From 1a4414be415051cf3b7e574e1cb82062185313cc Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Wed, 1 Jul 2015 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2015-07-01 | BWBR0015007 | Spoorwegwet --- wet/spoorwegwet/BWBR0015007/README.md | 161 ++++++++++++++------------ 1 file changed, 89 insertions(+), 72 deletions(-) diff --git a/wet/spoorwegwet/BWBR0015007/README.md b/wet/spoorwegwet/BWBR0015007/README.md index 32a6fc50bba..c9041bfd6a8 100644 --- a/wet/spoorwegwet/BWBR0015007/README.md +++ b/wet/spoorwegwet/BWBR0015007/README.md @@ -22,12 +22,14 @@ In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: - *Autoriteit Consument en Markt:* de Autoriteit Consument en Markt, genoemd in artikel 2, eerste lid, van de Instellingswet Autoriteit Consument en Markt; - *beheerder:* houder van een concessie als bedoeld in artikel 16, eerste lid; - *bevoegdheidsbewijs:* bevoegdheidsbewijs als bedoeld in artikel 3, onderdeel j, van richtlijn 2007/59/EG; +- *bijzondere spoorweg:* spoorweg die niet is aangewezen als lokale spoorweg op grond van artikel 2, tweede lid, van de Wet lokaal spoor, en niet als hoofdspoorweg op grond van artikel 2 van deze wet; - *capaciteit:* capaciteit van de hoofdspoorweginfrastructuur; - *gebruik van een hoofdspoorweg:* het met een spoorvoertuig rijden over of stilstaan op een hoofdspoorweg; - *gebruiksvergoeding:* vergoeding als bedoeld in artikel 8 van richtlijn 91/440/EEG en hoofdstuk 2 van richtlijn 2001/14/EG; - *gerechtigde:* gerechtigde als bedoeld in artikel 57; - *hoofdspoorweg:* op grond van artikel 2 als hoofdspoorweg aangewezen spoorweg; - *hoofdspoorweginfrastructuur:* spoorweginfrastructuur, waarbij de spoorwegen als hoofdspoorwegen zijn aangewezen; +- *houder van het spoorvoertuig:* de persoon of entiteit die eigenaar is van een spoorvoertuig of het recht heeft het te gebruiken, het exploiteert als vervoermiddel en als houder in het register, bedoeld in artikel 37, tweede lid, is ingeschreven; - *interoperabiliteitsonderdeel:* interoperabiliteitsonderdeel als bedoeld in artikel 2, onderdeel f, van richtlijn 2008/57/EG; - *kaderovereenkomst:* kaderovereenkomst als bedoeld in artikel 17 van richtlijn 2001/14/EG; - *keuringsinstantie:* instantie aangewezen op grond van artikel 93; @@ -51,14 +53,15 @@ In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt voorts verstaan onder: -- *richtlijn 91/440/EEG:* richtlijn nr. 91/440/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 29 juli 1991 betreffende de ontwikkeling van de spoorwegen in de Gemeenschap (PbEG L 237); -- *richtlijn 95/18/EG:* richtlijn nr. 95/18/EG van de Raad van de Europese Unie van 19 juni 1995 betreffende de verlening van vergunningen aan spoorwegondernemingen (PbEG L 143); -- *richtlijn 96/48/EG:* richtlijn nr. 96/48/EG van de Raad van de Europese Unie van 23 juli 1996 betreffende de interoperabiliteit van het transeuropees hogesnelheidsspoorwegsysteem (PbEG L 235); -- *richtlijn 2001/14/EG:* richtlijn nr. 2001/14/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 26 februari 2001 inzake de toewijzing van spoorweginfrastructuurcapaciteit en de heffing van rechten voor het gebruik van spoorweginfrastructuur (PbEG L 75); -- *richtlijn 2001/16/EG:* richtlijn nr. 2001/16/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 19 maart 2001 betreffende de interoperabiliteit van het conventionele trans-Europese spoorwegsysteem (PbEG L 110); -- *richtlijn 2004/49/EG:* richtlijn nr. 2004/49/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 29 april 2004 inzake de veiligheid op communautaire spoorwegen en tot wijziging van Richtlijn 95/18/EG van de Raad betreffende de verlening van vergunningen aan spoorwegondernemingen en van Richtlijn 2001/14/EG van de Raad inzake de toewijzing van spoorweginfrastructuurcapaciteit en de heffing van rechten voor het gebruik van spoorweginfrastructuur alsmede inzake veiligheidscertificering (Spoorwegveiligheidsrichtlijn) (PbEU L 220); -- *richtlijn 2007/59/EG:* richtlijn nr. 2007/59/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 23 oktober 2007 inzake de certificering van machinisten die locomotieven en treinen op het spoorwegsysteem van de Gemeenschap besturen (PbEU L 315); -- *richtlijn 2008/57/EG:* richtlijn nr. 2008/57/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 17 juni 2008 betreffende de interoperabiliteit van het spoorwegsysteem in de Gemeenschap (PbEU L 191). +- *richtlijn 91/440/EEG:* richtlijn nr. 91/440/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 29 juli 1991 betreffende de ontwikkeling van de spoorwegen in de Gemeenschap (PbEG L 237/25); +- *richtlijn 95/18/EG:* richtlijn nr. 95/18/EG van de Raad van de Europese Unie van 19 juni 1995 betreffende de verlening van vergunningen aan spoorwegondernemingen (PbEG L 143/70); +- *richtlijn 96/48/EG:* richtlijn nr. 96/48/EG van de Raad van de Europese Unie van 23 juli 1996 betreffende de interoperabiliteit van het transeuropees hogesnelheidsspoorwegsysteem (PbEG L 235/6); +- *richtlijn 2001/14/EG:* richtlijn nr. 2001/14/EG van het Europees parlement en de Raad van de Europese Unie van 26 februari 2001 inzake de toewijzing van spoorweginfrastructuurcapaciteit en de heffing van rechten voor het gebruik van spoorweginfrastructuur (PbEG L 75/29); +- *richtlijn 2001/16/EG:* richtlijn nr. 2001/16/EG van het Europees parlement en de Raad van de Europese Unie van 19 maart 2001 betreffende de interoperabiliteit van het conventionele trans-Europese spoorwegsysteem (PbEG L 110/1); +- *richtlijn 2004/49/EG:* richtlijn nr. 2004/49/EG van het Europees parlement en de Raad van de Europese Unie van 29 april 2004 inzake de veiligheid op communautaire spoorwegen en tot wijziging van Richtlijn 95/18/EG van de Raad betreffende de verlening van vergunningen aan spoorwegondernemingen en van Richtlijn 2001/14/EG van de Raad inzake de toewijzing van spoorweginfrastructuurcapaciteit en de heffing van rechten voor het gebruik van spoorweginfrastructuur alsmede inzake veiligheidscertificering (Spoorwegveiligheidsrichtlijn) (PbEU L 220/44); +- *richtlijn 2007/59/EG:* richtlijn nr. 2007/59/EG van het Europees parlement en de Raad van de Europese Unie van 23 oktober 2007 inzake de certificering van machinisten die locomotieven en treinen op het spoorwegsysteem van de Gemeenschap besturen (PbEU L 315/51); +- *richtlijn 2008/57/EG:* richtlijn nr. 2008/57/EG van het Europees parlement en de Raad van de Europese Unie van 17 juni 2008 betreffende de interoperabiliteit van het spoorwegsysteem in de Gemeenschap (PbEU L 191/1); +- *richtlijn 2012/34/EU:* richtlijn 2012/34/EU van het Europees parlement en de Raad van 21 november 2012 tot instelling van één Europese spoorwegruimte (PbEU 2012, L 343/32). ### Artikel 2 @@ -158,11 +161,13 @@ e. voldoen aan de eisen, bedoeld in artikel 15, eerste en tweede lid, van richtl **3.** Onze Minister kan op aanvraag, met inachtneming van artikel 9 van richtlijn 2008/57/EG, een of meer technische specificaties inzake interoperabiliteit geheel of gedeeltelijk buiten toepassing laten. -**4.** Het voldoen aan de specificaties, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, en aan de regels, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, blijkt uit een geldig afgegeven EG-keuringsverklaring als bedoeld in artikel 18 van richtlijn 2008/57/EG. +**4.** Onze Minister kan op aanvraag voorafgaand aan vergunningverlening als bedoeld in het eerste lid ontheffing verlenen van het in het eerste lid genoemde verbod. De ontheffing kan onder beperkingen worden verleend. Aan de ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden. -**5.** Het voldoen aan de regels, bedoeld in het tweede lid, onderdelen c en d, blijkt uit een geldige verklaring van een aangemelde instantie of van een keuringsinstantie. +**5.** Het voldoen aan de specificaties, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, en aan de regels, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, blijkt uit een geldig afgegeven EG-keuringsverklaring als bedoeld in artikel 18 van richtlijn 2008/57/EG. -**6.** Onze Minister kan op aanvraag onder bij ministeriële regeling te geven voorwaarden en beperkingen, met inachtneming van artikel 1, derde lid, van richtlijn 2008/57/EG, ontheffing verlenen van het tweede lid. +**6.** Het voldoen aan de regels, bedoeld in het tweede lid, onderdelen c en d, blijkt uit een geldige verklaring van een aangemelde instantie of van een keuringsinstantie. + +**7.** Onze Minister kan op aanvraag, met inachtneming van artikel 1, derde lid, van richtlijn 2008/57/EG, ontheffing verlenen van de technische specificaties, de regels of de eisen, bedoeld in het tweede lid. De ontheffing kan onder beperkingen worden verleend. Aan de ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld ter omschrijving van hoofdspoorwegen waarvoor de ontheffing mogelijk is, met het oog op het veilig gebruik van hoofdspoorwegen en over de procedures die bij ontheffingverlening kunnen gelden. ### Artikel 9 @@ -177,11 +182,13 @@ b. een vergunning dan wel nieuwe vergunning voor indienststelling, indien Onze M **3.** Onze Minister eist op basis van het informatiedossier, bedoeld in het tweede lid, een vergunning respectievelijk een nieuwe vergunning voor indienststelling, indien de omvang van de voorgenomen verbetering of vernieuwing of de mogelijke gevolgen voor de veiligheid van een betrokken subsysteem dat noodzakelijk maakt of maken. -**4.** Artikel 8, tweede, derde en zesde lid en het krachtens artikel 8, zesde lid, bepaalde zijn van toepassing op de verlening van de vergunning respectievelijk van de nieuwe vergunning voor indienststelling, bedoeld in het derde lid, met dien verstande dat die leden van dat artikel toepassing vinden op de verbetering of vernieuwing. +**4.** Artikel 8, tweede, derde en zevende lid en het krachtens artikel 8, zevende lid, bepaalde zijn van toepassing op de verlening van de vergunning respectievelijk van de nieuwe vergunning voor indienststelling, bedoeld in het derde lid, met dien verstande dat die leden van dat artikel toepassing vinden op de verbetering of vernieuwing. **5.** Onze Minister kan op aanvraag op andere gronden dan genoemd in artikel 9, eerste lid, van richtlijn 2008/57/EG, met inachtneming van artikel 20 van die richtlijn, een of meer technische specificaties inzake interoperabiliteit, geheel of gedeeltelijk buiten toepassing laten. -**6.** Het voldoen van het verbeterde of vernieuwde subsysteem aan de krachtens het vierde lid geldende eisen blijkt uit de toetsing van een aangemelde instantie of van een keuringsinstantie. +**6.** Onze Minister kan op aanvraag voorafgaand aan vergunningverlening als bedoeld in het eerste lid ontheffing verlenen van het in het eerste lid genoemde verbod. De ontheffing kan onder beperkingen worden verleend. Aan de ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden. + +**7.** Het voldoen van het verbeterde of vernieuwde subsysteem aan de krachtens het vierde lid geldende eisen blijkt uit de toetsing van een aangemelde instantie of van een keuringsinstantie. ### Artikel 10 @@ -193,11 +200,11 @@ Vervallen ### Artikel 12 -**1.** Een EG-keuringsverklaring als bedoeld in artikel 8, vierde lid, voldoet aan bijlage V van richtlijn 2008/57/EG. +**1.** Een EG-keuringsverklaring als bedoeld in artikel 8, vijfde lid, voldoet aan bijlage V van richtlijn 2008/57/EG. -**2.** De afgifte van een EG-keuringsverklaring als bedoeld in artikel 8, vierde lid, geschiedt in overeenstemming met artikel 18 en bijlage VI van richtlijn 2008/57/EG. +**2.** De afgifte van een EG-keuringsverklaring als bedoeld in artikel 8, vijfde lid, geschiedt in overeenstemming met artikel 18 en bijlage VI van richtlijn 2008/57/EG. -**3.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over de afgifte van de EG-keuringsverklaring, bedoeld in artikel 8, vierde lid en de verklaring, bedoeld in artikel 8, vijfde lid. +**3.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over de afgifte van de EG-keuringsverklaring, bedoeld in artikel 8, vijfde lid en de verklaring, bedoeld in artikel 8, zesde lid. **4.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over de verlening en regels over de aanvraag van de vergunning voor indienststelling, bedoeld in artikel 8, eerste lid, en van de vergunning of nieuwe vergunning voor indienststelling, bedoeld in artikel 9, derde lid. @@ -205,13 +212,13 @@ Vervallen Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over het registeren of bewaren van gegevens over: -a. de afgifte van de EG-keuringsverklaring, bedoeld in artikel 8, vierde lid; -b. de afgifte van de verklaring, bedoeld in artikel 8, vijfde lid, of artikel 9, zesde lid, en +a. de afgifte van de EG-keuringsverklaring, bedoeld in artikel 8, vijfde lid; +b. de afgifte van de verklaring, bedoeld in artikel 8, zesde lid, of artikel 9, zevende lid, en c. de aanvraag en de verlening van de vergunning voor indienststelling, bedoeld in artikel 8, eerste lid, en van de vergunning voor indienststelling of van de nieuwe vergunning voor indienststelling, bedoeld in artikel 9, derde lid. ### Artikel 13 -Het is verboden een EG-keuringsverklaring als bedoeld in artikel 8, vierde lid, af te geven indien de desbetreffende subsystemen niet blijkens een geldige verklaring van een aangemelde instantie voldoen aan artikel 8, tweede lid, onderdelen a en b. +Het is verboden een EG-keuringsverklaring als bedoeld in artikel 8, vijfde lid, af te geven indien de desbetreffende subsystemen niet blijkens een geldige verklaring van een aangemelde instantie voldoen aan artikel 8, tweede lid, onderdelen a en b. ### Artikel 14 @@ -221,7 +228,7 @@ Vervallen Vervallen -### Paragraaf 4. Beheer van hoofdspoorwegen +### Paragraaf 4. Beheer van hoofdspoorweginfrastructuur ### Artikel 16 @@ -229,9 +236,9 @@ Vervallen Onze Minister verleent een of meer concessies voor het beheer van de hoofdspoorweginfrastructuur. Het beheer omvat de zorg voor: -a. de kwaliteit, betrouwbaarheid en beschikbaarheid van de infrastructuur; -b. een eerlijke, niet-discriminerende verdeling van de capaciteit van de infrastructuur zowel ten behoeve van de beheerder als ten behoeve van spoorwegondernemingen; -c. het leiden van het verkeer over de infrastructuur. +a. de kwaliteit, betrouwbaarheid en beschikbaarheid van die infrastructuur; +b. een eerlijke, niet-discriminerende verdeling van de capaciteit van die infrastructuur zowel ten behoeve van de beheerder als ten behoeve van spoorwegondernemingen; +c. het leiden van het verkeer over die infrastructuur. **2.** Een concessie bevat een beschrijving van de werkzaamheden waarvoor de concessie wordt verleend. @@ -247,16 +254,16 @@ c. het leiden van het verkeer over de infrastructuur. Onze Minister verleent op aanvraag een veiligheidsvergunning aan de beheerder, indien hij beschikt over een veiligheidsbeheersysteem dat: -a. voldoet aan artikel 9, tweede lid, en bijlage III van richtlijn 2004/49/EG, - -en +a. voldoet aan artikel 9, eerste, tweede en derde lid, van richtlijn 2004/49/EG; b. op zodanige wijze is geoperationaliseerd dat het een veilig beheer en gebruik van hoofdspoorweginfrastructuur mogelijk maakt. **3.** Een veiligheidsvergunning is ten hoogste vijf jaar geldig. **4.** Onze Minister trekt een veiligheidsvergunning in, indien het veiligheidsbeheersysteem van de beheerder niet meer voldoet aan het tweede lid. -**5.** +**5.** De beheerder gebruikt het veiligheidsbeheersysteem, bedoeld in het tweede lid, bij de uitvoering van de taken, bedoeld in het eerste lid, ter beheersing van alle uit die taken voortvloeiende risico’s. + +**6.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gegeven over de uitvoering van dit artikel, waaronder: @@ -265,21 +272,25 @@ b. nadere regels ten aanzien het veiligheidsbeheersysteem. ### Artikel 16b -**1.** Een beheerder houdt een register van infrastructuurvoorzieningen dat voldoet aan artikel 35 van richtlijn 2008/57/EG. +**1.** Een beheerder houdt een register van de spoorweginfrastructuur dat voldoet aan artikel 35 van richtlijn 2008/57/EG. -**2.** Een beheerder stelt jaarlijks een verslag op met betrekking tot de spoorwegveiligheid dat voldoet aan artikel 9, vierde lid, van richtlijn 2004/49/EG en zendt dat verslag voor 1 juli aan Onze Minister. +**2.** Een beheerder houdt en publiceert het register, bedoeld in het eerste lid, overeenkomstig bij ministeriële regeling te bepalen regels. + +**3.** Een beheerder stelt jaarlijks een verslag op met betrekking tot de spoorwegveiligheid dat voldoet aan artikel 9, vierde lid, van richtlijn 2004/49/EG en zendt dat verslag voor 1 juli aan Onze Minister. ### Artikel 17 **1.** -Aan de concessie worden in elk geval voorschriften, onder meer houdende prestatie-indicatoren, verbonden om te waarborgen dat: +Aan de concessie worden in elk geval voorschriften verbonden om te waarborgen dat: a. de hoofdspoorweginfrastructuur in goede staat verkeert en geschikt is voor het verkeer of ander gebruik waarvoor zij bestemd is; b. de hoofdspoorweginfrastructuur veilig en doelmatig bereden kan worden zonder overmatige slijtage aan spoorvoertuigen; c. de risico's van het gebruik en beheer voor de veiligheid van de hoofdspoorweginfrastructuur worden geanalyseerd en dat passende maatregelen worden genomen, waaronder het zo nodig buiten dienst stellen van een gedeelte van de hoofdspoorweg, om deze risico's afdoende te beheersen, waarbij rekening wordt gehouden met de specifieke vereisten van de te verwachten bedrijfsvoering en de stand der techniek; d. voldaan wordt aan de richtlijnen 91/440/EEG en 2001/14/EG; -e. de beheerder financieel draagkrachtig en beroepsbekwaam is. +e. de beheerder financieel draagkrachtig en beroepsbekwaam is; + +De voorschriften, bedoeld in de onderdelen a tot en met e, kunnen betrekking hebben op door de beheerder op grond van de concessie te leveren prestaties. **2.** @@ -420,13 +431,15 @@ Deze paragraaf geldt onverkort voor de rechthebbende ten aanzien van de onder of ### Artikel 26 -**1.** De rechthebbende ten aanzien van een rechtstreeks aan de hoofdspoorweg gelegen station draagt ervoor zorg dat reizigers, gehandicapten daaronder begrepen, via de in het station aanwezige hallen, tunnels, trappen en liften, met logische en overzichtelijke routes, een veilige en adequate toegang hebben tot perrons en spoorvoertuigen. +**1.** De rechthebbende ten aanzien van een rechtstreeks aan de hoofdspoorweg gelegen station draagt ervoor zorg dat reizigers via de in het station aanwezige hallen, tunnels, trappen en liften, met logische en overzichtelijke routes, een veilige en adequate toegang hebben tot perrons en spoorvoertuigen. -**2.** Onder station wordt in het eerste lid verstaan: een gebouw of werk dat blijkens zijn constructie en inrichting geheel of gedeeltelijk is bestemd voor aankomst en vertrek van spoorvoertuigen met het oog op het in-, uit- of overstappen van reizigers. +**2.** De verplichtingen van een rechthebbende op grond van het eerste lid omvatten met betrekking tot gehandicapte personen en personen met beperkte mobiliteit de naleving van artikel 21 van Verordening (EU) nr. 1371/ 2007 van het Europees parlement en de Raad van 23 oktober 2007 betreffende de rechten en verplichtingen van reizigers in het treinverkeer (PbEU 2007, L 315). -**3.** Indien de veilige en adequate toegang tot perrons, laad- of losplaatsen of spoorvoertuigen in het gedrang komt of dreigt te komen, geeft Onze Minister aan de betrokken rechthebbende een bindende aanwijzing ter waarborging van die toegang. Tevens kan Onze Minister aan de betrokken rechthebbende een bindende aanwijzing geven met betrekking tot fysieke voorzieningen ter bevordering van de sociale veiligheid op de stations. +**3.** Onder station wordt in het eerste lid verstaan: een gebouw of werk dat blijkens zijn constructie en inrichting geheel of gedeeltelijk is bestemd voor aankomst en vertrek van spoorvoertuigen met het oog op het in-, uit- of overstappen van reizigers. -**4.** Desgevraagd adviseert de beheerder Onze Minister over de toepassing van het derde lid. +**4.** Indien de veilige en adequate toegang tot perrons, laad- of losplaatsen of spoorvoertuigen in het gedrang komt of dreigt te komen, geeft Onze Minister aan de betrokken rechthebbende een bindende aanwijzing ter waarborging van die toegang. Tevens kan Onze Minister aan de betrokken rechthebbende een bindende aanwijzing geven met betrekking tot fysieke voorzieningen ter bevordering van de sociale veiligheid op de stations. + +**5.** Desgevraagd adviseert de beheerder Onze Minister over de toepassing van het vierde lid. ## Hoofdstuk 3. Het spoorwegbedrijf @@ -514,20 +527,18 @@ b. een B-certificaat voor de voorzieningen die de spoorwegonderneming overeenkom **1.** Het veiligheidscertificaat is ten hoogste vijf jaar geldig. -**2.** Aan het veiligheidscertificaat kunnen beperkingen en voorschriften worden verbonden in het belang van de veiligheid op en in de directe nabijheid van de spoorweg. +**2.** Aan het veiligheidscertificaat kunnen beperkingen en voorschriften worden verbonden in het belang van de veiligheid op en in de directe nabijheid van de hoofdspoorweg. **3.** Onze Minister kan het veiligheidscertificaat schorsen of intrekken: a. wegens handelen in strijd met dit hoofdstuk; -b. in het belang van de veiligheid op en in de directe nabijheid van de spoorweg; +b. in het belang van de veiligheid op en in de directe nabijheid van de hoofdspoorweg; c. indien de bedrijfsvergunning van de certificaathouder is geschorst of ingetrokken; d. indien het certificaat, bedoeld in artikel 32, tweede lid, door een daartoe bevoegde instantie in een andere lidstaat van de Europese Unie is ingetrokken. -**4.** Onze Minister kan het veiligheidscertificaat of de daaraan verbonden beperkingen en voorschriften ambtshalve of op aanvraag wijzigen, met inachtneming van het belang van de veiligheid op en in de directe nabijheid van de spoorweg. - -**5.** Overtreding van de voorschriften, bedoeld in het tweede lid, is verboden. +**4.** Onze Minister kan het veiligheidscertificaat of de daaraan verbonden beperkingen en voorschriften ambtshalve of op aanvraag wijzigen, met inachtneming van het belang van de veiligheid op en in de directe nabijheid van de hoofdspoorweg. ### Artikel 34 @@ -537,7 +548,7 @@ d. indien het certificaat, bedoeld in artikel 32, tweede lid, door een daartoe b **3.** Het proefcertificaat is ten hoogste dertien weken geldig en vervalt van rechtswege bij de verlening of de wijziging, bedoeld in het tweede lid. Indien toepassing is gegeven aan artikel 32, tweede lid, tweede volzin, vervalt het proefcertificaat met ingang van de dag na de laatste dag van de krachtens die bepaling gestelde termijn. -**4.** Artikel 33, vierde en vijfde lid, is op het proefcertificaat van overeenkomstige toepassing. +**4.** Artikel 33, tweede en derde lid, is op het proefcertificaat van overeenkomstige toepassing. ### Artikel 35 @@ -551,7 +562,7 @@ c. de bedrijfsprocessen die ten minste in het veiligheidsbeheersysteem zijn opge ### Artikel 36 -**1.** Het is een spoorwegonderneming verboden om, anders dan voor het testen, van hoofdspoorweginfrastructuur gebruik te maken, met een spoorvoertuig waarvoor Onze Minister geen vergunning voor indienststelling als bedoeld in het derde lid respectievelijk aanvullende vergunning voor indienststelling als bedoeld in het vijfde lid heeft verleend. +**1.** Het is een spoorwegonderneming verboden om van hoofdspoorweginfrastructuur gebruik te maken, met een spoorvoertuig waarvoor Onze Minister geen vergunning voor indienststelling als bedoeld in het derde lid respectievelijk aanvullende vergunning voor indienststelling als bedoeld in het vijfde lid heeft verleend. Onze Minister kan op aanvraag, na de beheerder te hebben gehoord, ontheffing verlenen van dit verbod. De ontheffing kan onder beperkingen worden verleend. Aan de ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over voor welke spoorvoertuigen en in welke gevallen een ontheffing mogelijk is. **2.** Het eerste lid geldt niet voor bij algemene maatregel van bestuur met inachtneming van artikel 21 van richtlijn 2008/57/EG, aangewezen spoorvoertuigen. @@ -582,34 +593,32 @@ d. het spoorvoertuig voldoet aan de voorschriften, bedoeld in het derde lid, ond **8.** Onze Minister kan aan de vergunning voor indienststelling respectievelijk aanvullende vergunning voor indienststelling ten behoeve van de verenigbaarheid van het spoorvoertuig met de hoofdspoorweginfrastructuur voorschriften en beperkingen verbinden. -**9.** Onze Minister kan op aanvraag ontheffing verlenen van de voorschriften, bedoeld in het derde lid, onderdelen c en e. +**9.** Onze Minister kan op aanvraag, na de beheerder te hebben gehoord, ontheffing verlenen van de voorschriften, bedoeld in het derde lid, onderdelen c en e. De ontheffing kan onder beperkingen worden verleend. Aan de ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden. -**10.** Onze Minister kan op aanvraag met inachtneming van artikel 1, derde lid, van richtlijn 2008/57/EG, onder daartoe bij ministeriële regeling gestelde voorwaarden en beperkingen, ontheffing verlenen van het derde lid, onderdelen a en b, en van het vijfde lid, onderdeel b. +**10.** Onze Minister kan op aanvraag, met inachtneming van artikel 1, derde lid, van richtlijn 2008/57/EG, ontheffing verlenen van de technische specificaties respectievelijk de voorschriften, bedoeld in het derde lid, onderdelen a respectievelijk b, en van de voorschriften, bedoeld in het vijfde lid, onderdeel b. De ontheffing kan onder beperkingen worden verleend. Aan de ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld ter omschrijving van spoorvoertuigen waarmee op omschreven hoofdspoorwegen gebruik gemaakt mag worden en met het oog op het veilig gebruik van die spoorvoertuigen op die hoofdspoorwegen alsmede over de procedures die bij ontheffingverlening kunnen gelden. ### Artikel 37 -**1.** Het is een spoorwegonderneming verboden om van hoofdspoorweginfrastructuur gebruik te maken met een spoorvoertuig dat niet in het register, bedoeld in het tweede lid, dan wel in het register van een andere staat is ingeschreven. +**1.** Het is een spoorwegonderneming verboden om van hoofdspoorweginfrastructuur gebruik te maken met een spoorvoertuig, waarvoor een vergunning voor indienststelling is afgegeven, dat niet in het register, bedoeld in het tweede lid, dan wel in het register van een andere staat is ingeschreven. **2.** Onze Minister houdt het register, bedoeld in artikel 33 van richtlijn 2008/57/EG. -**3.** Onze Minister draagt op aanvraag zorg voor de inschrijving van spoorvoertuigen in het register, bedoeld in het tweede lid. +**3.** Onze Minister draagt op aanvraag zorg voor de inschrijving van spoorvoertuigen, waarvoor een vergunning voor indienststelling is afgegeven, in het register, bedoeld in het tweede lid. **4.** De aanvrager voegt bij de aanvraag voor de inschrijving de bij regeling van Onze Minister bepaalde gegevens. -**5.** De houder meldt de wijzigingen met betrekking tot de gegevens, bedoeld in het vierde lid, die na de inschrijving optreden, binnen twee weken aan Onze Minister. +**5.** De houder van het spoorvoertuig meldt de wijzigingen met betrekking tot de gegevens, bedoeld in het vierde lid, die na de inschrijving optreden, binnen twee weken aan Onze Minister. -**6.** Onze Minister kent aan een in te schrijven spoorvoertuig dat niet volledig in een register van een andere staat is ingeschreven een Europees voertuignummer toe. De houder brengt het toegekende voertuignummer aan op het spoorvoertuig. +**6.** Onze Minister kent aan een in te schrijven spoorvoertuig dat niet volledig in een register van een andere staat is ingeschreven een Europees voertuignummer toe. De houder van het spoorvoertuig brengt het toegekende voertuignummer aan op het spoorvoertuig. **7.** Onze Minister schrapt de inschrijving van een spoorvoertuig: -a. op verzoek van de houder; +a. op verzoek van de houder van het spoorvoertuig; b. indien het spoorvoertuig definitief buiten gebruik wordt gesteld, of c. in andere bij regeling van Onze Minister aangegeven gevallen. -**8.** De houder van een spoorvoertuig is degene die als houder in het register, bedoeld in het tweede lid, is ingeschreven. - ### Artikel 37a **1.** Onze Minister verleent op aanvraag een vergunning voor indienststelling of een aanvullende vergunning voor indienststelling voor een type indien hij voor een spoorvoertuig van dat type een dergelijke vergunning heeft verleend. @@ -678,7 +687,7 @@ d. de aanvraag en de verlening van de aanvullende vergunning voor indienststelli ### Artikel 39 -**1.** Het is verboden een interoperabiliteitsonderdeel voor het gebruik binnen het spoorwegsysteem in de handel te brengen, indien ten aanzien daarvan niet een EG-verklaring van conformiteit of geschiktheid voor gebruik als bedoeld in artikel 13, eerste lid, van richtlijn 2008/57/EG, is afgegeven. +**1.** Het is verboden een interoperabiliteitsonderdeel voor het gebruik binnen het hoofdspoorwegsysteem in de handel te brengen, indien ten aanzien daarvan niet een EG-verklaring van conformiteit of geschiktheid voor gebruik als bedoeld in artikel 13, eerste lid, van richtlijn 2008/57/EG, is afgegeven. **2.** Degene die de interoperabiliteitsonderdelen gebruikt zorgt dat deze binnen hun toepassingsgebied worden gebruikt overeenkomstig hun bestemming, en dat zij naar behoren worden geïnstalleerd en onderhouden. @@ -748,7 +757,7 @@ Vervallen ### Artikel 47 -**1.** De spoorwegonderneming of de houder dragen er zorg voor dat een door hen gebruikt spoorvoertuig dat volledig in het register, bedoeld in artikel 37, tweede lid, is ingeschreven, overeenkomstig de geldende specificaties inzake interoperabiliteit wordt geëxploiteerd. +**1.** De spoorwegonderneming of de houder van het spoorvoertuig dragen er zorg voor dat een door hen gebruikt spoorvoertuig dat volledig in het register, bedoeld in artikel 37, tweede lid, is ingeschreven, overeenkomstig de geldende specificaties inzake interoperabiliteit wordt geëxploiteerd. **2.** Onze Minister kan het gebruik met een spoorvoertuig van hoofdspoorweginfrastructuur verbieden indien ter zake van het spoorvoertuig niet voldaan is aan het eerste lid. @@ -764,7 +773,7 @@ Vervallen **4.** -De eisen of nadere eisen, bedoeld in het tweede lid, onderdeel c, kunnen onder meer betrekking hebben op: +De eisen of nadere eisen, bedoeld in het tweede lid kunnen onder meer betrekking hebben op: a. de voor het onderhoud of herstel beschikbare ruimte en de gebruikte apparatuur; b. de deskundigheid van de met het onderhoud of herstel belaste personen en @@ -824,7 +833,7 @@ b. een geldige machinistenvergunning die in een andere lidstaat van de Europese **3.** Een persoon die binnen het hoofdspoorwegverkeerssysteem de veiligheidsfunctie van machinist met volledige bevoegdheid of van machinist met beperkte bevoegdheid uitoefent beschikt over een geldige machinistenvergunning en een geldig bevoegdheidsbewijs dat betrekking heeft op de spoorvoertuigen waarmee en op de hoofdspoorweginfrastructuur waarvan gebruik wordt gemaakt. -**4.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over de afgifte, de inhoud en de geldigheid van de in het eerste lid, onderdeel a, en het tweede lid, onderdeel a bedoelde beoordelingen en verklaringen alsmede over de erkenning van keuringsinstituten. +**4.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over de aanvraag, afgifte en geldigheid van de in het eerste lid, onderdeel a, en het tweede lid, onderdeel a, bedoelde beoordelingen, verklaringen van medische en psychologische geschiktheid alsmede over de erkenningen van keuringsinstituten. ### Artikel 51 @@ -900,11 +909,15 @@ h. de voor de veiligheidsfunctie van machinist met volledige bevoegdheid en van ### Artikel 51c -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +**1.** Bij de beoordelingen, bedoeld in de artikelen 50, eerste lid, onderdeel a, en tweede lid, onderdeel a, en 51a, vierde lid, onderdeel b, maakt Onze Minister gebruik van door Onze Minister erkende examinatoren. + +**2.** Onze Minister houdt een register van erkende examinatoren. + +**3.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over de aanvraag, afgifte en geldigheid van de erkenning van examinatoren. ### Artikel 52 -Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen, met het oog op de veiligheid, regels worden gesteld over de bedrijfsvoering en de organisatiestructuur van degene onder wiens gezag binnen het hoofdspoorwegverkeerssysteem een veiligheidsfunctie wordt uitgeoefend. +Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen, met het oog op de veiligheid, regels worden gesteld over de bedrijfsvoering en de organisatiestructuur van degene die personen met een veiligheidsfunctie binnen het hoofdspoorwegverkeerssysteem beschikbaar stelt. ### Artikel 53 @@ -938,19 +951,19 @@ Degene onder wiens gezag een persoon die binnen het hoofdspoorwegverkeerssysteem ### Artikel 54a -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +Onze Minister kan, met inachtneming van artikel 2, derde lid, van richtlijn 2007/59/EG, ontheffing of vrijstelling verlenen van bepalingen van paragraaf 5 van dit hoofdstuk. De ontheffing of vrijstelling kan onder beperkingen worden verleend. Aan de ontheffing of vrijstelling kunnen voorschriften worden verbonden. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over op welke hoofdspoorwegen en voor welke spoorvoertuigen deze ontheffing of vrijstelling mogelijk is. ### Paragraaf 6. De verzekeringsplicht ### Artikel 55 -**1.** De spoorwegonderneming die van de hoofdspoorweg gebruik maakt, is verplicht ter zake van dat gebruik een verzekering te sluiten en in stand te houden, waarmee haar uit wettelijke aansprakelijkheid voortvloeiende financiële risico's voldoende zijn gedekt. +**1.** De spoorwegonderneming die van de hoofdspoorweginfrastructuur gebruik maakt, is verplicht ter zake van dat gebruik een verzekering te sluiten en in stand te houden, waarmee haar uit wettelijke aansprakelijkheid voortvloeiende financiële risico's voldoende zijn gedekt. **2.** Bij algemene maatregel van bestuur worden bedragen vastgesteld waarboven de verzekeringsplicht zich niet uitstrekt. Afzonderlijke bedragen kunnen worden bepaald naar gelang van onder meer de aard van de gebeurtenis, de aard van de schade, de grond van de aansprakelijkheid en de aard van de onderneming. **3.** Artikel 6 van de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen is van overeenkomstige toepassing. -## Hoofdstuk 4. Het gebruik van hoofdspoorwegen +## Hoofdstuk 4. Het gebruik van hoofdspoorweginfrastructuur ### Paragraaf 1. Algemene bepalingen @@ -966,7 +979,7 @@ Vervallen Als aanvrager als bedoeld in artikel 2, onderdeel b, van richtlijn 2001/14/EG worden aangemerkt: -a. spoorwegondernemingen die in het bezit zijn van een bedrijfsvergunning of deze hebben aangevraagd, voorzover zij daarmee gerechtigd zijn van de hoofdspoorwegen gebruik te maken op de wijze waarvoor zij de overeenkomst willen sluiten; +a. spoorwegondernemingen die in het bezit zijn van een bedrijfsvergunning of deze hebben aangevraagd, voorzover zij daarmee gerechtigd zijn van de hoofdspoorweginfrastructuur gebruik te maken op de wijze waarvoor zij de overeenkomst willen sluiten; b. concessieverleners als bedoeld in artikel 20 van de Wet personenvervoer 2000 ten behoeve van openbaar vervoer per trein; c. andere natuurlijke personen of rechtspersonen die om commerciële redenen aantoonbaar belang hebben bij de verwerving van capaciteit voor het doen vervoeren van personen of lading door middel van spoorvervoerdiensten. @@ -1134,7 +1147,7 @@ b. voor de dienst of voorziening een afzonderlijke boekhouding voert en deze ter **1.** De Autoriteit Consument en Markt is de toezichthoudende instantie, bedoeld in artikel 10, zevende lid, van richtlijn 91/440/EEG en de artikelen 30 en 31 van richtlijn 2001/14/EG. -**2.** De Autoriteit Consument en Markt is belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde krachtens artikel 17, eerste lid, onderdeel d, en het bepaalde bij of krachtens de artikelen 27, eerste lid, 57 tot en met 63, 67, 68 en 95, eerste volzin. +**2.** De Autoriteit Consument en Markt is belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde krachtens artikel 17, eerste lid, onderdeel d, en het bepaalde bij of krachtens de artikelen 27, eerste lid, 57 tot en met 63, 67 en 68. ### Artikel 71 @@ -1162,6 +1175,10 @@ Indien door Onze Minister vast te stellen beleidsregels betrekking hebben op de ### Paragraaf 2a. Vrijstelling, ontheffing of vergunning +### Artikel 74a + +Het is verboden te handelen in strijd met de aan een op grond van deze wet verleende vrijstelling, ontheffing of vergunning verbonden voorschriften. + ### Paragraaf 3. Bestuursrechtelijke handhaving ### Artikel 75 @@ -1174,7 +1191,7 @@ Vervallen **2.** -In geval van overtreding van het bepaalde krachtens artikel 17, eerste lid, onderdeel d, of het bepaalde bij of krachtens de artikelen 27, eerste lid, 57 tot en met 62, 63, eerste lid, 67, 68 en 95, eerste volzin, kan de Autoriteit Consument en Markt de overtreder: +In geval van overtreding van het bepaalde krachtens artikel 17, eerste lid, onderdeel d, of het bepaalde bij of krachtens de artikelen 27, eerste lid, 57 tot en met 62, 63, eerste lid, 67 en 68, kan de Autoriteit Consument en Markt de overtreder: a. een bestuurlijke boete opleggen; b. een last onder dwangsom opleggen. @@ -1298,7 +1315,7 @@ Vervallen ### Artikel 91 -**1.** Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat aan het betrokken bestuursorgaan een vergoeding verschuldigd is volgens de daarbij vast te stellen tarieven ter zake van het overeenkomstig deze wet aanvragen of verstrekken van een bij of krachtens deze wet te nemen besluit, te verstrekken certificaat, ander document, beoordeling of verklaring of te verrichten inschrijving of wijziging van die inschrijving in het register, bedoeld in artikel 37, tweede lid. +**1.** Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat aan het betrokken bestuursorgaan een vergoeding verschuldigd is volgens de daarbij vast te stellen tarieven ter zake van het overeenkomstig deze wet aanvragen of verstrekken van een bij of krachtens deze wet te nemen besluit, te verstrekken certificaat, ander document, beoordeling of verklaring of te verrichten inschrijving of wijziging van die inschrijving in het register, bedoeld in artikel 37, tweede lid. Voorgaande volzin is van overeenkomstige toepassing indien de handeling voortvloeit uit een bindende verordening als bedoeld in artikel 288 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie. **2.** De hoogte van de krachtens het eerste lid vastgestelde tarieven wordt zodanig vastgesteld dat de geraamde baten van de vergoedingen voor het betrokken bestuursorgaan niet uitgaan boven de geraamde lasten van het betrokken bestuursorgaan ter zake van de behandelingen van de aanvragen en het verstrekken van de besluiten en documenten, bedoeld in het eerste lid. @@ -1308,28 +1325,28 @@ Vervallen Een wijziging van richtlijn 91/440/EEG, richtlijn 95/18/EG, richtlijn 2001/14/EG, richtlijn 2004/49/EG, richtlijn 2007/59/EG en van richtlijn 2008/57/EG gaat voor de toepassing van deze wet en de daarop berustende bepalingen gelden met ingang van de dag waarop aan de betrokken wijzigingsrichtlijn uitvoering moet zijn gegeven, tenzij bij ministerieel besluit, dat in de Staatscourant wordt bekend gemaakt, een ander tijdstip wordt vastgesteld. -### Paragraaf 8. Aanwijzing van keuringsinstanties +### Paragraaf 8. Erkenning van keuringsinstanties ### Artikel 93 **1.** -Onze Minister wijst op aanvraag aan: +Onze Minister erkent op aanvraag: a. aangemelde instanties; -b. de instanties, belast met de toetsing, bedoeld in artikel 8, vijfde lid, artikel 9, zesde lid, artikel 36, zevende lid, en artikel 37b, negende lid. +b. de instanties, belast met de toetsing, bedoeld in artikel 8, zesde lid, artikel 9, zevende lid, artikel 36, zevende lid, en artikel 37b, negende lid. **2.** De instanties, de directeur en het personeel daarvan voldoen ten minste aan de toepasselijke eisen, neergelegd in bijlage VIII van richtlijn 2008/57/EG, en aan de bij ministeriële regeling vastgestelde eisen. -**3.** Aan de aanwijzing kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden. +**3.** Aan de erkenning kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden. **4.** De instanties verrichten hun werkzaamheden met inachtneming van de toepasselijke bepalingen in bijlage VI van richtlijn 2008/57/EG en het Besluit nr. 93/465/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 22 juli 1993 betreffende de modules voor de verschillende fasen van de overeenstemmingsbeoordelingsprocedures en de voorschriften inzake het aanbrengen en het gebruik van de CE-markering van overeenstemming (PbEG L 220). **5.** De instanties stellen na elk onderzoek een onderzoekscertificaat op, in voorkomend geval met vermelding van de geldigheidsduur en van de voorwaarden waaronder het geldig is. -**6.** Onze Minister trekt de aanwijzing, bedoeld in het eerste lid, in indien de betrokken instantie niet langer voldoet aan de toepasselijke eisen van bijlage VIII van richtlijn 2008/57/EG onderscheidenlijk bijlage VI van richtlijn 2008/57/EG. Onze Minister kan de aanwijzing intrekken, indien de betrokken instantie niet langer voldoet aan bijlage VIII van richtlijn 2008/57/EG onderscheidenlijk bijlage VI van richtlijn 2008/57/EG of de bij ministeriële regeling vastgestelde eisen, bedoeld in het tweede lid. +**6.** Onze Minister trekt de erkenning, bedoeld in het eerste lid, in indien de betrokken instantie niet langer voldoet aan de toepasselijke eisen van bijlage VIII van richtlijn 2008/57/EG onderscheidenlijk bijlage VI van richtlijn 2008/57/EG. Onze Minister kan de erkenning intrekken, indien de betrokken instantie niet langer voldoet aan bijlage VIII van richtlijn 2008/57/EG onderscheidenlijk bijlage VI van richtlijn 2008/57/EG of de bij ministeriële regeling vastgestelde eisen, bedoeld in het tweede lid. -**7.** Onze Minister doet mededeling van een aanwijzing of van een intrekking van een aanwijzing door kennisgeving in de Staatscourant. +**7.** Onze Minister doet mededeling van een erkenning of van een intrekking van een erkenning door kennisgeving in de Staatscourant. ### Paragraaf 9. Bepalingen inzake bijzondere spoorwegen @@ -1377,7 +1394,7 @@ Vervallen De volgende wetten worden ingetrokken op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld: -a. de Spoorwegwet (Stb. 1875, 67); +a. de Spoorwegwet 1875; b. de wet van 9 juli 1900, houdende nadere regeling van den dienst en het gebruik van spoorwegen, waarop uitsluitend met beperkte snelheid wordt vervoerd (Stb. 118); c. de wet van 1 november 1924, houdende wettelijke maatregelen tegen aantasting van metalen voorwerpen in den bodem door zwerfstroomen, afkomstig van spoorstaven van electrische spoor- en tramwegen (Stb. 498); d. de wet van 15 december 1917, houdende voorschriften omtrent aanleg en instandhouding van spoorwegen, waarop uitsluitend met beperkte snelheid wordt vervoerd, op wegen niet onder beheer van het Rijk (Stb. 703); @@ -1475,7 +1492,7 @@ Hoofdspoorweginfrastructuur die in overeenstemming met de daarvoor geldende voor ### Artikel 122 -Een spoorvoertuig dat in overeenstemming met de daarvoor geldende voorschriften die gelden op de dag voorafgaande aan de dag waarop artikel 36 in werking treedt, kan worden gebruikt op de hoofdspoorweg, wordt met ingang van de dag waarop dat artikel in werking treedt, aangemerkt als in overeenstemming met de onderdelen a en b van dat artikel. +Artikel 39, eerste lid, is niet van toepassing op spoorvoertuigen en uitrusting daarvan die voor 1 januari 2005 in gebruik zijn genomen. ### Artikel 123