2003-07-16 | BWBR0011247 | Besluit subsidies civiele vliegtuigontwikkeling
This commit is contained in:
parent
3cf0de1026
commit
1bbf936360
1 changed files with 6 additions and 6 deletions
|
|
@ -74,7 +74,7 @@ Het krediet voor projecten als bedoeld in artikel 2, tweede lid, bedraagt:
|
|||
a. indien het project wordt uitgevoerd ten behoeve van vliegtuigen, bestemd voor minder dan 100 passagiers of een daarmee overeenkomende vrachtcapaciteit, of indien het project betrekking heeft op motoren of onderdelen daarvan: 40 procent van de projectkosten, doch niet meer dan een bij regeling van Onze Minister vast te stellen bedrag;
|
||||
b. indien het project wordt uitgevoerd ten behoeve van vliegtuigen, anders dan bedoeld onder a: 33 procent van de projectkosten, doch niet meer dan een bij regeling van Onze Minister vast te stellen bedrag.
|
||||
|
||||
**3.** Het in het tweede lid, onder a, genoemde percentage wordt met 10 procent verhoogd indien subsidie wordt verstrekt aan een ondernemer die een kleine of middelgrote onderneming in stand houdt in de zin van de Communautaire kaderregeling inzake overheidssteun voor kleine en middelgrote ondernemingen van de Commissie van de Europese Gemeenschappen (Pb EG 1996, C213).
|
||||
**3.** Het in het tweede lid, onder a, genoemde percentage wordt met 10 procent verhoogd indien subsidie wordt verstrekt aan een ondernemer die een kleine of middelgrote onderneming in stand houdt in de zin van verordening (EG) nr. 70/2001 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 12 januari 2001 (PbEG L 70) betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het EG-Verdrag op staatssteun voor kleine en middelgrote ondernemingen;
|
||||
|
||||
**4.** Indien ter zake van de projectkosten of een deel daarvan reeds door een ander bestuursorgaan of de Commissie van de Europese Gemeenschappen subsidie is verstrekt, wordt slechts een zodanig bedrag aan subsidie verstrekt, dat het totale bedrag aan subsidies niet meer bedraagt dan het ingevolge het eerste, tweede of derde lid geldende percentage van de projectkosten.
|
||||
|
||||
|
|
@ -88,7 +88,7 @@ Als projectkosten worden uitsluitend in aanmerking genomen:
|
|||
|
||||
a. de volgende rechtstreeks aan de uitvoering van het project toe te rekenen, na de indiening van de aanvraag door een subsidie-ontvanger gemaakte en betaalde kosten:
|
||||
|
||||
1°. loonkosten, met dien verstande dat wordt uitgegaan van een uurloon, berekend op basis van het bruto jaarloon bij een volledige dienstbetrekking volgens de kolommen 3, 4 en 13 van de loonstaat van het betrokken directe personeel, exclusief volledig winstafhankelijke uitkeringen, verhoogd met de wettelijke dan wel de op grond van een individuele of collectieve arbeidsovereenkomst verschuldigde opslagen voor sociale lasten;
|
||||
1°. loonkosten, met dien verstande dat wordt uitgegaan van een uurloon, berekend op basis van het jaarloon bij een volledige dienstbetrekking volgens de kolom «loon voor de loonbelasting» van de loonstaat van het betrokken directe personeel, verhoogd met de wettelijke dan wel de op grond van een individuele of collectieve arbeidsovereenkomst verschuldigde opslagen voor sociale lasten;
|
||||
2°. kosten van machines en apparatuur en van verbruikte materialen en hulpmiddelen, gebaseerd op historische aanschafprijzen, exclusief winstopslagen bij transacties binnen een groep;
|
||||
3°. aan derden verschuldigde kosten, exclusief winstopslagen bij transacties binnen een groep;
|
||||
4°. reis- en verblijfskosten, tot een maximum van 10 procent van de projectkosten;
|
||||
|
|
@ -112,7 +112,7 @@ Onze Minister stelt ieder begrotingsjaar bij ministeriële regeling een subsidie
|
|||
|
||||
### Artikel 7
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister geeft op de aanvraag een beschikking binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag. Indien de beschikking niet binnen dertien weken kan worden gegeven, stelt Onze Minister de aanvrager daarvan in kennis en noemt hij daarbij een redelijke termijn waarbinnen de beschikking tegemoet kan worden gezien.
|
||||
**1.** Onze Minister geeft op de aanvraag een beschikking binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag.
|
||||
|
||||
**2.** Indien de aanvraag een project betreft dat wordt uitgevoerd door een samenwerkingsverband, waarop niet met toepassing van artikel 8 afwijzend wordt beslist, vermeldt de beschikking tot subsidieverlening een raming van de projectkosten per deelnemer in het samenwerkingsverband. Elke deelnemer in het samenwerkingsverband is tot ten hoogste het naar rato van de voor hem geraamde projectkosten berekende bedrag aansprakelijk voor terugbetaling van de subsidie, voor zover de subsidie-ontvangers daartoe verplicht zijn.
|
||||
|
||||
|
|
@ -160,7 +160,7 @@ Onze Minister verdeelt het beschikbare bedrag in de volgorde van ontvangst van d
|
|||
|
||||
**3.** De aanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van het origineel van een ondertekend formulier, dat door Onze Minister wordt vastgesteld.
|
||||
|
||||
**4.** De aanvraag gaat vergezeld van een accountantsverklaring en een eindverslag omtrent de uitvoering en de resultaten van het project, overeenkomstig hetgeen in het formulier is vermeld.
|
||||
**4.** De aanvraag gaat vergezeld van een accountantsverklaring, indien het bedrag van de subsidieverlening meer dan € 50 000 bedraagt, en een eindverslag omtrent de uitvoering en de resultaten van het project, overeenkomstig hetgeen in het formulier is vermeld.
|
||||
|
||||
### Artikel 14
|
||||
|
||||
|
|
@ -245,7 +245,7 @@ Onze Minister kan in ieder geval afwijzend beschikken op een aanvraag, indien de
|
|||
|
||||
### Artikel 22
|
||||
|
||||
Onze Minister geeft de beschikking tot subsidievaststelling binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag daartoe dan wel nadat de voor het indienen ervan geldende termijn is verstreken. Indien de beschikking niet binnen dertien weken kan worden gegeven, stelt Onze Minister de betrokkene daarvan in kennis en noemt hij daarbij een redelijke termijn waarbinnen de beschikking tegemoet kan worden gezien.
|
||||
Onze Minister geeft de beschikking tot subsidievaststelling binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag daartoe dan wel nadat de voor het indienen ervan geldende termijn is verstreken.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 7. Kwijtschelding kredieten
|
||||
|
||||
|
|
@ -264,7 +264,7 @@ b. sedert de vaststelling van het bedrag van het krediet in een aaneengesloten p
|
|||
|
||||
### Artikel 24
|
||||
|
||||
Onze Minister geeft een beschikking binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag. Indien de beschikking niet binnen dertien weken kan worden gegeven, stelt Onze Minister de aanvrager daarvan in kennis en noemt hij daarbij een redelijke termijn waarop de beschikking wel tegemoet kan worden gezien.
|
||||
Onze Minister geeft een beschikking binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 8. Overgangs- en slotbepalingen
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue