2005-01-01 | BWBR0005416 | Gemeentewet

This commit is contained in:
Coornhert 2005-01-01 12:00:00 +00:00
parent 59f06d1993
commit 1a178051cf

View file

@ -161,6 +161,8 @@ c. ambtenaar werkzaam voor een school voor openbaar onderwijs.
### Artikel 14
**1.**
Alvorens hun functie te kunnen uitoefenen, leggen de leden van de raad in de vergadering, in handen van de voorzitter, de volgende eed (verklaring en belofte) af:
"Ik zweer (verklaar) dat ik, om tot lid van de raad benoemd te worden, rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook, enige gift of gunst heb gegeven of beloofd.
@ -173,6 +175,20 @@ Zo waarlijk helpe mij God Almachtig!"
(Dat verklaar en beloof ik!")
**2.**
Wanneer de eed (verklaring en belofte), bedoeld in het eerste lid, in de Friese taal wordt afgelegd, luidt de tekst van de eed (verklaring en belofte) als volgt:
«Ik swar (ferklearje) dat ik, om ta lid fan 'e rie beneamd te wurden, streekrjocht noch midlik, ûnder wat namme of wat ferlechje ek, hokker jefte of geunst dan ek jûn of ûnthjitten haw.
Ik swar (ferklearje en ûnthjit) dat ik, om eat yn dit amt te dwaan of te litten, streekrjocht noch midlik hokker geskink of hokker ûnthjit dan ek oannommen haw of oannimme sil.
Ik swar (ûnthjit) dat ik trou wêze sil oan 'e Grûnwet, dat ik de wetten neikomme sil en dat ik myn plichten as lid fan it gemeentebestjoer yn alle oprjochtens ferfolje sil.
Sa wier helpe my God Almachtich!»
(«Dat ferklearje en ûnthjit ik!»).
### Artikel 15
**1.**
@ -439,6 +455,8 @@ Wanneer de benoeming niet is aangenomen, geschiedt zo spoedig mogelijk een nieuw
### Artikel 41a
**1.**
Alvorens hun functie te kunnen uitoefenen leggen de wethouders, in de vergadering van de raad, in handen van de voorzitter, de volgende eed (verklaring en belofte) af:
«Ik zweer (verklaar) dat ik, om tot wethouder benoemd te worden, rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook, enige gift of gunst heb gegeven of beloofd.
@ -451,6 +469,20 @@ Zo waarlijk helpe mij God Almachtig!»
(«Dat verklaar en beloof ik!»)
**2.**
Wanneer de eed (verklaring en belofte), bedoeld in het eerste lid, in de Friese taal wordt afgelegd, luidt de tekst van de eed (verklaring en belofte) als volgt:
«Ik swar (ferklearje) dat ik, om ta wethâlder beneamd te wurden, streekrjocht noch midlik, ûnder wat namme of wat ferlechje ek, hokker jefte of geunst dan ek jûn of ûnthjitten haw.
Ik swar (ferklearje en ûnthjit) dat ik, om eat yn dit amt te dwaan of te litten, streekrjocht noch midlik hokker geskink of hokker ûnthjit dan ek oannommen haw of oannimme sil.
Ik swar (ûnthjit) dat ik trou wêze sil oan 'e Grûnwet, dat ik de wetten neikomme sil en dat ik myn plichten as wethâlder yn alle oprjochtens ferfolje sil.
Sa wier helpe my God Almachtich!»
(«Dat ferklearje en ûnthjit ik!»).
### Artikel 41b
**1.** Een wethouder vervult geen nevenfuncties waarvan de uitoefening ongewenst is met het oog op een goede vervulling van zijn wethouderschap.
@ -673,6 +705,8 @@ Dezelfde persoon kan in meer dan een gemeente tot burgemeester worden benoemd, m
### Artikel 65
**1.**
Alvorens zijn ambt te aanvaarden, legt de burgemeester in handen van de commissaris van de Koning de volgende eed (verklaring en belofte) af:
"Ik zweer (verklaar) dat ik, om tot burgemeester benoemd te worden, rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook, enige gift of gunst heb gegeven of beloofd.
@ -685,6 +719,20 @@ Zo waarlijk helpe mij God Almachtig!"
(Dat verklaar en beloof ik!")
**2.**
Wanneer de eed (verklaring en belofte), bedoeld in het eerste lid, in de Friese taal wordt afgelegd, luidt de tekst van de eed (verklaring en belofte) als volgt:
«Ik swar (ferklearje) dat ik, om ta boargemaster beneamd te wurden, streekrjocht noch midlik, ûnder wat namme of wat ferlechje ek, hokker jefte of geunst dan ek jûn of ûnthjitten haw.
Ik swar (ferklearje en ûnthjit) dat ik, om eat yn dit amt te dwaan of te litten, streekrjocht noch midlik hokker geskink of hokker ûnthjit dan ek oannommen haw of oannimme sil.
Ik swar (ûnthjit) dat ik trou wêze sil oan 'e Grûnwet, dat ik de wetten neikomme sil en dat ik myn plichten as boargemaster yn alle oprjochtens ferfolje sil.
Sa wier helpe my God Almachtich!»
(«Dat ferklearje en ûnthjit ik!»).
### Artikel 66
**1.** De burgemeester geniet ten laste van de gemeente een bezoldiging, die bij of krachtens algemene maatregel van bestuur wordt geregeld.
@ -910,6 +958,8 @@ c. ambtenaar werkzaam voor een school voor openbaar onderwijs.
### Artikel 81g
**1.**
Alvorens hun functie te kunnen uitoefenen, leggen de leden van de rekenkamer in de vergadering van de raad, in handen van de voorzitter, de volgende eed (verklaring en belofte) af:
«Ik zweer (verklaar) dat ik, om tot lid van de rekenkamer benoemd te worden, rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook, enige gift of gunst heb gegeven of beloofd.
@ -922,6 +972,20 @@ Zo waarlijk helpe mij God Almachtig!»
(«Dat verklaar en beloof ik!»)
**2.**
Wanneer de eed (verklaring en belofte), bedoeld in het eerste lid, in de Friese taal wordt afgelegd, luidt de tekst van de eed (verklaring en belofte) als volgt:
«Ik swar (ferklearje) dat ik, om ta lid fan 'e rekkenkeamer beneamd te wurden, streekrjocht noch midlik, ûnder wat namme of wat ferlechje ek, hokker jefte of geunst dan ek jûn of ûnthjitten haw.
Ik swar (ferklearje en ûnthjit) dat ik, om eat yn dit amt te dwaan of te litten, streekrjocht noch midlik hokker geskink of hokker ûnthjit dan ek oannommen haw of oannimme sil.
Ik swar (ûnthjit) dat ik trou wêze sil oan 'e Grûnwet, dat ik de wetten neikomme sil en dat ik myn plichten as lid fan 'e rekkenkeamer yn alle oprjochtens ferfolje sil.
Sa wier helpe my God Almachtich!»
(«Dat ferklearje en ûnthjit ik!»).
### Artikel 81h
Artikel 15, eerste en tweede lid, is van overeenkomstige toepassing op de leden van de rekenkamer.
@ -1593,9 +1657,9 @@ Vervallen
**1.** De raad kan een verordening vaststellen waarin voorschriften worden gesteld met betrekking tot het bedrijfsmatig geven van gelegenheid tot het verrichten van seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling.
**2.** De ambtenaren die zijn aangewezen om toezicht uit te oefenen op de naleving van de in het eerste lid bedoelde voorschriften, zijn bevoegd van degene die zich beschikbaar stelt tot het verrichten van seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling, inzage te vorderen van een document als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht.
**2.** Bij de uitoefening van het toezicht op de naleving van de in het eerste lid bedoelde voorschriften geldt de in artikel 2 van de Wet op de identificatieplicht bedoelde verplichting ook voor een persoon die de leeftijd van veertien jaar nog niet heeft bereikt. Deze toonplicht betreft een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1, onderdelen 1° tot en met 3°, van die wet.
**3.** Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing op ambtenaren die zijn aangewezen om toezicht uit te oefenen op de naleving van gemeentelijke voorschriften met betrekking tot het, door handelingen, houding, woord, gebaar of op andere wijze, passanten tot prostitutie bewegen, uitnodigen dan wel aanlokken.
**3.** Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing op de uitoefening van het toezicht op de naleving van gemeentelijke voorschriften met betrekking tot het, door handelingen, houding, woord, gebaar of op andere wijze, passanten tot prostitutie bewegen, uitnodigen dan wel aanlokken.
### Artikel 151b
@ -1623,7 +1687,7 @@ Vervallen
**1.** De raad kan op overtreding van zijn verordeningen en van die van organen waaraan ingevolge artikel 156 verordenende bevoegdheid is gedelegeerd, straf stellen maar geen andere of zwaardere dan hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie, al dan niet met openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak.
**2.** Op de krachtens het eerste lid strafbaar gestelde overtreding van voorschriften met betrekking tot het plaatsen of laten staan van motorrijtuigen op parkeerterreinen of weggedeelten bedoeld in artikel 225 is“is” moet zijn “zijn”. de artikelen 181 en 182 van de Wegenverkeerswet 1994 (Stb. 1935, 554) van overeenkomstige toepassing.
**2.** Op de krachtens het eerste lid strafbaar gestelde overtreding van voorschriften met betrekking tot het plaatsen of laten staan van motorrijtuigen op parkeerterreinen of weggedeelten bedoeld in artikel 225 zijn de artikelen 181 en 182 van de Wegenverkeerswet 1994 van overeenkomstige toepassing.
**3.** De gedragingen die zijn omschreven in de bijlage, bedoeld in artikel 2 van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (*Stb.* 1989, 300), zijn niet strafbaar, tenzij daarbij letsel aan personen is ontstaan of schade aan zaken is toegebracht.
@ -1971,7 +2035,7 @@ b. indien het ophouden noodzakelijk is ter voorkoming van voortzetting of herhal
**1.** De burgemeester kan aan een door hem ingestelde bestuurscommissie en aan de voorzitter van het dagelijks bestuur van een deelgemeente bevoegdheden overdragen, tenzij de aard van de bevoegdheid zich tegen overdracht verzet.
**2.** De bevoegdheden, bedoeld in de artikelen 154a en 172 tot en met 176a, kunnen in ieder geval niet worden overgedragen.
**2.** De bevoegdheden, bedoeld in de artikelen 151b, 154a en 172 tot en met 176a, kunnen in ieder geval niet worden overgedragen.
**3.** Ten aanzien van een besluit dat wordt genomen op grond van het eerste lid zijn de artikelen 139, tweede lid, 140 en 141 van overeenkomstige toepassing.
@ -2388,15 +2452,18 @@ waarbij
A voorstelt: de som van de tarieven ter zake van de onroerende-zaakbelastingen, ingevolge artikel 220, onderdelen a en b, zoals vastgesteld ter zake van het kalenderjaar 2000 voor niet-woningen;
B voorstelt: de som van de tarieven ter zake van de onroerende-zaakbelastingen, ingevolge artikel 220, onderdelen a en b, zoals vastgesteld ter zake van het kalenderjaar 2000 voor woningen;
g. tijdvakpercentage: het percentage berekend volgens de formule:
**4.**
Het tarief van de belasting voor niet-woningen kan binnen een bepaalde marge op een ander bedrag worden vastgesteld dan het tarief voor woningen. De marge waarbinnen het tarief voor niet-woningen mag afwijken van dat voor woningen wordt voor een tijdvak begrensd door enerzijds het percentage ter zake van het kalenderjaar 2000 en anderzijds het tijdvakpercentage verhoogd met tien procentpunten. Het tijdvakpercentage wordt berekend volgens de formule:
waarbij
C voorstelt: de waarde-index woningen, zijnde de verhouding tussen de totale waarde van woningen ter zake van het kalenderjaar 2001, zoals geraamd ten tijde van het vaststellen van de belastingverordening ter zake van het kalenderjaar 2001, en de totale vastgestelde waarde van woningen ter zake van het kalenderjaar 2000, zoals die bekend is ten tijde van het vaststellen van de belastingverordening ter zake van het kalenderjaar 2001;
E voorstelt: het tijdvakpercentage voor het voorafgaande tijdvak;
D voorstelt: de waarde-index niet-woningen, zijnde de verhouding tussen de totale waarde van niet-woningen ter zake van het kalenderjaar 2001, zoals geraamd ten tijde van het vaststellen van de belastingverordening ter zake van het kalenderjaar 2001, en de totale vastgestelde waarde van niet-woningen ter zake van het kalenderjaar 2000, zoals die bekend is ten tijde van het vaststellen van de belastingverordening ter zake van het kalenderjaar 2001.
F voorstelt: de waarde-index woningen, zijnde de verhouding tussen de totale waarde van woningen terzake van het eerste kalenderjaar van een tijdvak, zoals geraamd ten tijde van het vaststellen van de belastingverordening terzake van het eerste kalenderjaar van een tijdvak, en de totale vastgestelde waarde van woningen ter zake van het laatste kalenderjaar van het voorafgaande tijdvak, zoals die bekend is ten tijde van het vaststellen van de belastingverordening ter zake van het eerste kalenderjaar van een tijdvak;
**4.** Het tarief van de belasting voor niet-woningen kan binnen een bepaalde marge op een ander bedrag worden vastgesteld dan het tarief voor woningen. De marge waarbinnen het tarief voor niet-woningen mag afwijken van dat voor woningen wordt voor het tijdvak dat aanvangt op 1 januari 2001, begrensd door enerzijds het percentage ter zake van het kalenderjaar 2000 en anderzijds het tijdvakpercentage verhoogd met tien procentpunten.
G voorstelt: de waarde-index niet-woningen, zijnde de verhouding tussen de totale waarde van niet-woningen ter zake van het eerste kalenderjaar van een tijdvak, zoals geraamd ten tijde van het vaststellen van de belastingverordening terzake van het eerste kalenderjaar van een tijdvak, en de totale vastgestelde waarde van niet-woningen terzake van het laatste kalenderjaar van het voorafgaande tijdvak, zoals die bekend is ten tijde van het vaststellen van de belastingverordening ter zake van het eerste kalenderjaar van een tijdvak.
**5.** Indien als gevolg van een latere wijziging van de gemeentelijke indeling in het kalenderjaar 2000 op het grondgebied van een gemeente in verschillende gebieden verschillende belastingverordeningen golden, wordt bij de berekening van de onderdelen A en B van de formule, bedoeld in het derde lid onder f, het gewogen gemiddelde genomen van de tarieven voor woningen respectievelijk niet-woningen, waarbij de wegingsfactor voor elk van beide onderdelen wordt gevormd door het aandeel dat de totale waarde van woningen respectievelijk niet-woningen van een gebied heeft in de totale waarden van deze beide categorieën van de gemeente.
@ -2412,7 +2479,7 @@ Het tarief van de in artikel 220, onderdeel * b*, bedoelde belasting voor onroer
### Artikel 220i
**1.** In de belastingverordening kan worden bepaald dat gedurende maximaal drie jaren na het begin van een tijdvak als bedoeld in artikel 22, tweede lid, van de Wet waardering onroerende zaken een vermindering wordt verleend op de belastingaanslagen terzake van een onroerende zaak. Het bedrag van de vermindering wordt afzonderlijk vermeld op het aanslagbiljet.
**1.** In de belastingverordening kan worden bepaald dat een vermindering wordt verleend op de belastingaanslagen terzake van een onroerende zaak. Het bedrag van de vermindering wordt afzonderlijk vermeld op het aanslagbiljet.
**2.** De vermindering kan voor onroerende zaken die in hoofdzaak tot woning dienen anders worden vastgesteld dan voor onroerende zaken die niet in hoofdzaak tot woning dienen.
@ -2584,6 +2651,8 @@ f. de Tweede Kamer der Staten-Generaal of de Tweede Kamer: de raad.
**3.** Onverminderd het overigens in deze paragraaf bepaalde wordt met betrekking tot gemeentelijke belastingen in de Algemene wet en in de Invorderingswet 1990 voor «algemene maatregel van bestuur» en voor «ministeriële regeling» gelezen: besluit van het college.
**4.** Met betrekking tot gemeentelijke belastingen wordt in de artikelen 27l, 27n, 27p en 29b van de Algemene wet voor «de Staat» gelezen: de gemeente.
### Artikel 232
**1.** Het college kan bepalen dat voor de toezending of uitreiking van aanslagbiljetten ingevolge artikel 8, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 voor de in artikel 231, tweede lid, onderdeel c, bedoelde ambtenaar een andere gemeenteambtenaar in de plaats treedt.
@ -2637,7 +2706,7 @@ Als voldoening op aangifte wordt uitsluitend aangemerkt:
a. het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen van een parkeermeter of een parkeerautomaat op de daartoe bestemde wijze en met inachtneming van de door het college gestelde voorschriften;
b. indien ingevolge artikel 235, eerste lid, een wielklem is aangebracht, de voldoening op aangifte op de door het college bepaalde wijze.
**3.** Ten aanzien van de in het tweede lid, onder *a*, bedoelde voldoening op aangifte is bezwaar op grond van artikel 24 van de Algemene wet niet mogelijk.
**3.** In afwijking van artikel 26, tweede lid, van de Algemene wet kan tegen de in het tweede lid, onderdeel a, bedoelde voldoening op aangifte geen beroep worden ingesteld.
**4.** Ingeval een naheffingsaanslag wordt opgelegd, wordt deze berekend over een parkeerduur van een uur, tenzij aannemelijk is dat het voertuig langer dan een uur zonder betaling geparkeerd heeft gestaan.
@ -2738,7 +2807,7 @@ Vervallen
### Artikel 241
Indien bezwaar wordt gemaakt zowel tegen een belastingaanslag in de onroerende-zaakbelastingen als tegen een op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken gegeven beschikking welke ten grondslag heeft gelegen aan die belastingaanslag, vangt, ingeval feiten en omstandigheden in het geding zijn die van belang zijn zowel voor de heffing van de onroerende-zaakbelastingen als voor de vaststelling van de waarde op de voet van genoemd hoofdstuk IV, de termijn waarbinnen de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, bedoelde gemeenteambtenaar uitspraak doet op het eerstbedoelde bezwaar aan, in afwijking in zoverre van artikel 25, eerste lid, van de Algemene wet, op het tijdstip waarop de op de voet van genoemd hoofdstuk IV gegeven beschikking onherroepelijk is komen vast te staan.
Vervallen
### Artikel 242
@ -2817,7 +2886,7 @@ De verrekening van aan de belastingschuldige uit te betalen en van hem te innen
**3.** De belastingschuldige die de belastingaanslag heeft voldaan kan hetgeen hij meer heeft voldaan dan overeenkomt met zijn belastingplicht verhalen op de overige belastingplichtigen naar evenredigheid van ieders belastingplicht.
**4.** Een bezwaarschrift als bedoeld in artikel 23, eerste lid, van de Algemene wet kan mede worden ingediend door een belastingplichtige als bedoeld in het eerste lid wiens naam niet op het aanslagbiljet staat vermeld. Artikel 23, tweede lid, van de Algemene wet is van overeenkomstige toepassing.
**4.** Tegen een met toepassing van het eerste lid vastgestelde belastingaanslag kan mede beroep bij de rechtbank worden ingesteld door de belastingplichtige wiens naam niet op het aanslagbiljet staat vermeld. Artikel 26a, derde lid, van de Algemene wet is van overeenkomstige toepassing.
**5.** Van het derde lid kan bij overeenkomst worden afgeweken.