2017-09-01 | BWBR0019574 | Uitvoeringswet internationale kinderbescherming

This commit is contained in:
Coornhert 2017-09-01 12:00:00 +00:00
parent 5741464d39
commit 1aa73f70ad

View file

@ -16,8 +16,8 @@ citeertitel: Uitvoeringswet internationale kinderbescherming
In deze wet wordt verstaan onder:
het verdrag: het op 19 oktober 1996 te s-Gravenhage tot stand gekomen verdrag inzake de bevoegdheid, het toepasselijke recht, de erkenning, de tenuitvoerlegging en de samenwerking op het gebied van ouderlijke verantwoordelijkheid en maatregelen ter bescherming van kinderen (Trb. 1997, 299);
de verordening: de Verordening (EG) nr. 2201/2003 van de Raad van de Europese Unie van 27 november 2003 betreffende de bevoegdheid en de erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen in huwelijkszaken en inzake de ouderlijke verantwoordelijkheid, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1347/2000 (PbEU L 338).
het verdrag: het op 19 oktober 1996 te s-Gravenhage tot stand gekomen verdrag inzake de bevoegdheid, het toepasselijke recht, de erkenning, de tenuitvoerlegging en de samenwerking op het gebied van ouderlijke verantwoordelijkheid en maatregelen ter bescherming van kinderen (Trb. 1997, 299);
de verordening: de Verordening (EG) nr. 2201/2003 van de Raad van de Europese Unie van 27 november 2003 betreffende de bevoegdheid en de erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen in huwelijkszaken en inzake de ouderlijke verantwoordelijkheid, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1347/2000 (PbEU L 338).
### Artikel 2
@ -25,7 +25,7 @@ De hoofdstukken 1, 2, 4, 7 en 8 zijn mede van toepassing op internationale kwest
### Artikel 3
**1.** Onverminderd het bepaalde in artikel 1, onder a, van het op 20 mei 1980 te Luxemburg tot stand gekomen Europese verdrag betreffende de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen inzake het gezag over kinderen en betreffende het herstel van het gezag over kinderen (Trb. 1981, 10), artikel 4 van het op 25 oktober 1980 te s-Gravenhage tot stand gekomen verdrag inzake de burgerrechtelijke aspecten van internationale ontvoering van kinderen (Trb. 1987, 139) en artikel 2 van de Wet van 2 mei 1990 tot uitvoering van die verdragen (Stb. 202), is deze wet van toepassing op kinderen die de leeftijd van achttien jaren nog niet hebben bereikt.
**1.** Onverminderd het bepaalde in artikel 1, onder a, van het op 20 mei 1980 te Luxemburg tot stand gekomen Europese verdrag betreffende de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen inzake het gezag over kinderen en betreffende het herstel van het gezag over kinderen (Trb. 1981, 10), artikel 4 van het op 25 oktober 1980 te s-Gravenhage tot stand gekomen verdrag inzake de burgerrechtelijke aspecten van internationale ontvoering van kinderen (Trb. 1987, 139) en artikel 2 van de Wet van 2 mei 1990 tot uitvoering van die verdragen (Stb. 202), is deze wet van toepassing op kinderen die de leeftijd van achttien jaren nog niet hebben bereikt.
**2.** Bereikt een kind ten aanzien waarvan een verzoek op grond van het verdrag, van de verordening of van deze wet in behandeling is, de leeftijd van achttien jaren, dan wordt de behandeling van dat verzoek ambtshalve gestaakt. Hetzelfde geldt voor maatregelen ter uitvoering van een beslissing op een verzoek.
@ -45,7 +45,7 @@ De hoofdstukken 1, 2, 4, 7 en 8 zijn mede van toepassing op internationale kwest
**1.** De centrale autoriteit is bevoegd, zonodig ook zonder uitdrukkelijke volmacht van degene die zich met een verzoek tot haar heeft gewend, namens hem, anders dan in rechte, op te treden.
**2.** Onverminderd het bepaalde in artikel 5, derde lid, van het op 20 mei 1980 te Luxemburg tot stand gekomen Europese verdrag betreffende de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen inzake het gezag over kinderen en betreffende het herstel van het gezag over kinderen (Trb. 1981, 10) en artikel 26 van het op 25 oktober 1980 te s-Gravenhage tot stand gekomen verdrag inzake de burgerrechtelijke aspecten van internationale ontvoering van kinderen (Trb. 1987, 139), draagt de centrale autoriteit zelf alle kosten die aan de uitvoering van haar taak zijn verbonden.
**2.** Onverminderd het bepaalde in artikel 5, derde lid, van het op 20 mei 1980 te Luxemburg tot stand gekomen Europese verdrag betreffende de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen inzake het gezag over kinderen en betreffende het herstel van het gezag over kinderen (Trb. 1981, 10) en artikel 26 van het op 25 oktober 1980 te s-Gravenhage tot stand gekomen verdrag inzake de burgerrechtelijke aspecten van internationale ontvoering van kinderen (Trb. 1987, 139), draagt de centrale autoriteit zelf alle kosten die aan de uitvoering van haar taak zijn verbonden.
### Artikel 6
@ -188,7 +188,7 @@ Artikel 14 van de Uitvoeringswet internationale kinderontvoering (Stb. 1990, 202
### Artikel 22
In het in artikel 41, derde lid, laatste zin, van de verordening bedoelde geval wordt het verzoek om een certificaat betreffende een beslissing inzake het omgangsrecht bij verzoekschrift door tussenkomst van een advocaat ingediend bij de voorzieningenrechter van de rechtbank van welke de kinderrechter de beslissing heeft gegeven. De voorzieningenrechter beslist onverwijld op het verzoek. Artikel 19, eerste lid, is van overeenkomstige toepassing.
In het in artikel 41, derde lid, laatste zin, van de verordening bedoelde geval wordt het verzoek om een certificaat betreffende een beslissing inzake het omgangsrecht door tussenkomst van een advocaat ingediend bij de voorzieningenrechter van de rechtbank van welke de kinderrechter de beslissing heeft gegeven. De voorzieningenrechter beslist onverwijld op het verzoek. Artikel 19, eerste lid, is van overeenkomstige toepassing.
### Artikel 23
@ -222,7 +222,7 @@ Artikel 31 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is van overeenkomstig
### Artikel 26
In de betrekkingen tussen Nederland en andere staten die partij zijn zowel bij het in artikel 1 bedoelde verdrag als bij het op 20 mei 1980 te Luxemburg tot stand gekomen Europese verdrag betreffende de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen inzake het gezag over kinderen en betreffende het herstel van het gezag over kinderen (Trb. 1981, 10) gaat het in artikel 1 bedoelde verdrag voor.
In de betrekkingen tussen Nederland en andere staten die partij zijn zowel bij het in artikel 1 bedoelde verdrag als bij het op 20 mei 1980 te Luxemburg tot stand gekomen Europese verdrag betreffende de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen inzake het gezag over kinderen en betreffende het herstel van het gezag over kinderen (Trb. 1981, 10) gaat het in artikel 1 bedoelde verdrag voor.
## Hoofdstuk 10. Wijziging van andere wetten
@ -242,7 +242,7 @@ Wijzigt de Uitvoeringswet EG-executieverordening.
### Artikel 30
**1.** Artikel 28, onderdeel B, van deze wet is van toepassing op procedures inzake echtscheiding, scheiding van tafel en bed en ontbinding van het huwelijk na scheiding van tafel en bed, nietigverklaring alsmede nietigheid en geldigheid van het huwelijk die worden ingesteld op of na 1 maart 2005.
**1.** Artikel 28, onderdeel B, van deze wet is van toepassing op procedures inzake echtscheiding, scheiding van tafel en bed en ontbinding van het huwelijk na scheiding van tafel en bed, nietigverklaring alsmede nietigheid en geldigheid van het huwelijk die worden ingesteld op of na 1 maart 2005.
**2.** Het in artikel 1 bedoelde verdrag is niet van toepassing in procedures inzake ouderlijke verantwoordelijkheid of maatregelen ter bescherming van kinderen, die vóór zijn inwerkingtreding in Nederland zijn ingesteld en waarin na zijn inwerkingtreding een beslissing wordt genomen.