2002-09-01 | BWBR0002656 | Burgerlijk Wetboek Boek 1

This commit is contained in:
Coornhert 2002-09-01 12:00:00 +00:00
parent d69202446f
commit 17b9c0234e

View file

@ -1428,7 +1428,7 @@ Wanneer bij huwelijkse voorwaarden is overeengekomen dat er gemeenschap van wins
### Artikel 129
Wanneer bij huwelijkse voorwaarden een deelgenootschap is overeengekomen, gelden de voorschriften van de volgende afdeling, voor zover daarvan niet uitdrukkelijk of door de aard der bedingen is afgeweken.
Vervallen
### Artikel 130
@ -1440,108 +1440,123 @@ Een echtgenoot kan tegen derden zijn aanbreng van bij huwelijkse voorwaarden bui
**2.** Het vermoeden werkt niet ten nadele van de schuldeisers der echtgenoten.
#### Afdeling 2. Het wettelijk deelgenootschap
#### Afdeling 2
##### Paragraaf 1. Algemene regels voor verrekenbedingen
### Artikel 132
**1.** Het deelgenootschap verplicht de echtgenoten de vermeerdering van beider vermogen, die gedurende het deelgenootschap heeft plaatsgevonden, te delen.
**1.** Deze afdeling is van toepassing op huwelijkse voorwaarden die een of meer verplichtingen inhouden tot verrekening van inkomsten of van vermogen.
**2.** Het deelgenootschap schept geen gemeenschappelijke recht op goederen en geen gemeenschappelijke aansprakelijkheid voor schulden.
**2.** Tenzij anders is bepaald, kan van deze afdeling bij huwelijkse voorwaarden uitdrukkelijk of door de aard der bedingen worden afgeweken.
### Artikel 133
**1.** Tijdens het bestaan van het deelgenootschap is de ene echtgenoot aan de andere geen verantwoording over het bestuur van zijn goederen schuldig en verplicht slecht bestuur over die goederen niet tot schadevergoeding.
**1.** De verplichting tot verrekening van inkomsten of van vermogen is wederkerig.
**2.** Nochtans kan de ene echtgenoot jaarlijks van de andere echtgenoot een gespecificeerde schriftelijke opgave van diens goederen en schulden verlangen. De opgave moet desverlangd ten overstaan van een notaris worden beëdigd; de kosten van de eedsaflegging komen ten laste van de echtgenoot die deze wenst. Geschillen tussen de echtgenoten betreffende de opgave worden op verzoek van een van hen door de rechtbank beslist.
**2.** De verplichting tot verrekening heeft uitsluitend betrekking op inkomsten die of op vermogen dat de echtgenoten tijdens het bestaan van deze verplichting hebben verkregen. De verplichting tot verrekening heeft geen betrekking op vermogen dat krachtens erfopvolging, making of gift wordt verkregen en ook niet op de vruchten daaruit of de voor dat vermogen of voor die vruchten in de plaats getreden goederen.
### Artikel 134
Het deelgenootschap eindigt:
a. door het eindigen van het huwelijk;
b. door scheiding van tafel en bed;
c. door een beschikking die het deelgenootschap opheft;
d. door een opheffing bij latere huwelijkse voorwaarden.
Bij uiterste wilsbeschikking van de erflater of bij de gift kan worden bepaald dat geen verrekening van krachtens erfopvolging, making of gift verkregen vermogen en van de vruchten daarvan plaatsvindt, indien verrekening daarvan ingevolge huwelijkse voorwaarden zou behoren plaats te vinden.
### Artikel 135
Een echtgenoot kan de opheffing van het deelgenootschap verzoeken, wanneer de andere echtgenoot op lichtvaardige wijze schulden maakt, zijn goederen verspilt, of weigert de verplichte opgave omtrent zijn vermogen te verstrekken.
**1.** De verrekening van inkomsten of van vermogen geschiedt bij helfte.
**2.** Op de verrekening zijn de artikelen 181, 183 en 195 tot en met 200 van Boek 3 van dit wetboek van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat voor de beoordeling van de vraag of benadeling als bedoeld in artikel 196 van Boek 3 van dit wetboek heeft plaatsgevonden, de in artikel 142 genoemde tijdstippen bepalend zijn. De artikelen 677 tot en met 680 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering zijn van overeenkomstige toepassing.
**3.** Een echtgenoot die opzettelijk een tot het te verrekenen vermogen behorend goed verzwijgt, zoek maakt of verborgen houdt waardoor de waarde daarvan niet in de verrekening is betrokken, dient de waarde daarvan niet te verrekenen, maar geheel aan de andere echtgenoot te vergoeden.
### Artikel 136
**1.** Na het eindigen van het deelgenootschap kan ieder der echtgenoten tot een beschrijving van zijn vermogen overgaan, en verzoeken dat het vermogen van de andere echtgenoot wordt beschreven.
**1.** Indien een goed onder aanwending van te verrekenen vermogen is verkregen, wordt het verkregen goed tot het te verrekenen vermogen gerekend voor het aandeel dat overeenkomt met het bij de verkrijging uit het te verrekenen vermogen aangewende gedeelte van de tegenprestatie gedeeld door de totale tegenprestatie. Indien een echtgenoot in verband met de verwerving van een goed een schuld is aangegaan, wordt het goed op de voet van de eerste volzin tot het te verrekenen vermogen gerekend voor zover de schuld daartoe wordt gerekend of daaruit is afgelost of betaald.
**2.** De beschrijving bevat alle op het ogenblik waarop het deelgenootschap is geëindigd, aanwezige goederen en alsdan bestaande schulden en lasten. Indien het deelgenootschap is geëindigd door opheffing bij beschikking dan wel door echtscheiding of scheiding van tafel en bed op verzoek van een der partijen, treedt voor het in de vorige zin genoemde ogenblik in de plaats de aanvang van de dag waarop het daartoe strekkende verzoek werd ingediend.
**3.** De schatting van de goederen van een echtgenoot geschiedt naar de waarde op het in het vorige lid aangewezen ogenblik.
**4.** De artikelen 671-676 en 679 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering zijn zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing.
**5.** Hetgeen in de vorige leden omtrent een echtgenoot is bepaald, geldt op overeenkomstige wijze na zijn overlijden voor zijn rechtverkrijgenden.
**2.** Bestaat tussen de echtgenoten een geschil omtrent de vraag of een goed tot het te verrekenen vermogen wordt gerekend en kan geen van beiden bewijzen dat het goed tot het niet te verrekenen vermogen wordt gerekend, dan wordt dat goed aangemerkt als te rekenen tot het te verrekenen vermogen. Het vermoeden werkt niet ten nadele van de schuldeisers der echtgenoten.
### Artikel 137
**1.** Na het eindigen van het deelgenootschap kan ieder der echtgenoten de deling van de vermogensvermeerdering verzoeken.
**1.** Onverminderd het derde lid, geschiedt een verrekening in geld.
**2.** De artikelen 181, 183 en 195-200 van Boek 3 van dit wetboek en de artikelen 677-680 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering zijn zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing.
**2.** Indien op grond van een verrekenbeding over en weer opeisbare vorderingen ontstaan, worden beide vorderingen van rechtswege met elkaar verrekend tot aan hun gemeenschappelijk beloop.
**3.** De verzoeken, bedoeld in lid 1 van dit en van het vorige artikel, verjaren door verloop van vijf jaren.
**3.** Een echtgenoot is slechts gehouden een inbetalinggeving van goederen te aanvaarden dan wel kan deze slechts verlangen in plaats van een verrekening in geld, voor zover de verrekening in geld naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn.
### Artikel 138
**1.** De deling van de vermogensvermeerdering geschiedt doordat een der echtgenoten uit zijn vermogen zoveel aan de andere echtgenoot uitkeert, dat beider vermogen met een gelijk bedrag is vermeerderd.
**1.** De ene echtgenoot is aan de andere geen verantwoording over het bestuur van zijn goederen schuldig. Slecht bestuur over die goederen verplicht niet tot schadevergoeding.
**2.** Heeft een der echtgenoten een verlies geleden, dat groter is dan de winst, die de andere echtgenoot heeft gemaakt, dan wordt aan de eerstbedoelde echtgenoot slechts de door de andere echtgenoot gemaakte winst uitgekeerd.
**2.** De ene echtgenoot kan jaarlijks van de andere echtgenoot een gespecificeerde, schriftelijke en ondertekende opgave verzoeken van de te verrekenen inkomsten en van het te verrekenen vermogen. Van deze bepaling kan niet worden afgeweken.
**3.** Geschillen tussen de echtgenoten betreffende de opgave worden op verzoek van een van hen door de rechtbank beslist.
### Artikel 139
**1.** De vermeerdering of vermindering van het vermogen van een echtgenoot wordt vastgesteld door van het bedrag, waarop zijn vermogen op het in artikel 136 lid 2 van dit boek aangewezen ogenblik wordt geschat, de aanvangswaarde van zijn stamvermogen af te trekken.
**1.** Een echtgenoot kan de opheffing van de wederzijdse verplichting tot verrekening verzoeken, wanneer de andere echtgenoot op lichtvaardige wijze schulden maakt, zijn goederen verspilt of weigert de in artikel 138, tweede lid, bedoelde verplichte opgave omtrent zijn te verrekenen inkomsten of vermogen te verstrekken.
**2.** Tot het vermogen van een echtgenoot worden al zijn goederen en schulden gerekend, met uitzondering van zijn aandeel in een tussen de echtgenoten bestaande gemeenschap van goederen.
**2.** Indien de echtgenoot tegen wie het verzoek zich richt, het te verrekenen vermogen benadeelt doordat hij na de aanvang van het geding of binnen zes maanden daarvoor lichtvaardig schulden heeft gemaakt, te verrekenen goederen heeft verspild, of een rechtshandeling als bedoeld in artikel 88 zonder de vereiste toestemming of machtiging heeft verricht, is hij gehouden de aangerichte schade te vergoeden.
**3.** Van het eerste en tweede lid kan niet worden afgeweken.
### Artikel 140
**1.**
**1.** Op verzoek van de verrekenplichtige echtgenoot kan de rechter wegens gewichtige redenen bepalen dat een verschuldigde geldsom, al dan niet vermeerderd met een in de beschikking te bepalen rente, in termijnen of eerst na verloop van zekere tijd, hetzij ineens, hetzij in termijnen behoeft te worden voldaan. Hierbij let de rechter op de belangen van beide partijen. De rechter kan de verrekenplichtige echtgenoot verplichten binnen een bepaalde tijd zakelijke of persoonlijke zekerheid te stellen voor de voldoening van de verschuldigde geldsom.
Het in het vorige artikel bedoelde stamvermogen van een echtgenoot wordt gevormd door:
**2.** Hetgeen in het eerste lid omtrent een echtgenoot is bepaald, geldt op overeenkomstige wijze na zijn overlijden voor zijn rechtverkrijgenden onder algemene titel.
a. de goederen, die de echtgenoot bij de aanvang van het deelgenootschap bezat, verminderd met zijn toenmalige schulden;
b. de goederen, die de echtgenoot tijdens het bestaan van het deelgenootschap door erfopvolging, making of gift heeft verkregen, verminderd met de op die verkrijging drukkende schulden en lasten. Onder de giften worden die, welke van geringe omvang zijn, niet opgenomen, onverschillig of zij tot beloning of om andere redenen zijn gedaan.
**3.** Van het eerste en tweede lid kan niet worden afgeweken.
**2.** Goederen die in een tussen de echtgenoten bestaande gemeenschap van goederen zijn gevallen, komen voor de berekening van het stamvermogen niet in aanmerking.
**3.** Indien het deelgenootschap geëindigd is door opheffing bij beschikking, dan wel door echtscheiding of door scheiding van tafel en bed op verzoek van een der partijen, komen goederen die na de aanvang van de dag waarop het daartoe strekkende verzoek werd gedaan zijn verkregen, alsmede de op de verkrijging dier goederen drukkende schulden en lasten, voor de berekening van het stamvermogen niet in aanmerking.
##### Paragraaf 2. Periodieke verrekenbedingen
### Artikel 141
Bij de berekening van de waarde, zowel van het stamvermogen als van het eindvermogen van een echtgenoot, blijven buiten beschouwing goederen en schulden die ook, indien tussen de echtgenoten de wettelijke gemeenschap van goederen had bestaan, bij de verdeling daarvan niet in aanmerking zouden worden genomen.
**1.** Indien een verrekenplicht betrekking heeft op een in de huwelijkse voorwaarden omschreven tijdvak van het huwelijk en over dat tijdvak niet is afgerekend, blijft de verplichting tot verrekening over dat tijdvak in stand en strekt deze zich uit over het saldo, ontstaan door belegging en herbelegging van hetgeen niet verrekend is, alsmede over de vruchten daarvan.
**2.** Indien een verrekenplicht betrekking heeft op een in de huwelijkse voorwaarden omschreven tijdvak van het huwelijk, dan eindigt die verrekenplicht op het tijdstip zoals in artikel 142 bepaald, als dat tijdvak nog loopt.
**3.** Indien bij het einde van het huwelijk aan een bij huwelijkse voorwaarden overeengekomen periodieke verrekenplicht als bedoeld in het eerste lid niet is voldaan, wordt het alsdan aanwezige vermogen vermoed te zijn gevormd uit hetgeen verrekend had moeten worden, tenzij uit de eisen van redelijkheid en billijkheid in het licht van de aard en omvang van de verrekenplicht anders voortvloeit. Artikel 143 is van overeenkomstige toepassing.
**4.** Indien een echtgenoot in overwegende mate bij machte is te bepalen dat de winsten van een niet op zijn eigen naam uitgeoefende onderneming hem rechtstreeks of middellijk ten goede komen, en een verrekenbeding is overeengekomen dat ook ondernemingswinsten omvat, worden de niet uitgekeerde winsten uit zodanige onderneming, voor zover in het maatschappelijk verkeer als redelijk beschouwd, eveneens in aanmerking genomen bij de vaststelling van de verrekenplicht van die echtgenoot, onverminderd het eerste lid.
**5.** Het vierde lid is van overeenkomstige toepassing, indien een echtgenoot op eigen naam een onderneming uitoefent.
**6.** De vordering tot verrekening, bedoeld in het eerste lid, verjaart niet eerder dan drie jaren na de beëindiging van het huwelijk dan wel het onherroepelijk worden van de beschikking tot scheiding van tafel en bed. Deze termijn kan niet worden verkort.
##### Paragraaf 3. Finale verrekenbedingen
### Artikel 142
**1.** Bij het aangaan van het deelgenootschap zijn de echtgenoten verplicht een staat van ieders goederen, schulden en lasten op te maken. Bij ieder goed moet afzonderlijk de waarde daarvan worden vermeld.
**1.**
**2.** De staat moet door partijen en de notaris worden ondertekend, en gehecht worden aan de minuut der akte van huwelijkse voorwaarden, waarbij het deelgenootschap wordt aangegaan.
Als tijdstip waarop de samenstelling en de omvang van het te verrekenen vermogen worden bepaald, geldt:
a. in geval van het eindigen van het huwelijk of het geregistreerd partnerschap door overlijden: het tijdstip van overlijden;
b. in geval van beëindiging van het huwelijk door echtscheiding: het tijdstip van indiening van het verzoek tot echtscheiding;
c. in geval van scheiding van tafel en bed: het tijdstip van indiening van het verzoek tot scheiding van tafel en bed;
d. in geval van opheffing van de wederzijdse verplichting tot verrekening als bedoeld in artikel 139: het tijdstip van indiening van het verzoek tot opheffing van die verplichting;
e. in geval van beëindiging van het geregistreerd partnerschap met wederzijds goedvinden: het tijdstip waarop de overeenkomst tot beëindiging wordt gesloten;
f. in geval van ontbinding van het geregistreerd partnerschap op verzoek: het tijdstip van indiening van het verzoek;
g. in geval van vermissing en een daarop gevolgd huwelijk of geregistreerd partnerschap: het tijdstip waarop de beschikking, bedoeld in artikel 417, eerste lid, in kracht van gewijsde is gegaan.
**2.** Van het eerste lid, aanhef en onder b tot en met f, kan bij op schrift gestelde overeenkomst worden afgeweken.
### Artikel 143
De aanvangswaarde van de tot het stamvermogen behorende goederen wordt als volgt bewezen:
**1.** Vanaf de in het eerste lid van artikel 142 vermelde tijdstippen kan ieder der echtgenoten verzoeken dat het te verrekenen vermogen van de andere echtgenoot wordt beschreven.
a. wat betreft de bij het aangaan van het deelgenootschap aanwezige goederen, uitsluitend door de in het vorige artikel bedoelde staat. Ontbreekt een goed op die staat of is de waarde daarvan niet daarbij vermeld, dan komt de waarde van dat goed niet voor de berekening van de waarde van het stamvermogen van de betrokken echtgenoot in aanmerking;
b. wat betreft de door erfopvolging, making of gift verkregen goederen, door de aangifte volgens welke het recht van successie, schenking of overgang is geheven; is een aanslag niet overeenkomstig de aangifte geschied, dan wordt die aanslag aan het bewijs ten grondslag gelegd. Bij gebreke van een aangifte en een aanslag, kan het bewijs door alle middelen rechtens worden geleverd.
**2.** De artikelen 671 tot en met 676 en 679 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering zijn van overeenkomstige toepassing.
**3.** Hetgeen in de vorige leden omtrent een echtgenoot is bepaald, geldt op overeenkomstige wijze na zijn overlijden voor zijn rechtverkrijgenden onder algemene titel.
**4.** Van het eerste tot en met het derde lid kan niet worden afgeweken.
### Artikel 144
**1.** Schulden en lasten die in mindering van het stamvermogen komen, kunnen, ook wanneer zij niet op de in de twee vorige artikelen genoemde geschriften zijn vermeld, door de echtgenoot tot wiens vermogen zij niet behoren, met alle middelen rechtens worden bewezen.
**2.** Schulden die onmiddellijk opeisbaar waren, worden op hun nominale waarde geschat. Schulden onder tijdsbepaling worden geschat op de wijze als in de Faillissementswet voor de verificatie is aangegeven. Bij de schatting van schulden onder voorwaarde wordt er rekening mede gehouden of op het ogenblik der beschrijving de voorwaarde al of niet is vervuld.
Vervallen
### Artikel 145
**1.** De uitkering waartoe de ene echtgenoot jegens de andere krachtens de deling gehouden is, geschiedt in geld en is onmiddellijk opeisbaar.
**2.** In afwijking van het bovenstaande kan nochtans de rechtbank wegens gewichtige redenen, en op verzoek van de tot uitkering verplichte echtgenoot, bepalen dat het verschuldigde benevens de wettelijke rente eerst na verloop van een zekere tijd, hetzij ineens, hetzij in termijnen, behoeft te worden voldaan. Hierbij let de rechtbank op de belangen van beide partijen. Het verzoek wordt niet ingewilligd dan onder de voorwaarden dat binnen een bepaalde tijd de schuldenaar door de rechtbank goedgekeurde zakelijke of persoonlijke zekerheid voor de voldoening van hoofdsom en rente stelt.
**3.** Hetgeen in de vorige leden omtrent een echtgenoot is bepaald, geldt op overeenkomstige wijze na zijn overlijden voor zijn rechtverkrijgenden.
Vervallen
#### Afdeling 3. Giften bij huwelijkse voorwaarden