenaren regels te geven.
|
||||
Onze Minister kan de ambtenaar naar billijkheid schadeloos stellen voor schaden anders dan bedoeld in artikel 62 van het Inkomstenbesluit burgerlijke ambtenaren defensie en is bevoegd hieromtrent voor groepen van ambtenaren regels te geven.
|
||||
|
||||
### Artikel 89
|
||||
|
||||
|
|
@ -1916,7 +1772,7 @@ a. drie maanden, indien de ambtenaar ten tijde van de opzegging laatstelijk tenm
|
|||
b. twee maanden, indien de ambtenaar ten tijde van de opzegging laatstelijk ten minste zes maanden doch korter dan twaalf maanden onafgebroken in dienst is geweest;
|
||||
c. één maand, indien de ambtenaar ten tijde van de opzegging laatstelijk korter dan zes maanden onafgebroken in dienst is geweest.
|
||||
|
||||
**3.** Opzegging als bedoeld in het tweede lid kan niet geschieden gedurende de zwangerschap van de vrouwelijke ambtenaar, noch gedurende het verlof genoemd in artikel 66, derde lid, noch – indien zij haar dienst heeft hervat – gedurende een periode van zes weken volgend op dat verlof. Het bevoegd gezag kan ter staving van de zwangerschap een verklaring van een arts of van een verloskundige verlangen.
|
||||
**3.** Opzegging als bedoeld in het tweede lid kan niet geschieden gedurende de zwangerschap van de vrouwelijke ambtenaar, noch gedurende het verlof op grond van artikel 3:1 van de Wet arbeid en zorg, noch – indien zij haar dienst heeft hervat – gedurende een periode van zes weken volgend op dat verlof. Het bevoegd gezag kan ter staving van de zwangerschap een verklaring van een arts of van een verloskundige verlangen.
|
||||
|
||||
**4.** Opzegging als bedoeld in het tweede lid kan niet geschieden wegens de omstandigheid dat de ambtenaar in of buiten rechte een beroep heeft gedaan op het beginsel van gelijke behandeling van mannen en vrouwen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1962,7 +1818,7 @@ d. zij die het geringste aantal jaren in overheidsdienst hebben doorgebracht. Vo
|
|||
|
||||
**2.** Tenzij artikel 53, eerste lid van toepassing is, wordt eervol ontslag eveneens verleend aan de ambtenaar die na afloop van het verlof, verleend met toepassing van artikel 50 danwel van artikel 52, eerste lid, naar het oordeel van het bevoegd gezag niet in actieve dienst kan worden hersteld.
|
||||
|
||||
**3.** Het eerste lid vindt eveneens toepassing voor de ambtenaar die ophoudt de functie te bekleden, bedoeld in artikel 21, derde lid.
|
||||
**3.** Het eerste lid vindt eveneens toepassing voor de ambtenaar die ophoudt de functie van substituut-ombudsman te bekleden.
|
||||
|
||||
### Artikel 118
|
||||
|
||||
|
|
@ -2167,9 +2023,7 @@ a. opleiding
|
|||
|
||||
1°. de door Onze Minister aangewezen opleiding, die aansluitend aan de indiensttreding wordt gevolgd;
|
||||
2°. de assistentopleiding en de basisberoepsopleiding, bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid, onder *a* en *b*, van de Wet educatie en beroepsonderwijs;
|
||||
b. deelnemer: de ambtenaar die minder dan twaalf maanden achtereen is bezoldigd volgens het Bezoldigingsbesluit burgerlijke ambtenaren defensie en die deelneemt aan de opleiding.
|
||||
|
||||
|
||||
b. deelnemer: de ambtenaar die minder dan twaalf maanden achtereen is bezoldigd volgens Inkomstenbesluit burgerlijke ambtenaren defensie en die deelneemt aan de opleiding.
|
||||
|
||||
### Artikel 162
|
||||
|
||||
|
|
@ -2187,7 +2041,7 @@ In de akte van aanstelling van de ambtenaar die een opleiding dient te volgen, w
|
|||
|
||||
### Artikel 166
|
||||
|
||||
Aan de deelnemer wordt voor de uren die zijn bestemd voor het volgen van de opleiding een salaris in de zin van het Bezoldigingsbesluit burgerlijke ambtenaren defensie toegekend.
|
||||
Aan de deelnemer wordt voor de uren die zijn bestemd voor het volgen van de opleiding een salaris in de zin van Inkomstenbesluit burgerlijke ambtenaren defensie toegekend.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 13. Slot- en overgangsbepalingen
|
||||
|
||||
|
|
@ -2197,7 +2051,7 @@ Voor zoveel voor ambtenaren nadere regels ter uitwerking of aanvulling van de be
|
|||
|
||||
### Artikel 168a
|
||||
|
||||
Van de bevoegdheid tot het vaststellen van ministeriële regelingen als bedoeld in de hoofdstukken 4, 5 en 7 kan mandaat worden verleend aan de directeur-generaal personeel en materieel van het Ministerie van Defensie.
|
||||
Van de bevoegdheid tot het vaststellen van ministeriële regelingen als bedoeld in de hoofdstukken 4, 5 en 7 kan mandaat worden verleend aan de hoofddirecteur personeel van het Ministerie van Defensie.
|
||||
|
||||
### Artikel 169
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue