From 18f6e533235a130b3238ec5dcfb3c9caa634f268 Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Wed, 15 Mar 2006 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2006-03-15 | BWBR0012289 | Vreemdelingencirculaire 2000 (B) --- .../BWBR0012289/README.md | 256 ++++++++++++++++-- 1 file changed, 240 insertions(+), 16 deletions(-) diff --git a/circulaire/vreemdelingencirculaire-2000-b/BWBR0012289/README.md b/circulaire/vreemdelingencirculaire-2000-b/BWBR0012289/README.md index ab94e3d80db..6851d68b5d8 100644 --- a/circulaire/vreemdelingencirculaire-2000-b/BWBR0012289/README.md +++ b/circulaire/vreemdelingencirculaire-2000-b/BWBR0012289/README.md @@ -14,15 +14,70 @@ citeertitel: Vreemdelingencirculaire 2000 (B) ### 1. Algemene inleiding -– machtiging tot voorlopig verblijf (2.2.1); -– document voor grensoverschrijding (2.2.2); -– openbare orde en nationale veiligheid (2.2.4); -– medisch onderzoek (2.2.5); -– middelen van bestaan (2.2.3); -– arbeid in strijd met de Wet arbeid vreemdelingen (2.2.6); -– beperking (2.2.7); -– hoofdverblijf (2.2.8); -– onjuiste gegevens (2.2.9). +In B1 worden de algemene voorschriften behandeld over de mvv (B1/1.1), de verblijfsvergunning regulier, zowel de vergunning voor bepaalde tijd (B1/2) als voor onbepaalde tijd (B1/3). Tevens worden behandeld de rechtsmiddelen die openstaan (B1/4) en het overgangsrecht (B1/5), één en ander voorzover van belang voor de verblijfsvergunning regulier. + + + In B1/2.1 wordt de inwilliging behandeld van de aanvraag tot het verlenen, verlengen en wijzigen van de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd. Daarbij worden behandeld de beperking waaronder de verblijfsvergunning wordt verleend (zie B1/2.1.1), de ingangsdatum van de verblijfsvergunning (zie B1/2.1.2), de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning (zie B1/2.1.3), de arbeidsmarktaantekening (zie B1/2.1.5) en de eventuele aantekening omtrent de tijdelijke aard van het verblijfsrecht (zie B1/2.1.6), alsmede de aantekening over de gevolgen van eventueel beroep op de publieke middelen (zie B1/2.1.7) en de voorschriften die aan de vergunning worden verbonden (zie B1/2.1.8). + In B1/2.2 wordt de afwijzing van de aanvraag tot het verlenen, verlengen of wijzigen van de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd behandeld. Daarbij worden behandeld de gronden waarop de aanvraag kan worden afgewezen, te weten: + + + • + mvv (zie B1/2.2.1); + + + • + document voor grensoverschrijding (zie B1/2.2.2); + + + • + middelen van bestaan (zie B1/2.2.3); + + + • + openbare orde en nationale veiligheid (zie B1/2.2.4); + + + • + medisch onderzoek (zie B1/2.2.5); + + + • + arbeid in strijd met de Wav (zie B1/2.2.6); + + + • + beperking (zie B1/2.2.7); + + + • + inburgering buitenland (zie B1/2.2.7.1) + + + • + hoofdverblijf (zie B1/2.2.8); + + + • + onjuiste gegevens (zie B1/2.2.9). + + + + + In het slot van B1/12.2 is opgenomen een verwijzing naar de relevante artikelen uit het Vb die handelen over aanvragen tot wijziging van een verblijfsvergunning. + + + In B1/2.2.4 worden tevens behandeld de ongewenstverklaring en opheffing daarvan. + + + Voorts worden in B1/2.2 behandeld de gevolgen van de afwijzing van de aanvraag (zie B1/2.2.10), alsmede de intrekking van de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd en de gevolgen van de intrekking ervan. + + + Tevens worden behandeld de verlening en verlenging van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd regulier wegens het feit dat niet binnen drie jaren onherroepelijk op een aanvraag tot het verlenen of verlengen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd is beslist (zie B1/2.2.11). + + + In dit hoofdstuk wordt de Vw uit 1965 aangeduid met Vw (oud) en de artikelen uit die wet met artikel xx (oud). Waar in de tekst van dit hoofdstuk gesproken wordt van de Vw wordt daarmee, evenals in de overige hoofdstukken van de circulaire, de Vw 2000 bedoeld. + +20065113-03-200624-02-20062006/1220067523-02-200614-02-200615-03-2006Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet inburgering in het buitenland (Stb. 2006/28) in werking treedt. #### 1.1. Machtiging tot voorlopig verblijf @@ -250,14 +305,45 @@ Uit de systematiek van de wet volgt dat het ontbreken van een machtiging tot voo 20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 -##### 1.1.8. Mvv en verlening verblijfsvergunning regulier bepaalde tijd +##### 1.1.8. MVV en verlening verblijfsvergunning regulier bepaalde tijd -– onjuiste gegeven heeft verstrekt die hebben geleid tot de verlening van de machtiging tot voorlopig verblijf; -– of degene bij wie verblijf wordt beoogd niet beschikt over voldoende middelen van bestaan (de enkele omstandigheid dat de middelen door tijdsverloop niet meer duurzaam zijn, geldt niet als bijzonder); -– een gevaar vormt voor de openbare orde of de nationale veiligheid; -– niet voldoet aan de aan de verblijfsvergunning te verbinden beperking; -– niet voldoet aan in het Vreemdelingenbesluit 2000 facultatief geformuleerde voorwaarden voor de verlening van de verblijfsvergunning; en -– niet bereid is een onderzoek naar of behandeling van tuberculose te ondergaan of daaraan niet meewerkt. +De houder van een geldige mvv dient zich binnen een termijn van drie dagen na binnenkomst in Nederland in persoon aan te melden bij de korpschef van de gemeente waar hij gaat verblijven (zie artikel 4.47, eerste lid, Vb). Door de korpschef wordt in het geldige document voor grensoverschrijding van de vreemdeling of op een afzonderlijk inlegblad een aantekening gesteld omtrent het voldoen aan de aanmeldingsplicht (zie artikel 4.29 eerste lid, onder a, Vb). Op de sticker ‘Aantekeningen Toezicht’ (zie bijlage 7j VV) wordt door de korpschef de datum van aanmelding en het nummer van het paspoort ingevuld achter de tekst ‘aangemeld op … (datum)’. Voor het indienen van een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd dient de vreemdeling zich vervolgens te vervoegen bij de burgemeester van de gemeente waar hij woon- of verblijfplaats beoogt. Welke handelingen in het kader van de aanvraag door de burgemeester worden verricht staat beschreven in B1/4.1.1.9. Aan de houder van een geldige mvv kan, uit het oogpunt van rechtszekerheid, slechts in uitzonderlijke gevallen een verblijfsvergunning worden geweigerd. Hiervan is sprake indien blijkt dat niet aan de voorwaarden voor verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd is voldaan. Daartoe worden in ieder geval gerekend situaties waarin de vreemdeling: + + + • + onjuiste gegevens heeft verstrekt die hebben geleid tot de verlening van de mvv; + + + • + onjuiste gegevens heeft verstrekt die hebben geleid tot vrijstelling of ontheffing van het examen inburgering buitenland; + + + • + of degene bij wie verblijf wordt beoogd niet beschikt over voldoende middelen van bestaan (de enkele omstandigheid dat de middelen door tijdsverloop niet meer duurzaam zijn, geldt niet als bijzonder); + + + • + een gevaar vormt voor de openbare orde of de nationale veiligheid; + + + • + niet voldoet aan de aan de verblijfsvergunning te verbinden beperking; + + + • + niet voldoet aan in het Vb facultatief geformuleerde voorwaarden voor de verlening van de verblijfsvergunning; en + + + • + niet bereid is een onderzoek naar of behandeling van TBC te ondergaan of daaraan niet meewerkt. + + + + + Als bijzondere omstandigheid wordt niet aangemerkt de situatie waarin degene bij wie de vreemdeling verblijf beoogt na verlening van de mvv alleen vanwege een latere aanscherping van het middelenvereiste niet meer voldoet aan dat vereiste dan wel niet langer is vrijgesteld van het middelvereiste. + Zie B1/2.2. + +20065113-03-200624-02-20062006/1220067523-02-200614-02-200615-03-2006Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet inburgering in het buitenland (Stb. 2006/28) in werking treedt. #### 1.2. Vrijstellingen @@ -2846,6 +2932,142 @@ Ingevolge artikel 16, eerste lid, onder g, Vreemdelingenwet kan een aanvraag tot 20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 +###### 2.2.7.1. Inburgering Buitenland + +Vreemdeling in de leeftijd vanaf 16 jaar zijn voor toepassing van de Wet inburgering nieuwkomers met een nieuwkomer gelijk gesteld en derhalve inburgeringsplichtig. + +####### 1.2.7.1.1. Vrijstelling + +**Zie artikel 3.71a Vb.** + + + + + **Zie artikel 3.13 VV.** + + + Surinaamse nationaliteit + + De vreemdeling met de Surinaamse nationaliteit is op grond van artikel 16, derde lid, Vw vrijgesteld van het basisexamen inburgering, indien hij heeft aangetoond in Suriname of Nederland lager onderwijs in de Nederlandse taal te hebben gevolgd. De bescheiden waarmee dat wordt aangetoond zijn vastgesteld in artikel 3.13 VV. Andere bescheiden dan daar vermeld, leiden niet tot vrijstelling op deze grond. + + Overige vrijstellingen + Tijdelijk verblijf in de zin van de Wet inburgering nieuwkomers + + Het inburgeringsvereiste is niet van toepassing op vreemdelingen die na verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd in Nederland geen nieuwkomer in de zin van de Wet inburgering nieuwkomers zullen zijn, bijvoorbeeld omdat zij voor een tijdelijk doel naar Nederland komen, zoals studenten, au pairs en vreemdelingen die in Nederland een medische behandeling ondergaan. Deze groep is reeds in artikel 16, eerste lid, onder h, van de Vw van het inburgeringsvereiste uitgezonderd. Bij de bepaling of sprake is van een tijdelijk doel wordt artikel 1, tweede lid, van de Wet inburgering nieuwkomers toegepast, alsmede artikel 2 van de Regeling aanwijzing nieuwkomers wegens verblijf voor tijdelijk doel. + + Als tijdelijk wordt aangemerkt: + + + + a) + voor arbeid in loondienst waarvoor een tewerkstellingsvergunning is verleend; + + + b) + voor arbeid als zelfstandige; + + + c) + voor studie (inclusief voorbereiding op studie); + + + d) + in het kader van een cultureel uitwisselingsprogramma; + + + e) + als au pair; + + + f) + als amv; + + + g) + voor medische behandeling; + + + h) + als slachtoffer van mensenhandel; + + + i) + voor familiebezoek; + + + j) + als niet-geprivilegieerde NAVO-vreemdeling; + + + k) + als kennismigrant. + + + + + Tot deze categorie behoort ook het verblijf van de gezinsleden van de vreemdelingen die voor bovengenoemde verblijfsdoelen zijn toegelaten. + + + Als uitzondering geldt dat geestelijk bedienaren wel inburgeringsplichtig zijn, ondanks het feit dat hun verblijf tijdelijk van aard is. Zij worden niet vrijgesteld, omdat zij als nieuwkomer worden aangemerkt in de zin van de Wet inburgering nieuwkomers, ingevolge artikel 1 van de Regeling aanwijzing bijzondere categorieën vreemdelingen ten behoeve van inburgering. Deze categorie komt overeen met de categorie personen die arbeid verricht als geestelijk voorganger of godsdienstleraar, bedoeld in artikel 3.5, tweede lid, onder d, Vb. + + Niet mvv-plichtige + + Het inburgeringsvereiste is evenmin van toepassing op vreemdelingen die, om voor verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd in aanmerking te kunnen komen, niet hoeven te beschikken over een geldige mvv. In artikel 16, eerste lid, onder h, van de Vw is reeds voorzien in een uitzondering voor de in artikel 17, eerste lid, Vw genoemde categorieën vreemdelingen, waartoe ook behoren de in artikel 3.71, tweede lid en vierde lid, Vb genoemde categorieën vreemdelingen, aan wie het ontbreken van een geldige mvv niet wordt tegengeworpen. + + Hoofdpersoon is houder asielvergunning + + Het inburgeringsvereiste wordt niet tegengeworpen aan het gezinslid van de hoofdpersoon die houder is van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde of voor onbepaalde tijd. + + Langdurig ingezeten onderdanen van derde landen + + Als hoofdregel geldt dat langdurig ingezeten onderdanen van derde landen (in de zin van richtlijn 2003/109/EG van 25 november 2003 betreffende de status van langdurig ingezeten onderdanen van derde landen (PbEU L 16) voor hun komst naar Nederland het basisexamen inburgering niet behoeven af te leggen indien zij reeds in de lidstaat die hen de status van EG-langdurig ingezetene heeft verleend aan integratievoorwaarden hebben voldaan. Zij behoeven evenmin te voldoen aan het inburgeringsvereiste, indien zij voor arbeid of studie in Nederland verblijf beogen, omdat het verblijf betreft dat slechts tijdelijk van aard is. + +20065113-03-200624-02-20062006/1220067523-02-200614-02-200615-03-2006Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet inburgering in het buitenland (Stb. 2006/28) in werking treedt. + +####### 2.2.7.1.2. Ontheffing + +**Zie artikel 3.10 VV.** + + + + Ingevolge artikel 3.71a, tweede lid, aanhef en onder c, Vb wordt de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd niet afgewezen indien de vreemdeling ten genoegen van de Minister heeft aangetoond door een geestelijke of lichamelijke belemmering blijvend niet in staat te zijn het basisexamen inburgering af te leggen. + + + Indien de vreemdeling een ernstige lichamelijke en/of geestelijke belemmering heeft, is hij ontheven van het examen inburgering buitenland. Het gaat hier met name om blindheid, doofheid alsmede om doofstomheid. Indien er sprake is van slechtziendheid en hardhorendheid en betrokkene niet door eigen hulpmiddelen (bijvoorbeeld een bril of hoorapparaat) alsnog voldoende gezichts- of hoorvermogen krijgt om de toets af te leggen, is betrokkene ook vrijgesteld. + + + Tevens kan onder meer gedacht worden aan een ernstig spraakgebrek dat de menselijke communicatie verhindert en het afleggen van het examen met behulp van de spraakherkenningscomputer blijvend onmogelijk maakt. In dergelijke gevallen is het blijvend onmogelijk om te voldoen aan het inburgeringsvereiste. + + + De vreemdeling dient zelf aan te tonen dat hij in aanmerking komt voor de ontheffing. In geval van een lichamelijke of geestelijke belemmering volgt de hierna beschreven procedure. + + Registratieformulier, toestemmingsverklaring en vragenformulier + + De vreemdeling verklaart op de Nederlandse diplomatieke en/of consulaire vertegenwoordiging dat hij blijvend niet in staat is het examen inburgering buitenland te doen vanwege een lichamelijke of geestelijke belemmering. Voor deze verklaring is bijlage 19, ontheffing inburgering, behorend bij artikel 3.10 VV beschikbaar. Het door de arts, deskundige of specialist ingevulde standaardformulier (bijlage 19, behorende bij artikel 3.10 Voorschrift VV) wordt gevoegd bij de aanvraag tot afgifte van de mvv. + + + Van het model vragenformulier maakt deel uit een door vreemdeling zelf te ondertekenen verklaring dat hij toestemming geeft aan de arts of deskundige die hem onderzoekt om zijn bevindingen mee te delen aan de Minister via het hoofd van de Nederlandse vertegenwoordiging. + + + Bij het model vragenformulier hoort het informatieblad voor de arts of deskundige (artikel 3.10 V V). Het informatieblad is onderdeel van het model vragenformulier en dient tevens door de arts of deskundige voor gezien te worden ondertekend. De verklaring wordt opgemaakt door het vragenformulier in te vullen. De arts of deskundige tekent zijn bevindingen aan op de verklaring en zendt de verklaring rechtstreeks naar de Minister via het hoofd van de post en stuurt een afschrift ervan aan de vreemdeling, dan wel geeft het afschrift aan de vreemdeling mee. + + + Verklaringen, opgemaakt anders dan conform dit model, worden niet geaccepteerd. Om de garantie te hebben dat het model inderdaad is ingevuld door een arts of deskundige, hecht deze een korte verklaring dienaangaande op zijn eigen brief- of receptpapier aan de ingevulde verklaring. De arts/deskundige voorziet het eigen brief- of receptpapier van zijn stempel en zijn paraaf. + Voorts worden slechts geaccepteerd de verklaringen afkomstig van een door de Nederlandse diplomatieke en/of consulaire vertegenwoordiging aangewezen arts of deskundige (artikel 3.10 VV). + + + De IND beoordeelt aan de hand van de bevindingen van de arts of deskundige of er wel of niet sprake is van lichamelijke of geestelijke belemmeringen, waardoor de vreemdeling blijvend niet in staat is het basisexamen inburgering af te leggen. + + Onderzoek + + Mocht daartoe aanleiding bestaan dan kan op aanwijzing van de IND tijdens de aanvraagprocedure de gegrondheid van het beroep op ontheffing van het examen nader worden onderzocht. + +20065113-03-200624-02-20062006/1220067523-02-200614-02-200615-03-2006Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet inburgering in het buitenland (Stb. 2006/28) in werking treedt. + +####### 2.2.7.1.3. Herkansing en geldigheidsduur + +**Zie artikel 3.98d Vb.** + ##### 2.2.8. Verplaatsing hoofdverblijf Ingevolge artikel 18, eerste lid, onder a, Vreemdelingenwet kan een aanvraag tot het verlengen van de geldigheidsduur van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 14 Vreemdelingenwet worden afgewezen indien de houder daarvan zijn hoofdverblijf buiten Nederland heeft gevestigd. De hieronder gegeven regels zijn van overeenkomstige toepassing op de intrekking van de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 14 Vreemdelingenwet (zie artikel 19 Vreemdelingenwet). @@ -10658,6 +10880,8 @@ De (huwelijks)partner alsmede de tot het gezin behorende kind(eren) die afhankel – dat de vreemdeling gedurende deze periode rechtmatig in Nederland verblijft op grond van artikel 8, aanhef en onder j, Vreemdelingenwet; – dat gedurende deze periode op de vreemdeling niet de rechtsplicht rust Nederland uit eigen beweging te verlaten. +#### 3.7. Artikel 64 + ### 4. Feitelijke toegankelijkheid – Aan de omstandigheid dat de kwaliteit van de gezondheidszorg hier te lande gunstig afsteekt bij die van het land waarheen de betrokken vreemdeling kan reizen, komt geen betekenis toe;