From 19bfeecd260478be39e87f40054ef325c4618548 Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Sun, 1 Aug 2004 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2004-08-01 | BWBR0007625 | Wet educatie en beroepsonderwijs --- .../BWBR0007625/README.md | 304 ++++++++++++------ 1 file changed, 209 insertions(+), 95 deletions(-) diff --git a/wet/wet-educatie-en-beroepsonderwijs/BWBR0007625/README.md b/wet/wet-educatie-en-beroepsonderwijs/BWBR0007625/README.md index 5edb3312c9a..8ea26b316e6 100644 --- a/wet/wet-educatie-en-beroepsonderwijs/BWBR0007625/README.md +++ b/wet/wet-educatie-en-beroepsonderwijs/BWBR0007625/README.md @@ -36,12 +36,15 @@ f. onderwijs: educatie en beroepsonderwijs; g. educatie: onderwijs als bedoeld in artikel 1.2.1, eerste lid; h. beroepsonderwijs: onderwijs als bedoeld in artikel 1.2.1, tweede lid; i. beroepsopleiding: een opleiding als bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid, waarvoor in het kader van de landelijke kwalificatiestructuur, bedoeld in artikel 7.2.4, eindtermen zijn vastgesteld; +i1. voltijdse beroepsopleiding: een beroepsopleiding als bedoeld in artikel 7.4.8, eerste lid, onder f; +i2. deeltijdse beroepsopleiding: een andere dan een voltijdse beroepsopleiding; j. beroepspraktijkvorming: het onderricht in de praktijk van het beroep, bedoeld in artikel 7.2.8, eerste lid; k. leerweg: een leerweg als bedoeld in artikel 7.2.2, tweede lid; l. beroepsopleidende leerweg: de leerweg, bedoeld in artikel 7.2.2, tweede lid, onder a; m. beroepsbegeleidende leerweg: de leerweg, bedoeld in artikel 7.2.2, tweede lid, onder b; n. opleiding educatie: een opleiding als bedoeld in artikel 7.3.1, eerste lid; -o. externe legitimering: de externe legitimering, bedoeld in artikel 7.4.4; +o1. examinering: het nemen van beslissingen over inhoud en niveau van examens van een beroepsopleiding in relatie tot de eindtermen, procedures en voorwaarden waaronder examens worden afgenomen, alsmede het vaststellen van de uitslag van examens. De vorige volzin is van overeenkomstige toepassing op examens van de afzonderlijke leerwegen van een opleiding indien Onze Minister ingevolge artikel 7.2.4, derde lid, heeft besloten dat een opleiding zowel in de beroepsopleidende als in de beroepsbegeleidende leerweg kan worden verzorgd; +o2. Kwaliteitscentrum examinering beroepsopleidingen: het in artikel 7.4.9a, tweede lid, bedoelde Kwaliteitscentrum examinering beroepsopleidingen; p. deelkwalificatie: een deelkwalificatie als bedoeld in artikel 7.2.3; q. volwassene: een in Nederland woonachtige van 18 jaren of ouder , alsmede degene die nieuwkomer is ingevolge artikel 1, derde en vierde lid, van de Wet inburgering nieuwkomers; r. studiejaar: het tijdvak dat aanvangt op 1 augustus en eindigt op 31 juli van het daarop volgend jaar; @@ -61,8 +64,8 @@ y. Informatie Beheer Groep: de Informatie Beheer Groep, genoemd in de Wet verzel z. persoonsgebonden nummer: het sociaal-fiscaalnummer, bedoeld in artikel 2, derde lid, onder j, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, dan wel het door de Informatie Beheer Groep uitgegeven onderwijsnummer, bedoeld in artikel 8.1.1a, vierde lid; aa. personeel: -1. de benoemde docenten, en overig personeel dat is benoemd aan de instelling, het agrarisch innovatie- en praktijkcentrum of het landelijk orgaan; -2. het onder a bedoelde personeel dat zonder benoeming is tewerkgesteld aan de instelling, het agrarisch innovatie- en praktijkcentrum of het landelijk orgaan, tenzij het betreft de toepassing van de artikelen 3.1.2, 3.2.1, 3.3.1, 4.1.1, 4.1.2 tot en met 4.1.6, 4.3.1 tot en met 4.3.5, en de toepassing van daarmee verband houdende wettelijke bepalingen. +1. de benoemde docenten, en overig personeel dat is benoemd aan de instelling, het innovatie- en praktijkcentrum of het kenniscentrum beroepsonderwijs bedrijfsleven; +2. het onder a bedoelde personeel dat zonder benoeming is tewerkgesteld aan de instelling, het innovatie- en praktijkcentrum of het kenniscentrum beroepsonderwijs bedrijfsleven, tenzij het betreft de toepassing van de artikelen 3.1.2, 3.2.1, 3.3.1, 4.1.1, 4.1.2 tot en met 4.1.6, 4.3.1 tot en met 4.3.5, en de toepassing van daarmee verband houdende wettelijke bepalingen. ### Artikel 1.1.2 @@ -146,9 +149,19 @@ d. de afstemming op de ontwikkelingen in de samenleving op nationaal en internat ### Artikel 1.3.6 -**1.** Het bevoegd gezag richt een stelsel van kwaliteitszorg voor de instelling dan wel voor het agrarisch innovatie- en praktijkcentrum in en draagt er in dat verband zorg voor dat, zo veel mogelijk in samenwerking met andere instellingen, wordt voorzien in een regelmatige beoordeling van de kwaliteit van het onderwijs. Het bevoegd gezag draagt er zorg voor dat de in de eerste volzin bedoelde beoordeling geschiedt met betrokkenheid van onafhankelijke deskundigen. De uitkomsten van de beoordeling zijn openbaar. +**1.** Het bevoegd gezag richt een stelsel van kwaliteitszorg voor de instelling dan wel voor het agrarisch innovatie- en praktijkcentrum in en draagt er in dat verband zorg voor dat, zo veel mogelijk in samenwerking met andere instellingen, wordt voorzien in een regelmatige beoordeling van de kwaliteit van het onderwijs. Het bevoegd gezag draagt er zorg voor dat de in de eerste volzin bedoelde beoordeling geschiedt met betrokkenheid van onafhankelijke deskundigen en belanghebbenden. De uitkomsten van de beoordeling zijn openbaar. -**2.** Het bevoegd gezag maakt om het andere jaar een verslag omtrent de kwaliteitszorg openbaar en zendt dit voor 1 mei van dat jaar aan de inspectie. Het verslag wordt ingericht volgens bij ministeriële regeling te geven voorschriften en omvat een uiteenzetting over de gebruikte methodes van kwaliteitsbeoordeling, de inrichting van de in het eerste lid bedoelde kwaliteitsbeoordeling met betrokkenheid van onafhankelijke deskundigen, de resultaten van de in het eerste lid bedoelde regelmatige beoordeling, het voorgenomen beleid van de instelling in het licht van die resultaten en de voornemens ten aanzien van de kwaliteitsbeoordeling. +**2.** + +Het bevoegd gezag maakt regelmatig, en voor zover het de examens betreft jaarlijks, een verslag openbaar omtrent: + +a. de beoordeling, bedoeld in het eerste lid, +b. de uitkomsten van die beoordeling, en +c. het voorgenomen beleid in het licht van die uitkomsten. + +**3.** Het bevoegd gezag beslist of een verslag als bedoeld in het tweede lid onderdeel uitmaakt van een jaarverslag als bedoeld in artikel 2.5.4. + +**4.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de frequentie en de inrichting van het verslag. #### Paragraaf 4. Overige voorschriften @@ -227,24 +240,19 @@ De kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven die daartoe op voet van artikel 2 **4.** Kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven dragen zoveel mogelijk zorg voor de beschikbaarheid van een toereikend aantal bedrijven en organisaties van voldoende kwaliteit die de beroepspraktijkvorming verzorgen. Kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven zijn voorts belast met een regelmatige beoordeling van die bedrijven en organisaties. -**5.** Kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven hebben mede tot taak het verzorgen van externe legitimering. - ### Titel 6. De exameninstellingen ### Artikel 1.6.1 -**1.** Onze Minister besluit op aanvraag van het bevoegd gezag van een exameninstelling, dat de exameninstelling de externe legitimering met betrekking tot een beroepsopleiding kan verzorgen. +**1.** -**2.** +Onze Minister besluit, het Kwaliteitscentrum examinering beroepsopleidingen gehoord, op aanvraag van het bevoegd gezag van een exameninstelling, dat de exameninstelling het recht heeft tot examinering van een beroepsopleiding in opdracht van een instelling, indien die exameninstelling in acht neemt hetgeen bij of krachtens deze wet is bepaald over: -Onze Minister willigt een aanvraag als bedoeld in het eerste lid uitsluitend in, indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: +a. de kwaliteitszorg, bedoeld in artikel 1.3.6, voorzover het betreft de examinering, +b. de examens, en +c. de rechtsbescherming van de deelnemers, bedoeld in hoofdstuk 7, titel 5. -a. het bevoegd gezag toont aan dat de exameninstelling haar taken vervult onafhankelijk van de instellingen en de andere instellingen, bedoeld in artikel 1.4.1, -b. het bevoegd gezag richt een stelsel van kwaliteitszorg voor de exameninstelling in en draagt er in dat verband zorg voor dat wordt voorzien in een regelmatige beoordeling van de kwaliteit van de externe legitimering, met betrokkenheid van onafhankelijke deskundigen, -c. het bevoegd gezag maakt om het andere jaar een verslag omtrent de kwaliteitszorg openbaar, ten aanzien van welk verslag artikel 1.3.6, tweede lid, van overeenkomstige toepassing is, en -d. het bevoegd gezag is aangesloten bij een commissie van beroep voor de extern gelegitimeerde examens als bedoeld in artikel 7.6.1. - -**3.** Onze Minister besluit binnen drie maanden na ontvangst van een aanvraag als bedoeld in het eerste lid. Indien de beschikking niet binnen drie maanden kan worden gegeven, stelt Onze Minister de aanvrager daarvan in kennis en noemt hij daarbij een termijn waarbinnen de beschikking wel tegemoet kan worden gezien. +**2.** Onze Minister besluit binnen drie maanden na ontvangst van een aanvraag als bedoeld in het eerste lid. Indien de beschikking niet binnen drie maanden kan worden gegeven, stelt Onze Minister de aanvrager daarvan in kennis en noemt hij daarbij een termijn waarbinnen de beschikking wel tegemoet kan worden gezien. ### Titel 7. Contractactiviteiten @@ -368,7 +376,7 @@ c. eerste inrichting. De maatstaven voorzien in bekostiging aan de hand van: a. de instroom van deelnemers, en -b. het aantal behaalde diploma's, bedoeld in artikel 7.4.6. +b. het aantal deelnemers en examendeelnemers dat een diploma als bedoeld in artikel 7.4.6 heeft behaald. **3.** Voor voorbereidende en ondersteunende activiteiten als bedoeld in artikel 7.2.2, vierde lid, voor zover betrekking hebbend op beroepsopleidingen als bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid, onder *a* en *b*, wordt een afzonderlijk bedrag berekend, aan de hand van de instroom van deelnemers. @@ -615,7 +623,7 @@ Voor de toepassing van deze paragraaf wordt onder "instelling" tevens verstaan: **1.** Het bevoegd gezag stelt jaarlijks een jaarrekening vast over het afgelopen jaar. -**2.** In de jaarrekening legt het bevoegd gezag verantwoording af over het financiële beheer van de instelling voor zover het betreft de ingevolge deze wet uit ’s Rijks kas ontvangen middelen. Uit de jaarrekening dient te blijken dat sprake is van een rechtmatige aanwending van de rijksbijdrage. In de jaarrekening zijn de cijfers van de begroting mede opgenomen. Bij ministeriële regeling kunnen met het oog op de verantwoording van de rechtmatigheid van de aanwending van de rijksbijdrage nadere voorschriften worden gegeven voor de inrichting van de jaarrekening. +**2.** In de jaarrekening legt het bevoegd gezag verantwoording af over het financiële beheer van de instelling voor zover het betreft de ingevolge deze wet uit ’s Rijks kas ontvangen middelen. Uit de jaarrekening dient te blijken dat sprake is van een rechtmatige en doelmatige aanwending van de rijksbijdrage. Van niet doelmatige aanwending van de rijksbijdrage is in ieder geval sprake voorzover bedragen daaruit worden aangewend voor het op enigerlei wijze compenseren van de deelnemers of examendeelnemers voor les- en cursusgeld respectievelijk examengeld. In de jaarrekening zijn de cijfers van de begroting mede opgenomen. Bij ministeriële regeling kunnen met het oog op de verantwoording van de rechtmatigheid en doelmatigheid van de aanwending van de rijksbijdrage nadere voorschriften worden gegeven voor de inrichting van de jaarrekening. **3.** Het resultaat van het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft wordt verrekend met de algemene reserve van de instelling. @@ -633,7 +641,9 @@ Voor de toepassing van deze paragraaf wordt onder "instelling" tevens verstaan: ### Artikel 2.5.4 -Het bevoegd gezag stelt jaarlijks een jaarverslag over het afgelopen jaar vast en maakt dit openbaar. +**1.** Het bevoegd gezag stelt jaarlijks een jaarverslag over het afgelopen jaar vast en maakt het openbaar. Het jaarverslag bevat ten minste het verslag, bedoeld in artikel 1.3.6, tweede lid, voorzover dat in het desbetreffende jaar is uitgebracht, dan wel de hoofdpunten van laatstgenoemd verslag, alsmede de hoofdpunten van de bevindingen van het Kwaliteitscentrum examinering beroepsopleidingen met betrekking tot de examens. + +**2.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de inrichting van het jaarverslag. ### Artikel 2.5.5 @@ -685,7 +695,7 @@ De accountant die door Onze Minister is belast met het onderzoek van de minister ### Artikel 2.5.7a -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden voorschriften gegeven omtrent de controle van de boekhouding, de jaarrekening en de administratie van de instellingen. ### Artikel 2.5.8 @@ -712,7 +722,7 @@ De in onderdeel a genoemde termijn van twee jaar kan in geval van een of meer zi **1.** Indien de vaststelling van de rijksbegroting daartoe noopt, kan Onze Minister tot acht weken na die vaststelling correcties aanbrengen op de rijksbijdrage. Onze Minister maakt het bevoegd gezag binnen acht weken na de vaststelling van de rijksbegroting een correctie als bedoeld in de eerste volzin bekend. De correctie wordt verrekend met de rijksbijdrage voor het desbetreffende jaar of uitbetaald in dat jaar. -**2.** Indien uit de jaarrekening, uit de verklaring van de accountant, bedoeld in artikel 2.5.3, vierde lid, uit de resultaten van het onderzoek, bedoeld in artikel 2.5.6, of uit de resultaten van het onderzoek, bedoeld in artikel 2.5.7 blijkt dat de rijksbijdrage op onjuiste gronden is vastgesteld dan wel de besteding daarvan niet rechtmatig was, kan Onze Minister binnen een jaar na ontvangst van de jaarrekening correcties aanbrengen op de rijksbijdrage. Onze Minister maakt het bevoegd gezag binnen een jaar na ontvangst van de jaarrekening een correctie als bedoeld in de eerste volzin bekend. De correctie wordt verrekend met de rijksbijdrage voor het eerstvolgende jaar of uitbetaald in dat jaar. +**2.** Indien uit de jaarrekening, uit de verklaring van de accountant, bedoeld in artikel 2.5.3, vierde lid, uit de resultaten van het onderzoek, bedoeld in artikel 2.5.6, of uit de resultaten van het onderzoek, bedoeld in artikel 2.5.7 blijkt dat de rijksbijdrage op onjuiste gronden is vastgesteld dan wel de besteding daarvan niet rechtmatig of niet doelmatig was, kan Onze Minister binnen een jaar na ontvangst van de jaarrekening correcties aanbrengen op de rijksbijdrage. Onze Minister maakt het bevoegd gezag binnen een jaar na ontvangst van de jaarrekening een correctie als bedoeld in de eerste volzin bekend. De correctie wordt verrekend met de rijksbijdrage voor het eerstvolgende jaar of uitbetaald in dat jaar. #### Paragraaf 2. Kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven @@ -1157,7 +1167,11 @@ b. Onze Minister aan de hand van een nader onderzoek tot het oordeel is gekomen ### Artikel 6.1.5b -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +**1.** Onze Minister kan aan een instelling het recht op examinering van een beroepsopleiding ontnemen, indien de kwaliteit van de examens van die opleiding niet voldoet aan de standaarden, bedoeld in artikel 7.4.4. Bij de ontneming van het recht wordt bepaald met ingang van welk tijdstip dit geschiedt. De ontneming wordt in het Centraal register bekendgemaakt. + +**2.** Voordat Onze Minister een besluit als bedoeld in het eerste lid neemt, geeft hij het bevoegd gezag een waarschuwing op grond van zijn bevindingen over de kwaliteit van de examinering onder bepaling van de termijn waarbinnen aan die waarschuwing gevolg moet zijn gegeven. + +**3.** Het bevoegd gezag kan niet eerder dan na verloop van drie studiejaren na de ontneming, bedoeld in het eerste lid, het recht opnieuw verkrijgen. Artikel 1.6.1 is van overeenkomstige toepassing. ### Artikel 6.1.6 @@ -1217,61 +1231,53 @@ b. Onze Minister aan de hand van een hernieuwd onderzoek tot het oordeel is geko ### Artikel 6.2.3b -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +**1.** Onze Minister kan aan een niet uit 's Rijks kas bekostigde instelling het recht op examinering van een beroepsopleiding ontnemen, indien de kwaliteit van de examens van die opleiding niet voldoet aan de standaarden, bedoeld in artikel 7.4.4. Bij de ontneming van het recht wordt bepaald met ingang van welk tijdstip dit geschiedt. De ontneming wordt in het Centraal register bekendgemaakt. + +**2.** Voordat Onze Minister een besluit als bedoeld in het eerste lid neemt, geeft hij het bevoegd gezag een waarschuwing op grond van zijn bevindingen over de kwaliteit van de examinering onder bepaling van de termijn waarbinnen aan die waarschuwing gevolg moet zijn gegeven. + +**3.** Het bevoegd gezag kan niet eerder dan na verloop van drie studiejaren na de ontneming, bedoeld in het eerste lid, het recht opnieuw verkrijgen. Artikel 1.6.1 is van overeenkomstige toepassing. ### Titel 3. De exameninstellingen ### Artikel 6.3.1 -**1.** De aanvraag om toepassing van artikel 1.6.1 geldt mede als aanmelding voor registratie in het Centraal register. Het bevoegd gezag van een exameninstelling verschaft bij de aanmelding de gegevens waaruit blijkt dat de externe legitimering van voldoende kwaliteit is of zal zijn, en dat wordt voldaan aan de voorwaarde, bedoeld in artikel 1.6.1, tweede lid. +**1.** De aanvraag om toepassing van artikel 1.6.1 geldt mede als aanmelding voor registratie in het Centraal register. Het bevoegd gezag van een exameninstelling verschaft bij de aanmelding de gegevens waaruit blijkt dat de examinering van voldoende kwaliteit is of zal zijn, en dat wordt voldaan aan de voorwaarde, bedoeld in artikel 1.6.1, tweede lid. **2.** Indien Onze Minister de aanvraag om toepassing van artikel 1.6.1 inwilligt, registreert hij bij de eerstvolgende gelegenheid daartoe, de exameninstelling bij de desbetreffende opleiding in het Centraal register. ### Artikel 6.3.2 -**1.** +**1.** Onze Minister kan aan een exameninstelling het recht op examinering van een beroepsopleiding ontnemen indien de kwaliteit van de examens van die opleiding niet voldoet aan de standaarden, bedoeld in artikel 7.4.4. Bij de ontneming van het recht wordt bepaald met ingang van welk tijdstip dit geschiedt. De ontneming wordt in het Centraal register bekendgemaakt. -Onze Minister kan aan een exameninstelling het recht, bedoeld in artikel 1.6.1, ten aanzien van een beroepsopleiding ontnemen indien: +**2.** Voordat Onze Minister een besluit als bedoeld in het eerste lid neemt, geeft hij het bevoegd gezag een waarschuwing op grond van zijn bevindingen over de kwaliteit van de examinering onder bepaling van de termijn waarbinnen aan die waarschuwing gevolg moet zijn gegeven. -a. gebleken is dat de kwaliteit van de externe legitimering onvoldoende is geweest, -b. niet of niet meer voldaan wordt aan de voorwaarde, bedoeld in artikel 1.6.1, tweede lid, of -c. in strijd is gehandeld met artikel 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht. - -**2.** Een beschikking op grond van het eerste lid houdt in dat de exameninstelling niet langer gerechtigd is de externe legitimering van de beroepsopleiding te verzorgen en dat de registratie bij die opleiding in het Centraal register wordt beëindigd. +**3.** Het bevoegd gezag kan niet eerder dan na verloop van drie studiejaren na de in het eerste lid bedoelde ontneming het recht opnieuw verkrijgen. Artikel 1.6.1 is van overeenkomstige toepassing. ### Artikel 6.3.3 -**1.** Voordat Onze Minister een beschikking neemt op grond van artikel 6.3.2, eerste lid, onder *a*, geeft hij aan het bevoegd gezag een waarschuwing, op grond van zijn bevindingen ten aanzien van de kwaliteit van de externe legitimering van de opleiding en maakt hij deze in het Centraal register bekend. - -**2.** Voordat Onze Minister een beschikking neemt op grond van artikel 6.3.2, eerste lid, onder *b*, geeft hij aan het bevoegd gezag een waarschuwing onder bepaling van een termijn waarbinnen aan die waarschuwing gevolg moet zijn gegeven en desgewenst overleg met hem dienaangaande plaats kan vinden. De termijn waarbinnen aan de waarschuwing gevolg moet zijn gegeven bedraagt ten minste drie maanden. - -**3.** Voordat Onze Minister een beschikking neemt op grond van artikel 6.3.2, eerste lid, onder c, geeft hij het bevoegd gezag een waarschuwing, onder bepaling van een termijn van ten minste tien dagen waarbinnen aan die waarschuwing gevolg moet zijn gegeven. +Vervallen ### Artikel 6.3.3a -**1.** In de gevallen, bedoeld in artikel 6.3.2, eerste lid, onder a en b, kan Onze Minister op verzoek van het bevoegd gezag of uit eigen beweging in overeenstemming met het bevoegd gezag maatregelen treffen. - -**2.** Tot de maatregelen, bedoeld in het eerste lid, behoort de mogelijkheid het bestuur van de instelling te laten bijstaan door een extern deskundige. Ook kunnen onder voorwaarden extra financiële middelen aan de instelling ter beschikking worden gesteld. - -**3.** Onze Minister stelt nadere regels omtrent de toekenning van en verantwoording voor maatregelen, voorzover deze het verstrekken van financiële middelen betreffen. +Vervallen ### Titel 4. Het Centraal register beroepsopleidingen ### Artikel 6.4.1 -**1.** Het Centraal register beroepsopleidingen is een systematisch geordende verzameling gegevens met betrekking tot de beroepsopleidingen die door de instellingen en de andere instellingen, bedoeld in artikel 1.4.1, worden verzorgd. Onze Minister is belast met de aanleg, het beheer en de bekendmaking van het register en met het verstrekken van informatie uit het register. +**1.** Het Centraal register beroepsopleidingen is een systematisch geordende verzameling gegevens met betrekking tot de beroepsopleidingen die door de instellingen en de andere instellingen, bedoeld in artikel 1.4.1, worden verzorgd alsmede met betrekking tot de examinering die door de exameninstellingen wordt verzorgd. Onze Minister is belast met de aanleg, het beheer en de bekendmaking van het register en met het verstrekken van informatie uit het register. **2.** Het Centraal register wordt jaarlijks voor 1 mei bekendgemaakt. Van deze bekendmaking wordt mededeling gedaan in de *Staatscourant*. Het register heeft betrekking op het studiejaar dat aanvangt in datzelfde jaar. **3.** Onze Minister stelt de inrichting van het Centraal register vast. Onze Minister stelt de kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven in de gelegenheid, hem een voorstel te doen voor de indeling van het Centraal register. -**4.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden vastgesteld met betrekking tot het verstrekken van informatie uit het Centraal register. Daarbij kan worden bepaald dat voor het verstrekken van informatie aan anderen dan de bevoegde gezagsorganen van de instellingen en exameninstellingen waarop deze wet betrekking heeft, een vergoeding verschuldigd is. +**4.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden vastgesteld met betrekking tot het verstrekken van informatie uit het Centraal register. Daarbij kan worden bepaald dat voor het verstrekken van informatie aan anderen dan het Kwaliteitscentrum examinering beroepsopleidingen en de bevoegde gezagsorganen van de instellingen en exameninstellingen waarop deze wet betrekking heeft, een vergoeding verschuldigd is. **5.** Het Centraal register bevat van elke beroepsopleiding de volgende gegevens: -a. de naam van de opleiding, de leerweg of leerwegen waarin de opleiding wordt verzorgd, de code waarmee het geheel van de eindtermen van de opleiding wordt aangeduid, de code waarmee de deelkwalificaties van de opleiding worden aangeduid, alsmede de deelkwalificaties die onderworpen zijn aan externe legitimering, +a. de naam van de opleiding, de leerweg of leerwegen waarin de opleiding wordt verzorgd, de code waarmee het geheel van de eindtermen van de opleiding wordt aangeduid, de code waarmee de deelkwalificaties van de opleiding worden aangeduid, b. of de opleiding is vermeld in het overzicht, bedoeld in artikel 2.1.1, derde lid, c. de studielast, en d. of het een opleiding betreft die is gericht op een bepaald beroep waarvoor bij of krachtens de wet vereisten zijn vastgesteld. @@ -1281,9 +1287,10 @@ d. of het een opleiding betreft die is gericht op een bepaald beroep waarvoor bi Het Centraal register bevat voorts de volgende gegevens, voor zover van toepassing: a. de namen van de instellingen die de opleiding verzorgen, -b. de namen van de exameninstellingen die zijn gerechtigd tot het verzorgen van de externe legitimering, -c. de waarschuwing, bedoeld in artikel 6.1.5, eerste lid, artikel 6.2.3, eerste lid, of artikel 6.3.3, eerste lid, en -d. de bepaling dat de registratie zal worden beëindigd, alsmede het tijdstip waarop. +b. de namen van de exameninstellingen die het recht hebben tot examinering van een beroepsopleiding, +c. de waarschuwing, bedoeld in artikel 6.1.5, eerste lid, artikel 6.2.3, eerste lid, of artikel 6.3.3, eerste lid, +d. de bepaling dat het recht op examinering is ontnomen, en met ingang van welk tijdstip, en +e. de bepaling dat de registratie zal worden beëindigd, alsmede het tijdstip waarop. ### Artikel 6.4.2 @@ -1307,6 +1314,8 @@ Onze Minister kan toestaan dat in spoedeisende gevallen in het belang van de dee a. die door een instelling waaronder in dit onderdeel mede wordt begrepen een instelling als bedoeld in artikel 1.4.1, niet meer kan worden verzorgd, waarvan de deelnemers redelijkerwijs niet kunnen worden ingeschreven aan een andere instelling die deze opleiding verzorgt, en die wordt aangemeld voor registratie in het Centraal register door het bevoegd gezag van een andere instelling, of b. waarvoor Onze Minister toepassing heeft gegeven aan artikel 7.2.4, zevende lid. +**6.** Het tweede tot en met vijfde lid zijn van overeenkomstige toepassing op de registratie van de examinering door exameninstellingen. + ### Artikel 6.4.3 Indien de aanmelding voor registratie betrekking heeft op een opleiding, verzorgd door een instelling ten aanzien waarvan Onze Minister in de vier jaren voorafgaand aan de aanmelding voor die opleiding toepassing heeft gegeven aan artikel 6.1.4, verschaft het bevoegd gezag in aanvulling op de gegevens, bedoeld in artikel 6.4.1, vijfde lid, onder a, gegevens waaruit blijkt dat @@ -1316,32 +1325,27 @@ b. wordt voldaan aan hetgeen bij of krachtens deze wet is bepaald ten aanzien va ### Artikel 6.4.4 -**1.** Onverminderd de artikelen 6.1.4 en 6.2.2 beëindigt Onze Minister de registratie van een opleiding indien het bevoegd gezag te kennen geeft dat de instelling de opleiding niet langer zal verzorgen. +**1.** Onverminderd de artikelen 6.1.4 en 6.2.2 beëindigt Onze Minister de registratie van een opleiding indien het bevoegd gezag te kennen geeft dat de instelling de opleiding niet langer zal verzorgen. Onverminderd artikel 6.3.2 beëindigt Onze Minister de registratie van de examinering van een bepaalde beroepsopleiding, met ingang van het tijdstip waarop de examinering niet meer plaatsvindt, indien het bevoegd gezag te kennen geeft dat de exameninstelling die examinering niet langer zal verzorgen. **2.** De kennisgeving, bedoeld in het eerste lid, geschiedt voor 1 oktober van het jaar voorafgaand aan het eerste studiejaar waarin de inschrijving voor de opleiding niet meer openstaat. **3.** Onze Minister beëindigt de registratie ambtshalve wanneer de instelling de opleiding niet langer verzorgt en het bevoegd gezag de kennisgeving, bedoeld in het eerste lid, niet of niet tijdig doet. +**4.** Het tweede en derde lid zijn van overeenkomstige toepassing op de registratie van de examinering door exameninstellingen. + ### Titel 5. De registratie van externe legitimering ### Artikel 6.5.1 -**1.** Het bevoegd gezag van een exameninstelling meldt de externe legitimering die het bevoegd gezag ten aanzien van bepaalde deelkwalificaties voornemens is te verzorgen, voor registratie in het Centraal register aan. - -**2.** Artikel 6.4.2, tweede tot en met vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing. +Vervallen ### Artikel 6.5.2 -Indien de aanmelding voor registratie van een exameninstelling betrekking heeft op externe legitimering ten aanzien waarvan Onze Minister toepassing heeft gegeven aan artikel 6.3.2, verschaft het bevoegd gezag in aanvulling op de krachtens artikel 6.5.1 te verstrekken gegevens, gegevens waaruit blijkt dat: - -a. de externe legitimering van voldoende kwaliteit is, en -b. wordt voldaan aan hetgeen overigens bij of krachtens deze wet is bepaald ten aanzien van de externe legitimering. +Vervallen ### Artikel 6.5.3 -**1.** Onverminderd artikel 6.3.2 beëindigt Onze Minister de registratie van de externe legitimering voor een bepaalde deelkwalificatie met ingang van het tijdstip waarop de externe legitimering niet meer plaatsvindt, indien het bevoegd gezag te kennen geeft dat de exameninstelling de desbetreffende externe legitimering niet langer zal verzorgen. - -**2.** Artikel 6.4.4, tweede en derde lid, is van overeenkomstige toepassing. +Vervallen ## Hoofdstuk 6a. Het onderwijsaanbod educatie @@ -1470,7 +1474,7 @@ Daartoe worden bij ministeriële regeling per beroepsopleiding vóór 1 septemb a. de eindtermen, b. de indeling daarvan in deelkwalificaties, -c. welke deelkwalificaties van de beroepsopleiding zijn onderworpen aan externe legitimering, waarbij geldt dat de externe legitimering minimaal de kleinst mogelijke meerderheid omvat van het totale aantal verplichte deelkwalificaties van die opleiding, +c. welke deelkwalificaties verplicht zijn voor het behalen van het diploma van de desbetreffende beroepsopleiding, d. de hoogte van de studielast, met inachtneming van het negende lid, e. welk van de soorten opleidingen, bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid, het betreft, f. in welke leerwegen, bedoeld in artikel 7.2.2, tweede lid, de opleiding verzorgd wordt, en, voor zover mogelijk @@ -1495,7 +1499,7 @@ b. het voorstel, bedoeld in artikel 1.5.2, tweede lid. Uit het voorstel blijkt d **9.** -De studielast van elke opleiding wordt uitgedrukt in normatieve studiejaren. Een normatief studiejaar telt veertig weken van elk veertig uren studie, daaronder mede begrepen het onderricht in de praktijk. De studielast bedraagt voor de onderscheiden in artikel 7.2.2, eerste lid, onder *a* tot en met *f*, bedoelde opleidingen het volgende aantal normatieve studiejaren of het volgende gedeelte daarvan: +De studielast van elke opleiding wordt uitgedrukt in normatieve studiejaren. Een normatief studiejaar telt veertig weken van elk veertig uren studie, daaronder mede begrepen het onderricht in de praktijk. De studielast bedraagt voor de onderscheiden in artikel 7.2.2, eerste lid, onder a tot en met f, bedoelde opleidingen het volgende aantal normatieve studiejaren of het volgende gedeelte daarvan: a. ten minste een half jaar en ten hoogste 1 jaar, b. ten minste 2 en ten hoogste 3 jaren, @@ -1512,7 +1516,10 @@ De in artikel 6.1.2, eerste lid, onder b, bedoelde taak van de in dat artikel be ### Artikel 7.2.6 -Indien ten aanzien van een bepaald beroep bij of krachtens de wet vereisten zijn vastgesteld ten aanzien van de kwaliteiten op het gebied van kennis, inzicht, vaardigheden of beroepshoudingen waarover degenen die een opleiding gericht op dat beroep voltooien, moeten beschikken, neemt Onze Minister deze vereisten in acht bij de vaststelling van de eindtermen. Tot de in de eerste volzin bedoelde vereisten behoren die welke zijn neergelegd in Richtlijnen van de Raad van Europese Gemeenschappen. +Indien voor een beroep bij of krachtens een wet, verdrag of bindend besluit van een volkenrechtelijke organisatie, vereisten zijn vastgesteld over de kwaliteiten op het gebied van kennis, inzicht, vaardigheden of beroepshoudingen waarover degenen die een opleiding gericht op dat beroep voltooien, moeten beschikken, of over de examinering bij de desbetreffende beroepsopleiding: + +a. neemt Onze Minister deze vereisten in acht bij de vaststelling van de eindtermen en bij de vaststelling van de standaarden, bedoeld in artikel 7.4.4, en +b. draagt de instelling er bij het aanbieden van een beroepsopleiding zorg voor dat degenen die deze opleiding volgen, ten minste in de gelegenheid zijn aan die vereisten te voldoen, en dat bij de examinering, zo nodig in afwijking van titel 4 van dit hoofdstuk, aan die vereisten wordt voldaan. ### Artikel 7.2.7 @@ -1531,7 +1538,7 @@ b. de begeleiding van de deelnemer, c. dat deel van de eindtermen dat de deelnemer tijdens de praktijkperiode dient te realiseren en de beoordeling daarvan, en d. de gevallen waarin en de wijze waarop de overeenkomst voortijdig kan worden ontbonden. -**3.** Het bedrijf dat of de organisatie die de beroepspraktijkvorming verzorgt, draagt zorg voor de begeleiding van de deelnemers binnen het bedrijf. Het bevoegd gezag beoordeelt of de deelnemer het in het tweede lid, onder *c*, bedoelde deel van de eindtermen heeft gerealiseerd. Met betrekking tot andere deelkwalificaties dan die waarop de externe legitimering betrekking heeft, betrekt het bevoegd gezag bij die beoordeling het oordeel van het bedrijf onderscheidenlijk de organisatie, met inachtneming van de desbetreffende in de onderwijs- en examenregeling op te nemen regels. +**3.** Het bedrijf dat of de organisatie die de beroepspraktijkvorming verzorgt, draagt zorg voor de begeleiding van de deelnemers binnen het bedrijf. Het bevoegd gezag beoordeelt of de deelnemer het in het tweede lid, onder *c*, bedoelde deel van de eindtermen heeft gerealiseerd. Het bevoegd gezag betrekt bij die beoordeling het oordeel van het bedrijf onderscheidenlijk de organisatie, met inachtneming van de desbetreffende in de onderwijs- en examenregeling op te nemen regels. ### Artikel 7.2.9 @@ -1621,29 +1628,33 @@ Deze paragraaf is van toepassing op beroepsopleidingen en opleidingen educatie, ### Artikel 7.4.4 -**1.** Het bevoegd gezag draagt zorg voor de externe legitimering van de daartoe op grond van artikel 7.2.4 aangewezen deelkwalificaties. Externe legitimering geschiedt door of vanwege exameninstellingen en houdt voorzieningen in die waarborgen dat de inhoud en het niveau van de examens ten minste zijn afgestemd op de eindtermen. +Bij ministeriële regeling worden landelijke standaarden voor de kwaliteit van de examens van de beroepsopleidingen vastgesteld die betrekking hebben op: -**2.** Indien in bijzondere gevallen, verband houdend met artikel 6.3.2 of artikel 6.5.3, niet langer kan worden voorzien in externe legitimering, of ingeval voor een nieuwe in het Centraal register opgenomen opleiding de externe legitimering niet of nog niet volledig vorm heeft gekregen, bevordert Onze Minister dat een andere daarvoor in aanmerking komende exameninstelling, of indien deze ontbreekt, de desbetreffende instelling of instellingen de in verband daarmee noodzakelijke voorzieningen treffen ten behoeve van de deelnemers. +a. de inhoud en het niveau van de examens, in relatie tot de eindtermen, bedoeld in artikel 7.2.4; +b. de procedures rond de examens en de voorwaarden waaronder examens worden afgenomen. ### Artikel 7.4.4a -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +**1.** Het bevoegd gezag kan de examinering van een beroepsopleiding overdragen aan een andere instelling als bedoeld in artikel 1.1.1, onder b, of 1.4.1 of aan een exameninstelling, voor zover deze het recht op examinering van die beroepsopleiding hebben. + +**2.** Indien ten aanzien van een beroepsopleiding toepassing is gegeven aan artikel 6.1.5b, eerste lid, 6.2.3b, eerste lid, dan wel 6.3.2, eerste lid, is het bevoegd gezag voor die beroepsopleiding gehouden toepassing te geven aan het eerste lid. ### Artikel 7.4.5 -**1.** Het bevoegd gezag stelt, al dan niet in samenwerking met een of meer bevoegde gezagsorganen van andere instellingen, een examencommissie in ten behoeve van de organisatie en het afnemen van de examens voor elke door de instelling verzorgde opleiding of voor groepen van opleidingen. +**1.** Het bevoegd gezag van een instelling of exameninstelling stelt, al dan niet in samenwerking met een of meer bevoegde gezagsorganen van andere instellingen, een examencommissie in ten behoeve van de organisatie en het afnemen van de examens voor elke door de instelling verzorgde opleiding of voor groepen van opleidingen. -**2.** Het bevoegd gezag benoemt de leden van de examencommissie uit de leden van het personeel van de instelling die met het verzorgen van onderwijs in die opleiding of opleidingen zijn belast, en wat de beroepspraktijkvorming betreft uit personen die met het verzorgen daarvan voor die opleiding of opleidingen zijn belast. - -**3.** Ten behoeve van het afnemen van het examen wijst de examencommissie examinatoren aan. Als examinator kunnen slechts worden aangewezen leden van het personeel van de instelling of van het agrarisch innovatie- en praktijkcentrum die met het verzorgen van het desbetreffende onderwijs in de desbetreffende onderwijseenheid zijn belast en wat de beroepspraktijkvorming betreft uit personen die met het verzorgen van het desbetreffende onderricht zijn belast. Het bevoegd gezag kan in afwijking van de tweede volzin bepalen dat een of meer toetsen worden afgenomen door andere examinatoren dan bedoeld in die volzin. - -**4.** Het eerste tot en met derde lid vinden geen toepassing voor zover dat voortvloeit uit de in artikel 7.4.4, eerste lid, bedoelde voorzieningen waaruit de externe legitimering bestaat. +**2.** Het bevoegd gezag benoemt de leden van de examencommissie. ### Artikel 7.4.6 **1.** Ten bewijze dat een toets of examenonderdeel met goed gevolg is afgelegd, reikt de examencommissie een bewijsstuk uit. Indien het examenonderdeel een deelkwalificatie betreft reikt de examencommissie een certificaat uit. Ten bewijze dat een examen met goed gevolg is afgelegd reikt de examencommissie een diploma uit. Het examen van beroepsopleidingen is eerst dan met goed gevolg afgesloten wanneer zowel de beroepspraktijkvorming als het overige deel van het onderricht met goed gevolg zijn afgesloten. -**2.** De in het eerste lid bedoelde bewijsstukken vermelden, voor zover zij betrekking hebben op een beroepsopleiding, de naam van het kenniscentrum beroepsonderwijs bedrijfsleven op voorstel waarvan de eindtermen van die beroepsopleiding zijn vastgesteld. +**2.** + +De bewijsstukken, bedoeld in het eerste lid, vermelden, voorzover zij betrekking hebben op een beroepsopleiding: + +a. de naam van het kenniscentrum beroepsopleidingen bedrijfsleven op voorstel waarvan de eindtermen van die beroepsopleiding zijn vastgesteld, en +b. de naam van de instelling waaraan de deelnemer is ingeschreven. ### Artikel 7.4.7 @@ -1686,20 +1697,26 @@ e. de studieduur van de opleiding en van de daarvan deel uitmakende onderwijseen f. de opleidingstrajecten van een opleiding die voldoen aan de eisen van de Wet studiefinanciering 2000 of van de hoofdstukken 3 en 4 van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten, g. in voorkomende gevallen, de volgorde waarin, de tijdvakken waarbinnen en het aantal malen per studiejaar dat gelegenheid wordt geboden tot het afleggen van de toetsen, het examen of onderdelen daarvan, h. de wijze waarop de toetsen en het examen of onderdelen daarvan worden afgenomen, daaronder begrepen de wijze waarop gehandicapte deelnemers in voorkomende gevallen in de gelegenheid worden gesteld de toetsen en het examen of onderdelen daarvan af te leggen, -i. de deelkwalificaties ten aanzien waarvan externe legitimering plaatsvindt, de exameninstelling die de externe legitimering verzorgt en de wijze waarop de externe legitimering plaatsvindt, +i. Vervallen, j. op welke andere gronden dan genoemd in artikel 7.4.3, derde lid, de examencommissie vrijstelling van het afleggen van een of meer toetsen en examenonderdelen kan verlenen, k. waar nodig, dat het met goed gevolg afleggen van een of meer toetsen of examenonderdelen voorwaarde is voor het afleggen van andere toetsen of onderdelen, -l. de wijze waarop en de termijn waarbinnen de deelnemer inzage verkrijgt in zijn beoordeelde schriftelijk werk, +l. de wijze waarop en de termijn waarbinnen de deelnemer inzage verkrijgt in zijn beoordeelde werk, m. de wijze waarop en de termijn waarbinnen kennis genomen kan worden van schriftelijke opgaven, en n. de termijn waarbinnen de uitslag van een toets, examenonderdeel en examen bekend wordt gemaakt. -**2.** De examencommissie stelt, met inachtneming van de onderwijs- en examenregeling, regels vast met betrekking tot de goede gang van zaken tijdens het afnemen van de toetsen, het examen of de examenonderdelen. Zij kan aan de examinatoren richtlijnen en aanwijzingen geven met betrekking tot de beoordeling, onverminderd artikel 7.2.8, derde lid, en met betrekking tot de vaststelling van de uitslag. +**2.** De examencommissie stelt, met inachtneming van de onderwijs- en examenregeling, regels vast met betrekking tot de goede gang van zaken tijdens het afnemen van de toetsen, het examen of de examenonderdelen. **3.** Het bevoegd gezag van een instelling als bedoeld in artikel 1.3.2, eerste lid, die uitgaat van verschillende godsdienstige of levensbeschouwelijke overtuigingen, houdt bij de vaststelling van de onderwijs- en examenregeling rekening met die verschillen. +**4.** Indien ten aanzien van een beroepsopleiding toepassing is gegeven aan artikel 7.4.4a, dan treedt de examenregeling van de instelling of exameninstelling die de examinering verzorgt in de plaats van de examenregeling van de instelling die het onderwijs verzorgt. + ### Artikel 7.4.8a -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +**1.** Het bevoegd gezag van een exameninstelling stelt voor elke opleiding waarvoor door de instelling examens mogen worden afgenomen een examenregeling vast. + +**2.** De examenregeling wordt vastgesteld voor 15 april voorafgaand aan het studiejaar. Bij het vaststellen wordt artikel 7.4.8, eerste lid, onder d, alsmede onder g tot en met n, in acht genomen. + +**3.** Artikel 7.4.8, tweede lid, en artikel 7.4.9 zijn van overeenkomstige toepassing. ### Artikel 7.4.9 @@ -1707,8 +1724,109 @@ Het bevoegd gezag maakt tijdig voor de aanvang van het studiejaar en zodanig dat #### Paragraaf 1a. Kwaliteitscentrum examinering beroepsopleidingen +### Artikel 7.4.9a + +**1.** + +Onze Minister wijst een rechtspersoon aan die tot taak heeft: + +a. het ontwikkelen van voorstellen voor de standaarden, bedoeld in artikel 7.4.4; +b. het ingevolge artikel 7.4.9g verrichten van onderzoek naar de kwaliteit van de examinering van beroepsopleidingen door instellingen en exameninstellingen aan de hand van de standaarden, bedoeld in artikel 7.4.4. + +**2.** De rechtspersoon, bedoeld in het eerste lid, wordt voor de toepassing van deze wet aangeduid als Kwaliteitscentrum examinering beroepsopleidingen. + +**3.** Alvorens standaarden of een wijziging daarvan voor te stellen, voert het Kwaliteitscentrum examinering beroepsopleidingen overleg met vertegenwoordigers van het onderwijsveld en van het bedrijfsleven en andere betrokkenen. + +**4.** Het Kwaliteitscentrum examinering beroepsopleidingen verricht het onderzoek, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, op zodanige wijze dat instellingen niet meer worden belast dan voor een zorgvuldig onderzoek noodzakelijk is. + +### Artikel 7.4.9b + +**1.** Onze Minister benoemt de bestuurders van het Kwaliteitscentrum examinering beroepsopleidingen voor ten hoogste vijf jaar, gehoord de vertegenwoordigers van de instellingen, bedoeld in de artikelen 1.1.1, onder b, en 1.4.1, en van de kenniscentra beroepsopleidingen bedrijfsleven. + +**2.** De statuten van het Kwaliteitscentrum examinering beroepsopleidingen of een wijziging van die statuten behoeven de instemming van Onze Minister. + +**3.** Onze Minister kan bij een aanwijzing als bedoeld in artikel 7.4.9a, eerste lid, de termijn vaststellen waarbinnen voor de eerste keer bestuurders worden voorgedragen of de statuten worden voorgelegd. + +### Artikel 7.4.9c + +**1.** Onze Minister is bevoegd tot het treffen van noodzakelijke voorzieningen, waaronder het intrekken van de aanwijzing, bedoeld in artikel 7.4.9a, eerste lid, indien het Kwaliteitscentrum examinering beroepsopleidingen naar het oordeel van Onze Minister zijn taken ernstig verwaarloost. + +**2.** De voorzieningen, bedoeld in het eerste lid, worden niet eerder getroffen dan nadat het Kwaliteitscentrum examinering beroepsopleidingen in de gelegenheid is gesteld om binnen een door Onze Minister te stellen termijn alsnog zijn taken naar behoren uit te voeren. + +### Artikel 7.4.9d + +**1.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere voorschriften worden gegeven omtrent taak, samenstelling van het bestuur en werkwijze van het Kwaliteitscentrum examinering beroepsopleidingen. + +**2.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld op grond waarvan Onze Minister subsidie kan verstrekken aan het Kwaliteitscentrum examinering beroepsopleidingen voor de op grond van artikel 7.4.9a uit te voeren taken. Bij deze algemene maatregel van bestuur kan voor een subsidie als bedoeld in de eerste volzin een subsidieplafond worden vastgesteld. + +### Artikel 7.4.9e + +**1.** Het bestuur van het Kwaliteitscentrum examinering beroepsopleidingen richt een stelsel van kwaliteitszorg in en draagt er zorg voor dat wordt voorzien in een regelmatige beoordeling van de kwaliteit van de taakuitoefening, met betrokkenheid van onafhankelijke deskundigen. + +**2.** Het Kwaliteitscentrum examinering beroepsopleidingen zendt jaarlijks voor 1 juli een jaarverslag aan Onze Minister. Het Kwaliteitscentrum examinering beroepsopleidingen maakt in het jaarverslag de uitkomsten van de beoordeling, bedoeld in het eerste lid, en het voorgenomen beleid in het licht van die uitkomsten bekend. + +**3.** Het Kwaliteitscentrum examinering beroepsopleidingen zendt jaarlijks voor 1 oktober een jaarwerkplan voor het daaropvolgende kalenderjaar aan Onze Minister. + +**4.** Onze Minister kan regels stellen over de inrichting van het jaarverslag en het jaarwerkplan. + +**5.** Het Kwaliteitscentrum examinering beroepsopleidingen stelt jaarlijks voor 1 november een verslag op over zijn bevindingen over de examens van beroepsopleidingen in het voorafgaande studiejaar. + +### Artikel 7.4.9f + +**1.** Het Kwaliteitscentrum examinering beroepsopleidingen zendt jaarlijks voor 1 oktober aan Onze Minister de begroting voor het daaropvolgende jaar. + +**2.** Het Kwaliteitscentrum examinering beroepsopleidingen brengt jaarlijks voor 1 juli een jaarrekening over het voorafgaande kalenderjaar uit, die vergezeld gaat van een verklaring omtrent de getrouwheid en de rechtmatigheid, afgegeven door een accountant als bedoeld in artikel 393 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. Het Kwaliteitscentrum examinering beroepsopleidingen stelt de stukken, bedoeld in de eerste volzin, algemeen verkrijgbaar. + +**3.** Onze Minister kan regels stellen over de inrichting van de begroting, de jaarrekening en aandachtspunten voor de accountantscontrole. + #### Paragraaf 1b. De uitvoering van de externe kwaliteitsbewaking +### Artikel 7.4.9g + +**1.** Ter uitvoering van de taken, bedoeld in artikel 7.4.9a, eerste lid, onder b, onderzoekt het Kwaliteitscentrum examinering beroepsopleidingen jaarlijks de examinering van de beroepsopleidingen door instellingen als bedoeld in de artikelen 1.1.1, onder b, en 1.4.1 en door exameninstellingen. + +**2.** Het Kwaliteitscentrum examinering beroepsopleidingen stelt het bevoegd gezag in kennis van de aanvangsdatum alsmede van de planning van het onderzoek, bedoeld in het eerste lid. Kennisgeving geschiedt ten minste vier weken voor aanvang van een onderzoek. + +**3.** Het bevoegd gezag is het Kwaliteitscentrum examinering beroepsopleidingen voor het onderzoek vergoeding verschuldigd overeenkomstig een door Onze Minister vastgestelde berekeningswijze. + +### Artikel 7.4.9h + +**1.** + +Het Kwaliteitscentrum examinering beroepsopleidingen legt zijn oordeel na een onderzoek als bedoeld in artikel 7.4.9g, eerste lid, vast in een verklaring. Het Kwaliteitscentrum examinering beroepsopleidingen verstrekt: + +a. een goedkeurende verklaring indien de examinering bij de beroepsopleiding door de instelling of exameninstelling in overeenstemming is met de standaarden, bedoeld in artikel 7.4.4, +b. een afkeurende verklaring indien de examinering bij de beroepsopleiding door de instelling of exameninstelling niet in overeenstemming is met de standaarden, bedoeld in artikel 7.4.4, waarbij het naar het oordeel van het Kwaliteitscentrum examinering beroepsopleidingen niet aannemelijk is dat dit binnen een jaar alsnog het geval zal zijn, alsmede in gevallen als bedoeld in het derde lid, of +c. een voorwaardelijke verklaring indien de examinering bij de beroepsopleiding door de instelling of exameninstelling niet in overeenstemming is met de standaarden, bedoeld in artikel 7.4.4, waarbij het naar het oordeel van het Kwaliteitscentrum examinering beroepsopleidingen aannemelijk is dat dit binnen een jaar alsnog het geval zal zijn. + +**2.** Indien er naar het oordeel van het Kwaliteitscentrum examinering beroepsopleidingen op enig moment tijdens het onderzoek sprake is van een zodanige discrepantie tussen de kwaliteit van het examen van een opleiding en de standaarden, bedoeld in artikel 7.4.4, dat vaststaat dat zonder verbeteringen aan het eind van het onderzoek een afkeurende verklaring zal worden afgegeven, meldt het Kwaliteitscentrum examinering beroepsopleidingen dit onverwijld aan Onze Minister. + +**3.** Indien na het afgeven van een voorwaardelijke verklaring bij het eerstvolgende jaarlijks onderzoek blijkt dat de examinering bij de beroepsopleiding door de instelling of exameninstelling opnieuw niet in overeenstemming is met de standaarden, bedoeld in artikel 7.4.4, wordt een afkeurende verklaring afgegeven. + +**4.** Een verklaring wordt door het Kwaliteitscentrum examinering beroepsopleidingen voorzien van een onderbouwing van het oordeel. + +**5.** Alvorens een verklaring vast te stellen, stelt het Kwaliteitscentrum examinering beroepsopleidingen het bevoegd gezag in de gelegenheid van de ontwerpverklaring kennis te nemen en daarover overleg te voeren. Indien in het overleg geen overeenstemming is bereikt over door het bevoegd gezag gewenste wijzigingen in de ontwerpverklaring, wordt de zienswijze van het bevoegd gezag, zoals door deze aangegeven, in een bij de verklaring behorende bijlage opgenomen. + +**6.** Het Kwaliteitscentrum examinering beroepsopleidingen zendt een verklaring onverwijld aan het bevoegd gezag. Indien het een goedkeurende verklaring betreft, meldt het Kwaliteitscentrum examinering beroepsopleidingen dit aan Onze Minister. Indien het een afkeurende of voorwaardelijke verklaring betreft, zendt het Kwaliteitscentrum examinering beroepsopleidingen een afschrift van die verklaring onverwijld aan Onze Minister. + +### Artikel 7.4.9i + +**1.** Het Kwaliteitscentrum examinering beroepsopleidingen maakt een verklaring als bedoeld in artikel 7.4.9h in de vijfde week na vaststelling daarvan openbaar. + +**2.** Tevens verstrekt het Kwaliteitscentrum examinering beroepsopleidingen aan derden op verzoek een afschrift van de verklaring. Het Kwaliteitscentrum examinering beroepsopleidingen kan een vergoeding van de kosten vragen overeenkomstig een door Onze Minister vast te stellen tarief voor de afgifte van een verklaring. + +**3.** Het Kwaliteitscentrum examinering beroepsopleidingen verstrekt een verklaring niet eerder aan derden dan nadat deze op grond van het eerste lid openbaar is gemaakt. + +### Artikel 7.4.9j + +Het Kwaliteitscentrum examinering beroepsopleidingen stelt een klachtenregeling vast inzake behandeling van klachten over gedragingen van personen die belast zijn met het uitoefenen van taken voor het Kwaliteitscentrum examinering beroepsopleidingen. + +### Artikel 7.4.9k + +**1.** Het Kwaliteitscentrum examinering beroepsopleidingen verstrekt desgevraagd aan Onze Minister de voor de uitvoering van zijn taak benodigde inlichtingen. Onze Minister kan inzage vorderen van zakelijke gegevens en bescheiden, voorzover dat voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijs nodig is. + +**2.** Het bevoegd gezag van een instelling of exameninstelling verstrekt desgevraagd aan het Kwaliteitscentrum examinering beroepsopleidingen alle voor de uitvoering van zijn taken, bedoeld in artikel 7.4.9a, benodigde inlichtingen. + #### Paragraaf 2. Examens opleidingen voortgezet algemeen volwassenenonderwijs en Nederlands als tweede taal I en II ### Artikel 7.4.10 @@ -1759,7 +1877,7 @@ Het bevoegd gezag stelt de inhoud van de toets vast met inachtneming van een doo ### Artikel 7.5.1 -**1.** Het bevoegd gezag stelt al dan niet in samenwerking met een of meer bevoegde gezagsorganen van andere instellingen een commissie van beroep voor de examens in, dan wel sluit zich bij een dergelijke commissie aan. Beslissingen van de examencommissie of van de examinatoren kunnen worden onderworpen aan het oordeel van een commissie van beroep voor de examens. +**1.** Het bevoegd gezag van een instelling of exameninstelling stelt al dan niet in samenwerking met een of meer bevoegde gezagsorganen van andere instellingen of exameninstellingen een commissie van beroep voor de examens in, dan wel sluit zich bij een dergelijke commissie aan. Beslissingen van de examencommissie of van de examinatoren kunnen worden onderworpen aan het oordeel van een commissie van beroep voor de examens. **2.** De commissie van beroep voor de examens bestaat uit een even aantal gewone leden en evenveel plaatsvervangende leden, een voorzitter, tevens lid, en een plaatsvervangend voorzitter. @@ -1799,9 +1917,7 @@ De artikelen 7.5.1 tot en met 7.5.4 zijn van overeenkomstige toepassing op de to ### Artikel 7.6.1 -**1.** Het bevoegd gezag van een exameninstelling stelt in samenwerking met een of meer bevoegde gezagsorganen van andere exameninstellingen een commissie van beroep voor de extern gelegitimeerde examens in. Beslissingen, genomen door of onder verantwoordelijkheid van de exameninstellingen met betrekking tot het afnemen van toetsen kunnen worden onderworpen aan het oordeel van de commissie van beroep. - -**2.** De artikelen 7.5.1, tweede tot en met vierde lid, 7.5.2, 7.5.3 en 7.5.4 zijn van overeenkomstige toepassing. +Vervallen ### Titel 7. Practicumplaatsen voor studenten in opleiding @@ -1827,14 +1943,14 @@ De artikelen 7.5.1 tot en met 7.5.4 zijn van overeenkomstige toepassing op de to **1.** -Een ieder die gebruik wenst te kunnen maken van onderwijsvoorzieningen en examenvoorzieningen, dient zich door het bevoegd gezag als deelnemer te laten inschrijven. Een ieder die uitsluitend wenst te worden toegelaten tot examenvoorzieningen, dient zich door het bevoegd gezag als examendeelnemer te laten inschrijven. Voor de inschrijving als examendeelnemer is aan het bevoegd gezag een door dat gezag te bepalen vergoeding verschuldigd. De inschrijving voor een opleiding of een onderdeel van een opleiding staat uitsluitend open voor degene waarvan de ouders, voogden of verzorgers aantonen, dan wel, indien hij meerderjarig en handelingsbekwaam is, degene die aantoont dat hij: +Een ieder die gebruik wenst te kunnen maken van onderwijsvoorzieningen en examenvoorzieningen, dient zich door het bevoegd gezag als deelnemer te laten inschrijven. Een ieder die uitsluitend wenst te worden toegelaten tot examenvoorzieningen, dient zich door het bevoegd gezag als examendeelnemer te laten inschrijven. Voor de inschrijving als examendeelnemer is aan het bevoegd gezag een door dat gezag te bepalen vergoeding verschuldigd. Indien het een meerderjarige examendeelnemer betreft die het examengeld niet zelf voldoet, wordt niet overgegaan tot inschrijving dan nadat de deelnemer schriftelijk heeft verklaard dat hij ermee instemt dat een in die verklaring vermelde derde namens hem het examengeld voldoet. De inschrijving voor een opleiding of een onderdeel van een opleiding staat uitsluitend open voor degene waarvan de ouders, voogden of verzorgers aantonen, dan wel, indien hij meerderjarig en handelingsbekwaam is, degene die aantoont dat hij: a. de Nederlandse nationaliteit bezit of op grond van een wettelijke bepaling als Nederlander wordt behandeld, b. vreemdeling is en jonger is dan 18 jaar op de eerste dag waarop de opleiding of het onderdeel van de opleiding begint waarvoor voor de eerste maal inschrijving wordt gewenst, c. vreemdeling is, 18 jaar of ouder is op de eerste dag waarop de opleiding of het onderdeel van de opleiding begint waarvoor voor de eerste maal inschrijving wordt gewenst en op die dag rechtmatig verblijft houdt in de zin van artikel 8 van de Vreemdelingenwet 2000, of d. vreemdeling is, niet meer voldoet aan een van de voorwaarden genoemd onder b of c, en eerder in overeenstemming met een van die onderdelen is ingeschreven voor een opleiding of het onderdeel van de opleiding van een instelling, welke opleiding of welk onderdeel van de opleiding nog steeds wordt gevolgd en nog niet is voltooid. -**1a.** Indien na de inschrijving voor de opleiding of een onderdeel van de opleiding blijkt dat deze op welke grond dan ook niet in overeenstemming met de vierde volzin van het eerste lid heeft plaatsgevonden, wordt de onderwijsovereenkomst, bedoeld in artikel 8.1.3, met onmiddellijke ingang ontbonden. +**1a.** Indien na de inschrijving voor de opleiding of een onderdeel van de opleiding blijkt dat deze op welke grond dan ook niet in overeenstemming met de vijfde volzin van het eerste lid heeft plaatsgevonden, wordt de onderwijsovereenkomst, bedoeld in artikel 8.1.3, met onmiddellijke ingang ontbonden. **2.** De inschrijving geschiedt voor een opleiding, dan wel een onderdeel daarvan. Indien het verzoek om inschrijving betrekking heeft op een beroepsopleiding, wordt daarbij aangegeven op welke leerweg het verzoek van toepassing is. Tevens wordt bij de inschrijving vastgelegd of sprake is van inschrijving voor een opleidingstraject als bedoeld in artikel 7.4.8, eerste lid, onder *f*. @@ -1882,6 +1998,7 @@ a. de inhoud en inrichting van het onderwijs waarop de overeenkomst betrekking h b. de tijdvakken waarbinnen en, voor zover mogelijk, de lokaties waarop het onderwijs verzorgd wordt, c. de wijze waarop partijen uit de overeenkomst voortkomende prestaties gestalte zullen geven, d. de loopbaanoriëntatie en -begeleiding, daaronder begrepen een regelmatige advisering over de voortzetting van de studie binnen of buiten de opleiding, +d1. in voorkomend geval, terugbetaling van voorschotten, verstrekt door het bevoegd gezag, ter voldoening van een bij of krachtens de wet geregelde geldelijke bijdrage als bedoeld in artikel 8.1.4, e. schorsing en verwijdering, f. tussentijdse beëindiging van de overeenkomst en onmiddellijke ontbinding van de overeenkomst in het geval, bedoeld in artikel 8.1.1, lid 1a en g. de schadevergoeding waarop de deelnemer bij beëindiging van de bekostiging of ontneming van rechten als bedoeld in artikel 2.1.3 onderscheidenlijk in de artikelen 6.1.4 of 6.2.2 jegens de instelling aanspraak heeft. @@ -2169,17 +2286,18 @@ j. 2.5.9, k. 2.5.10, voor zover het de overeenkomstige toepassing betreft van artikel 2.5.9, l. 6.1.3 tot en met 6.1.6, m. 6.2.1 tot en met 6.2.3, -n. 6.3.1 tot en met 6.3.3, -o. 6.4.2 en 6.4.4, -p. 6a.1.2 en 6a.1.3, -q. 11.1, -r. 12.3.36, -s. 12.3.37, tweede lid, en -t. 12.3.48, derde lid. +n. 6.2.3b, +o. 6.3.1 tot en met 6.3.3, +p. 6.4.2 en 6.4.4, +q. 6a.1.2 en 6a.1.3, +r. 11.1, +s. 12.3.36, +t. 12.3.37, tweede lid, en +u. 12.3.48, derde lid. ### Artikel 10.2 -Indien de uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 10.1 strekt tot onderscheidenlijk het toekennen van de rechten, genoemd in artikel 1.3.1, diploma-erkenning als bedoeld in de artikelen 1.4.1 of 1.4a.1, externe legitimering als bedoeld in artikel 1.6.1, of registratie in het Centraal register, treden de gevolgen daarvan in met ingang van het studiejaar dat aanvangt in het jaar waarin de uitspraak is gedaan. +Indien de uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 10.1 strekt tot onderscheidenlijk het toekennen van de rechten, genoemd in artikel 1.3.1, diploma-erkenning als bedoeld in de artikelen 1.4.1 of 1.4a.1, examinering als bedoeld in artikel 1.6.1, of registratie in het Centraal register, treden de gevolgen daarvan in met ingang van het studiejaar dat aanvangt in het jaar waarin de uitspraak is gedaan. ## Hoofdstuk 11. Sancties @@ -2195,7 +2313,7 @@ Indien de uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 10.1 strekt tot ondersc ### Artikel 11.2 -**1.** Het is anderen dan de instellingen die daartoe ingevolge deze wet gerechtigd zijn, verboden onderwijs aan te bieden of te verzorgen, dan wel externe legitimering te verzorgen, onder de naam van een in het Centraal register opgenomen beroepsopleiding. +**1.** Het is anderen dan de instellingen die daartoe ingevolge deze wet gerechtigd zijn, verboden onderwijs aan te bieden of te verzorgen, dan wel examinering te verzorgen, onder de naam van een in het Centraal register opgenomen beroepsopleiding. **2.** Degene die in strijd handelt met het eerste lid, wordt gestraft met geldboete van de eerste categorie. @@ -2253,10 +2371,6 @@ Diploma’s en certificaten ingevolge de Wet op het voortgezet onderwijs, de Wet ### Artikel 12.2.3 -De vakinstelling die op grond van artikel 12.3.5, zoals dat luidde op 30 juni 2004, de rijksbijdrage ten aanzien van huisvesting voortgezet onderwijs ontving en nadien is blijven ontvangen, wordt voor de toepassing van deze wet en de daarop berustende bepalingen, alsmede voor de toepassing van artikel 76v.1 van de Wet op het voortgezet onderwijs, aangemerkt als scholengemeenschap in de zin van artikel 2.6. - -### Artikel 12.2.3 - Vervallen ### Artikel 12.2.4