2024-04-01 | BWBR0037866 | Besluit Erfgoedwet archeologie
This commit is contained in:
parent
f272994a66
commit
1a3f70e680
1 changed files with 56 additions and 2 deletions
|
|
@ -52,13 +52,13 @@ e. terreinen waar een opgraving door een certificaathouder of een opgraving op g
|
|||
|
||||
### Artikel 2.3
|
||||
|
||||
**1.** Het opgravingsverbod in artikel 5.1, eerste lid, van de wet, is niet van toepassing op een opgraving die wordt verricht door een vereniging die het behouden en beoefenen van archeologie als statutair doel heeft.
|
||||
**1.** Het opgravingsverbod in artikel 5.1, eerste lid, van de wet, is niet van toepassing op een opgraving in gemeentelijk ingedeeld gebied die wordt verricht door een vereniging die het behouden en beoefenen van archeologie als statutair doel heeft.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
De vrijstelling bedoeld in het eerste lid is slechts van toepassing indien:
|
||||
|
||||
a. het terreinen betreft waarvan het college van burgemeester en wethouders of, indien het een gebied betreft dat niet tot het grondgebied van een gemeente behoort, het bevoegd gezag voor een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet, heeft vastgesteld dat nader archeologisch onderzoek niet is vereist, en
|
||||
a. het terreinen betreft waarvan het college van burgemeester en wethouders heeft vastgesteld dat nader archeologisch onderzoek niet is vereist, en
|
||||
b. de vereniging niet in opdracht van een derde handelt.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
|
@ -79,6 +79,60 @@ c. een provinciaal monument of een voorbeschermd provinciaal monument als bedoel
|
|||
|
||||
**3.** De artikelen 5.4, eerste en tweede lid, en 5.6, van de wet, zijn van overeenkomstige toepassing op de in het eerste lid bedoelde opgravingen.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.5
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister kan aan een vereniging die het behouden en beoefenen van archeologie als statutair doel heeft, op aanvraag ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, van de wet, voor zover het betreft cultureel erfgoed onder water voor een periode van maximaal één jaar.
|
||||
|
||||
**2.** Artikel 5.4, eerste lid, en artikel 5.6 van de wet zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
De ontheffing ziet slechts op de volgende handelingen:
|
||||
|
||||
a. het meenemen van een archeologische vondst die acuut wordt bedreigd door natuurlijke processen;
|
||||
b. het meenemen van een archeologische vondst die dient ter identificatie van het archeologisch monument; of
|
||||
c. het verrichten van kleinschalige onderzoekshandelingen met zeer beperkte gevolgen voor de archeologische waarde van het archeologisch monument.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
De ontheffing is niet van toepassing op:
|
||||
|
||||
a. de gevallen, bedoeld in artikel 2.2, tweede lid, onder a tot en met e;
|
||||
b. een wrak van een militair vliegtuig;
|
||||
c. een wrak van een oorlogsschip, tenzij
|
||||
|
||||
1°. de vlaggenstaat hiervoor toestemming heeft verleend; of
|
||||
2°. de vlaggenstaat onbekend is; en
|
||||
d. gevallen waarin de vereniging in opdracht van een derde handelt.
|
||||
|
||||
**5.** Onze Minister kan aan een ontheffing voorschriften verbinden.
|
||||
|
||||
**6.** Onze Minister kan de ontheffing intrekken.
|
||||
|
||||
**7.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gegeven omtrent de aanvraag, wijziging, weigering en intrekking van een ontheffing alsmede ten aanzien van de voorschriften bedoeld in het vijfde lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.6
|
||||
|
||||
**1.** Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, van de wet, is niet van toepassing op een opgraving die wordt verricht in het kader van het verkrijgen van een certificaat, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, van de wet.
|
||||
|
||||
**2.** Artikel 5.4, eerste en tweede lid, en artikel 5.6 van de wet zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.7
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, van de wet, is niet van toepassing op een opgraving die door de Minister van Defensie wordt verricht met betrekking tot:
|
||||
|
||||
a. militaire vliegtuigwrakken;
|
||||
b. slachtoffers uit de Tweede Wereldoorlog; of
|
||||
c. niet-gesprongen explosieven.
|
||||
|
||||
**2.** Artikel 5.6, eerste en vierde lid, van de wet is van overeenkomstige toepassing op een opgraving bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel a.
|
||||
|
||||
**3.** De vrijstelling, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel a, is slechts van toepassing indien een archeologische waardering heeft plaatsgevonden.
|
||||
|
||||
**4.** Onze Minister en Onze Ministers van Defensie en van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties stellen een protocol vast over de werkwijze met betrekking tot de archeologische waardering.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 3. Nadere regels rond certificering
|
||||
|
||||
### Artikel 3.1
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue