2009-07-01 | BWBR0010346 | Arbeidsomstandighedenwet 1998
This commit is contained in:
parent
7ec428a4d3
commit
1a9e5bbfa9
1 changed files with 33 additions and 100 deletions
|
|
@ -57,14 +57,7 @@ a. ter voorbereiding op beroepsmatige arbeid;
|
|||
b. in het kader van een taakstraf dan wel in het kader van het voldoen aan voorwaarden ter voorkoming van strafvervolging als bedoeld in artikel 74, tweede lid, onderdeel f, of artikel 77f, eerste lid, onderdeel b, van het Wetboek van Strafrecht dan wel in het kader van deelneming aan een project als bedoeld in artikel 77e van het Wetboek van Strafrecht;
|
||||
c. als bedoeld in artikel 16, zesde lid, onderdeel c.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
|
||||
|
||||
a. beboetbaar feit: een handeling of een nalaten in strijd met deze wet of de daarop berustende bepalingen, terzake waarvan een boete kan worden opgelegd en welke handeling of nalaten in de Wet op de economische delicten niet als economisch delict is aangemerkt;
|
||||
b. boete: de bestuurlijke sanctie die bestaat uit de onvoorwaardelijke verplichting tot het betalen van een bepaalde geldsom aan de Staat.
|
||||
|
||||
**5.** Waar in deze wet en de daarop berustende bepalingen de woorden «bedrijf» en «inrichting» worden gebruikt om een plaats aan te duiden, omvatten deze mede een andere plaats waar arbeid wordt verricht of pleegt te worden verricht.
|
||||
**4.** Waar in deze wet en de daarop berustende bepalingen de woorden «bedrijf» en «inrichting» worden gebruikt om een plaats aan te duiden, omvatten deze mede een andere plaats waar arbeid wordt verricht of pleegt te worden verricht.
|
||||
|
||||
### Paragraaf . Uitbreiding Toepassingsgebied
|
||||
|
||||
|
|
@ -144,7 +137,7 @@ f. het toezicht op de naleving van het bij of krachtens dit artikel bepaalde.
|
|||
|
||||
**2.** Onze Minister kan een bedrijf of een inrichting of een deel daarvan afzonderlijk aanwijzen ten aanzien waarvan op de werkgever een of meer van de verplichtingen bedoeld in of krachtens het eerste lid rusten indien zich in verband met de aanwezigheid van gevaarlijke stoffen bijzondere gevaren kunnen voordoen voor de veiligheid en de gezondheid van de daarin werkzame werknemers. Bij de aanwijzing wordt bepaald op welk tijdstip aan de betreffende verplichtingen moet zijn voldaan. De werking van de aanwijzing wordt opgeschort totdat de termijn voor het indienen van een bezwaar- of beroepschrift is verstreken of, indien bezwaar is gemaakt of beroep is ingesteld, op het bezwaar of beroep is beslist.
|
||||
|
||||
**3.** Het niet naleven van de eerste volzin van het eerste lid is een overtreding. Voorzover het niet naleven van de bij of krachtens het eerste lid gestelde regels is aangewezen als een strafbaar feit, is dat feit een overtreding.
|
||||
**3.** Het niet naleven van de eerste zin van het eerste lid is een overtreding in de zin van artikel 2, derde lid, van de Wet op de economische delicten. Voor zover het niet naleven van de bij of krachtens het eerste lid gestelde regels is aangewezen als een strafbaar feit, is dat feit eveneens een overtreding.
|
||||
|
||||
### Paragraaf . Informatie aan het publiek
|
||||
|
||||
|
|
@ -201,7 +194,7 @@ Tevens zorgt de werkgever ervoor dat de werknemers doeltreffend worden ingelicht
|
|||
|
||||
**1.** Indien bij of in rechtstreeks verband met de arbeid die de werkgever door zijn werknemers doet verrichten in een bedrijf of een inrichting of in de onmiddellijke omgeving daarvan gevaar kan ontstaan voor de veiligheid of de gezondheid van andere personen dan die werknemers, neemt de werkgever doeltreffende maatregelen ter voorkoming van dat gevaar.
|
||||
|
||||
**2.** Het niet naleven van het eerste lid is een overtreding.
|
||||
**2.** Het niet naleven van het eerste lid is een overtreding in de zin van artikel 2, derde lid, van de Wet op de economische delicten.
|
||||
|
||||
### Paragraaf . Algemene verplichtingen van de werknemers
|
||||
|
||||
|
|
@ -374,7 +367,7 @@ a. de ongevalsrapportages en de lijst van arbeidsongevallen, bedoeld in artikel
|
|||
b. een eis als bedoeld in artikel 27, eerste lid;
|
||||
c. een bevel als bedoeld in artikel 28, eerste lid;
|
||||
d. een verzoek om ontheffing als bedoeld in artikel 30, tweede lid;
|
||||
e. een beschikking tot toepassing van bestuursdwang of tot oplegging van een dwangsom als bedoeld in artikel 28a;
|
||||
e. een beschikking tot oplegging van een last onder bestuursdwang of tot oplegging van een last onder dwangsom als bedoeld in artikel 28a;
|
||||
f. een rapport als bedoeld in artikel 36, eerste lid;
|
||||
g. een beschikking als bedoeld in artikel 37, eerste lid.
|
||||
|
||||
|
|
@ -440,7 +433,7 @@ d. een vrijwilliger.
|
|||
|
||||
**10.** De werkgever, dan wel een ander dan de werkgever bedoeld in het zevende, achtste of negende lid en de werknemers zijn verplicht tot naleving van de voorschriften en verboden vastgesteld bij of krachtens de op grond van dit artikel, artikel 20, eerste lid, en artikel 24, negende lid, vastgestelde algemene maatregel van bestuur voorzover en op de wijze als bij of krachtens deze maatregel is bepaald.
|
||||
|
||||
**11.** Voorzover de niet naleving van de in het tiende lid bedoelde voorschriften en verboden is aangewezen als een strafbaar feit, is dat feit een overtreding.
|
||||
**11.** Voor zover het niet naleven van de in het tiende lid bedoelde voorschriften en verboden is aangewezen als een strafbaar feit, is dat feit een overtreding in de zin van artikel 2, derde lid, van de Wet op de economische delicten.
|
||||
|
||||
### Paragraaf . Maatwerk door werkgevers en werknemers
|
||||
|
||||
|
|
@ -527,7 +520,7 @@ Bij algemene maatregel van bestuur kunnen, voor zoveel nodig in afwijking van de
|
|||
|
||||
**7.** De toezichthouder geeft zo spoedig mogelijk gehoor aan het verzoek om een onderzoek in te stellen, gedaan door de ondernemingsraad of de personeelsvertegenwoordiging, dan wel door een vereniging van werknemers, die krachtens haar statuten ten doel heeft de belangen van haar leden als werknemers te behartigen en als zodanig in de betrokken onderneming of bedrijfstak werkzaam is en in het bezit is van volledige rechtsbevoegdheid.
|
||||
|
||||
**8.** Ten dienste van het onderzoek naar een beboetbaar feit is de toezichthouder, voor zover dat voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijs nodig is, bevoegd ieder staande te houden en te vorderen dat hij zijn naam, voornamen, geboortedatum en geboortejaar en adres opgeeft.
|
||||
**8.** Ten dienste van het onderzoek naar een overtreding is de toezichthouder, voor zover dat voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijs nodig is, bevoegd ieder staande te houden en te vorderen dat hij zijn naam, voornamen, geboortedatum en geboortejaar en adres opgeeft.
|
||||
|
||||
**9.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat in de bij of krachtens die maatregel te bepalen gevallen en wijze degene die arbeid verricht of doet verrichten in de territoriale zee of de exclusieve economische zone, verplicht is de toezichthouder bij de uitoefening van zijn bevoegdheden te vervoeren naar door de toezichthouder aan te duiden plaatsen waar deze arbeid wordt of zal worden verricht.
|
||||
|
||||
|
|
@ -573,13 +566,13 @@ De toezichthouders zijn, behoudens tegenover hen aan wier gezag zij uit kracht v
|
|||
|
||||
**6.** Ieder wie zulks aangaat is verplicht zich te gedragen overeenkomstig een bevel, als bedoeld in het eerste lid en een aanwijzing als bedoeld in het vijfde lid.
|
||||
|
||||
**7.** Het opzettelijk niet naleven van het zesde lid is een misdrijf.
|
||||
**7.** Het opzettelijk niet naleven van het zesde lid is een misdrijf in de zin van artikel 2, derde lid, van de Wet op de economische delicten.
|
||||
|
||||
### Paragraaf . Bestuursdwang
|
||||
### Paragraaf . Last onder bestuursdwang
|
||||
|
||||
### Artikel 28a
|
||||
|
||||
Een daartoe aangewezen toezichthouder is bevoegd tot toepassing van bestuursdwang ter zake van de naleving van artikel 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht, voorzover het de verplichting betreft tot het verlenen van medewerking aan de toezichthouder, de artikelen 24, negende lid, en 28, eerste lid en de daartoe bij algemene maatregel van bestuur aangewezen bepalingen krachtens deze wet.
|
||||
Een daartoe aangewezen toezichthouder is bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang ter zake van de naleving van artikel 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht, voor zover het de verplichting betreft tot het verlenen van medewerking aan de toezichthouder, de artikelen 24, negende lid, en 28, eerste lid, en de daartoe bij algemene maatregel van bestuur aangewezen bepalingen krachtens deze wet.
|
||||
|
||||
### Paragraaf . Werkonderbreking
|
||||
|
||||
|
|
@ -635,54 +628,35 @@ c. zich na de verlening zodanige feiten of omstandigheden voordoen dat, indien d
|
|||
|
||||
**1.** Het is de werkgever verboden handelingen te verrichten of na te laten in strijd met deze wet of de daarop berustende bepalingen indien daardoor, naar hij weet of redelijkerwijs moet weten, levensgevaar of ernstige schade aan de gezondheid van een of meer werknemers ontstaat of te verwachten is.
|
||||
|
||||
**2.** Het niet naleven van het eerste lid is een misdrijf.
|
||||
**2.** Het niet naleven van het eerste lid is een misdrijf in de zin van artikel 2, derde lid, van de Wet op de economische delicten.
|
||||
|
||||
### Paragraaf . Beboetbare feiten
|
||||
### Paragraaf . Overtredingen
|
||||
|
||||
### Artikel 33
|
||||
|
||||
**1.** Als beboetbaar feit wordt aangemerkt de handeling of het nalaten in strijd met de artikelen 3, 4, eerste lid, 5, 8, 9, eerste en tweede lid, 11, 13, eerste tot en met vierde lid, negende en tiende lid, 14, eerste, tweede en zevende lid, 14a, tweede, derde en vierde lid, 15, eerste en derde lid, 18, 19. Terzake van de feiten bedoeld in de vorige volzin, kan een boete worden opgelegd van de eerste categorie.
|
||||
**1.** Als overtreding wordt aangemerkt het niet naleven van de artikelen 3, 4, eerste lid, 5, 8, 9, eerste en tweede lid, 11, 13, eerste tot en met vierde lid, negende en tiende lid, 14, eerste, tweede en zevende lid, 14a, tweede, derde en vierde lid, 15, eerste en derde lid, 18 en 19. Ter zake van de overtredingen, bedoeld in de vorige zin, kan een bestuurlijke boete worden opgelegd van de eerste categorie.
|
||||
|
||||
**2.** Als beboetbaar feit wordt tevens aangemerkt de handeling of het nalaten in strijd met artikel 16, tiende lid, voor zover het niet naleven van de in dat artikellid bedoelde voorschriften en verboden bij of krachtens algemene maatregel van bestuur is aangemerkt als beboetbaar feit. Terzake van de feiten, bedoeld in de vorige volzin, wordt bij of krachtens algemene maatregel van bestuur bepaald of een boete kan worden opgelegd van de eerste of tweede categorie.
|
||||
**2.** Als overtreding wordt tevens aangemerkt het niet naleven van artikel 16, tiende lid, voor zover het niet naleven van de in dat artikellid bedoelde voorschriften en verboden bij of krachtens algemene maatregel van bestuur is aangemerkt als overtreding. Ter zake van de overtredingen, bedoeld in de vorige zin, wordt bij of krachtens algemene maatregel van bestuur bepaald of een bestuurlijke boete kan worden opgelegd van de eerste of tweede categorie.
|
||||
|
||||
**3.** Een beboetbaar feit als bedoeld in het eerste of tweede lid wordt aangemerkt als een strafbaar feit, indien tweemaal binnen een aan de dag van het constateren van dat beboetbare feit voorafgaande periode van 48 maanden, met respectievelijke tussenliggende perioden van ten hoogste 24 maanden, voor een beboetbaar feit bestaande uit het niet naleven van eenzelfde wettelijke verplichting een boete is opgelegd die onherroepelijk is geworden.
|
||||
**3.** Een overtreding als bedoeld in het eerste of tweede lid wordt aangemerkt als een strafbaar feit, indien tweemaal binnen een aan de dag van het constateren van die overtreding voorafgaande periode van 48 maanden, met respectievelijke tussenliggende perioden van ten hoogste 24 maanden, voor een overtreding bestaande uit het niet naleven van eenzelfde wettelijke bepaling een bestuurlijke boete is opgelegd die onherroepelijk is geworden.
|
||||
|
||||
**4.** Geen boete kan worden opgelegd terzake van bij of krachtens deze wet strafbaar gestelde feiten.
|
||||
**4.** Geen bestuurlijke boete kan worden opgelegd ter zake van bij of krachtens deze wet strafbaar gestelde feiten.
|
||||
|
||||
**5.** De handeling of het nalaten, bedoeld in het derde lid, is een overtreding.
|
||||
|
||||
### Paragraaf . Aanduiding pleger beboetbaar feit
|
||||
**5.** Het strafbaar feit, bedoeld in het derde lid, is een overtreding in de zin van artikel 2, derde lid, van de Wet op de economische delicten.
|
||||
|
||||
### Artikel 33a
|
||||
|
||||
**1.** Beboetbare feiten kunnen worden begaan door natuurlijke personen en rechtspersonen.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Indien een beboetbaar feit wordt begaan door een rechtspersoon, kan de boete worden opgelegd aan:
|
||||
|
||||
1°. de rechtspersoon, of
|
||||
2°. degene die opdracht heeft gegeven tot de gedraging waardoor de verplichtingen die voortvloeien uit deze wet of de daarop berustende bepalingen niet zijn nageleefd alsmede tegen hem die feitelijke leiding heeft gegeven aan die gedraging, of
|
||||
3°. de onder 1° en 2° genoemde tezamen.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Voor de toepassing van het eerste en tweede lid wordt met een rechtspersoon gelijkgesteld:
|
||||
|
||||
1°. de vennootschap zonder rechtspersoonlijkheid,
|
||||
2°. de maatschap,
|
||||
3°. de rederij en
|
||||
4°. het doelvermogen.
|
||||
|
||||
### Paragraaf . Hoogte boete en recidive
|
||||
### Paragraaf . Hoogte bestuurlijke boete en recidive
|
||||
|
||||
### Artikel 34
|
||||
|
||||
**1.** Een daartoe door Onze Minister aangewezen, onder hem ressorterende ambtenaar legt de boete op aan de natuurlijke of rechtspersoon op wie de verplichtingen rusten die voortvloeien uit deze wet en de daarop berustende bepalingen, voor zover het niet naleven daarvan is aangeduid als beboetbaar feit.
|
||||
**1.** Een daartoe door Onze Minister aangewezen, onder hem ressorterende ambtenaar legt de bestuurlijke boete op aan de overtreder op wie de verplichtingen rusten die voortvloeien uit deze wet en de daarop berustende bepalingen, voor zover het niet naleven daarvan is aangeduid als overtreding.
|
||||
|
||||
**2.** De ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, is niet reeds aangewezen als toezichthouder.
|
||||
|
||||
**3.** De hoogte van de boete die ten hoogste voor een beboetbaar feit kan worden opgelegd is gelijk aan de geldsom van de categorie die voor het beboetbaar feit is bepaald.
|
||||
**3.** De hoogte van de bestuurlijke boete die ten hoogste voor een overtreding kan worden opgelegd is gelijk aan de geldsom van de categorie die voor de overtreding is bepaald. Artikel 5:53 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing indien een artikel gesteld bij of krachtens deze wet op grond waarvan een bestuurlijke boete kan worden opgelegd, niet is nageleefd.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -691,78 +665,41 @@ Er zijn 2 categorieën:
|
|||
1°. de eerste categorie: € 9.000;
|
||||
2°. de tweede categorie: € 22.500.
|
||||
|
||||
**5.** Onze Minister stelt beleidsregels vast waarin is aangegeven hoe de hoogte van de op te leggen boete wordt bepaald.
|
||||
**5.** Onze Minister stelt beleidsregels vast waarin is aangegeven hoe de hoogte van de op te leggen bestuurlijke boete wordt bepaald.
|
||||
|
||||
**6.** Onverminderd het vierde lid verhoogt de aangewezen ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, de op te leggen boete met 50%, indien op de dag van het constateren van het beboetbare feit nog geen 24 maanden zijn verstreken nadat een eerder beboetbaar feit bestaande uit het niet naleven van eenzelfde wettelijke verplichting is geconstateerd en de boete wegens het eerdere beboetbare feit onherroepelijk is geworden.
|
||||
**6.** Onverminderd het vierde lid verhoogt de aangewezen ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, de op te leggen bestuurlijke boete met 50%, indien op de dag van het constateren van de overtreding nog geen 24 maanden zijn verstreken nadat een eerdere overtreding bestaande uit het niet naleven van eenzelfde wettelijke verplichting is geconstateerd en de bestuurlijke boete wegens de eerdere overtreding onherroepelijk is geworden.
|
||||
|
||||
**7.** Voor zover de boete nog niet is geïnd vervalt zij door het overlijden van degene aan wie zij is opgelegd.
|
||||
|
||||
### Paragraaf . Informatie, zwijgrecht en cautie
|
||||
|
||||
### Artikel 35
|
||||
|
||||
**1.** Indien de toezichthouder jegens de belanghebbende een handeling verricht waaraan deze in redelijkheid de gevolgtrekking kan verbinden dat aan hem wegens een bepaalde gedraging een boete zal worden opgelegd, is die belanghebbende niet langer verplicht terzake van die gedraging enige verklaring af te leggen, voor zover het de boeteoplegging betreft. De belanghebbende wordt hiervan in kennis gesteld alvorens hem mondeling om informatie wordt gevraagd.
|
||||
|
||||
**2.** Indien de daartoe aangewezen ambtenaar, bedoeld in artikel 34, eerste lid, voornemens is om aan de belanghebbende een boete op te leggen, wordt hiervan kennis gegeven aan de belanghebbende onder vermelding van de gronden waarop het voornemen berust. De kennisgeving is een handeling als bedoeld in het eerste lid.
|
||||
|
||||
**3.** Op verzoek van de belanghebbende die de in het vorige lid bedoelde kennisgeving wegens zijn gebrekkige kennis van de Nederlandse taal onvoldoende begrijpt, draagt de daartoe aangewezen ambtenaar, bedoeld in artikel 34, eerste lid, er zoveel mogelijk zorg voor dat de in die kennisgeving vermelde gronden aan de belanghebbende worden medegedeeld in een voor hem begrijpelijke taal.
|
||||
|
||||
**4.** In afwijking van afdeling 4.1.2 van de Algemene wet bestuursrecht stelt de daartoe aangewezen ambtenaar, bedoeld in artikel 34, eerste lid, de belanghebbende in de gelegenheid om naar keuze schriftelijk of mondeling zijn zienswijze naar voren te brengen voordat de boete wordt opgelegd.
|
||||
|
||||
**5.** Indien de belanghebbende zijn zienswijze mondeling naar voren brengt, draagt de daartoe aangewezen ambtenaar, bedoeld in artikel 34, eerste lid, er op verzoek van de belanghebbende die de Nederlandse taal onvoldoende begrijpt, zorg voor dat een tolk wordt benoemd die de belanghebbende kan bijstaan, tenzij redelijkerwijs kan worden aangenomen dat daaraan geen behoefte bestaat.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Paragraaf . Boeterapport
|
||||
|
||||
### Artikel 36
|
||||
|
||||
**1.** Indien de toezichthouder vaststelt dat een beboetbaar feit is gepleegd, maakt hij zo spoedig mogelijk daarvan een rapport op.
|
||||
**1.** Onverminderd artikel 5:48, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht vermeldt het rapport naast de overtreder in ieder geval de andere bij de overtreding betrokken persoon of personen.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
**2.** Het rapport wordt toegezonden aan de daartoe op grond van artikel 34, eerste lid, aangewezen ambtenaar.
|
||||
|
||||
In het rapport worden in ieder geval vermeld:
|
||||
|
||||
a. de aard van het beboetbaar feit onder vermelding van het wettelijk voorschrift waarmee in strijd is gehandeld;
|
||||
b. de aanduiding van de plaats waar het beboetbaar feit is gepleegd;
|
||||
c. de bij het beboetbaar feit betrokken persoon of personen;
|
||||
d. de natuurlijke of rechtspersoon op wie de verplichting rust tot naleving van het beboetbare wettelijke voorschrift.
|
||||
|
||||
**3.** Het rapport wordt toegezonden aan de daartoe op grond van artikel 34, eerste lid, aangewezen ambtenaar.
|
||||
|
||||
**4.** Een afschrift van het rapport wordt toegezonden of uitgereikt aan de in het tweede lid, onder c en d bedoelde persoon. Indien de in de eerste volzin bedoelde persoon het rapport niet begrijpt, draagt de toezichthouder er zo veel mogelijk zorg voor dat de in het rapport vermelde informatie aan hem wordt meegedeeld in een voor hem begrijpelijke taal.
|
||||
**3.** Een afschrift van het rapport wordt toegezonden of uitgereikt aan de andere bij de overtreding betrokken persoon of personen, bedoeld in het eerste lid.
|
||||
|
||||
### Paragraaf . Boetebeschikking
|
||||
|
||||
### Artikel 37
|
||||
|
||||
**1.** Een boete wordt opgelegd bij beschikking van een daartoe op grond van artikel 34, eerste lid, aangewezen ambtenaar. De beschikking wordt gegeven binnen 13 weken na dagtekening van het boeterapport, bedoeld in artikel 36, eerste lid.
|
||||
Een afschrift van de boetebeschikking wordt toegezonden of uitgereikt aan de andere bij de overtreding betrokken persoon of personen, bedoeld in artikel 36, eerste lid, en in voorkomend geval, desgevraagd aan zijn of hun nabestaande of nabestaanden.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
In de beschikking wordt in ieder geval vermeld:
|
||||
|
||||
a. de hoogte van de boete;
|
||||
b. het beboetbaar feit terzake waarvan de boete verschuldigd is;
|
||||
c. de bij het beboetbaar feit betrokken personen;
|
||||
d. degene die voor de naleving van de wet en de daarop berustende bepalingen aansprakelijk is;
|
||||
e. de termijn of de termijnen waarbinnen de boete moet worden betaald.
|
||||
|
||||
**3.** Indien een persoon als bedoeld in het tweede lid, onder c en d, de inhoud van de beschikking niet begrijpt, draagt de daartoe op grond van artikel 34, eerste lid, aangewezen ambtenaar er zoveel mogelijk zorg voor dat de in de beschikking vermelde informatie aan hem wordt meegedeeld in een voor hem begrijpelijke taal.
|
||||
|
||||
### Paragraaf . Betaling
|
||||
### Paragraaf . Inlichtingenplicht jegens de boeteoplegger
|
||||
|
||||
### Artikel 38
|
||||
|
||||
**1.** De boete wordt betaald aan de Staat binnen 6 weken nadat de beschikking, bedoeld in artikel 37, is bekendgemaakt.
|
||||
|
||||
**2.** Degene aan wie een boete is opgelegd is verplicht desgevraagd aan de daartoe op grond van artikel 34, eerste lid, aangewezen ambtenaar de inlichtingen te verstrekken die voor de tenuitvoerlegging van de boete van belang zijn. Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld.
|
||||
|
||||
### Paragraaf . Aanmaning
|
||||
Degene aan wie een bestuurlijke boete is opgelegd is verplicht desgevraagd aan de daartoe op grond van artikel 34, eerste lid, aangewezen ambtenaar de inlichtingen te verstrekken die voor de tenuitvoerlegging van de boete van belang zijn.
|
||||
|
||||
### Artikel 39
|
||||
|
||||
**1.** Bij gebreke van betaling maant de daartoe op grond van artikel 34, eerste lid, aangewezen ambtenaar degene aan wie de boete is opgelegd, schriftelijk aan binnen 2 weken alsnog aan zijn verplichtingen te voldoen. De verschuldigde boete wordt verhoogd met de op de aanmaning betrekking hebbende kosten.
|
||||
|
||||
**2.** De aanmaning bevat de aanzegging dat de boete, voorzover deze binnen de in de aanmaning gestelde termijn niet wordt voldaan, wordt ingevorderd overeenkomstig artikel 40.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Paragraaf . Invordering
|
||||
|
||||
|
|
@ -778,25 +715,21 @@ e. de termijn of de termijnen waarbinnen de boete moet worden betaald.
|
|||
|
||||
**5.** Het verzet schorst de tenuitvoerlegging niet, tenzij de voorzieningenrechter van de rechtbank in kort geding anders beslist.
|
||||
|
||||
### Paragraaf . Vervaltermijn
|
||||
|
||||
### Artikel 41
|
||||
|
||||
**1.** De bevoegdheid om een boete op te leggen vervalt na verloop van 2 jaar na de dag waarop het beboetbaar feit is vastgesteld.
|
||||
|
||||
**2.** De beslissing om een boete op te leggen stuit de in het eerste lid bedoelde termijn.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Paragraaf . Wijziging boetebedrag
|
||||
|
||||
### Artikel 42
|
||||
|
||||
In afwijking van artikel 8:69 van de Algemene wet bestuursrecht kan de rechter in beroep of hoger beroep het bedrag waarop de boete is vastgesteld ook ten nadele van de belanghebbende wijzigen.
|
||||
In afwijking van artikel 8:69 van de Algemene wet bestuursrecht kan de rechter in beroep of hoger beroep het bedrag waarop de bestuurlijke boete is vastgesteld ook ten nadele van de belanghebbende wijzigen.
|
||||
|
||||
### Paragraaf . Terugbetaling
|
||||
|
||||
### Artikel 43
|
||||
|
||||
Indien een boete ten onrechte is opgelegd, wordt de betaalde geldsom, vermeerderd met de wettelijke rente, binnen 6 weken nadat is vastgesteld dat de boete ten onrechte is vastgesteld, aan de rechthebbende terugbetaald.
|
||||
Indien een bestuurlijke boete ten onrechte is opgelegd, wordt deze binnen zes weken nadat is vastgesteld dat de bestuurlijke boete ten onrechte is opgelegd, aan de rechthebbende terugbetaald.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 8. Overgangs- en slotbepalingen
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue