2019-03-07 | BWBR0015007 | Spoorwegwet

This commit is contained in:
Coornhert 2019-03-07 12:00:00 +00:00
parent 23533e0121
commit 18bdd8877f

View file

@ -20,11 +20,13 @@ In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
- *aangemelde instantie:* aangemelde instantie als bedoeld in artikel 2, onderdeel j, van richtlijn 2008/57/EG;
- *Autoriteit Consument en Markt:* de Autoriteit Consument en Markt, genoemd in artikel 2, eerste lid, van de Instellingswet Autoriteit Consument en Markt;
- *beheer:* uitvoeren van de taken, bedoeld in artikel 16, eerste lid;
- *beheerder:* houder van een concessie als bedoeld in artikel 16, eerste lid;
- *bevoegdheidsbewijs:* bevoegdheidsbewijs als bedoeld in artikel 3, onderdeel j, van richtlijn 2007/59/EG;
- *bijzondere spoorweg:* spoorweg die niet is aangewezen als lokale spoorweg op grond van artikel 2, tweede lid, van de Wet lokaal spoor, en niet als hoofdspoorweg op grond van artikel 2 van deze wet;
- *capaciteit:* capaciteit van de hoofdspoorweginfrastructuur;
- *dienstvoorziening:* dienstvoorziening als bedoeld in artikel 3, onderdeel 11, van richtlijn 2012/34/EU;
- *essentiële functies:* essentiële functies als bedoeld in artikel 3, onderdeel 2 septies, van richtlijn 2012/34/EU;
- *exploitant van een dienstvoorziening:* exploitant van een dienstvoorziening als bedoeld in artikel 3, onderdeel 12, van richtlijn 2012/34/EU;
- *gebruik van een hoofdspoorweg:* het met een spoorvoertuig rijden over of stilstaan op een hoofdspoorweg;
- *gerechtigde:* gerechtigde als bedoeld in artikel 57;
@ -40,6 +42,8 @@ In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
- *minimumtoegangspakket:* het minimumtoegangspakket, bedoeld in bijlage II, punt 1, bij richtlijn 2012/34/EU;
- *netverklaring:* netverklaring als bedoeld in artikel 27 van richtlijn 2012/34/EU;
- *Onze Minister:* Onze Minister van Infrastructuur en Milieu;
- *raad van bestuur:* raad van bestuur als bedoeld in artikel 3, onderdeel 33, van richtlijn 2012/34/EU;
- *raad van commissarissen:* raad van toezicht als bedoeld in artikel 3, onderdeel 34, van richtlijn 2012/34/EU;
- *rechthebbende:* eigenaar, bezitter of degene die een recht van erfpacht, opstal, vruchtgebruik, gebruik, huur of pacht heeft;
- *spoorvoertuig:* voertuig, bestemd voor het verkeer over spoorwegen;
- *spoorweg:* weg bestemd voor verkeer over spoorstaven of geleiderails;
@ -236,7 +240,7 @@ Vervallen
**1.**
Onze Minister verleent een of meer concessies voor het beheer van de hoofdspoorweginfrastructuur. Het beheer omvat de zorg voor:
Onze Minister verleent een of meer concessies voor het beheer van de hoofdspoorweginfrastructuur. Het beheer omvat, met inachtneming van artikel 3, punt 2, van richtlijn 2012/34/EU, de zorg voor:
a. de kwaliteit, betrouwbaarheid en beschikbaarheid van die infrastructuur;
b. een eerlijke, niet-discriminerende en transparante verdeling van de capaciteit van die infrastructuur zowel ten behoeve van de beheerder als ten behoeve van spoorwegondernemingen;
@ -246,43 +250,82 @@ c. het leiden van het verkeer over die infrastructuur.
**3.** Een concessie voldoet aan de eisen, opgenomen in artikel 30, tweede lid, van richtlijn 2012/34/EU.
**4.** Een concessie wordt niet verleend aan een spoorwegonderneming dan met inachtneming van artikel 7, eerste en tweede lid, van richtlijn 2012/34/EU.
**4.** Een concessie wordt niet verleend aan een spoorwegonderneming dan met inachtneming van artikel 7 bis van richtlijn 2012/34/EU.
### Artikel 16a
**1.** Een beheerder beschikt bij de uitvoering van de taken, bedoeld in artikel 16, eerste lid, anders dan ten behoeve van de aanleg van hoofdspoorweginfrastructuur over een geldige veiligheidsvergunning als bedoeld in artikel 11 van richtlijn 2004/49/EG.
**1.** De leden van de raad van commissarissen en van de raad van bestuur van een beheerder, alsmede de managers die rechtstreeks aan hen rapporteren, handelen op een niet-discriminerende manier. Hun onpartijdigheid mag niet door belangenconflicten worden aangetast.
**2.** Een beheerder is juridisch gescheiden van welke spoorwegonderneming dan ook.
**3.** Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld ter uitvoering van artikel 7 van richtlijn 2012/34/EU, meer in het bijzonder over de benoembaarheid van leden van de raad van bestuur en de raad van commissarissen van een beheerder, alsmede personen die besluiten nemen met betrekking tot essentiële functies.
### Artikel 16b
**1.** Een beheerder is wat betreft de essentiële functies, met inachtneming van de artikelen 4, tweede lid, 29 en 39 van richtlijn 2012/34/EU onafhankelijk van de rechtspersonen, bedoeld in het tweede lid, ten aanzien van organisatie en besluitvorming.
**2.** Een spoorwegonderneming of een andere rechtspersoon oefent met betrekking tot de essentiële functies geen beslissende invloed uit op de beheerder onverminderd de taken en bevoegdheden van Onze Minister ten aanzien van de vaststelling van het heffingskader en het capaciteitstoedelingskader en de specifieke heffingsvoorschriften overeenkomstig de artikelen 29 en 39 van richtlijn 2012/34/EU.
**3.** De mobiliteit van personen belast met de essentiële functies mag niet leiden tot belangenconflicten.
**4.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld ter uitvoering van artikel 7 bis, derde en vierde lid, van richtlijn 2012/34/EU.
### Artikel 16c
**1.**
Indien er geen belangenconflicten ontstaan en de vertrouwelijkheid van bedrijfsgevoelige informatie wordt gewaarborgd, kan een beheerder:
a. functies uitbesteden aan een andere organisatie indien deze geen spoorwegonderneming is, geen zeggenschap over een spoorwegonderneming heeft, of niet onder zeggenschap van een spoorwegonderneming staat;
b. de uitvoering van werkzaamheden en de daarmee verband houdende taken inzake onderhoud en vernieuwing van de hoofdspoorweginfrastructuur en de ontwikkeling daarvan, bedoeld in artikel 16, eerste lid, uitbesteden aan een spoorwegonderneming of onderneming die zeggenschap over de spoorwegonderneming uitoefent, of onder zeggenschap van die spoorwegonderneming staat.
**2.** De beheerder blijft verantwoordelijk voor de functies, bedoeld in artikel 3, punt 2, van richtlijn 2012/34/EU.
**3.** Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld ter uitvoering van artikel 7 quater, tweede tot en met vierde lid, van richtlijn 2012/34/EU.
### Artikel 16d
**1.** Een beheerder gebruikt inkomsten uit het beheer van de hoofdspoorweginfrastructuur slechts voor het financieren van eigen activiteiten, met inbegrip van het afbetalen van leningen. De beheerder mag inkomsten gebruiken om dividend uit te keren aan de aandeelhouder of eigenaar.
**2.** Een beheerder verstrekt direct noch indirect leningen aan spoorwegondernemingen.
**3.** Een spoorwegonderneming verstrekt direct noch indirect leningen aan een beheerder.
### Artikel 16e
Ten aanzien van een verticaal geïntegreerde onderneming als bedoeld in artikel 3, onderdeel 31, van richtlijn 2012/34/EU kunnen bij of krachtens algemene maatregel van bestuur regels worden gesteld ter uitvoering van de artikelen 7, eerste lid, tweede volzin, tweede lid, derde lid, onderdeel d, vierde en vijfde lid, 7 bis, tweede lid, onderdeel b, 7 quater, eerste lid, onderdeel a, en 7 quinquies, eerste lid, en vierde tot en met tiende lid, van richtlijn 2012/34/EU.
### Artikel 16f
**1.** Een beheerder beschikt bij de uitvoering van de taken, bedoeld in artikel 16, eerste lid, anders dan ten behoeve van de aanleg van hoofdspoorweginfrastructuur over een geldige veiligheidsvergunning.
**2.**
Onze Minister verleent op aanvraag een veiligheidsvergunning aan de beheerder, indien hij beschikt over een veiligheidsbeheersysteem dat:
a. voldoet aan artikel 9, eerste, tweede en derde lid, van richtlijn 2004/49/EG;
a. voldoet aan de krachtens het zevende lid, onderdeel b, gestelde regels;
b. op zodanige wijze is geoperationaliseerd dat het een veilig beheer en gebruik van hoofdspoorweginfrastructuur mogelijk maakt.
**3.** In afwijking van artikel 4:14 van de Algemene wet bestuursrecht beslist Onze Minister bij verlenging van de beslistermijn op de aanvraag, bedoeld in het tweede lid, in ieder geval uiterlijk vier maanden nadat alle in artikel 4:2, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht bedoelde informatie is verschaft, en neemt het besluit, bedoeld in het vijfde lid, uiterlijk vier maanden nadat hij heeft vastgesteld dat het veiligheidsbeheersysteem niet meer voldoet aan het tweede lid.
**4.** Een veiligheidsvergunning is ten hoogste vijf jaar geldig.
**4.** Onze Minister stelt beperkingen aan of trekt een veiligheidsvergunning in, indien het veiligheidsbeheersysteem van de beheerder niet meer voldoet aan het tweede lid.
**5.** Onze Minister trekt een veiligheidsvergunning in, indien het veiligheidsbeheersysteem van de beheerder niet meer voldoet aan het tweede lid.
**5.** De beheerder gebruikt het veiligheidsbeheersysteem, bedoeld in het tweede lid, bij de uitvoering van de taken, bedoeld in het eerste lid, ter beheersing van alle uit die taken voortvloeiende risicos.
**6.** De beheerder gebruikt het veiligheidsbeheersysteem, bedoeld in het tweede lid, bij de uitvoering van de taken, bedoeld in het eerste lid, ter beheersing van alle uit die taken voortvloeiende risicos.
**6.** Een beheerder stelt jaarlijks een verslag op met betrekking tot de spoorwegveiligheid dat voldoet aan de krachtens het zevende lid, onderdeel d, gestelde regels, en zendt dat verslag voor 31 mei aan Onze Minister.
**7.**
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gegeven over de uitvoering van dit artikel, waaronder:
Bij ministeriële regeling kunnen in het belang van een goede uitvoering van het bij of krachtens de spoorwegveiligheidsrichtlijn bepaalde met betrekking tot de veiligheidsvergunning ten minste regels worden gesteld over:
a. regels ten aanzien van de aanvraag van een veiligheidsvergunning, en
b. nadere regels ten aanzien het veiligheidsbeheersysteem.
a. de aanvraag van een veiligheidsvergunning als bedoeld in het tweede lid,
b. eisen waaraan het veiligheidsbeheersysteem, bedoeld in het tweede lid, voldoet,
c. verlening, wijziging en geldigheidsduur van een veiligheidsvergunning als bedoeld in het tweede lid,
d. de inhoud van het verslag, bedoeld in het zesde lid.
### Artikel 16b
### Artikel 16g
**1.** Een beheerder houdt een register van de spoorweginfrastructuur dat voldoet aan artikel 35 van richtlijn 2008/57/EG.
**2.** Een beheerder houdt en publiceert het register, bedoeld in het eerste lid, overeenkomstig bij ministeriële regeling te bepalen regels.
**3.** Een beheerder legt een activaregister aan dat voldoet aan artikel 30, zevende lid, van richtlijn 2012/34/EU.
**4.** Een beheerder stelt jaarlijks een verslag op met betrekking tot de spoorwegveiligheid dat voldoet aan artikel 9, vierde lid, van richtlijn 2004/49/EG en zendt dat verslag voor 1 juli aan Onze Minister.
Een beheerder legt een activaregister aan dat voldoet aan artikel 30, zevende lid, van richtlijn 2012/34/EU.
### Artikel 17
@ -293,10 +336,9 @@ Aan de concessie worden in elk geval voorschriften verbonden om te waarborgen da
a. de hoofdspoorweginfrastructuur in goede staat verkeert en geschikt is voor het verkeer of ander gebruik waarvoor zij bestemd is;
b. de hoofdspoorweginfrastructuur veilig en doelmatig bereden kan worden zonder overmatige slijtage aan spoorvoertuigen;
c. de risico's van het gebruik en beheer voor de veiligheid van de hoofdspoorweginfrastructuur worden geanalyseerd en dat passende maatregelen worden genomen, waaronder het zo nodig buiten dienst stellen van een gedeelte van de hoofdspoorweg, om deze risico's afdoende te beheersen, waarbij rekening wordt gehouden met de specifieke vereisten van de te verwachten bedrijfsvoering en de stand der techniek;
d. voldaan wordt aan richtlijn 2012/34/EU;
e. de beheerder financieel draagkrachtig en beroepsbekwaam is;
d. de beheerder financieel draagkrachtig en beroepsbekwaam is.
De voorschriften, bedoeld in de onderdelen a tot en met e, kunnen betrekking hebben op door de beheerder op grond van de concessie te leveren prestaties.
De voorschriften, bedoeld in de onderdelen a tot en met d, kunnen betrekking hebben op door de beheerder op grond van de concessie te leveren prestaties.
**2.**
@ -311,11 +353,20 @@ b. het verstrekken van gegevens aan Onze Minister ten behoeve van:
c. het opstellen van een financiële verantwoording van het uitvoeren van de concessie, welke verantwoording gescheiden is van die voor andere werkzaamheden, en
d. wijzigingen van hoofdspoorweginfrastructuur die de beheerder aanbesteedt en als een verbetering of een vernieuwing als bedoeld in artikel 9, eerste lid, worden aangemerkt.
**3.** Aan een concessie kan het voorschrift worden verbonden dat de beheerder, indien hij tekortschiet in het verrichten van een bepaalde prestatie, gehouden is een geldsom te voldoen aan Onze Minister.
**3.**
**4.** Indien toepassing is gegeven aan het derde lid is de concessieverlener niet bevoegd ten aanzien van het verrichten van de desbetreffende prestatie aan de concessiehouder een last onder dwangsom op te leggen. Artikel 5:32, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing.
Aan de concessie worden voorschriften verbonden om te waarborgen dat:
**5.** Onze Minister kan aan de beheerder een bijzondere volmacht verlenen tot het verrichten van een privaatrechtelijke rechtshandeling als bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 met betrekking tot hoofdspoorweginfrastructuur die aan de staat toebehoort.
a. bij een storing van het treinverkeer spoorwegondernemingen die hierdoor worden getroffen van de verkeersleiding volledig en tijdig de relevante informatie krijgen met betrekking tot het leiden van het verkeer, bedoeld in artikel 16, eerste lid, onderdeel c;
b. bij het verlenen van verdere toegang tot het proces van verkeersleiding voor de betrokken spoorwegondernemingen plaatsvindt op transparante en niet-discriminerende wijze;
c. voor de langetermijnplanning van een groot onderhoud of een grote vernieuwing van de hoofdspoorweginfrastructuur de aanvragers van capaciteit worden geraadpleegd, zoveel mogelijk rekening wordt gehouden met de door hen geuite punten van zorg en de onderhoudswerken op niet-discriminerende wijze worden gepland;
d. aan de artikelen 7 ter, tweede en derde lid, 7 sexies en 54, eerste lid, derde en vierde volzin, van richtlijn 2012/34/EU en ook overigens aan die richtlijn wordt voldaan.
**4.** Aan een concessie kan het voorschrift worden verbonden dat de beheerder, indien hij tekortschiet in het verrichten van een bepaalde prestatie, gehouden is een geldsom te voldoen aan Onze Minister.
**5.** Indien toepassing is gegeven aan het vierde lid is de concessieverlener niet bevoegd ten aanzien van het verrichten van de desbetreffende prestatie aan de concessiehouder een last onder dwangsom op te leggen. Artikel 5:32, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing.
**6.** Onze Minister kan aan de beheerder een bijzondere volmacht verlenen tot het verrichten van een privaatrechtelijke rechtshandeling als bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 met betrekking tot hoofdspoorweginfrastructuur die aan de staat toebehoort.
### Artikel 17a
@ -1059,7 +1110,16 @@ Onze Minister kan, met inachtneming van artikel 2, derde lid, van richtlijn 2007
### Artikel 56
De beheerder werkt samen met buitenlandse infrastructuurbeheerders met het oog op efficiënte verdeling en exploitatie van treindiensten die de landsgrenzen overschrijden, met inachtneming van de artikelen 40 en 57, zesde lid, van richtlijn 2012/34/EU.
**1.**
De beheerder werkt samen met buitenlandse infrastructuurbeheerders met het oog op:
a. efficiënte verdeling en exploitatie van treindiensten die de landsgrenzen overschrijden, met inachtneming van de artikelen 40 en 57, zesde lid, van richtlijn 2012/34/EU;
b. bevordering van het belang van het verstrekken van efficiënte en doeltreffende spoordiensten binnen de Europese Unie, met inachtneming van artikel 7 septies van richtlijn 2012/34/EU.
**2.** Indien voor aangelegenheden met betrekking tot een internationale treindienst besluiten nodig zijn van de Autoriteit Consument en Markt en een of meer andere toezichthoudende instanties, werken de desbetreffende instanties samen bij de voorbereiding van respectieve besluiten. Daartoe vervullen zij hun functies overeenkomstig artikel 56 van richtlijn 2012/34/EU.
**3.** De instanties, bedoeld in het tweede lid, ontwikkelen gemeenschappelijke beginselen en praktijken voor de besluitvorming waartoe zij krachtens richtlijn 2012/34/EU bevoegd zijn. Deze beginselen en praktijken omvatten regelingen voor de beslechting van geschillen naar aanleiding van besluiten als bedoeld in het tweede lid.
### Artikel 57
@ -1075,9 +1135,9 @@ c. andere natuurlijke personen of rechtspersonen die om commerciële redenen aan
**3.** Het verhandelen en het overdragen van capaciteit door een gerechtigde is verboden, met uitzondering van het overdragen in de gevallen, bedoeld in artikel 38, eerste lid, laatste alinea, van richtlijn 2012/34/EU. Overtreding van het hiervoor gestelde verbod leidt tot uitsluiting van verdere toewijzing van capaciteit.
**4.** De spoorwegonderneming die voornemens is capaciteit aan te vragen met het oog op het exploiteren van een internationale passagiersvervoerdienst die niet deel uitmaakt van een concessie als bedoeld in artikel 20, eerste en vierde lid, van de Wet personenvervoer 2000, maakt daarvan uiterlijk tien maanden voor aanvang van de geldigheidsperiode van de dienstregeling melding aan de Autoriteit Consument en Markt en de beheerder.
**4.** De spoorwegonderneming die voornemens is capaciteit aan te vragen met het oog op het exploiteren van een passagiersvervoerdienst die niet deel uitmaakt van een concessie als bedoeld in artikel 20, eerste en vierde lid, van de Wet personenvervoer 2000, maakt daarvan uiterlijk achttien maanden voor aanvang van de geldigheidsperiode van de dienstregeling melding aan de Autoriteit Consument en Markt en de beheerder.
**5.** Het vierde lid is van overeenkomstige toepassing voor wijzigingen van een internationale passagiersvervoerdienst.
**5.** Het vierde lid is van overeenkomstige toepassing voor wijzigingen van een passagiersvervoerdienst.
### Paragraaf 2. Netverklaring
@ -1334,11 +1394,11 @@ b. een dergelijke dienstvoorziening of dienst op één locatie uitsluitend bij
**1.** De Autoriteit Consument en Markt is de toezichthoudende instantie, bedoeld in artikel 55 van richtlijn 2012/34/EU.
**2.** De Autoriteit Consument en Markt is belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde krachtens artikel 17, eerste lid, onderdeel d, en het bepaalde bij of krachtens de artikelen 27, eerste lid, 56, 57 tot en met 63, eerste tot en met vierde lid, 67, 68, eerste tot en met derde lid, 68a en 68c,.
**2.** De Autoriteit Consument en Markt is belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 16a tot en met 16e, van van het bepaalde krachtens artikel 17, derde lid, en het bepaalde bij of krachtens de artikelen 27, eerste lid, 56, 57 tot en met 63, eerste tot en met vierde lid, 67, 68, eerste tot en met derde lid, 68a en 68c,.
**3.** De Autoriteit Consument en Markt stelt een redelijke termijn als bedoeld in artikel 13, vierde lid, van richtlijn 2012/34/EU vast, die in de Staatscourant wordt bekendgemaakt.
**4.** De Autoriteit Consument en Markt onderzoekt uit eigen beweging de toestand van de concurrentie op de markt voor spoorvervoerdiensten, met name ten aanzien van de in artikel 56, eerste lid, onderdelen a tot en met g, van richtlijn 2012/34/EU genoemde onderwerpen en brengt daar jaarlijks een verslag over uit aan Onze Minister.
**4.** De Autoriteit Consument en Markt onderzoekt uit eigen beweging de toestand van de concurrentie op de markt voor spoorvervoerdiensten, met name ten aanzien van de in artikel 56, eerste lid, onderdelen a tot en met j, van richtlijn 2012/34/EU genoemde onderwerpen en brengt daar jaarlijks een verslag over uit aan Onze Minister.
**5.** De Autoriteit Consument en Markt kan in het kader van het onderzoek, bedoeld in het vierde lid, tevens informatie vragen die nodig is voor het gebruik voor statistische en marktwaarnemingsdoeleinden.
@ -1348,6 +1408,8 @@ b. een dergelijke dienstvoorziening of dienst op één locatie uitsluitend bij
**8.** Op verzoek van de Autoriteit Consument en Markt verstrekt een spoorwegonderneming of een exploitant van een dienstvoorziening die bij of krachtens deze wet verplicht is om een boekhoudkundige scheiding of een gescheiden administratie binnen de boekhouding te voeren de in bijlage VIII van richtlijn 2012/34/EU bedoelde informatie voor zover die informatie nodig is in het kader van de uitoefening van de taken, bedoeld in het tweede lid.
**9.** Op verzoek van de Autoriteit Consument en Markt verstrekt de beheerder de informatie, bedoeld in artikel 53, derde lid, van richtlijn 2012/34/EU.
### Artikel 71
**1.**
@ -1412,7 +1474,7 @@ Vervallen
**2.**
In geval van overtreding van het bepaalde krachtens artikel 17, eerste lid, onderdeel d, of het bepaalde bij of krachtens de artikelen 27, eerste lid, 56, 57 tot en met 62, eerste tot en met achtste lid, 63, eerste lid, tweede lid, eerste volzin, derde en vierde lid, 67, 68, eerste tot en met derde lid, 68a, 68c, 70, zevende en achtste lid, kan de Autoriteit Consument en Markt de overtreder:
In geval van overtreding van het bepaalde krachtens artikel 17, eerste lid, onderdeel d, en derde lid of het bepaalde bij of krachtens de artikelen 16a tot en met 16e27, eerste lid, 56, 57 tot en met 62, eerste tot en met achtste lid, 63, eerste lid, tweede lid, eerste volzin, derde en vierde lid, 67, 68, eerste tot en met derde lid, 68a, 68c, 70, zevende tot en met negende lid, kan de Autoriteit Consument en Markt de overtreder:
a. een bestuurlijke boete opleggen;
b. een last onder dwangsom opleggen.
@ -1458,7 +1520,9 @@ b. een onderneming, gelijk aan de geldsom van ten hoogste € 225.000,.
### Artikel 81
Bij ministeriële regeling kunnen voor de goede uitvoering van bindende EU-rechtshandelingen van algemene strekking van de Europese Commissie over het vervoer per spoor in ieder geval regels worden gesteld met betrekking tot het toezicht, de toezichthoudende instantie en het van toepassing verklaren van de artikelen 76, 77 of 80.
**1.** Bij ministeriële regeling kunnen voor de goede uitvoering van bindende EU-rechtshandelingen van algemene strekking van de Europese Commissie over het gebruik of beheer van spoorwegen en het vervoer daarover in ieder geval regels worden gesteld met betrekking tot het toezicht, de toezichthoudende instantie en het van toepassing verklaren van de artikelen 76, 77 of 80.
**2.** Het is verboden te handelen in strijd met de bij ministeriële regeling aangewezen voorschriften die krachtens bindende EU-rechtshandelingen zijn vastgesteld over een onderwerp als bedoeld in het eerste lid.
### Artikel 82