2015-01-01 | BWBR0024096 | Leidraad Invordering 2008

This commit is contained in:
Coornhert 2015-01-01 12:00:00 +00:00
parent 7fa86e2e23
commit 1a285dada3

View file

@ -3,7 +3,7 @@ titel: Leidraad Invordering 2008
bwb_id: BWBR0024096
type: beleidsregel
status: geldend
datum_inwerkingtreding: '2013-12-18'
datum_inwerkingtreding: '2015-01-01'
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0024096
citeertitel: Leidraad Invordering 2008
---
@ -39,14 +39,14 @@ De Leidraad Invordering 2008 is in de plaats getreden van de Leidraad Invorderin
| UWV | Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen |
| WSF | Wet Studiefinanciering 2000 |
| WSNP | wettelijke schuldsanering natuurlijke personen |
| Wwb | Wet werk en bijstand |
| Pw | Participatiewet |
#### 1.1.2. Definities
belastingen: belastingen die van rijkswege door de Belastingdienst worden geheven alsmede de opcenten;
besluit (het): het Uitvoeringsbesluit Invorderingswet 1990;
directeur van het organisatieonderdeel van de Belastingdienst: de in artikel 4, tweede lid, van de Uitvoeringsregeling Belastingdienst 2003 bedoelde landelijk directeur van het relevante organisatieonderdeel van de Belastingdienst/Belastingen;
echtgenoot: de echtgenoot bedoeld in artikel 3 van de Wwb;
echtgenoot: de echtgenoot bedoeld in artikel 3 van de Pw;
loonheffingen: de loonbelasting en de premies volksverzekeringen en werknemersverzekeringen alsmede de ingevolge de Zorgverzekeringswet geheven inkomensafhankelijke bijdrage;
ministerie: ministerie van Financiën, directoraat-generaal Belastingdienst, cluster Fiscaliteit;
negatieve definitieve aanslag: de aanslag als bedoeld in artikel 15 AWR, waarbij de aldaar bedoelde verrekeningen hebben geleid tot een per saldo negatief bedrag;
@ -73,7 +73,7 @@ De invordering met betrekking tot aansprakelijkgestelden en andere derden vindt
#### 1.1.5
De ontvanger handelt bij de invordering zoveel mogelijk in overeenstemming met de Awb en het Besluit Fiscaal bestuursrecht, ondanks het feit dat artikel 3:40, titels 4.1 tot en met 4.3, artikel 4:125, titel 5.2, de hoofdstukken 6 en 7, en afdeling 10.2.1 Awb niet van toepassing zijn op de wet.
In de invordering wordt zoveel mogelijk gehandeld in overeenstemming met de Awb en het Besluit Fiscaal bestuursrecht, ondanks het feit dat artikel 3:40, titels 4.1 tot en met 4.3, artikel 4:125, titel 5.2, de hoofdstukken 6 en 7, en afdeling 10.2.1 Awb niet van toepassing zijn op de wet.
Dit betekent onder meer dat de beslistermijnen uit de Awb inclusief de mogelijkheden tot verlenging van toepassing zijn, tenzij de wet, de regeling of deze leidraad anders bepaalt. Voor beschikkingen op aanvraag geldt daarom een termijn van acht weken met de mogelijkheid hiervan af te wijken door een redelijke termijn te noemen (zie artikel 4:13, 4:14 en 4:15 Awb).
@ -350,22 +350,20 @@ In aansluiting op artikel 4:89 van de Awb Awb en artikel 7a van de wet beschri
### 7a.1. Aanwijzen bankrekening voor uitbetaling
Artikel 7a van de wet stelt als voorwaarde voor uitbetalingen aan de belastingschuldige van inkomstenbelasting en omzetbelasting dat de bankrekening op naam van de belastingschuldige staat. Voor de uitbetaling van toeslagen is in artikel 25 van de Awir eenzelfde voorwaarde gesteld. Een zogenoemde en/of-rekening die mede op naam van de belastingschuldige is gesteld, wordt aangemerkt als een rekening op naam van de belastingschuldige. De belastingschuldige kan niet meer dan één bankrekening aanwijzen voor de uitbetaling van inkomstenbelasting en toeslagen. Dit betekent dat als de belastingschuldige zijn bankrekening voor de uitbetaling van inkomstenbelasting wijzigt, dit tevens de bankrekening wordt voor de uitbetaling van zijn toeslagen en omgekeerd. Dit geldt niet voor de omzetbelasting. Daar kan de belastingschuldige een andere bankrekening voor aanwijzen, op voorwaarde dat die bankrekening wel op zijn naam is gesteld.
Voor uitbetalingen van omzetbelasting op naam van een fiscale eenheid maakt artikel 43 van de wet een uitzondering op de tenaamstellingsverplichting. Dit betekent dat met inachtneming van wat is bepaald in artikel 43.1 van deze leidraad aan elk van de afzonderlijke onderdelen van de fiscale eenheid bevrijdend kan worden uitbetaald.
Artikel 7a van de wet stelt als voorwaarde voor uitbetalingen aan de belastingschuldige van inkomstenbelasting dat de bankrekening op naam van de belastingschuldige staat. Voor de uitbetaling van toeslagen is in artikel 25 van de Awir eenzelfde voorwaarde gesteld. Een zogenoemde en/of-rekening die mede op naam van de belastingschuldige is gesteld, wordt aangemerkt als een rekening op naam van de belastingschuldige. De belastingschuldige kan niet meer dan één bankrekening aanwijzen voor de uitbetaling van inkomstenbelasting en toeslagen. Dit betekent dat als de belastingschuldige zijn bankrekening voor de uitbetaling van inkomstenbelasting wijzigt, dit tevens de bankrekening wordt voor de uitbetaling van zijn toeslagen en omgekeerd.
### 7a.2. Uitbetalingsfouten
Als uitbetaling van een uit te betalen bedrag plaatsvindt op een andere rekening van de belastingschuldige dan die daarvoor door hem is aangewezen, dan moet de ontvanger in beginsel opnieuw uitbetalen. De ontvanger verbindt daaraan de voorwaarde dat het eerder betaalde bedrag eerst wordt gerestitueerd.
Hernieuwde uitbetaling vindt direct plaats als de belastingschuldige aantoont dat:
In afwijking van de vorige volzin vindt hernieuwde uitbetaling direct plaats als de belastingschuldige aantoont dat:
hij tijdig vóór de uitbetaling bij de Belastingdienst heeft aangegeven dat de uitbetaling niet meer op de desbetreffende rekening moet geschieden, en
hij niet over het uitbetaalde bedrag kan beschikken omdat de bankinstelling heeft aangegeven dat de rekening waarop de uitbetaling heeft plaatsvonden, geblokkeerd is.
Indien en voor zover aan de daartoe gestelde (wettelijke) voorwaarden wordt voldaan, zal de ontvanger het aldus teveel betaalde bedrag vervolgens terugvorderen uit ongerechtvaardigde verrijking.
Uitbetalingsfouten die het gevolg zijn van een onjuiste aanwijzing door de belastingschuldige, blijven voor diens rekening. De ontvanger beroept zich in dat geval op het bevrijdende karakter van de (uit)betaling (artikel 6:34 BW). Desgevraagd wordt de belastingschuldige op de hoogte gesteld omtrent de naam-, adres- en woonplaatsgegevens van de derde aan wie onverschuldigd is betaald.
Uitbetalingsfouten die het gevolg zijn van de aanwijzing door de belastingschuldige van een niet op zijn naam staande bankrekening, blijven voor diens rekening. De ontvanger beroept zich in dat geval op het bevrijdende karakter van de (uit)betaling (artikel 6:34 BW). Desgevraagd wordt de belastingschuldige op de hoogte gesteld omtrent de naam-, adres- en woonplaatsgegevens van de derde aan wie onverschuldigd is betaald. Het bovenstaande geldt niet voor uitbetalingen van inkomstenbelasting en toeslagen, omdat dergelijke uitbetalingen uitsluitend plaatsvinden op een rekeningnummer waarvan de Belastingdienst vooraf de tenaamstelling heeft gecontroleerd.
## 7b. Cessie- en verpandingsverbod uitbetalingen inkomstenbelasting
@ -604,7 +602,7 @@ In aansluiting op artikel 13 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over:
De betekening van het dwangbevel per post met het bevel tot betaling vindt plaats door het ter post bezorgen door de ontvanger van een voor de belastingschuldige bestemd afschrift van het dwangbevel met bevel tot betaling.
Onder ter post bezorging wordt verstaan: het door de ontvanger ter verzending aanbieden van het afschrift aan TNT-Post. Als betekeningsdatum geldt in het algemeen de datum van de ter post bezorging.
Onder ter post bezorging wordt verstaan: het door de ontvanger ter verzending aanbieden van het afschrift aan PostNL. Als betekeningsdatum geldt in het algemeen de datum van de ter post bezorging.
De ontvanger maakt zoveel mogelijk gebruik van de mogelijkheid het dwangbevel per post te betekenen
@ -1206,11 +1204,9 @@ Als een vordering wordt gedaan voor periodieke uitkeringen die niet vallen onder
In dat geval geldt de vordering nog slechts voor het gedeelte waarmee de periodieke uitkering de beslagvrije voet overtreft. Hetzelfde geldt bij vorderingen ten laste van een belastingschuldige die niet in Nederland woont of vast verblijft.
Voor een alleenstaande jonger dan 21 jaar en een alleenstaande ouder jonger dan 21 jaar indien zij een ander inkomen genieten dan een bijstandsuitkering geldt een beslagvrije voet van 90% van het feitelijk inkomen (+ vakantieaanspraak) met een minimum van 90% van de bijstandsnorm genoemd in artikel 21, onderdeel a onderscheidenlijk onderdeel b, van de Wet werk en bijstand en een maximum van 90% van de bijstandsnorm nadat deze verhoogd is met het bedrag genoemd in artikel 25 van die wet.
#### 19.3.3a. Beslagvrije voet en vakantiegeld
De Belastingdienst stelt de beslagvrije voet vast op basis van het periodieke inkomen of de bijstandsnorm met inbegrip van de aanspraak op vakantiegeld over de desbetreffende maand. Dit betekent dat de uitbetaling van het vakantiegeld niet van invloed is op de berekende beslagvrije voet. Dat laatste geldt ook als het beslag niet gedurende de gehele periode waarover het vakantiegeld is opgebouwd, heeft gelegen.
20143803230-12-201416-12-2014BLKB2014/2162M20143803230-12-201416-12-2014BLKB2014/2162M01-01-2015
#### 19.3.4. Informatieverstrekking voor vaststelling beslagvrije voet
@ -1436,9 +1432,7 @@ Als dat het geval is, nodigt de ontvanger de derde uit zich daarover binnen tien
#### 22.8.9. Samenloop administratief beroep en verzet tegen bodembeslag
Als de derde zowel een beroepschrift ex artikel 22, eerste lid, van de wet indient als een schriftelijke mededeling doet als bedoeld in artikel 435, derde lid, Rv, dan behandelt de ontvanger eerst het verzet ex artikel 435, derde lid, Rv, voordat hij het beroepschrift doorzendt aan de directeur.
Als de ontvanger daarbij van oordeel is dat het beslag kan worden opgeheven, dan bevordert hij de intrekking van het beroepschrift ex artikel 22 van de wet. Bij een verzetprocedure beslist de directeur op het beroepschrift, in die zin dat hij zich zal houden aan de uitspraak gewezen in de verzetprocedure.
Als de derde zowel een beroepschrift ex artikel 22, eerste lid, van de wet indient als een schriftelijke mededeling doet als bedoeld in artikel 435, derde lid, Rv, dan zendt de ontvanger eerst het beroepschrift ter behandeling aan de directeur, voordat hij het verzet ex artikel 435, derde lid, Rv behandelt.
#### 22.8.10. Criteria voor de beslissing op het beroepschrift ex
@ -2053,7 +2047,7 @@ Het vermogen dat onder het kwijtscheldingsbeleid voor particulieren is vrijgeste
Naast het aanwezige vermogen speelt bij de beoordeling van de financiële omstandigheden de zogenoemde betalingscapaciteit van de verzoeker een belangrijke rol, zowel ten tijde van het indienen van het verzoek als gedurende de looptijd van de betalingsregeling. De betalingscapaciteit van de belastingschuldige die door de ontvanger wordt berekend, bepaalt in belangrijke mate het bedrag dat de belastingschuldige (periodiek) op de achterstallige schuld moet aflossen. De betalingscapaciteit geeft ook aan in hoeverre een betalingsregeling zinvol is.
Uitgangspunt voor de berekening van de betalingscapaciteit bij een verzoek om een betalingsregeling is het inkomen van de belastingschuldige en diens echtgenoot. Het inkomen en de uitgaven ten behoeve van bij de belastingschuldige inwonende kinderen zal bij de berekening van de betalingscapaciteit niet in aanmerking worden genomen. Een uitzondering daarop vormt de ontvangen alimentatie ten behoeve van minderjarige kinderen.
Uitgangspunt voor de berekening van de betalingscapaciteit bij een verzoek om een betalingsregeling is het inkomen van de belastingschuldige en diens echtgenoot.
Bij de berekening van de betalingscapaciteit gaat de ontvanger met betrekking tot de huur- en hypotheekverplichtingen voor de woning waarin de belastingschuldige feitelijk verblijft uit van de werkelijke uitgaven.
@ -2104,7 +2098,7 @@ b. die betalingsproblemen van tijdelijke aard zijn;
c. die betalingsproblemen vóór een bepaald tijdstip zullen worden opgelost; en
d. dat er sprake is van een levensvatbare onderneming.
De ontvanger kan bij het verlenen van dit uitstel nadere voorwaarden stellen. Om bij onvoorziene tegenslagen de mogelijke verliezen voor de Staat te beperken, wordt zoveel als mogelijk is door de ontvanger zekerheid verlangt. De zekerheid kan ook omvatten een (bodem)beslag.
De ontvanger kan bij het verlenen van dit uitstel nadere voorwaarden stellen. Om bij onvoorziene tegenslagen de mogelijke verliezen voor de Staat te beperken, wordt zoveel als mogelijk is door de ontvanger zekerheid verlangd. De zekerheid kan ook omvatten een (bodem)beslag.
#### 25.6.2b. Verklaring derde deskundige
@ -2344,13 +2338,13 @@ De betalingscapaciteit wordt gevormd door het positieve verschil tussen het gemi
Het netto besteedbaar inkomen van de belastingschuldige wordt vermeerderd met het gemiddeld per maand te verwachten netto besteedbaar inkomen van zijn echtgenoot in de periode van twaalf maanden vanaf de datum waarop het verzoek om kwijtschelding is ingediend. Ook wanneer de belastingschuldige onder huwelijkse voorwaarden is gehuwd of bij ongehuwd samenlevenden wanneer sprake is van een samenlevingscontract, is het voorgaande van toepassing, ondanks het feit dat de partner niet aansprakelijk kan worden gesteld voor de voldoening van de belastingaanslag. De vaststelling van het totale netto besteedbaar inkomen staat los van de aansprakelijkheid tot betaling van de aanslagen waarvoor kwijtschelding wordt verzocht.
De verantwoordelijkheid van de echtgenoot voor schulden van de belastingschuldige, wordt beperkt tot de (materiële) belastingschulden die stammen uit de huwelijkse periode dan wel uit de periode waarin de gezamenlijke huishouding is gevoerd. Dat kan tot gevolg hebben dat in voorkomende gevallen de belastingaanslag moet worden gesplitst. Het vermogen en de betalingscapaciteit van de echtgenoot van belastingschuldige, worden dus buiten beschouwing gelaten voor zover een door de belastingschuldige ingediend verzoek om kwijtschelding betrekking heeft op belastingschulden die zijn ontstaan vóór de aanvang van de huwelijkse periode dan wel de gezamenlijke huishouding. Het toe te passen normbedrag is in dit geval afhankelijk van de omstandigheden het normbedrag voor een alleenstaande dan wel het normbedrag voor een alleenstaande ouder (zie artikel 16 van de regeling).
De verantwoordelijkheid van de echtgenoot voor schulden van de belastingschuldige, wordt beperkt tot de (materiële) belastingschulden die stammen uit de huwelijkse periode dan wel uit de periode waarin de gezamenlijke huishouding is gevoerd. Dat kan tot gevolg hebben dat in voorkomende gevallen de belastingaanslag moet worden gesplitst. Het vermogen en de betalingscapaciteit van de echtgenoot van belastingschuldige, worden dus buiten beschouwing gelaten voor zover een door de belastingschuldige ingediend verzoek om kwijtschelding betrekking heeft op belastingschulden die zijn ontstaan vóór de aanvang van de huwelijkse periode dan wel de gezamenlijke huishouding. Het toe te passen normbedrag is in dit geval het normbedrag voor een alleenstaande of een alleenstaande ouder (zie artikel 16 van de regeling).
#### 26.2.11. Vakantiegeld en kwijtschelding voor particulieren
Tot het inkomen wordt ook het vakantiegeld gerekend. Het vakantiegeld wordt gesteld op 7% van de aan loonheffingen onderworpen inkomsten waarbij aanspraak bestaat op vakantiegeld.
Als uit het ingediende verzoekformulier blijkt, dan wel de ontvanger uit eigen wetenschap bekend is, dat het reëel genoten vakantiegeld meer of minder bedraagt dan 7%, wordt het reëel genoten vakantiegeld in aanmerking genomen. Zo is bijvoorbeeld sprake van een lager percentage dan 7 in het geval de belastingschuldige een bijstandsuitkering geniet. In dat geval moet dus worden uitgegaan van het percentage genoemd in artikel 19, derde lid, van de Wwb.
Als uit het ingediende verzoekformulier blijkt, dan wel de ontvanger uit eigen wetenschap bekend is, dat het reëel genoten vakantiegeld meer of minder bedraagt dan 7%, wordt het reëel genoten vakantiegeld in aanmerking genomen. Zo is bijvoorbeeld sprake van een lager percentage dan 7 in het geval de belastingschuldige een bijstandsuitkering geniet. In dat geval moet dus worden uitgegaan van het percentage genoemd in artikel 19, derde lid, van de Pw.
#### 26.2.12. Studiefinanciering en kwijtschelding voor particulieren
@ -2360,8 +2354,8 @@ Studenten in het hoger en middelbaar beroepsonderwijs hebben recht op een normbu
De inkomsten van een student worden gesteld op een forfaitair bedrag.
A. Voor studenten in het hoger onderwijs is dit het bedrag voor het normbudget voor levensonderhoud verminderd met een forfaitair bedrag voor boeken en leermiddelen groot € 58.
B. Voor studenten in het middelbaar beroepsonderwijs is dit het bedrag voor het normbudget voor levensonderhoud verminderd met een forfaitair bedrag voor boeken en leermiddelen groot € 51 en met het bedrag aan onderwijsretributie.
A. Voor studenten in het hoger onderwijs is dit het bedrag voor het normbudget voor levensonderhoud verminderd met een forfaitair bedrag voor boeken en leermiddelen groot € 61.
B. Voor studenten in het middelbaar beroepsonderwijs is dit het bedrag voor het normbudget voor levensonderhoud verminderd met een forfaitair bedrag voor boeken en leermiddelen groot € 53 en met het bedrag aan onderwijsretributie.
Als de belastingschuldige naast studiefinanciering beschikt over eigen inkomsten wordt eveneens uitgegaan van de forfaitaire inkomsten, zoals hiervoor berekend onder A en B. Als de daadwerkelijk genoten studiefinanciering (exclusief het ontvangen collegegeldkrediet voor studenten in het hoger onderwijs) en de eigen inkomsten uitstijgen boven de voor het desbetreffende huishoudtype maximaal geldende kosten van bestaan worden om de betalingscapaciteit te kunnen berekenen de navolgende formules gebruikt:
@ -2381,6 +2375,10 @@ Uitkeringen die worden ontvangen in het kader van bijzondere bijstand en die zij
De bijzondere (aanvullende) bijstand voor personen jonger dan 21 jaar, wordt daarentegen wél als inkomen in aanmerking genomen, evenals de ouderlijke bijdrage in geld die deze jongeren ontvangen. In dat geval is de bijzondere bijstand niet bestemd voor bestrijding van specifieke kosten waarin de reguliere bijstandsuitkering niet voorziet. De bijzondere bijstand voor jongeren dient ter aanvulling van de zeer lage bijstandsnorm, als de ouderlijke bijdrage die geacht wordt deze lage bijstandsnorm aan te vullen tot het niveau van de bijstandsnorm voor personen van 21 tot 65 jaar geheel of gedeeltelijk ontbreekt.
#### 26.2.13a. Persoonsgebonden budget en kwijtschelding voor particulieren
Verstrekkingen die worden ontvangen uit een persoonsgebonden budget voor specifieke kosten op het gebied van zorg, begeleiding of hulp en waarop geen aanspraak bestaat vanuit de zorgverzekering of de reguliere bijstand, worden niet als inkomen in aanmerking genomen.
#### 26.2.14. Betalingen op belastingschulden en kwijtschelding voor particulieren
Bij de berekening van het netto besteedbaar inkomen wordt geen rekening gehouden met belastingaanslagen die in de loop van de periode van twaalf maanden vanaf de datum waarop het verzoek is ingediend, nog zullen worden opgelegd.
@ -2389,7 +2387,7 @@ Tot betalingen op belastingschulden worden ook de betalingen gerekend die worden
#### 26.2.15. Woonlasten en kwijtschelding van belasting van voorhuwelijkse belastingschulden
Als het verzoek om kwijtschelding wordt gedaan voor belastingschulden die zijn ontstaan voor de aanvang van de huwelijkse periode, dan wel de gezamenlijke huishouding in de zin van artikel 3 Wwb (zie artikel 26.2.10 van deze leidraad), worden de woonlasten in aanmerking genomen tot ten hoogste 50% van het bedrag dat de uitkomst is van de berekening op grond van artikel 15, eerste lid, onderdeel b, van de regeling.
Als het verzoek om kwijtschelding wordt gedaan voor belastingschulden die zijn ontstaan voor de aanvang van de huwelijkse periode, dan wel de gezamenlijke huishouding in de zin van artikel 3 Pw (zie artikel 26.2.10 van deze leidraad), worden de woonlasten in aanmerking genomen tot ten hoogste 50% van het bedrag dat de uitkomst is van de berekening op grond van artikel 15, eerste lid, onderdeel b, van de regeling.
#### 26.2.15.a. Woonlasten van meerpersoonshuishoudens
@ -2397,7 +2395,7 @@ In het geval de belastingschuldige met tenminste twee personen van 18 jaar of ou
#### 26.2.16. Uitgaven in verband met onderhoudsverplichtingen en kwijtschelding voor particulieren
Naast de alimentatieverplichtingen wordt bij de berekening van het netto besteedbaar inkomen de daadwerkelijk betaalde onderhoudsbijdrage de bijdrage die een gemeente op grond van de Wwb van een ex-partner vordert in de kosten van bijstand in mindering gebracht.
Naast de alimentatieverplichtingen wordt bij de berekening van het netto besteedbaar inkomen de daadwerkelijk betaalde onderhoudsbijdrage de bijdrage die een gemeente op grond van de Pw van een ex-partner vordert in de kosten van bijstand in mindering gebracht.
#### 26.2.17. Kwijtschelding tijdens WSNP
@ -2411,11 +2409,11 @@ Van de kunstenaar die in het voorafgaande kalenderjaar geen Wik-uitkering heeft
#### 26.2.19. Normpremie ziektekostenverzekering begrepen in de bijstandsuitkering
De normpremie, bedoeld in artikel 2 van de Wet op de zorgtoeslag, voor zover is begrepen in de bijstandsnorm, bedraagt voor een alleenstaande of een alleenstaande ouder € 39 per maand en voor echtgenoten € 84 per maand.
De normpremie, bedoeld in artikel 2 van de Wet op de zorgtoeslag, voor zover is begrepen in de bijstandsnorm, bedraagt voor een alleenstaande of een alleenstaande ouder € 39 per maand en voor echtgenoten € 85 per maand.
#### 26.2.20. Onderhoud gezinsleden in het buitenland
De hier te lande alleenwonende gehuwde belastingschuldige die zijn in het buitenland verblijvende echtgenote en/of kinderen daadwerkelijk onderhoudt, wordt voor de berekening van de betalingscapaciteit niet als een alleenstaande aangemerkt. Uitgegaan wordt van het normbedrag voor echtgenoten in de zin van artikel 3 Wwb. Als huur wordt de hier te lande betaalde huur in aanmerking genomen. Door toepassing van het normbedrag voor echtgenoten in de zin van artikel 3 Wwb, wordt in het kwijtscheldingsbeleid op forfaitaire wijze rekening gehouden met de bedragen die de buitenlandse werknemer aan zijn bloed- of aanverwanten overmaakt voor de kosten van levensonderhoud. Met de werkelijke bedragen die de buitenlandse belastingschuldige overmaakt, wordt geen rekening gehouden.
De hier te lande alleenwonende gehuwde belastingschuldige die zijn in het buitenland verblijvende echtgenote en/of kinderen daadwerkelijk onderhoudt, wordt voor de berekening van de betalingscapaciteit niet als een alleenstaande aangemerkt. Uitgegaan wordt van het normbedrag voor echtgenoten in de zin van artikel 3 Pw. Als huur wordt de hier te lande betaalde huur in aanmerking genomen. Door toepassing van het normbedrag voor echtgenoten in de zin van artikel 3 Pw, wordt in het kwijtscheldingsbeleid op forfaitaire wijze rekening gehouden met de bedragen die de buitenlandse werknemer aan zijn bloed- of aanverwanten overmaakt voor de kosten van levensonderhoud. Met de werkelijke bedragen die de buitenlandse belastingschuldige overmaakt, wordt geen rekening gehouden.
### 26.3. Kwijtschelding van rijksbelastingen voor ondernemers
@ -2540,7 +2538,8 @@ In aansluiting op afdeling 4.4.3.van de Awb en artikel 27 van de wet beschrijft
stuiting van de verjaring;
schorsing van de verjaring;
afstand van verjaring;
rente en kosten en verjaring.
rente en kosten en verjaring;
verjaring van belastingteruggaven.
### 27.1. Versnelde invordering en verjaring
@ -2572,6 +2571,10 @@ De op een belastingaanslag belopen rente en kosten zijn onlosmakelijk met de bel
Na intreding van de verjaring maakt de ontvanger geen gebruik van de mogelijkheid om een belastingschuld in te vorderen door middel van een dagvaarding.
### 27.8. Verjaring van belastingteruggaven
Voor de verjaring van belastingteruggaven geldt eenzelfde verjaringstermijn als voor belastingschulden. Na verjaring ontstaat een natuurlijke verbintenis. De ontvanger zal een beroep op de verjaring doen, tenzij hij gerede twijfel heeft of de belastingaanslag aan de belastingschuldige is bekendgemaakt.
## 27a. Betalingskorting
In aansluiting op artikel 27a van de wet beschrijft dit artikel het beleid over de verlening van betalingskorting bij vermindering van de belastingaanslag.
@ -2645,6 +2648,10 @@ Kwijtschelding van uitsluitend invorderingsrente is niet mogelijk. De ontvanger
Er zijn in deze leidraad op artikel 28a en artikel 28b van de wet geen beleidsregels gemaakt.
## 28c
Er zijn in deze leidraad op artikel 28c van de wet geen beleidsregels gemaakt.
## 29
Er zijn in deze leidraad op artikel 29 van de wet geen beleidsregels gemaakt.
@ -2903,7 +2910,7 @@ Als afdrachten/betalingen redelijkerwijs niet kunnen worden toegerekend aan bepa
#### 34.8.2. Inlenersaansprakelijkheid en anoniementarief
De inlener is aansprakelijk voor de loonbelasting en premie volksverzekeringen die met toepassing van het anoniementarief (ex artikel 26b van de Wet op de loonbelasting 1964) zijn berekend en door de uitlener over het werk zijn verschuldigd.
De inlener is aansprakelijk voor de loonbelasting en premie volksverzekeringen die met toepassing van het anoniementarief (ex artikel 26b van de Wet op de loonbelasting 1964) zijn berekend en door de uitlener over het werk zijn verschuldigd. Dit geldt ook voor de premies werknemersverzekeringen en de inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet die zonder toepassing van het maximumpremieloon, respectievelijk het maximumbijdrageloon zijn berekend.
De ontvanger matigt de primaire aansprakelijkheid als:
@ -2928,6 +2935,8 @@ De administratie moet ook een adequate procedure bevatten aan de hand waarvan de
In het geval van matiging wordt bij de brutering van het loon althans voor zover het de loonbelasting en premie volksverzekeringen betreft gebruik gemaakt van een marginaal percentage. Het marginale tarief is de uitkomst van een berekening waarbij het (gewogen) gemiddelde tarief dat behoort bij de laagste (geknipte) tariefschijf ex artikel 20a juncto artikel 27, tweede lid, van de Wet op de loonbelasting 1964 wordt vermenigvuldigd met twee, vervolgens wordt geteld bij het tarief dat behoort bij de tweede tariefschijf (t.a.p.) waarna de som wordt gedeeld door drie. De loonbelasting/premie volksverzekeringen over de werkzaamheden waarvoor de aansprakelijkheid bestaat, wordt vervolgens berekend met toepassing van hetzelfde (marginale) percentage.
De berekening van de verschuldigde premies werknemersverzekeringen en de inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet vindt plaats alsof de identiteit van de arbeidskrachten waarvoor de inlener om matiging verzoekt op het moment van inhouding vaststond. De uitkomst van die berekening vormt het bedrag waarvoor de inlener na matiging aansprakelijk gesteld kan worden.
Vanwege het feit dat de matiging uitsluitend de betreffende inlener zelf aangaat en niet de positie van de inhoudingsplichtige of die van andere aansprakelijken voor de naheffingsaanslag beïnvloedt, wordt het voorgaande uitsluitend betrokken in de berekening als uiteengezet in het van overeenkomstige toepassing verklaarde artikel 35.5.1 en niet in de berekening als bedoeld in artikel 34.8.1 van deze leidraad.
Deze tariefmatiging die overigens niet van invloed is op de hoogte van de naheffingsaanslag vindt niet plaats als de inlener wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat de uitlener met anoniem personeel werkte. De beperking van de hoogte van de aansprakelijkheid blijft daardoor achterwege.
@ -2938,8 +2947,6 @@ Als de ontvanger voordat tot aansprakelijkstelling wordt overgegaan ten
Bij een daarop volgende aansprakelijkstelling van de inlener, zal de ontvanger het verhaalde bedrag vanwege het eerdere derdenbeslag op het bedrag van de aansprakelijkstelling in mindering brengen, als blijkt dat zowel het door het derdenbeslag getroffen bedrag ongeacht op welke belastingschuld dit bedrag is afgeboekt als de aansprakelijkheidsvordering van de ontvanger, beide betrekking hebben op dezelfde rechtsverhouding (de overeenkomst van inlening) tussen de inlener en de uitlener. De hier bedoelde vermindering wordt betrokken in de berekening als uiteengezet in artikel 35.5.1 van deze leidraad dat van overeenkomstige toepassing is verklaard, en niet in de berekening als bedoeld in artikel 34.8.1 van deze leidraad.
Als in verband met het voorgaande de aansprakelijke inlener onder wie derdenbeslag is gelegd, zich in zijn op grond van artikel 476a Rv af te leggen verklaring beroept op verrekening ter verzekering van zijn (voorwaardelijke) regresvordering op de uitlener, dan verklaart de ontvanger schriftelijk dat hij de inlener niet aansprakelijk zal houden voor de in totaal af te dragen geldsommen als gevolg van het derdenbeslag.
### 34.9. Latere brutering en inlenersaansprakelijkheid
De inlener is ook aansprakelijk voor de loonheffingen die verschuldigd zijn als gevolg van een latere brutering. Een latere brutering kan zich bijvoorbeeld voordoen als blijkt dat de uitlener de nageheven loonheffingen niet op zijn werknemer(s) heeft verhaald en dus voor eigen rekening neemt. De loonheffingen die als gevolg van dit 'voor eigen rekening nemen' verschuldigd zijn, worden aangemerkt als 'belasting ter zake van het werk'.
@ -3122,8 +3129,6 @@ Bij een daarop volgende aansprakelijkstelling van de aannemer, zal de ontvanger
De hierbedoelde vermindering wordt betrokken in de berekening als uiteengezet in artikel 35.5.1 van deze leidraad.
Als in verband met het voorgaande de aansprakelijke aannemer onder wie derdenbeslag is gelegd zich in zijn op grond van artikel 476a Rv af te leggen verklaring, beroept op verrekening ter verzekering van zijn (voorwaardelijke) regresvordering op de onderaannemer, dan verklaart de ontvanger schriftelijk dat hij de aannemer niet aansprakelijk zal stellen voor de in totaal af te dragen geldsommen als gevolg van het derdenbeslag.
### 35.8. (Niet-)verwijtbaarheid en ketenaansprakelijkheid
#### 35.8.1. Gehele keten moet niet-verwijtbaar zijn
@ -3154,7 +3159,7 @@ In de navolgende omstandigheden is sprake van verwijtbaarheid tenzij deze omstan
### 35.9. Het anoniementarief en ketenaansprakelijkheid
De aannemer is aansprakelijk voor de loonbelasting en premie volksverzekeringen die met toepassing van het anoniementarief (ex artikel 26b van de Wet op de loonbelasting 1964) zijn berekend en door zijn onderaannemer over het werk zijn verschuldigd.
De aannemer is aansprakelijk voor de loonbelasting en premie volksverzekeringen die met toepassing van het anoniementarief (ex artikel 26b van de Wet op de loonbelasting 1964) zijn berekend en door zijn onderaannemer over het werk zijn verschuldigd. Dit geldt ook voor de premies werknemersverzekeringen en de inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet die zonder toepassing van het maximumpremieloon, respectievelijk het maximumbijdrageloon zijn berekend.
De ontvanger matigt de primaire aansprakelijkheid als:
@ -3175,10 +3180,12 @@ De aannemer kan de identiteit van de werknemer aantonen door in zijn administrat
als dat van toepassing is, de aanwezigheid van een A1-verklaring, verblijfsvergunning, tewerkstellingsvergunning, notificatie of VAR-verklaring inclusief nummer en geldigheidsduur;
naam-, adres- en woonplaats van de onderaannemer.
De administratie moet ook een adequate procedure bevatten aan de hand waarvan de identificatie van de werknemer, de verificatie van het identiteitsbewijs en de vastlegging van de persoonsgegevens plaatsvindt. Deze procedure moet ten minste voldoen aan de bepalingen van de Wet bescherming persoonsgegevens en de Richtsnoeren van het College Bescherming Persoonsgegevens. In dat geval zal de ontvanger de hoogte van de aansprakelijkheid voor de betreffende inlener verlagen aan de hand van herrekeningsregels. Deze verlaging kan al plaatsvinden ten tijde van de aansprakelijkstelling, maar ook in de bezwaar- of (hoger) beroepfase. Dit gebeurt aan de hand van de volgende herrekeningsregels.
De administratie moet ook een adequate procedure bevatten aan de hand waarvan de identificatie van de werknemer, de verificatie van het identiteitsbewijs en de vastlegging van de persoonsgegevens plaatsvindt. Deze procedure moet ten minste voldoen aan de bepalingen van de Wet bescherming persoonsgegevens en de Richtsnoeren van het College Bescherming Persoonsgegevens. In dat geval zal de ontvanger de hoogte van de aansprakelijkheid voor de betreffende aannemer verlagen aan de hand van herrekeningsregels. Deze verlaging kan al plaatsvinden ten tijde van de aansprakelijkstelling, maar ook in de bezwaar- of (hoger) beroepfase. Dit gebeurt aan de hand van de volgende herrekeningsregels.
In het geval van matiging wordt bij de brutering van het loon - althans voor zover het de loonbelasting en premie volksverzekeringen betreft - gebruik gemaakt van een marginaal percentage. Het marginale tarief is de uitkomst van een berekening waarbij het (gewogen) gemiddelde tarief dat behoort bij de laagste (geknipte) tariefschijf ex artikel 20a juncto artikel 27, tweede lid, van de Wet op de loonbelasting 1964 wordt vermenigvuldigd met twee, vervolgens wordt geteld bij het tarief dat behoort bij de tweede tariefschijf (t.a.p.) waarna de som wordt gedeeld door drie. De loonbelasting/premie volksverzekeringen over de werkzaamheden waarvoor de aansprakelijkheid bestaat, wordt vervolgens berekend met toepassing van hetzelfde (marginale) percentage.
De berekening van de verschuldigde premies werknemersverzekeringen en de inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet vindt plaats alsof de identiteit van de werknemers waarvoor de aannemer om matiging verzoekt op het moment van inhouding vaststond. De uitkomst van die berekening vormt het bedrag waarvoor de aannemer na matiging aansprakelijk gesteld kan worden.
Vanwege het feit dat de matiging uitsluitend de betreffende aannemer zelf aangaat, en niet de positie van de inhoudingsplichtige of die van andere aansprakelijken voor de naheffingsaanslag beïnvloedt, wordt het voorgaande uitsluitend betrokken in de berekening als uiteengezet in artikel 35.5.1 van deze leidraad.
Deze tariefmatiging die overigens niet van invloed is op de hoogte van de naheffingsaanslag vindt niet plaats als de aannemer wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat de onderaannemer met anoniem personeel werkte. De beperking van de hoogte van de aansprakelijkheid blijft daardoor achterwege.
@ -3428,7 +3435,7 @@ Een verzoek om uitstel van betaling in verband met bezwaar, beroep of hoger bero
Bij een verzoek om uitstel van betaling in verband met een ingediend bezwaarschrift of beroepschrift (in hoger beroep) tegen een naheffingsaanslag als bedoeld in artikel 7, tweede lid, van het besluit, moet voor het niet betwiste deel van de belastingaanslag (zo nodig op de gebruikelijke wijze) afzonderlijk worden gemeld dat de rechtspersoon niet in staat is dit deel van de naheffingsaanslag te voldoen.
Als uitstel van betaling is verleend in verband met een tijdig ingediend bezwaarschrift of beroepschrift (in hoger beroep) kan als uitspraak is gedaan op het bezwaarschrift of op het beroepschrift is beslist betalingsonmacht voor het niet toegewezen bedrag alsnog binnen veertien dagen na de dagtekening van de beslissing op het bezwaar of beroep bij de ontvanger worden gemeld.
Als uitstel van betaling is verleend in verband met bezwaar, beroep of hoger beroep kan als uitspraak is gedaan op het bezwaarschrift of op het beroepschrift is beslist betalingsonmacht voor het niet toegewezen bedrag alsnog binnen veertien dagen na de dagtekening van de beslissing op het bezwaar of beroep bij de ontvanger worden gemeld.
#### 36.5.6. Surseance en melding betalingsonmacht
@ -3436,7 +3443,7 @@ Als aan een rechtspersoon surseance van betaling is verleend, blijft de meldings
#### 36.5.7. Faillissement en melding betalingsonmacht
Als de meldingstermijn afloopt op of na de faillissementsdatum hoeft geen melding van betalingsonmacht meer plaats te vinden. De ontvanger heeft in dat geval bij een eventuele aansprakelijkstelling een bewijslast alsof rechtsgeldig is gemeld.
Als de meldingstermijn afloopt op of na de faillissementsdatum hoeft geen melding van betalingsonmacht meer plaats te vinden. De ontvanger heeft in dat geval bij een eventuele aansprakelijkstelling een bewijslast alsof rechtsgeldig is gemeld. Het voorgaande is niet van toepassing als sprake is van een naheffingsaanslag waarvoor het lichaam of de bestuurder geen melding kan doen omdat sprake is van opzet of grove schuld als bedoeld in artikel 7, tweede lid, van het besluit.
Als een tijdige schriftelijke melding is gedaan en de ontvanger voorafgaand aan het faillissement om ontbrekende informatie dan wel nadere gegevens en inlichtingen of gegevensdragers heeft gevraagd (als bedoeld in de artikelen 36.5.9 tot en met 36.5.11 van deze leidraad) en het faillissement wordt uitgesproken voordat de gestelde termijn verstrijkt, dan wordt de melding als rechtsgeldig aangemerkt. Het lichaam hoeft de gevraagde gegevens niet meer te verstrekken.
@ -3498,7 +3505,7 @@ De ontvanger maakt in alle bovenstaande situaties zijn beslissing binnen acht we
De geldigheidsduur vangt aan op de datum van ontvangst van de (uiteindelijk) als rechtsgeldig beoordeelde mededeling van betalingsonmacht.
Als de toestand van betalingsonmacht blijft voortduren, dan hoeft dit voor de belasting die na de melding op aangifte verschuldigd wordt en de vervallen naheffingsaanslagen niet opnieuw te worden gemeld. De toestand van betalingsonmacht als bedoeld in de tweede volzin eindigt in beginsel eerst vanaf het tijdstip waarop de naheffingsaanslagen waarvoor de melding heeft plaatsgevonden, zijn betaald. Dit is alleen anders als naar het oordeel van de ontvanger feitelijk geen sprake meer is van een toestand van betalingsonmacht omdat afdracht en voldoening op aangifte zijn hervat. In dat geval herleeft de meldingsplicht op voorwaarde dat de ontvanger het lichaam daarover tijdig en schriftelijk heeft geïnformeerd.
Als de toestand van betalingsonmacht blijft voortduren, dan hoeft dit voor de belasting die na de melding op aangifte verschuldigd wordt en de vervallen naheffingsaanslagen niet opnieuw te worden gemeld. De vorige volzin geldt niet voor belasting die het lichaam na de melding verschuldigd wordt en waarvoor de inspecteur een naheffingsaanslag oplegt omdat niet of niet tijdig aangifte is gedaan. De toestand van betalingsonmacht als bedoeld in de tweede volzin eindigt in beginsel eerst vanaf het tijdstip waarop de naheffingsaanslagen waarvoor de melding heeft plaatsgevonden, zijn betaald. Dit is alleen anders als naar het oordeel van de ontvanger feitelijk geen sprake meer is van een toestand van betalingsonmacht omdat afdracht en voldoening op aangifte zijn hervat. In dat geval herleeft de meldingsplicht op voorwaarde dat de ontvanger het lichaam daarover tijdig en schriftelijk heeft geïnformeerd.
#### 36.5.13. Driejaarsperiode bij doorlopende melding betalingsonmacht
@ -3738,12 +3745,12 @@ Als voor een belastingaanslag ten name van een overledene niet meer tegen de gez
Er kan ook aanleiding bestaan een gering restbedrag op tactische gronden buiten invordering te laten.
## 48a. Aansprakelijkheid van derden voor uitbetaalde bedragen inkomstenbelasting of omzetbelasting
## 48a. Aansprakelijkheid van derden voor uitbetaalde bedragen inkomstenbelasting
In aansluiting op artikel 48a van de wet beschrijft dit artikel het beleid dat de ontvanger hanteert bij de toepassing van de wettelijke aansprakelijkheid van derden voor belastingaanslagen die samenhangen met bedragen inkomstenbelasting of omzetbelasting die zijn uitbetaald op een bankrekening waarover die derde heeft kunnen beschikken.
In aansluiting op artikel 48a van de wet beschrijft dit artikel het beleid dat de ontvanger hanteert bij de toepassing van de wettelijke aansprakelijkheid van derden voor belastingaanslagen die samenhangen met bedragen inkomstenbelasting die zijn uitbetaald op een bankrekening waarover die derde heeft kunnen beschikken.
1. In afwijking van artikel 49.6 van deze leidraad zoekt de ontvanger als er een vermoeden van fraude is, eerst verhaal bij de aansprakelijkgestelde. Pas als blijkt dat dat onvoldoende is, zoekt de ontvanger verhaal bij de belastingschuldige.
2. Als de ontvanger inkomstenbelasting of omzetbelasting heeft uitbetaald aan:
2. Als de ontvanger inkomstenbelasting heeft uitbetaald aan:
een lid van de NVVK in het kader van een schuldregelingsovereenkomst in de zin van de Gedragscode Schuldregeling of een overeenkomst tot budgetbeheer in de zin van de Gedragscode Budgetbeheer van de NVVK;
een gemeente in het kader van een schuldregelingsovereenkomst in de zin van de Gedragscode Schuldregeling of een overeenkomst tot budgetbeheer in de zin van de Gedragscode Budgetbeheer van de NVVK of overeenkomsten met dezelfde strekking;
@ -3759,10 +3766,10 @@ gaat de ontvanger alleen over tot aansprakelijkstelling als:
het aan opzet of grove schuld van de schuldhulpverlener, de gemeente, de derde, de curator of de bewindvoerder te wijten is dat onjuiste of onvolledige gegevens of inlichtingen zijn verstrekt die ten grondslag hebben gelegen aan de belastingaanslag, of
de schuldhulpverlener, de gemeente, de derde, de curator of de bewindvoerder financieel voordeel heeft gehad van de te hoge of onterecht uitbetaalde bedragen.
3. Als de ontvanger aan een derde inkomstenbelasting of omzetbelasting heeft uitbetaald van iemand die niet beschikt over een bankrekening op zijn naam en door zijn geestelijke of lichamelijke toestand niet in staat is om een bankrekening op zijn naam te openen, gaat de ontvanger alleen over tot aansprakelijkstelling als die derde:
3. Als de ontvanger aan een derde inkomstenbelasting heeft uitbetaald van iemand die niet beschikt over een bankrekening op zijn naam en door zijn geestelijke of lichamelijke toestand niet in staat is om een bankrekening op zijn naam te openen, gaat de ontvanger alleen over tot aansprakelijkstelling als die derde:
financieel voordeel heeft gehad van de te hoge of onterecht ontvangen toeslagen, of
wist of behoorde te weten dat de toeslag te hoog was of dat er geen recht bestond op de toeslag.
financieel voordeel heeft gehad van de te hoge of onterecht ontvangen teruggaaf inkomstenbelasting, of
wist of behoorde te weten dat de teruggaaf inkomstenbelasting te hoog was of dat er geen recht bestond op de teruggaaf inkomstenbelasting.
## 49. Formele bepalingen voor aansprakelijkstelling
@ -3853,7 +3860,7 @@ Tijdens de civiele procedure volgend op een betwisting op grond van het tot 1 d
Eveneens vindt tijdens de civiele procedure geen verrekening plaats van uit te betalen bedragen ten name van de aansprakelijkgestelde met een aansprakelijkheidsschuld. Bij vrees voor onverhaalbaarheid kan conservatoir beslag worden gelegd op het uit te betalen bedrag.
#### 49.9.1. Wijziging eis
#### 49.9.2. Wijziging eis
De ontvanger wijzigt zijn eis als in de fiscale procedure die de belastingschuldige voert een onherroepelijke uitspraak is gedaan met betrekking tot de hoogte van de belastingaanslag die leidt tot aanpassing van het bedrag van de aansprakelijkheidsschuld, en artikel 50, zesde lid, van de wet (oud) van toepassing is.
@ -3960,6 +3967,10 @@ In aansluiting op artikel 62 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over d
Artikel 62 van de wet strekt er niet toe de verklaring te toetsen die door de derde-beslagene tijdens de gerechtelijke verklaringsprocedure wordt afgelegd.
## 62bis
Er zijn in deze leidraad op artikel 62bis van de wet geen beleidsregels gemaakt.
## 62a
Er zijn in deze leidraad op artikel 62a van de wet geen beleidsregels gemaakt.
@ -4043,7 +4054,7 @@ Het verstrekken van andere informatie dan hiervoor genoemd, is in strijd met de
## 68. tot en met 72
Er zijn in deze leidraad op de artikelen 68, 69, 70, 70a, 70aa, 70ba, 70c, 70d, 71 en 72 van de wet geen beleidsregels gemaakt.
Er zijn in deze leidraad op de artikelen 68, 69, 70, 70a, 70aa, 70ba, 70c, 70d, 70e, 70f, 71 en 72 van de wet geen beleidsregels gemaakt.
## 73. Insolventieprocedures
@ -4233,11 +4244,9 @@ Als de ontvanger gebruik wil maken van de mogelijkheid tot verzet tegen de faill
#### 73.4.10. Beroep op regresrecht in faillissement
In het faillissement van een belastingschuldige kan een schuldenaar van de belastingschuldige als deze schuldenaar door de ontvanger aansprakelijk kan worden gesteld op grond van artikel 34, 35, 35a of 35b van de wet zich beroepen op een voorwaardelijke regresrecht. Door dit beroep kan de vordering niet worden geïnd.
Bij de afwikkeling van een faillissement door de curator kan vertraging ontstaan als schuldenaren van de failliet hoofdelijk aansprakelijk zijn voor diens belastingschulden. Om vertraging tegen te gaan en mogelijke patstellingen in de afwikkeling van het faillissement te voorkomen, kan (uitsluitend) de curator zich tot de ontvanger wenden met het verzoek om een besluit te nemen over het wel of niet aansprakelijk stellen van de schuldenaar van de belastingschuldige. De ontvanger moet het belang van de curator en de door deze vertegenwoordigde schuldeisers betrekken in de besluitvorming of hij tot aansprakelijkstelling zal overgaan.
Het beroep op het regresrecht vervalt als zeker is dat de ontvanger de schuldenaar van de belastingschuldige niet aansprakelijk stelt. In een dergelijke situatie kan (uitsluitend) de curator zich tot de ontvanger wenden met het verzoek om een besluit te nemen over het wel of niet aansprakelijk stellen van de schuldenaar van de belastingschuldige. De ontvanger moet het belang van de curator en de door deze vertegenwoordigde schuldeisers betrekken in de besluitvorming of hij tot aansprakelijkstelling zal overgaan.
De curator legt aan de ontvanger alle relevante gegevens met betrekking tot de voorwaardelijke regresvordering over. In ieder geval maakt de curator (ook kwantitatief) inzichtelijk, hoe groot het belang van de ontvanger is bij afwikkeling van de boedel mét en zónder inning van de vordering waarvoor een beroep op de voorwaardelijke regresvordering wordt gedaan.
De curator overlegt aan de ontvanger alle relevante gegevens met betrekking tot de vorderingen op de betreffende schuldenaren van de failliet. In ieder geval maakt de curator (ook kwantitatief) inzichtelijk, hoe groot het belang van de ontvanger is bij afwikkeling van de boedel mét en zónder inning van de vordering waarvoor een beroep op het regresrecht wordt gedaan.
De ontvanger verzendt de curator binnen tien dagen na ontvangst van de gegevens een ontvangstbevestiging. Als de ontvanger naar aanleiding van de verstrekte gegevens nadere informatie wenst, vermeldt hij dat in de ontvangstbevestiging. Ook geeft hij aan de redelijke termijn waarop de aanvullende gegevens moeten zijn verstrekt.
@ -4692,7 +4701,7 @@ Het voorgaande laat onverlet dat kwijtschelding wordt verleend dan wel kosten bu
### 75.11. Limitering betekeningskosten dwangbevel
Als op dezelfde dag aan een belastingschuldige meerdere ten name van die belastingschuldige gestelde dwangbevelen worden betekend en de betekeningskosten in totaal meer zouden bedragen dan € 11.461, zijn niet meer betekeningskosten verschuldigd dan € 11.461.
Als op dezelfde dag aan een belastingschuldige meerdere ten name van die belastingschuldige gestelde dwangbevelen worden betekend en de betekeningskosten in totaal meer zouden bedragen dan € 11.473, zijn niet meer betekeningskosten verschuldigd dan € 11.473.
## 76. Douane en invordering
@ -4941,7 +4950,7 @@ Het initiatief om tot verrekening over te gaan, zal in de regel liggen bij Belas
### 79.5a. Verrekening en beslagvrije voet
Als de belanghebbende door de verrekening van een voorschot huurtoeslag of zorgtoeslag of een voorlopige teruggaaf inkomstenbelasting een lager bedrag aan bestaansmiddelen overhoudt dan overeenkomt met de voor hem geldende beslagvrije voet, kan hij de Belastingdienst/Toeslagen verzoeken de verrekening ongedaan te maken voor zover hierdoor de beslagvrije voet is aangetast. Als de belanghebbende voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de beslagvrije voet is aangetast, zal de Belastingdienst/Toeslagen rekening houden met de beslagvrije voet bij de laatste verrekening die plaatsvond vóór de indiening van het verzoek en bij de daaropvolgende verrekeningen.
Als de belanghebbende door de verrekening van een voorschot huurtoeslag, zorgtoeslag of kindgebonden budget of een voorlopige teruggaaf inkomstenbelasting een lager bedrag aan bestaansmiddelen overhoudt dan overeenkomt met de voor hem geldende beslagvrije voet, kan hij de Belastingdienst/Toeslagen verzoeken de verrekening ongedaan te maken voor zover hierdoor de beslagvrije voet is aangetast. Als de belanghebbende voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de beslagvrije voet is aangetast, zal de Belastingdienst/Toeslagen rekening houden met de beslagvrije voet bij de laatste verrekening die plaatsvond vóór de indiening van het verzoek en bij de daaropvolgende verrekeningen.
Als sprake is van een notoire wanbetaler als bedoeld in artikel 19, tweede lid, van de wet, past de ontvanger de in de artikel 19, eerste lid, laatste volzin van de wet geregelde mogelijkheid tot doorbreking van de beslagvrije voet op overeenkomstige wijze toe. Het bepaalde in artikel 19.1.7 van deze leidraad is hierbij van toepassing.
@ -4984,7 +4993,7 @@ Als echter blijkt dat de betalingscapaciteit lager is dan € 20 per maand, maa
Als de belanghebbende wel over betalingscapaciteit beschikt, maar deze is niet voldoende om de toeslagenschuld af te lossen in 24 maanden, dan zal Belastingdienst/Toeslagen een regeling voor 24 maanden treffen, gebaseerd op die betalingscapaciteit. In de uitstelbeschikking zal worden opgenomen dat de regeling opnieuw wordt bezien na verloop van twaalf maanden.
Na twaalf maanden zal Belastingdienst/Toeslagen de belanghebbende opnieuw een vragenformulier toesturen. Als na ontvangst van het formulier een inkomensverbetering wordt geconstateerd, dan wordt het lopende uitstel ingetrokken en een nieuwe uitstelregeling getroffen op basis van het hogere bedrag van de betalingscapaciteit, gedurende de resterende twaalf maanden. Als een inkomensvermindering wordt geconstateerd, dan wordt een nieuwe uitstelregeling getroffen op basis van het lagere bedrag voor de resterende periode van twaalf maanden.
Na twaalf maanden kan Belastingdienst/Toeslagen de belanghebbende opnieuw een vragenformulier toesturen. Als na ontvangst van het formulier een inkomensverbetering wordt geconstateerd, dan wordt het lopende uitstel ingetrokken en een nieuwe uitstelregeling getroffen op basis van het hogere bedrag van de betalingscapaciteit, gedurende de resterende twaalf maanden. Als een inkomensvermindering wordt geconstateerd, dan wordt een nieuwe uitstelregeling getroffen op basis van het lagere bedrag voor de resterende periode van twaalf maanden.
### 79.8a. Toeslagschuld te wijten aan opzet of grove schuld
@ -5014,13 +5023,12 @@ Voor de toepassing van artikel 8 van de Uitvoeringsregeling Awir geldt het volge
de belanghebbende ter zake van de betreffende tegemoetkoming of het voorschot daarop bewust onjuiste gegevens heeft verstrekt;
de terugvordering anderszins aan opzet of grove schuld van de belanghebbende is te wijten; of
de terugvordering gepaard gaat met het opleggen van een boete.
In het geval van beroep, hoger beroep en cassatie geldt een met het voorgaande overeenkomend beleid met dien verstande dat de belanghebbende uitdrukkelijk om uitstel van betaling dient te vragen.
### 79.9b. Uitstel van betaling voor een bestuurlijke boete
De Belastingdienst/Toeslagen verleent uitstel van betaling voor een bestuurlijke boete in verband met een gemotiveerd bezwaar, beroep of hoger beroep tegen de bestuurlijke boete.
De Belastingdienst/Toeslagen kan uitstel van betaling verlenen voor een bestuurlijke boete in verband met een gemotiveerd bezwaar, beroep of hoger beroep tegen de bestuurlijke boete.
### 79.10. Aansprakelijkheid partner voor toeslagschuld
@ -5028,25 +5036,7 @@ De partner van de belanghebbende als bedoeld in artikel 3 Awir is op gro
Een nieuwe partner kan dus niet aansprakelijk worden gesteld voor een toeslagschuld die betrekking heeft op de periode waarin er nog geen sprake was van partnerschap.
### 79.11. Beslag door derden op toeslag
Derdenbeslag wordt gelegd onder de Staat der Nederlanden (het organisatieonderdeel Belastingdienst/Toeslagen). Dat organisatieonderdeel van de Belastingdienst is het bestuursorgaan dat op grond van de Awir is belast met de uitbetaling van de toeslagen.
Een gelegd beslag onder (de ontvanger van) de regiokantoren is niet rechtsgeldig. In die gevallen meldt (de ontvanger van) het regiokantoor op het verklaringsformulier geen toeslag verschuldigd te zijn en wordt voor nadere informatie verwezen naar Belastingdienst/Toeslagen.
### 79.12. Informatieverzoek gerechtdeurwaarder omtrent toeslag
Een gerechtsdeurwaarder die gerechtigd is beslag te leggen ten laste van een schuldenaar is bevoegd aan Belastingdienst/Toeslagen te vragen of er periodieke betalingen worden verricht aan de schuldenaar. Artikel 67.2 van deze leidraad is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de gerechtsdeurwaarder in zijn verzoek om informatie duidelijk moet maken dat hij handelt in opdracht van een schuldeiser die bevoegd is beslag te leggen op een toeslag.
### 79.13. Rijksadvocaat in civiele procedures over toeslagen
In de uitoefening van invorderingstaken door Belastingdienst/Toeslagen kan de Staat betrokken worden in een procedure voor de civiele rechter. In zaken waarin procesvertegenwoordiging verplicht is, zal de rijksadvocaat optreden als procesvertegenwoordiger.
### 79.14. Verzoekschriften aan andere instellingen
De Belastingdienst/Toeslagen houdt de invordering van de toeslagschuld aan als er een verzoekschrift is ingediend bij Zijne Majesteit de Koning, de Commissie voor de Verzoekschriften en Burgerinitiatieven uit de Tweede Kamer of de Commissie voor de Verzoekschriften uit de Eerste Kamer de Staten-Generaal, de Nationale Ombudsman of het Ministerie van Financiën. Als naar het oordeel van de Belastingdienst/Toeslagen aanwijzingen bestaan dat door het niet direct aanvangen of vervolgen van de invordering de belangen van de Staat worden geschaad, kunnen na voorafgaande toestemming van het ministerie toch invorderingsmaatregelen getroffen worden.
### 79.15. Aansprakelijkheid van derden voor uitbetaalde toeslagen
### 79.11. Aansprakelijkheid van derden voor uitbetaalde toeslagen
In aansluiting op artikel 33 van de Awir beschrijft dit artikel het beleid dat de Belastingdienst/Toeslagen hanteert bij de toepassing van de wettelijke aansprakelijkheid van derden voor terugvorderingen die samenhangen met toeslagen die zijn uitbetaald op een bankrekening waarover die derde heeft kunnen beschikken.
@ -5072,6 +5062,24 @@ gaat de Belastingdienst/Toeslagen alleen over tot aansprakelijkstelling als:
wist of behoorde te weten dat de toeslag te hoog was of dat er geen recht bestond op de toeslag.
5. Als er een vermoeden van fraude is, zoekt de Belastingdienst/Toeslagen eerst verhaal bij de aansprakelijkgestelde. Pas als blijkt dat dat onvoldoende is, zoekt de Belastingdienst/Toeslagen verhaal bij de belanghebbende.
### 79.12. Beslag door derden op toeslag
Derdenbeslag wordt gelegd onder de Staat der Nederlanden (het organisatieonderdeel Belastingdienst/Toeslagen). Dat organisatieonderdeel van de Belastingdienst is het bestuursorgaan dat op grond van de Awir is belast met de uitbetaling van de toeslagen.
Een gelegd beslag onder (de ontvanger van) de regiokantoren is niet rechtsgeldig. In die gevallen meldt (de ontvanger van) het regiokantoor op het verklaringsformulier geen toeslag verschuldigd te zijn en wordt voor nadere informatie verwezen naar Belastingdienst/Toeslagen.
### 79.13. Informatieverzoek gerechtdeurwaarder omtrent toeslag
Een gerechtsdeurwaarder die gerechtigd is beslag te leggen ten laste van een schuldenaar is bevoegd aan Belastingdienst/Toeslagen te vragen of er periodieke betalingen worden verricht aan de schuldenaar. Artikel 67.2 van deze leidraad is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de gerechtsdeurwaarder in zijn verzoek om informatie duidelijk moet maken dat hij handelt in opdracht van een schuldeiser die bevoegd is beslag te leggen op een toeslag.
### 79.14. Rijksadvocaat in civiele procedures over toeslagen
In de uitoefening van invorderingstaken door Belastingdienst/Toeslagen kan de Staat betrokken worden in een procedure voor de civiele rechter. In zaken waarin procesvertegenwoordiging verplicht is, zal de rijksadvocaat optreden als procesvertegenwoordiger.
### 79.15. Verzoekschriften aan andere instellingen
De Belastingdienst/Toeslagen houdt de invordering van de toeslagschuld aan als er een verzoekschrift is ingediend bij Zijne Majesteit de Koning, de Commissie voor de Verzoekschriften en Burgerinitiatieven uit de Tweede Kamer of de Commissie voor de Verzoekschriften uit de Eerste Kamer de Staten-Generaal, de Nationale Ombudsman of het Ministerie van Financiën. Als naar het oordeel van de Belastingdienst/Toeslagen aanwijzingen bestaan dat door het niet direct aanvangen of vervolgen van de invordering de belangen van de Staat worden geschaad, kunnen na voorafgaande toestemming van het ministerie toch invorderingsmaatregelen getroffen worden.
### Artikel 79.16
Als de Belastingdienst/Toeslagen, met gebruikmaking van de mogelijkheid in artikel 25, derde lid, van de Awir, toeslagen aan een derde uitbetaalt, stopt zij hiermee in de volgende situaties:
@ -5079,6 +5087,10 @@ Als de Belastingdienst/Toeslagen, met gebruikmaking van de mogelijkheid in artik
1. Op het moment dat de derde failliet is verklaard of hem surseance van betaling is verleend.
2. Als het faillissement van de derde is aangevraagd of door de derde aangifte tot faillietverklaring is gedaan.
### 79.17. Versnelde invordering toeslagen
Het beleid zoals beschreven in de artikelen 10 tot en met 10.7 van deze leidraad is van overeenkomstige toepassing op de versnelde invordering van toeslagen.
## 80. Invordering,
In dit artikel is beleid opgenomen met betrekking tot artikel 4:121 van de Awb en het moment van vaststelling van (naheffings)aanslagen.