2026-01-01 | BWBR0027122 | Handleiding Rijkswet op het Nederlanderschap 2003 toegespitst op het gebruik in Aruba
This commit is contained in:
parent
122dd73755
commit
1832f82703
1 changed files with 34 additions and 31 deletions
|
|
@ -709,7 +709,7 @@ Voor de beoordeling of het kind daardoor tevens de Nederlandse nationaliteit hee
|
|||
|
||||
Sinds 1 september 2021 kan op grond van artikel 1:207 BW-Aruba in Aruba gerechtelijk worden vastgesteld wie de vader van een kind is. Door deze vaststelling van het vaderschap komt het kind vanaf de geboorte in familierechtelijke betrekking met de vader te staan (zie artikel 1:207, vierde lid, BW-Aruba). Vóór 1 september 2021 kende Aruba een dergelijke bepaling niet. Het Gemeenschappelijk Hof heeft daarom onder verwijzing naar artikel 26 IVBPR een postnatale erkenning in combinatie met gerechtelijk bewijs van het verwekkerschap gelijkgesteld met een gerechtelijke vaststelling van het vaderschap en op die basis de ouders toegelaten te bewijzen dat de vader de verwekker van het kind is. Nadat dat bewijs is geleverd, kan door het Hof worden vastgesteld dat het kind Nederlander wordt met ingang van de in artikel 4 van de RWN bedoelde datum.
|
||||
|
||||
Vanaf 2 juni 2007, met terugwerkende kracht tot 1 april 2003, werd een postnatale erkenning, in combinatie met een gerechtelijk bewijs van biologisch vaderschap, gelijkgesteld met een gerechtelijke vaststelling van het vaderschap. Het Nederlanderschap werd verkregen op de in artikel 4, eerste lid RWN genoemde datum. Een gerechtelijk bewijs van biologisch vaderschap is een rechterlijke uitspraak waarin is vastgesteld dat de erkenner ook de biologische vader is. Het kan hierbij gaan om een uitspraak van de artikel 17 RWN-rechter, de vreemdelingenrechter of een buitenlandse rechter, die op grond van DNA-onderzoek oordeelt dan wel anderszins uitdrukkelijk vaststelt dat de erkenner de biologische vader van het kind is. Het enkel overleggen van DNA-bewijs volstond daarom niet.
|
||||
Vanaf 2 juni 2007, met terugwerkende kracht tot 1 april 2003 werd een postnatale erkenning, in combinatie met een gerechtelijk bewijs van biologisch vaderschap, gelijkgesteld met een gerechtelijke vaststelling van het vaderschap. Het Nederlanderschap werd verkregen op de in artikel 4, eerste lid RWN genoemde datum. Een gerechtelijk bewijs van biologisch vaderschap is een rechterlijke uitspraak waarin is vastgesteld dat de erkenner ook de biologische vader is. Het kan hierbij gaan om een uitspraak van de artikel 17 RWN-rechter, de vreemdelingenrechter of een buitenlandse rechter, die op grond van DNA-onderzoek oordeelt dan wel anderszins uitdrukkelijk vaststelt dat de erkenner de biologische vader van het kind is. Het enkel overleggen van DNA-bewijs volstond daarom niet.
|
||||
|
||||
Vanaf 1 maart 2009 verkrijgt een minderjarige vreemdeling die na zijn geboorte door een Nederlander wordt erkend en jonger is dan zeven jaar, dan wel de minderjarige vreemdeling die door een Nederlander wordt gewettigd, het Nederlanderschap van rechtswege. Minderjarige vreemdelingen die door een Nederlander worden erkend als zij zeven jaar of ouder zijn, verkrijgen het Nederlanderschap als de Nederlandse erkenner zijn biologische vaderschap via een DNA-test bij of binnen een jaar na erkenning aantoont.
|
||||
|
||||
|
|
@ -717,7 +717,7 @@ De Arubaanse autoriteit of ambtenaar zal vragen van internationaal en interregio
|
|||
|
||||
Dit recht wordt gevonden in de verdragen waarbij Aruba partij is. Daarnaast moet naar het nationaal internationaal privaatrecht worden gekeken. De Algemene Bepalingen der Wetgeving van Aruba, het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en eventuele landsverordeningen die het conflictenrecht op een specifiek terrein regelen zijn in dit kader van belang. De Wet Algemene Bepalingen der wetgeving van Aruba (AB) bepaalt dat het burgerlijk recht hetzelfde is voor hen die geen ingezetenen zijn als hen die ingezetenen zijn van Aruba en dat de algemene verordeningen, betreffende de staat en de bevoegdheid der personen de ingezetenen van Aruba verbinden, ook wanneer zij zich buiten Aruba bevinden (het domiciliebeginsel – artikel 5 en 7 Wet AB). Het internationaal privaatrecht kan ten slotte worden gevonden in rechterlijke uitspraken over specifieke onderwerpen (bijvoorbeeld van de Hoge Raad).
|
||||
|
||||
Als er geen aanknopingspunten in deze rechtsbronnen te vinden zijn, kan gezocht worden naar aanknopingspunten in het internationaal privaatrecht van landen met een rechtsstelsel vergelijkbaar met dat van Aruba – bijvoorbeeld het Nederlandse internationaal privaatrecht.
|
||||
Als er geen aanknopingspunten in deze rechtsbronnen te vinden zijn, kan gezocht worden naar aanknopingspunten in het internationaal privaatrecht van landen met een rechtsstelsel vergelijkbaar met dat van Aruba – bijvoorbeeld het Nederlandse internationaal privaatrecht. Als in een buitenlandse rechterlijke uitspraak de afstamming van een kind van 7 jaar of ouder op grond van DNA-bewijs wordt vastgesteld, dan moet het bij de buitenlandse rechtbank geleverde DNA-bewijs zijn geleverd via een als zodanig herkenbaar en ondertekend rapport van een geaccrediteerd laboratorium dat voldoet aan internationale ISO/IEC-kwaliteitsnormen voor laboratoriumonderzoek in de zin van het Besluit DNA-onderzoek vaderschap (zie Staatsblad 2008, 417 en artikel 4, zesde lid, RWN). Pas hierna is sprake van aangetoond biologisch ouderschap en kan door het kind het Nederlanderschap zijn verkregen (zie ook HR 27 juni 2025, ECLI:NL:HR:2025:1024). Naast de buitenlandse rechterlijke uitspraak moet dus ook het DNA rapport worden overgelegd.
|
||||
|
||||
#### 2. Kind geboren vóór 1 januari 1985, Nederlandse vaststelling vaderschap vóór 1 april 2003
|
||||
|
||||
|
|
@ -2729,7 +2729,7 @@ Als de optant aan de IND een bewijsstuk heeft overgelegd waaruit blijkt dat hij
|
|||
|
||||
##### 2.7. Archivering
|
||||
|
||||
Tot slot archiveert de Gouverneur de optieverklaring en de daarbij behorende documenten die hebben geleid tot de optiebevestiging, alsmede afschriften van de bevestiging gedurende ten minste twaalf jaar na de bekendmaking van de bevestiging (artikel 24, tweede lid, BVVN). Deze bewaarplicht in het BVVN is een uitvloeisel van artikel 14, eerste lid, RWN waarin is voorzien in de intrekking van de verkrijging van het Nederlanderschap binnen twaalf jaar na de bevestiging, indien de verkrijging van het Nederlanderschap berust op een door de betrokken persoon gegeven valse verklaring of bedrog dan wel op het verzwijgen van enig voor de verkrijging of verlening relevant feit. Voor de bijzondere gevallen waarin ook na twaalf jaar nog intrekking van de verkrijging van het Nederlanderschap mogelijk is, is een langere archieftijd in het kader van de RWN weliswaar wenselijk, maar niet noodzakelijk, omdat het verzwijgen van dergelijke misdrijven altijd bewust zal gebeuren. De bewaarplicht op grond van artikel 18 BVVN laat overigens onverlet de (bewaar)verplichtingen op grond van de Archiefwet.
|
||||
Tot slot archiveert de Gouverneur de optieverklaring en de daarbij behorende documenten die hebben geleid tot de optiebevestiging, alsmede afschriften van de bevestiging gedurende ten minste twaalf jaar na de bekendmaking van de bevestiging (artikel 24, tweede lid, BVVN). Deze bewaarplicht in het BVVN is een uitvloeisel van artikel 14, eerste lid, RWN waarin is voorzien in de intrekking van de verkrijging van het Nederlanderschap binnen twaalf jaar na de bevestiging, indien de verkrijging van het Nederlanderschap berust op een door de betrokken persoon gegeven valse verklaring of bedrog dan wel op het verzwijgen van enig voor de verkrijging of verlening relevant feit.
|
||||
|
||||
##### 2.8. Weigering bevestiging
|
||||
|
||||
|
|
@ -5341,18 +5341,22 @@ Hierna volgt een lijst van landen met vermelding van behoud of verlies van de na
|
|||
De schrijfwijze van de namen van staten is conform de ‘lijst van landnamen’, de officiële schrijfwijze voor het Nederlandse taalgebied, van de Werkgroep Buitenlandse Aardrijkskundige namen, 1994.
|
||||
|
||||
A = automatisch verlies
|
||||
|
||||
B = geen automatisch verlies maar het doen van afstand is mogelijk.
|
||||
|
||||
Als volgens de vreemde nationaliteitswetgeving het doen van afstand mogelijk is, betekent dit niet dat dit altijd daadwerkelijk door de Nederlandse autoriteiten wordt verlangd. Van de verplichting om de oorspronkelijke nationaliteit te verliezen, bestaan vrijstellingen. Zie daarvoor artikel 9 lid 3 RWN en artikel 6 Regeling verkrijging en verlies Nederlanderschap (Stcrt. 2003, 54).
|
||||
|
||||
C = geen automatisch verlies; het doen van afstand is niet mogelijk
|
||||
|
||||
D = partij bij het Verdrag van Straatsburg
|
||||
|
||||
E = partij geweest bij het Tweede Protocol van het Verdrag van Straatsburg
|
||||
|
||||
Onbekend = geen automatisch verlies, tot het tegendeel bewezen is
|
||||
|
||||
Als betrokkene verplicht is afstand te doen, dan moet hij een bereidheidsverklaring tekenen. Als
|
||||
Als betrokkene verplicht is afstand te doen, dan moet hij een bereidheidsverklaring tekenen.
|
||||
|
||||
betrokkene is vrijgesteld van de plicht om afstand te doen, dan hoeft hij geen bereidheidsverklaring te tekenen.
|
||||
Als betrokkene is vrijgesteld van de plicht om afstand te doen, dan hoeft hij geen bereidheidsverklaring te tekenen.
|
||||
|
||||
**Let op!** Deze lijst geldt zowel bij optie als naturalisatie. De afstandsverplichting bij optie op grond van artikel 6, eerste lid en onder e, RWN is op 1 oktober 2010 ingevoerd. De afstandsverplichting geldt niet voor de overige optiecategorieën.
|
||||
|
||||
|
|
@ -5360,7 +5364,7 @@ Met bevoegde autoriteit wordt bedoeld de bevoegde instantie die de optieverklari
|
|||
|
||||
• in Europees Nederland: de burgemeester;
|
||||
• in Aruba, Curaçao en Sint Maarten: de Gouverneur van Aruba, van Curaçao onderscheidenlijk van Sint Maarten;
|
||||
• in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba: de minister (lees: IND-unit Caribisch Nederland);
|
||||
• in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba: de Minister (lees: IND-unit Caribisch Nederland);
|
||||
• in het buitenland: de hoofden van de Nederlandse diplomatieke en consulaire posten.
|
||||
|
||||
Daar waar staat basisregistratie personen geldt:
|
||||
|
|
@ -5391,9 +5395,9 @@ voor de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba: de bevolkingsregistra
|
|||
| Belize | B |
|
||||
| Benin | B |
|
||||
| Bhutan | A |
|
||||
| Bolivia | A: genaturaliseerde Bolivianen verliezen automatisch de Boliviaanse nationaliteit bij het aannemen van een vreemde nationaliteit. C: voor Bolivianen die bij geboorte die nationaliteit hebben verkregen, is het doen van afstand van de Boliviaanse nationaliteit niet mogelijk. B: tot 1 januari 2025. |
|
||||
| Bolivia | B: genaturaliseerde Bolivianen verliezen niet automatisch de Boliviaanse nationaliteit bij het aannemen van een vreemde nationaliteit, maar het doen van afstand is mogelijk. C: voor Bolivianen die bij geboorte die nationaliteit hebben verkregen, is het doen van afstand van de Boliviaanse nationaliteit niet mogelijk. |
|
||||
| Bosnië en Herzegovina | B Het doen van afstand wordt gevraagd bij een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 1-7-2014 en bij optie (o.g.v. artikel 6, eerste lid, aanhef en onder e, RWN) als de verklaring is afgelegd op of na 1-7-2014. |
|
||||
| Botswana | A tot 1 januari 2025 B Het doen van afstand wordt gevraagd bij een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 1 januari 2025 en bij optie (o.g.v. artikel 6, eerste lid, aanhef en onder e, RWN) als de verklaring is afgelegd op of na 1 januari 2025. |
|
||||
| Botswana | A: tot 1 januari 2025 B Het doen van afstand wordt gevraagd bij een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 1 januari 2025 en bij optie (o.g.v. artikel 6, eerste lid, aanhef en onder e, RWN) als de verklaring is afgelegd op of na 1 januari 2025. |
|
||||
| Brazilië | B |
|
||||
| Brunei | A |
|
||||
| Bulgarije | B |
|
||||
|
|
@ -5417,8 +5421,7 @@ voor de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba: de bevolkingsregistra
|
|||
| Dominicaanse Republiek | B (m.i.v. 1 oktober 2020) Het doen van afstand wordt bij naturalisatie gevraagd bij een naturalisatieverzoek en bij optie (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN), ingediend vanaf 1 oktober 2020. Vanaf 1 oktober 2020 moet een bereidheidsverklaring tot het doen van afstand worden ondertekend. |
|
||||
| Duitsland | B Het doen van afstand wordt bij naturalisatie alleen gevraagd bij een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 28.08.2007 en bij optie (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN) als de verklaring is afgelegd op of na 01.10.2010. Geen partij meer bij het verdrag van Straatsburg m.i.v. 22.12.2002. Tot 28.08.2007 ging de Duitse nationaliteit automatisch verloren, tenzij de Duitse autoriteiten, met instemming van de Nederlandse autoriteiten, behoud van de Duitse nationaliteit hadden goedgekeurd. |
|
||||
| Ecuador | C, echter B ingeval van tot Ecuadoriaan genaturaliseerden. Het doen van afstand wordt alleen gevraagd bij een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 30.08.2021 en bij optie (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN) als de verklaring is afgelegd op of na 30.08.2021. Tot 30.08.2021: C. |
|
||||
| Egypte Met het oog op de actualiteit van de basisregistratie personen voegt de IND aan de bekendmaking aan de bevoegde autoriteit dat betrokkene het Nederlanderschap is verleend, een kopie van de toestemmingsverklaring van de Egyptische autoriteiten toe. Let op! De Egyptische nationaliteit is verloren gegaan met het verlenen van het Nederlanderschap, mits genaturaliseerd is ná verkregen toestemming**en** nadat het verlies van de Egyptische nationaliteit is gepubliceerd in de Egyptische Staatscourant. Zodra betrokkene een kopie van de publicatie in de Egyptische Staatscourant heeft overgelegd, zal de IND de bevoegde autoriteit hiervan op de hoogte stellen en verzoeken de (gemeentelijke) basisadministratie aan te passen. | B Betrokkene moet zich tot het Egyptische Ministerie van Binnenlandse Zaken wenden om toestemming te krijgen voor het verkrijgen van een andere nationaliteit. Betrokkene moet vóór het moment van verkrijging of verlening van het Nederlanderschap de beoogde toestemming van het Egyptische Ministerie van Binnenlandse Zaken hebben verkregen. Bedoelde toestemming blijkt uit een (gelegaliseerde) verklaring van de Egyptische ambassade. De verklaring van de Egyptische ambassade legt betrokkene over bij het afleggen van de optieverklaring of bij het indienen van het naturalisatieverzoek. De optieverklaring of het verzoek om naturalisatie kan eventueel ook worden afgelegd dan wel ingediend zonder de toestemmingsverklaring, maar dan moet betrokkene na ontvangst van bedoelde verklaring deze inleveren/opsturen bij/naar de bevoegde autoriteit waar de optieverklaring is afgelegd of het IND-kantoor waar zijn naturalisatieverzoek in behandeling is. Op de optieverklaring of het verzoek om naturalisatie wordt pas beslist als de verklaring van de ambassade is ontvangen. In dit kader kan bij naturalisatie gebruik worden gemaakt van de bevoegdheid tot aanhouding uit artikel 9, vierde lid, RWN. Bij optie kan gebruik worden gemaakt van de bevoegdheid om de beslistermijn met dertien weken te verlengen (artikel 6, vijfde lid, RWN). De optieverklaring of het verzoek om naturalisatie wordt na de verlengingstermijn/ laatste aanhoudingstermijn bevestigd of ingewilligd als nog geen toestemmingsverklaring is ontvangen, **mits** de betrokkene aan de hand van correspondentie aantoont meermaals bij de Egyptische autoriteiten navraag te hebben gedaan inzake zijn verzoek om een vreemde nationaliteit aan te nemen. Nadat het Nederlanderschap is verleend of verkregen moet betrokkene, totdat daadwerkelijk afstand is gedaan van de Egyptische nationaliteit, nog de volgende handelingen verrichten: – Inleveren van het Egyptische paspoort en/of ID-kaart bij de bevoegde autoriteit; – Verzoek indienen bij het Egyptische Ministerie van Binnenlandse Zaken om de Egyptische nationaliteit officieel te laten schrappen. Het opgeven van de Egyptische nationaliteit wordt gepubliceerd in de Egyptische Staatscourant; – Betrokkene moet een bewijs publicatie verlies Egyptische nationaliteit overleggen aan de IND. |
|
||||
| | Genoemde stukken moeten zijn voorzien van een vertaling, gemaakt door een beëdigd vertaler. Een afstandsplichtige betrokkene (die niet onder één van de vrijstellingscategorieën voor de verplichting tot het doen van afstand van de oorspronkelijke nationaliteit valt) wordt ook gevraagd een verklaring (model 1.14-1b bij optie en model 2.5/2.5a bij naturalisatie) dat de Egyptische autoriteiten niet is gevraagd noch zal worden gevraagd om behoud van de Egyptische nationaliteit. Uit artikel 10 van de Egyptische nationaliteitswetgeving blijkt namelijk dat de mogelijkheid bestaat om na de verkregen toestemming om een andere nationaliteit aan te nemen en het hieropvolgende verlies van de Egyptische nationaliteit binnen één jaar na verkrijging van de andere nationaliteit om behoud kan worden gevraagd van de Egyptische nationaliteit. Om de betrokkene duidelijk te maken dat dit niet de bedoeling is, moet model 1.14-1b (bij optie) en model 2.5/2.5a (bij naturalisatie) getekend worden. |
|
||||
| Egypte Met het oog op de actualiteit van de basisregistratie personen voegt de IND aan de bekendmaking aan de bevoegde autoriteit dat betrokkene het Nederlanderschap is verleend, een kopie van de toestemmingsverklaring van de Egyptische autoriteiten toe. Let op! De Egyptische nationaliteit is verloren gegaan met het verlenen van het Nederlanderschap, mits genaturaliseerd is ná verkregen toestemming **en** nadat het verlies van de Egyptische nationaliteit is gepubliceerd in de Egyptische Staatscourant. Zodra betrokkene een kopie van de publicatie in de Egyptische Staatscourant heeft overgelegd, zal de IND de bevoegde autoriteit hiervan op de hoogte stellen en verzoeken de (gemeentelijke) basisadministratie aan te passen. | B Betrokkene moet zich tot het Egyptische Ministerie van Binnenlandse Zaken wenden om toestemming te krijgen voor het verkrijgen van een andere nationaliteit. Betrokkene moet vóór het moment van verkrijging of verlening van het Nederlanderschap de beoogde toestemming van het Egyptische Ministerie van Binnenlandse Zaken hebben verkregen. Bedoelde toestemming blijkt uit een (gelegaliseerde) verklaring van de Egyptische ambassade. De verklaring van de Egyptische ambassade legt betrokkene over bij het afleggen van de optieverklaring of bij het indienen van het naturalisatieverzoek. De optieverklaring of het verzoek om naturalisatie kan eventueel ook worden afgelegd dan wel ingediend zonder de toestemmingsverklaring, maar dan moet betrokkene na ontvangst van bedoelde verklaring deze inleveren/opsturen bij/naar de bevoegde autoriteit waar de optieverklaring is afgelegd of het IND-kantoor waar zijn naturalisatieverzoek in behandeling is. Op de optieverklaring of het verzoek om naturalisatie wordt pas beslist als de verklaring van de ambassade is ontvangen. In dit kader kan bij naturalisatie gebruik worden gemaakt van de bevoegdheid tot aanhouding uit artikel 9, vierde lid, RWN. Bij optie kan gebruik worden gemaakt van de bevoegdheid om de beslistermijn met dertien weken te verlengen (artikel 6, vijfde lid, RWN). De optieverklaring of het verzoek om naturalisatie wordt na de verlengingstermijn/ laatste aanhoudingstermijn bevestigd of ingewilligd als nog geen toestemmingsverklaring is ontvangen, **mits** de betrokkene aan de hand van correspondentie aantoont meermaals bij de Egyptische autoriteiten navraag te hebben gedaan inzake zijn verzoek om een vreemde nationaliteit aan te nemen. Nadat het Nederlanderschap is verleend of verkregen moet betrokkene, totdat daadwerkelijk afstand is gedaan van de Egyptische nationaliteit, nog de volgende handelingen verrichten: – Inleveren van het Egyptische paspoort en/of ID-kaart bij de bevoegde autoriteit; – Verzoek indienen bij het Egyptische Ministerie van Binnenlandse Zaken om de Egyptische nationaliteit officieel te laten schrappen. Het opgeven van de Egyptische nationaliteit wordt gepubliceerd in de Egyptische Staatscourant; – Betrokkene moet een bewijs publicatie verlies Egyptische nationaliteit overleggen aan de IND. Genoemde stukken moeten zijn voorzien van een vertaling, gemaakt door een beëdigd vertaler. Een afstandsplichtige betrokkene (die niet onder één van de vrijstellingscategorieën voor de verplichting tot het doen van afstand van de oorspronkelijke nationaliteit valt) wordt ook gevraagd een verklaring (model 1.14-1b bij optie en model 2.5/2.5a bij naturalisatie) dat de Egyptische autoriteiten niet is gevraagd noch zal worden gevraagd om behoud van de Egyptische nationaliteit. Uit artikel 10 van de Egyptische nationaliteitswetgeving blijkt namelijk dat de mogelijkheid bestaat om na de verkregen toestemming om een andere nationaliteit aan te nemen en het hieropvolgende verlies van de Egyptische nationaliteit binnen één jaar na verkrijging van de andere nationaliteit om behoud kan worden gevraagd van de Egyptische nationaliteit. Om de betrokkene duidelijk te maken dat dit niet de bedoeling is, moet model 1.14-1b (bij optie) en model 2.5/2.5a (bij naturalisatie) getekend worden. |
|
||||
| El Salvador | B, echter in sommige gevallen A. B: voor Salvadoranen door geboorte. A: tot Salvadoraan genaturaliseerden verliezen de Salvadoraanse nationaliteit automatisch als zij vijf jaren zonder onderbreking buiten El Salvador verblijven. |
|
||||
| Equatoriaal-Guinee | A |
|
||||
| Eritrea | C (met ingang van 1 april 2016) Bij het indienen van een naturalisatieverzoek of het afleggen van een optieverklaring (ex artikel 6, lid 1 onder e) ingediend of afgelegd op of na 1 april 2016, hoeft geen bereidheidsverklaring tot het doen van afstand meer te worden ondertekend. Van 01.07.2010 tot 01.04.2016: B |
|
||||
|
|
@ -5524,7 +5527,7 @@ voor de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba: de bevolkingsregistra
|
|||
| Saint Vincent en de Grenadines | B |
|
||||
| Salomonseilanden | B Het doen van afstand wordt gevraagd bij een optieverklaring (ex artikel 6, lid1 onder e) of naturalisatieverzoek, afgelegd/ingediend op of na 1 september 2022. A: tot 1 september 2022. |
|
||||
| San Marino | B |
|
||||
| São Tomé en Principe | A |
|
||||
| São Tomé en Principe | B |
|
||||
| Saudi-Arabië Met het oog op de actualiteit van de basisregistratie personen voegt de IND aan de bekendmaking aan de bevoegde autoriteit dat betrokkene het Nederlanderschap is verleend, een kopie van de toestemmingsverklaring van de Saudische autoriteiten toe. De Saudische nationaliteit is verloren gegaan met het verlenen van het Nederlanderschap, mits genaturaliseerd is ná verkregen toestemming. | B Betrokkene moet zich tot de Saudische autoriteiten wenden om toestemming tot verkrijging van een andere nationaliteit te krijgen. Betrokkene moet vóór het moment van verkrijging of verlening van het Nederlanderschap de beoogde toestemming van de Saudische autoriteiten hebben verkregen. Bedoelde toestemming blijkt uit een (gelegaliseerde) verklaring van de Saudische autoriteiten. De verklaring van de Saudische autoriteiten legt betrokkene over bij het afleggen van de optieverklaring of bij het indienen van zijn naturalisatieverzoek. De optieverklaring of het verzoek om naturalisatie kan eventueel ook worden afgelegd dan wel ingediend zonder de toestemmingsverklaring, maar dan moet betrokkene na ontvangst van bedoelde verklaring deze inleveren/opsturen bij/naar de bevoegde autoriteit waar de optieverklaring is afgelegd of het IND-kantoor waar zijn naturalisatieverzoek in behandeling is. Op de optieverklaring of het verzoek om naturalisatie wordt pas beslist als de verklaring van de ambassade is ontvangen. In dit kader kan bij naturalisatie gebruik worden gemaakt van de bevoegdheid tot aanhouding uit artikel 9, vierde lid, RWN. Bij optie kan gebruik worden gemaakt van de bevoegdheid om de beslistermijn met dertien weken te verlengen (artikel 6, vijfde lid, RWN). De optieverklaring of het naturalisatieverzoek wordt na het verstrijken van de verlengingstermijn/laatste aanhoudingstermijn bevestigd dan wel ingewilligd als nog geen toestemmingsverklaring is ontvangen, **mits** de betrokkene aan de hand van correspondentie aantoont meermaals bij de Saudische autoriteiten navraag te hebben gedaan inzake zijn verzoek om een vreemde nationaliteit aan te nemen. |
|
||||
| Senegal | B Op grond van artikel 19 van de nationaliteitswet kan een Senegalees met een buitenlandse nationaliteit toestemming krijgen om op zijn verzoek de Senegalese nationaliteit te verliezen. Deze toestemming wordt per decreet toegekend. Het doen van afstand wordt bij naturalisatie alleen gevraagd bij een naturalisatieverzoek op of na 01.04.2017 en bij optie (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN) als de verklaring is afgelegd op of na 01.04.2017 |
|
||||
| Servië | B |
|
||||
|
|
@ -5564,7 +5567,7 @@ voor de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba: de bevolkingsregistra
|
|||
| Wit-Rusland (Belarus) | B |
|
||||
| Zambia | B Het doen van afstand wordt gevraagd bij een optieverklaring (ex artikel 6, lid1 onder e) of naturalisatieverzoek, afgelegd/ingediend op of na 1 september 2022. A: tot 1 september 2022. |
|
||||
| Zimbabwe | B Het doen van afstand wordt gevraagd bij een optieverklaring (artikel 6, eerste lid, aanhef en onder e, RWN) of naturalisatieverzoek, afgelegd/ingediend op of na 1 oktober 2023. Vanaf 1 oktober 2023 moet een bereidheidsverklaring tot het doen van afstand worden ondertekend. A: tot 1 oktober 2023. |
|
||||
| Zuid-Afrika | A Betrokkene wordt gevraagd een verklaring te ondertekenen dat de Zuidafrikaanse autoriteiten niet is gevraagd noch zal worden gevraagd om behoud van de Zuidafrikaanse nationaliteit (model 1.14-1b bij optie en model 2.5/2.5a bij naturalisatie). |
|
||||
| Zuid-Afrika | B A: Tot 1 januari 2026. Betrokkene werd gevraagd een verklaring te ondertekenen dat de Zuid-Afrikaanse autoriteiten niet is gevraagd of zal worden gevraagd om behoud van de Zuid-Afrikaanse nationaliteit (model 1.14-1b bij optie en model 2.5/2.5a bij naturalisatie). |
|
||||
| Zuid-Korea | A |
|
||||
| Zuid-Soedan (Zuid-Sudan) | B |
|
||||
| Zweden | B (m.i.v. 01.07.2002) A, D: tot 01.07.2002 |
|
||||
|
|
@ -6302,18 +6305,18 @@ Geen.
|
|||
|
||||
De te betalen bedragen voor het afleggen van een optieverklaring en voor het indienen van een verzoek om naturalisatie zijn vastgelegd in het Besluit optie- en naturalisatiegelden 2002 (BON).
|
||||
|
||||
Met het oog op de jaarlijkse indexering van de optie- en naturalisatiegelden (zie artikel 9, eerste lid, BON) wordt verwezen naar de in onderstaande tabel vermelde tariefgroepen en de daarbij behorende tariefcodes en bedragen (in Arubaanse florin).
|
||||
Met het oog op de jaarlijkse indexering van de optie- en naturalisatiegelden (zie artikel 9, eerste lid, BON) wordt verwezen naar de in onderstaande tabel vermelde tariefgroepen en de daarbij behorende tariefcodes en bedragen (in Arubaanse florin).
|
||||
|
||||
| Tariefgroep | Tarief(code) | Bedrag |
|
||||
| --- | --- | --- |
|
||||
| optie; enkelvoudig | A | Afl. 440 |
|
||||
| optie; gemeenschappelijk | B | Afl. 752 |
|
||||
| optie; medeopterende minderjarige | C | Afl. 48 |
|
||||
| naturalisatie; enkelvoudig; standaard | D | Afl. 2.078 |
|
||||
| naturalisatie; gemeenschappelijk; standaard | E | Afl. 2.653 |
|
||||
| naturalisatie; enkelvoudig; verlaagd | F | Afl. 1.545 |
|
||||
| naturalisatie; gemeenschappelijk; verlaagd | G | Afl. 2.122 |
|
||||
| naturalisatie; meenaturaliserende minderjarige | H | Afl. 307 |
|
||||
| optie; enkelvoudig | A | Afl. 501 |
|
||||
| optie; gemeenschappelijk | B | Afl. 857 |
|
||||
| optie; medeopterende minderjarige | C | Afl. 56 |
|
||||
| naturalisatie; enkelvoudig; standaard | D | Afl. 2.368 |
|
||||
| naturalisatie; gemeenschappelijk; standaard | E | Afl. 3.023 |
|
||||
| naturalisatie; enkelvoudig; verlaagd | F | Afl. 1.761 |
|
||||
| naturalisatie; gemeenschappelijk; verlaagd | G | Afl. 2.418 |
|
||||
| naturalisatie; meenaturaliserende minderjarige | H | Afl. 349 |
|
||||
|
||||
#### 1
|
||||
|
||||
|
|
@ -6442,26 +6445,26 @@ Stelt de Gouverneur een verzoek om naturalisatie buiten behandeling, dan brengt
|
|||
|
||||
De Gouverneur hoeft de ontvangen optiegelden niet af te dragen aan Onze Minister. De behandeling van en de beslissing op de verklaring van optie liggen immers geheel in handen van de ontvangende instantie.
|
||||
|
||||
Artikel 8 BON bepaalt dat een gedeelte van de ontvangen naturalisatiegelden moet worden afgedragen aan de rijksoverheid. De Gouverneur draagt zorg voor een rechtstreekse afdracht aan Onze Minister. Tevens regelt artikel 8 BON de hoogte van het bedrag dat de Gouverneur behoudt en op welke wijze de afdracht aan Onze Minister geschiedt. Over de wijze van afdracht van de ontvangen naturalisatiegelden door de Gouverneur van Aruba aan Onze Minister, wordt de Gouverneur nader geïnformeerd met een brief van de IND.
|
||||
Artikel 8 BON bepaalt dat een gedeelte van de ontvangen naturalisatiegelden moet worden afgedragen aan de rijksoverheid. De Gouverneur draagt zorg voor een rechtstreekse afdracht aan Onze Minister. Tevens regelt artikel 8 BON de hoogte van het bedrag dat de Gouverneur behoudt en op welke wijze de afdracht aan Onze Minister geschiedt. Over de wijze van afdracht van de ontvangen naturalisatiegelden door de Gouverneur van Aruba aan Onze Minister, wordt de Gouverneur nader geïnformeerd met een brief van de IND.
|
||||
|
||||
De Gouverneur behoudt per enkelvoudig verzoek om naturalisatie Afl. 440, ongeacht of betrokkene het standaard of het verlaagde tarief betaalt. Het resterende bedrag dat aan leges is ontvangen, wordt afgedragen aan Onze Minister (Afl. 1.638 bij standaard tarief en Afl. 1.105 bij verlaagd tarief).
|
||||
De Gouverneur behoudt per enkelvoudig verzoek om naturalisatie Afl. 501, ongeacht of betrokkene het standaard of het verlaagde tarief betaalt. Het resterende bedrag dat aan leges is ontvangen, wordt afgedragen aan Onze Minister (Afl. 1.867 bij standaard tarief en Afl. 1.260 bij verlaagd tarief).
|
||||
|
||||
Bij een gemeenschappelijk verzoek of een gelijktijdig verzoek om naturalisatie van meerdere kinderen binnen één gezin behoudt de Gouverneur Afl. 752 eveneens ongeacht of standaard of verlaagd tarief is betaald. Het resterende bedrag dat aan leges is ontvangen wordt afgedragen aan Onze Minister (Afl. 1.901 bij het standaard tarief en Afl. 1.370 bij het verlaagd tarief). In het geval van een verzoek tot medeverlening als bedoeld in artikel 11, eerste lid, RWN behoudt de Gouverneur Afl. 48 per kind. Het resterende bedrag dat aan leges is ontvangen (Afl. 259) wordt afgedragen aan Onze Minister. Als de verzoeker tijdens de naturalisatieprocedure verhuist, behoudt de Gouverneur die de leges geïnd heeft het bedrag dat niet afgedragen hoeft te worden en draagt zorg voor de afdracht van het resterende bedrag.
|
||||
Bij een gemeenschappelijk verzoek of een gelijktijdig verzoek om naturalisatie van meerdere kinderen binnen één gezin behoudt de Gouverneur Afl. 857 eveneens ongeacht of standaard of verlaagd tarief is betaald. Het resterende bedrag dat aan leges is ontvangen wordt afgedragen aan Onze Minister (Afl. 2.166 bij het standaard tarief en Afl. 1.561 bij het verlaagd tarief). In het geval van een verzoek tot medeverlening als bedoeld in artikel 11, eerste lid, RWN behoudt de Gouverneur Afl. 56 per kind. Het resterende bedrag dat aan leges is ontvangen (Afl. 293) wordt afgedragen aan Onze Minister. Als de verzoeker tijdens de naturalisatieprocedure verhuist, behoudt de Gouverneur die de leges geïnd heeft het bedrag dat niet afgedragen hoeft te worden en draagt zorg voor de afdracht van het resterende bedrag.
|
||||
|
||||
Vanaf 1 januari 2025 gelden de volgende afdrachtbedragen en afdrachtcodes:
|
||||
Vanaf 1 januari 2026 gelden de volgende afdrachtbedragen en afdrachtcodes:
|
||||
|
||||
| Tariefgroep | af te dragen bedrag | afdrachtcode |
|
||||
| --- | --- | --- |
|
||||
| optie; enkelvoudig | nvt | nvt |
|
||||
| optie; gemeenschappelijk | nvt | nvt |
|
||||
| optie; medeopterende minderjarige | nvt | nvt |
|
||||
| naturalisatie; enkelvoudig; standaard | Afl. 1.638 | 250-AA |
|
||||
| naturalisatie; enkelvoudig; verlaagd | Afl. 1.105 | 251-AA |
|
||||
| naturalisatie; gemeenschappelijk; standaard | Afl. 1.901 | 253-AA |
|
||||
| naturalisatie; gemeenschappelijk; verlaagd | Afl. 1.370 | 254-AA |
|
||||
| naturalisatie; meenaturaliserende minderjarige | Afl. 259 | 255-AA |
|
||||
| naturalisatie; enkelvoudig; standaard | Afl. 1.876 | 260-AA |
|
||||
| naturalisatie; enkelvoudig; verlaagd | Afl. 1.260 | 261-AA |
|
||||
| naturalisatie; gemeenschappelijk; standaard | Afl. 2.166 | 263-AA |
|
||||
| naturalisatie; gemeenschappelijk; verlaagd | Afl. 1.561 | 264-AA |
|
||||
| naturalisatie; meenaturaliserende minderjarige | Afl. 293 | 265-AA |
|
||||
|
||||
In geval van ontheffing van betaling van de naturalisatiegelden kan de Gouverneur verzoeken om een vergoeding (artikel 8, tweede lid, BON). Een dergelijk schriftelijk verzoek moet worden gericht aan de IND, Directie Bedrijfsvoering, Afdeling Financiën en Business Informatie, Team Financiële Administratie, Postbus 85449, 2508 CC Den Haag. Als het verzoek van de Gouverneur door de IND wordt gehonoreerd, ontvangt de Gouverneur een bedrag van Afl. 440 voor een enkelvoudig verzoek en Afl. 752 voor een gemeenschappelijk verzoek.
|
||||
In geval van ontheffing van betaling van de naturalisatiegelden kan de Gouverneur verzoeken om een vergoeding (artikel 8, tweede lid, BON). Een dergelijk schriftelijk verzoek moet worden gericht aan de IND, Directie Bedrijfsvoering, Afdeling Financiën en Business Informatie, Team Financiële Administratie, Postbus 85449, 2508 CC Den Haag. Als het verzoek van de Gouverneur door de IND wordt gehonoreerd, ontvangt de Gouverneur een bedrag van Afl. 501 voor een enkelvoudig verzoek en Afl. 857 voor een gemeenschappelijk verzoek.
|
||||
|
||||
### 13-2. Toelichting ad
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue