2009-08-01 | BWBR0026005 | Richtlijn voor strafvordering jeugd
This commit is contained in:
parent
412bed8b89
commit
1823aedc9b
1 changed files with 85 additions and 0 deletions
|
|
@ -0,0 +1,85 @@
|
|||
---
|
||||
titel: Richtlijn voor strafvordering jeugd
|
||||
bwb_id: BWBR0026005
|
||||
type: beleidsregel
|
||||
status: geldend
|
||||
datum_inwerkingtreding: '2009-08-01'
|
||||
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0026005
|
||||
citeertitel: Richtlijn voor strafvordering jeugd
|
||||
---
|
||||
|
||||
# Richtlijn voor strafvordering jeugd
|
||||
|
||||
## . Inleiding
|
||||
|
||||
Het jeugdstrafrecht kent als algemeen uitgangspunt het voorkomen van recidive. Daarnaast heeft het jeugdstraf- en strafprocesrecht een pedagogisch karakter. Op nationaal niveau blijkt dit uit een apart sanctiestelsel waarbij zoveel mogelijk interventies worden ingezet gericht op een positieve gedragsbeïnvloeding van de jeugdige, alsmede de formulering in het Wetboek van Strafvordering van een aantal aparte strafproceswaarborgen gericht op de speciale benadering van de jeugdige gedurende het strafproces. Op internationaal niveau blijkt de pedagogische aanpak van het jeugdstraf- en strafprocesrecht uit het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (1989) en de algemene aanbevelingen van de Verenigde Naties via de Beijing Rules (1985), de Havana Rules (1990) en de Riyadh Guidelines (1990)
|
||||
|
||||
De officier van justitie zal steeds een afweging maken tussen de aard en ernst van het delict, recidive en omstandigheden van de jeugdige. In het jeugdstrafrecht wordt een persoonsgerichte aanpak toegepast, waarbij het streven is om criminogene factoren te beperken en beschermende factoren te versterken. Indien mogelijk wordt volstaan met een extramurale reactie. Dit kan zijn een boete, taakstraf, begeleiding door jeugdreclassering of een gedragsmaatregel. Bij ernstige delicten of recidive kan een vrijheidsbenemende straf of PIJ-maatregel volgen. Eventueel achterliggende problematiek kan niet altijd in het strafrecht worden aangepakt. Soms is civielrechtelijk ingrijpen, zoals een ondertoezichtstelling en plaatsing in gesloten jeugdzorg, of een vorm van vrijwillige hulpverlening geboden.
|
||||
|
||||
## . Halt
|
||||
|
||||
De Halt-afdoening is een afdoening op een feit van geringe aard om de jeugdige de mogelijkheid te bieden strafrechtelijke vervolging te voorkomen. In het ‘Besluit Aanwijzing Halt-feiten’ zijn de voorwaarden voor de Halt-afdoening geformuleerd. De door Halt toegepaste uniforme urentabel is opgenomen in deze richtlijn in bijlage I.
|
||||
|
||||
## . Strafmaten
|
||||
|
||||
Voor veel voorkomende minder ernstige delicten is een richtlijn met uniforme strafmaten opgenomen in bijlage II. Hierbij wordt het beginsel ‘taakstraf, tenzij…’ gehanteerd. In de tabel wordt voor deze delicten een aantal uren taakstraf aangegeven; dit kan een werkstraf of een erkende leerstraf zijn. Als er sprake is van achterliggende problematiek kan eventueel begeleiding door Jeugdreclassering of behandeling ingezet worden.
|
||||
|
||||
De officier van justitie biedt in beginsel een transactie aan als het een eerstpleger betreft, verdachte bekent en de op te leggen taakstraf beperkt is tot 40 uur. Na inwerkingtreding van de Wet OM-afdoening is de op te leggen taakstraf bij een strafbeschikking maximaal 60 uur.
|
||||
|
||||
Een geldboete wordt eveneens als een passende sanctie gezien voor bepaalde delicten voor jongeren, die een bron van inkomsten hebben of in staat moeten worden geacht zelf het geld voor de boete te verdienen. Zie bijlage III.
|
||||
|
||||
Als het slachtoffer een vordering tot schadevergoeding heeft ingediend, wordt zo mogelijk een schadevergoedingsmaatregel opgelegd als onderdeel van de straf.
|
||||
|
||||
Bij recidive volgt een dagvaarding voor de kinderrechter, tenzij de officier van justitie van oordeel is dat gezien de relatief geringe ernst van het feit en de omstandigheden van de jeugdige opnieuw kan worden volstaan met een (zwaardere) transactie of strafbeschikking.
|
||||
|
||||
In het jeugdstrafrecht wordt wat betreft strafmaat geen onderscheid gemaakt naar de aard van het daderschap noch naar de mate van uitvoering van het delict. Art 77 gg Sr schrijft voor dat de straffen voor poging, voorbereiding, deelneming en medeplichtigheid dezelfde zijn als die voor het voltooide misdrijf.
|
||||
|
||||
Met factoren als bijvoorbeeld waarde van de goederen, wapengebruik of geweld tegen gezagsdragers en personen met een publieke functie en mate van letsel wordt wel rekening gehouden als strafverzwarende omstandigheid.
|
||||
|
||||
Recidive leidt tot een strafverhoging van maximaal 50 procent of toepassing van een andere strafmodaliteit.
|
||||
|
||||
Bij het bepalen van de strafmaat wordt rekening gehouden met de leeftijd: voor 12- tot 14-jarigen wordt een matiging toegepast van het aantal uren werkstraf.
|
||||
|
||||
Expliciet wordt vermeld dat het gedoogbeleid voor (soft)drugsgebruik ten aanzien van minderjarigen niet geldt.
|
||||
|
||||
### . Ernstige delicten, meer- en veelplegers
|
||||
|
||||
Van een afdoening met enkel een taakstraf worden uitgesloten verdachten van ernstige gewelds- en zedendelicten, waarop een gevangenisstraf van 6 jaar of meer is gesteld, en die een ernstige aantasting vormen van de lichamelijke integriteit van het slachtoffer.
|
||||
|
||||
Bij ernstige delicten of meermalen recidive, geldt als uitgangspunt dat voorlopige hechtenis wordt toegepast en in beginsel een (voorwaardelijke) jeugddetentie of een maatregel (gedragsmaatregel of Pij) wordt geëist. Bij deze strafzaken is nader onderzoek door de Raad voor de Kinderbescherming of een gedragsdeskundige geboden om een gerichte interventie te kunnen inzetten. In de strafmatentabel wordt bij ernstige delicten steeds aangegeven: onvoorwaardelijke jeugddetentie en voorgeleiden. Bij de toepassing van voorlopige hechtenis geldt het bepaalde in artikel 493 Sv als uitgangspunt: de kinderrechter toetst ambsthalve of de voorlopige hechtenis geschorst kan worden. Als lijn kan worden gehanteerd dat de voorlopige hechtenis wordt geschorst, tenzij de ernst van het feit, en/of de stand van zaken in het onderzoek dit niet toelaten. Voorts wordt ervan uitgegaan dat een plan van aanpak voor begeleiding door jeugdreclassering gereed is en behandeling in ambulant kader tot de mogelijkheden behoort.
|
||||
|
||||
Als een intramurale sanctie, zoals een onvoorwaardelijke jeugddetentie of Pij-maatregel wordt gevorderd, wordt bij de eis zo mogelijk voorzien in nazorg in een gedwongen kader, door tevens een voorwaardelijke straf met als bijzondere voorwaarde begeleiding door jeugdreclassering of een gedragsmaatregel te vorderen.
|
||||
|
||||
Voor meer- en veelplegers wordt een persoonsgerichte aanpak ingezet. Bij deze aanpak wordt in het Justitieel Casus Overleg de informatie over de persoon van de jongere bijeen gebracht en een traject gekozen gericht op het afwenden van het opnieuw plegen van strafbare feiten.
|
||||
|
||||
Het gaat daarbij niet meer om de sanctie voor een individueel feit, maar om een interventie waarbij rekening wordt gehouden met het delictverleden, met eventueel overlastgevend gedrag en overige gedragsproblemen.
|
||||
|
||||
Onder een meerpleger wordt verstaan:
|
||||
|
||||
Een jongere in de leeftijd van 12 tot en met 17 jaar tegen wie in de laatste drie jaar tenminste twee processen-verbaal zijn opgemaakt waarop een inhoudelijke justitiële afdoening is gevolgd en die opnieuw een misdrijf pleegt.
|
||||
|
||||
Een jeugdige veelpleger is een jongere in de leeftijd van 12 tot en met 17 jaar tegen wie meer dan vijf processen-verbaal zijn opgemaakt waarvan de laatste in het peiljaar.
|
||||
|
||||
De interventies die passend geacht worden voor deze jongeren zijn onder meer Intensieve Traject Begeleiding (ITB) in het kader van de maatregel hulp en steun door de Jeugdreclassering, de Gedragsbeïnvloedende maatregel voor jeugdigen (GBM) of de maatregel Plaatsing in een inrichting voor Jeugdigen (Pij).
|
||||
|
||||
## Bijlage I. Uniforme strafmaten Halt-afdoening
|
||||
|
||||
Uitgangspunten
|
||||
|
||||
## Bijlage II. Strafvorderingstabel jeugdzaken
|
||||
|
||||
Opmerkingen:
|
||||
|
||||
## Bijlage III. Geldboete in plaats van taakstraf
|
||||
|
||||
Overzicht van de feiten waarin een geldboete passend wordt geoordeeld, en de voorwaarden waaronder een geldtransactie kan worden aangeboden en tegen welk ‘tarief’.
|
||||
|
||||
Voorwaarden:
|
||||
|
||||
Omrekenfactor
|
||||
|
||||
Voor de thans onder ‘taakstraf’ geboekte feiten die in aanmerking komen voor geldboete wordt de omrekeningsfactor gehanteerd:
|
||||
|
||||
voor elke 4 uur taakstraf als equivalent 25 euro (maximumtaakstraf volgens officiersmodel dus 40 uur = 250 euro).
|
||||
|
||||
Voor geldboete in aanmerking komende delicten
|
||||
Loading…
Add table
Reference in a new issue