From 1a8f9d302b0df73f25659036371ae2b4ae9920d5 Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Thu, 1 Jan 2026 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2026-01-01 | BWBR0035779 | Besluit Jeugdwet --- amvb/besluit-jeugdwet/BWBR0035779/README.md | 205 +++++++++++++++++++- 1 file changed, 204 insertions(+), 1 deletion(-) diff --git a/amvb/besluit-jeugdwet/BWBR0035779/README.md b/amvb/besluit-jeugdwet/BWBR0035779/README.md index 79b303731ad..39827d20368 100644 --- a/amvb/besluit-jeugdwet/BWBR0035779/README.md +++ b/amvb/besluit-jeugdwet/BWBR0035779/README.md @@ -20,12 +20,14 @@ In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: – *geregistreerde jeugdprofessional:* beroepsbeoefenaar die is ingeschreven in het kwaliteitsregister jeugd; – *geregistreerde professional:* geregistreerde jeugdprofessional of beroepsbeoefenaar die als arts, verpleegkundige, gezondheidszorgpsycholoog, orthopedagoog-generalist of psychotherapeut is ingeschreven in een register als bedoeld in artikel 3 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg; – *gezinsvoogdijwerker:* medewerker van een gecertificeerde instelling, belast met het uitvoeren van de ondertoezichtstelling, bedoeld in artikel 255 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek en de voorlopige ondertoezichtstelling, bedoeld in artikel van 257 Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek; +– *interne toezichthouder:* interne toezichthouder als bedoeld in artikel 4.4.1, eerste lid, onderdeel a, van de wet; – *jeugddomein:* terrein waarop aanbieders van jeugdhulp, uitvoerders van kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering, Veilig Thuis-organisaties, colleges voor zover het betreft de toeleiding naar, advisering over en de bepaling van de aangewezen voorziening, justitiële jeugdinrichtingen, Halt-bureaus en de raad voor de kinderbescherming, werkzaam zijn; – *jeugdreclasseringswerker:* medewerker van een gecertificeerde instelling, belast met het uitvoeren van jeugdreclassering; – *klacht:* klacht als bedoeld in artikel 6.5.1, eerste lid, van de wet; – *klachtencommissie:* klachtencommissie, bedoeld in artikel 4.2.1, tweede lid, van de wet, voor zover deze klachten behandelt over een beslissing als bedoeld in artikel 6.5.1, eerste lid, van de wet; – *klager:* degene die een klacht als bedoeld in artikel 6.5.1, eerste lid, van de wet indient; – *kwaliteitsregister jeugd:* door Onze Ministers op grond van artikel 5.2.1, eerste lid, erkend register; +– *multidisciplinaire jeugdhulp:* het gezamenlijk en in onderlinge samenhang verlenen van jeugdhulp door jeugdhulpverleners van verschillende disciplines dan wel het gezamenlijk en in onderlinge samenhang verlenen van jeugdhulp en zorg door jeugdhulpverleners en zorgverleners; – *registerstichting:* stichting, bedoeld in artikel 5.2.1, tweede lid; – *SBV-Z:* sectorale berichtenvoorziening in de zorg als bedoeld in artikel 11 van het Besluit gebruik burgerservicenummer in de zorg; – *voogdijwerker:* medewerker van een gecertificeerde instelling, belast met het uitvoeren van de voogdij en de voorlopige voogdij op grond van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek; @@ -60,6 +62,151 @@ f. kindermishandeling en huiselijk geweld. Het college draagt er zorg voor dat de ambtenaar of de functionaris, bedoeld in artikel 11aa, eerste lid, van het Besluit justitiële en strafvorderlijke gegevens, in het bezit is van een verklaring omtrent het gedrag als bedoeld in artikel 28 van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens, die niet ouder is dan twee jaar. +### Paragraaf 2.2. Samenwerking + +### Artikel 2.2.1 + +In de regiovisie wordt in ieder geval opgenomen: + +a. de wijze waarop de gemeenten in de regio samen met jeugdhulpaanbieders en professionals in algemene zin afstemmen over schaarste van de vormen van jeugdhulp bedoeld in artikel 2.19, eerste lid, onderdeel a; +b. de aanpak van wachttijden en de wijze waarop de gemeenten in de regio samen met jeugdhulpaanbieders maximaal aanvaardbare wachttijden formuleren; +c. een voorziening waarmee inspraak mogelijk wordt gemaakt voor jeugdigen en diens wettelijk vertegenwoordigers; +d. de wijze waarop de afstemming, bedoeld in artikel 2.19, eerste lid, onderdeel c, van de wet plaatsvindt; +e. de wijze waarop de afstemming en verbinding wordt geborgd tussen de op grond van artikel 2.19, eerste lid, onderdeel a, van de wet gecontracteerde of gesubsidieerde jeugdhulp en gecertificeerde instellingen voor de uitvoering van kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering en + +1°. de vormen van jeugdhulp die zijn gecontracteerd door een door alle gemeenten gezamenlijk in stand gehouden landelijk werkende organisatie en waarbij alle gemeenten in de regio uitsluitend gebruikmaken van dat landelijk gecontracteerde aanbod; +2°. de vormen van jeugdhulp die door de colleges worden gecontracteerd of gesubsidieerd; +f. de wijze waarop de verbinding wordt geborgd tussen de op grond van artikel 2.19, eerste lid, onderdeel a, van de wet gecontracteerde of gesubsidieerde jeugdhulp en gecertificeerde instellingen voor de uitvoering van kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering en + +1°. jeugdgezondheidszorg als bedoeld in de Wet publieke gezondheid; +2°. zorg of diensten als omschreven bij of krachtens de Wet langdurige zorg en de Zorgverzekeringswet; +3°. maatschappelijke ondersteuning als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015; +4°. ondersteuning als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs, de Wet voortgezet onderwijs 2020 of de Wet op de expertisecentra; +g. de wijze waarop wordt voorzien in regionale expertteams. + +### Artikel 2.2.2 + +**1.** + +De regio’s, bedoeld in artikel 2.17 van de wet, zijn: + +– Achterhoek; +– Alkmaar; +– Amsterdam-Amstelland; +– Centraal Gelderland; +– Drenthe; +– Eemland; +– Een 10 voor de jeugd; +– Flevoland; +– Friesland; +– Gooi- en Vechtstreek; +– Groningen; +– Haaglanden; +– Haarlemmermeer; +– Hart van Brabant; +– Holland-Rijnland; +– IJsselland; +– JeugdFV; +– Kop van Noord-Holland; +– Lekstroom; +– Midden-Holland; +– Midden IJssel/Oost Veluwe; +– Midden-Limburg; +– Noord Limburg; +– Noord Veluwe; +– Noordoost Brabant; +– Rijk van Nijmegen; +– Rijnmond; +– Rivierenland; +– Samen voor Jeugd; +– Twente; +– Utrecht Stad; +– Utrecht West; +– West Brabant Oost; +– West Brabant West; +– West Friesland; +– Zaanstreek-Waterland; +– Zeeland; +– Zuid Holland Zuid; +– Zuid-Kennemerland IJmond; +– Zuid Limburg; en +– Zuidoost-Utrecht. + +**2.** In de bijlage behorende bij dit besluit is opgenomen welke gemeenten tot welke regio behoren. + +### Artikel 2.2.3 + +De vormen van jeugdhulp, bedoeld in artikel 2.19, eerste lid, onderdeel a, onder 1°, van de wet zijn: + +a. jeugdhulp met verblijf; +b. pleegzorg als bedoeld in artikel 1.1 van de wet; +c. multidisciplinaire specialistische jeugdhulp in verband met meervoudige of complexe problemen, waarbij: + +1°. de jeugdige als gevolg van de betreffende problemen aanzienlijke beperkingen in het dagelijks functioneren ervaart; +2°. sprake is van: + +– een hoog risico voor de jeugdige of diens omgeving; +– ernstige ontwikkelingsproblemen; +– ernstige opvoedproblemen; of +– crimineel gedrag dan wel een vermoeden daarvan; en +3°. in het geval van multidisciplinaire specialistische jeugdhulp mede bestaande uit geestelijke gezondheidszorg tevens: + +– sprake is van een psychische aandoening of een vermoeden daarvan; en +– onvoldoende resultaat wordt verwacht of is gebleken van jeugdhulp bestaande uit generalistische basis geestelijke gezondheidszorg of monodisciplinaire specialistische geestelijke gezondheidszorg; +d. jeugdhulp die wordt verleend door een forensische jeugdhulpaanbieder, mede is gericht op het voorkomen van recidive en is gesteld als bijzondere voorwaarde als bedoeld in artikel 77z van het Wetboek van Strafrecht of wordt verleend ter uitvoering van jeugdreclassering; +e. jeugdhulp in verband met een zintuiglijke beperking; +f. jeugdhulp bestaande uit crisishulp die gezien de ernst van de problemen 7 x 24 uur beschikbaar is; +g. multidisciplinaire jeugdhulp bestaande uit dagbehandeling in groepsverband aan jeugdigen met een verstandelijke beperking, een lichamelijke beperking, ernstige psychische problemen, opvoedproblemen dan wel een vermoeden daarvan of ernstige gedragsproblemen; +h. jeugdhulp bestaande uit hoogspecialistische geestelijke gezondheidszorg aan jeugdigen die onvoldoende baat hebben gehad of naar verwachting zullen hebben bij jeugdhulp bestaande uit generalistische basis geestelijke gezondheidszorg of specialistische geestelijke gezondheidszorg en waarbij sprake is van één of meer ernstige, complexe of zeldzame aandoeningen dan wel van een voorspelbaar ernstig beloop van klachten; +i. specialistische jeugdhulp in verband met seksueel misbruik, geweld in afhankelijkheidsrelaties of eergerelateerd geweld; +j. jeugdhulp in verband met ernstige problemen op het gebied van onzindelijkheid. + +### Artikel 2.2.3a + +**1.** + +De vormen van jeugdhulp, bedoeld in artikel 10.3, eerste lid, onderdeel a, van de wet, zijn: + +a. jeugdhulp met verblijf; +b. pleegzorg als bedoeld in artikel 1.1 van de wet; +c. multidisciplinaire specialistische jeugdhulp in verband met meervoudige of complexe problemen, waarbij: + +1°. de jeugdige als gevolg van de betreffende problemen aanzienlijke beperkingen in het dagelijks functioneren ervaart; +2°. sprake is van: + +– een hoog risico voor de jeugdige of diens omgeving; +– ernstige ontwikkelingsproblemen; +– ernstige opvoedproblemen; of +– crimineel gedrag dan wel een vermoeden daarvan; en +3°. in het geval van multidisciplinaire specialistische jeugdhulp mede bestaande uit geestelijke gezondheidszorg tevens: + +– sprake is van een psychische aandoening of een vermoeden daarvan; en +– onvoldoende resultaat wordt verwacht of is gebleken van jeugdhulp bestaande uit generalistische basis geestelijke gezondheidszorg of monodisciplinaire specialistische geestelijke gezondheidszorg; +d. jeugdhulp die wordt verleend door een forensische jeugdhulpaanbieder, mede is gericht op het voorkomen van recidive en is gesteld als bijzondere voorwaarde als bedoeld in artikel 77z van het Wetboek van Strafrecht of wordt verleend ter uitvoering van jeugdreclassering; +e. jeugdhulp in verband met een zintuiglijke beperking; +f. jeugdhulp bestaande uit crisishulp die gezien de ernst van de problemen 7 x 24 uur beschikbaar is; +g. multidisciplinaire jeugdhulp bestaande uit dagbehandeling in groepsverband aan jeugdigen met een verstandelijke beperking, een lichamelijke beperking, ernstige psychische problemen, opvoedproblemen dan wel een vermoeden daarvan of ernstige gedragsproblemen; +h. jeugdhulp bestaande uit hoogspecialistische geestelijke gezondheidszorg aan jeugdigen die onvoldoende baat hebben gehad of naar verwachting zullen hebben bij jeugdhulp bestaande uit generalistische basis geestelijke gezondheidszorg of specialistische geestelijke gezondheidszorg en waarbij sprake is van één of meer ernstige, complexe of zeldzame aandoeningen dan wel van een voorspelbaar ernstig beloop van klachten; +i. specialistische jeugdhulp in verband met seksueel misbruik, geweld in afhankelijkheidsrelaties of eergerelateerd geweld; +j. jeugdhulp in verband met ernstige problemen op het gebied van onzindelijkheid. + +**2.** Dit artikel vervalt op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. + +### Artikel 2.2.4 + +De vormen van jeugdhulp, bedoeld in artikel 2.19, eerste lid, onderdeel c, onder 1°, van de wet zijn: + +a. jeugdhulp met verblijf voor zover: + +1°. sprake is van gesloten jeugdhulp als bedoeld in artikel 1.1 van de wet; of +2°. deze jeugdhulp mede is gericht op de drie milieus wonen, onderwijs en vrije tijd; +b. jeugdhulp die wordt verleend door een forensische jeugdhulpaanbieder, mede is gericht op het voorkomen van recidive en: + +1°. is gesteld als bijzondere voorwaarde als bedoeld in artikel 77z van het Wetboek van Strafrecht of wordt verleend ter uitvoering van jeugdreclassering; en +2°. geen sprake is van jeugdhulp met verblijf; +c. jeugdhulp bestaande uit crisishulp die gezien de ernst van de problematiek 7 x 24 uur beschikbaar is; +d. multidisciplinaire specialistische jeugdhulp bestaande uit geestelijke gezondheidszorg in verband met complexe verslavingsproblematiek. + ### Artikel 2.3 **1.** @@ -166,6 +313,62 @@ De meldplicht, bedoeld in artikel 4.0.1, eerste lid, van de wet, is niet van toe a. jeugdhulpaanbieders die uitsluitend jeugdhulp leveren die bestaat uit het vervoer van een jeugdige, bedoeld in artikel 2.3, tweede lid, van de wet; en b. gemeenten. +### Paragraaf 4.0.a. Bestuursstructuur + +### Artikel 4.0.a1 + +Artikel 4.4.1 van de wet is niet van toepassing op de volgende categorieën van jeugdhulpaanbieders: + +a. jeugdhulpaanbieders die uitsluitend jeugdhulp leveren die bestaat uit het vervoer van een jeugdige, bedoeld in artikel 2.3, tweede lid, van de wet; en +b. gemeenten. + +### Artikel 4.0.a2 + +**1.** De interne toezichthouder bestaat uit ten minste drie natuurlijke personen. + +**2.** Een persoon wordt voor ten hoogste vier jaar aangesteld als lid van de interne toezichthouder van de jeugdhulpaanbieder of de gecertificeerde instelling. Deze periode kan eenmaal met ten hoogste vier jaar worden verlengd. De al dan niet aaneengesloten totale periode waarin een persoon lid is van de interne toezichthouder van de jeugdhulpaanbieder of de gecertificeerde instelling is ten hoogste acht jaar. + +### Artikel 4.0.a3 + +**1.** + +De jeugdhulpaanbieder of de gecertificeerde instelling borgt de onafhankelijke taakvervulling door de interne toezichthouder. Dit betekent in ieder geval dat: + +a. een lid van de interne toezichthouder geen andere financiële vergoeding van de jeugdhulpaanbieder of de gecertificeerde instelling ontvangt dan een passende vergoeding voor de als lid van de interne toezichthouder verrichte werkzaamheden; +b. een lid van de interne toezichthouder, diens echtgenoot of andere levensgezel, pleegkind of bloed- of aanverwant tot in de tweede graad: + +1°. tijdens dan wel in de periode van drie jaar voorafgaand aan het lidmaatschap van de interne toezichthouder geen lid is van de dagelijkse of algemene leiding van de jeugdhulpaanbieder of de gecertificeerde instelling; +2°. in de periode van een jaar voorafgaand aan het lidmaatschap van de interne toezichthouder niet tijdelijk heeft voorzien in de dagelijkse of algemene leiding van de jeugdhulpaanbieder of de gecertificeerde instelling bij belet of ontstentenis van een of meer leden van de dagelijkse of algemene leiding; +3°. tijdens dan wel in de periode van drie jaar voorafgaand aan het lidmaatschap van de interne toezichthouder geen werknemer van de jeugdhulpaanbieder of de gecertificeerde instelling is dan wel krachtens een overeenkomst van opdracht werkzaamheden voor de jeugdhulpaanbieder of de gecertificeerde instelling heeft verricht; +4°. tijdens dan wel in de periode van drie jaar voorafgaand aan het lidmaatschap van de interne toezichthouder geen zakelijke relatie onderhoudt met de jeugdhulpaanbieder of de gecertificeerde instelling die de onafhankelijkheid van het lid van de interne toezichthouder dan wel het vertrouwen in die onafhankelijkheid in gevaar brengt; +5°. geen lid is van de dagelijkse of algemene leiding van een andere jeugdhulpaanbieder of gecertificeerde instelling indien een lid van de dagelijkse of algemene leiding van de jeugdhulpaanbieder of de gecertificeerde lid is van de interne toezichthouder van die andere jeugdhulpaanbieder of de gecertificeerde instelling; +6°. geen aandelen in de jeugdhulpaanbieder of de gecertificeerde instelling houdt; +7°. geen lid is van de dagelijkse of algemene leiding van een rechtspersoon die aandelen in de jeugdhulpaanbieder of de gecertificeerde instelling houdt dan wel van een andere jeugdhulpaanbieder of gecertificeerde instelling die binnen het verzorgingsgebied van de jeugdhulpaanbieder of de gecertificeerde instelling geheel of gedeeltelijk dezelfde werkzaamheden verricht; +8°. geen lid is van de interne toezichthouder van een andere jeugdhulpaanbieder of gecertificeerde instelling die binnen het verzorgingsgebied van de jeugdhulpaanbieder of gecertificeerde instelling geheel of gedeeltelijk dezelfde werkzaamheden verricht, tenzij die andere jeugdhulpaanbieder of gecertificeerde instelling een dochtermaatschappij van de jeugdhulpaanbieder of gecertificeerde instelling is als bedoeld in artikel 24a van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek of die andere jeugdhulpaanbieder of gecertificeerde instelling met de jeugdhulpaanbieder of de gecertificeerde instelling is verbonden in een groep als bedoeld in artikel 24b van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek; +9°. geen lid is van de interne toezichthouder van een rechtspersoon die aandelen in de jeugdhulpaanbieder of de gecertificeerde instelling houdt, tenzij die rechtspersoon met de jeugdhulpaanbieder of de gecertificeerde instelling is verbonden in een groep als bedoeld in artikel 24b van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. + +**2.** Met jeugdhulpaanbieder of gecertificeerde instelling als bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en b, wordt gelijkgesteld een dochtermaatschappij van de jeugdhulpaanbieder of de gecertificeerde instelling als bedoeld in artikel 24a van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek alsmede met de jeugdhulpaanbieder of de gecertificeerde instelling in een groep verbonden rechtspersonen of vennootschappen als bedoeld in artikel 24b van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. + +**3.** Onder lid van de dagelijkse of algemene leiding als bedoeld in de subonderdelen 1°, 5° en 7° van onderdeel b van het eerste lid, wordt mede verstaan de natuurlijke persoon die het beleid van de instelling heeft bepaald of mede heeft bepaald, als ware hij lid van de dagelijkse of algemene leiding van de jeugdhulpaanbieder of de gecertificeerde instelling. + +### Artikel 4.0.a4 + +**1.** De interne toezichthouder richt zich bij de vervulling van zijn taak naar het belang van de jeugdhulpaanbieder of de gecertificeerde instelling, het te behartigen maatschappelijke belang en het belang van de betrokken belanghebbenden. + +**2.** De interne toezichthouder stelt een profielschets op voor de leden van de interne toezichthouder rekening houdend met de aard van de instelling, diens activiteiten en de gewenste deskundigheid en achtergrond van de leden van de interne toezichthouder. + +### Artikel 4.0.a5 + +**1.** De jeugdhulpaanbieder of de gecertificeerde instelling verschaft de interne toezichthouder tijdig, en desgevraagd schriftelijk, de voor de uitoefening van diens taak noodzakelijke gegevens. + +**2.** + +De jeugdhulpaanbieder of de gecertificeerde stelt de interne toezichthouder voorts ten minste eenmaal per jaar schriftelijk op de hoogte van in ieder geval: + +a. de hoofdlijnen van het strategisch beleid; +b. de algemene en financiële risico’s; en +c. het beheers- en controlesysteem. + ### Paragraaf 4.1. De vertrouwenspersoon ### Artikel 4.1.1 @@ -584,7 +787,7 @@ b. scholen als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de expertisecentra; c. scholen als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet voortgezet onderwijs 2020; d. instellingen als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs; e. instellingen voor hoger onderwijs als bedoeld in artikel 1.2, onder a of b, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek; -f. contactgemeenten als bedoeld in artikel 147, derde lid, van de Wet op de expertisecentra, artikel 8.23 van de Wet voorgezet onderwijs 2020 en artikel 8.3.2, derde lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs te behoeve van de regionale meld- en coördinatiefunctie. +f. contactgemeenten als bedoeld in artikel 9.2.4 van de Wet educatie en beroepsonderwijs ten behoeve van de taak, bedoeld in artikel 9.2.5 van die wet. **2.** Als categorie van functionarissen als bedoeld in artikel 7.1.1.2, tweede lid, onder a, van de wet in het domein onderwijs worden aangewezen ambtenaren als bedoeld in artikel 16 van de Leerplichtwet 1969.