diff --git a/amvb/besluit-infrastructuurfonds/BWBR0006264/README.md b/amvb/besluit-infrastructuurfonds/BWBR0006264/README.md index 65d9afba458..392acd2bfcd 100644 --- a/amvb/besluit-infrastructuurfonds/BWBR0006264/README.md +++ b/amvb/besluit-infrastructuurfonds/BWBR0006264/README.md @@ -20,8 +20,8 @@ a. wet: de Wet Infrastructuurfonds; b. dagelijks bestuur: dagelijks bestuur van een regionaal openbaar lichaam; c. samenwerkingsgebied: gebied aangewezen op grond van artikel 20, derde lid, van de Wet personenvervoer 2000; d. project: een ondeelbaar geheel aan werkzaamheden met als doel de aanleg van infrastructuur en met als kenmerken, dat tot de uitvoering van de werkzaamheden in beginsel alleen in zijn geheel kan worden besloten en dat een gefaseerde uitvoering van onderdelen, waarbij ieder onderdeel na voltooiing in gebruik kan worden genomen en effectief is, niet zonder aanzienlijke meerkosten mogelijk is; -e. groot project: een project waarvan de geraamde op grond van artikel 5 voor subsidie in aanmerking komende kosten ten minste € 225 000 000,– bedragen of ten minste € 112 500 000,– bedragen indien het een project voor regionale of lokale infrastructuur betreft dat geheel wordt gerealiseerd buiten de samenwerkingsgebieden waarin de gemeente Amsterdam, de gemeente Rotterdam of de gemeente 's-Gravenhage is gelegen; -f. overig project: een project waarvan de geraamde op grond van artikel 5 voor subsidie in aanmerking komende kosten minder dan € 225 000 000,– bedragen of minder dan € 112 500 000,– bedragen indien het een project betreft voor regionale of lokale infrastructuur dat geheel wordt gerealiseerd buiten samenwerkingsgebieden waarin de gemeente Amsterdam, de gemeente Rotterdam of de gemeente 's-Gravenhage is gelegen; +e. groot project: een project waarvan de geraamde op grond van artikel 5 voor subsidie in aanmerking komende kosten ten minste € 225 000 000,– bedragen of ten minste € 112 500 000,– bedragen indien het een project voor regionale of lokale infrastructuur betreft dat geheel wordt gerealiseerd buiten de samenwerkingsgebieden waarin de gemeente Amsterdam, de gemeente Rotterdam of de gemeente 's-Gravenhage is gelegen; +f. overig project: een project waarvan de geraamde op grond van artikel 5 voor subsidie in aanmerking komende kosten minder dan € 225 000 000,– bedragen of minder dan € 112 500 000,– bedragen indien het een project betreft voor regionale of lokale infrastructuur dat geheel wordt gerealiseerd buiten samenwerkingsgebieden waarin de gemeente Amsterdam, de gemeente Rotterdam of de gemeente 's-Gravenhage is gelegen; g. vaste subsidiebedrag: subsidie, waarop geen nacalculatie plaatsvindt en welke alleen kan worden bijgesteld op grond van wijzigingen van het algemene loon- en prijspeil; h. landelijke infrastructuur: het hoofdwegennet, het landelijk spoorwegnet en het hoofdvaarwegennet, als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Tracéwet; i. lokale infrastructuur: infrastructuur, gelegen binnen één gemeente en in beheer bij die gemeente en met een lokale functie; @@ -63,7 +63,8 @@ Uit het fonds kunnen subsidies worden verstrekt op grond van de volgende wetten - Tijdelijke Stimuleringsregeling verwerking baggerspecie - Tijdelijke regeling eenmalige uitkering bestrijding regionale wateroverlast - Regeling eenmalige uitkering spoorse doorsnijdingen -- Subsidieregeling Zuidas. +- Subsidieregeling Zuidas +- Subsidieregeling ERTMS. ### Artikel 3 @@ -175,7 +176,7 @@ Vervallen Een subsidie als bedoeld in artikel 4, eerste lid, bedraagt, met inachtneming van het tweede lid, als percentage van de op grond van artikel 5 in aanmerking komende kosten voor: a. het landelijk spoorwegnet honderd procent; indien het infrastructuur betreft hoofdzakelijk ten behoeve van het internationale vervoer over spoorwegen kan Onze Minister een ander percentage vaststellen; -b. een groot project: voor regionale of lokale infrastructuur honderd procent van de kosten van de variant die naar het oordeel van Onze Minister als meest kosteneffectief kan worden aangemerkt, onder aftrek van € 225 000 000,– indien dat project geheel of gedeeltelijk wordt gerealiseerd binnen één of meer van de samenwerkingsgebieden waarin de gemeente Amsterdam, de gemeente Rotterdam of de gemeente 's-Gravenhage is gelegen of onder aftrek van € 112 500 000,– indien dat project geheel in een ander gebied wordt gerealiseerd. +b. een groot project: voor regionale of lokale infrastructuur honderd procent van de kosten van de variant die naar het oordeel van Onze Minister als meest kosteneffectief kan worden aangemerkt, onder aftrek van € 225 000 000,– indien dat project geheel of gedeeltelijk wordt gerealiseerd binnen één of meer van de samenwerkingsgebieden waarin de gemeente Amsterdam, de gemeente Rotterdam of de gemeente 's-Gravenhage is gelegen of onder aftrek van € 112 500 000,– indien dat project geheel in een ander gebied wordt gerealiseerd. c. voorzieningen met betrekking tot de veiligheid van het wegverkeer vijftig procent; indien de subsidie bestemd is voor herinrichting van verblijfsgebieden als 30-km zone, dient de aaneengesloten oppervlakte van dit gebied minimaal tien hectare te bedragen; d. studies als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel a, vijftig procent voor zover de kosten niet als bestuurskosten van de aanvrager kunnen worden aangemerkt; e. aanleg van een terminal ten behoeve van intermodaal vervoer vijfentwintig procent. @@ -186,11 +187,11 @@ e. aanleg van een terminal ten behoeve van intermodaal vervoer vijfentwintig pro **4.** -In afwijking van het eerste lid, aanhef en onderdeel b, kan Onze Minister een lager bedrag dan € 225 000 000,– onderscheidenlijk € 112 500 000,– aftrekken in geval: +In afwijking van het eerste lid, aanhef en onderdeel b, kan Onze Minister een lager bedrag dan € 225 000 000,– onderscheidenlijk € 112 500 000,– aftrekken in geval: a. de financiële draagkracht van de aanvrager hiertoe aanleiding geeft; -hiervan is in ieder geval sprake indien de hoogte van de brede doeluitkering als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Wet BDU verkeer en vervoer, in het jaar waarin de aanvraag is ingediend, vermenigvuldigd met twee, gelijk is aan of lager dan € 225.000.000,–: of +hiervan is in ieder geval sprake indien de hoogte van de brede doeluitkering als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Wet BDU verkeer en vervoer, in het jaar waarin de aanvraag is ingediend, vermenigvuldigd met twee, gelijk is aan of lager dan € 225.000.000,–: of b. het project een functie heeft die naar het oordeel van Onze Minister het regionale of lokale belang aanmerkelijk te boven gaat. **5.** Indien reeds subsidie is verleend voor de kosten, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel a, wordt deze bij de verlening van een subsidie voor de overige kosten, genoemd in artikel 5, eerste lid, in mindering gebracht. @@ -547,4 +548,8 @@ Dit besluit kan worden aangehaald als Besluit Infrastructuurfonds. Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 1994 . +### Artikel 51 + +De artikelen 3 tot en met 22, 28 en 28a vervallen met ingang van 1 januari 2025, met dien verstande dat zij van toepassing blijven op voor die datum aangevraagde en verleende subsidies. + ## Bijlage . behorende bij koninklijk besluit