2004-11-07 | BWBR0017171 | Verordening fokken van TSE-ongevoelige schapen (PVV) 2004

This commit is contained in:
Coornhert 2004-11-07 12:00:00 +00:00
parent 96279ef577
commit 17a29cea8d

View file

@ -42,16 +42,15 @@ In deze verordening wordt verstaan onder:
Het in artikel 2, tweede lid, bedoelde certificaat wordt afgegeven, indien:
a. a.
erfelijkheidsonderzoek heeft aangetoond dat de ram TSE-ongevoelig is,
b. b.
naar genoegen van de voorzitter is gebleken dat de ram afstamt van een ram en een ooi, waarvan op grond van een erfelijkheidsonderzoek is vastgesteld dat zij TSE-ongevoelig zijn of
c. c.
erfelijkheidsonderzoek heeft aangetoond dat de ram TSE-semi-ongevoelig of TSE-gevoelig is en de ram behoort tot een ras met een lage frequentie aan ARR-allel mits het betreffende ras als zeldzaam ras is opgenomen in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 445/2002 van de Commissie van de Europese Unie van 26 februari 2002 (PbEU L 074) tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 1257/1999 van de Raad inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw (EOGFL), of de ram staat ingeschreven in een op grond van het Fokkerijbesluit erkend stamboek en het fokken geschiedt binnen hetzelfde ras of stamboek.
a. erfelijkheidsonderzoek heeft aangetoond dat de ram TSE-ongevoelig is,
b. naar genoegen van de voorzitter is gebleken dat de ram afstamt van een ram en een ooi, waarvan op grond van een erfelijkheidsonderzoek is vastgesteld dat zij TSE-ongevoelig zijn of
c. erfelijkheidsonderzoek heeft aangetoond dat de ram TSE-semi-ongevoelig of TSE-gevoelig is en de ram behoort tot een ras met een lage frequentie aan ARR-allel mits het betreffende ras als zeldzaam ras is opgenomen in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 445/2002 van de Commissie van de Europese Unie van 26 februari 2002 (PbEU L 074) tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 1257/1999 van de Raad inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw (EOGFL), of de ram staat ingeschreven in een op grond van het Fokkerijbesluit erkend stamboek en het fokken geschiedt binnen hetzelfde ras of stamboek.
**2.** In het in het eerste lid, onderdeel c, bedoelde geval wordt het certificaat alleen afgegeven, indien er een door de voorzitter erkend fokprogramma is opgesteld overeenkomstig het nader bij verordening door het bestuur vast te stellen selectieregime.
**3.** Het in het eerste lid bedoelde erfelijkheidsonderzoek wordt verricht door een laboratorium dat beschikt over een erkenning als bedoeld in artikel 3 van de regeling, dan wel over een besluit tot gelijkstelling als bedoeld in artikel 4 van de regeling, voor het uitvoeren van de testmethode genoemd in bijlage I, onder 9, van de regeling.
**3.** Het in het eerste lid bedoelde erfelijkheidsonderzoek wordt verricht door een instantie die voldoet aan de nader bij verordening door het bestuur vast te stellen vereisten.
**4.** Onder erfelijkheidsonderzoek wordt tevens verstaan erfelijkheidsonderzoek dat is uitgevoerd in een ander land dan Nederland, indien een gewaarmerkt afschrift van de resultaten van het erfelijkheidsonderzoek wordt overgelegd die door de bevoegde autoriteit van het betreffende land is afgegeven.
### Artikel 5
@ -91,7 +90,7 @@ c. c.
### Artikel 9
**1.** Het fokken van schapen met een ram waarvoor geen certificaat als bedoeld in artikel 2, tweede lid, is afgegeven, is toegestaan indien de houder van de ram negen of minder ooien houdt van één van de rassen die genoemd staan in de bijlage van de Verordening, mits deze rassen ressorteren onder de Vereniging Het Gotland pelsschaap, de Federatie van Buitenlandse Schapenrassen of de Vereniging van Speciale Schapenrassen.
**1.** Het fokken van schapen met een ram waarvoor geen certificaat als bedoeld in artikel 2, tweede lid, is afgegeven, is toegestaan indien de houder van de ram negen of minder ooien houdt.
**2.** Het fokken van schapen met een ram waarvoor geen certificaat als bedoeld in artikel 2, tweede lid, is afgegeven, is eveneens toegestaan indien de ram wordt gehouden in de grote eenheden natuur, als bedoeld in de Leidraad Grote Grazers van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit.
@ -105,14 +104,10 @@ c. c.
De tuchtrechtelijke maatregelen bedoeld in het eerste lid zijn:
a. a.
een berisping;
b. b.
een geldboete van ten hoogste het bedrag van de derde categorie bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrechtwelke geheel of gedeeltelijk voorwaardelijk kan worden opgelegd;
c. c.
het stellen van de betrokkene onder verscherpte controle op zijn kosten, voor ten hoogste 2 jaren;
d. d.
openbaarmaking van de tuchtbeschikking op kosten van de veroordeelde.
a. een berisping;
b. een geldboete van ten hoogste het bedrag van de derde categorie bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrechtwelke geheel of gedeeltelijk voorwaardelijk kan worden opgelegd;
c. het stellen van de betrokkene onder verscherpte controle op zijn kosten, voor ten hoogste 2 jaren;
d. openbaarmaking van de tuchtbeschikking op kosten van de veroordeelde.
### Paragraaf 7. Overgangs- en slotbepalingen