1998-01-01 | BWBR0003641 | Besluit bestrijding bacterievuur 1983
This commit is contained in:
parent
627d3c9ebc
commit
1ac401ac01
1 changed files with 9 additions and 8 deletions
|
|
@ -14,10 +14,16 @@ citeertitel: Besluit bestrijding bacterievuur 1983
|
|||
|
||||
In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
|
||||
|
||||
"Onze Minister": Onze Minister van Landbouw en Visserij;
|
||||
|
||||
"directeur": de directeur van de Plantenziektenkundige Dienst;
|
||||
|
||||
"bacterievuur": de ziekte veroorzaakt door de bacterie Erwinia amylovora (Burrill) Winslow et al;
|
||||
|
||||
"opplanten": iedere handeling betreffende het plaatsen van planten ten einde hun verdere groei of vermeerdering te bewerkstelligen.
|
||||
|
||||
"gebied van bijzondere landschappelijke waarde": een gebied dat als beschermd natuurmonument is aangewezen in het kader van de Natuurbeschermingswet (1967, *Stb.* 572) dan wel een natuurterrein in eigendom of beheer van de staat, danwel van een natuurbeschermingsorganisatie alsook een landgoed dat als zodanig is aangemerkt ingevolge de Natuurschoonwet 1928 (*Stb.* 63), alsmede een gebied waarin de meidoorn een landschappelijk bepalende rol speelt en welk gebied daartoe door Onze Minister is aangewezen;
|
||||
|
||||
"bedrijfsmatige teelt": de teelt van planten in de uitoefening van een bedrijf.
|
||||
|
||||
### Artikel 2
|
||||
|
|
@ -35,12 +41,7 @@ Krachtens het vorige lid kunnen slechts worden aangewezen:
|
|||
a. geslachten en soorten die vatbaar zijn voor aantasting door bacterievuur;
|
||||
b. gebieden die van bijzondere betekenis zijn voor de bedrijfsmatige teelt van boomkwekerijgewassen en in bijzondere gevallen gebieden waarbinnen een opplantverbod van bijzondere betekenis is voor een doelmatige bestrijding van bacterievuur.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Onze Minister kan bij ministeriële regeling vrijstelling verlenen van het verbod, bedoeld in het eerste lid, voor:
|
||||
|
||||
a. een door hem bij ministeriële regeling aan te wijzen vorm van bedrijfsmatige teelt, alsmede op het bewaren en vervoeren ten behoeve van een zodanige teelt;
|
||||
b. een door hem bij ministeriële regeling aan te wijzen gebied waarin de meidoorn een landschappelijk bepalende rol speelt.
|
||||
**3.** Onze Minister kan bepalen dat onder door hem te stellen voorwaarden het in het eerste lid bedoelde verbod geheel of gedeeltelijk niet van toepassing is op door hem aangewezen vormen van bedrijfsmatige teelt alsmede op het bewaren en vervoeren ten behoeve van een zodanige teelt, dan wel op de teelt in een gebied van bijzondere landschappelijke waarde.
|
||||
|
||||
### Artikel 4
|
||||
|
||||
|
|
@ -60,11 +61,11 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 8
|
||||
|
||||
De gebruiksgerechtigde van een terrein, waarop door de de ambtenaar, bedoeld in artikel 10 van de Plantenziektenwet, aantasting van planten door bacterievuur is waargenomen, en van in de onmiddellijke omgeving daarvan gelegen terreinen, is verplicht overeenkomstig de hem door Onze Minister gedane aanzegging, op de daarbij voorgeschreven wijze en binnen de daarbij gestelde termijn ten aanzien van in die aanzegging aangewezen planten een of meer van de volgende maatregelen te treffen:
|
||||
De gebruiksgerechtigde van een terrein, waarop door de Plantenziektenkundige Dienst aantasting van planten door bacterievuur is waargenomen, en van in de onmiddellijke omgeving daarvan gelegen terreinen, is verplicht overeenkomstig de hem door de directeur gedane aanzegging, op de daarbij voorgeschreven wijze en binnen de daarbij gestelde termijn ten aanzien van in die aanzegging aangewezen planten een of meer van de volgende maatregelen te treffen:
|
||||
|
||||
a. het geheel of gedeeltelijk verwijderen en vernietigen van de aangewezen planten;
|
||||
b. het behandelen van aangewezen planten;
|
||||
c. het doden van overblijvende stobben met een worteldodend middel van de aangewezen planten op terreinen waarop een maatregel als bedoeld onder a is getroffen en voor zover het betreft planten in niet bedrijfsmatige teelt en voor zover bepaalde daartoe door Onze Minister aan te wijzen planten zich niet bevinden op een terrein welke is gelegen in een door Onze Minister bij ministeriële regeling aangewezen gebied waarin de meidoorn een landschappelijk bepalende rol speelt;
|
||||
c. het doden van overblijvende stobben met een worteldodend middel van de aangewezen planten op terreinen waarop een maatregel als bedoeld onder *a* is getroffen en voor zover het betreft planten in niet bedrijfsmatige teelt en voor zover bepaalde daartoe door Onze Minister aan te wijzen planten zich niet bevinden op een terrein welke is gelegen in een gebied van bijzondere landschappelijke waarde;
|
||||
d. het verwijderen en vernietigen van nabloei bij planten van peer en appel, voor het opengaan van de bloemen.
|
||||
|
||||
### Artikel 9
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue