2021-08-19 | BWBR0042342 | Besluit vooroverleg rulings met een internationaal karakter
This commit is contained in:
parent
818b3bd5fe
commit
1af801055b
1 changed files with 27 additions and 22 deletions
|
|
@ -12,13 +12,15 @@ citeertitel: Besluit vooroverleg rulings met een internationaal karakter
|
|||
|
||||
**De Staatssecretaris van Financiën heeft het volgende besloten.**
|
||||
|
||||
*Vooroverleg met een internationaal karakter over de toepassing van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 of de Wet op de dividendbelasting 1965 en vooroverleg over de toepassing van een bilateraal verdrag of regelingen ter voorkoming van dubbele belastingheffing op inkomen en vermogen, voor zover verband houdend met de hiervoor genoemde wetten, vindt gecentraliseerd en op uniforme wijze plaats. Om de eenheid van beleid en uitvoering en de kwaliteit te waarborgen, wordt in dit besluit een College Internationale Fiscale Zekerheid geïntroduceerd. Alle afspraken die in vooroverleg worden gemaakt binnen de context van dit besluit, worden ter goedkeuring aan dit College voorgelegd. Voorts wordt in dit besluit geregeld welke onderwerpen in vooroverleg worden behandeld door het Behandelteam Internationale Fiscale Zekerheid en wanneer een verzoek tot vooroverleg aan het aanspreekpunt buitenlandse investeerders wordt gericht. Ook wordt uitgewerkt in welke gevallen geen toegang bestaat tot vooroverleg.*
|
||||
*Vooroverleg met een internationaal karakter over de toepassing van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969, de Wet op de dividendbelasting 1965 of de Wet bronbelasting 2021 en vooroverleg over de toepassing van een bilateraal verdrag of regelingen ter voorkoming van dubbele belastingheffing op inkomen en vermogen, voor zover verband houdend met de hiervoor genoemde wetten, vindt gecentraliseerd en op uniforme wijze plaats. Om de eenheid van beleid en uitvoering en de kwaliteit te waarborgen, wordt in dit besluit een College Internationale Fiscale Zekerheid geïntroduceerd. Alle afspraken die in vooroverleg worden gemaakt binnen de context van dit besluit, worden ter goedkeuring aan dit College voorgelegd. Voorts wordt in dit besluit geregeld welke onderwerpen in vooroverleg worden behandeld door het Behandelteam Internationale Fiscale Zekerheid en wanneer een verzoek tot vooroverleg aan het aanspreekpunt buitenlandse investeerders wordt gericht. Ook wordt uitgewerkt in welke gevallen geen toegang bestaat tot vooroverleg.*
|
||||
|
||||
*Dit besluit vervangt de besluiten van 3 juni 2014, nrs. DGB 2014/3098, DGB 2014/3099 en DGB 2014/3101. Voor zover in het besluit van 3 juni 2014, nr. DGB 2014/3102 regels zijn opgenomen die betrekking hebben op vooroverleg of de totstandkoming van een ruling, zullen de regels van onderhavig besluit daarvoor in de plaats treden.*
|
||||
*Dit besluit vervangt de besluiten van 3 juni 2014, nrs. DGB 2014/3098, DGB 2014/3099 en DGB 2014/3101. Voor zover in het besluit van 3 juni 2014, nr. DGB 2014/3102 regels zijn opgenomen die betrekking hebben op vooroverleg of de totstandkoming van een ruling, zullen de regels van onderhavig besluit daarvoor in de plaats treden.*
|
||||
|
||||
## 1. Inleiding
|
||||
|
||||
In dit besluit wordt invulling gegeven aan de door de Staatssecretaris in zijn brief van 22 november 2018 aangekondigde beleidsvoornemens over de vernieuwde rulingpraktijk. Een belanghebbende kan verzoeken om vooroverleg ter verkrijging van zekerheid vooraf. Het beleid voor vooroverleg is in algemene zin in het BFB neergelegd. Dit besluit is een aanvulling op het BFB en is van toepassing op vooroverleg ter verkrijging van zekerheid vooraf in de vorm van een ruling met een internationaal karakter. De werking van dit besluit is beperkt tot rulings met een internationaal karakter die betrekking hebben op de toepassing van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 of de Wet op de dividendbelasting 1965 en de toepassing van bilaterale verdragen en regelingen ter voorkoming van dubbele belastingheffing op inkomen en vermogen, voor zover verband houdend met deze belastingen.
|
||||
In dit besluit wordt invulling gegeven aan de door de Staatssecretaris in zijn brief van 22 november 2018 aangekondigde beleidsvoornemens over de vernieuwde rulingpraktijk. Een belanghebbende kan verzoeken om vooroverleg ter verkrijging van zekerheid vooraf. Het beleid voor vooroverleg is in algemene zin in het BFB neergelegd. Dit besluit is een aanvulling op het BFB en is van toepassing op vooroverleg ter verkrijging van zekerheid vooraf in de vorm van een ruling met een internationaal karakter. De werking van dit besluit is beperkt tot rulings met een internationaal karakter die betrekking hebben op de toepassing van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969, de Wet op de dividendbelasting 1965, de Wet bronbelasting 2021 of de toepassing van bilaterale verdragen en regelingen ter voorkoming van dubbele belastingheffing op inkomen en vermogen, voor zover verband houdend met deze belastingen.
|
||||
|
||||
Dit besluit werd gewijzigd bij besluit van 9 augustus 2021, nr. 2021 – 16465. De wijzigingen bewerkstelligen dat ook vooroverleg inzake hybridemismatches (artikel 12aa tot en met 12af Wet op de vennootschapsbelasting 1969) en de Wet bronbelasting 2021 conform de in dit besluit beschreven werkwijze wordt behandeld.
|
||||
|
||||
| APA | Advance Pricing Agreement |
|
||||
| --- | --- |
|
||||
|
|
@ -32,6 +34,7 @@ In dit besluit wordt invulling gegeven aan de door de Staatssecretaris in zijn b
|
|||
| IZV | Directie Internationale Zaken en Verbruiksbelastingen van het Ministerie van Financiën |
|
||||
| Eerste behandelaar | Medewerker of team van de Belastingdienst die respectievelijk dat in eerste instantie een verzoek om zekerheid vooraf in de vorm van een ruling met een internationaal karakter beoordeelt |
|
||||
| Ruling met een internationaal karakter | Voorafgaande grensoverschrijdende ruling als bedoeld in artikel 2b WIB, alsmede een voorafgaande verrekenprijsafspraak als bedoeld in artikel 2c WIB^1 |
|
||||
| Wet BB | Wet bronbelasting 2021 |
|
||||
| Wet DB | Wet op de dividendbelasting 1965 |
|
||||
| Wet VPB | Wet op de vennootschapsbelasting 1969 |
|
||||
| WIB | Wet op de internationale bijstandsverlening bij de heffing van belastingen |
|
||||
|
|
@ -71,33 +74,35 @@ Voordat een ruling met een internationaal karakter wordt afgegeven, wordt deze r
|
|||
|
||||
### 2.3. Vaststellingsovereenkomst
|
||||
|
||||
Als binnen de reikwijdte van dit besluit zekerheid vooraf wordt gegeven over de toepassing van de Wet VPB, de Wet DB of een Belastingverdrag, wordt deze zekerheid vooraf in alle gevallen vastgelegd in een vaststellingsoverkomst als bedoeld in paragraaf 7. Deze vaststellingsovereenkomst wordt door de Belastingdienst voorzien van ten minste twee handtekeningen: een handtekening van de eerste behandelaar en een handtekening van het College IFZ. Als het Behandelteam IFZ de eerste behandelaar is, tekent ook de inspecteur waaronder de belastingplichtige ressorteert de vaststellingsovereenkomst. De vaststellingsovereenkomst komt tot stand op het moment dat deze is voorzien van alle voorgeschreven handtekeningen, van zowel de zijde van de Belastingdienst als de zijde van de belanghebbende(n).
|
||||
Als binnen de reikwijdte van dit besluit zekerheid vooraf wordt gegeven over de toepassing van de Wet VPB, de Wet DB, de Wet BB of een Belastingverdrag, wordt deze zekerheid vooraf in alle gevallen vastgelegd in een vaststellingsoverkomst als bedoeld in paragraaf 7. Deze vaststellingsovereenkomst wordt door de Belastingdienst voorzien van ten minste twee handtekeningen: een handtekening van de eerste behandelaar en een handtekening van het College IFZ. Als het Behandelteam IFZ de eerste behandelaar is, tekent ook de inspecteur waaronder de belastingplichtige ressorteert de vaststellingsovereenkomst. De vaststellingsovereenkomst komt tot stand op het moment dat deze is voorzien van alle voorgeschreven handtekeningen, van zowel de zijde van de Belastingdienst als de zijde van de belanghebbende(n).
|
||||
|
||||
### 2.4. Onderwerpen voor het Behandelteam IFZ
|
||||
|
||||
Het Behandelteam IFZ is eerste behandelaar voor de volgende onderwerpen:
|
||||
|
||||
a. de toepassing van de deelnemingsvrijstelling op voordelen uit niet in Nederland gevestigde deelnemingen;
|
||||
b. de kwalificatie van hybride financieringsvormen of hybride rechtsvormen in internationale structuren;
|
||||
a. de toepassing van de deelnemingsvrijstelling op voordelen uit niet in Nederland gevestigde deelnemingen1Dit is met inbegrip van artikel 23c Wet VPB.;
|
||||
b. de kwalificatie van hybride financieringsvormen of hybride rechtsvormen in internationale structuren2Het gaat hierbij om de kwalificatie van rechtsvormen, samenwerkingsverbanden en financieringsvormen.3Het Besluit vooroverleg rulings met een internationaal karakter geldt ook in relatie tot de toepassing van het besluit van 11 december 2009, CPP2009/519M (Besluit kwalificatie buitenlandse samenwerkingsverbanden).;
|
||||
c. de toepassing van de artikelen 13ab en 23e Wet VPB;
|
||||
d. de vraag of er al dan niet sprake is van een vaste inrichting in Nederland of op de BES eilanden van een daarbuiten gevestigd lichaam als bedoeld in artikel 17, derde lid, onderdeel a, Wet VPB;
|
||||
e. de vraag of al dan niet sprake is van een vaste inrichting in een ander rechtsgebied van een voor de toepassing Wet VPB of Wet DB in Nederland gevestigd lichaam;
|
||||
d. de vraag of er al dan niet sprake is van een vaste inrichting in Nederland of op de BES-eilanden van een daarbuiten gevestigd lichaam als bedoeld in artikel 17, derde lid, onderdeel a, Wet VPB;
|
||||
e. de vraag of al dan niet sprake is van een vaste inrichting in een ander rechtsgebied van een voor de toepassing Wet VPB of Wet DB in Nederland gevestigd lichaam4Dit is met inbegrip van de toepassing van afdeling 2.10A Wet VPB (objectvrijstelling voor buitenlandse ondernemingswinsten) en artikel 23d Wet VPB.;
|
||||
f. de toepassing van artikel 17, derde lid, onderdeel b, Wet VPB (aanmerkelijk belangregeling);
|
||||
g. de vraag of er al dan niet sprake is van een vaste inrichting op de BES eilanden van een op Aruba, Curaçao of Sint Maarten gevestigd lichaam als bedoeld in artikel 17, derde lid, onderdeel c, Wet VPB;
|
||||
g. de vraag of er al dan niet sprake is van een vaste inrichting op de BES-eilanden van een op Aruba, Curaçao of Sint Maarten gevestigd lichaam als bedoeld in artikel 17, derde lid, onderdeel c, Wet VPB;
|
||||
h. de vraag of er sprake is van een Nederlandse onderneming als bedoeld in artikel 17a Wet VPB;
|
||||
i. de toepassing van artikel 1, zevende en achtste lid, Wet DB;
|
||||
j. de toepassing van artikel 4, tweede, derde, vierde, negende, tiende en twaalfde lid, Wet DB;
|
||||
k. de toepassing van een in een Belastingverdrag opgenomen anti-misbruikbepaling die de verdragsvoordelen met betrekking tot dividenden, rente en royalty’s aan de uiteindelijk gerechtigde van dit dividend, deze rente of royalty onthoudt als deze uiteindelijke gerechtigde het belang houdt met het hoofddoel of een van de hoofddoelen om de voordelen van het desbetreffende Belastingverdrag deelachtig te worden. Het betreft zowel anti-misbruikbepalingen die worden aangeduid als een zogenoemde “principle purpose test” als die worden aangeduid als een zogenoemde “main purpose test”;
|
||||
l. de allocatie van activa (waaronder aandelen) of risico’s aan een vaste inrichting;
|
||||
m. het sluiten van een APA2De behandeling van een APA-verzoek is mede gebaseerd op de paragrafen 4.134 tot en met 4.176 van de OESO-richtlijnen.. Een APA geeft zekerheid vooraf over de vaststelling van een zakelijke beloning (een arm's-lengthbeloning) of een methode voor de vaststelling van een dergelijke beloning voor grensoverschrijdende transacties tussen gelieerde lichamen en winstallocatie aan vaste inrichtingen van lichamen;
|
||||
n. de vraag of lichamen gelieerd zijn in de zin van artikel 8b, eerste of tweede lid, Wet VPB; en
|
||||
o. de vraag of sprake is van een concerndienst voor groepsmaatschappijen dan wel van een activiteit die als aandeelhouder wordt verricht als bedoeld in paragraaf 6 van het Verrekenprijsbesluit3Besluit van 22 april 2018, nr. 2018/6865.^.
|
||||
k. de toepassing van een in een Belastingverdrag opgenomen antimisbruikbepaling die de verdragsvoordelen met betrekking tot dividenden, rente en royalty’s aan de uiteindelijk gerechtigde van dit dividend, deze rente of royalty onthoudt als deze uiteindelijke gerechtigde het belang houdt met het hoofddoel of een van de hoofddoelen om de voordelen van het desbetreffende Belastingverdrag deelachtig te worden. Het betreft zowel antimisbruikbepalingen die worden aangeduid als een zogenoemde ‘principal purpose test” als die worden aangeduid als een zogenoemde ‘main purpose test”;
|
||||
l. de toepassing van de Wet BB;
|
||||
m. de toepassing van de artikelen 12aa tot en met 12af Wet VPB;
|
||||
n. de allocatie van activa (waaronder aandelen), vermogen of risico’s aan een vaste inrichting;
|
||||
o. het sluiten van een APA5De behandeling van een APA-verzoek is mede gebaseerd op de paragrafen 4.134 tot en met 4.176 van de OESO-richtlijnen.. Een APA geeft zekerheid vooraf over de vaststelling van een zakelijke beloning (een arm's-lengthbeloning) of een methode voor de vaststelling van een dergelijke beloning voor grensoverschrijdende transacties tussen gelieerde lichamen en winstallocatie aan vaste inrichtingen van lichamen;
|
||||
p. de vraag of lichamen gelieerd zijn in de zin van artikel 8b, eerste of tweede lid, Wet VPB; en
|
||||
q. de vraag of sprake is van een concerndienst voor groepsmaatschappijen dan wel van een activiteit die als aandeelhouder wordt verricht als bedoeld in paragraaf 6 van het Verrekenprijsbesluit6Besluit van 22 april 2018, nr. 2018-6865..
|
||||
|
||||
### 2.5. Aanspreekpunt potentiële buitenlandse investeerders
|
||||
|
||||
De Belastingdienst heeft een APBI voor potentiële buitenlandse investeerders die overwegen in Nederland te investeren. Het APBI is – binnen het kader van wet- en regelgeving, jurisprudentie en beleid – bevoegd tot het maken van afspraken vooraf over de fiscale aspecten van voorgenomen investeringen door een potentiële buitenlandse investeerder. Het APBI schakelt een eerste behandelaar in. Het APBI maakt deel uit van het College IFZ.
|
||||
|
||||
De door het APBI gemaakte afspraken kunnen betrekking hebben op de vennootschapsbelasting, de dividendbelasting, de inkomstenbelasting, de loonbelasting en de omzetbelasting. Voor de invoerrechten en accijnzen fungeert het aanspreekpunt als contactpersoon. Ter waarborging van de eenheid van beleid en uitvoering zal over de beoordeling van deze aspecten afstemming plaatsvinden binnen het College IFZ en daar waar nodig met de relevante kennis- en coördinatiegroepen. De afspraken tussen het APBI en de buitenlandse investeerder worden vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst.
|
||||
De door het APBI gemaakte afspraken kunnen betrekking hebben op de vennootschapsbelasting, de dividendbelasting, de bronbelasting, de inkomstenbelasting, de loonbelasting en de omzetbelasting. Voor de invoerrechten en accijnzen fungeert het aanspreekpunt als contactpersoon. Ter waarborging van de eenheid van beleid en uitvoering zal over de beoordeling van deze aspecten afstemming plaatsvinden binnen het College IFZ en daar waar nodig met de relevante kennis- en coördinatiegroepen. De afspraken tussen het APBI en de buitenlandse investeerder worden vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst.
|
||||
|
||||
Als een potentiële buitenlandse investeerder wordt aangemerkt de investeerder die overweegt een eerste substantiële (fysieke) investering in Nederland te doen die werkgelegenheid oplevert in Nederland en die ook aan de volgende kenmerken voldoet:
|
||||
|
||||
|
|
@ -118,7 +123,7 @@ a. Vooroverleg ter verkrijging van zekerheid vooraf in de vorm van een ruling me
|
|||
b. Er wordt geen vooroverleg gevoerd ter verkrijging van zekerheid vooraf in de vorm van een ruling met een internationaal karakter als:
|
||||
|
||||
i. het besparen van Nederlandse of buitenlandse belasting de enige dan wel doorslaggevende beweegredenen voor het verrichten van de (rechts)handeling(en) of transacties is; of
|
||||
ii. als de gevraagde zekerheid vooraf betrekking heeft op de fiscale gevolgen van directe transacties met entiteiten die zijn gevestigd in Staten die zijn opgenomen in de Regeling laagbelastende staten en niet-coöperatieve rechtsgebieden voor belastingdoeleinden.4Regeling van 31 december 2018, nr. DB 2018/216528.
|
||||
ii. als de gevraagde zekerheid vooraf betrekking heeft op de fiscale gevolgen van directe transacties met entiteiten die zijn gevestigd in Staten die zijn opgenomen in de Regeling laagbelastende staten en niet-coöperatieve rechtsgebieden voor belastingdoeleinden.4Regeling van 31 december 2018, nr. DB 2018/216528.
|
||||
|
||||
## 4. Publicatie
|
||||
|
||||
|
|
@ -186,9 +191,9 @@ l. de looptijd van de vaststellingsovereenkomst.
|
|||
|
||||
### 8.1. Vangnetbepalingen en Corporate tie-breakerbepalingen in Belastingverdragen
|
||||
|
||||
Op grond van het besluit van 16 december 2013, nr. IFZ 2013/229 is de algemeen directeur Grote Ondernemingen gemandateerd om, namens de in Belastingverdragen bedoelde bevoegde autoriteit in Nederland, te beslissen op verzoeken over de toepassing van de zogenoemde vangnetbepaling in de ‘limitation on benefitsbepaling’ opgenomen in Nederlandse Belastingverdragen, zoals bijvoorbeeld artikel 26, zevende lid, van het belastingverdrag met de Verenigde Staten van Amerika, of vergelijkbare bepalingen opgenomen in (het protocol bij) de belastingverdragen met Bahrein, Hong Kong, Japan en Koeweit. De algemeen directeur Grote Ondernemingen kan op grond van de aan hem gemandateerde bevoegdheid ondermandaat verlenen aan medewerkers van het College IFZ. Het Behandelteam IFZ treedt op als eerste behandelaar van deze verzoeken.
|
||||
Op grond van het besluit van 16 december 2013, nr. IFZ 2013/229 is de algemeen directeur Grote Ondernemingen gemandateerd om, namens de in Belastingverdragen bedoelde bevoegde autoriteit in Nederland, te beslissen op verzoeken over de toepassing van de zogenoemde vangnetbepaling in de ‘limitation on benefitsbepaling’ opgenomen in Nederlandse Belastingverdragen, zoals bijvoorbeeld artikel 26, zevende lid, van het belastingverdrag met de Verenigde Staten van Amerika, of vergelijkbare bepalingen opgenomen in (het protocol bij) de belastingverdragen met Bahrein, Hong Kong, Japan en Koeweit. De algemeen directeur Grote Ondernemingen kan op grond van de aan hem gemandateerde bevoegdheid ondermandaat verlenen aan medewerkers van het College IFZ. Het Behandelteam IFZ treedt op als eerste behandelaar van deze verzoeken.
|
||||
|
||||
Op grond van het besluit van 12 november 2015, nr. IZV 2015/832 is de algemeen directeur Grote Ondernemingen gemandateerd om namens de in Belastingverdragen bedoelde bevoegde autoriteit in Nederland in overleg te treden met de bevoegde autoriteit van een ander land om in onderling overleg vast te stellen van welk land een persoon geacht wordt inwoner te zijn voor de toepassing van dat Belastingverdrag, in situaties waarin een persoon door beide bij dat Belastingverdrag betrokken landen als inwoner wordt beschouwd, en dat Belastingverdrag ter zake voorziet in onderlinge overlegprocedure, zoals bijvoorbeeld is opgenomen in artikel 4, vierde lid, van het belastingverdrag met het Verenigd Koninkrijk (de zogenoemde corporate tie-breakerbepaling). De algemeen directeur Grote Ondernemingen kan op grond van de aan hem gemandateerde bevoegdheid ondermandaat verlenen aan medewerkers van het College IFZ. Het Behandelteam IFZ treedt op als eerste behandelaar van deze verzoeken.
|
||||
Op grond van het besluit van 12 november 2015, nr. IZV 2015/832 is de algemeen directeur Grote Ondernemingen gemandateerd om namens de in Belastingverdragen bedoelde bevoegde autoriteit in Nederland in overleg te treden met de bevoegde autoriteit van een ander land om in onderling overleg vast te stellen van welk land een persoon geacht wordt inwoner te zijn voor de toepassing van dat Belastingverdrag, in situaties waarin een persoon door beide bij dat Belastingverdrag betrokken landen als inwoner wordt beschouwd, en dat Belastingverdrag ter zake voorziet in onderlinge overlegprocedure, zoals bijvoorbeeld is opgenomen in artikel 4, vierde lid, van het belastingverdrag met het Verenigd Koninkrijk (de zogenoemde corporate tie-breakerbepaling). De algemeen directeur Grote Ondernemingen kan op grond van de aan hem gemandateerde bevoegdheid ondermandaat verlenen aan medewerkers van het College IFZ. Het Behandelteam IFZ treedt op als eerste behandelaar van deze verzoeken.
|
||||
|
||||
Het verzoek tot het nemen van een dergelijke beslissing of tot het in overleg treden, wordt rechtstreeks gericht aan het Behandelteam IFZ. Hierbij stuurt de verzoeker tegelijkertijd een afschrift aan de inspecteur waaronder de belanghebbende ressorteert en informeert de verzoeker het Behandelteam IFZ daarover in het verzoek. Een dergelijke beslissing heeft niet het karakter van een vaststellingsovereenkomst. De procedures volgens het Belastingverdrag gelden onverkort, waarbij het College IFZ handelt als de bevoegde autoriteit in Nederland.
|
||||
|
||||
|
|
@ -206,17 +211,17 @@ Een belanghebbende richt een verzoek tot het sluiten van een bi- of multilateral
|
|||
|
||||
In een bi- of multilaterale overeenkomst kunnen de bevoegde autoriteiten overeenkomen dat de fiscale behandeling, zoals overeengekomen in de APA ook van toepassing is op transacties die reeds tot stand zijn gekomen. In een unilaterale APA kan de overeengekomen fiscale behandeling alleen van toepassing zijn op transacties die reeds tot stand zijn gekomen als de relevante feiten en omstandigheden in de reeds verstreken periode vergelijkbaar zijn met de feiten en omstandigheden die ten grondslag liggen aan het APA-verzoek en dit ten aanzien van deze transacties niet leidt tot een situatie waarin een deel van de winst uiteindelijk in geen enkel land wordt belast
|
||||
|
||||
Gelieerde lichamen die bij een bi- of multilateraal APA-verzoek betrokken zijn, wordt geadviseerd het verzoek gelijktijdig bij de bevoegde autoriteiten van alle betrokken landen in te dienen. Deze handelwijze leidt ertoe dat de landen gelijktijdig kunnen starten met de beoordeling van het verzoek, in plaats van volgtijdig. De informatie in het verzoek moet conform het zogenoemde MAP-besluit7besluit voor onderlinge overlegprocedures van 29 september 2008, nr. IFZ 2008/248M, Stcrt. 2008, nr. 188. worden verstrekt.
|
||||
Gelieerde lichamen die bij een bi- of multilateraal APA-verzoek betrokken zijn, wordt geadviseerd het verzoek gelijktijdig bij de bevoegde autoriteiten van alle betrokken landen in te dienen. Deze handelwijze leidt ertoe dat de landen gelijktijdig kunnen starten met de beoordeling van het verzoek, in plaats van volgtijdig. De informatie in het verzoek moet conform het zogenoemde MAP-besluit7besluit voor onderlinge overlegprocedures van 29 september 2008, nr. IFZ 2008/248M, Stcrt. 2008, nr. 188. worden verstrekt.
|
||||
|
||||
## 9. Ingetrokken regelingen
|
||||
|
||||
De besluiten van 3 juni 2014, nrs. DGB 2014/3098, DGB 2014/3099 en DGB 2014/3101 worden ingetrokken met ingang van de inwerkingtreding van dit besluit.
|
||||
De besluiten van 3 juni 2014, nrs. DGB 2014/3098, DGB 2014/3099 en DGB 2014/3101 worden ingetrokken met ingang van de inwerkingtreding van dit besluit.
|
||||
|
||||
Voor zover in het besluit van 3 juni 2014, nr. DGB 2014/3102 regels zijn opgenomen die betrekking hebben op vooroverleg of de totstandkoming van een ruling, zullen de regels van onderhavig besluit daarvoor in de plaats treden.
|
||||
Voor zover in het besluit van 3 juni 2014, nr. DGB 2014/3102 regels zijn opgenomen die betrekking hebben op vooroverleg of de totstandkoming van een ruling, zullen de regels van onderhavig besluit daarvoor in de plaats treden.
|
||||
|
||||
## 10. Inwerkingtreding
|
||||
|
||||
Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 juli 2019.
|
||||
Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 juli 2019.
|
||||
|
||||
## 11. Citeertitel
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue