2026-01-01 | BWBR0041330 | Besluit activiteiten leefomgeving
This commit is contained in:
parent
112c1049ab
commit
1b5d418320
1 changed files with 127 additions and 125 deletions
|
|
@ -386,8 +386,9 @@ d. vergistingsgas;
|
|||
e. biodiesel die voldoet aan NEN-EN 14214;
|
||||
f. lichte olie;
|
||||
g. halfzware olie;
|
||||
h. gasolie; en
|
||||
i. rie-biomassa en pellets gemaakt uit rie-biomassa, voor zover wordt gestookt in een stookinstallatie met een nominaal thermisch ingangsvermogen van minder dan 15 MW.
|
||||
h. gasolie;
|
||||
i. rie-biomassa en pellets gemaakt uit rie-biomassa, voor zover wordt gestookt in een stookinstallatie met een nominaal thermisch ingangsvermogen van minder dan 15 MW; en
|
||||
j. waterstof.
|
||||
|
||||
**2.** Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam te verrichten, geldt voor het lozen van koelwater met een warmtevracht van meer dan 50 MW, afkomstig van de milieubelastende activiteit, bedoeld in artikel 3.4.
|
||||
|
||||
|
|
@ -880,7 +881,7 @@ e. het ontvangen van afvalstoffen, bedoeld in paragraaf 4.50, als de activiteit
|
|||
Ook wordt voldaan aan de regels over:
|
||||
|
||||
a. zeer zorgwekkende stoffen, bedoeld in paragraaf 5.4.3, voor zover de activiteiten als vergunningplichtig zijn aangewezen in artikel 3.40e, eerste of derde lid; en
|
||||
b. emissies in de lucht, bedoeld in paragraaf 5.4.4, voor zover de activiteiten als vergunningplichtig zijn aangewezen in artikel 3.40e, eerste of derde lid.
|
||||
b. emissies in de lucht, bedoeld in paragraaf 5.4.4.
|
||||
|
||||
#### Paragraaf 3.2.16
|
||||
|
||||
|
|
@ -929,7 +930,7 @@ Ook wordt voldaan aan de regels over:
|
|||
a. het eindonderzoek bodem, bedoeld in paragraaf 5.2.1;
|
||||
b. PRTR, bedoeld in paragraaf 5.3.1;
|
||||
c. zeer zorgwekkende stoffen, bedoeld in paragraaf 5.4.3, voor zover de activiteiten als vergunningplichtig zijn aangewezen in artikel 3.45; en
|
||||
d. emissies in de lucht, bedoeld in paragraaf 5.4.4, voor zover de activiteiten als vergunningplichtig zijn aangewezen in artikel 3.45.
|
||||
d. emissies in de lucht, bedoeld in paragraaf 5.4.4.
|
||||
|
||||
#### Paragraaf 3.2.19. Afvangen kooldioxide voor ondergrondse opslag
|
||||
|
||||
|
|
@ -1883,7 +1884,7 @@ a. het eindonderzoek bodem, bedoeld in paragraaf 5.2.1, voor zover het gaat om h
|
|||
b. PRTR, bedoeld in paragraaf 5.3.1, voor zover het gaat om het exploiteren van een ippc-installatie voor een activiteit als bedoeld in categorie 2.6 van bijlage I bij de richtlijn industriële emissies;
|
||||
c. verduurzaming van het energiegebruik, bedoeld in paragraaf 5.4.1;
|
||||
d. zeer zorgwekkende stoffen, bedoeld in paragraaf 5.4.3, voor zover de activiteiten als vergunningplichtig zijn aangewezen in de artikelen 3.104 tot en met 3.108;
|
||||
e. emissies in de lucht, bedoeld in paragraaf 5.4.4, voor zover de activiteiten als vergunningplichtig zijn aangewezen in de artikelen 3.104 tot en met 3.108; en
|
||||
e. emissies in de lucht, bedoeld in paragraaf 5.4.4; en
|
||||
f. geluid op industrieterreinen, bedoeld in paragraaf 5.4.5, voor zover de activiteit als vergunningplichtig is aangewezen in artikel 3.106, eerste lid, of 3.107.
|
||||
|
||||
### Artikel 3.110
|
||||
|
|
@ -1980,7 +1981,7 @@ a. het eindonderzoek bodem, bedoeld in paragraaf 5.2.1, voor zover het gaat om h
|
|||
b. PRTR, bedoeld in paragraaf 5.3.1, voor zover het gaat om het exploiteren van een ippc-installatie voor een activiteit als bedoeld in categorie 3.5 van bijlage I bij de richtlijn industriële emissies;
|
||||
c. verduurzaming van het energiegebruik, bedoeld in paragraaf 5.4.1;
|
||||
d. zeer zorgwekkende stoffen, bedoeld in paragraaf 5.4.3, voor zover de activiteiten als vergunningplichtig zijn aangewezen in de artikelen 3.112 tot en met 3.115;
|
||||
e. emissies in de lucht, bedoeld in paragraaf 5.4.4, voor zover de activiteiten als vergunningplichtig zijn aangewezen in de artikelen 3.112 tot en met 3.115; en
|
||||
e. emissies in de lucht, bedoeld in paragraaf 5.4.4; en
|
||||
f. geluid op industrieterreinen, bedoeld in paragraaf 5.4.5.
|
||||
|
||||
### Artikel 3.117
|
||||
|
|
@ -2052,7 +2053,7 @@ Ook wordt voldaan aan de regels over:
|
|||
|
||||
a. verduurzaming van het energiegebruik, bedoeld in paragraaf 5.4.1;
|
||||
b. zeer zorgwekkende stoffen, bedoeld in paragraaf 5.4.3, voor zover de activiteiten als vergunningplichtig zijn aangewezen in artikel 3.119;
|
||||
c. emissies in de lucht, bedoeld in paragraaf 5.4.4, voor zover de activiteiten als vergunningplichtig zijn aangewezen in artikel 3.119; en
|
||||
c. emissies in de lucht, bedoeld in paragraaf 5.4.4; en
|
||||
d. geluid op industrieterreinen, bedoeld in paragraaf 5.4.5, voor zover het gaat om de activiteit, bedoeld in artikel 3.118, eerste lid, onder d.
|
||||
|
||||
### Artikel 3.121
|
||||
|
|
@ -2148,7 +2149,7 @@ a. het eindonderzoek bodem, bedoeld in paragraaf 5.2.1, voor zover het gaat om h
|
|||
b. PRTR, bedoeld in paragraaf 5.3.1, voor zover het gaat om het exploiteren van een ippc-installatie voor een activiteit als bedoeld in categorie 6.3 of 6.10 van bijlage I bij de richtlijn industriële emissies of het exploiteren van een PRTR-installatie voor het maken van multiplex of andere primaire houtproducten;
|
||||
c. verduurzaming van het energiegebruik, bedoeld in paragraaf 5.4.1;
|
||||
d. zeer zorgwekkende stoffen, bedoeld in paragraaf 5.4.3, voor zover de activiteiten als vergunningplichtig zijn aangewezen in de artikelen 3.123 tot en met 3.125;
|
||||
e. emissies in de lucht, bedoeld in paragraaf 5.4.4, voor zover de activiteiten als vergunningplichtig zijn aangewezen in de artikelen 3.123 tot en met 3.125; en
|
||||
e. emissies in de lucht, bedoeld in paragraaf 5.4.4; en
|
||||
f. geluid op industrieterreinen, bedoeld in paragraaf 5.4.5, voor zover het gaat om de activiteit, bedoeld in artikel 3.122, eerste lid, onder c of g.
|
||||
|
||||
### Artikel 3.127
|
||||
|
|
@ -2238,7 +2239,7 @@ a. het eindonderzoek bodem, bedoeld in paragraaf 5.2.1, voor zover het gaat om h
|
|||
b. PRTR, bedoeld in paragraaf 5.3.1, voor zover het gaat om het exploiteren van een ippc-installatie voor een activiteit als bedoeld in categorie 6.4 van bijlage I bij de richtlijn industriële emissies;
|
||||
c. verduurzaming van het energiegebruik, bedoeld in paragraaf 5.4.1;
|
||||
d. zeer zorgwekkende stoffen, bedoeld in paragraaf 5.4.3, voor zover de activiteiten als vergunningplichtig zijn aangewezen in de artikelen 3.129 tot en met 3.131;
|
||||
e. emissies in de lucht, bedoeld in paragraaf 5.4.4, voor zover de activiteiten als vergunningplichtig zijn aangewezen in de artikelen 3.129 tot en met 3.131; en
|
||||
e. emissies in de lucht, bedoeld in paragraaf 5.4.4; en
|
||||
f. geluid op industrieterreinen, bedoeld in paragraaf 5.4.5, voor zover de activiteit als vergunningplichtig is aangewezen in artikel 3.129, eerste lid, 3.130 of 3.131.
|
||||
|
||||
### Artikel 3.133
|
||||
|
|
@ -2323,7 +2324,7 @@ a. het eindonderzoek bodem, bedoeld in paragraaf 5.2.1, voor zover het gaat om h
|
|||
b. PRTR, bedoeld in paragraaf 5.3.1, voor zover het gaat om het exploiteren van een ippc-installatie voor een activiteit als bedoeld in categorie 2.6 van bijlage I bij de richtlijn industriële emissies;
|
||||
c. verduurzaming van het energiegebruik, bedoeld in paragraaf 5.4.1;
|
||||
d. zeer zorgwekkende stoffen, bedoeld in paragraaf 5.4.3, voor zover de activiteiten als vergunningplichtig zijn aangewezen in de artikelen 3.135 tot en met 3.137; en
|
||||
e. emissies in de lucht, bedoeld in paragraaf 5.4.4, voor zover de activiteiten als vergunningplichtig zijn aangewezen in de artikelen 3.135 tot en met 3.137.
|
||||
e. emissies in de lucht, bedoeld in paragraaf 5.4.4.
|
||||
|
||||
### Artikel 3.139
|
||||
|
||||
|
|
@ -2452,7 +2453,7 @@ a. het eindonderzoek bodem, bedoeld in paragraaf 5.2.1, voor zover het gaat om h
|
|||
b. PRTR, bedoeld in paragraaf 5.3.1, voor zover het gaat om het maken, het verven of het verwijderen van verf van vaartuigen of drijvende werktuigen van ten minste 100 m lang;
|
||||
c. verduurzaming van het energiegebruik, bedoeld in paragraaf 5.4.1;
|
||||
d. zeer zorgwekkende stoffen, bedoeld in paragraaf 5.4.3, voor zover de activiteiten als vergunningplichtig zijn aangewezen in artikel 3.145;
|
||||
e. emissies in de lucht, bedoeld in paragraaf 5.4.4, voor zover de activiteiten als vergunningplichtig zijn aangewezen in artikel 3.145; en
|
||||
e. emissies in de lucht, bedoeld in paragraaf 5.4.4; en
|
||||
f. geluid op industrieterreinen, bedoeld in paragraaf 5.4.5, voor zover de activiteit als vergunningplichtig is aangewezen in artikel 3.145.
|
||||
|
||||
### Artikel 3.147
|
||||
|
|
@ -2526,7 +2527,7 @@ b. de verwachte datum van het begin van de activiteit.
|
|||
|
||||
### Artikel 3.152
|
||||
|
||||
**1.** Als milieubelastende activiteit als bedoeld in artikel 2.1 wordt aangewezen het demonteren van ingezamelde of afgegeven autowrakken of wrakken van tweewielige motorvoertuigen.
|
||||
**1.** Als milieubelastende activiteit als bedoeld in artikel 2.1 wordt aangewezen het demonteren van ingezamelde of afgegeven autowrakken of wrakken van tweewielige gemotoriseerde voertuigen.
|
||||
|
||||
**2.** De aanwijzing omvat ook andere milieubelastende activiteiten die worden verricht op dezelfde locatie die dat demonteren functioneel ondersteunen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -2534,8 +2535,8 @@ b. de verwachte datum van het begin van de activiteit.
|
|||
|
||||
Onder de aanwijzing vallen niet:
|
||||
|
||||
a. het demonteren van accessoires van een autowrak of wrak van een tweewielig motorvoertuig bij een activiteit als bedoeld in paragraaf 3.8.4; en
|
||||
b. het demonteren van autowrakken of wrakken van tweewielige motorvoertuigen bij een instelling voor oefendoeleinden en opleidingsdoeleinden.
|
||||
a. het demonteren van accessoires van een autowrak of wrak van een tweewielig gemotoriseerd voertuig bij een activiteit als bedoeld in paragraaf 3.8.4; en
|
||||
b. het demonteren van autowrakken of wrakken van tweewielige gemotoriseerde voertuigen bij een instelling voor oefendoeleinden en opleidingsdoeleinden.
|
||||
|
||||
### Artikel 3.153
|
||||
|
||||
|
|
@ -2959,11 +2960,11 @@ q. niet meer dan 10.000 ton van elk van de volgende bedrijfsafvalstoffen:
|
|||
r. niet meer dan 600 m^3 groenafval dat een bedrijfsafvalstof is;
|
||||
s. niet meer dan 1 m^3 gebruikte frituurvetten of frituuroliën die bedrijfsafvalstoffen zijn;
|
||||
t. niet meer dan 1.000 m^3 plantaardige restproducten uit de landbouw, tuinbouw, voedselbereiding of voedselverwerking voor het maken van diervoeder voor de dieren van degene die de activiteit verricht;
|
||||
u. wrakken van motorvoertuigen bij een activiteit waarop paragraaf 4.22 van toepassing is;
|
||||
v. niet meer dan vier wrakken van tweewielige motorvoertuigen of niet meer dan vier autowrakken of andere voertuigwrakken na demontage, bij een instelling voor oefendoeleinden of opleidingsdoeleinden;
|
||||
w. autowrakken, wrakken van tweewielige motorvoertuigen of andere voertuigwrakken bij het verlenen van hulp voor gemotoriseerde voertuigen als bedoeld in paragraaf 3.8.1 of in het kader van onderzoek door politie of justitie;
|
||||
u. wrakken van gemotoriseerde voertuigen bij het onderhouden of repareren van gemotoriseerde voertuigen waarop paragraaf 4.22 van toepassing is;
|
||||
v. niet meer dan vier wrakken van tweewielige gemotoriseerde voertuigen of niet meer dan vier autowrakken of andere voertuigwrakken na demontage, bij een instelling voor oefendoeleinden of opleidingsdoeleinden;
|
||||
w. autowrakken, wrakken van tweewielige gemotoriseerde voertuigen of andere voertuigwrakken bij het verlenen van hulp voor gemotoriseerde voertuigen als bedoeld in paragraaf 3.8.1 of in het kader van onderzoek door politie of justitie;
|
||||
x. autowrakken na demontage op een andere locatie dan de locatie waarop demontage heeft plaatsgevonden, behalve als wordt opgeslagen op een instelling voor oefendoeleinden of opleidingsdoeleinden; of
|
||||
y. autowrakken of wrakken van tweewielige motorvoertuigen of de bij het demonteren van deze wrakken vrijkomende afvalstoffen, als dat opslaan gebeurt bij het demonteren van ingezamelde of afgegeven autowrakken of wrakken van tweewielige motorvoertuigen, bedoeld in paragraaf 3.5.1.
|
||||
y. autowrakken of wrakken van tweewielige gemotoriseerde voertuigen of de bij het demonteren van deze wrakken vrijkomende afvalstoffen, als dat opslaan gebeurt bij het demonteren van ingezamelde of afgegeven autowrakken of wrakken van tweewielige gemotoriseerde voertuigen, bedoeld in paragraaf 3.5.1.
|
||||
|
||||
**4.** Het verbod geldt ook niet voor het opbulken of herverpakken van afvalstoffen als het opslaan van de afvalstoffen niet als vergunningplichtig is aangewezen in dit artikel.
|
||||
|
||||
|
|
@ -2979,9 +2980,9 @@ y. autowrakken of wrakken van tweewielige motorvoertuigen of de bij het demonter
|
|||
|
||||
Het verbod geldt niet als het demonteren alleen bestaat uit:
|
||||
|
||||
a. het demonteren van autowrakken of het demonteren van wrakken van tweewielige motorvoertuigen bij een activiteit als bedoeld in paragraaf 3.5.1;
|
||||
b. het demonteren van accessoires van een autowrak of wrak van een tweewielig motorvoertuig bij een activiteit waarop paragraaf 4.22 van toepassing is;
|
||||
c. activiteiten met een autowrak, wrak van een tweewielig motorvoertuig of ander voertuigwrak na demontage, bij een instelling voor oefendoeleinden of opleidingsdoeleinden, als de identiteit of de inhoud van de autowrakken herkenbaar blijft en de activiteit samenhangt met het oefendoel of opleidingsdoel;
|
||||
a. het demonteren van autowrakken of het demonteren van wrakken van tweewielige gemotoriseerde voertuigen bij een activiteit als bedoeld in paragraaf 3.5.1;
|
||||
b. het demonteren van accessoires van een autowrak of wrak van een tweewielig gemotoriseerd voertuig bij een activiteit waarop paragraaf 4.22 van toepassing is;
|
||||
c. activiteiten met een autowrak, wrak van een tweewielig gemotoriseerd voertuig of ander voertuigwrak na demontage, bij een instelling voor oefendoeleinden of opleidingsdoeleinden, als de identiteit of de inhoud van de autowrakken herkenbaar blijft en de activiteit samenhangt met het oefendoel of opleidingsdoel;
|
||||
d. het voor recycling demonteren van siervoorwerpen of gebruiksvoorwerpen die bedrijfsafvalstoffen zijn en alleen bestaan uit metaal, hout, kunststof, textiel, papier, karton of verbindingsmaterialen; of
|
||||
e. het demonteren van siervoorwerpen of gebruiksvoorwerpen voor hergebruik als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet milieubeheer.
|
||||
|
||||
|
|
@ -3135,7 +3136,7 @@ a. PRTR, bedoeld in paragraaf 5.3.1, voor zover het gaat om:
|
|||
2°. het verwijderen van niet-gevaarlijke afvalstoffen bij een capaciteit van 50 ton of meer per dag;
|
||||
b. verduurzaming van het energiegebruik, bedoeld in paragraaf 5.4.1;
|
||||
c. zeer zorgwekkende stoffen, bedoeld in paragraaf 5.4.3, voor zover de activiteiten als vergunningplichtig zijn aangewezen in de artikelen 3.185 tot en met 3.197; en
|
||||
d. emissies in de lucht, bedoeld in paragraaf 5.4.4, voor zover de activiteiten als vergunningplichtig zijn aangewezen in de artikelen 3.185 tot en met 3.197.
|
||||
d. emissies in de lucht, bedoeld in paragraaf 5.4.4.
|
||||
|
||||
### Artikel 3.199
|
||||
|
||||
|
|
@ -3608,7 +3609,7 @@ Ook wordt voldaan aan de regels over:
|
|||
|
||||
a. verduurzaming van het energiegebruik, bedoeld in paragraaf 5.4.1;
|
||||
b. zeer zorgwekkende stoffen, bedoeld in paragraaf 5.4.3, voor zover de activiteiten als vergunningplichtig zijn aangewezen in artikel 3.226; en
|
||||
c. emissies in de lucht, bedoeld in paragraaf 5.4.4, voor zover de activiteiten als vergunningplichtig zijn aangewezen in artikel 3.226.
|
||||
c. emissies in de lucht, bedoeld in paragraaf 5.4.4.
|
||||
|
||||
### Artikel 3.228
|
||||
|
||||
|
|
@ -4056,7 +4057,7 @@ Ook wordt voldaan aan de regels over:
|
|||
|
||||
a. verduurzaming van het energiegebruik, bedoeld in paragraaf 5.4.1;
|
||||
b. zeer zorgwekkende stoffen, bedoeld in paragraaf 5.4.3, voor zover de activiteiten als vergunningplichtig zijn aangewezen in artikel 3.269; en
|
||||
c. emissies in de lucht, bedoeld in paragraaf 5.4.4, voor zover de activiteiten als vergunningplichtig zijn aangewezen in artikel 3.269.
|
||||
c. emissies in de lucht, bedoeld in paragraaf 5.4.4.
|
||||
|
||||
### Artikel 3.271
|
||||
|
||||
|
|
@ -4413,7 +4414,7 @@ k. het opslaan van goederen, bedoeld in paragraaf 4.104.
|
|||
Ook wordt voldaan aan de regels over:
|
||||
|
||||
a. verduurzaming van het energiegebruik, bedoeld in paragraaf 5.4.1;
|
||||
b. emissies in de lucht, bedoeld in paragraaf 5.4.4, voor zover de activiteiten als vergunningplichtig zijn aangewezen in artikel 3.293; en
|
||||
b. emissies in de lucht, bedoeld in paragraaf 5.4.4; en
|
||||
c. geluid op industrieterreinen, bedoeld in paragraaf 5.4.5, voor zover de activiteit als vergunningplichtig is aangewezen in artikel 3.293.
|
||||
|
||||
### Artikel 3.295
|
||||
|
|
@ -4528,7 +4529,7 @@ Bij het verrichten van de activiteiten, bedoeld in artikel 3.300, wordt voldaan
|
|||
|
||||
a. verduurzaming van het energiegebruik, bedoeld in paragraaf 5.4.1;
|
||||
b. zeer zorgwekkende stoffen, bedoeld in paragraaf 5.4.3, voor zover de activiteit als vergunningplichtig is aangewezen in artikel 3.301;
|
||||
c. emissies in de lucht, bedoeld in paragraaf 5.4.4, voor zover de activiteit als vergunningplichtig is aangewezen in artikel 3.301; en
|
||||
c. emissies in de lucht, bedoeld in paragraaf 5.4.4; en
|
||||
d. geluid op industrieterreinen, bedoeld in paragraaf 5.4.5, voor zover de activiteit als vergunningplichtig is aangewezen in artikel 3.301, eerste lid, onder a.
|
||||
|
||||
### Artikel 3.303
|
||||
|
|
@ -4744,7 +4745,7 @@ Ook wordt voldaan aan de regels over:
|
|||
|
||||
a. verduurzaming van het energiegebruik, bedoeld in paragraaf 5.4.1;
|
||||
b. zeer zorgwekkende stoffen, bedoeld in paragraaf 5.4.3, voor zover de activiteiten als vergunningplichtig zijn aangewezen in artikel 3.321, eerste lid;
|
||||
c. emissies in de lucht, bedoeld in paragraaf 5.4.4, voor zover de activiteiten als vergunningplichtig zijn aangewezen in artikel 3.321, eerste lid; en
|
||||
c. emissies in de lucht, bedoeld in paragraaf 5.4.4; en
|
||||
d. geluid op industrieterreinen, bedoeld in paragraaf 5.4.5, voor zover de activiteit als vergunningplichtig is aangewezen in artikel 3.321.
|
||||
|
||||
### Afdeling 3.11. Defensie
|
||||
|
|
@ -5639,16 +5640,16 @@ Het bevoegd gezag, bedoeld in afdeling 2.2, wordt onverwijld geïnformeerd over
|
|||
|
||||
**1.** Met het oog op het zuinig gebruik van energie en grondstoffen is het netto elektrisch rendement van een grote stookinstallatie die met steenkool of een combinatie van steenkool en een andere brandstof wordt gestookt ten minste 40%.
|
||||
|
||||
**2.** Het netto elektrisch rendement wordt bepaald over de laatste vijf jaar dat de stookinstallatie in gebruik is of, als dat gebruik korter is dan vijf jaar, over de periode dat de stookinstallatie elektriciteit heeft geleverd aan het landelijk hoogspanningsnet, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder j, van de Elektriciteitswet 1998, waarbij deze periode ten minste een jaar is.
|
||||
**2.** Het netto elektrisch rendement wordt bepaald over de laatste vijf jaar dat de stookinstallatie in gebruik is of, als dat gebruik korter is dan vijf jaar, over de periode dat de stookinstallatie elektriciteit heeft geleverd aan een transmissiesysteem voor elektriciteit als bedoeld in artikel 1.1 van de Energiewet, waarbij deze periode ten minste een jaar is.
|
||||
|
||||
**3.** Het netto elektrisch rendement wordt bepaald door de aan het landelijk hoogspanningsnet geleverde elektriciteit te delen door de energie-inhoud van de ingezette brandstoffen.
|
||||
**3.** Het netto elektrisch rendement wordt bepaald door de aan een transmissiesysteem voor elektriciteit geleverde elektriciteit te delen door de energie-inhoud van de ingezette brandstoffen.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
Bij levering aan een warmtenet wordt:
|
||||
|
||||
a. de energie-inhoud van de ingezette brandstoffen gecorrigeerd voor de energie-inhoud van de brandstoffen die aanvullend worden gebruikt in verband met de warmtelevering; en
|
||||
b. de aan het landelijk hoogspanningsnet geleverde elektriciteit verhoogd met de elektriciteitsderving door de warmtelevering.
|
||||
b. de aan een transmissiesysteem voor elektriciteit geleverde elektriciteit verhoogd met de elektriciteitsderving door de warmtelevering.
|
||||
|
||||
### Artikel 4.62a
|
||||
|
||||
|
|
@ -6231,16 +6232,16 @@ Als dit technisch mogelijk is, wordt de warmte die door het proces van thermisch
|
|||
|
||||
**1.** Met het oog op het zuinig gebruik van energie en grondstoffen is het netto elektrisch rendement van een afvalmeeverbrandingsinstallatie met een totaal nominaal thermisch ingangsvermogen van 300 MW of meer die met steenkool of een combinatie van steenkool en een andere brandstof wordt gestookt en die niet is bedoeld voor het drogen of het behandelen van voorwerpen of materialen door direct contact met verbrandingsgas ten minste 40%.
|
||||
|
||||
**2.** Het netto elektrisch rendement wordt bepaald over de laatste vijf jaar dat de afvalmeeverbrandingsinstallatie in gebruik is of, als dat gebruik korter is dan vijf jaar, over de periode dat de afvalmeeverbrandingsinstallatie elektriciteit heeft geleverd aan het landelijk hoogspanningsnet, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder j, van de Elektriciteitswet 1998, waarbij deze periode ten minste een jaar is.
|
||||
**2.** Het netto elektrisch rendement wordt bepaald over de laatste vijf jaar dat de afvalmeeverbrandingsinstallatie in gebruik is of, als dat gebruik korter is dan vijf jaar, over de periode dat de afvalmeeverbrandingsinstallatie elektriciteit heeft geleverd aan een transmissiesysteem voor elektriciteit als bedoeld in artikel 1.1 van de Energiewet, waarbij deze periode ten minste een jaar is.
|
||||
|
||||
**3.** Het netto elektrisch rendement wordt bepaald door de aan het landelijk hoogspanningsnet, geleverde elektriciteit te delen door de energie-inhoud van de ingezette brandstoffen.
|
||||
**3.** Het netto elektrisch rendement wordt bepaald door de aan een transmissiesysteem voor elektriciteit, geleverde elektriciteit te delen door de energie-inhoud van de ingezette brandstoffen.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
Bij levering aan een warmtenet wordt:
|
||||
|
||||
a. de energie-inhoud van de ingezette brandstoffen gecorrigeerd voor de energie-inhoud van de brandstoffen die worden gebruikt in verband met de warmteproductie; en
|
||||
b. de aan het landelijk hoogspanningsnet geleverde elektriciteit verhoogd met de elektriciteitsderving door de warmtelevering.
|
||||
b. de aan een transmissiesysteem voor elektriciteit geleverde elektriciteit verhoogd met de elektriciteitsderving door de warmtelevering.
|
||||
|
||||
### Artikel 4.96
|
||||
|
||||
|
|
@ -6577,7 +6578,7 @@ c. op welke lozingsroutes het eigen vuilwaterriool en een schoonwaterriool uitko
|
|||
|
||||
### Artikel 4.127
|
||||
|
||||
**1.** Voor de emissie in de lucht zijn de emissiegrenswaarden de waarden, bedoeld in tabel 4.127, gemeten in een eenmalige meting.
|
||||
**1.** Voor de emissie in de lucht zijn de emissiegrenswaarden de waarden, bedoeld in tabel 4.127.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -6590,6 +6591,7 @@ Het eerste lid is niet van toepassing als de emissie de ondergrens, bedoeld in t
|
|||
| Stikstofoxiden, berekend als stikstofdioxiden | 50 | 1.000 |
|
||||
| Zwaveloxiden, berekend als zwaveldioxiden | 50 | 1.000 |
|
||||
| Vluchtige organische stoffen | 200 | 250 |
|
||||
| Benzeen | 1 | 1,25 |
|
||||
|
||||
### Artikel 4.128
|
||||
|
||||
|
|
@ -6604,47 +6606,46 @@ b. door een geschikte filtrerende afscheider worden gevoerd.
|
|||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Op het verrichten van een eenmalige meting zijn van toepassing:
|
||||
Op het verrichten van een meting zijn ook van toepassing:
|
||||
|
||||
a. voor polycyclische aromatische koolwaterstoffen: NEN-ISO 11338-1 en NEN-ISO 11338-2;
|
||||
b. voor totaal stof: NEN-EN 13284-1;
|
||||
c. voor stikstofoxiden, berekend als stikstofdioxide: NEN-EN 14792;
|
||||
d. voor zwaveloxiden, berekend als zwaveldioxide: NEN-EN 14791; en
|
||||
e. voor onverbrande koolwaterstoffen: NEN-EN 12619.
|
||||
d. voor zwaveloxiden, berekend als zwaveldioxide: NEN-EN 14791;
|
||||
e. voor onverbrande koolwaterstoffen: NEN-EN 12619; en
|
||||
f. voor benzeen: NPR-CEN/TS 13649.
|
||||
|
||||
**3.** Emissies worden omgerekend tot een volumegehalte aan zuurstof van 17%.
|
||||
**3.** De toetsing aan de emissiegrenswaarde voor polycyclische aromatische koolwaterstoffen vindt plaats op basis van de som van de gemeten concentraties van naftaleen, acenaftyleen, acenafteen, fluoreen, fenantreen, anthraceen, fluorantheen, pyreen, benz(a)anthraceen, chryseen, benzo(b)fluorantheen, benzo(k)fluorantheen, benzo(a)pyreen, indeno(1,2,3,c,d)pyreen, dibenzo(a,h)anthraceen en benzo(g,h,i)peryleen.
|
||||
|
||||
**4.** Emissies worden omgerekend tot een volumegehalte aan zuurstof van 17%.
|
||||
|
||||
### Artikel 4.130
|
||||
|
||||
**1.** Er wordt gemeten of aan de emissiegrenswaarden, bedoeld in tabel 4.127, wordt voldaan.
|
||||
**1.** Er wordt ten minste eenmalig gemeten of aan de emissiegrenswaarden voor totaal stof, stikstofoxiden, zwaveloxiden en vluchtige organische stoffen, bedoeld in tabel 4.127, wordt voldaan.
|
||||
|
||||
**2.** Het eerste lid is niet van toepassing op het meten van polycyclische aromatische koolwaterstoffen als de maatregel, bedoeld in artikel 4.128, eerste lid, wordt getroffen.
|
||||
**2.** Het eerste lid is voor totaal stof niet van toepassing als de maatregelen, bedoeld in artikel 4.128, worden getroffen.
|
||||
|
||||
**3.** Het eerste lid is niet van toepassing op het meten van totaal stof als de maatregelen, bedoeld in artikel 4.128, tweede lid, worden getroffen.
|
||||
**3.** Er wordt ten minste één keer per jaar gemeten of aan de emissiegrenswaarden voor polycyclische aromatische koolwaterstoffen en benzeen, bedoeld in tabel 4.127, wordt voldaan.
|
||||
|
||||
**4.** Wanneer een emissiereductietechniek wordt toegepast vindt ook monitoring plaats door middel van een emissierelevante parameter.
|
||||
|
||||
**5.**
|
||||
|
||||
Bij een emissierelevante parameter wordt aangetoond:
|
||||
|
||||
a. welke emissierelevante parameters de emissies van een specifieke component controleren; en
|
||||
b. binnen welke grenzen de emissierelevante parameters voldoen aan de emissiegrenswaarde.
|
||||
|
||||
### Artikel 4.131
|
||||
|
||||
**1.** Een eenmalige meting bestaat uit drie deelmetingen van ten minste vijftien minuten en ten hoogste een half uur. Dit geldt niet als een langere bemonsteringstijd voortvloeit uit de meetmethode of de wijze van bemonsteren.
|
||||
**1.** Een meting bestaat uit drie deelmetingen van ten minste vijftien minuten en ten hoogste een half uur. Als het meettechnisch niet mogelijk is om de deelmeting van polycyclische aromatische koolwaterstoffen en benzeen in die tijd te verrichten, kan de meting van deze stoffen ook bestaan uit een eenmalige meting van 2 uur.
|
||||
|
||||
**2.** Het resultaat van de eenmalige meting zijn de gevalideerde meetresultaten. Dat zijn de meetresultaten van de deelmetingen, verminderd met de aangetoonde meetonzekerheid, die niet meer is dan het percentage van de emissiegrenswaarde, bedoeld in tabel 4.131.
|
||||
**2.** Het resultaat van een meting zijn de gevalideerde meetresultaten. Dat zijn de meetresultaten van de deelmetingen of de eenmalige meting, verminderd met de aangetoonde meetonzekerheid, die niet meer is dan het percentage van de emissiegrenswaarde, bedoeld in tabel 4.131.
|
||||
|
||||
**3.** De meetonzekerheid wordt bepaald op basis van het 95%-betrouwbaarheidsinterval van individuele metingen.
|
||||
|
||||
**4.** De meting wordt verricht door een laboratorium met een accreditatie volgens NEN-EN-ISO/IEC 17025 voor de norm die volgens artikel 4.129 van toepassing is op de stof die wordt gemeten.
|
||||
|
||||
**5.**
|
||||
|
||||
De meting kan ook worden verricht door een onderneming met een certificaat voor de Deelregeling voor inspectie en onderhoud van stookinstallaties, onderdeel van de Certificatieregeling voor het kwaliteitsmanagementsysteem ten behoeve van het uitvoeren van onderhoud en inspectie aan technische installaties, van de stichting SCIOS, verstrekt door een certificatie-instantie met een accreditatie volgens ISO/IEC 17021-1 voor die Deelregeling.
|
||||
|
||||
| Stof | Percentage meetonzekerheid |
|
||||
| --- | --- |
|
||||
| Zwaveldioxide | 20 |
|
||||
| Stikstofoxide | 20 |
|
||||
| Totaal stof | 30 |
|
||||
| Debiet | 20 |
|
||||
| Vluchtige organische stoffen, uitgedrukt in totaal organische koolstof | 20 |
|
||||
| Overig | 40 |
|
||||
|
||||
### Artikel 4.132
|
||||
|
||||
**1.** Aan de emissiegrenswaarden, bedoeld in tabel 4.127, wordt voldaan als in geen van de metingen de emissies hoger zijn dan de emissiegrenswaarden in die tabel.
|
||||
|
|
@ -8268,26 +8269,27 @@ c. op welke lozingsroutes het eigen vuilwaterriool en een schoonwaterriool uitko
|
|||
|
||||
**1.** Met het oog op het beperken van emissies in de lucht en het voorkomen of beperken van geluidhinder wordt steen in een gesloten ruimte mechanisch bewerkt.
|
||||
|
||||
**2.** Het stralen van steen gebeurt in een gesloten ruimte of met gereedschap dat is uitgerust met een geïntegreerde stofafzuiginstallatie.
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
**3.** Het trommelen van steen gebeurt in een gesloten installatie.
|
||||
Het eerste lid is niet van toepassing als:
|
||||
|
||||
**4.** Bij het bewerken van steen en gips worden natte werkmethoden gebruikt.
|
||||
a. het stralen van steen plaatsvindt met gereedschap dat is uitgerust met een geïntegreerde stofafzuiginstallatie; of
|
||||
b. het breken van puin plaatsvindt met een puinbreker met doelmatige stofbestrijdingstechnieken.
|
||||
|
||||
**5.**
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Onder natte werkmethoden wordt verstaan:
|
||||
Als doelmatige stofbestrijdingstechnieken in het tweede lid, onder b, worden aangemerkt:
|
||||
|
||||
a. mechanische bewerking van steen met waterkoeling waarbij de waterstraal of het watergordijn zo is gedimensioneerd dat geen zichtbare stofvorming optreedt; of
|
||||
b. mechanische ruimteafzuiging waarbij een geschikte waterwand wordt gebruikt.
|
||||
a. effectieve natte werkmethoden waarbij de waterstraal of het watergordijn zo is gedimensioneerd dat geen visueel waarneembare stofverspreiding optreedt op een afstand van 2 m van de stofbron; of
|
||||
b. effectieve mechanische stofafzuiging waarbij de emissies door een geschikte filterende afscheider worden geleid zodat geen visueel waarneembare stofverspreiding optreedt bij de uitgang van de filterinstallatie.
|
||||
|
||||
### Artikel 4.314
|
||||
|
||||
Met het oog op het voorkomen of beperken van diffuse emissies in de lucht wordt de lucht afgezogen.
|
||||
Met het oog op het voorkomen of beperken van diffuse emissies in de lucht wordt bij het bewerken van steen in een gesloten ruimte de lucht afgezogen.
|
||||
|
||||
### Artikel 4.315
|
||||
|
||||
**1.** Voor de emissie in de lucht is de emissiegrenswaarde van totaal stof 5 mg/Nm^3, gemeten in een eenmalige meting.
|
||||
**1.** Voor de emissie in de lucht bij het bewerken van steen als bedoeld in artikel 4.313, eerste en tweede lid, onder a, en derde lid, onder b, is de emissiegrenswaarde van totaal stof 5 mg/Nm^3, gemeten in een eenmalige meting.
|
||||
|
||||
**2.** Het eerste lid is niet van toepassing als de emissie van totaal stof niet meer is dan 100 kg/jaar.
|
||||
|
||||
|
|
@ -8323,7 +8325,9 @@ Met het oog op het beschermen van de gezondheid worden emissies in de lucht bove
|
|||
|
||||
### Artikel 4.320
|
||||
|
||||
Deze paragraaf is van toepassing op het mechanisch bewerken van rubber, kunststof, papier, karton, textiel, bont, leer, kurk, hout of houtachtig materiaal.
|
||||
**1.** Deze paragraaf is van toepassing op het mechanisch bewerken van rubber, kunststof, papier, karton, textiel, bont, leer, kurk, hout of houtachtig materiaal.
|
||||
|
||||
**2.** Deze paragraaf is niet van toepassing op het verkleinen van houtachtige resten van planten met een mobiel werktuig in de directe nabijheid van de locatie waar de te verkleinen resten zijn vrijgekomen.
|
||||
|
||||
### Artikel 4.321
|
||||
|
||||
|
|
@ -8680,27 +8684,27 @@ c. op welke lozingsroutes het eigen vuilwaterriool en een schoonwaterriool uitko
|
|||
|
||||
### Artikel 4.365
|
||||
|
||||
**1.** Met het oog op een doelmatig beheer van afvalstoffen zijn op een locatie voor het onderhouden of repareren van motorvoertuigen niet meer dan vier wrakken van tweewielige motorvoertuigen en vier autowrakken of andere voertuigwrakken aanwezig.
|
||||
**1.** Met het oog op een doelmatig beheer van afvalstoffen zijn op een locatie voor het onderhouden of repareren van gemotoriseerde voertuigen niet meer dan vier wrakken van tweewielige gemotoriseerde voertuigen en vier autowrakken of andere voertuigwrakken aanwezig.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Het eerste lid is niet van toepassing als het onderhouden of repareren van motorvoertuigen plaatsvindt op een locatie waarop ook:
|
||||
Het eerste lid is niet van toepassing als het onderhouden of repareren van gemotoriseerde voertuigen plaatsvindt op een locatie waarop ook:
|
||||
|
||||
a. ingezamelde of afgegeven autowrakken of wrakken van tweewielige motorvoertuigen worden gedemonteerd als bedoeld in paragraaf 3.5.1;
|
||||
b. autowrakken, wrakken van tweewielige motorvoertuigen en andere voertuigwrakken worden opgeslagen bij het verlenen van hulp voor gemotoriseerde voertuigen als bedoeld in paragraaf 3.8.1; of
|
||||
c. autowrakken, wrakken van tweewielige motorvoertuigen en andere voertuigwrakken worden opgeslagen in het kader van onderzoek door politie of justitie.
|
||||
a. ingezamelde of afgegeven autowrakken of wrakken van tweewielige gemotoriseerde voertuigen worden gedemonteerd als bedoeld in paragraaf 3.5.1;
|
||||
b. autowrakken, wrakken van tweewielige gemotoriseerde voertuigen en andere voertuigwrakken worden opgeslagen bij het verlenen van hulp voor gemotoriseerde voertuigen als bedoeld in paragraaf 3.8.1; of
|
||||
c. autowrakken, wrakken van tweewielige gemotoriseerde voertuigen en andere voertuigwrakken worden opgeslagen in het kader van onderzoek door politie of justitie.
|
||||
|
||||
### Artikel 4.366
|
||||
|
||||
**1.** Met het oog op een doelmatig beheer van afvalstoffen worden autowrakken en wrakken van tweewielige motorvoertuigen met de daarin aanwezige materialen of onderdelen niet verwijderd of nuttig toegepast.
|
||||
**1.** Met het oog op een doelmatig beheer van afvalstoffen worden autowrakken en wrakken van tweewielige gemotoriseerde voertuigen met de daarin aanwezige materialen of onderdelen niet verwijderd of nuttig toegepast.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Het eerste lid is niet van toepassing op:
|
||||
|
||||
a. het opslaan van autowrakken en wrakken van tweewielige motorvoertuigen met de daarin aanwezige materialen of onderdelen;
|
||||
b. accessoires die worden gedemonteerd omdat de laatste eigenaar of houder van het autowrak of wrak van een tweewielig motorvoertuig hierom anders dan in het uitoefenen van zijn beroep of bedrijf heeft verzocht en met als doel die accessoires opnieuw te gebruiken voor een ander motorvoertuig waarvan hij eigenaar of houder is; en
|
||||
c. het onderhouden of repareren van motorvoertuigen dat plaatsvindt op een locatie waarop ook ingezamelde of afgegeven autowrakken of wrakken van tweewielige motorvoertuigen worden gedemonteerd als bedoeld in paragraaf 3.5.1.
|
||||
a. het opslaan van autowrakken en wrakken van tweewielige gemotoriseerde voertuigen met de daarin aanwezige materialen of onderdelen;
|
||||
b. accessoires die worden gedemonteerd omdat de laatste eigenaar of houder van het autowrak of wrak van een tweewielig gemotoriseerd voertuig hierom anders dan in het uitoefenen van zijn beroep of bedrijf heeft verzocht en met als doel die accessoires opnieuw te gebruiken voor een ander gemotoriseerd voertuig waarvan hij eigenaar of houder is; en
|
||||
c. het onderhouden of repareren van gemotoriseerde voertuigen dat plaatsvindt op een locatie waarop ook ingezamelde of afgegeven autowrakken of wrakken van tweewielige gemotoriseerde voertuigen worden gedemonteerd als bedoeld in paragraaf 3.5.1.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 4.23. Proefdraaien van verbrandingsmotoren
|
||||
|
||||
|
|
@ -10340,7 +10344,7 @@ Met het oog op het verminderen van de hoeveelheid benzinedamp die in de atmosfee
|
|||
a. de jaarlijkse hoeveelheid benzine die uit mobiele benzinetanks aan een benzinestation wordt geleverd meer dan 500 m^3/jaar is; of
|
||||
b. de jaarlijkse hoeveelheid benzine die uit mobiele benzinetanks aan een benzinestation wordt geleverd meer dan 100 m^3/jaar is en de tankzuil ligt onder gebouwen met een woonfunctie of een kantoorfunctie als bedoeld in bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving die permanent in gebruik zijn.
|
||||
|
||||
**2.** Het eerste lid is niet van toepassing op tankstations die alleen worden gebruikt in verband met het maken en afleveren van nieuwe motorvoertuigen voor het wegverkeer.
|
||||
**2.** Het eerste lid is niet van toepassing op tankstations die alleen worden gebruikt in verband met het maken en afleveren van nieuwe gemotoriseerde voertuigen voor het wegverkeer.
|
||||
|
||||
**3.** Bij het tankstation wordt duidelijk kenbaar gemaakt dat een fase II-benzinedampterugwinningssysteem is geïnstalleerd.
|
||||
|
||||
|
|
@ -10376,7 +10380,7 @@ Artikel 4.518, eerste lid, is niet van toepassing tot het moment waarop de infra
|
|||
|
||||
a. dat is opgericht voor 1 januari 2012;
|
||||
b. waar de jaarlijkse hoeveelheid benzine die uit mobiele benzinetanks aan het benzinestation wordt geleverd ten hoogste 3.000 m^3/jaar is; en
|
||||
c. waar motorvoertuigen voor het wegverkeer met benzine worden getankt.
|
||||
c. waar gemotoriseerde voertuigen voor het wegverkeer met benzine worden getankt.
|
||||
|
||||
### Artikel 4.521
|
||||
|
||||
|
|
@ -10841,9 +10845,9 @@ d. bijzonderheden over de werking van de natte koeltoren.
|
|||
|
||||
### Artikel 4.573
|
||||
|
||||
**1.** Deze paragraaf is van toepassing op het demonteren van autowrakken of wrakken van tweewielige motorvoertuigen.
|
||||
**1.** Deze paragraaf is van toepassing op het demonteren van autowrakken of wrakken van tweewielige gemotoriseerde voertuigen.
|
||||
|
||||
**2.** Als autowrakken of wrakken van tweewielige motorvoertuigen worden gedemonteerd, is deze paragraaf ook van toepassing op het daarnaast opslaan van deze wrakken of gedemonteerde onderdelen.
|
||||
**2.** Als autowrakken of wrakken van tweewielige gemotoriseerde voertuigen worden gedemonteerd, is deze paragraaf ook van toepassing op het daarnaast opslaan van deze wrakken of gedemonteerde onderdelen.
|
||||
|
||||
### Artikel 4.574
|
||||
|
||||
|
|
@ -10864,7 +10868,7 @@ b. bodembeschermende voorzieningen, bedoeld in paragraaf 5.4.2.
|
|||
|
||||
Met het oog op het voorkomen van verontreiniging van de bodem met motorolie, remolie, koelvloeistof, remvloeistof en vloeibare brandstoffen worden:
|
||||
|
||||
a. autowrakken of wrakken van tweewielige motorvoertuigen voor demontage opgeslagen boven een aaneengesloten bodemvoorziening en een lekbak;
|
||||
a. autowrakken of wrakken van tweewielige gemotoriseerde voertuigen voor demontage opgeslagen boven een aaneengesloten bodemvoorziening en een lekbak;
|
||||
b. vloeistoffen afgetapt boven een aaneengesloten bodemvoorziening;
|
||||
c. onderdelen die vloeistof bevatten gedemonteerd boven een aaneengesloten bodemvoorziening; en
|
||||
d. gedemonteerde onderdelen die vloeistof bevatten opgeslagen boven een aaneengesloten bodemvoorziening en een lekbak.
|
||||
|
|
@ -10877,7 +10881,7 @@ d. gedemonteerde onderdelen die vloeistof bevatten opgeslagen boven een aaneenge
|
|||
|
||||
### Artikel 4.577
|
||||
|
||||
**1.** Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater wordt het te lozen afvalwater afkomstig van het demonteren van autowrakken of wrakken van tweewielige motorvoertuigen geloosd in een vuilwaterriool.
|
||||
**1.** Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater wordt het te lozen afvalwater afkomstig van het demonteren van autowrakken of wrakken van tweewielige gemotoriseerde voertuigen geloosd in een vuilwaterriool.
|
||||
|
||||
**2.** Als een maatwerkvoorschrift is gesteld of een voorschrift aan een omgevingsvergunning is verbonden waarin een andere lozingsroute is toegestaan, wordt het te lozen afvalwater geloosd in een vuilwaterriool of via die andere route.
|
||||
|
||||
|
|
@ -10951,7 +10955,7 @@ Met het oog op het beschermen van de gezondheid worden bij het ontsteken van air
|
|||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Met het oog op een doelmatig beheer van afvalstoffen worden autowrakken en wrakken van tweewielige motorvoertuigen zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk twee weken na ontvangst van de wrakken, ontdaan van de volgende stoffen en materialen:
|
||||
Met het oog op een doelmatig beheer van afvalstoffen worden autowrakken en wrakken van tweewielige gemotoriseerde voertuigen zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk twee weken na ontvangst van de wrakken, ontdaan van de volgende stoffen en materialen:
|
||||
|
||||
a. motorolie;
|
||||
b. transmissieolie;
|
||||
|
|
@ -10987,7 +10991,7 @@ e. elektrische airbags en gordelspanners, als deze niet zijn geneutraliseerd.
|
|||
|
||||
**2.** Een autowrak wordt niet zo geplet of mechanisch verkleind dat de identiteit of de inhoud daarvan niet meer herkenbaar is.
|
||||
|
||||
**3.** Wrakken van tweewielige motorvoertuigen worden ontdaan van onderdelen waarvan is aangegeven dat deze lood, kwik, cadmium of zeswaardig chroom bevatten en van elektrische airbags en gordelspanners, als deze niet zijn geneutraliseerd.
|
||||
**3.** Wrakken van tweewielige gemotoriseerde voertuigen worden ontdaan van onderdelen waarvan is aangegeven dat deze lood, kwik, cadmium of zeswaardig chroom bevatten en van elektrische airbags en gordelspanners, als deze niet zijn geneutraliseerd.
|
||||
|
||||
### Artikel 4.589
|
||||
|
||||
|
|
@ -10999,7 +11003,7 @@ e. elektrische airbags en gordelspanners, als deze niet zijn geneutraliseerd.
|
|||
|
||||
### Artikel 4.590
|
||||
|
||||
**1.** Met het oog op een doelmatig beheer van afvalstoffen worden autowrakken of wrakken van tweewielige motorvoertuigen die nog niet zijn ontdaan van de stoffen en materialen, bedoeld in artikel 4.587, eerste lid, niet gestapeld.
|
||||
**1.** Met het oog op een doelmatig beheer van afvalstoffen worden autowrakken of wrakken van tweewielige gemotoriseerde voertuigen die nog niet zijn ontdaan van de stoffen en materialen, bedoeld in artikel 4.587, eerste lid, niet gestapeld.
|
||||
|
||||
**2.** Autowrakken die zijn ontdaan van de stoffen en materialen, bedoeld in artikel 4.587, eerste lid, maar nog niet van de stoffen en materialen, bedoeld in artikel 4.588, eerste lid, worden niet meer dan twee hoog, met een hoogte van niet meer dan 4,5 m, gestapeld of worden zo in stellingen gestapeld dat deze gemakkelijk kunnen worden geïnspecteerd en gedemonteerd.
|
||||
|
||||
|
|
@ -11987,7 +11991,7 @@ c. informatie over de voorzieningen voor het in ontvangst nemen en verder behere
|
|||
|
||||
### Artikel 4.685b
|
||||
|
||||
Als artikel 4.685, vierde lid, van toepassing is, wordt Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat hierover geïnformeerd.
|
||||
Als artikel 4.685, vierde lid, van toepassing is, wordt het bevoegd gezag, bedoeld in afdeling 2.2, daarover binnen vier weken geïnformeerd.
|
||||
|
||||
### Artikel 4.686
|
||||
|
||||
|
|
@ -16202,7 +16206,7 @@ c. op welke lozingsroutes het eigen vuilwaterriool en een schoonwaterriool uitko
|
|||
|
||||
**3.** Het tweede lid is niet van toepassing als wordt voldaan aan de emissiegrenswaarden, bedoeld in artikel 4.1059.
|
||||
|
||||
**4.** Dit artikel is niet van toepassing op het opslaan van autowrakken of wrakken van tweewielige motorvoertuigen of gedemonteerde onderdelen daarvan, bedoeld in artikel 4.576.
|
||||
**4.** Dit artikel is niet van toepassing op het opslaan van autowrakken of wrakken van tweewielige gemotoriseerde voertuigen of gedemonteerde onderdelen daarvan, bedoeld in artikel 4.576.
|
||||
|
||||
**5.** Dit artikel is ook niet van toepassing op het opslaan van oliën, vetten of pekel in verpakking.
|
||||
|
||||
|
|
@ -16230,7 +16234,7 @@ b. aaneengesloten bodemvoorziening die tegen inregenen is beschermd.
|
|||
|
||||
**3.** Het tweede lid is niet van toepassing als wordt voldaan aan de emissiegrenswaarden, bedoeld in artikel 4.1059.
|
||||
|
||||
**4.** Dit artikel is niet van toepassing op het opslaan van autowrakken of wrakken van tweewielige motorvoertuigen of gedemonteerde onderdelen daarvan, bedoeld in artikel 4.576.
|
||||
**4.** Dit artikel is niet van toepassing op het opslaan van autowrakken of wrakken van tweewielige gemotoriseerde voertuigen of gedemonteerde onderdelen daarvan, bedoeld in artikel 4.576.
|
||||
|
||||
### Artikel 4.1064a
|
||||
|
||||
|
|
@ -16284,24 +16288,19 @@ b. in een open systeem met bevochtiging of afscherming tegen windinvloeden van d
|
|||
|
||||
### Artikel 4.1069
|
||||
|
||||
**1.** Aan artikel 4.1067, eerste en tweede lid, wordt bij het laden en lossen met storttrechters in ieder geval voldaan als de trechters afzuiging hebben.
|
||||
Met het oog op het voorkomen of beperken van diffuse emissies worden bij het laden en lossen de volgende maatregelen getroffen:
|
||||
|
||||
**2.** Aan artikel 4.1067, eerste en tweede lid, wordt bij het laden en lossen met grijpers in ieder geval voldaan als wordt geladen en gelost met grijpers die van de bovenkant zijn afgesloten.
|
||||
a. laden en lossen met storttrechters: de trechters hebben afzuiging;
|
||||
b. laden en lossen met grijpers: de bovenkant van de grijpers is afgesloten;
|
||||
c. laden en lossen van lichters: de stortkoker van de lichterbelader reikt tot:
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
1°. op de bodem van het ruim; of
|
||||
2°. op het materiaal dat al is gestort; en
|
||||
d. laden en lossen met pneumatische elevatoren:
|
||||
|
||||
Aan artikel 4.1067, eerste en tweede lid, wordt bij het laden en lossen van lichters in ieder geval voldaan als de lichterbelader een stortkoker heeft die reikt:
|
||||
|
||||
a. tot op de bodem van het ruim; of
|
||||
b. tot op het materiaal dat al is gestort.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
Aan artikel 4.1067, eerste en tweede lid, wordt bij het laden en lossen met pneumatische elevatoren in ieder geval voldaan als:
|
||||
|
||||
a. de weegbunkers en overstortpunten gesloten zijn uitgevoerd;
|
||||
b. het neergeslagen stof in de overstortpunten regelmatig wordt verwijderd; of
|
||||
c. de stortschoen afzuiging heeft.
|
||||
1°. de weegbunkers en overstortpunten zijn gesloten uitgevoerd;
|
||||
2°. het neergeslagen stof in de overstortpunten wordt regelmatig verwijderd; of
|
||||
3°. de stortschoen heeft afzuiging.
|
||||
|
||||
### Artikel 4.1070
|
||||
|
||||
|
|
@ -16339,9 +16338,10 @@ Met het oog op het beschermen van de gezondheid worden bij het opslaan en mengen
|
|||
|
||||
In afwijking van het eerste lid worden vermestende goederen en de volgende afvalstoffen niet langer dan een jaar opgeslagen:
|
||||
|
||||
a. gewolmaniseerd hout;
|
||||
b. vliegas van verbranding van afvalstoffen in een roosteroven of wervelbedoven; en
|
||||
c. filterkoek van ontgiften, neutraliseren en ontwateren.
|
||||
a. *CC-hout:* hout behandeld met middelen die koper en chroom bevatten;
|
||||
b. *CCA-hout:* hout behandeld met middelen die koper, chroom en arseen bevatten;
|
||||
c. vliegas van verbranding van afvalstoffen in een roosteroven of wervelbedoven; en
|
||||
d. filterkoek van ontgiften, neutraliseren en ontwateren.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 4.105. Benzineterminal
|
||||
|
||||
|
|
@ -18866,8 +18866,9 @@ d. vergistingsgas;
|
|||
e. biodiesel die voldoet aan NEN-EN 14214;
|
||||
f. lichte olie;
|
||||
g. halfzware olie;
|
||||
h. gasolie; of
|
||||
i. rie-biomassa en pellets gemaakt uit rie-biomassa, als wordt gestookt in een stookinstallatie met een nominaal thermisch ingangsvermogen van minder dan 15 MW.
|
||||
h. gasolie;
|
||||
i. rie-biomassa en pellets gemaakt uit rie-biomassa, als wordt gestookt in een stookinstallatie met een nominaal thermisch ingangsvermogen van minder dan 15 MW; of
|
||||
j. waterstof.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -18898,7 +18899,7 @@ Een melding bevat:
|
|||
|
||||
a. gegevens over het nominaal thermisch ingangsvermogen in megawatt van de stookinstallatie;
|
||||
b. gegevens over het type stookinstallatie, onderverdeeld naar gasmotor, dieselmotor, dual-fuelmotor, gasturbine, ketel, fornuis, droger, luchtverhitter of andere stookinstallatie;
|
||||
c. gegevens over het type gebruikte brandstoffen, onderverdeeld naar vaste rie-biomassa, andere vaste brandstof, gasolie, andere vloeibare brandstoffen dan gasolie, aardgas, vergistingsgas en andere gasvormige brandstoffen; en
|
||||
c. gegevens over het type gebruikte brandstoffen, onderverdeeld naar vaste rie-biomassa, andere vaste brandstof, gasolie, andere vloeibare brandstoffen dan gasolie, aardgas, vergistingsgas, waterstof en andere gasvormige brandstoffen; en
|
||||
d. een verklaring dat de stookinstallatie ten hoogste 500 uur per jaar in bedrijf zal zijn, als het gaat om een stookinstallatie als bedoeld in artikel 4.1299, tweede lid.
|
||||
|
||||
**3.** Ten minste vier weken voordat de activiteit op een andere manier wordt verricht dan overeenkomstig die gegevens, wordt een melding gedaan.
|
||||
|
|
@ -18915,7 +18916,7 @@ Het bevoegd gezag, bedoeld in afdeling 2.2, wordt ten minste vier weken voor het
|
|||
|
||||
a. de 4-cijferige NACE-code van de bedrijfstak waarvan de stookinstallatie deel uitmaakt;
|
||||
b. het verwachte aantal jaarlijkse bedrijfsuren van de stookinstallatie en de gemiddelde belasting tijdens het gebruik; en
|
||||
c. het aandeel van de gebruikte brandstoffen, onderverdeeld naar vaste rie-biomassa, andere vaste brandstof, gasolie, andere vloeibare brandstoffen dan gasolie, aardgas, vergistingsgas en andere gasvormige brandstoffen.
|
||||
c. het aandeel van de gebruikte brandstoffen, onderverdeeld naar vaste rie-biomassa, andere vaste brandstof, gasolie, andere vloeibare brandstoffen dan gasolie, aardgas, vergistingsgas, waterstof en andere gasvormige brandstoffen.
|
||||
|
||||
**2.** Het eerste lid is niet van toepassing op een stookinstallatie met een nominaal thermisch ingangsvermogen van minder dan 1 MW.
|
||||
|
||||
|
|
@ -19018,9 +19019,12 @@ Aan het eerste lid wordt bij de verbranding van rie-biomassa of pellets gemaakt
|
|||
| Rie-biomassa of pellets gemaakt uit rie-biomassa, gestookt in een ketel van ten minste 5 MW | 100 | 60 | 5 |
|
||||
| Vergistingsgas, gestookt in een ketel van meer dan 400 kW en minder dan 1 MW | 70 | 200 | – |
|
||||
| Vergistingsgas, gestookt in een ketel van meer dan 1 MW | 70 | 100 | – |
|
||||
| Aardgas, gestookt in een ketel van meer dan 400 kW | 70 | – | – |
|
||||
| Aardgas of waterstof, gestookt in een ketel van meer dan 400 kW | 70 | – | – |
|
||||
| Waterstof, gestookt in een ketel van 400 kW of minder | 90 | – | – |
|
||||
| Propaangas of butaangas, gestookt in een ketel van meer dan 400 kW | 140 | – | – |
|
||||
|
||||
**5.** Aan het eerste lid wordt bij verbranding van waterstof in een ketel met een nominaal thermisch ingangsvermogen van 400 kW of minder in ieder geval voldaan als Verordening (EU) van de Commissie van 2 augustus 2013 totuitvoering van Richtlijn 2009/125/EG van het Europees Parlement en de Raad wat de eisen inzake ecologisch ontwerp voor ruimteverwarmingstoestellen en combinatieverwarmingstoestellen betreft (PbEU 2013 L 239/136) van toepassing is.
|
||||
|
||||
### Artikel 4.1303a
|
||||
|
||||
Een maatwerkregel of maatwerkvoorschrift waarmee de emissiegrenswaarde voor ammoniak, bedoeld in artikel 4.1303, eerste lid, onder b, wordt verhoogd, bevat bij toepassing van:
|
||||
|
|
@ -19114,7 +19118,7 @@ c. op het meten van stikstofoxiden bij de verbranding van rie-biomassa of pellet
|
|||
Een meting wordt verricht door:
|
||||
|
||||
a. een laboratorium met een accreditatie volgens NEN-EN-ISO/IEC 17025 voor de norm die volgens artikel 4.1310 van toepassing is op de stof die wordt gemeten; of
|
||||
b. een onderneming met een certificaat voor de Deelregeling voor stookinstallaties, onderdeel van de Certificatieregeling voor het kwaliteitsmanagementsysteem ten behoeve van het verrichten van onderhoud en inspectie aan technische installaties, van de stichting SCIOS, afgegeven door een certificatie-instantie met een accreditatie volgens NEN-EN-ISO/IEC 17021-1 voor die Deelregeling.
|
||||
b. een onderneming met een certificaat voor de Deelregeling voor stookinstallaties, onderdeel van de Certificatieregeling ten behoeve van het verrichten van onderhoud en inspectie aan technische installaties, van de stichting SCIOS, afgegeven door een certificatie-instantie met een accreditatie volgens die Deelregeling.
|
||||
|
||||
**6.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -19265,13 +19269,13 @@ b. 1 januari 2029, als deze een nominaal thermisch ingangsvermogen heeft van te
|
|||
|
||||
**3.** Aan het eerste lid, onder d, wordt, voor een stookinstallatie die niet meer dan 500 uur per jaar in bedrijf is, in ieder geval voldaan, als een meetrapport van de fabrikant beschikbaar is van een koolmonoxide-meting die is verricht aan de stookinstallatie of een stookinstallatie van hetzelfde merk en type, overeenkomstig de eisen, bedoeld in het eerste lid, onder d.
|
||||
|
||||
**4.** Een stookinstallatie wordt gekeurd binnen zes weken nadat deze in bedrijf is genomen.
|
||||
**4.** Een stookinstallatie wordt gekeurd binnen zes weken nadat deze in bedrijf is genomen of deze paragraaf daarop van toepassing is geworden.
|
||||
|
||||
**5.** Een niet-gasgestookte stookinstallatie wordt ten minste eenmaal per twee jaar gekeurd.
|
||||
**5.** Een niet-gasgestookte stookinstallatie die meer dan 500 uur per jaar in bedrijf is of een waterstofgestookte stookinstallatie wordt ten minste eenmaal per twee jaar gekeurd.
|
||||
|
||||
**6.** Een gasgestookte stookinstallatie wordt ten minste eenmaal per vier jaar gekeurd.
|
||||
**6.** Andere stookinstallaties dan bedoeld in het vijfde lid worden ten minste eenmaal per vier jaar gekeurd.
|
||||
|
||||
**7.** De keuring wordt verricht door een onderneming met een certificaat voor de Deelregeling voor stookinstallaties, onderdeel van de Certificatieregeling voor het kwaliteitsmanagement ten behoeve van het uitvoeren van onderhoud en inspectie aan technische installaties, van de stichting SCIOS, afgegeven door een certificatie-instantie met een accreditatie volgens NEN-EN-ISO/IEC 17021-1 voor die Deelregeling.
|
||||
**7.** De keuring wordt verricht door een onderneming met een certificaat voor de Deelregeling voor stookinstallaties, onderdeel van de Certificatieregeling ten behoeve van het uitvoeren van onderhoud en inspectie aan technische installaties, van de stichting SCIOS, afgegeven door een certificatie-instantie met een accreditatie volgens die Deelregeling.
|
||||
|
||||
### Artikel 4.1327
|
||||
|
||||
|
|
@ -19286,11 +19290,11 @@ b. het adres, of de kadastrale aanduiding of coördinaten van de locatie van de
|
|||
c. een unieke identificatie van de stookinstallatie;
|
||||
d. gegevens over het nominaal thermisch ingangsvermogen in megawatt van de stookinstallatie;
|
||||
e. gegevens over het type stookinstallatie, onderverdeeld naar gasmotor, dieselmotor, dual-fuelmotor, gasturbine, ketel, fornuis, droger, luchtverhitter of andere stookinstallatie;
|
||||
f. gegevens over het type gebruikte brandstoffen en het aandeel ervan, onderverdeeld naar vaste rie-biomassa, pellets gemaakt uit rie-biomassa, andere vaste brandstof, gasolie, dieselolie, huisbrandolie, biodiesel, andere vloeibare brandstoffen, aardgas, propaangas, butaangas, vergistingsgas en andere gasvormige brandstoffen;
|
||||
f. gegevens over het type gebruikte brandstoffen en het aandeel ervan, onderverdeeld naar vaste rie-biomassa, pellets gemaakt uit rie-biomassa, andere vaste brandstof, gasolie, dieselolie, huisbrandolie, biodiesel, andere vloeibare brandstoffen, aardgas, propaangas, butaangas, vergistingsgas, waterstof en andere gasvormige brandstoffen;
|
||||
g. de datum waarop de stookinstallatie in bedrijf is genomen;
|
||||
h. het verwachte aantal jaarlijkse bedrijfsuren van de stookinstallatie en de gemiddelde belasting tijdens het gebruik;
|
||||
i. de 4-cijferige NACE-code van de bedrijfstak waarvan de stookinstallatie deel uitmaakt;
|
||||
j. de datum en meetresultaten van de laatst verrichte emissiemetingen van koolmonoxide en zuurstof en de emissieconcentratie van deze stoffen die tijdens de keuring is gemeten;
|
||||
j. de datum en meetresultaten van de laatst verrichte emissiemetingen en de tijdens de keuring gemeten koolmonoxide- en zuurstofconcentratie;
|
||||
k. een verklaring dat de stookinstallatie niet meer dan 500 uur per jaar in bedrijf is, als het gaat om een stookinstallatie als bedoeld in artikel 4.1299, tweede lid; en
|
||||
l. wijzigingen aan de stookinstallatie of in de bedrijfsvoering die hebben geleid tot een verandering van de emissiegrenswaarde.
|
||||
|
||||
|
|
@ -19935,7 +19939,7 @@ b. de afstand tussen de stookinstallatie en het warmtenet of koudenet meer dan 3
|
|||
|
||||
De artikelen 5.7g en 5.7h zijn niet van toepassing op:
|
||||
|
||||
a. een productie-installatie als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder ah, van de Elektriciteitswet 1998, voor zover deze installatie:
|
||||
a. een installatie als bedoeld in artikel 1.1 van de Energiewet, die bestemd is voor de productie van elektriciteit, voor zover deze installatie:
|
||||
|
||||
1°. fungeert als noodvoorziening en de opvang van piekverbruik; en
|
||||
2°. volgens plan minder dan 1.500 bedrijfsuren per jaar, als voortschrijdend gemiddelde over een periode van vijf jaar, in bedrijf is; of
|
||||
|
|
@ -20212,10 +20216,10 @@ b. voldoet aan de vastgestelde wetenschappelijke criteria voor het bepalen van h
|
|||
|
||||
### Artikel 5.23
|
||||
|
||||
Het bevoegd gezag, bedoeld in afdeling 2.2, wordt elke vijf jaar geïnformeerd over:
|
||||
Eenmaal per vijf jaar worden aan het bevoegd gezag, bedoeld in afdeling 2.2, verstrekt:
|
||||
|
||||
a. de mate waarin zeer zorgwekkende stoffen in de lucht of het water worden geëmitteerd; en
|
||||
b. de mogelijkheden om de emissies van zeer zorgwekkende stoffen in de lucht of het water te voorkomen of, als dat niet mogelijk is, zoveel mogelijk te beperken.
|
||||
a. gegevens over de mate waarin zeer zorgwekkende stoffen naar de lucht of het water worden geëmitteerd, en
|
||||
b. de vermijdings- en reductieprogramma’s, bedoeld in artikel 5.24.
|
||||
|
||||
### Artikel 5.24
|
||||
|
||||
|
|
@ -20268,11 +20272,9 @@ Bijlage III bevat de onderverdeling van stoffen in de stofklassen ERS, MVP1, MVP
|
|||
|
||||
### Artikel 5.29
|
||||
|
||||
**1.** In deze paragraaf wordt onder emissierelevante parameter verstaan: een meetbare of berekenbare grootheid die in relatie staat met de emissies die worden beoordeeld.
|
||||
**1.** In deze paragraaf wordt onder een emissierelevante parameter categorie A verstaan: een parameter die, zo nodig na kalibratie, een kwantitatief beeld geeft van de emissie.
|
||||
|
||||
**2.** Onder een emissierelevante parameter categorie A wordt verstaan: een parameter die, zo nodig na kalibratie, een kwantitatief beeld geeft van de emissie.
|
||||
|
||||
**3.** Onder een emissierelevante parameter categorie B wordt verstaan: een parameter die een kwalitatief beeld geeft van de emissie.
|
||||
**2.** Onder een emissierelevante parameter categorie B wordt verstaan: een parameter die een kwalitatief beeld geeft van de emissie.
|
||||
|
||||
### Artikel 5.30
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue