diff --git a/amvb/besluit-premiedifferentiatie-wao/BWBR0008844/README.md b/amvb/besluit-premiedifferentiatie-wao/BWBR0008844/README.md index 6d125ef1167..e50b43801ba 100644 --- a/amvb/besluit-premiedifferentiatie-wao/BWBR0008844/README.md +++ b/amvb/besluit-premiedifferentiatie-wao/BWBR0008844/README.md @@ -20,14 +20,13 @@ a. Wet: de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering; b. Arbeidsongeschiktheidskas: de Arbeidsongeschiktheidskas, bedoeld in artikel 73 van de Wet; c. premieplichtig loon: het loon waarover op grond van artikel 78, eerste lid, van de Wet, met toepassing van artikel 9, eerste lid, van de Coördinatiewet Sociale Verzekering, premie wordt geheven; d. premiejaar: het kalenderjaar waarin de in artikel 78, eerste lid, van de Wet, bedoelde gedifferentieerde premie wordt geheven; -e. kleine werkgever: een werkgever te wiens laste, in het tweede kalenderjaar dat aan het premiejaar vooraf is gegaan, een premieplichtig loon is gekomen dat gelijk is aan of minder bedraagt dan 25 maal het gemiddelde premieplichtige loon per werknemer in dat kalenderjaar; -f. grote werkgever: een werkgever te wiens laste, in het tweede kalenderjaar dat aan het premiejaar vooraf is gegaan, een premieplichtig loon is gekomen dat meer bedraagt dan 25 maal het gemiddelde premieplichtige loon per werknemer in dat kalenderjaar; +e. kleine werkgever: een werkgever te wiens laste, in het tweede kalenderjaar dat aan het premiejaar vooraf is gegaan, een premieplichtig loon is gekomen dat gelijk is aan of minder bedraagt dan 15 maal het gemiddelde premieplichtige loon per werknemer in dat kalenderjaar; +f. grote werkgever: een werkgever te wiens laste, in het tweede kalenderjaar dat aan het premiejaar vooraf is gegaan, een premieplichtig loon is gekomen dat meer bedraagt dan 15 maal het gemiddelde premieplichtige loon per werknemer in dat kalenderjaar; g. Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen: het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, genoemd in hoofdstuk 5 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen; h. minimumpremie: de gedifferentieerde premie, bedoeld in artikel 9, die een werkgever ten minste verschuldigd is; -i. maximumpremie: de gedifferentieerde premie, bedoeld in artikel 9, die een werkgever ten hoogste verschuldigd is; -j. sector: een sector als bedoeld in artikel 97k van de Werkloosheidswet. +i. maximumpremie: de gedifferentieerde premie, bedoeld in artikel 9, die een werkgever ten hoogste verschuldigd is. -**2.** Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan op aanvraag van een werkgever vaststellen, dat hij voor het premiejaar wordt ingedeeld in afwijking van het eerste lid, onderdeel *e*, of het eerste lid, onderdeel* f*, indien uit door die werkgever bij de aanvraag verstrekte gegevens blijkt, dat als vaststaand mag worden aangenomen, dat het in het premiejaar ten laste van die werkgever komende premieplichtige loon tenminste 25% zal afwijken van 25 maal het gemiddelde premieplichtige loon per werknemer in het tweede kalenderjaar dat aan het premiejaar vooraf is gegaan en de omvang van het verwachte premieplichtige loon leidt tot een andere indeling. Een aanvraag als bedoeld in de eerste zin wordt ingediend uiterlijk 6 weken nadat de werkgever schriftelijk in kennis is gesteld van de door hem in het premiejaar verschuldigde gedifferentieerde premie, bedoeld in artikel 78, eerste lid, van de Wet. +**2.** Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan op aanvraag van een werkgever vaststellen, dat hij voor het premiejaar wordt ingedeeld in afwijking van het eerste lid, onderdeel *e*, of het eerste lid, onderdeel* f*, indien uit door die werkgever bij de aanvraag verstrekte gegevens blijkt, dat als vaststaand mag worden aangenomen, dat het in het premiejaar ten laste van die werkgever komende premieplichtige loon tenminste 25% zal afwijken van 15 maal het gemiddelde premieplichtige loon per werknemer in het tweede kalenderjaar dat aan het premiejaar vooraf is gegaan en de omvang van het verwachte premieplichtige loon leidt tot een andere indeling. Een aanvraag als bedoeld in de eerste zin wordt ingediend uiterlijk 6 weken nadat de werkgever schriftelijk in kennis is gesteld van de door hem in het premiejaar verschuldigde gedifferentieerde premie, bedoeld in artikel 78, eerste lid, van de Wet. **3.** Het gemiddelde premieplichtige loon, bedoeld in het eerste lid, onderdelen *e* en *f*, wordt vastgesteld door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen. @@ -52,7 +51,7 @@ b. een percentage, voorzover dit nodig of mogelijk is, rekening houdend met de v ### Artikel 4 -**1.** De in artikel 78, derde lid, van de Wet, bedoelde opslag of korting is voor een grote werkgever gelijk aan het individuele werkgeversrisicopercentage, verminderd met het gemiddelde werkgeversrisicopercentage. +**1.** De in artikel 78, derde lid, van de Wet, bedoelde opslag of korting is gelijk aan het individuele werkgeversrisicopercentage, verminderd met het gemiddelde werkgeversrisicopercentage. **2.** Het individuele werkgeversrisicopercentage, bedoeld in het eerste lid, wordt verkregen door het totaalbedrag van de ten laste van de Arbeidsongeschiktheidskas komende arbeidsongeschiktheidsuitkeringen, bedoeld in artikel 76*f *van de Wet, die in het tweede kalenderjaar vóór het premiejaar zijn betaald aan werknemers die bij het intreden van de arbeidsongeschiktheid als bedoeld in het vijfde lid, in dienstbetrekking stonden tot een werkgever, te vermenigvuldigen met honderd en de uitkomst van deze berekening te delen door het ten laste van die werkgever komende gemiddelde premieplichtige loon per jaar, berekend over het tijdvak van vijf kalenderjaren, eindigend één jaar voor aanvang van het premiejaar. @@ -76,36 +75,21 @@ c. met toepassing van artikel 43*a*, eerste lid, onderdeel *b*, van de Wet aan d ### Artikel 4a -**1.** De in artikel 78, derde lid, van de Wet, bedoelde opslag of korting is voor alle kleine werkgevers in een sector gelijk aan het sectorpercentage, bedoeld in het tweede lid, verminderd met het gemiddelde percentage, bedoeld in artikel 3, eerste lid. +**1.** De kleine werkgever die eigenrisicodrager wordt met ingang van een datum waarop hem nog de maximumpremie in rekening zou worden gebracht, is aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen een afkoopsom verschuldigd ter zake van arbeidsongeschiktheidsuitkeringen, bedoeld in artikel 4, tweede lid, tenzij hij voor een of meer arbeidsongeschiktheidsuitkeringen op grond van artikel 75b, eerste lid, van de Wet, het risico van betaling zelf gaat dragen. -**2.** - -Het sectorpercentage is de uitkomst van de volgende berekening: - -| (A – B) x 100 | -| --- | -| —————– | -| C | - -waarbij: - -A staat voor: het totaalbedrag van de arbeidsongeschiktheidsuitkeringen die in het premiejaar naar verwachting ten laste komen van de Arbeidsongeschiktheidskas, voorzover die kunnen worden toegerekend aan de gezamenlijke kleine werkgevers in de sector, en een evenredig deel van hetgeen overigens in het premiejaar naar verwachting ten laste komt van de Arbeidsongeschiktheidskas; - -B staat voor: een evenredig deel van hetgeen, met uitzondering van de gedifferentieerde premie, naar verwachting op grond van artikel 76e van de Wet in het premiejaar ten gunste komt van de Arbeidsongeschiktheidskas; - -C staat voor: het totaalbedrag van de over het premiejaar verwachte premieplichtige loonsom ten laste van de gezamenlijke kleine werkgevers in de sector die geen eigenrisiscodrager zijn. - -**3.** De uitkomst van de in het tweede lid bedoelde deling wordt naar beneden afgerond op twee cijfers achter de komma. - -**4.** Indien het totaalbedrag van de over het premiejaar verwachte premieplichtige loonsom ten laste van de gezamenlijke kleine werkgevers in een sector, die geen eigenrisicodrager zijn, gelijk is aan of minder bedraagt dan 25 maal het gemiddelde premieplichtig loon per werknemer in het premiejaar, wordt de in artikel 78, derde lid, van de Wet bedoelde opslag of korting voor die kleine werkgevers bepaald op nihil. +**2.** De afkoopsom, bedoeld in het eerste lid, wordt verkregen door het verschil tussen de maximum- en minimumpremie in het kalenderjaar vóór het jaar waarin het eigenrisicodragen aanvangt, te vermenigvuldigen met de loonsom van de werkgever in dat kalenderjaar, en de uitkomst daarvan te vermenigvuldigen met het aantal hele en halve kalenderjaren dat de maximumpremie nog in rekening zou zijn gebracht indien hij niet eigenrisicodrager was geworden. ### Artikel 4b -Vervallen +**1.** De kleine werkgever, bedoeld in artikel 78, vijfde lid, van de Wet, die eigenrisicodrager wordt met ingang van een datum waarop hem nog de maximumpremie of een met toepassing van dat artikellid gemaximeerde verlaagde gedifferentieerde premie in rekening zou worden gebracht, is aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen een afkoopsom verschuldigd ter zake van arbeidsongeschiktheidsuitkeringen, bedoeld in artikel 4, tweede lid, tenzij hij voor een of meer arbeidsongeschiktheidsuitkeringen op grond van artikel 75b, eerste lid, van de Wet, het risico van betaling zelf gaat dragen. + +**2.** De afkoopsom, bedoeld in het eerste lid, is het totaal van de in het derde lid bedoelde bedragen die de werkgever, indien hij niet eigenrisicodrager was geworden, jaarlijks nog verschuldigd zou zijn aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen totdat hem de minimumpremie weer in rekening zou worden gebracht. + +**3.** Het bedrag dat de werkgever in enig jaar nog verschuldigd zou zijn wordt telkens verkregen door het verschil tussen de gedifferentieerde premie van dat jaar en de minimumpremie van het kalenderjaar vóór het jaar waarin het eigenrisicodragen aanvangt, te vermenigvuldigen met de loonsom van de werkgever in dat kalenderjaar. ### Artikel 4c -Vervallen +De verhoging en verlaging van de gedifferentieerde premie met maximaal één procentpunt per kalenderjaar als bedoeld in artikel 78, vijfde lid, van de Wet, vindt plaats ten opzichte van de gedifferentieerde premie van het voorgaande kalenderjaar. ### Artikel 5 @@ -118,29 +102,34 @@ b. wordt het ten laste van de werkgever die de onderneming heeft overgedragen ge **2.** Indien slechts een deel van de onderneming overgaat, vindt het eerste lid toepassing naar rato van het deel van de loonsom dat het overgegane deel van de onderneming deel uitmaakte van de gehele onderneming in het kalenderjaar voorafgaande aan dat van overgang. -**3.** Tenzij de overgang, bedoeld in het eerste lid, plaatsvindt op 1 januari van het kalenderjaar vindt voor de werkgever die reeds de hoedanigheid van werkgever had voor het moment van overgang van de onderneming de toerekening, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, en de optelling, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, eerst plaats met ingang van het kalenderjaar volgend op het kalenderjaar waarin de onderneming of een deel van de onderneming is overgedragen. - ### Artikel 6 **1.** Indien blijkt dat een in artikel 4, tweede lid, bedoelde arbeidsongeschiktheidsuitkering geheel of ten dele ten onrechte is toegekend, wordt bij de berekening van het individuele werkgeversrisico-percentage in het kalenderjaar waarin het besluit tot toekenning van de arbeidsongeschiktheidsuitkering wordt ingetrokken of herzien, het in artikel 4, tweede lid, bedoelde totaalbedrag verminderd met een bedrag dat gelijk is aan het bedrag van de te veel betaalde arbeidsongeschiktheidsuitkering. -**2.** Indien de in artikel 107a, tweede lid, van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek bedoelde schadevergoeding is ontvangen, wordt, op verzoek van de werkgever, bij de berekening van het individuele werkgeversrisicopercentage met ingang van het kalenderjaar waarin de schadevergoeding is ontvangen, gedurende een tijdvak van vier jaren, het in artikel 4, tweede lid, bedoelde totaalbedrag verminderd met een compensatiebedrag. +**2.** Indien de in artikel 107a, tweede lid, van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek bedoelde schadevergoeding is ontvangen, wordt, op verzoek van de werkgever, bij de berekening van het individuele werkgeversrisicopercentage met ingang van het kalenderjaar waarin de schadevergoeding is ontvangen, gedurende een tijdvak van vijf jaren, het in artikel 4, tweede lid, bedoelde totaalbedrag verminderd met een compensatiebedrag. -**3.** Het in het tweede lid bedoelde compensatiebedrag wordt vastgesteld door het bedrag van de arbeidsongeschiktheidsuitkering aan de betrokken werknemer jaarlijks gedurende vier jaar te vermenigvuldigen met een getal dat is verkregen door het bedrag van de in het tweede lid bedoelde schadevergoeding te delen door het loon over het tijdvak van 104 weken, bedoeld in artikel 629, eerste lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek. Het getal bedoeld in de eerste zin bedraagt niet meer dan 1. +**3.** Het in het tweede lid bedoelde compensatiebedrag wordt vastgesteld door het bedrag van de arbeidsongeschiktheidsuitkering aan de betrokken werknemer jaarlijks gedurende vijf jaar te vermenigvuldigen met een getal dat is verkregen door het bedrag van de in het tweede lid bedoelde schadevergoeding te delen door het loon over het tijdvak van 52 weken, bedoeld in artikel 629, eerste lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek. Het getal bedoeld in de eerste zin bedraagt niet meer dan 1. **4.** In afwijking van het derde lid wordt in de gevallen waarin ziekengeld wordt uitgekeerd aan de verzekerde, bedoeld in artikel 29 van de Ziektewet, het in het tweede lid bedoelde compensatiebedrag vastgesteld door het bedrag van de arbeidsongeschiktheidsuitkering aan de betrokken werknemer te vermenigvuldigen met een getal dat is verkregen door het bedrag van het ontvangen verhaal dat is verkregen op grond van artikel 52a van de Ziektewet te delen door het aan betrokken werknemer op grond van de Ziektewetuitgekeerde ziekengeld. **5.** De uitkomst van de in het derde en vierde lid bedoelde berekening wordt naar beneden afgerond op twee cijfers achter de komma. +**6.** Indien voor een kleine werkgever het door toepassing van het eerste of tweede lid verkregen percentage lager is dan de minimumpremie, wordt dit percentage vermeerderd met de minimumpremie. Indien deze vermeerdering leidt tot een percentage dat hoger is dan de minimumpremie, wordt dit percentage vastgesteld op de minimumpremie. + ### Artikel 7 -**1.** Indien een grote werkgever, zonder dat er sprake is van een overgang van een onderneming als bedoeld in artikel 5, in één of meer van de kalenderjaren van het in artikel 4, tweede lid, bedoelde tijdvak, niet de hoedanigheid van werkgever had, wordt bij de berekening van het individuele werkgeversrisicopercentage, bedoeld in artikel 4, tweede lid, het ten laste van die grote werkgever komende gemiddelde premieplichtige loon per jaar berekend over het aantal kalenderjaren in het in artikel 4, tweede lid, bedoelde tijdvak, waarin de grote werkgever de hoedanigheid van werkgever had, waarna het verkregen percentage wordt vermenigvuldigd met een breuk, waarvan de teller wordt gevormd door het gemiddelde werkgeversrisicopercentage, bedoeld in artikel 4, derde lid, en de noemer door het gemiddelde werkgeversrisicopercentage, berekend over het aantal kalenderjaren in het in artikel 4, derde lid, bedoelde tijdvak, waarin de grote werkgever de hoedanigheid van werkgever had. +**1.** Indien een werkgever, zonder dat er sprake is van een overgang van een onderneming als bedoeld in artikel 5, in één of meer van de kalenderjaren van het in artikel 4, tweede lid, bedoelde tijdvak, niet de hoedanigheid van werkgever had, wordt bij de berekening van het individuele werkgeversrisicopercentage, bedoeld in artikel 4, tweede lid, het ten laste van die werkgever komende gemiddelde premieplichtige loon per jaar berekend over het aantal kalenderjaren in het in artikel 4, tweede lid, bedoelde tijdvak, waarin de werkgever de hoedanigheid van werkgever had, waarna het verkregen percentage wordt vermenigvuldigd met een breuk, waarvan de teller wordt gevormd door het gemiddelde werkgeversrisicopercentage, bedoeld in artikel 4, derde lid, en de noemer door het gemiddelde werkgeversrisicopercentage, berekend over het aantal kalenderjaren in het in artikel 4, derde lid, bedoelde tijdvak, waarin de werkgever de hoedanigheid van werkgever had. **2.** De uitkomst van de in het eerste lid, bedoelde berekening wordt naar beneden afgerond op twee cijfers achter de komma. ### Artikel 8 -**1.** Voor een grote werkgever die, zonder dat er sprake is van een overgang van een onderneming als bedoeld in artikel 5, eerst in het premiejaar, of in het eerste of tweede kalenderjaar onmiddellijk voorafgaande aan het premiejaar, de hoedanigheid van werkgever heeft verkregen, is het percentage van de in artikel 78, eerste lid, van de Wet, bedoelde gedifferentieerde premie gelijk aan het percentage, bedoeld in artikel 78, tweede lid, onderdeel a, van de Wet. +**1.** + +Voor een werkgever die, zonder dat er sprake is van een overgang van een onderneming als bedoeld in artikel 5, eerst in het premiejaar, of in het eerste of tweede kalenderjaar onmiddellijk voorafgaande aan het premiejaar, de hoedanigheid van werkgever heeft verkregen, is het percentage van de in artikel 78, eerste lid, van de Wet, bedoelde gedifferentieerde premie: + +a. indien het een kleine werkgever betreft, gelijk aan het overeenkomstig artikel 9, derde lid, vastgestelde percentage; +b. indien het een grote werkgever betreft, gelijk aan het percentage, bedoeld in artikel 78, tweede lid, onderdeel *a*, van de Wet. **2.** Het eerste lid is niet van toepassing op de werkgever die in het tijdvak, bedoeld in artikel 4, tweede lid, reeds werkgever was. @@ -148,15 +137,22 @@ b. wordt het ten laste van de werkgever die de onderneming heeft overgedragen ge ### Artikel 9 -**1.** De gedifferentieerde premie, bedoeld in artikel 78, eerste lid, van de Wet bedraagt ten minste nihil, en ten hoogste vier maal het gemiddelde percentage, bedoeld in artikel 78, tweede lid onder b, van de Wet. +**1.** -**2.** In afwijking van het eerste lid wordt voor een grote werkgever een premiepercentage vastgesteld lager dan nihil indien toepassing van artikel 6 daartoe aanleiding geeft. +De gedifferentieerde premie, bedoeld in artikel 78, eerste lid, van de Wet bedraagt: -**3.** Het in het tweede lid bedoelde percentage wordt naar beneden afgerond op twee cijfers achter de komma. +a. voor een kleine werkgever: tenminste het overeenkomstig het derde lid vastgestelde percentage en ten hoogste drie maal het gemiddelde percentage, bedoeld in artikel 78, tweede lid, onder *b*, van de Wet; +b. voor een grote werkgever: ten minste nihil, en ten hoogste vier maal het gemiddelde percentage, bedoeld in artikel 78, tweede lid onder *b*, van de Wet. + +**2.** In afwijking van het eerste lid, onderdeel *b*, wordt voor een grote werkgever een premiepercentage vastgesteld lager dan nihil indien toepassing van artikel 6 daartoe aanleiding geeft. + +**3.** De voor kleine werkgevers geldende minimale gedifferentieerde premie wordt door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen voor elk kalenderjaar op een zodanig percentage vastgesteld, dat de uit de heffing van deze minimaal verschuldigde premie voortvloeiende inkomsten naar verwachting gelijk zullen zijn aan de extra premieinkomsten die zouden worden verworven indien geen maximum zou zijn gesteld aan de door deze werkgevers verschuldigde gedifferentieerde premie, verminderd met de naar verwachting ten laste van de kleine werkgevers komende premieinkomsten ten gevolge van de voor grotere werkgevers krachtens het eerste lid, onder *b*, geldende maximale gedifferentieerde premie. + +**4.** Het in het tweede en derde lid bedoelde percentage wordt naar beneden afgerond op twee cijfers achter de komma. ### Artikel 10 -**1.** Voor de toepassing van artikel 4, tweede en derde lid, wordt een arbeidsongeschiktheidsuitkering die is ingegaan op of na 1 januari 1993 gelijkgesteld met een arbeidsongeschiktheidsuitkering als bedoeld in artikel 76f van de Wet. +**1.** Voor de toepassing van artikel 4, tweede en derde lid, wordt een arbeidsongeschiktheidsuitkering die is ingegaan op of na 1 januari 1993 gelijkgesteld met een arbeidsongeschiktheidsuitkering als bedoeld in artikel 76*f *van de Wet. **2.** Het gemiddelde premieplichtige loon en het totale gemiddelde premieplichtige loon, bedoeld in artikel 4, tweede en derde lid, worden voor het premiejaar 1998 berekend over het tijdvak van vier kalenderjaren, eindigend één jaar voor aanvang van het premiejaar. @@ -166,18 +162,12 @@ b. wordt het ten laste van de werkgever die de onderneming heeft overgedragen ge **5.** Onder arbeidsongeschiktheidsuitkering als bedoeld in artikel 4, zesde lid, wordt uitsluitend verstaan, de arbeidsongeschiktheidsuitkering die is ingegaan op of na de dag van inwerkingtreding van dit besluit. -**6.** De artikelen 4a en 4b zoals deze luiden op 31 december 2002 zijn niet van toepassing op arbeidsongeschiktheidsuitkeringen die zijn ingegaan vóór 1 januari 1998. +**6.** De artikelen 4a en 4b zijn niet van toepassing op arbeidsongeschiktheidsuitkeringen die zijn ingegaan vóór 1 januari 1998. **7.** Een besluit tot intrekking of herziening van een besluit tot toekenning van een arbeidsongeschiktheidsuitkering, wordt voor de toepassing van artikel 6 slechts in aanmerking genomen indien het besluit op of na de dag van inwerkingtreding van dit besluit is getroffen. **8.** Artikel 6, tweede, derde en vierde lid, is uitsluitend van toepassing in die gevallen waarin de arbeidsongeschiktheidsuitkering van de verzekerde ingaat op of na 1 januari 2002. -**9.** Bij de toepassing van artikel 6, tweede en derde lid, wordt, indien ten aanzien van de arbeidsongeschiktheidsuitkering van de betrokken werknemer artikel 76f van de Wet van toepassing is, zoals dit artikel luidde op 31 december 2003, voor «vier jaren» respectievelijk «vier jaar» gelezen «vijf jaren» respectievelijk «vijf jaar». - -**10.** Bij de toepassing van artikel 6, derde lid, wordt, indien ten aanzien van de arbeidsongeschiktheidsuitkering van de betrokken werknemer artikel 76f van de Wet van toepassing is, zoals dit artikel luidde op 31 december 2003, voor «het tijdvak van 104 weken» gelezen: het tijdvak van 52 weken. - -**11.** Voor het premiejaar 2006 worden de op grond van artikel 4 berekende opslagen en kortingen vermenigvuldigd met een breuk, waarvan de teller wordt gevormd door het rekenpercentage, bedoeld in artikel 2, en de noemer door het gemiddelde werkgeversrisicopercentage, bedoeld in artikel 4, derde lid. - ### Artikel 11 **1.** Bij de vaststelling van het individuele werkgeversrisicopercentage, bedoeld in artikel 4, tweede lid, van werkgevers van overheidswerknemers als bedoeld in artikel 1, onderdeel l, onder ten 1°, en onder ten 3°, van de Wet overheidspersoneel onder de werknemersverzekeringen, wordt het premieplichtig loon voor wat betreft de jaren 1993 tot en met 1995 bepaald aan de hand van het gecorrigeerd ambtelijk inkomen over die jaren. Onder het ambtelijk inkomen, bedoeld in de eerste zin, wordt verstaan, het ambtelijk inkomen, bedoeld in artikel C1 van de Algemene burgerlijke pensioenwet, zoals dit artikel luidde voor 1 januari 1996.