2008-07-01 | BWBR0005360 | Uitvoeringsbesluit accijns
This commit is contained in:
parent
ed3c7d6c9d
commit
1793c06f68
1 changed files with 56 additions and 62 deletions
|
|
@ -28,28 +28,48 @@ citeertitel: Uitvoeringsbesluit accijns
|
|||
|
||||
**2.** Het geleidedocument wordt opgemaakt door de vergunninghouder van de accijnsgoederenplaats van waaruit de accijnsgoederen worden overgebracht.
|
||||
|
||||
**3.** Het geleidedocument of een afschrift daarvan dient binnen één maand na de aanvang van de overbrenging van de goederen te zijn terugontvangen door de vergunninghouder van de accijnsgoederenplaats van waaruit de accijnsgoederen zijn overgebracht, voorzien van een verklaring van de vergunninghouder van de accijnsgoederenplaats waarnaar de accijnsgoederen zijn overgebracht dat de accijnsgoederen hun bestemming hebben bereikt en in de administratie van zijn accijnsgoederenplaats zijn opgenomen.
|
||||
**3.** Het derde exemplaar van het geleidedocument moet binnen één maand na de datum van verzending van de accijnsgoederen zijn terugontvangen door de vergunninghouder van de accijnsgoederenplaats van waaruit de accijnsgoederen zijn overgebracht, voorzien van een verklaring van de vergunninghouder van de accijnsgoederenplaats waarnaar de accijnsgoederen zijn overgebracht dat de accijnsgoederen hun bestemming hebben bereikt en in de administratie van zijn accijnsgoederenplaats zijn opgenomen.
|
||||
|
||||
**4.** De vergunninghouder van de accijnsgoederenplaats waarnaar de accijnsgoederen zijn overgebracht, draagt zorg voor de terugzending van het in het derde lid bedoelde geleidedocument of van een afschrift daarvan.
|
||||
**4.** De vergunninghouder van de accijnsgoederenplaats waarnaar de accijnsgoederen zijn overgebracht, draagt zorg voor de terugzending van het in het derde lid bedoelde exemplaar van het geleidedocument.
|
||||
|
||||
**5.**
|
||||
|
||||
Het geleidedocument als bedoeld in het eerste lid kan op verzoek achterwege blijven indien:
|
||||
|
||||
a. de vergunninghouder van de accijnsgoederenplaats van waaruit de accijnsgoederen worden overgebracht beschikt over een administratie waarin deze overbrengingen afzonderlijk worden bijgehouden en waaruit naar het oordeel van de inspecteur de overbrengingen op overzichtelijke wijze zijn af te lezen; en
|
||||
b. de vergunninghouder van de accijnsgoederenplaats van waaruit de accijnsgoederen worden overgebracht bij zijn aangifte opgave doet van de door hem in het tijdvak waarover aangifte wordt gedaan zonder geleidedocument overgebrachte accijnsgoederen.
|
||||
**5.** Indien het in het derde lid bedoelde exemplaar van het geleidedocument niet wordt terugontvangen voorzien van de in het derde lid bedoelde verklaring, stelt de vergunninghouder van de accijnsgoederenplaats van waaruit de accijnsgoederen zijn overgebracht, de inspecteur daarvan in kennis uiterlijk binnen twee maanden na de datum van verzending van de accijnsgoederen.
|
||||
|
||||
**6.**
|
||||
|
||||
In de opgave als bedoeld in het vijfde lid, onderdeel *b*, worden per overbrenging vermeld:
|
||||
Het geleidedocument, bedoeld in het eerste lid, kan op verzoek achterwege blijven indien:
|
||||
|
||||
a. zowel de vergunninghouder van de accijnsgoederenplaats van waaruit de accijnsgoederen worden overgebracht, als de vergunninghouder van de accijnsgoederenplaats waarnaar de accijnsgoederen worden overgebracht, beschikt over een administratie waarin deze overbrengingen afzonderlijk worden bijgehouden en waaruit naar het oordeel van de inspecteur de overbrengingen op overzichtelijke wijze zijn af te lezen;
|
||||
b. gebruik wordt gemaakt van een maandverklaring, waarin de vergunninghouder van de accijnsgoederenplaats van waaruit de accijnsgoederen worden overgebracht opgave doet van de door hem in een kalendermaand zonder geleidedocument naar een andere accijnsgoederenplaats overgebrachte accijnsgoederen; en
|
||||
c. de maandverklaring na afloop van een kalendermaand wordt verstrekt aan elke vergunninghouder van een accijnsgoederenplaats waarnaar in die kalendermaand accijnsgoederen zijn overgebracht.
|
||||
|
||||
**7.** De toestemming voor toepassing van het zesde lid wordt opgenomen in de vergunning voor beide in het zesde lid bedoelde accijnsgoederenplaatsen. Op de toestemming zijn de artikelen 43 tot en met 50 van de wet van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**8.**
|
||||
|
||||
De administratie van de in het zesde lid bedoelde vergunninghouder van de accijnsgoederenplaats van waaruit de accijnsgoederen worden overgebracht bevat in ieder geval:
|
||||
|
||||
a. de naam, het adres en het vergunningnummer van de vergunninghouder van de accijnsgoederenplaats waarnaar de accijnsgoederen zijn overgebracht;
|
||||
b. de soort, de hoeveelheid en de voor de accijnsheffing van belang zijnde samenstelling van de accijnsgoederen; en
|
||||
c. de datum waarop de overbrenging van de accijnsgoederen is aangevangen.
|
||||
b. de soort, de hoeveelheid en de voor de accijnsheffing van belang zijnde samenstelling van de accijnsgoederen;
|
||||
c. de datum van verzending van de accijnsgoederen; en
|
||||
d. per overbrenging het nummer van de maandverklaring waarin die overbrenging is begrepen.
|
||||
|
||||
**7.** Indien met inachtneming van het vijfde en zesde lid zonder geleidedocument overgebrachte accijnsgoederen de opgegeven bestemming niet binnen één maand na de aanvang van de overbrenging blijken te hebben bereikt, worden zij aangemerkt als te zijn uitgeslagen uit de accijnsgoederenplaats van waaruit de overbrenging is aangevangen.
|
||||
**9.**
|
||||
|
||||
**8.** De toestemming voor toepassing van het vijfde lid wordt opgenomen in de vergunning voor de accijnsgoederenplaats van waaruit de accijnsgoederen worden overgebracht. Op de toestemming zijn de artikelen 48, onderdelen a, c, d, e en f, 49 en 50 van de wet van overeenkomstige toepassing.
|
||||
De administratie van de in het zesde lid bedoelde vergunninghouder van de accijnsgoederenplaats waarnaar de accijnsgoederen worden overgebracht, bevat in ieder geval:
|
||||
|
||||
a. de naam, het adres en het vergunningnummer van de vergunninghouder van de accijnsgoederenplaats van waaruit de accijnsgoederen zijn overgebracht;
|
||||
b. de soort, de hoeveelheid en de voor de accijnsheffing van belang zijnde samenstelling van de accijnsgoederen;
|
||||
c. de datum van verzending van de accijnsgoederen;
|
||||
d. de datum waarop de accijnsgoederen zijn ontvangen; en
|
||||
e. per overbrenging het nummer van de maandverklaring waarin die overbrenging is begrepen.
|
||||
|
||||
**10.** De vergunninghouder van de accijnsgoederenplaats waarnaar de accijnsgoederen zijn overgebracht, draagt zorg voor de terugzending van de in het zesde lid bedoelde maandverklaring.
|
||||
|
||||
**11.** De in het zesde lid bedoelde maandverklaring moet binnen één maand na de maand waarop de maandverklaring betrekking heeft zijn terugontvangen door de vergunninghouder van de accijnsgoederenplaats van waaruit de accijnsgoederen zijn overgebracht, voorzien van een verklaring van de vergunninghouder van de accijnsgoederenplaats waarnaar de accijnsgoederen zijn overgebracht, dat de accijnsgoederen hun bestemming hebben bereikt en in de administratie van zijn accijnsgoederenplaats zijn opgenomen.
|
||||
|
||||
**12.** Indien de maandverklaring niet wordt terugontvangen voorzien van de in het elfde lid bedoelde verklaring, stelt de vergunninghouder van de accijnsgoederenplaats van waaruit de accijnsgoederen zijn overgebracht de inspecteur daarvan onverwijld in kennis, maar uiterlijk binnen één week na afloop van de maand waarin de maandverklaring door hem moet zijn terugontvangen.
|
||||
|
||||
**13.** Bij toepassing van het zesde lid is artikel 34 van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 2a
|
||||
|
||||
|
|
@ -117,9 +137,9 @@ b. indien het een accijnsgoed betreft dat vanuit een accijnsgoederenplaats geleg
|
|||
|
||||
### Artikel 3a
|
||||
|
||||
**1.** Het brengen, bedoeld in artikel 2*a*, tweede lid, van de wet, van een accijnsgoed vanuit een belastingentrepot naar een in Nederland gevestigd geregistreerd bedrijf of naar een niet-geregistreerd bedrijf dient, behoudens in de gevallen waarin dit brengen geschiedt met toepassing van de communautaire douaneregeling douanevervoer, te kunnen worden aangetoond met een geleidedocument.
|
||||
**1.** Het brengen, bedoeld in artikel 2a, tweede lid, van de wet, van een accijnsgoed vanuit een belastingentrepot naar een in Nederland gevestigd geregistreerd bedrijf of naar een niet-geregistreerd bedrijf dient, behoudens in de gevallen waarin dit brengen geschiedt met toepassing van de communautaire douaneregeling douanevervoer, te kunnen worden aangetoond met een geleidedocument.
|
||||
|
||||
**2.** De vergunninghouder van het in het eerste lid bedoelde geregistreerde bedrijf of niet-geregistreerde bedrijf legt het derde en vierde exemplaar van het geleidedocument, voorzien van de in het derde lid bedoelde vermeldingen, ter visering over bij de in artikel 53*a* van de wet bedoelde aangifte. Na het doen van aangifte draagt hij zorg voor terugzending van het derde exemplaar van het geleidedocument, en wel uiterlijk binnen twee weken na afloop van de maand waarin de accijnsgoederen door hem zijn ontvangen. Het vierde exemplaar van het geleidedocument is bestemd voor de inspecteur.
|
||||
**2.** De vergunninghouder van het in het eerste lid bedoelde geregistreerde bedrijf of niet-geregistreerde bedrijf legt, uiterlijk op het in artikel 53a, tweede lid, onderscheidenlijk artikel 53a, eerste lid, van de wet bedoelde tijdstip, het derde en het vierde exemplaar van het geleidedocument, voorzien van de in het derde lid bedoelde vermeldingen, ter visering over aan de inspecteur. Na visering door de inspecteur draagt hij zorg voor terugzending van het derde exemplaar van het geleidedocument, en wel uiterlijk binnen twee weken na afloop van de maand waarin de accijnsgoederen door hem zijn ontvangen. Het vierde exemplaar van het geleidedocument is bestemd voor de inspecteur.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -132,7 +152,7 @@ d. de geautoriseerde handtekening van de vergunninghouder.
|
|||
|
||||
**4.** Het vierde exemplaar van het geleidedocument dient door de in het tweede lid bedoelde vergunninghouder te worden voorzien van de in het derde lid, onderdelen b, c en d, bedoelde vermeldingen.
|
||||
|
||||
**5.** Indien het brengen, bedoeld in artikel 2*a*, tweede lid, van de wet, van een accijnsgoed vanuit een belastingentrepot naar een in Nederland gevestigd geregistreerd bedrijf of naar een niet-geregistreerd bedrijf geschiedt met toepassing van de communautaire douaneregeling douanevervoer, kan dit brengen worden aangetoond door middel van de ter zake aanvaarde aangifte voor douanevervoer.
|
||||
**5.** Indien het brengen, bedoeld in artikel 2a, tweede lid, van de wet, van een accijnsgoed vanuit een belastingentrepot naar een in Nederland gevestigd geregistreerd bedrijf of naar een niet-geregistreerd bedrijf geschiedt met toepassing van de communautaire douaneregeling douanevervoer, kan dit brengen worden aangetoond door middel van de ter zake aanvaarde aangifte voor douanevervoer.
|
||||
|
||||
### Artikel 3b
|
||||
|
||||
|
|
@ -231,8 +251,6 @@ Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld met betrekking tot het g
|
|||
|
||||
**5.** In de energiebalans worden opgenomen de binnen de produktielokatie opgewekte hoeveelheid energie en de hoeveelheid en de soort van de daartoe aangewende brandstoffen, alsmede de hoeveelheid afgegeven energie en alle produktie-eenheden waaraan de energie is afgegeven, onderscheiden in die waarin in enigszins betekenende mate minerale oliën worden vervaardigd en andere produktie-eenheden.
|
||||
|
||||
**6.** Van het in het eerste lid bedoelde verbruik van minerale oliën dient opgave te worden gedaan bij de aangifte van de in een tijdvak verschuldigde accijns.
|
||||
|
||||
### Afdeling 3. Ontheffing algemene verbodsbepalingen
|
||||
|
||||
### Artikel 7
|
||||
|
|
@ -346,9 +364,9 @@ b. de door hem aan zijn opdrachtgever uitgereikte facturen.
|
|||
|
||||
**1.** Het bepaalde in artikel 51, tweede lid, van de wet vindt uitsluitend toepassing met betrekking tot minerale oliën die zijn uitgeslagen uit een accijnsgoederenplaats op basis van een schriftelijke opdracht van een vergunninghouder van een andere accijnsgoederenplaats voor minerale oliën.
|
||||
|
||||
**2.** De vergunninghouder in wiens opdracht de uitslag heeft plaatsgevonden doet bij de aangifte van de in een tijdvak verschuldigde accijns opgave van de accijnsgoederenplaats waaruit de uitslag heeft plaatsgevonden, van de naam van de vergunninghouder van de desbetreffende accijnsgoederenplaats en van het nummer van de vergunning van die vergunninghouder.
|
||||
**2.** De vergunninghouder in wiens opdracht de uitslag heeft plaatsgevonden maakt in zijn administratie aantekening van de accijnsgoederenplaats waaruit de uitslag heeft plaatsgevonden, van de naam van de vergunninghouder van de desbetreffende accijnsgoederenplaats en van het nummer van de vergunning van die vergunninghouder.
|
||||
|
||||
**3.** De vergunninghouder van de accijnsgoederenplaats waaruit minerale oliën zijn uitgeslagen doet bij de aangifte van de in een tijdvak verschuldigde accijns opgave van die uitslag, van de naam van de vergunninghouder van de accijnsgoederenplaats in wiens opdracht de accijnsgoederen zijn uitgeslagen en van het nummer van de vergunning van die vergunninghouder.
|
||||
**3.** De vergunninghouder van de accijnsgoederenplaats waaruit minerale oliën zijn uitgeslagen maakt in zijn administratie aantekening van die uitslag, van de naam van de vergunninghouder van de accijnsgoederenplaats in wiens opdracht de accijnsgoederen zijn uitgeslagen en van het nummer van de vergunning van die vergunninghouder.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk IV. Vrijstellingen en teruggaven
|
||||
|
||||
|
|
@ -461,11 +479,14 @@ d. een exemplaar op overzichtelijke wijze wordt bewaard bij de administratie van
|
|||
|
||||
### Artikel 22
|
||||
|
||||
**1.** Vrijstelling van accijns ter zake van de uitslag en de invoer van minerale oliën, andere dan koolwaterstoffen, die zijn bestemd voor gebruik, worden aangeboden voor verkoop of worden gebruikt voor verwarmingsdoeleinden, wordt verleend indien degene die de minerale oliën gebruikt voor verwarmingsdoeleinden aan de vergunninghouder van de accijnsgoederenplaats een schriftelijke verklaring in tweevoud heeft verstrekt waarin hij vermeldt dat de aan hem te leveren accijnsgoederen worden gebruikt voor deze doeleinden dan wel, in geval van invoer, deze verklaring in tweevoud wordt overgelegd bij de aangifte tot plaatsing onder de douaneregeling vrij verkeer.
|
||||
Vrijstelling van accijns ter zake van de uitslag en de invoer van minerale oliën, andere dan koolwaterstoffen, die zijn bestemd voor gebruik, worden aangeboden voor verkoop of worden gebruikt voor verwarmingsdoeleinden, wordt verleend, indien:
|
||||
|
||||
**2.** In de in het eerste lid bedoelde verklaring wordt tevens de plaats vermeld waar het gebruik zal plaatsvinden.
|
||||
|
||||
**3.** Artikel 19, tweede tot en met vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
a. degene die de minerale oliën gebruikt verklaart dat de aan hem te leveren minerale oliën worden gebruikt voor het in de aanhef bedoelde gebruik;
|
||||
b. in de verklaring de plaats wordt vermeld waar het gebruik zal plaatsvinden;
|
||||
c. de verklaring in tweevoud geschiedt;
|
||||
d. de verklaring is verstrekt aan de vergunninghouder van de accijnsgoederenplaats in geval van uitslag, dan wel deze verklaring wordt overgelegd bij de aangifte tot plaatsing onder de douaneregeling in het vrije verkeer brengen in geval van invoer;
|
||||
e. degene die de minerale oliën gebruikt beide exemplaren van de verklaring ondertekent; en
|
||||
f. een exemplaar op overzichtelijke wijze wordt bewaard bij de administratie van de vergunninghouder van de accijnsgoederenplaats in geval van uitslag, dan wel bij de administratie van degene die de aangifte tot plaatsing onder de douaneregeling in het vrije verkeer brengen doet, in geval van invoer. Het andere exemplaar wordt op overzichtelijke wijze bewaard bij de administratie van degene die de minerale oliën gebruikt.
|
||||
|
||||
### Artikel 23
|
||||
|
||||
|
|
@ -513,41 +534,15 @@ d. een exemplaar van de verklaring op overzichtelijke wijze wordt bewaard bij de
|
|||
|
||||
### Artikel 26
|
||||
|
||||
**1.** Teruggaaf van accijns voor halfzware olie en gasolie die zijn belast naar het tarief als bedoeld in artikel 27, eerste lid, onderdeel *b*, van de wet en die voor andere doeleinden is gebruikt dan voor het op de weg aandrijven van motorrijtuigen, wordt, indien die oliën zijn gebruikt voor de aandrijving van in het derde lid aangewezen hulpapparatuur, verleend naar de in het vierde lid aangegeven maatstaven.
|
||||
|
||||
**2.** De teruggaaf wordt uitsluitend verleend indien de hulpapparatuur wordt aangedreven door de motor die dient voor de aandrijving van het motorrijtuig.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Als hulpapparatuur worden aangewezen:
|
||||
|
||||
a. pompen voor het laden en lossen van melk in en uit de motorrijtuigen of de daarmee verbonden aanhangwagens waarmee de melk wordt opgehaald bij de melkveehouder;
|
||||
b. pompen, andere dan die bedoeld in onderdeel *a*, en compressoren voor het laden en lossen van vloeibare stoffen in en uit de motorrijtuigen of de daarmee verbonden aanhangwagens waarmee zij worden vervoerd;
|
||||
c. compressoren voor het lossen van poeder- of korrelvormige stoffen uit de motorrijtuigen of de daarmee verbonden aanhangwagens waarmee zij worden vervoerd;
|
||||
d. betonmixers en betonpompmixers; en
|
||||
e. kraakpers- en draaitrommelinstallaties van huisvuilwagens.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
Voor de in het derde lid aangewezen hulpapparatuur bedraagt de hoeveelheid halfzware olie en gasolie waarvoor teruggaaf van accijns wordt verleend:
|
||||
|
||||
het derde lid:
|
||||
|
||||
- voor de in het derde lid, onderdeel *a*, aangewezen hulpapparatuur: 0,3 L per 1 000 kg vervoerde melk;
|
||||
- voor de in het derde lid, onderdeel *b*, aangewezen hulpapparatuur: 0,25 L per 1 000 kg vervoerde stoffen;
|
||||
- voor de in het derde lid, onderdeel *c*, aangewezen hulpapparatuur: 0,5 L per 1 000 kg vervoerde stoffen;
|
||||
- voor de in het derde lid, onderdeel *d*, aangewezen hulpapparatuur: 1,1 L per m^3 vervoerd beton voor betonmixers en 0,9 L per m^3 verpompt beton voor betonpompmixers;
|
||||
- voor de in het derde lid, onderdeel *e*, aangewezen hulpapparatuur: 50% onderscheidenlijk 60% van de totale hoeveelheid halfzware olie en gasolie gebruikt voor kraakperswagens onderscheidenlijk draaitrommelwagens.
|
||||
|
||||
**5.** De hoeveelheid halfzware olie en gasolie waarvoor aanspraak op teruggaaf wordt gemaakt dient uit de administratie te blijken. Tevens dient daaruit te blijken dat die hoeveelheid in Nederland is betrokken en gebruikt.
|
||||
|
||||
**6.** Bij het verzoek dient een berekening te worden overgelegd naar de onderscheidingen van het vierde lid.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 27
|
||||
|
||||
**1.** Teruggaaf van accijns voor halfzware olie en gasolie die zijn belast naar het tarief als bedoeld in artikel 27, eerste lid, onderdeel b, van de wet en die voor andere doeleinden is gebruikt dan voor het op de weg aandrijven van motorrijtuigen, wordt in andere gevallen dan bedoeld in artikel 26 verleend indien de belanghebbende vóór het gebruik aan de inspecteur aannemelijk maakt dat om technische of logistieke redenen geen halfzware olie of gasolie als bedoeld in artikel 27, derde lid, van de wet kan worden gebruikt.
|
||||
**1.** Teruggaaf van accijns voor halfzware olie en gasolie die zijn belast naar het tarief, bedoeld in artikel 27, eerste lid, onderdeel b, van de wet en die voor andere doeleinden zijn gebruikt dan voor het op de weg aandrijven van motorrijtuigen, wordt verleend indien de belanghebbende vóór het gebruik aan de inspecteur aannemelijk maakt dat om technische of logistieke redenen geen halfzware olie of gasolie als bedoeld in artikel 27, derde lid, van de wet kan worden gebruikt.
|
||||
|
||||
**2.** Artikel 26, vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**2.** Het eerste lid is niet van toepassing indien de halfzware olie of gasolie zich bevindt in de brandstoftank van een motorrijtuig, niet zijnde een motorrijtuig als bedoeld in artikel 40, en wordt gebruikt of medegebruikt voor de aandrijving van werktuigen, hulpapparatuur en installaties, die op of in het motorrijtuig zijn aangebracht.
|
||||
|
||||
**3.** De hoeveelheid halfzware olie en gasolie waarvoor aanspraak op teruggaaf wordt gemaakt, blijkt uit de administratie van belanghebbende. Tevens blijkt daaruit dat die hoeveelheid is gebruikt voor de doeleinden, bedoeld in het eerste lid, en in Nederland is betrokken.
|
||||
|
||||
### Artikel 27a
|
||||
|
||||
|
|
@ -610,7 +605,7 @@ b. de datum van aanvaarding van de aangifte door de ter zake bevoegde fiscale au
|
|||
|
||||
### Artikel 33
|
||||
|
||||
Bij een verzoek om teruggaaf van accijns dient steeds de aankoopfactuur van de desbetreffende accijnsgoederen te worden overgelegd.
|
||||
Behoudens in het in artikel 31, tweede lid, bedoelde geval, wordt bij een verzoek om teruggaaf van accijns steeds de aankoopfactuur van de desbetreffende accijnsgoederen overgelegd.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk IVA. Bijzondere regeling voor biobrandstoffen
|
||||
|
||||
|
|
@ -671,7 +666,7 @@ Van ruwe en van gedeeltelijk tot verbruik bereide tabak die wordt vervoerd moet
|
|||
|
||||
### Artikel 37
|
||||
|
||||
Met betrekking tot het verlenen, het aanpassen en het intrekken van op grond van dit besluit te verlenen vergunningen zijn de artikelen 45 tot en met 50 van de wet van overeenkomstige toepassing.
|
||||
Met betrekking tot het verlenen, het aanpassen en het intrekken van op grond van dit besluit te verlenen vergunningen zijn de artikelen 43 tot en met 50 van de wet van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 38
|
||||
|
||||
|
|
@ -682,9 +677,9 @@ b. communautaire accijnsgoederen als bedoeld in artikel 4, onderdeel 7, van het
|
|||
|
||||
### Artikel 39
|
||||
|
||||
**1.** De voor opslag bestemde inrichtingen van de vergunninghouder van een entrepot van het type E, bedoeld in artikel 525, tweede lid, onderdeel b, van de toepassingsverordening Communautair douanewetboek, kunnen voor de opslag van accijnsgoederen als accijnsgoederenplaats worden aangewezen.
|
||||
**1.** De voor opslag bestemde inrichtingen van de vergunninghouder van een entrepot van het type E of van het type C, bedoeld in artikel 525, tweede lid, onderdeel b, onderscheidenlijk onderdeel c, van de toepassingsverordening Communautair douanewetboek, kunnen voor de opslag van accijnsgoederen als accijnsgoederenplaats worden aangewezen.
|
||||
|
||||
**2.** Uit de administratie van de vergunninghouder voor de accijnsgoederenplaats en voor het in het eerste lid bedoelde entrepot dient op overzichtelijke wijze te blijken welke goederen in de accijnsgoederenplaats zijn opgeslagen en welke in het entrepot.
|
||||
**2.** Uit de administratie van de vergunninghouder voor de accijnsgoederenplaats en voor een entrepot als bedoeld in het eerste lid, blijkt op overzichtelijke wijze welke goederen in de accijnsgoederenplaats zijn opgeslagen en welke in het entrepot.
|
||||
|
||||
**3.** Met betrekking tot plaatsen waarvoor een vergunning is verleend als bedoeld in het eerste lid, wordt onder het in artikel 3, derde lid, onderdeel c, van de wet bedoelde brengen van accijnsgoederen die zijn geplaatst onder een communautaire douaneregeling vanuit het entrepot naar een accijnsgoederenplaats die voor dat soort accijnsgoederen als zodanig is aangewezen, mede verstaan het in de administratie overboeken van de goederen van het entrepot naar de accijnsgoederenplaats.
|
||||
|
||||
|
|
@ -714,8 +709,7 @@ Halfzware olie en gasolie die zijn voorzien van herkenningsmiddelen als bedoeld
|
|||
|
||||
a. waarvoor op grond van artikel 37, eerste lid, onderdeel a, onder 2° en 4° van de Wegenverkeerswet 1994 geen kenteken behoeft te zijn opgegeven;
|
||||
b. die zijn ingericht en uitsluitend worden gebezigd voor de aanleg en het onderhoud van wegen;
|
||||
c. die zijn ingericht voor het gebruik elders dan op wegen en uitsluitend worden gebruikt voor het landbouw- en bosbouwbedrijf; of
|
||||
d. die bestaan uit een chassis met een mechanisch werktuig en zich uitsluitend op de weg bevinden voor de verplaatsing naar een andere werkplek.
|
||||
c. die zijn ingericht voor het gebruik elders dan op wegen en uitsluitend worden gebruikt voor het landbouw- en bosbouwbedrijf.
|
||||
|
||||
### Afdeling 2. Tabaksprodukten
|
||||
|
||||
|
|
@ -731,7 +725,7 @@ d. die bestaan uit een chassis met een mechanisch werktuig en zich uitsluitend o
|
|||
|
||||
Strafbare feiten zijn:
|
||||
|
||||
a. het nalaten te voldoen aan een in de artikelen 2, vierde, vijfde en zesde lid, 2a, vijfde lid, 2b, eerste en derde lid, 3, zesde lid, 3a, tweede, derde en vierde lid, 3b, derde lid, 3c, tweede, derde en vierde lid, 8, 9a, 9b, 9c, 9d, 9e, 19, 19a, 21a, 34, eerste lid, en 34a opgenomen verplichting en een op grond van artikel 9 opgelegde verplichting;
|
||||
a. het nalaten te voldoen aan een in de artikelen 2, vierde, vijfde, zesde, achtste, negende, tiende en twaalfde lid, 2a, vijfde lid, 2b, eerste en derde lid, 3, derde en zesde lid, 3a, tweede, derde en vierde lid, 3b, derde lid, 3c, tweede, derde en vierde lid, 8, 9a, 9b, 9c, 9d, 9e, 19, 19a, 21a, 34, eerste lid, en 34a opgenomen verplichting en een op grond van artikel 9 opgelegde verplichting;
|
||||
b. het in strijd met artikel 34 vervoeren of voorhanden hebben van accijnsgoederen, andere dan tabaksprodukten die zijn voorzien van de wettelijk voorgeschreven accijnszegels, zonder bescheid aan de hand waarvan de herkomst kan worden aangetoond;
|
||||
c. het in strijd met artikel 35 vervoeren van ruwe en van gedeeltelijk tot verbruik bereide tabak zonder bescheiden aan de hand waarvan de herkomst kan worden aangetoond;
|
||||
d. het drijven van handel in ruwe of in gedeeltelijk tot verbruik bereide tabak zonder een daartoe strekkende vergunning;
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue