From 1a278ab0575e1ded78a69a971e5acc80e89be0cb Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Tue, 1 Jul 2014 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2014-07-01 | BWBW33099 | Handleiding Rijkswet op het Nederlanderschap 2003 --- .../BWBW33099/README.md | 47 ++++++++----------- 1 file changed, 19 insertions(+), 28 deletions(-) diff --git a/circulaire/handleiding-rijkswet-op-het-nederlanderschap-2003/BWBW33099/README.md b/circulaire/handleiding-rijkswet-op-het-nederlanderschap-2003/BWBW33099/README.md index 0390c15a10d..8f5eed86cec 100644 --- a/circulaire/handleiding-rijkswet-op-het-nederlanderschap-2003/BWBW33099/README.md +++ b/circulaire/handleiding-rijkswet-op-het-nederlanderschap-2003/BWBW33099/README.md @@ -41,24 +41,6 @@ Het kan voorkomen dat in de overgelegde documenten alsook in de basisregistratie Het vorenstaande neemt overigens niet weg dat voor de vermelding van de geboortedatum in de optieverklaring dan wel het koninklijk besluit de vermelding in de BRP leidend is. Dit betekent dat als in de BRP alleen het geboortejaar wordt vermeld, in de bevestiging of het koninklijk besluit ook uitsluitend het geboortejaar wordt opgenomen. -### 1-1-c. Toelichting ad - -**Voor de toepassing van deze Rijkswet wordt verstaan onder moeder: de vrouw tot wie het kind, anders dan door adoptie, in de eerste graad in opgaande lijn in familierechtelijke betrekking staat.** - -Deze bepaling luidt zo sinds 1 april 2014. Op die dag is Boek 1 BW gewijzigd in verband met het ontstaan van het juridisch ouderschap van de vrouwelijke partner van de moeder anders dan door adoptie. Op grond van artikel 1:198 BW verkrijgt met ingang van 1 april 2014 de vrouwelijke partner van de moeder op basis van afstammingsrecht het juridisch ouderschap. Dit betekent dat deze vrouwelijke partner van de moeder, anders dan door adoptie, juridisch ouder kan worden buiten de rechter om: van rechtswege of door erkenning. Daarnaast kan zij ook op grond van artikel 1:207 BW (nieuw) het juridisch ouderschap verkrijgen door gerechtelijke vaststelling van het ouderschap. - -Artikel 1:198, eerste lid BW luidt sinds 1 april 2014: Moeder van een kind is de vrouw: - -a. uit wie het kind is geboren; -b. die op het tijdstip van de geboorte van het kind is gehuwd of door een geregistreerd partnerschap is verbonden met de vrouw uit wie het kind is geboren, indien dit kind is verwekt door kunstmatige donorbevruchting als bedoeld in artikel 1, onder c, sub 1, van de Wet donorgegevens kunstmatige bevruchting en een door de stichting, bedoeld in die wet, ter bevestiging hiervan afgegeven verklaring is overgelegd, waaruit blijkt dat de identiteit van de donor aan de vrouw bij wie de kunstmatige donorbevruchting heeft plaatsgevonden onbekend is, tenzij de laatste zin van dit onderdeel of de eerste zin van artikel 199, onder b, geldt. De verklaring dient bij de aangifte van de geboorte te worden overgelegd aan de ambtenaar van de burgerlijke stand en werkt terug tot aan de geboorte van het kind. Indien het huwelijk of geregistreerd partnerschap na de kunstmatige donorbevruchting en voor de geboorte van het kind is ontbonden door de dood van de echtgenote of geregistreerde partner van de vrouw uit wie het kind is geboren, is de overleden echtgenote of geregistreerde partner eveneens moeder van het kind als de voornoemde verklaring wordt overgelegd bij de aangifte van de geboorte van het kind, zelfs indien de vrouw uit wie het kind is geboren was hertrouwd of een nieuw partnerschap had laten registreren; -c. die het kind heeft erkend; -d. wier ouderschap gerechtelijk is vastgesteld; of -e. die het kind heeft geadopteerd. - -Tot 1 april 2014 luidde artikel 1, eerste lid, aanhef en onder c Rijkswet op het Nederlanderschap: - -c. *moeder:* de vrouw die het kind ter wereld heeft gebracht. - ### 1-1-e. Toelichting ad artikel 1, eerste lid, aanhef en onder e **Voor de toepassing van deze Rijkswet wordt verstaan onder vreemdeling: hij die de Nederlandse nationaliteit niet bezit.** @@ -668,7 +650,7 @@ Zou C zelf een kind hebben gehad, dan zou dat kind eveneens op 12 mei 2004 Neder Een jongen van twee jaar die geboren is uit een Venezolaanse ongehuwde vrouw wordt op 1 augustus 2009 erkend door een Nederlander. Omdat de jongen op de datum van erkenning jonger is dan zeven jaar verkrijgt hij het Nederlanderschap op de datum van erkenning. -200823301-12-200817-11-2008TBN2008/8200823301-12-200817-11-2008TBN2008/801-03-200901-04-2014Stcrt. 2014, 22956, datum inwerkingtreding 01-09-2014, bevat een wijziging met terugwerkende kracht van deze tekst. Deze wijziging werkt terug tot en met 01-04-2014.**Nederlander wordt de minderjarige vreemdeling die na zijn geboorte en voor de leeftijd van zeven jaar door een Nederlander wordt erkend.**Een minderjarige vreemdeling die na zijn geboorte door een Nederlander wordt erkend en jonger is dan zeven jaar verkrijgt het Nederlanderschap van rechtswege. Het Nederlanderschap wordt verkregen vanaf de datum van erkenning. Deze verkrijging geldt vanaf 1 maart 2009. Voor kinderen erkend tijdens hun minderjarigheid tussen 1 april 2003 en 1 maart 2009 geldt deze verkrijginggrond niet. Zij kunnen gebruik maken van de optiemogelijkheden van artikel II, eerste lid, onder a van de rijkswet van 27 juni 2008 (Stb. 270). Zie de oudere Handleidingen voor een toelichting op de regelgeving vóór 1 april 2003.Vanaf 1 april 2014Op 1 april 2014 is Boek 1 BW gewijzigd. Met ingang van 1 april 2014 kan de vrouwelijke partner van de moeder uit wie het kind is geboren door erkenning het juridisch moederschap verkrijgen(artikel 1:198, eerste lid, aanhef en onder c BW).Met ingang van 1 april 2014 is de bepaling over de rechterlijke tussenkomst voor de erkenning van een kind door een – op het tijdstip van erkenning – met een andere vrouw gehuwde man vervallen. Tot 1 april 2014 gold dat een erkenning nietig is tenzij de rechtbank heeft vastgesteld dat aan bepaalde voorwaarden is voldaan (artikel 1:204 onder e oud BW).Deze rechterlijke toets is op 1 april 2014 afgeschaft. Dit geldt dus ook niet voor de erkenning van een kind door een met een andere vrouw of man gehuwde vrouw, die mogelijk is geworden per 1 april 2014.Er bestaan nog wel wettelijke beletselen voor een rechtsgeldige erkenning. Die staan in artikel 1:204, eerste lid BW, welk artikel luidt: De erkenning is nietig, indien zij is gedaan:a.door een persoon die krachtens artikel 41 geen huwelijk met de moeder mag sluiten of krachtens artikel 80a, zesde lid, geen geregistreerd partnerschap met de moeder mag aangaan;b.door een minderjarige die de leeftijd van zestien jaren nog niet heeft bereikt;c.indien het kind de leeftijd van zestien jaar nog niet heeft bereikt, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de moeder of de vader;d.zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van het kind van twaalf jaren of ouder;e.terwijl er twee ouders zijn.Voorbeeld 1Een jongen van twee jaar die geboren is uit een Venezolaanse ongehuwde vrouw wordt op 1 augustus 2009 erkend door een Nederlander. Omdat de jongen op de datum van erkenning jonger is dan zeven jaar verkrijgt hij het Nederlanderschap op de datum van erkenning.Voorbeeld 2 (art. 3,1 en 4,2 RWN)Mevrouw F en meneer G, beiden van Nederlandse nationaliteit zijn in 1999 met elkaar getrouwd in Nederland en wonen in Nederland. In 2015 bevalt de ongehuwde mevrouw E, van Indiase nationaliteit, tijdens een kort verblijf in Nederland van een zoontje. Op de Nederlandse geboorteakte van het jongetje staat alleen mevrouw E vermeld als moeder.Kan mevrouw F het kind voor de geboorte erkennen?Antwoord: ja, op grond van artikel 1:198, eerste lid, aanhef en onder c BW kan zij het kind voor de geboorte erkennen. Het kind is dan vanaf de geboorte Nederlander.Kan mevrouw F het kind na de geboorte erkennen?Antwoord: Ja, ook dat is mogelijk. Als zij het kind erkent voordat het 7 jaar wordt, dan wordt het kind automatisch door de erkenning en vanaf de dag van de erkenning Nederlander.Voor het geval dat mevrouw F wacht met de erkenning tot het kind 7 jaar of ouder is, dan wordt het kind daarmee geen Nederlander. Mevrouw F zal immers niet het biologisch ouderschap kunnen aantonen.Tot slot: Mevrouw E is en blijft ook juridisch moeder en moet steeds toestemmen met de erkenning.01-04-2014Stcrt. 2014, 22956, datum inwerkingtreding 01-09-2014, bevat een wijziging met terugwerkende kracht van deze tekst. Deze wijziging werkt terug tot en met 01-04-2014.**Nederlander wordt de minderjarige vreemdeling die na zijn geboorte en voor de leeftijd van zeven jaar door een Nederlander wordt erkend.**Een minderjarige vreemdeling die na zijn geboorte door een Nederlander wordt erkend en jonger is dan zeven jaar verkrijgt het Nederlanderschap van rechtswege. Het Nederlanderschap wordt verkregen vanaf de datum van erkenning. Deze verkrijging geldt vanaf 1 maart 2009. Voor kinderen erkend tijdens hun minderjarigheid tussen 1 april 2003 en 1 maart 2009 geldt deze verkrijginggrond niet. Zij kunnen gebruik maken van de optiemogelijkheden van artikel II, eerste lid, onder a van de rijkswet van 27 juni 2008 (Stb. 270). Zie de oudere Handleidingen voor een toelichting op de regelgeving vóór 1 april 2003.Vanaf 1 april 2014Op 1 april 2014 is Boek 1 BW gewijzigd. Met ingang van 1 april 2014 kan de vrouwelijke partner van de moeder uit wie het kind is geboren door erkenning het juridisch moederschap verkrijgen(artikel 1:198, eerste lid, aanhef en onder c BW).Met ingang van 1 april 2014 is de bepaling over de rechterlijke tussenkomst voor de erkenning van een kind door een – op het tijdstip van erkenning – met een andere vrouw gehuwde man vervallen. Tot 1 april 2014 gold dat een erkenning nietig is tenzij de rechtbank heeft vastgesteld dat aan bepaalde voorwaarden is voldaan (artikel 1:204 onder e oud BW).Deze rechterlijke toets is op 1 april 2014 afgeschaft. Dit geldt dus ook niet voor de erkenning van een kind door een met een andere vrouw of man gehuwde vrouw, die mogelijk is geworden per 1 april 2014.Er bestaan nog wel wettelijke beletselen voor een rechtsgeldige erkenning. Die staan in artikel 1:204, eerste lid BW, welk artikel luidt: De erkenning is nietig, indien zij is gedaan:a.door een persoon die krachtens artikel 41 geen huwelijk met de moeder mag sluiten of krachtens artikel 80a, zesde lid, geen geregistreerd partnerschap met de moeder mag aangaan;b.door een minderjarige die de leeftijd van zestien jaren nog niet heeft bereikt;c.indien het kind de leeftijd van zestien jaar nog niet heeft bereikt, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de moeder of de vader;d.zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van het kind van twaalf jaren of ouder;e.terwijl er twee ouders zijn.Voorbeeld 1Een jongen van twee jaar die geboren is uit een Venezolaanse ongehuwde vrouw wordt op 1 augustus 2009 erkend door een Nederlander. Omdat de jongen op de datum van erkenning jonger is dan zeven jaar verkrijgt hij het Nederlanderschap op de datum van erkenning.Voorbeeld 2 (art. 3,1 en 4,2 RWN)Mevrouw F en meneer G, beiden van Nederlandse nationaliteit zijn in 1999 met elkaar getrouwd in Nederland en wonen in Nederland. In 2015 bevalt de ongehuwde mevrouw E, van Indiase nationaliteit, tijdens een kort verblijf in Nederland van een zoontje. Op de Nederlandse geboorteakte van het jongetje staat alleen mevrouw E vermeld als moeder.Kan mevrouw F het kind voor de geboorte erkennen?Antwoord: ja, op grond van artikel 1:198, eerste lid, aanhef en onder c BW kan zij het kind voor de geboorte erkennen. Het kind is dan vanaf de geboorte Nederlander.Kan mevrouw F het kind na de geboorte erkennen?Antwoord: Ja, ook dat is mogelijk. Als zij het kind erkent voordat het 7 jaar wordt, dan wordt het kind automatisch door de erkenning en vanaf de dag van de erkenning Nederlander.Voor het geval dat mevrouw F wacht met de erkenning tot het kind 7 jaar of ouder is, dan wordt het kind daarmee geen Nederlander. Mevrouw F zal immers niet het biologisch ouderschap kunnen aantonen.Tot slot: Mevrouw E is en blijft ook juridisch moeder en moet steeds toestemmen met de erkenning. +200823301-12-200817-11-2008TBN2008/8200823301-12-200817-11-2008TBN2008/801-03-2009 ### 4-3. Ad artikel 4, derde lid @@ -709,7 +691,7 @@ Zou C zelf een kind hebben gehad, dan zou dat kind eveneens op 12 mei 2004 Neder Een minderjarig kind van 17,5 jaar van een Poolse ongehuwde vrouw wordt op 1 november 2009 erkend door een Nederlander. Na tien maanden overlegt de Nederlandse erkenner een DNA-test van een laboratorium als bedoeld in het Besluit DNA-onderzoek waaruit blijkt dat hij met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid de biologische vader is van het kind. Dit betekent dat het kind vanaf de datum van erkenning, 1 november 2009, het Nederlanderschap verkrijgt, ook al verneemt hij dit pas als hij reeds meerderjarig is. -200823301-12-200817-11-2008TBN2008/8200823301-12-200817-11-2008TBN2008/801-03-200901-04-2014Stcrt. 2014, 22956, datum inwerkingtreding 01-09-2014, bevat een wijziging met terugwerkende kracht van deze tekst. Deze wijziging werkt terug tot en met 01-04-2014.**Door erkenning wordt ook Nederlander de minderjarige vreemdeling die na zijn geboorte wordt erkend door een Nederlander, die zijn biologische ouderschap bij of binnen een termijn van één jaar na de erkenning aantoont.**Een minderjarige vreemdeling die zeven jaar of ouder is en wordt erkend door een Nederlander verkrijgt het Nederlanderschap als de Nederlandse erkenner bij of binnen een jaar na de erkenning zijn biologische ouderschap aantoont door middel van een DNA-test van een laboratorium als bedoeld in het Besluit DNA-onderzoek vaderschap (zie artikel 4, zesde lid).Het Nederlanderschap wordt verkregen vanaf de datum van erkenning. Dit kan betekenen dat een kind weliswaar tijdens zijn minderjarigheid wordt erkend, maar pas als hij meerderjarig is verneemt van de bevoegde instantie dat hij het Nederlanderschap heeft verkregen. Dit artikellid geldt vanaf 1 maart 2009.Voorbeeld 1Een minderjarig kind van 17,5 jaar van een Poolse ongehuwde vrouw wordt op 1 november 2009 erkend door een Nederlander. Na tien maanden overlegt de Nederlandse erkenner een DNA-test van een laboratorium als bedoeld in het Besluit DNA-onderzoek waaruit blijkt dat hij met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid de biologische vader is van het kind. Dit betekent dat het kind vanaf de datum van erkenning, 1 november 2009, het Nederlanderschap verkrijgt, ook al verneemt hij dit pas als hij meerderjarig is.Voorbeeld 2Mevrouw A, van Nigeriaanse nationaliteit en mevrouw B, van Nederlandse nationaliteit zijn in 2002 met elkaar getrouwd in Nederland. In 2005 bevalt mevrouw A, nog steeds alleen van Nigeriaanse nationaliteit en nog steeds getrouwd met mevrouw B, in Nederland van een dochtertje. Het dochtertje is een biologisch kind van de Nederlandse B en van een anonieme spermadonor in Nigeria en komt na een in Nigeria uitgevoerde eiceldonatie (B aan A) ter wereld.Op de Nederlandse geboorteakte uit 2005 van het meisje staat (uiteraard) mevrouw A als de moeder. Mevrouw B heeft het kind niet geadopteerd, maar wil zodra het op 1 april 2014 mogelijk is geworden haar dochter erkennen. Op 5 november 2014 erkent mevrouw B haar dan negen jaar oude dochter.Kan mevrouw B het kind erkennen?Antwoord: ja, op grond van artikel 1:198, eerste lid, aanhef en onder c BW kan zij het kind erkennen.Krijgt het kind door de erkenning de Nederlandse nationaliteit?Antwoord: Ja, maar alleen als mevrouw B volgens artikel 4, vierde lid RWN binnen één jaar na de erkenning haar biologisch moederschap aantoont met DNA-bewijs. De wijze waarop dit bewijs moet worden geleverd, is dezelfde wijze als voorgeschreven in het Besluit DNA-onderzoek vaderschap.Kan het kind eventueel op een andere manier dan door het overleggen van DNA-bewijs van het biologisch moederschap van mevrouw B de Nederlandse nationaliteit krijgen?Antwoord: ja, het minderjarige kind kan door een optie op grond van artikel 6, eerste lid en onder c RWN de Nederlandse nationaliteit krijgen als mevrouw B direct voorafgaande aan de optieverklaring zonder onderbreking ten minste drie jaren het kind heeft verzorgd en opgevoed.In dit geval heeft mevrouw B al 9 jaar het kind verzorgd en opgevoed. Het kind kan dus direct opteren. Deze optiemogelijkheid is ook van belang als de meemoeder niet de biologische ouder is. +200823301-12-200817-11-2008TBN2008/8200823301-12-200817-11-2008TBN2008/801-03-2009 ### 4-5. Ad artikel 4, vijfde lid @@ -4980,13 +4962,21 @@ Hierna volgt een lijst van landen met vermelding van behoud of verlies van de na De schrijfwijze van de namen van staten is conform de ‘lijst van landnamen’, de officiële schrijfwijze voor het Nederlandse taalgebied, van de Werkgroep Buitenlandse Aardrijkskundige namen, 1994. +| A = | automatisch verlies | +| --- | --- | +| B = | geen automatisch verlies maar het doen van afstand is mogelijk. Als volgens de vreemde nationaliteitswetgeving het doen van afstand mogelijk is, betekent dit niet dat dit altijd daadwerkelijk door de Nederlandse autoriteiten wordt verlangd. Van de verplichting om de oorspronkelijke nationaliteit te verliezen, bestaan vrijstellingen. Zie daarvoor artikel 9 lid 3 RWN en artikel 6 Regeling verkrijging en verlies Nederlanderschap (Stcrt. 2003, 54). | +| C = | geen automatisch verlies; het doen van afstand is niet mogelijk | +| D = | partij bij het Verdrag van Straatsburg | +| E = | partij geweest bij het Tweede Protocol van het Verdrag van Straatsburg | +| Onbekend = | geen automatisch verlies, tot het tegendeel bewezen is | + Als betrokkene verplicht is afstand te doen, dan moet hij een bereidheidsverklaring tekenen. Als betrokkene is vrijgesteld van de plicht om afstand te doen, dan hoeft hij geen bereidheidsverklaring te tekenen. **Let op!** Deze lijst geldt zowel bij optie als naturalisatie. De afstandsverplichting bij optie op grond van artikel 6, eerste lid en onder e, RWN is op 1 oktober 2010 ingevoerd. De afstandsverplichting geldt niet voor de overige optiecategorieën. Voor 1 oktober 2010 gold dus bij optie niet de verplichting een bereidheidsverklaring te ondertekenen. Met bevoegde autoriteit wordt bedoeld de bevoegde instantie die de optieverklaring of het naturalisatieverzoek in ontvangst neemt: -• in Europees Nederland: de burgemeester +• in Europees Nederland: de burgemeester; • in Aruba, Curaçao en Sint Maarten: de Gouverneur van Aruba, van Curaçao onderscheidenlijk van Sint Maarten; • in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba: de Minister (lees: IND-unit Caribisch Nederland); • in het buitenland: de hoofden van de Nederlandse diplomatieke en consulaire posten. @@ -5020,7 +5010,7 @@ voor de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba: de bevolkingsregistra | Benin | B | | Bhutan | A | | Bolivia | B Het doen van afstand wordt bij naturalisatie alleen gevraagd bij een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 22.11.2006 en bij optie (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN) als de verklaring is afgelegd op of na 01.10.2010. | -| Bosnië-Herzegovina | A Onderdanen van Bosnië-Herzegovina die na 01.01.1998 de Nederlandse nationaliteit hebben gekregen door optie of naturalisatie hebben de nationaliteit van Bosnië- Herzegovina automatisch verloren conform artikel 17 van de Wet betreffende het staatsburgerschap van Bosnië-Herzegovina van 1998 (in werking getreden op 01.01.1998). Als men voor 01.01.1998 de Nederlandse nationaliteit heeft verkregen door optie of naturalisatie valt men onder een uitzonderingscategorie in de wetgeving van Bosnië-Herzegovina waardoor tot 01.01.2013 een dubbele nationaliteit blijft bestaan. | +| Bosnië-Herzegovina | B Het doen van afstand wordt gevraagd bij een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 1-7-2014 en bij optie (o.g.v. artikel 6, eerste lid, aanhef en onder e, RWN) als de verklaring is afgelegd op of na 1-7-2014. | | Botswana | A | | Brazilië | B | | Brunei | A | @@ -5034,7 +5024,7 @@ voor de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba: de bevolkingsregistra | China | A | | Colombia | B Het doen van afstand wordt bij naturalisatie alleen gevraagd bij een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 22.11.2006 en bij optie (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN) als de verklaring is afgelegd op of na 01.10.2010. | | Comoren, de | B | -| Congo (Volksrepubliek) | A | +| Congo (Volksrepubliek) | B Het doen van afstand wordt gevraagd bij een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 1-7-2014 en bij optie (o.g.v. artikel 6, eerste lid, aanhef en onder e, RWN) als de verklaring is afgelegd op of na 1-7-2014. | | Congo (Democratische Rep., vh Zaïre) | A | | Costa Rica | C | | Cuba | C (m.i.v. 1 oktober 2010) De rechtspraktijk maakt het onmogelijk afstand te doen van de Cubaanse nationaliteit. | @@ -5045,9 +5035,9 @@ voor de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba: de bevolkingsregistra | Dominicaanse Republiek | C | | Duitsland | B Het doen van afstand wordt bij naturalisatie alleen gevraagd bij een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 28.08.2007 en bij optie (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN) als de verklaring is afgelegd op of na 01.10.2010. Geen partij meer bij het verdrag van Straatsburg m.i.v. 22.12.2002. Tot 28.08.2007 ging de Duitse nationaliteit automatisch verloren, tenzij de Duitse autoriteiten, met instemming van de Nederlandse autoriteiten, behoud van de Duitse nationaliteit hadden goedgekeurd. | | Ecuador | C | -| Egypte Met het oog op de actualiteit van de basisregistratie personen voegt de IND aan de bekendmaking aan de bevoegde autoriteit dat betrokkene het Nederlanderschap is verleend, een kopie van de toestemmingsverklaring van de Egyptische autoriteiten toe. Let op! De Egyptische nationaliteit is verloren gegaan met het verlenen van het Nederlanderschap, mits genaturaliseerd is ná verkregen toestemming **en** nadat het verlies van de Egyptische nationaliteit is gepubliceerd in de Egyptische Staatscourant. Zodra betrokkene een kopie van de publicatie in de Egyptische Staatscourant heeft overgelegd, zal de IND de bevoegde autoriteit hiervan op de hoogte stellen en verzoeken de (gemeentelijke) basisadministratie aan te passen. | B Betrokkene moet zich tot het Egyptische Ministerie van Binnenlandse Zaken wenden om toestemming te krijgen voor het verkrijgen van een andere nationaliteit. Betrokkene moet vóór het moment van verkrijging of verlening van het Nederlanderschap de beoogde toestemming van het Egyptische Ministerie van Binnenlandse Zaken hebben verkregen. Bedoelde toestemming blijkt uit een (gelegaliseerde) verklaring van de Egyptische ambassade. De verklaring van de Egyptische ambassade legt betrokkene over bij het afleggen van de optieverklaring of bij het indienen van het naturalisatieverzoek. De optieverklaring of het verzoek om naturalisatie kan eventueel ook worden afgelegd dan wel ingediend zonder de toestemmingsverklaring, maar dan moet betrokkene na ontvangst van bedoelde verklaring deze inleveren/opsturen bij/naar de bevoegde autoriteit waar de optieverklaring is afgelegd of het IND-kantoor waar zijn naturalisatieverzoek in behandeling is. Op de optieverklaring of het verzoek om naturalisatie wordt pas beslist als de verklaring van de ambassade is ontvangen. In dit kader kan bij naturalisatie gebruik worden gemaakt van de bevoegdheid tot aanhouding uit artikel 9, vierde lid, RWN. Bij optie kan gebruik worden gemaakt van de bevoegdheid om de beslistermijn met dertien weken te verlengen (artikel 6, vijfde lid, RWN). De optieverklaring of het verzoek om naturalisatie wordt na de verlengingstermijn/ laatste aanhoudingstermijn bevestigd of ingewilligd als nog geen toestemmingsverklaring is ontvangen, **mits** de betrokkene aan de hand van correspondentie aantoont meermaals bij de Egyptische autoriteiten navraag te hebben gedaan inzake zijn verzoek om een vreemde nationaliteit aan te nemen. Nadat het Nederlanderschap is verleend of verkregen moet betrokkene, totdat daadwerkelijk afstand is gedaan van de Egyptische nationaliteit, nog de volgende handelingen verrichten: – Inleveren van het Egyptische paspoort en/of ID-kaart bij de bevoegde autoriteit; – Verzoek indienen bij het Egyptische Ministerie van Binnenlandse Zaken om de Egyptische nationaliteit officieel te laten schrappen. Het opgeven van de Egyptische nationaliteit wordt gepubliceerd in de Egyptische Staatscourant; – Betrokkene moet een bewijs publicatie verlies Egyptische nationaliteit overleggen aan de IND. Genoemde stukken moeten zijn voorzien van een vertaling, gemaakt door een beëdigd vertaler. Een afstandsplichtige betrokkene (die niet onder één van de vrijstellingscategorieën voor de verplichting tot het doen van afstand van de oorspronkelijke nationaliteit valt) wordt ook gevraagd een verklaring (model 1.14-1b bij optie en model 2.5/2.5a bij naturalisatie) dat de Egyptische autoriteiten niet is gevraagd noch zal worden gevraagd om behoud van de Egyptische nationaliteit. Uit artikel 10 van de Egyptische nationaliteitswetgeving blijkt namelijk dat de mogelijkheid bestaat om na de verkregen toestemming om een andere nationaliteit aan te nemen en het hieropvolgende verlies van de Egyptische nationaliteit binnen één jaar na verkrijging van de andere nationaliteit om behoud kan worden gevraagd van de Egyptische nationaliteit. Om de betrokkene duidelijk te maken dat dit niet de bedoeling is, moet model 1.14-1b (bij optie) en model 2.5/2.5a (bij naturalisatie) getekend te worden. | +| Egypte Met het oog op de actualiteit van de basisregistratie personen voegt de IND aan de bekendmaking aan de bevoegde autoriteit dat betrokkene het Nederlanderschap is verleend, een kopie van de toestemmingsverklaring van de Egyptische autoriteiten toe. Let op! De Egyptische nationaliteit is verloren gegaan met het verlenen van het Nederlanderschap, mits genaturaliseerd is ná verkregen toestemming **en** nadat het verlies van de Egyptische nationaliteit is gepubliceerd in de Egyptische Staatscourant. Zodra betrokkene een kopie van de publicatie in de Egyptische Staatscourant heeft overgelegd, zal de IND de bevoegde autoriteit hiervan op de hoogte stellen en verzoeken de (gemeentelijke) basisadministratie aan te passen. | B Betrokkene moet zich tot het Egyptische Ministerie van Binnenlandse Zaken wenden om toestemming te krijgen voor het verkrijgen van een andere nationaliteit. Betrokkene moet vóór het moment van verkrijging of verlening van het Nederlanderschap de beoogde toestemming van het Egyptische Ministerie van Binnenlandse Zaken hebben verkregen. Bedoelde toestemming blijkt uit een (gelegaliseerde) verklaring van de Egyptische ambassade. De verklaring van de Egyptische ambassade legt betrokkene over bij het afleggen van de optieverklaring of bij het indienen van het naturalisatieverzoek. De optieverklaring of het verzoek om naturalisatie kan eventueel ook worden afgelegd dan wel ingediend zonder de toestemmingsverklaring, maar dan moet betrokkene na ontvangst van bedoelde verklaring deze inleveren/opsturen bij/naar de bevoegde autoriteit waar de optieverklaring is afgelegd of het IND-kantoor waar zijn naturalisatieverzoek in behandeling is. Op de optieverklaring of het verzoek om naturalisatie wordt pas beslist als de verklaring van de ambassade is ontvangen. In dit kader kan bij naturalisatie gebruik worden gemaakt van de bevoegdheid tot aanhouding uit artikel 9, vierde lid, RWN. Bij optie kan gebruik worden gemaakt van de bevoegdheid om de beslistermijn met dertien weken te verlengen (artikel 6, vijfde lid, RWN). De optieverklaring of het verzoek om naturalisatie wordt na de verlengingstermijn/ laatste aanhoudingstermijn bevestigd of ingewilligd als nog geen toestemmingsverklaring is ontvangen, **mits** de betrokkene aan de hand van correspondentie aantoont meermaals bij de Egyptische autoriteiten navraag te hebben gedaan inzake zijn verzoek om een vreemde nationaliteit aan te nemen. Nadat het Nederlanderschap is verleend of verkregen moet betrokkene, totdat daadwerkelijk afstand is gedaan van de Egyptische nationaliteit, nog de volgende handelingen verrichten: - Inleveren van het Egyptische paspoort en/of ID-kaart bij de bevoegde autoriteit; - Verzoek indienen bij het Egyptische Ministerie van Binnenlandse Zaken om de Egyptische nationaliteit officieel te laten schrappen. Het opgeven van de Egyptische nationaliteit wordt gepubliceerd in de Egyptische Staatscourant; - Betrokkene moet een bewijs publicatie verlies Egyptische nationaliteit overleggen aan de IND. Genoemde stukken moeten zijn voorzien van een vertaling, gemaakt door een beëdigd vertaler. Een afstandsplichtige betrokkene (die niet onder één van de vrijstellingscategorieën voor de verplichting tot het doen van afstand van de oorspronkelijke nationaliteit valt) wordt ook gevraagd een verklaring (model 1.14-1b bij optie en model 2.5/2.5a bij naturalisatie) dat de Egyptische autoriteiten niet is gevraagd noch zal worden gevraagd om behoud van de Egyptische nationaliteit. Uit artikel 10 van de Egyptische nationaliteitswetgeving blijkt namelijk dat de mogelijkheid bestaat om na de verkregen toestemming om een andere nationaliteit aan te nemen en het hieropvolgende verlies van de Egyptische nationaliteit binnen één jaar na verkrijging van de andere nationaliteit om behoud kan worden gevraagd van de Egyptische nationaliteit. Om de betrokkene duidelijk te maken dat dit niet de bedoeling is, moet model 1.14-1b (bij optie) en model 2.5/2.5a (bij naturalisatie) getekend te worden. | | El Salvador | B, echter in sommige gevallen A. B: voor Salvadoranen door geboorte. A: tot Salvadoraan genaturaliseerden verliezen de Salvadoraanse nationaliteit automatisch als zij vijf jaren zonder onderbreking buiten El Salvador verblijven. | -| Equatoriaal-Guinee | Onbekend | +| Equatoriaal-Guinee | A | | Eritrea | B Het doen van afstand van de Eritrese nationaliteit is mogelijk op grond van de Eritrese nationaliteitsverordening nr. 21/1992 d.d. 6 april 1992. Het formulier dat gebruikt moet worden voor een afstandsverzoek, kan alleen worden verkregen bij het “Department of Immigration and Nationality executive secretary”. Een kopie van het ingevulde verzoek tot afstand van de Eritrese nationaliteit moet bij naturalisatie en optie naar de IND worden gestuurd. Nadat individueel onderzoek is verricht door de Eritrese autoriteiten wordt afstand al dan niet toegestaan. Het doen van afstand wordt bij naturalisatie gevraagd bij een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 01.07.2010 en bij optie (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN) als de verklaring is afgelegd op of na 01.10.2010. | | Estland | A | | Ethiopië | A | @@ -5133,7 +5123,7 @@ voor de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba: de bevolkingsregistra | Oman | B | | Oostenrijk | A, D Een verzoeker om naturalisatie of optant (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN m.i.v. 01.10.2010) wordt gevraagd een verklaring te ondertekenen dat de Oostenrijkse autoriteiten niet is gevraagd noch zal worden gevraagd om behoud van de Oostenrijkse nationaliteit (model 2.5/2.5a bij naturalisatie en model 1.14-1b bij optie). | | Oost-Timor | B Het doen van afstand wordt bij naturalisatie alleen gevraagd bij een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 22.11.2006 en bij optie (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN) als de verklaring is afgelegd op of na 01.10.2010. | -| Pakistan | B of C Afstand is alleen mogelijk voor personen van 21 jaar en ouder. Volgens Pakistaans recht zijn personen jonger dan 21 jaar namelijk minderjarig. Van personen van 18 tot 21 jaar wordt daarom niet gevraagd om afstand te doen. Het doen van afstand bij naturalisatie wordt alleen gevraagd aan een verzoeker die 21 jaar of ouder is op het moment van indiening van het naturalisatieverzoek en als het verzoek is ingediend op of na 01.07.10. Deze verzoekers moeten model 2.4/2.4a ondertekenen. Het doen van afstand bij optie (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN) wordt alleen gevraagd aan een optant die 21 jaar of ouder is op het moment van het afleggen van de optieverklaring en als de verklaring is afgelegd op of na 01.10.2010. Deze optanten moeten model 1.14-1a ondertekenen. | +| Pakistan | B of C Afstand is alleen mogelijk voor personen van 21 jaar en ouder. Minderjarigheid in de geldende nationaliteitswetgeving van Pakistan is gedefinieerd als jonger dan 21 jaar. Van personen van 18 tot 21 jaar wordt daarom niet gevraagd om afstand te doen. Het doen van afstand bij naturalisatie wordt alleen gevraagd aan een verzoeker die 21 jaar of ouder is op het moment van indiening van het naturalisatieverzoek en als het verzoek is ingediend op of na 01.07.10. Deze verzoekers moeten model 2.4/2.4a ondertekenen. Het doen van afstand bij optie (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN) wordt alleen gevraagd aan een optant die 21 jaar of ouder is op het moment van het afleggen van de optieverklaring en als de verklaring is afgelegd op of na 01.10.2010. Deze optanten moeten model 1.14-1a ondertekenen. | | Palau (Belau) | A | | Panama | A | | Papoea-Nieuw-Guinea | A | @@ -5158,8 +5148,8 @@ voor de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba: de bevolkingsregistra | Sierra Leone | B Het doen van afstand wordt bij naturalisatie alleen gevraagd bij een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 05.03.2009 en bij optie (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN) als de verklaring is afgelegd op of na 01.10.2010. | | Singapore | B | | Slovenië | B | -| Slowakije | A, in sommige gevallen B M.i.v. 01.01.2013 is de wetswijziging van 17 juli 2010 in de landenlijst verwerkt. De nieuwe wet geldt alleen voor Slowaken die op of na 17.07.2010 een andere nationaliteit hebben verkregen. A: met de onderstaande uitzonderingen waarbij behoud van de Slowaakse nationaliteit aan de orde is: – de met een Nederlander getrouwde Slowaak, die de Nederlandse nationaliteit verkrijgt na 17.07.2010 behoudt de Slowaakse nationaliteit (Nederland vraagt ook geen afstand te doen van de Slowaakse nationaliteit wegens artikel 9 lid 3 RWN). De Slowaakse nationaliteit wordt tevens niet verloren in het geval de andere nationaliteit van rechtswege wordt verkregen door geboorte. Tot 17.07.2010: B | -| Soedan (Sudan) | B | +| Slowakije | A, in sommige gevallen B M.i.v. 01.01.2013 is de wetswijziging van 17 juli 2010 in de landenlijst verwerkt. De nieuwe wet geldt alleen voor Slowaken die op of na 17.07.2010 een andere nationaliteit hebben verkregen. A: met de onderstaande uitzonderingen waarbij behoud van de Slowaakse nationaliteit aan de orde is: - de met een Nederlander getrouwde Slowaak, die de Nederlandse nationaliteit verkrijgt na 17.07.2010 behoudt de Slowaakse nationaliteit (Nederland vraagt ook geen afstand te doen van de Slowaakse nationaliteit wegens artikel 9 lid 3 RWN). De Slowaakse nationaliteit wordt tevens niet verloren in het geval de andere nationaliteit van rechtswege wordt verkregen door geboorte. Tot 17.07.2010: B | +| Soedan (Sudan) | B Sudanezen die de Zuid-Sudanese nationaliteit verkrijgen, verliezen automatisch hun Sudanese nationaliteit. | | Solomoneilanden | A | | Somalië | A | | Spanje | B Het doen van afstand wordt alleen gevraagd in geval van een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 01.10.2003 en bij optie (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN) als de verklaring is afgelegd op of na 01.10.2010. Voor de categorieën die zijn vrijgesteld van de afstandsverplichting geldt: A (drie jaar na de naturalisatie indien betrokkene niet de verklaring aflegt tot behoud van de Spaanse nationaliteit). Een Spanjaard die vóór 09.01.2003 is genaturaliseerd tot Nederlander, en die woonachtig is buiten Spanje, verliest na drie jaar automatisch de Spaanse nationaliteit. Artikel 24 van de Spaanse nationaliteitswet is per 9 januari 2003 gewijzigd. Aan Spanjaarden die op of na 9 januari 2003 tevens Nederlander zijn geworden, staat Spanje het behoud van de Spaanse nationaliteit toe. De regel van automatisch verlies na drie jaar is nog wel in de wet opgenomen, maar het verlies kan worden voorkomen door tijdig bij de Spaanse autoriteiten een verklaring tot behoud van de Spaanse nationaliteit af te leggen. Met het oog op vermijding van dubbele nationaliteit wordt Spanjaarden die niet in aanmerking komen voor vrijstelling van de afstandsverplichting gevraagd om direct na hun naturalisatie tot Nederlander op grond van artikel 24, tweede lid van de Spaanse nationaliteitwet afstand te doen van de Spaanse nationaliteit. | @@ -5195,6 +5185,7 @@ voor de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba: de bevolkingsregistra | Zimbabwe | A | | Zuid-Afrika | A Betrokkene wordt gevraagd een verklaring te ondertekenen dat de Zuidafrikaanse autoriteiten niet is gevraagd noch zal worden gevraagd om behoud van de Zuidafrikaanse nationaliteit (model 1.14-1b bij optie en model 2.5/2.5a bij naturalisatie). | | Zuid-Korea | A | +| Zuid-Sudan | B | | Zweden | B (m.i.v. 01.07.2002) A, D: tot 01.07.2002 | | Zwitserland | B |