2005-12-02 | BWBR0017748 | Belastingplan 2005
This commit is contained in:
parent
fab3c5a497
commit
1a6fab7747
1 changed files with 9 additions and 3 deletions
|
|
@ -202,11 +202,17 @@ Wijzigt deze wet.
|
|||
|
||||
### Artikel XXXIa
|
||||
|
||||
**1.** De kalenderjaren 2005, 2006 en 2007 tot en met 30 juni zijn voor de willekeurige afschrijving op films en filminvesteringsaftrek de artikelen 3.33, eerste tot en met vierde lid, 3.36, 3.37, 3.40, 3.42b, eerste tot en met het zevende lid, 3.44, 3.47a, 3.52 en 10.10 van de Wet inkomstenbelasting 2001, en de artikelen 8 en 18 van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969, alsmede de daarop berustende bepalingen, zoals die artikelen en bepalingen luidden op 31 december 2003, van toepassing met betrekking tot voortbrengingskosten, gemaakt voor 1 juli 2007. Daarbij wordt voor de toepassing van artikel 8 van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969, zoals dat artikel luidde op 31 december 2003, voor de toepassing van artikel 3.42b, derde lid, onderdeel b, van de Wet inkomstenbelasting 2001, zoals dat artikel op die datum luidde, voor het daar genoemde bedrag van € 25 000 gelezen € 100 000.
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
**2.** Het eerste lid is slechts van toepassing indien een verzoek om een verklaring als bedoeld in artikel 3.37, eerste lid, respectievelijk 3.42b, eerste lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001 voor 1 juli 2007 is ingediend.
|
||||
Voor de periode 1 januari 2005 tot en met 30 juni 2007 zijn voor de willekeurige afschrijving op films en de filminvesteringsaftrek de artikelen 3.33, eerste tot en met vierde lid, 3.36, 3.37, 3.40, 3.42b, eerste tot en met zevende lid, 3.44, 3.47a, 3.52 en 10.10 van de Wet inkomstenbelasting 2001, en de artikelen 8 en 18 van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969, zoals die artikelen luidden op 31 december 2003 en met inachtneming van de wijzigingen zoals hierna aangeduid, van toepassing met betrekking tot voortbrengingskosten gemaakt voor 1 juli 2007. Daarbij wordt:
|
||||
|
||||
**3.** Bij koninklijk besluit kan de werkingsduur van het eerste en tweede lid worden verkort indien de uitkomst van de notificatie bij de Europese Commissie dit nodig maakt.
|
||||
a. voor de toepassing van artikel 3.33, tweede lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001 voor de zinsnede «door Onze Minister van Economische Zaken in overeenstemming met Onze Minister en Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen» gelezen: door Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap in overeenstemming met Onze Minister;
|
||||
b. voor de toepassing van artikel 3.42b, eerste, zesde en zevende lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001 voor de zinsnede «Onze Minister van Economische Zaken» gelezen: Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
|
||||
c. voor de toepassing van artikel 8 van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969, voor de toepassing van artikel 3.42b, derde lid, onderdeel b, van de Wet inkomstenbelasting 2001 voor het daar genoemde bedrag van € 25 000 gelezen € 100 000.
|
||||
|
||||
**2.** Het eerste lid is slechts van toepassing indien een verzoek om een verklaring als bedoeld in artikel 3.37, eerste lid, respectievelijk 3.42b, eerste lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001 voor 1 juli 2007 is ingediend.
|
||||
|
||||
**3.** De door de Staatsecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap in overeenstemming met de Staatsecretaris van Financiën getroffen Regeling aanwijzing filminvesteringen 2005, is een regeling gebaseerd op de gewijzigde delegatiebevoegdheid bedoeld in het eerste lid.
|
||||
|
||||
### Artikel XXXII
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue