diff --git a/beleidsregel/leidraad-invordering-2008/BWBR0024096/README.md b/beleidsregel/leidraad-invordering-2008/BWBR0024096/README.md index c9b1c9b89f0..e6b0637ea49 100644 --- a/beleidsregel/leidraad-invordering-2008/BWBR0024096/README.md +++ b/beleidsregel/leidraad-invordering-2008/BWBR0024096/README.md @@ -732,7 +732,7 @@ Als sprake is van beslag op roerende zaken, dan deelt de belastingdeurwaarder de Als een onderhandse verkoop van in beslag genomen zaken naar verwachting aanzienlijk meer oplevert dan de verwachte opbrengst bij openbare verkoop, dan kan de ontvanger kiezen voor een onderhandse verkoop. -De ontvanger moet hierbij rekening houden met de gerechtvaardigde belangen van eventuele derde-rechthebbenden die zich bij hem bekend hebben gemaakt. De ontvanger stelt deze derden in de gelegenheid om een bedrag aan te bieden ter opheffing van het beslag. +De ontvanger gaat allereerst na of het bod afkomstig is van een onafhankelijke derde. Als de koopsom direct of indirect uit het vermogen van de belastingschuldige komt, gaat de ontvanger niet akkoord met een onderhandse verkoop. Daarnaast houdt de ontvanger rekening met de gerechtvaardigde belangen van eventuele derde-rechthebbenden die zich bij hem bekend hebben gemaakt. De ontvanger stelt deze derden in de gelegenheid om een bedrag aan te bieden ter opheffing van het beslag. Onderhandse verkoop vindt niet plaats als hierdoor de belangen van de Staat worden geschaad. @@ -755,13 +755,13 @@ Zolang niet duidelijk is wat met het strafrechtelijke beslag gebeurt, kan het fi De Belastingdienst belemmert zo min mogelijk de strafrechtelijke sanctionering en ontneming van wederrechtelijk verkregen voordelen. -In geval van samenloop van de strafrechtelijke sanctionering en ontneming van wederrechtelijk verkregen voordelen en het nemen van invorderingsmaatregelen tot verhaal van een belastingschuld, treedt de ontvanger terughoudend op. Dit houdt in dat de ontvanger in beginsel niet direct overgaat tot uitwinning van gelegd beslag tenzij hiermee de belangen van de Staat worden geschaad. +In geval van samenloop van de strafrechtelijke sanctionering en ontneming van wederrechtelijk verkregen voordelen en het nemen van invorderingsmaatregelen tot verhaal van een belastingschuld, treedt de ontvanger terughoudend op. Dit houdt in dat de ontvanger in beginsel niet direct overgaat tot uitwinning van een reeds gelegd beslag tenzij hiermee de belangen van de Staat worden geschaad. Als de verdachte/veroordeelde naast illegaal inkomen nog legaal inkomen heeft waarvoor belastingaanslagen zijn opgelegd, dan kan de ontvanger wel tot daadwerkelijke uitwinning van die vermogensbestanddelen overgaan, die – anders dan door onderzoek van politie of openbaar ministerie – zijn opgespoord. Voor zover sprake is van een maatregel tot schadevergoeding, als bedoeld in artikel 36f, eerste lid, Sr ten behoeve van slachtoffers of benadeelde derden, of anderszins aan slachtoffers of benadeelde derden tegemoet wordt gekomen, treedt de ontvanger niet terughoudend op. -Als de Belastingdienst – op het moment dat de invordering wel is gestart, maar nog niet tot beslaglegging is overgegaan – in kennis wordt gesteld van een ontnemingszaak en van het geschatte wederrechtelijk verkregen voordeel van de belastingschuldige, dan treft de ontvanger invorderingsmaatregelen met een conservatoir karakter.Als de belangen van de Belastingdienst worden geschaad door opschorting van uitwinning, gaat de ontvanger echter wel over tot uitwinning. Hierbij kan onder meer – doch niet uitsluitend – worden gedacht aan: +Als de Belastingdienst – op het moment dat de invordering wel is gestart, maar nog niet tot beslaglegging is overgegaan – in kennis wordt gesteld van een ontnemingszaak en van het geschatte wederrechtelijk verkregen voordeel van de belastingschuldige, dan treft de ontvanger invorderingsmaatregelen met een conservatoir karakter.Als de belangen van de Staat worden geschaad door opschorting van uitwinning, gaat de ontvanger echter wel over tot uitwinning. Hierbij kan onder meer – doch niet uitsluitend – worden gedacht aan: – een situatie waarin door de daadwerkelijke uitwinning van het inbeslaggenomene niet ter hand te nemen, de verhaalswaarde daarvan in onevenredige mate vermindert (denk hierbij onder meer aan voorraden, personenauto’s en dergelijke); – een situatie waarin het niet uitwinnen van de beslagen zaak leidt tot een schadeactie, hetzij van de zijde van de belastingschuldige, hetzij van de zijde van de medecrediteuren. @@ -1897,7 +1897,7 @@ Voor mogelijke rentecorrecties in verband met overlegprocedures zie artikel 31a #### 25.2.5. Zekerheid bij uitstel in verband met bezwaar -Als voorwaarde voor het verlenen van uitstel van betaling kan de ontvanger zekerheid verlangen voor de bestreden belastingschuld. In beginsel vraagt de ontvanger alleen zekerheid, als de aard en omvang van de belastingschuld in relatie tot de verhaalsmogelijkheden die bij de ontvanger bekend zijn daartoe aanleiding geven. Bij zijn beslissing houdt de ontvanger ook rekening met het aangifte- en betalingsgedrag in het verleden. +Als voorwaarde voor het verlenen van uitstel van betaling kan de ontvanger zekerheid verlangen voor de bestreden belastingschuld. In beginsel vraagt de ontvanger alleen zekerheid als de aard van de belastingschuld dan wel de omvang van de belastingschuld in relatie tot de verhaalsmogelijkheden die bij de ontvanger bekend zijn, daartoe aanleiding geeft. Daarnaast houdt de ontvanger bij zijn beslissing rekening met het aangifte- en betalingsgedrag van de belastingschuldige. #### 25.2.6. Onherroepelijke invorderingsmaatregelen voor bestreden belastingschuld @@ -2824,7 +2824,7 @@ Voor de vrijwaring als bedoeld in artikel 34, derde lid, van de wet, moet zijn v Als de inlener niet heeft voldaan aan deze voorwaarden, vermindert de ontvanger de primaire aansprakelijkheidsschuld slechts met de stortingen op de g-rekening die de ontvanger hebben bereikt. Om dit laatste te bepalen, zal de ontvanger alle betalingen die de uitlener van zijn g-rekening voor het naheffingtijdvak heeft verricht, optellen en het bedrag van de gekwalificeerde g-betalingen van de som aftrekken. Het saldo van deze berekening rekent de ontvanger toe naar evenredigheid van de g-betalingen met betrekking tot het naheffingtijdvak aan de inleners die niet aan de gestelde voorwaarden hebben voldaan. -De ontvanger vergelijkt het bedrag van de primaire aansprakelijkheid, verminderd met de ‘vrijwaringen’ als hiervoor toegelicht en/of met de vrijwaring als gevolg van rechtstreekse storting (zie artikel 34.5 van deze leidraad, met de uitkomst van de berekening als in artikel 34.8 van deze leidraad toegelicht). In de aansprakelijkstelling gaat de ontvanger uit van de laagste van de twee uitkomsten. +De ontvanger vergelijkt het bedrag van de primaire aansprakelijkheid, verminderd met de vrijwarende stortingen zoals hiervoor is aangegeven, met de uitkomst van de berekening zoals in artikel 34.8.1 van deze leidraad is toegelicht. In de aansprakelijkstelling gaat de ontvanger uit van de laagste van de twee uitkomsten. #### 34.4.2. Inlenersaansprakelijkheid bij WSNP of faillissement uitlener @@ -3081,7 +3081,7 @@ Voor de vrijwaring als bedoeld in artikel 35, vijfde lid, van de wet, moet zijn Als de aannemer niet heeft voldaan aan deze voorwaarden, vermindert de ontvanger de primaire aansprakelijkheidsschuld slechts met de stortingen op de g-rekening die de ontvanger hebben bereikt. Om dit laatste te bepalen zal de ontvanger alle betalingen die de onderaannemer van zijn g-rekening voor het naheffingtijdvak heeft verricht, optellen en het bedrag van de gekwalificeerde g-betalingen van de som aftrekken. Het saldo van deze berekening rekent de ontvanger toe naar evenredigheid van de g-betalingen met betrekking tot het naheffingtijdvak aan de aannemers die niet aan de gestelde voorwaarden hebben voldaan. -De ontvanger vergelijkt het bedrag van de primaire aansprakelijkheid, verminderd met de ‘vrijwaringen’ als hiervoor toegelicht en/of met de vrijwaring als gevolg van rechtstreekse storting (zie artikel 35.6 van deze leidraad, met de uitkomst van de berekening als in artikel 35.1 van deze leidraad toegelicht). In de aansprakelijkstelling gaat de ontvanger uit van de laagste van de twee uitkomsten. +De ontvanger vergelijkt het bedrag van de primaire aansprakelijkheid, verminderd met de vrijwarende stortingen zoals hiervoor is aangegeven, met de uitkomst van de berekening zoals in artikel 35.1 van deze leidraad is toegelicht. In de aansprakelijkstelling gaat de ontvanger uit van de laagste van de twee uitkomsten. #### 35.5.2. Ketenaansprakelijkheid bij WSNP of faillissement onderaannemer @@ -4344,6 +4344,8 @@ Deze regeling is ook van toepassing op belastingaanslagen waarvan in beginsel ge De uitstelregeling geldt voor belastingaanslagen die betrekking hebben op de (materieel) verschuldigde belasting tot en met de dag van de dagtekening van de schuldregelingsovereenkomst en is definitief in die zin dat daarop van de zijde van de ontvanger in beginsel niet meer kan worden teruggekomen. In voorkomend geval wordt het bedrag van de verschuldigde belastingen door middel van schatting bepaald. In het geval de in de vorige volzin bedoelde schatting naar achteraf blijkt substantieel te laag mocht zijn, kan de ontvanger daarop alleen terugkomen indien terzake van die belasting ten tijde van de schatting ten onrechte geen aangifte was gedaan danwel indien de belastingschuldige of de schuldhulpverlener wisten of behoorden te weten dat de schatting te laag was. +Aanslagen waarvoor de Sociale Verzekeringsbank een onherroepelijk vaststaande beschikking van schuldige nalatigheid heeft afgegeven, blijven voor de toepassing van dit artikel buiten beschouwing. Eventuele buitenlandse belastingschulden waarvoor een verzoek om bijstand is gedaan door een andere staat, neemt de ontvanger ook niet mee in de uitstelregeling. In plaats daarvan stuurt de ontvanger het verzoek terug en informeert de andere staat over de voorgenomen minnelijke schuldsaneringsregeling onder toevoeging van de gegevens van de schuldhulpverlener bij wie de andere staat de schuldvordering kan aanmelden. + #### 73.5.2. Opschorten invorderingsmaatregelen na verzoek MSNP 20166910728-12-201620166910728-12-201601-01-2017Wijziging is herplaatst.20166910728-12-201622-12-20162016-21813020166910728-12-201622-12-20162016-21813001-01-2017 @@ -4452,7 +4454,7 @@ De ontvanger betrekt bestuurlijke boeten, rente en kosten integraal in een akkoo #### 73.6.7. Schuldig nalatig en (buiten)gerechtelijk akkoord -2011327524-02-201116-02-2011DGB2010/7493M2011327524-02-201116-02-2011DGB2010/7493M25-02-2011 +Voor het premiedeel AOW dat is begrepen in aanslagen waarvoor de Sociale Verzekeringsbank een onherroepelijk vaststaande beschikking van schuldige nalatigheid heeft afgegeven, mag de ontvanger geen enkele poging tot invordering meer ondernemen. Een gevolg hiervan is dat de ontvanger geen kwijtschelding verleent voor deze aanslagen. Daarnaast dient de ontvanger deze aanslagen niet ter verificatie in bij een faillissement of WSNP. Dit betekent dat deze aanslagen niet worden meegenomen in een (buiten)gerechtelijk akkoord. #### 73.6.8. Gevolgen dwangakkoord @@ -4466,17 +4468,17 @@ Indien een akkoord op grond van artikel 22a van de regeling niet mogelijk is, vi ### 73.7. Wettelijk breed moratorium -Gedurende een door de rechtbank afgekondigde afkoelingsperiode als bedoeld in artikel 5 van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening, schort de ontvanger lopende invorderingsmaatregelen op. Verrekeningen met belastingteruggaven vinden gedurende de afkoelingsperiode niet plaats, ongeacht de periode waarin die teruggaaf is ontstaan. De afkoelingsperiode is niet van invloed op een eventueel verleend uitstel van betaling of een voorwaardelijk verleende kwijtschelding. Hierop blijft het in deze leidraad opgenomen beleid op de artikelen 25 en 26 van de wet van toepassing. Gedurende de afkoelingsperiode schort de ontvanger de uitbetaling aan een derde op in verband met een executoriaal beslag op belastingteruggaven van de belastingschuldige. +Gedurende een door de rechtbank afgekondigde afkoelingsperiode als bedoeld in artikel 5 van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening, schort de ontvanger lopende invorderingsmaatregelen op. Aanmelding voor een verklaring van schuldige nalatigheid als bedoeld in artikel 61 Wet financiering sociale verzekeringen, vindt in deze periode niet plaats. Verrekeningen met belastingteruggaven vinden gedurende de afkoelingsperiode niet plaats, ongeacht de periode waarin die teruggaaf is ontstaan. De afkoelingsperiode is niet van invloed op een eventueel verleend uitstel van betaling of een voorwaardelijk verleende kwijtschelding. Hierop blijft het in deze leidraad opgenomen beleid op de artikelen 25 en 26 van de wet van toepassing. Gedurende de afkoelingsperiode schort de ontvanger de uitbetaling aan een derde op in verband met een executoriaal beslag op belastingteruggaven van de belastingschuldige. ## 74. Uitstel- en kwijtscheldingsfaciliteiten -Voor belastingaanslagen betreffende de inkomstenbelasting zijn in artikel 25 van de wet uitstelfaciliteiten opgenomen in het vierde, vijfde, zesde, achtste, negende, veertiende, zestiende, zeventiende en achttiende lid. +Voor belastingaanslagen betreffende de inkomstenbelasting zijn in artikel 25 van de wet uitstelfaciliteiten opgenomen in het vierde, vijfde, achtste, negende, veertiende, zestiende, zeventiende en achttiende lid. Voor belastingaanslagen betreffende de rechten van successie of schenking dan wel schenk- of erfbelasting bevat artikel 25 van de wet uitstelfaciliteiten in het derde, twaalfde en dertiende lid. In artikel 6 van het besluit en in de hoofdstukken I, IA en IB, van de regeling zijn hierover nadere regels gesteld. De uitstelfaciliteiten van artikel 25 hebben zowel betrekking op: -– belastingschuld die is vervat in een afzonderlijke conserverende aanslag (artikel 25, vierde, vijfde, zesde, achtste, twaalfde en zeventiende lid, van de wet); +– belastingschuld die is vervat in een afzonderlijke conserverende aanslag (artikel 25, vierde, vijfde, achtste, twaalfde en zeventiende lid, van de wet); – belastingschuld die is begrepen in een gewone belastingaanslag (artikel 25, derde, negende, dertiende, veertiende, zestiende en achttiende lid, van de wet). In artikel 26, tweede en derde lid, van de wet is bepaald dat bij ministeriële regeling regels worden gegeven op grond waarvan – onder de in die leden bepaalde voorwaarden – kwijtschelding kan worden verleend voor belastingaanslagen waarvoor op de voet van artikel 25, vijfde en achtste lid, van de wet uitstel van betaling is verleend. Dit betreffen de zogenoemde conserverende belastingaanslagen. @@ -4485,7 +4487,7 @@ In dit artikel is het volgende beleid over uitstel- en kwijtscheldingsfaciliteit – algemene uitgangspunten; – uitstel op basis van artikel 25, vijfde lid, van de wet; -– duur van het uitstel op basis van artikel 25, zesde lid, van de wet; +– duur van het uitstel op basis van artikel 70b van de wet; – nadere voorwaarden voor voortzetting uitstel op basis van artikel 25, achtste lid, van de wet; – rente en uitstel op basis van artikel 25, negende lid, van de wet; – uitstel op basis van artikel 25, twaalfde lid, van de wet; @@ -4867,7 +4869,7 @@ Bij katvangers gelden niet de uitzonderingsbepalingen artikel 77.1, onderdelen a ## 78. Internationale invordering -De internationale invordering betreft alle maatregelen die in het buitenland kunnen worden getroffen om belasting en overige schuldvorderingen in te vorderen en op alle maatregelen die op verzoek van een andere staat in Nederland genomen kunnen worden om een buitenlandse schuld in te vorderen. +De internationale invordering betreft alle maatregelen die in het buitenland kunnen worden getroffen om belasting en overige schuldvorderingen in te vorderen en op alle maatregelen die op verzoek van een andere staat in Nederland genomen kunnen worden om een buitenlandse schuld in te vorderen. Waar in dit hoofdstuk wordt gesproken over belastingschuld of belastingaanslag worden daaronder mede begrepen andere vorderingen die onder de werkingssfeer van een internationale regeling betreffende wederzijdse bijstand bij invordering vallen. Het volgende beleid is in dit artikel opgenomen: @@ -4880,14 +4882,12 @@ Het volgende beleid is in dit artikel opgenomen: Een verzoek om bijstand bij de invordering in een andere staat wordt in beginsel pas gedaan wanneer de ontvanger mag aannemen dat het treffen van invorderingsmaatregelen in Nederland niet of niet geheel tot betaling van de schuld zal leiden. Er hoeft niet te worden gewacht tot een daadwerkelijke invorderingsprocedure is gestart of is afgerond. -Bijstand bij de invordering wordt door de ontvanger verzocht voor belastingaanslagen die onherroepelijk vaststaan, geheel invorderbaar zijn en waarvoor een dwangbevel voor de gehele schuld is uitgevaardigd en betekend. Het mag daarbij ook gaan om een ambtshalve belastingaanslag, waarvan het vermoeden gerechtvaardigd is dat deze gedeeltelijk materieel verschuldigd is. Voor aanslagen die niet onbetwist of onherroepelijk vaststaan kan de ontvanger ook een verzoek om bijstand bij de invordering doen als hij zekerheidsmaatregelen noodzakelijk acht. +De ontvanger verzoekt om bijstand bij de invordering van belastingaanslagen die onherroepelijk vaststaan, geheel invorderbaar zijn en waarvoor een dwangbevel voor de gehele schuld is uitgevaardigd en betekend. Het mag ook gaan om het niet-bestreden gedeelte van een betwiste belastingaanslag of een ambtshalve opgelegde belastingaanslag waarvan het vermoeden gerechtvaardigd is dat deze (gedeeltelijk) materieel verschuldigd is. De ontvanger kan daarnaast altijd een verzoek om conservatoire maatregelen doen als hij zekerheidsmaatregelen noodzakelijk acht. -Tot het verzoeken van bijstand aan het buitenland wordt niet overgegaan als het verschuldigde bedrag aan belasting minder dan € 227 bedraagt, tenzij tussen staten een ander minimumbedrag is afgesproken. De ontvanger laat een voorstel tot het nemen van conservatoire maatregelen in het buitenland achterwege als het verschuldigde bedrag lager is dan € 2269, tenzij bijzondere omstandigheden een lager bedrag rechtvaardigen. Bij bijzondere omstandigheden kan voor een lager bedrag inlichtingen worden gevraagd. +Als door Nederland met een staat een minimumbedrag is overeengekomen voor het verlenen van bijstand bij de invordering, gaat de ontvanger niet over tot het verzoeken van bijstand aan die staat als het verschuldigde bedrag minder bedraagt dan het afgesproken bedrag. Dit geldt ook voor het doen van een verzoek tot het nemen van conservatoire maatregelen in het buitenland. Het komt voor dat bijstand kan worden gevraagd aan een bepaalde staat op grond van verschillende internationale regelingen. Het is dan mogelijk dat de ene regeling een ruimere wederzijdse bijstand toestaat dan de andere. In dat geval kan het verzoek worden gebaseerd op de regeling die de ruimste mogelijkheden biedt. -Bijstand bij de invordering is ook mogelijk met betrekking tot aansprake-lijkgestelden. - ### 78.2. Overleg met het ministerie Verzoeken waarvan de voldoening kan leiden tot aantasting van de openbare orde of andere wezenlijke belangen van de staat dan wel invloed kunnen hebben op het gevoerde beleid worden voorgelegd aan het ministerie. @@ -4896,7 +4896,7 @@ Als een belanghebbende zich wendt tot de burgerlijke rechter om te voorkomen dat ### 78.3. Geen verdere invorderingsmaatregelen treffen -Het gevoerde beleid met betrekking tot het niet meer treffen van verdere invorderingsmaatregelen voor buitenlandse vorderingen in Nederland is in lijn met het kwijtscheldingsbeleid dat voor Nederlandse belastingschulden wordt gevoerd. +20173515826-06-201715-06-20172017-11295120173515826-06-201715-06-20172017-11295101-07-2017 ### 78.4. Eu- @@ -4982,9 +4982,9 @@ Over de betaling van toeslagschuld die is ontstaan gedurende de periode na de da Zie voor toeslagschulden na de toepassing van de WSNP of MSNP de artikelen 73.2.2, 73.2.3 en 73.2.4 onderscheidenlijk 73.5.7. -### 79.4. Minnelijke schuldsaneringsregeling en toeslagschuld +### 79.4. Minnelijke schuldsaneringsregeling, (buiten)gerechtelijk akkoord en toeslagschuld -Voor een toeslagschuld geldt dat het invorderingsbeleid voor belastingschulden zoals dat is verwoord in artikel 73.5 van deze leidraad overeenkomstig wordt toepast. In aanvulling op artikel 73.5.1, vijfde volzin, en artikel 73.5.3, laatste volzin, geldt dat een verrekening van een voorschot ter zake van toeslagen, die in termijnen behoort te worden uitbetaald, moet worden teruggedraaid voor zover die verrekening betrekking heeft op de voorschottermijnen die verstrijken na de ontvangst van het afschrift van de stabilisatie-overeenkomst of van de schriftelijke mededeling als bedoeld in artikel 73.5.1, tweede volzin. Dit geldt ook als sprake is van een verrekening met termijnbedragen ingevolge een betalingsregeling als bedoeld in de artikelen 79.7 en 79.8. +Voor een toeslagschuld geldt dat het invorderingsbeleid voor belastingschulden zoals dat is verwoord in de artikelen 73.5 en 73.6 van deze leidraad overeenkomstig wordt toepast. In aanvulling op artikel 73.5.1, vijfde volzin, en artikel 73.5.3, laatste volzin, geldt dat een verrekening van een voorschot ter zake van toeslagen, die in termijnen behoort te worden uitbetaald, moet worden teruggedraaid voor zover die verrekening betrekking heeft op de voorschottermijnen die verstrijken na de ontvangst van het afschrift van de stabilisatie-overeenkomst of van de schriftelijke mededeling als bedoeld in artikel 73.5.1, tweede volzin. Dit geldt ook als sprake is van een verrekening met termijnbedragen ingevolge een betalingsregeling als bedoeld in de artikelen 79.7 en 79.8. Voor de toepassing van artikel 73.6 van deze leidraad geldt – anders dan voor belastingschulden – voor toeslagschulden dat de ontvanger in het kader van een akkoord een gelijk percentage opeist als het percentage dat aan concurrente schuldeisers op hun vorderingen zal worden uitgekeerd. ### 79.4a. Wettelijk breed moratorium @@ -5050,7 +5050,7 @@ Voor toeslagschulden regelt artikel 7 van de Uitvoeringsregeling Awir het uitste Voor een toeslagschuld die is te wijten aan opzet of grove schuld van de belanghebbende of diens partner kan de Belastingdienst/Toeslagen een betalingsregeling van ten hoogste 24 maanden toestaan als aan de volgende voorwaarden is voldaan: – De belanghebbende verzoekt de Belastingdienst/Toeslagen om zo’n regeling. -– De belanghebbende of dienst partner maakt aannemelijk dat zij niet meer beschikken over het ten onrechte geïnde voorschot, belichaamd in de toeslagschuld. +– De belanghebbende of diens partner maakt aannemelijk dat zij niet meer beschikken over het ten onrechte geïnde voorschot, belichaamd in de toeslagschuld. – De regeling leidt tot betaling van de volledige schuld binnen 24 maanden. Als het mogelijk is om een regeling van korter dan 24 maanden te treffen, moet die kortere regeling worden overeengekomen, afhankelijk van de betalingscapaciteit.