2014-03-15 | BWBR0005555 | Wet luchtvaart
This commit is contained in:
parent
cde65a8167
commit
18558873c1
1 changed files with 40 additions and 49 deletions
|
|
@ -114,9 +114,9 @@ indien zij krachtens artikel 6.51 of artikel 10.7, eerste lid, zijn aangewezen;
|
|||
|
||||
Deze wet is:
|
||||
|
||||
a. van toepassing op het luchtverkeer, de luchtverkeersbeveiliging, luchtvaartnavigatiediensten, de luchtvaartuigen, het vervoer en de vluchtuitvoering met luchtvaartuigen binnen het vluchtinformatiegebied Amsterdam;
|
||||
b. van toepassing op Nederlandse luchtvaartuigen, alsmede het vervoer en de vluchtuitvoering met Nederlandse luchtvaartuigen buiten het vluchtinformatiegebied Amsterdam;
|
||||
c. met betrekking tot het bepaalde bij of krachtens hoofdstuk 2, 3, en 4 en de artikelen 11.1, 11.2, 11.2a, 11.3 tot en met 11.14 van toepassing binnen de delen van het vluchtinformatiegebied Curaçao en het vluchtinformatiegebied San Juan, bedoeld in artikel 1 van de Luchtvaartwet BES, dat zich boven het territoir van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba bevindt dan wel die delen waarvoor de Minister de verantwoordelijkheid voor het verzorgen van luchtverkeersdiensten heeft aanvaard;
|
||||
a. van toepassing op de luchthavens, het luchtverkeer, de luchtverkeersbeveiliging, de luchtvaartnavigatiediensten, de luchtvaartuigen, het vervoer en de vluchtuitvoering met luchtvaartuigen binnen het vluchtinformatiegebied Amsterdam, voor zover hetgeen bij of krachtens de basisverordening is bepaald niet van toepassing is;
|
||||
b. van toepassing op Nederlandse luchtvaartuigen, alsmede het vervoer en de vluchtuitvoering met Nederlandse luchtvaartuigen buiten het vluchtinformatiegebied Amsterdam, voor zover hetgeen bij of krachtens de basisverordening is bepaald niet van toepassing is;
|
||||
c. met betrekking tot het bepaalde bij of krachtens hoofdstuk 2, 3, en 4 en de artikelen 11.1, 11.2, 11.2a, 11.3 tot en met 11.14 mede van toepassing binnen het luchtruim van Bonaire, Sint Eustatius en Saba en op het territoir van deze openbare lichamen;
|
||||
d. met betrekking tot het bepaalde bij of krachtens hoofdstuk 11 van toepassing op de verleners van luchtvaartnavigatiediensten die bij of krachtens deze wet zijn gecertificeerd.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
|
@ -173,11 +173,11 @@ Het is verboden in strijd te handelen met bij ministeriële regeling aangewezen
|
|||
|
||||
### Artikel 2.1
|
||||
|
||||
**1.** Het is verboden een luchtvaartuig te bedienen, luchtverkeersdiensten te verlenen of een grondstation of een mobiel station in de luchtvaartmobiele band, waarvoor een vergunning is vereist als bedoeld in artikel 3.13 van de Telecommunicatiewet of de Wet telecommunicatievoorzieningen BES, te bedienen zonder het daarvoor geldige bewijs van bevoegdheid of geldige bewijs van gelijkstelling.
|
||||
**1.** Het is verboden een luchtvaartuig te bedienen, luchtverkeersdiensten te verlenen, luchthaveninformatie te verstrekken of een grondstation of een mobiel station in de luchtvaartmobiele band, waarvoor een vergunning is vereist als bedoeld in artikel 3.13 van de Telecommunicatiewet of de Wet telecommunicatievoorzieningen BES, te bedienen zonder het daarvoor geldige bewijs van bevoegdheid of geldige bewijs van gelijkstelling.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Voor het bedienen van een Nederlands burgerluchtvaartuig, het verlenen van luchtverkeersdiensten of het bedienen van een grondstation of een mobiel station als bedoeld in het eerste lid is het bezit vereist van hetzij:
|
||||
Voor het bedienen van een Nederlands burgerluchtvaartuig, het verlenen van luchtverkeersdiensten, het verstrekken van luchthaveninformatie of het bedienen van een grondstation of een mobiel station als bedoeld in het eerste lid is het bezit vereist van hetzij:
|
||||
|
||||
a. een door Onze Minister van Verkeer en Waterstaat afgegeven bewijs van bevoegdheid of bewijs van gelijkstelling,
|
||||
b. een bewijs van bevoegdheid of bewijs van gelijkstelling, afgegeven door de bevoegde autoriteit van een door Onze Minister van Verkeer en Waterstaat op grond van artikel 2.8 aangewezen staat of door een door hem aangewezen internationale organisatie. Betrokkene dient in geval van toepassing van onderdeel a tevens in het bezit te zijn van een geldige medische verklaring, bedoeld in artikel 2.4, afgegeven door Onze Minister van Verkeer en Waterstaat dan wel door de bevoegde autoriteit van een door hem aangewezen staat, hetzij
|
||||
|
|
@ -212,7 +212,7 @@ a. beschikt over een geldige medische verklaring;
|
|||
b. beschikt over voldoende kennis, bedrevenheid en ervaring met betrekking tot het bewijs van bevoegdheid dat hij heeft aangevraagd; en
|
||||
c. daartoe voldoende onderricht heeft genoten aan een door Onze Minister van Verkeer en Waterstaat of door de bevoegde autoriteit van een door hem aangewezen staat:
|
||||
|
||||
1°. erkende, gekwalificeerde of geregistreerde opleidingsinstelling, of
|
||||
1°. goedgekeurde of geregistreerde opleidingsinstelling, of
|
||||
2°. gecertificeerde opleidingsinstelling indien degene die het bewijs van bevoegdheid heeft aangevraagd een bewijs van bevoegdheid voor het verlenen van luchtverkeersdiensten heeft aangevraagd.
|
||||
|
||||
**2.** Onze Minister van Verkeer en Waterstaat geeft op aanvraag op het bewijs van bevoegdheid een of meer bevoegdverklaringen weer. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing behoudens ter zake van de medische verklaring.
|
||||
|
|
@ -221,9 +221,9 @@ c. daartoe voldoende onderricht heeft genoten aan een door Onze Minister van Ver
|
|||
|
||||
**4.** Bij ministeriële regeling kan Onze Minister van Verkeer en Waterstaat met betrekking tot het model en de uitvoering van het document, waarop een bewijs van bevoegdheid en een of meer bevoegdverklaringen worden weergegeven, eisen vaststellen.
|
||||
|
||||
**5.** Onze Minister van Verkeer en Waterstaat houdt van de door hem afgegeven bewijzen van bevoegdheid een register bij. In het belang van een goede uitvoering en handhaving van deze wet en de daarop berustende bepalingen verwerkt Onze Minister van Verkeer en Waterstaat in het register gegevens omtrent afgegeven bewijzen van bevoegdheid en bewijzen van gelijkstelling, rechterlijke uitspraken houdende ontzegging van de bevoegdheid een luchtvaartuig te bedienen, luchtverkeersdiensten te verlenen of een grondstation of een mobiel station als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, te bedienen en persoonsgegevens betreffende de gezondheid van houders van een bewijs van bevoegdheid.
|
||||
**5.** Onze Minister van Verkeer en Waterstaat houdt van de door hem afgegeven bewijzen van bevoegdheid een register bij. In het belang van een goede uitvoering en handhaving van deze wet en de daarop berustende bepalingen verwerkt Onze Minister van Verkeer en Waterstaat in het register gegevens omtrent afgegeven bewijzen van bevoegdheid en bewijzen van gelijkstelling, rechterlijke uitspraken houdende ontzegging van de bevoegdheid een luchtvaartuig te bedienen, luchtverkeersdiensten te verlenen, luchthaveninformatie te verstrekken of een grondstation of een mobiel station als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, te bedienen en persoonsgegevens betreffende de gezondheid van houders van een bewijs van bevoegdheid.
|
||||
|
||||
**6.** Het derde lid is niet van toepassing op bewijzen van bevoegdheid voor het verlenen van luchtverkeersdiensten. Bij algemene maatregel van bestuur wordt aangegeven welke bewijzen van bevoegdheid voor het verlenen van luchtverkeersdiensten Onze Minister van Verkeer en Waterstaat kan afgeven en welke bevoegdverklaringen Onze Minister op die bewijzen van bevoegdheid kan weergeven. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere voorschriften gesteld aan de bewijzen van bevoegdheid, bevoegdverklaringen en daaraan te verbinden machtigingen voor het verlenen van luchtverkeersdiensten.
|
||||
**6.** Het derde lid is niet van toepassing op bewijzen van bevoegdheid voor het verlenen van luchtverkeersdiensten of het verstrekken van luchthaveninformatie. Bij algemene maatregel van bestuur wordt aangegeven welke bewijzen van bevoegdheid voor het verlenen van luchtverkeersdiensten of het verstrekken van luchthaveninformatie Onze Minister van Verkeer en Waterstaat kan afgeven en welke bevoegdverklaringen Onze Minister op die bewijzen van bevoegdheid kan weergeven. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere voorschriften gesteld aan de bewijzen van bevoegdheid, bevoegdverklaringen en daaraan te verbinden machtigingen voor het verlenen van luchtverkeersdiensten of het verstrekken van luchthaveninformatie.
|
||||
|
||||
**7.** Het eerste lid, onderdeel c, onder 2°, is niet van toepassing op degene die zijn taken uitoefent onder de verantwoordelijkheid van verleners van luchtvaartnavigatiediensten die deze diensten voornamelijk aanbieden aan andere bewegingen van luchtvaartuigen dan aan het algemeen luchtverkeer.
|
||||
|
||||
|
|
@ -332,14 +332,9 @@ b. wanneer het bewijs van bevoegdheid of de daarop weergegeven bevoegdverklaring
|
|||
c. wanneer gedurende een periode van ten minste zes maanden van het betrokken bewijs van bevoegdheid of de daarop weergegeven bevoegdverklaring geen gebruik is gemaakt;
|
||||
d. wanneer bij de aanvraag of het verzoek om verlenging van het bewijs van bevoegdheid, de bevoegdverklaring of de medische verklaring onjuiste gegevens zijn verstrekt.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
**2.** Vervallen.
|
||||
|
||||
Een bewijs van bevoegdheid of een bevoegdverklaring voor het verlenen van luchtverkeersdiensten kan eveneens worden ingetrokken in geval van:
|
||||
|
||||
a. grove nalatigheid tijdens het uitoefenen van het verlenen van luchtverkeersdiensten;
|
||||
b. misbruik van het bewijs van bevoegdheid of de bevoegdverklaring.
|
||||
|
||||
**3.** Indien de houder van een bewijs van bevoegdheid of een of meer bevoegdverklaringen de bevoegdheid een luchtvaartuig te bedienen, luchtverkeersdiensten te verlenen of een grondstation of mobiel station als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, te bedienen is ontzegd, dan wel zijn bewijs van bevoegdheid of een of meer bevoegdverklaringen zijn ingetrokken, is hij verplicht het document, waarop zijn bewijs van bevoegdheid en eventuele bevoegdverklaringen zijn weergegeven, onverwijld bij Onze Minister van Verkeer en Waterstaat in te leveren.
|
||||
**3.** Indien de houder van een bewijs van bevoegdheid of een of meer bevoegdverklaringen de bevoegdheid een luchtvaartuig te bedienen, luchtverkeersdiensten te verlenen, luchthaveninformatie te verstrekken of een grondstation of mobiel station als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, te bedienen is ontzegd, dan wel zijn bewijs van bevoegdheid of een of meer bevoegdverklaringen zijn ingetrokken, is hij verplicht het document, waarop zijn bewijs van bevoegdheid en eventuele bevoegdverklaringen zijn weergegeven, onverwijld bij Onze Minister van Verkeer en Waterstaat in te leveren.
|
||||
|
||||
**4.** Het eerste en derde lid is van overeenkomstige toepassing op een autorisatie als bedoeld in artikel 2.3, zesde lid, onderdeel e.
|
||||
|
||||
|
|
@ -370,21 +365,17 @@ erkennen als geldig bewijs van bevoegdheid, geldig bewijs van gelijkstelling of
|
|||
|
||||
### Artikel 2.8a
|
||||
|
||||
**1.** Indien de houder van een bewijs van bevoegdheid, dat overeenkomstig richtlijn nr. 2006/23/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 5 april 2006 inzake een communautaire vergunning van luchtverkeersleiders (PbEU L 114) door een andere lidstaat van de Europese Unie is verstrekt, binnen het vluchtinformatiegebied Amsterdam onder verantwoordelijkheid van een aangewezen instantie als bedoeld in artikel 5.13, 5.14 of 5.14a of een andere verlener van luchtverkeersdiensten als bedoeld in artikel 5.14b, eerste lid, luchtverkeersdiensten verleent, verstrekt Onze Minister van Verkeer en Waterstaat hem op aanvraag een gelijkwaardig bewijs van bevoegdheid als bedoeld in deze wet.
|
||||
|
||||
**2.** Bij ministeriële regeling kan Onze Minister van Verkeer en Waterstaat regels geven met betrekking tot de procedure van aanvraag.
|
||||
|
||||
**3.** Een wijziging van richtlijn nr. 2006/23/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 5 april 2006 inzake een communautaire vergunning van luchtverkeersleiders (PbEU L 114) gaat voor de toepassing van het eerste lid gelden met ingang van de dag waarop aan de betrokken wijzigingsrichtlijn uitvoering moet zijn gegeven.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 2.9
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister van Verkeer en Waterstaat kan een opleidingsinstelling ter verkrijging van een bewijs van bevoegdheid of bevoegdverklaring erkennen, kwalificeren of registreren, indien die opleidingsinstelling voldoet aan bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen eisen.
|
||||
**1.** Onze Minister van Verkeer en Waterstaat kan een opleidingsinstelling ter verkrijging van een bewijs van bevoegdheid of bevoegdverklaring goedkeuren of registreren, indien die opleidingsinstelling voldoet aan bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen eisen.
|
||||
|
||||
**2.** Onverminderd het eerste lid kan Onze Minister van Verkeer en Waterstaat een opleidingsinstelling ter verkrijging van een bewijs van bevoegdheid of bevoegdverklaring voor het verlenen van luchtverkeersdiensten certificeren indien die opleidingsinstelling voldoet aan bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen eisen.
|
||||
|
||||
**3.** Onze Minister van Verkeer en Waterstaat kan de erkenning, kwalificatie of registratie van een opleidingsinstelling geheel of deels intrekken, wanneer die opleidingsinstelling niet meer voldoet aan de eisen, bedoeld in het eerste lid.
|
||||
**3.** Onze Minister van Verkeer en Waterstaat kan de goedkeuring of registratie van een opleidingsinstelling geheel of deels intrekken, wanneer die opleidingsinstelling niet meer voldoet aan de eisen, bedoeld in het eerste lid.
|
||||
|
||||
**4.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gegeven met betrekking tot de vergoeding, die de aanvrager is verschuldigd voor de kosten van de handelingen ten behoeve van de aanvraag tot afgifte van de erkenning, kwalificatie of registratie, bedoeld in het eerste lid.
|
||||
**4.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gegeven met betrekking tot de vergoeding, die de aanvrager is verschuldigd voor de kosten van de handelingen ten behoeve van de aanvraag tot afgifte van de goedkeuring of registratie, bedoeld in het eerste lid.
|
||||
|
||||
**5.** Artikel 2.8 en het derde en vierde lid van onderhavig artikel zijn van overeenkomstige toepassing op het certificeren van een opleidingsinstelling als bedoeld in het tweede lid.
|
||||
|
||||
|
|
@ -422,7 +413,7 @@ b. het alcoholgehalte van zijn bloed bij een onderzoek hoger blijkt te zijn dan
|
|||
|
||||
**5.** Het is verboden een lid van het boordpersoneel van wie men weet of redelijkerwijs moet weten, dat deze verkeert in een toestand, als bedoeld in artikel 2.11, eerste lid, of in het eerste of derde lid van dit artikel, werkzaamheden aan boord van een luchtvaartuig te doen verrichten.
|
||||
|
||||
**6.** Het eerste, derde, vierde en vijfde lid zijn van overeenkomstige toepassing op eenieder die luchtverkeersdiensten verleent of een grondstation of een mobiel station als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, bedient.
|
||||
**6.** Het eerste, derde, vierde en vijfde lid zijn van overeenkomstige toepassing op eenieder die luchtverkeersdiensten verleent, luchthaveninformatie verstrekt of een grondstation of een mobiel station als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, bedient.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.13
|
||||
|
||||
|
|
@ -604,19 +595,11 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
**1.** Bij algemene maatregel van bestuur wordt aangegeven welke bewijzen van luchtwaardigheid Onze Minister van Verkeer en Waterstaat kan afgeven, alsmede de verplichtingen en de bevoegdheden, welke aan ieder bewijs verbonden zijn.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
**2.** In de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in het eerste lid, kan worden aangegeven in welke gevallen aan de houder van een luchtvaartuig, waarvoor EASA geen type-certificaat of aanvullend type-certificaat heeft afgegeven, Onze Minister van Verkeer en Waterstaat een type-certificaat, aanvullend type-certificaat dan wel een bewijs van luchtwaardigheid kan afgeven of wijzigen.
|
||||
|
||||
Van overeenkomstige toepassing op niet-militaire staatsluchtvaartuigen zijn:
|
||||
**3.** Aan een bewijs van luchtwaardigheid kunnen voorschriften of beperkingen worden verbonden. Het is verboden in strijd met die voorschriften of beperkingen te handelen.
|
||||
|
||||
a. de Verordening (EG) 1592/2002 van het Europese Parlement en de Raad van 15 juli 2002 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels op het gebied van burgerluchtvaart en tot oprichting van een Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart (PbEU L 240),
|
||||
b. de Verordening (EG) nr. 1702/2003 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 24 september 2003 tot vaststelling van uitvoeringsvoorschriften inzake de luchtwaardigheid en milieucertificering van luchtvaartuigen en aanverwante producten, onderdelen en uitrustingsstukken, alsmede voor de certificering van ontwerp- en productieorganisaties (PbEU L 243), en
|
||||
c. de Verordening (EG) nr. 2042/2003 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 20 november 2003 betreffende de permanente luchtwaardigheid van luchtvaartuigen en luchtvaartproducten, -onderdelen en -uitrustingsstukken, en betreffende de goedkeuring van bij voornoemde taken betrokken organisaties en personen (PbEU L 315).
|
||||
|
||||
**3.** In de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in het eerste lid, kan worden aangegeven in welke gevallen aan de houder van een luchtvaartuig, waarvoor EASA geen type-certificaat of aanvullend type-certificaat heeft afgegeven, Onze Minister van Verkeer en Waterstaat een type-certificaat, aanvullend type-certificaat dan wel een bewijs van luchtwaardigheid kan afgeven of wijzigen.
|
||||
|
||||
**4.** Aan een bewijs van luchtwaardigheid kunnen voorschriften of beperkingen worden verbonden. Het is verboden in strijd met die voorschriften of beperkingen te handelen.
|
||||
|
||||
**5.** Onze Minister van Verkeer en Waterstaat kan met betrekking tot een luchtvaartuig, dat naar zijn oordeel van historische waarde is en niet voldoet aan de eisen van EASA, een bewijs van luchtwaardigheid afgeven, mits het betrokken luchtvaartuig voldoet aan de bij regeling van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat met betrekking tot de luchtwaardigheid van dat luchtvaartuig gestelde eisen.
|
||||
**4.** Onze Minister van Verkeer en Waterstaat kan met betrekking tot een luchtvaartuig, dat naar zijn oordeel van historische waarde is en niet voldoet aan de eisen van EASA, een bewijs van luchtwaardigheid afgeven, mits het betrokken luchtvaartuig voldoet aan de bij regeling van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat met betrekking tot de luchtwaardigheid van dat luchtvaartuig gestelde eisen.
|
||||
|
||||
### Artikel 3.14
|
||||
|
||||
|
|
@ -842,7 +825,7 @@ b. het luchtvaartuig in de configuratie blijft waarvoor het geluidscertificaat o
|
|||
|
||||
**3.** Bij regeling van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat kan worden aangegeven in welke gevallen en onder welke voorwaarden een afwijking van beperkte duur van het bepaalde in het tweede lid, onder b, is toegestaan.
|
||||
|
||||
**4.** De houder van een Nederlands burgerlichtvaartuig, waarvoor een bewijs van luchtwaardigheid is afgegeven, volgt de door EASA en door Onze Minister van Verkeer en Waterstaat gegeven aanwijzingen met betrekking tot de luchtwaardigheid op.
|
||||
**4.** De houder van een Nederlands burgerlichtvaartuig, waarvoor een bewijs van luchtwaardigheid is afgegeven, volgt de door Onze Minister van Verkeer en Waterstaat gegeven aanwijzingen met betrekking tot de luchtwaardigheid op.
|
||||
|
||||
**5.** Onze Minister van Defensie ziet er op toe dat militaire luchtvaartuigen worden onderhouden overeenkomstig de daartoe gestelde eisen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -869,7 +852,7 @@ Bij ministeriële regeling kunnen met betrekking tot het model en de uitvoering
|
|||
|
||||
### Artikel 3.25
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister van Verkeer en Waterstaat verleent voor het verrichten van werkzaamheden verband houdende met de luchtwaardigheid of de geluidsproductie van burgerluchtvaartuigen of onderdelen daarvan op aanvraag aan een natuurlijke persoon of rechtspersoon een erkenning, wanneer die erkenning niet door EASA moet worden verleend en de desbetreffende natuurlijke persoon of rechtspersoon een bedrijf voert, dat voldoet aan bij of krachtens algemene maatregel van bestuur met betrekking tot die erkenning gestelde eisen. Aan de erkenning kunnen voorschriften of beperkingen worden verbonden.
|
||||
**1.** Onze Minister van Verkeer en Waterstaat verleent voor het verrichten van werkzaamheden verband houdende met de luchtwaardigheid of de geluidsproductie van burgerluchtvaartuigen of onderdelen daarvan op aanvraag aan een natuurlijke persoon of rechtspersoon een erkenning, wanneer de desbetreffende natuurlijke persoon of rechtspersoon een bedrijf voert, dat voldoet aan bij of krachtens algemene maatregel van bestuur met betrekking tot die erkenning gestelde eisen. Aan de erkenning kunnen voorschriften of beperkingen worden verbonden.
|
||||
|
||||
**2.** Bij algemene maatregel van bestuur wordt aangegeven welke erkenningen Onze Minister van Verkeer en Waterstaat kan verlenen, alsmede de bevoegdheden, welke aan iedere erkenning verbonden zijn.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1233,7 +1216,7 @@ De instanties belast met het verlenen van luchtverkeersleidingsdiensten coördin
|
|||
|
||||
### Artikel 5.16
|
||||
|
||||
Onverminderd artikel 2.1, eerste lid, is het verboden luchtverkeersdiensten te verlenen zonder een daartoe verkregen opdracht van een bij of krachtens artikel 5.13, 5.14 of 5.14a aangewezen instantie of van een andere verlener van luchtverkeersdiensten als bedoeld in artikel 5.14b, eerste lid.
|
||||
Onverminderd artikel 2.1, eerste lid, van deze wet en de basisverordening is het verboden luchtverkeersdiensten te verlenen zonder een daartoe verkregen opdracht van een bij of krachtens artikel 5.13, 5.14 of 5.14a aangewezen instantie of van een andere verlener van luchtverkeersdiensten als bedoeld in artikel 5.14b, eerste lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 5.17
|
||||
|
||||
|
|
@ -3856,7 +3839,7 @@ verplicht tot afgifte van het hem afgegeven bewijs van bevoegdheid of bewijs van
|
|||
|
||||
### Artikel 11.8a
|
||||
|
||||
De artikelen 11.4, tweede lid, 11.5, eerste, derde en vierde lid, 11.6, 11.7 en 11.8 zijn van overeenkomstige toepassing op degene, die luchtverkeersdienstverlening geeft als bedoeld in artikel 2.1, 5.16 of 10.2 dan wel een grondstation of een mobiel station als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, bedient, met dien verstande, dat voor de toepassing van artikel 11.5 in plaats van het opleggen van een vliegverbod treedt het verbieden van het geven van luchtverkeersdienstverlening of het gebruiken van een grondstation als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid.
|
||||
De artikelen 11.4, tweede lid, 11.5, eerste, derde en vierde lid, 11.6, 11.7 en 11.8 van deze wet zijn van overeenkomstige toepassing op degene, die luchtverkeersdienstverlening geeft of luchthaveninformatie verschaft als bedoeld in de artikelen 2.1, 5.16 of 10.2 van deze wet of artikel 8c van de basisverordening dan wel een grondstation of een mobiel station als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, van deze wet bedient, met dien verstande, dat voor de toepassing van artikel 11.5 in plaats van het opleggen van een vliegverbod treedt het verbieden van het geven van luchtverkeersdienstverlening, het verschaffen van luchthaveninformatie of het gebruiken van een grondstation als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 11.9
|
||||
|
||||
|
|
@ -3878,9 +3861,11 @@ a. handelt in strijd met de artikelen
|
|||
11°. 11.2a, 11.4, 11.7, eerste lid, en 11.8a voor zover het betreft de artikelen 11.4, tweede lid, en 11.7;
|
||||
b. handelt in strijd met het bepaalde krachtens de artikelen
|
||||
|
||||
1°. 2.1, derde lid, 2.3, vijfde lid;
|
||||
3°. 3.7, 3.23, 3.31;
|
||||
5°. 5.5, 5.11 en 5.12, tweede lid.
|
||||
1°. 1.5 voor zover het bepaalde betrekking heeft op hoofdstuk II van de basisverordening;
|
||||
2°. 2.1, derde lid, 2.3, vijfde lid;
|
||||
3°. 3.7, 3.23, 3,31;
|
||||
4°. 5.5, 5.11, 5.12, tweede lid;
|
||||
c. handelt in strijd met hetgeen bij of krachtens de basisverordening is bepaald voor zover deze voorschriften bij ministeriële regeling als bedoeld in artikel 1.6 zijn aangewezen als overtreding.
|
||||
|
||||
**2.** De in het eerste lid van dit artikel strafbaar gestelde feiten zijn overtredingen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -3890,15 +3875,21 @@ b. handelt in strijd met het bepaalde krachtens de artikelen
|
|||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Met een gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of een geldboete van ten hoogste de vierde categorie wordt gestraft degene, die handelt in strijd met de artikelen
|
||||
Met een gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of een geldboete van ten hoogste de vierde categorie wordt gestraft degene, die
|
||||
|
||||
a. 1.2a;
|
||||
b. 2.12;
|
||||
c. 3.8, eerste lid, 3.13, vierde en vijfde lid;
|
||||
d. 11.5, vierde lid, 11.6, tweede, zesde, achtste en negende lid, 11.8, vijfde lid, 11.8a voor zover het betreft de artikelen 11.5, 11.6 en 11.8, 11.12 en 11.14.
|
||||
a. handelt in strijd met de artikelen
|
||||
|
||||
1°. 1.2a;
|
||||
2°. 2.12;
|
||||
3°. 3.8, eerste lid, 3.13, derde en vierde lid;
|
||||
4°. 11.5, vierde lid, 11.6, tweede, zesde, achtste en negende lid, 11.8, vijfde lid, 11.8a voor zover het betreft de artikelen 11.5, 11.6 en 11.8, 11.12 en 11.14;
|
||||
b. handelt in strijd met hetgeen bij of krachtens de basisverordening is bepaald, voor zover deze voorschriften bij ministeriële regeling als bedoeld in artikel 1.6 zijn aangewezen als misdrijf en het gaat om gelijksoortige voorschriften als bedoeld in onderdeel a;
|
||||
c. handelt in strijd met hetgeen bij of krachtens de basisverordening is bepaald, voor zover deze voorschriften bij ministeriële regeling als bedoeld in artikel 1.6 zijn aangewezen als misdrijf en het gaat om andersoortige voorschriften dan bedoeld in onderdeel a.
|
||||
|
||||
**2.** De in het eerste lid strafbaar gestelde feiten zijn misdrijven.
|
||||
|
||||
**3.** De ministeriële regeling, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, vervalt een jaar nadat zij in werking is getreden, dan wel indien binnen die termijn een voorstel tot wijziging van het eerste lid bij de Staten-Generaal is ingediend, op het tijdstip waarop dat voorstel is verworpen of, na tot wet te zijn verheven, in werking is getreden.
|
||||
|
||||
### Artikel 11.10a
|
||||
|
||||
**1.** Voor een overtreding of misdrijf waarop in de artikelen 11.9 en 11.10 een geldboete van de derde of vierde categorie is gesteld, kan de rechter in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba telkens een geldboete van ten hoogste de derde categorie, onderscheidenlijk de vierde categorie opleggen.
|
||||
|
|
@ -3927,7 +3918,7 @@ voor ten hoogste drie jaren worden ontzegd.
|
|||
|
||||
### Artikel 11.12
|
||||
|
||||
**1.** Het is degene, die weet of redelijkerwijs moet weten, dat een hem afgegeven bewijs van bevoegdheid of een daarop aangetekende bevoegdverklaring krachtens artikel 2.5 is geschorst, verboden gedurende de tijd van schorsing werkzaamheden te verrichten, waartoe het geschorste bewijs of de geschorste bevoegdverklaring de bevoegdheid gaf.
|
||||
**1.** Het is degene, die weet of redelijkerwijs moet weten, dat een hem afgegeven bewijs van bevoegdheid of een daarop aangetekende bevoegdverklaring krachtens artikel 2.5 van deze wet of krachtens de basisverordening is geschorst, verboden gedurende de tijd van schorsing werkzaamheden te verrichten, waartoe het geschorste bewijs of de geschorste bevoegdverklaring de bevoegdheid gaf.
|
||||
|
||||
**2.** Het is degene, die weet of redelijkerwijs moet weten, dat een hem afgegeven bewijs van bevoegdheid of bewijs van gelijkstelling krachtens artikel 11.7 is ingevorderd, verboden gedurende de tijd, dat het bewijs is ingevorderd, werkzaamheden te verrichten, waartoe het geschorste bewijs of de geschorste bevoegdverklaring de bevoegdheid gaf.
|
||||
|
||||
|
|
@ -3935,7 +3926,7 @@ voor ten hoogste drie jaren worden ontzegd.
|
|||
|
||||
### Artikel 11.13
|
||||
|
||||
**1.** Bij de toepassing van artikel 11.11 gaat de bijkomende straf in en verliest elk aan de veroordeelde ingevolge artikel 2.2 afgegeven bewijs van bevoegdheid of ingevolge artikel 2.7 afgegeven bewijs van gelijkstelling zijn geldigheid voor de duur van de ontzegging, zodra de rechterlijke uitspraak voor wat genoemde bijkomende straf betreft, voor tenuitvoerlegging vatbaar is geworden. De uitspraak is, voor wat de bijkomende straf betreft, niet voor tenuitvoerlegging vatbaar, zolang de termijn, waarvoor hem bij een of meer andere rechterlijke uitspraken die bevoegdheid is ontzegd, nog niet verstreken is.
|
||||
**1.** Bij de toepassing van artikel 11.11 gaat de bijkomende straf in en verliest elk aan de veroordeelde ingevolge artikel 2.2 van deze wet of de basisverordening afgegeven bewijs van bevoegdheid of ingevolge artikel 2.7 van deze wet afgegeven bewijs van gelijkstelling zijn geldigheid voor de duur van de ontzegging, zodra de rechterlijke uitspraak voor wat genoemde bijkomende straf betreft, voor tenuitvoerlegging vatbaar is geworden. De uitspraak is, voor wat de bijkomende straf betreft, niet voor tenuitvoerlegging vatbaar, zolang de termijn, waarvoor hem bij een of meer andere rechterlijke uitspraken die bevoegdheid is ontzegd, nog niet verstreken is.
|
||||
|
||||
**2.** Bij de rechterlijke uitspraak kan worden bepaald, dat de tijd, gedurende welke het bewijs van bevoegdheid van de veroordeelde ingevolge artikel 11.7 voor het tijdstip, waarop de uitspraak voor wat betreft de in dit artikel genoemde bijkomende straf voor tenuitvoerlegging vatbaar is geworden, ingehouden is geweest, dan wel ingevolge artikel 11.8, tweede lid, een vliegverbod is opgelegd, op de duur van de in het eerste lid bedoelde bijkomende straf geheel of gedeeltelijk in mindering zal worden gebracht.
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue