diff --git a/amvb/besluit-registratie-splijtstoffen-en-ertsen/BWBR0002673/README.md b/amvb/besluit-registratie-splijtstoffen-en-ertsen/BWBR0002673/README.md index f011e6edc87..04b44ce1c9c 100644 --- a/amvb/besluit-registratie-splijtstoffen-en-ertsen/BWBR0002673/README.md +++ b/amvb/besluit-registratie-splijtstoffen-en-ertsen/BWBR0002673/README.md @@ -14,9 +14,23 @@ citeertitel: Besluit registratie splijtstoffen en ertsen ### Artikel 1 -**1.** Voor de toepassing van het bij of krachtens dit besluit bepaalde wordt verstaan onder: +**1.** -**2.** In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt mede verstaan onder: +Voor de toepassing van het bij of krachtens dit besluit bepaalde wordt verstaan onder: + +- *wet:* + Kernenergiewet; +- *register:* register als bedoeld in artikel 13, eerste lid, van de wet; +- *Onze Minister:* Onze Minister van Infrastructuur en Milieu; +- *gehalte:* hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, van het Besluit kerninstallaties, splijtstoffen en ertsen; +- *verrijkingsgraad:* hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, van het Besluit kerninstallaties, splijtstoffen en ertsen. + +**2.** + +In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt mede verstaan onder: + +a. *ertsen:* andere stoffen dan splijtstoffen en ertsen waaruit splijtstoffen kunnen worden verkregen en die naar gewicht gerekend ten minste een tiende procent uranium of drie procent thorium bevatten; +b. *voorhanden hebben:* vervaardigen, bewerken, hanteren en opslaan. ### Paragraaf 2. Het register @@ -24,17 +38,17 @@ citeertitel: Besluit registratie splijtstoffen en ertsen **1.** Het register wordt zodanig ingericht, dat daaruit op eenvoudige wijze kan worden afgeleid, hoeveel splijtstoffen en ertsen, waaromtrent aangifte is gedaan, op Nederlands grondgebied voorhanden worden gehouden en waar deze voorhanden worden gehouden. -**2.** Onze Minister stelt nadere regelen met betrekking tot de inrichting van het register. +**2.** De Autoriteit stelt bij verordening nadere regels met betrekking tot de inrichting van het register. ### Artikel 3 -**1.** Onze Minister verstrekt uit het register aan degenen, aan wie een taak is opgedragen ter zake van de uitvoering van de wet dan wel van internationale overeenkomsten of besluiten van volkenrechtelijke organisaties, welke voor Nederland verbindend zijn en geheel of gedeeltelijk betrekking hebben op het gebied van de kernenergie of van de ioniserende straling, op hun verzoek de voor het vervullen van die taak nodige inlichtingen. +**1.** De Autoriteit verstrekt uit het register aan degenen, aan wie een taak is opgedragen ter zake van de uitvoering van de wet dan wel van internationale overeenkomsten of besluiten van volkenrechtelijke organisaties, welke voor Nederland verbindend zijn en geheel of gedeeltelijk betrekking hebben op het gebied van de kernenergie of van de ioniserende straling, op hun verzoek de voor het vervullen van die taak nodige inlichtingen. -**2.** Onze Minister verstrekt uit het register aan Nederlandse overheidsorganen op hun verzoek de voor het vervullen van hun taak nodige inlichtingen. +**2.** De Autoriteit verstrekt uit het register aan Nederlandse overheidsorganen op hun verzoek de voor het vervullen van hun taak nodige inlichtingen. -**3.** Onze Minister kan voorts aan anderen op hun verzoek inlichtingen uit het register verstrekken. Zodanige inlichtingen kunnen zich in geen geval uitstrekken tot gegevens, waaruit gevolgtrekkingen ten aanzien van een afzonderlijke persoon, onderneming of instelling kunnen worden gemaakt. +**3.** De Autoriteit kan voorts aan anderen op hun verzoek inlichtingen uit het register verstrekken. Zodanige inlichtingen kunnen zich in geen geval uitstrekken tot gegevens, waaruit gevolgtrekkingen ten aanzien van een afzonderlijke persoon, onderneming of instelling kunnen worden gemaakt. -**4.** Onze Minister kan bij het verstrekken van inlichtingen de verplichting tot geheimhouding opleggen. +**4.** De Autoriteit kan bij het verstrekken van inlichtingen de verplichting tot geheimhouding opleggen. ### Paragraaf 3. De administratie @@ -48,7 +62,7 @@ citeertitel: Besluit registratie splijtstoffen en ertsen ### Artikel 5 -Hij, die krachtens een hem op grond van artikel 15 van de wet verleende vergunning splijtstoffen voorhanden heeft voor of mede voor eigen gebruik daarvan in een inrichting, waarin kernenergie kan worden vrijgemaakt, dan wel voor of mede voor eigen gebruik bij een met de splijtstoffenkringloop verband houdend vervaardigingsproces, is verplicht uiterlijk op de vijftiende dag na afloop van iedere kalendermaand bij het hoofd schriftelijk aangifte te doen van: +Hij, die krachtens een hem op grond van artikel 15 van de wet verleende vergunning splijtstoffen voorhanden heeft voor of mede voor eigen gebruik daarvan in een inrichting, waarin kernenergie kan worden vrijgemaakt, dan wel voor of mede voor eigen gebruik bij een met de splijtstoffenkringloop verband houdend vervaardigingsproces, is verplicht uiterlijk op de vijftiende dag na afloop van iedere kalendermaand bij de Autoriteit schriftelijk aangifte te doen van: a. de hoeveelheid, de chemische en fysische toestand, de vorm, het gehalte en de verrijkingsgraad van de splijtstoffen, die hij onderscheidenlijk op de eerste en de laatste dag van die kalendermaand voorhanden heeft gehad; b. de hoeveelheid, de chemische en fysische toestand, de vorm, het gehalte en de verrijkingsgraad, alsmede de herkomst en bestemming van de splijtstoffen, die hij in de loop van die kalendermaand heeft ontvangen onderscheidenlijk verzonden; @@ -56,7 +70,7 @@ c. de wijzigingen, welke de splijtstoffenvoorraad in die kalendermaand, anders d ### Artikel 6 -Hij, die buiten de in artikel 5 bedoelde gevallen krachtens een hem op grond van artikel 15 van de wet verleende vergunning splijtstoffen voorhanden heeft, anders dan bij opslag in verband met het vervoer, is verplicht uiterlijk op de vijftiende dag na afloop van ieder kalenderkwartaal bij het hoofd schriftelijk aangifte te doen van: +Hij, die buiten de in artikel 5 bedoelde gevallen krachtens een hem op grond van artikel 15 van de wet verleende vergunning splijtstoffen voorhanden heeft, anders dan bij opslag in verband met het vervoer, is verplicht uiterlijk op de vijftiende dag na afloop van ieder kalenderkwartaal bij de Autoriteit schriftelijk aangifte te doen van: a. de hoeveelheid, de chemische en fysische toestand, de vorm, het gehalte en de verrijkingsgraad, alsmede de herkomst van de splijtstoffen, die hij in dat kalenderkwartaal heeft ontvangen, met vermelding van de doeleinden, waarvoor zij zijn bestemd; b. de hoeveelheid, de chemische en fysische toestand, de vorm, het gehalte en de verrijkingsgraad van de splijtstoffen, die hij op de laatste dag van dat kalenderkwartaal voorhanden heeft gehad. @@ -65,7 +79,7 @@ b. de hoeveelheid, de chemische en fysische toestand, de vorm, het gehalte en de ### Artikel 7 -Hij, die krachtens een hem op grond van artikel 15 van de wet verleende vergunning ertsen voorhanden heeft voor of mede voor eigen gebruik daarvan voor het vervaardigen van splijtstoffen, is verplicht uiterlijk op de vijftiende dag na afloop van ieder kalendermaand bij het hoofd schriftelijk aangifte te doen van: +Hij, die krachtens een hem op grond van artikel 15 van de wet verleende vergunning ertsen voorhanden heeft voor of mede voor eigen gebruik daarvan voor het vervaardigen van splijtstoffen, is verplicht uiterlijk op de vijftiende dag na afloop van ieder kalendermaand bij de Autoriteit schriftelijk aangifte te doen van: a. de aard en hoeveelheid en het gemiddelde uranium- of thoriumgehalte van de ertsen, die hij onderscheidenlijk op de eerste en de laatste dag van die kalendermaand voorhanden heeft gehad; b. de aard en hoeveelheid en het gemiddelde uranium- of thoriumgehalte, alsmede de herkomst en de bestemming van de ertsen, die hij in de loop van die kalendermaand heeft ontvangen onderscheidenlijk verzonden; @@ -73,7 +87,7 @@ c. de wijzigingen, welke de voorraad ertsen in die kalendermaand, anders dan doo ### Artikel 8 -Hij, die buiten het in artikel 7 bedoelde geval krachtens een hem op grond van artikel 15 van de wet verleende vergunning ertsen voorhanden heeft, is verplicht uiterlijk op de vijftiende dag na afloop van ieder kalenderkwartaal bij het hoofd schriftelijk aangifte te doen van: +Hij, die buiten het in artikel 7 bedoelde geval krachtens een hem op grond van artikel 15 van de wet verleende vergunning ertsen voorhanden heeft, is verplicht uiterlijk op de vijftiende dag na afloop van ieder kalenderkwartaal bij de Autoriteit schriftelijk aangifte te doen van: a. de aard en hoeveelheid en het gemiddelde uranium- of thoriumgehalte, alsmede de herkomst van de ertsen, die hij in de loop van dat kalenderkwartaal heeft ontvangen, met vermelding van de doeleinden, waarvoor zij zijn bestemd; b. de aard en hoeveelheid en het gemiddelde uranium- of thoriumgehalte van de ertsen, die hij op de laatste dag van dat kalenderkwartaal voorhanden heeft gehad. @@ -82,14 +96,14 @@ b. de aard en hoeveelheid en het gemiddelde uranium- of thoriumgehalte van de er Hij, die de aanwezigheid van ertsen in de bodem heeft vastgesteld in een zodanige hoeveelheid en vorm, dat hij redelijkerwijs moet vermoeden, dat zij voor winning in aanmerking kunnen komen, is verplicht: -a. van de aanwezigheid van die ertsen schriftelijk aangifte te doen bij Onze Minister; +a. van de aanwezigheid van die ertsen schriftelijk aangifte te doen bij de Autoriteit; b. in die aangifte alle hem ter beschikking staande gegevens te vermelden, waarvan hij redelijkerwijs moet vermoeden, dat zij van belang kunnen zijn voor de beoordeling van de mogelijkheid tot winning van die ertsen. ### Paragraaf 6. Overige bepalingen ### Artikel 10 -Onze Minister stelt nadere regelen ten aanzien van de wijze waarop de in de artikelen 5-8 bedoelde aangiften dienen te geschieden. +De Autoriteit stelt bij verordening nadere regels ten aanzien van de wijze waarop de in de artikelen 5-8 bedoelde aangiften dienen te geschieden. ### Artikel 11