2019-10-01 | BWBR0007523 | Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen

This commit is contained in:
Coornhert 2019-10-01 12:00:00 +00:00
parent e6618ecd16
commit 1a5c0e567b

View file

@ -183,7 +183,7 @@ a. het een au pair betreft die:
4°. minimaal 2 dagen per week vrij heeft,
5°. een dagindeling met het gastgezin schriftelijk en in een voor de au pair begrijpelijke taal heeft vastgesteld op grond waarvan de au pair licht ondersteunende huishoudelijke werkzaamheden verricht, en
6°. kan aantonen dat een verklaring is ondertekend, waaruit blijkt dat het gastgezin zich er van bewust is, dat de toezichthouders de bevoegdheid, bedoeld in artikel 17 van de wet, hebben;
b. er sprake is van werkzaamheden voor de duur van maximaal 12 weken bij eenzelfde werkgever in het kader van een Working Holiday Scheme (WHS) of een Working Holiday Programme (WHP), dat in een Memorandum of Understanding geformuleerd is dat is goedgekeurd door Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en Onze Minister van Veiligheid en Justitie;
b. er sprake is van werkzaamheden in het kader van een Working Holiday Scheme (WHS) of een Working Holiday Programme (WHP), dat in een Memorandum of Understanding geformuleerd is dat is goedgekeurd door Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en Onze Minister van Veiligheid en Justitie;
c. er sprake is van werkzaamheden in het kader van een door het Nederlands Jeugdinstituut goedgekeurd European Voluntary Service-programme; of
d. er sprake is van deelname aan een door Onze Minister van Veiligheid en Justitie goedgekeurd uitwisselingsprogramma van een particuliere uitwisselingsorganisatie en verblijft in het gastgezin, bestaande uit minimaal 2 personen voor wie de vreemdeling niet eerder werkzaamheden heeft verricht.
@ -297,7 +297,7 @@ b. een vreemdeling die rechtmatig in Nederland verblijft, in de zin van artikel
1. een in Nederland woonachtige Nederlander of gemeenschapsonderdaan die rechtmatig in Nederland verblijft, in de zin van artikel 8, onder e, van de Vreemdelingenwet 2000, of
2. een vreemdeling aan wie een aantekening als bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen is afgegeven;
c. een vreemdeling die beschikt over een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 14 van de Vreemdelingenwet 2000, onder een beperking verband houdend met verblijf als familie- of gezinslid van een vreemdeling die is toegelaten onder een beperking verband houdend met onderzoek als bedoeld in artikel 3.4, eerste lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000;
d. een vreemdeling, met uitzondering van de vreemdeling, genoemd in de onderdelen a en f, die in het verleden heeft beschikt over een krachtens de Vreemdelingenwet of Vreemdelingenwet 2000 afgegeven vergunning met daarop een aantekening als bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen en die nadien zijn hoofdverblijf niet buiten Nederland heeft gevestigd;
d. een vreemdeling, met uitzondering van de vreemdeling, genoemd in de onderdelen a en f, die in het verleden heeft beschikt over een krachtens de Vreemdelingenwet of Vreemdelingenwet 2000 afgegeven vergunning met daarop de aantekening, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen, die is afgegeven op grond van het tweede lid van dat artikel en die nadien zijn hoofdverblijf niet buiten Nederland heeft gevestigd;
e. een vreemdeling die rechtmatig in Nederland verblijft, in de zin van artikel 8, onder a, van de Vreemdelingenwet 2000, indien de vreemdeling gedurende ononderbroken periode van zeven jaar direct voorafgaande aan de vergunning tot verblijf werkzaam is geweest op zeeschepen die onder Nederlandse vlag varen en in Nederland zijn geregistreerd of op mijnbouwinstallaties op het continentaal plat als bedoeld in artikel 1, onderdelen o en c, van de Mijnbouwwet;
f. een vreemdeling die beschikt over een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking «het zoeken naar en verrichten van arbeid al dan niet in loondienst» die is verleend op grond van artikel 3.42 van het Vreemdelingenbesluit 2000;
g. een vreemdeling die rechtmatig in Nederland verblijft in de zin van artikel 8, onder a, van de Vreemdelingenwet 2000, onder een beperking «tijdelijke humanitaire gronden» of «niet-tijdelijke humanitaire gronden» als bedoeld in artikel 3.4, eerste lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000;
@ -323,17 +323,7 @@ Een tewerkstellingsvergunning of gecombineerde vergunning wordt geweigerd voor w
### Artikel 3a
**1.**
Het maximum aantal tewerkstellingsvergunningen of gecombineerde vergunningen dat voor werkzaamheden als kok in de Aziatische horeca voor functieniveau 4 tot en met 6, zoals dit door deze sector is vastgesteld, kan worden verleend, bedraagt van:
a. 1 oktober 2016 tot en met 30 september 2017: 1.800;
b. 1 oktober 2017 tot en met 30 september 2018: 1.550;
c. 1 oktober 2018 tot en met 30 september 2019: 3.200.
**2.** De aantallen, genoemd in het eerste lid, kunnen bij ministeriële regeling worden gewijzigd voor zover de situatie op de arbeidsmarkt daartoe aanleiding geeft.
**3.** Dit artikel vervalt met ingang van 1 oktober 2019.
Vervallen
### Artikel 3b