diff --git a/wet/luchtvaartwet/BWBR0002267/README.md b/wet/luchtvaartwet/BWBR0002267/README.md index 87130c8e7c1..51b17462a92 100644 --- a/wet/luchtvaartwet/BWBR0002267/README.md +++ b/wet/luchtvaartwet/BWBR0002267/README.md @@ -201,12 +201,10 @@ Bij ministeriële regeling kunnen bepaalde soorten van vervoer worden uitgezonde **1.** -Onze Minister kan in overeenstemming met Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, gehoord de Rijksplanologische Commissie en de Rijksmilieuhygiënische Commissie, luchtvaartterreinen aanwijzen: +Onze Minister kan in overeenstemming met Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer luchtvaartterreinen aanwijzen: a. ambtshalve; -b. op aanvraag, - -mits het aan te wijzen luchtvaartterrein overeenstemt een van kracht zijnd plan als bedoeld in artikel 2a van de Wet op de Ruimtelijke Ordening ten aanzien van het nationaal ruimtelijk beleid inzake luchtvaartterreinen. +b. op aanvraag, mits het aan te wijzen luchtvaartterrein overeenstemt met een structuurvisie als bedoeld in artikel 2.3, tweede lid, van de Wet ruimtelijke ordening. **2.** Bij een aanvraag moeten in tweevoud worden gevoegd de bescheiden, bedoeld in artikel 20, eerste lid, onder a, b, c en d. De aanvraag alsmede de bescheiden kunnen niet elektronisch worden ingediend. @@ -302,11 +300,11 @@ b. bepaalde vormen van luchtvaart. ### Artikel 24a -**1.** Indien op grond van artikel 26 ten aanzien van gronden binnen één of meer geluidszones aanwijzingen als bedoeld in artikel 37 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening worden gegeven, wordt de beslissing omtrent de aanwijzing van een luchtvaartterrein niet eerder genomen dan nadat de aanwijzingen als bedoeld in artikel 37 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening gelet op het bepaalde in het tweede lid van dat artikel kunnen worden gegeven. +**1.** Indien op grond van artikel 26 ten aanzien van gronden binnen één of meer geluidszones aanwijzingen als bedoeld in artikel 4.4, eerste lid, onder a, van de Wet ruimtelijke ordening worden gegeven, wordt de beslissing omtrent de aanwijzing van een luchtvaartterrein niet eerder genomen dan nadat de aanwijzingen als bedoeld in artikel 4.4, eerste lid, onder a, van de Wet ruimtelijke ordening gelet op het bepaalde in het tweede lid van dat artikel kunnen worden gegeven. **2.** Onze Minister kan in overeenstemming met Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer het besluit omtrent de aanwijzing van een luchtvaartterrein voor ten hoogste zes maanden verdagen. -**3.** Indien binnen de termijn, bedoeld in artikel 23, tweede lid, of artikel 3:18 van de Algemene wet bestuursrecht, of het tweede lid van dit artikel, Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, de Tweede Kamer der Staten-Generaal van zijn voornemen tot het geven van de in het eerste lid bedoelde aanwijzingen in kennis heeft gesteld, kan in afwijking van het bepaalde in artikel 23, tweede lid, of artikel 3:18 van de Algemene wet bestuursrecht, of het tweede lid van dit artikel, het besluit omtrent de aanwijzing van een luchtvaartterrein worden genomen vier weken na het tijdstip waarop de in het eerste lid bedoelde aanwijzingen ingevolge artikel 37, tweede lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening kunnen worden gegeven. +**3.** Indien binnen de termijn, bedoeld in artikel 23, tweede lid, of artikel 3:18 van de Algemene wet bestuursrecht, of het tweede lid van dit artikel, Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, de Tweede Kamer der Staten-Generaal van zijn voornemen tot het geven van de in het eerste lid bedoelde aanwijzingen in kennis heeft gesteld, kan in afwijking van het bepaalde in artikel 23, tweede lid, of artikel 3:18 van de Algemene wet bestuursrecht, of het tweede lid van dit artikel, het besluit omtrent de aanwijzing van een luchtvaartterrein worden genomen vier weken na het tijdstip waarop de in het eerste lid bedoelde aanwijzingen ingevolge artikel 4.4, tweede lid, van de Wet ruimtelijke ordening kunnen worden gegeven. **4.** Indien niet binnen de termijn, bedoeld in artikel 23, tweede lid, of artikel 3:18 van de Algemene wet bestuursrecht, en het tweede en derde lid van dit artikel is beslist, doen Onze Minister en Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer daarvan onder opgave van redenen mededeling aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal. @@ -408,11 +406,11 @@ Alle gegevens, welke ingevolge de artikelen 20, eerste lid, onder d, en 25g zijn ### Artikel 26 -**1.** Indien het besluit, bedoeld in artikel 23, eerste lid inhoudt dat een aanwijzing wordt gegeven met één of meer geluidszones geeft Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer in overeenstemming met Onze Minister op het tijdstip waarop die beschikking wordt gegeven met inachtneming van het krachtens artikel 25, derde, vierde en vijfde lid bepaalde, ten aanzien van gronden, gelegen binnen die geluidszones aanwijzingen als bedoeld in artikel 37 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening. +**1.** Indien het besluit, bedoeld in artikel 23, eerste lid inhoudt dat een aanwijzing wordt gegeven met één of meer geluidszones geeft Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer in overeenstemming met Onze Minister op het tijdstip waarop die beschikking wordt gegeven met inachtneming van het krachtens artikel 25, derde, vierde en vijfde lid bepaalde, ten aanzien van gronden, gelegen binnen die geluidszones aanwijzingen als bedoeld in artikel 4.4, eerste lid, onder a, van de Wet ruimtelijke ordening. -**2.** Indien bij de aanwijzing van het luchtvaartterrein krachtens artikel 25b meer varianten worden vastgesteld kan Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer bij aanwijzingen als bedoeld in artikel 37 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening van die geluidszones een andere variant, al dan niet met elementen uit de overige varianten, als uitgangspunt nemen dan is gedaan bij de aanwijzing op grond van artikel 25a. +**2.** Indien bij de aanwijzing van het luchtvaartterrein krachtens artikel 25b meer varianten worden vastgesteld kan Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer bij aanwijzingen als bedoeld in artikel 4.4, eerste lid, onder a, van de Wet ruimtelijke ordening van die geluidszones een andere variant, al dan niet met elementen uit de overige varianten, als uitgangspunt nemen dan is gedaan bij de aanwijzing op grond van artikel 25a. -**3.** Aanwijzingen als bedoeld in artikel 37 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening kunnen achterwege blijven ten aanzien van gronden gelegen in een tijdelijke zone. +**3.** Aanwijzingen als bedoeld in artikel 4.4, eerste lid, onder a, van de Wet ruimtelijke ordening kunnen achterwege blijven ten aanzien van gronden gelegen in een tijdelijke zone. ### Artikel 26a @@ -449,9 +447,9 @@ De artikelen 18, tweede lid, tot en met 26 zijn van overeenkomstige toepassing t a. een vergroting van het luchtvaartterrein; b. een wijziging in de ligging van banen, een vergroting van lengte of breedte van bestaande banen of een verharding van banen, indien zulks een vergroting van een of meer geluidszones ten gevolge heeft; -c. een vergroting van een of meer geluidszones om andere dan onder *b* genoemde redenen. +c. een vergroting van een of meer geluidszones om andere dan onder b genoemde redenen. -De wijziging moet overeenstemmen met een van kracht zijnd plan als bedoeld in artikel 2*a* van de Wet op de Ruimtelijke Ordening. In geval van de wijziging van een aanwijzing als hier bedoeld worden de Rijksplanologische Commissie en de Rijksmilieuhygiënische Commissie gehoord. +De wijziging moet overeenstemmen met een structuurvisie als bedoeld in artikel 2.3, tweede lid, van de Wet ruimtelijke ordening. **3.** Onze Minister kan de artikelen 19-24, eerste lid en het tweede lid van dit artikel met betrekking tot terreinen, welke niet voor gebruik door vliegtuigen worden aangewezen, buiten toepassing laten. @@ -500,7 +498,7 @@ c. indien de bij de aanwijzing gestelde bepalingen of voorschriften niet worden **1.** Tegen een besluit als bedoeld in de artikelen 23, eerste lid, en 27, eerste lid, kan een belanghebbende beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Het beroep kan mede de in artikel 26, eerste lid, bedoelde aanwijzingen en voorschriften omvatten. -**2.** Indien omtrent het ontwerp van een bestemmingsplan dat ter uitvoering van de in artikel 26, eerste lid, bedoelde aanwijzingen en voorschriften wordt vastgesteld of herzien, zienswijzen als bedoeld in artikel 23, tweede lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening kenbaar zijn gemaakt, kunnen deze geen grond vinden in bedenkingen tegen de aanwijzing van het luchtvaartterrein of de in artikel 26, eerste lid, bedoelde aanwijzingen en voorschriften. +**2.** Indien omtrent het ontwerp van een bestemmingsplan dat ter uitvoering van de in artikel 26, eerste lid, bedoelde aanwijzingen en voorschriften wordt vastgesteld of herzien, zienswijzen als bedoeld in artikel 3.8, eerste lid, onder d, van de Wet ruimtelijke ordening kenbaar zijn gemaakt, kunnen deze geen grond vinden in bedenkingen tegen de aanwijzing van het luchtvaartterrein of de in artikel 26, eerste lid, bedoelde aanwijzingen en voorschriften. ### Afdeling 2. Voorschriften omtrent handhaving van geluidszones