diff --git a/wet/wet-bestuursrechtspraak-bedrijfsorganisatie/BWBR0002144/README.md b/wet/wet-bestuursrechtspraak-bedrijfsorganisatie/BWBR0002144/README.md index 76cf5ea880b..ce352d1c540 100644 --- a/wet/wet-bestuursrechtspraak-bedrijfsorganisatie/BWBR0002144/README.md +++ b/wet/wet-bestuursrechtspraak-bedrijfsorganisatie/BWBR0002144/README.md @@ -142,7 +142,7 @@ b. een andere handeling, door een lichaam ten aanzien van hem ter uitvoering van **3.** Het College is voorts, bij uitsluiting, belast met de behandeling in eerste aanleg tevens in hoogste ressort van de bij de wet aan het College opgedragen geschillen. -**4.** Op de bevoegdheid van het College zijn de artikelen 8:1, derde lid, 8:2, 8:3 en 8:6, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. +**4.** Op de bevoegdheid van het College zijn de artikelen 8:1, derde lid, 8:2, 8:3, 8:4, aanhef en onderdeel j, en 8:6, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. ### Artikel 19 @@ -169,9 +169,10 @@ b. een andere handeling, door een lichaam ten aanzien van hem ter uitvoering van Geen hoger beroep kan worden ingesteld tegen: a. een uitspraak van de rechtbank na toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, -b. een uitspraak van de rechtbank als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van die wet, -c. een uitspraak van de voorzieningenrechter als bedoeld in artikel 8:84, tweede lid, van die wet, en -d. een uitspraak van de voorzieningenrechter als bedoeld in artikel 8:75*a*, eerste lid, in verband met artikel 8:84, vierde lid, van die wet. +b. een uitspraak van de rechtbank als bedoeld in artikel 8:54a van die wet, +c. een uitspraak van de rechtbank als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van die wet, +d. een uitspraak van de voorzieningenrechter als bedoeld in artikel 8:84, tweede lid, van die wet, en +e. een uitspraak van de voorzieningenrechter als bedoeld in artikel 8:75a, eerste lid, in verband met artikel 8:84, vierde lid, van die wet. **4.** Tegen andere beslissingen van de rechtbank onderscheidenlijk de voorzieningenrechter kan slechts tegelijkertijd met het hoger beroep tegen de in het eerste lid bedoelde uitspraak hoger beroep worden ingesteld.