2004-01-01 | BWBR0004043 | Toeslagenwet

This commit is contained in:
Coornhert 2004-01-01 12:00:00 +00:00
parent 9e3857d7a7
commit 1a7ff04a54

View file

@ -21,14 +21,12 @@ In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
a. Onze Minister: Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
b. Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen: het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, genoemd in hoofdstuk 5 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
c. Toeslagenfonds: het fonds, bedoeld in artikel 31;
d. loondervingsuitkering: een uitkering krachtens de verplichte verzekering op grond van de Werkloosheidswet, de Ziektewet, de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering en de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, alsmede een uitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten en de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen;
e. toeslag: een op een loondervingsuitkering te verlenen toeslag ingevolge deze wet;
d. loondervingsuitkering: een uitkering krachtens de verplichte verzekering op grond van de Werkloosheidswet, de Ziektewet, de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering en de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, alsmede een uitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, op grond van hoofdstuk 3, afdeling 2, paragraaf 1, van de Wet arbeid en zorg aan de werknemer of de gelijkgestelde, bedoeld in artikel 3:6, eerste lid, van die wet en de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen;
e. toeslag: een op een loondervingsuitkering of naast het recht op loon, bedoeld in artikel 629 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, dan wel de bezoldiging of hetgeen daarmee overeenkomt, bedoeld in artikel XV van de Wet terugdringing ziekteverzuim, te verlenen toeslag ingevolge deze wet;
f. minimumloon:
1°. voor de persoon, bedoeld in artikel 2, eerste of tweede lid, het minimumloon per maand, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel *a*, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag (*Stb.* 1968, 657), gedeeld door 21,75, en
2°. voor de persoon, bedoeld in artikel 2, derde lid, het voor zijn leeftijd geldende minimumloon per maand, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel *a*, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag in verbinding met artikel 8, derde lid, van die wet, gedeeld door 21,75.
g. sector: de sector bedoeld in artikel 51 van de Organisatiewet sociale verzekeringen 1997;
h. vreemdeling: hetgeen daaronder wordt verstaan in de Vreemdelingenwet 2000.
1°. voor de persoon, bedoeld in artikel 2, eerste of tweede lid, het minimumloon per maand, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel a, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag (Stb. 1968, 657), gedeeld door 21,75, en
2°. voor de persoon, bedoeld in artikel 2, derde lid, het voor zijn leeftijd geldende minimumloon per maand, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel a, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag in verbinding met artikel 8, derde lid, van die wet, gedeeld door 21,75.
**2.**
@ -103,7 +101,7 @@ Vanaf 1990 heeft een gehuwde wiens echtgenoot is geboren na 31 december 1971 gee
### Artikel 4
Geen recht op toeslag heeft de persoon die onbetaald verlof geniet als bedoeld in artikel 1, onderdeel i, van de Werkloosheidswet of die met die persoon gehuwd is, ter hoogte van het bedrag van het verlies van inkomen uit arbeid als gevolg van het genieten van dat verlof.
Geen recht op toeslag heeft de persoon die onbetaald verlof geniet als bedoeld in artikel 1, onderdeel g, van de Werkloosheidswet of die met die persoon gehuwd is, ter hoogte van het bedrag van het verlies van inkomen uit arbeid als gevolg van het genieten van dat verlof.
### Artikel 4a
@ -115,9 +113,9 @@ Geen recht op toeslag heeft de persoon die onbetaald verlof geniet als bedoeld i
### Artikel 5
**1.** Indien de loondervingsuitkering gedeeltelijk wordt geweigerd op grond van enig handelen of nalaten van betrokkene dat hem redelijkerwijs kan worden verweten, wordt voor de toepassing van deze wet en de daarop berustende bepalingen de loondervingsuitkering in aanmerking genomen alsof die weigering niet heeft plaatsgevonden.
**1.** Indien de loondervingsuitkering gedeeltelijk wordt geweigerd op grond van enig handelen of nalaten van betrokkene dat hem redelijkerwijs kan worden verweten, of het recht op loon, bedoeld in artikel 629 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, dan wel de bezoldiging of hetgeen daarmee overeenkomt, bedoeld in artikel XV van de Wet terugdringing ziekteverzuim, gedeeltelijk ontbreekt dan wel de betaling daarvan is opgeschort door toepassing van het derde of zesde lid van genoemd artikel 629 of het achtste tot en met elfde lid van genoemd artikel XV wordt voor de toepassing van deze wet en de daarop berustende bepalingen de loondervingsuitkering in aanmerking genomen alsof die weigering niet heeft plaatsgevonden en het loon, de bezoldiging of hetgeen daarmee overeenkomt alsof die artikelleden niet zijn toegepast.
**2.** Geen recht op toeslag bestaat, indien de loondervingsuitkering niet tot uitbetaling komt op grond van enig handelen of nalaten van betrokkene dat hem redelijkerwijs kan worden verweten.
**2.** Geen recht op toeslag bestaat, indien de loondervingsuitkering, het loon, de bezoldiging of hetgeen daarmee overeenkomt, bedoeld in het eerste lid, niet tot uitbetaling komt op grond van enig handelen of nalaten van betrokkene dat hem redelijkerwijs kan worden verweten.
### Artikel 6
@ -206,7 +204,7 @@ b. de toepasselijkheid van deze artikelen ook is uitgesloten voor de toekenning
**7.** Het recht op toeslag kan niet worden vastgesteld over perioden gelegen voor één jaar voorafgaande aan de dag waarop de aanvraag om toeslag werd ingediend. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen is bevoegd in bijzondere gevallen af te wijken van het bepaalde in de vorige volzin.
**8.** Indien de aanvraag, bedoeld in het tweede lid, een aanvraag betreft tot toekenning van een toeslag in aanvulling op een uitkering op grond van artikel 18 of artikel 61 van de Werkloosheidswet dan wel in aanvulling op een uitkering op grond van die wet die verband houdt met een verleende ontheffing op grond van artikel 8, derde lid, van het Buitengewoon Besluit Arbeidsverhoudingen 1945, wordt, in afwijking van het tweede lid, de aanvraag ingediend bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.
**8.** In afwijking van het tweede lid wordt de aanvraag van een toeslag in aanvulling op een uitkering op grond van de Werkloosheidswet ingediend bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen indien het een aanvraag betreft tot toekenning van een toeslag in aanvulling op een uitkering waarvan de aanvraag op grond van artikel 22 van de Werkloosheidswet wordt ingediend bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen of in aanvulling op een uitkering op grond van die wet waarvan de aanvraag is of wordt behandeld door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.
**9.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat categorieën van aanvragen tot toekenning van een toeslag in aanvulling op een uitkering op grond van de Werkloosheidswet, in afwijking van het tweede lid, bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen in plaats van de Centrale organisatie werk en inkomen worden ingediend.
@ -232,11 +230,11 @@ Degene die aanspraak maakt op toeslag, zijn echtgenoot, of zijn wettelijke verte
### Artikel 14
**1.** Indien degene die aanspraak maakt op toeslag, zijn echtgenoot, of zijn wettelijke vertegenwoordiger een verplichting, hem op grond van artikel 13 opgelegd, of de verplichtingen, bedoeld in artikel 28, tweede lid, 29, eerste lid, of 55, tweede lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, niet of niet behoorlijk is nagekomen, dan wel de verplichting bedoeld in artikel 12 niet binnen de door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen daarvoor vastgestelde termijn is nagekomen, weigert het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen de toeslag tijdelijk of blijvend, geheel of gedeeltelijk.
**1.** Indien degene die aanspraak maakt op toeslag, zijn echtgenoot, of zijn wettelijke vertegenwoordiger een verplichting, hem op grond van artikel 13 of artikel 55, tweede lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen opgelegd, niet of niet behoorlijk is nagekomen, dan wel de verplichting, bedoeld in artikel 12, of in de artikelen 28, tweede lid, en 29, eerste lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen niet binnen de door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, onderscheidenlijk de Centrale organisatie werk en inkomen daarvoor vastgestelde termijn is nagekomen, weigert het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen de toeslag tijdelijk of blijvend, geheel of gedeeltelijk.
**2.** Een maatregel als bedoeld in het eerste lid wordt afgestemd op de ernst van de gedraging en de mate waarin de belanghebbende de gedraging verweten kan worden. Van het opleggen van een maatregel wordt in elk geval afgezien, indien elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt.
**3.** Indien het niet nakomen van de verplichting, bedoeld in artikel 28, tweede lid of 29, eerste lid, of 55, tweede lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, of het niet tijdig nakomen van de verplichting, bedoeld in artikel 12, niet heeft geleid tot het ten onrechte of tot een te hoog bedrag verlenen van toeslag, kan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen afzien van het opleggen van een maatregel en volstaan met het geven van een schriftelijke waarschuwing ter zake van het niet tijdig nakomen van de verplichting, tenzij het niet tijdig nakomen van de verplichting plaatsvindt binnen een periode van twee jaar te rekenen vanaf de datum waarop eerder aan de belanghebbende een zodanige waarschuwing is gegeven.
**3.** Indien het niet tijdig nakomen van de verplichting, bedoeld in artikel 12, of de artikelen 28, tweede lid, en 29, eerste lid van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen niet heeft geleid tot het ten onrechte of tot een te hoog bedrag verlenen van toeslag, kan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen afzien van het opleggen van een maatregel en volstaan met het geven van een schriftelijke waarschuwing ter zake van het niet tijdig nakomen van de verplichting, tenzij het niet tijdig nakomen van de verplichting plaatsvindt binnen een periode van twee jaar te rekenen vanaf de datum waarop eerder aan de belanghebbende een zodanige waarschuwing is gegeven.
**4.** Indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn kan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen besluiten van het opleggen van een maatregel af te zien.
@ -304,7 +302,7 @@ In afwijking van artikel 8:69 van de Algemene wet bestuursrecht kan de rechter i
**2.** Indien degene aan wie een boete is opgelegd toeslag ontvangt op grond van deze wet of een uitkering ontvangt op grond van de Werkloosheidswet, de Ziektewet, de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen of de Wet arbeid en zorg, wordt het besluit waarbij de boete is opgelegd tenuitvoergelegd door verrekening met die toeslag of uitkering.
**3.** Indien degene aan wie een boete is opgelegd een uitkering ontvangt op grond van de Algemene Ouderdomswet, de Algemene nabestaandenwet, de Algemene bijstandswet, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen of de Wet inkomensvoorziening kunstenaars, betaalt de Sociale verzekeringsbank, onderscheidenlijk de betrokken gemeente het bedrag van die boete, zonder dat daarvoor een machtiging nodig is van de belanghebbende, op haar verzoek aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.
**3.** Indien degene aan wie een boete is opgelegd een uitkering ontvangt op grond van de Algemene Ouderdomswet, de Algemene nabestaandenwet, de Wet werk en bijstand, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen of de Wet inkomensvoorziening kunstenaars, betaalt de Sociale verzekeringsbank, onderscheidenlijk de betrokken gemeente het bedrag van die boete, zonder dat daarvoor een machtiging nodig is van de belanghebbende, op haar verzoek aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.
**4.** Indien degene aan wie een boete is opgelegd geen uitkering of toeslag als bedoeld in het tweede of derde lid ontvangt of meer ontvangt, dan wel ten aanzien van zodanige uitkering of toeslag toepassing van het tweede of derde lid niet mogelijk is, wordt het besluit waarbij de boete is opgelegd bij gebreke van tijdige betaling met toepassing van het Wetboek van Rechtsvordering op zijn kosten betekend en tenuitvoergelegd.
@ -312,7 +310,7 @@ In afwijking van artikel 8:69 van de Algemene wet bestuursrecht kan de rechter i
**6.** Bij gebreke van tijdige betaling wordt de verschuldigde boete verhoogd met de wettelijke rente en de op de invordering betrekking hebbende kosten.
**7.** Op het executoriaal beslag ingevolge dit artikel door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen op loon, sociale uitkeringen of andere periodieke betalingen, welke derden verschuldigd zijn of worden aan degene aan wie een boete is opgelegd, zijn de artikelen 479b tot en met 479g, behoudens artikel 479e, tweede lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van overeenkomstige toepassing. De in artikel 479*g* aan de raad voor de kinderbescherming toegekende bevoegdheid komt gelijkelijk toe aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.
**7.** Op het executoriaal beslag ingevolge dit artikel door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen op loon, sociale uitkeringen of andere periodieke betalingen, welke derden verschuldigd zijn of worden aan degene aan wie een boete is opgelegd, zijn de artikelen 479*b* tot en met 479g, behoudens artikel 479e, tweede lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van overeenkomstige toepassing. De in artikel 479*g* aan de raad voor de kinderbescherming toegekende bevoegdheid komt gelijkelijk toe aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.
**8.** De tenuitvoerlegging van een besluit met toepassing van dit artikel geschiedt zodanig dat degene die aanspraak maakt op een toeslag, zijn echtgenoot, of zijn wettelijke vertegenwoordiger blijft beschikken over een inkomen gelijk aan de beslagvrije voet bedoeld in de artikelen 475c tot en met 475e van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
@ -328,7 +326,7 @@ In afwijking van artikel 8:69 van de Algemene wet bestuursrecht kan de rechter i
**3.** De betaling van de toeslag geschiedt, voor zoveel mogelijk, in dezelfde termijnen als die waarin de betaling van de loondervingsuitkering geschiedt.
**4.** De toeslag wordt, voor zoveel mogelijk, samen met de loondervingsuitkering in één bedrag betaald.
**4.** Zoveel mogelijk wordt de toeslag betaald samen met de loondervingsuitkering in één bedrag dan wel wordt de toeslag betaald aan de werkgever met toepassing van artikel 10, derde lid, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, artikel 11, derde lid, van de Ziektewet of artikel 11, tweede lid, van de Werkloosheidswet.
**5.**
@ -340,7 +338,7 @@ c. degene die aanspraak maakt op toeslag, zijn echtgenoot dan wel de persoon aan
### Artikel 15a
**1.** Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen schort de betaling van de toeslag op indien degene aan wie een toeslag is toegekend een vreemdeling is die niet rechtmatig in Nederland verblijf houdt als bedoeld in artikel 8 van de Vreemdelingenwet 2000.
**1.** Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen schort de betaling van de toeslag op indien degene aan wie een toeslag is toegekend een vreemdeling als bedoeld in de Vreemdelingenwet 2000 is die niet rechtmatig in Nederland verblijf houdt als bedoeld in artikel 8 van die wet.
**2.** De betaling van de toeslag wordt hervat indien betrokkene daartoe een aanvraag indient en het het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen is gebleken dat hij feitelijk buiten Nederland woont of verblijf houdt.